Dit betekent de Wet Arbeidsmarkt in Balans voor gebruik flexcontracten Geplaatst 7 november 2018 door ZiPredactie Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Wouter Koolmees heeft woensdag zijn definitieve Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) gepresenteerd, een aanpassing van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ). De WAB gaat primair over dat deel van de arbeidsmarkt waar gewerkt wordt met arbeidscontracten, inclusief flexibele vormen als uitzend en payroll. Een nieuwe Wet DBA, die ook aangekondigd is, regelt de zelfstandigencontracten. Verschil tussen flex en vast Met de WAB wil Koolmees de verschillen tussen flexibel en vast werk verkleinen. Koolmees: “Met de huidige regels hebben werknemers met vaste contracten veel bescherming, terwijl flexcontracten dat nauwelijks bieden. Werkgevers zeggen hierdoor huiverig te zijn hun werknemers een vast contract te bieden, de stapeling van kosten en risico’s schrikt hen af. Groepen werkenden belanden zo onnodig vaak in flexbanen en hebben nauwelijks perspectief op zekerheid.” Grondige opknapbeurt De minister heeft het over een ‘grondige opknapbeurt voor de arbeidsmarkt’. In combinatie met de nieuwe voorstellen voor inhuur van zelfstandigen, krijgen werkgevers/opdrachtgevers zo met nieuwe regels te maken om binnen de eigen organisatie de balans tussen vast en flex te vinden. Het idee is dat vaste arbeidscontracten aantrekkelijker worden en flexibele contracten lastiger of duurder. Waar het gaat om flexibele arbeidsvormen zijn de hoofdpunten uit de WAB: De opeenvolging van tijdelijke contracten, de zogenoemde ketenbepaling, wordt verruimd. Nu is het mogelijk om aansluitend drie tijdelijke contracten in twee jaar te aan te gaan. Dit wordt drie jaar. Het wordt mogelijk om de pauze tussen zo’n keten tijdelijke contracten per cao te verkorten van zes naar drie maanden. Dat mag als sprake is van terugkerend tijdelijk werk, dat maximaal negen maanden per jaar kan worden gedaan. Verlenging van de proeftijd voor werkenden die meteen een vast contract krijgen. De proeftijd gaat van twee maanden naar vijf maanden. Er worden maatregelen genomen om verplichte permanente beschikbaarheid van oproepkrachten te voorkomen. Zo moet een werknemer minstens vier dagen van tevoren worden opgeroepen door de werkgever. Ook houden oproepkrachten recht op loon als het werk minder dan vier dagen van tevoren wordt afgezegd. De WW-premie wordt voor werkgevers voordeliger als ze een werknemer een vaste baan aanbieden, in plaats van een tijdelijk contract. Werknemers die op payrollbasis werken, krijgen minimaal dezelfde arbeidsvoorwaarden als de werknemers die in dienst zijn bij de opdrachtgever. Zij krijgen ook recht op een adequaat pensioen. De definitie van de uitzendovereenkomst wordt niet gewijzigd. De ontslagprocedure wordt verspoeld. Ontslag wordt ook mogelijk als er sprake is van een optelsom van omstandigheden, de zogenaamde cumulatiegrond. Nu moet de werkgever aan een van de acht ontslaggronden volledig voldoen. Werknemers krijgen vanaf de eerste dag recht op een transitievergoeding (ontslagvergoeding), ook tijdens de proeftijd. Nu geldt dit pas vanaf een dienstverband van twee jaar. Hoe reageert de Raad van State? De Raad van State is kritisch. Ze vindt de WAB ‘onvoldoende recht doen aan de fundamentele aard, brede effecten en concrete urgentie van de problematiek op de arbeidsmarkt’. De minister zal dit argument waarschijnlijk pareren met het feit dat hij ook een Commissie regulering werk heeft ingesteld. Vooral over de voorstellen voor bescherming van de payrollmedewerkers is de Raad van State niet mild. Ze vreest dat bedrijven de voorgestelde regelingen te gemakkelijk kunnen ontwijken. ABU kritisch: ‘nieuwe payroll regels niet te handhaven’ Ook ABU vindt de definitie van payrolling te onduidelijk. Volgens directeur Jurriën Koops is de wet in de praktijk ‘niet te handhaven’. “Door de voorgestelde ruime en onduidelijke definitie van payrolling gooit minister Koolmees het kind met het badwater weg. Het zorgt voor enorme rechtsonzekerheid bij opdrachtgevers, werknemers en intermediairs en de wet zal in de praktijk niet te handhaven blijken. Goede payrolling, bedoeld om werkgevers te ontzorgen voor bijvoorbeeld scholing, loopbaanbegeleiding en verzuim, is de dupe van slechte payrolling, waarbij concurrentie op arbeidsvoorwaarden plaatsvindt. Dat vinden wij onwenselijk.” Daarbij maken de nieuwe payrollregels het volgens hem lastiger doelgroepen met een afstand tot de arbeidsmarkt te bemiddelen. Denk aan zoals arbeidsgehandicapten, WW’ers of kandidaten uit de Participatiewet. Voor hen is uitzendwerk van waarde, omdat het werk mogelijk maakt, zegt Koops. Dat komt in gevaar door de nieuwe payrollregels. Ook over andere onderdelen van de WAB is de ABU is kritisch. De ABU waardeert het dat de minister van SZW werkt aan een gelijk speelveld voor verschillende vormen van flexibel werk middels differentiatie van de WW-premie. De nieuwe wet zet de allocatierol van de uitzendbranche onder druk. De vraag is of dit wetsvoorstel de arbeidsmarkt grondig gaat opknappen. Jurriën Koops, directeur ABU, heeft zijn bedenkingen: “De balans tussen vast en flex wordt schever en de wet zal zorgen voor een versnelde vlucht naar zzp en andere ongereguleerde vormen van flexibel werk. De nieuwe wet neemt het ‘waterbed’-effect op de arbeidsmarkt niet weg. Regulering van zzp laat – zoals bekend – voorlopig nog op zich wachten.” Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags Koolmees, payroll, Wet Arbeidsmarkt in Balans | 1 Reactie
Commissie ‘Regulering van werk’ moet binnen jaar met advies komen over toekomst arbeidsmarkt en zzp-stelsel. Geplaatst 7 november 2018 door ZiPredactie Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft vandaag bekend gemaakt wie er in de Commissie Regulering van werk komt en wat de opdracht is. Koolmees stelt de commissie in omdat de “arbeidsmarkt komende jaren te maken (krijgt) met fundamentele veranderingen, zoals robotisering en platformisering. Daarnaast hebben mensen andere wensen over de vormgeving van hun werk dan vroeger. Dit zorgt voor nieuwe uitdagingen in de manier waarop we de arbeidsmarkt organiseren.” De commissie zal ook nadrukkelijk naar de positie van de zzp’er kijken, zo is de verwachting. In zijn berichten over de nieuwe Wet DBA heeft Koolmees gezegd dat die een nu noodzakelijk tussenstap is. Voor een meer fundamentelere discussie over de zelfstandigen, hun plek in het sociale zekerheidsbestel en hun fiscale positie, wacht hij de adviezen van deze commissie af. In een toelichting op de Wet Arbeidsmarkt in Balans kondigde Koolmees ook aan dat hij deze kabinetsperiode met nieuwe wetgeving “komt rond het zelfstandig ondernemerschap en ziekte- en arbeidsongeschiktheidsregelingen, met als doel dit gezamenlijk op te pakken.” Minister Koolmees: “Er gaat veel goed op de Nederlandse arbeidsmarkt. Veel mensen hebben werk en we hebben een hoge arbeidsproductiviteit. Dit kabinet neemt ook de nodige maatregelen om wat goed is, ook goed te houden. Maar op lange termijn hebben we misschien fundamentelere aanpassingen nodig om klaar te zijn voor de toekomst. Daarom heb ik de commissie gevraagd die aanpassingen vast te verkennen, zodat we daar op tijd klaar voor zijn.” De commissie gaat onderzoeken hoe werk er in de toekomst uit gaat zien en met wat voor wetten en regelgeving de overheid daar het beste bij kan aansluiten. “De commissie onderzoekt of er aanpassingen nodig zijn, en zo ja, waar. Zo kijkt de commissie naar de juridische regels rondom arbeidscontracten, maar ook naar eventuele aanpassingen in o.a. vast en tijdelijk werk, arbeidsongeschiktheid, belastingen en zzp” zo meldt het ministerie. De commissie is gevraagd uiterlijk 1 november 2019 met haar advies te komen. In de commissie komen de volgende leden, waarbij opvalt dat arbeidsrechtdeskundigen fors vertegenwoordigd zijn, zeker ten opzichte van het aantal economen en arbeidsmarktdeskundigen. “Een commissie overwegend bestaande uit economen en juristen” Oei. Juist deze tijd vraagt (ook) om psychologen, ethici en sociologen. Écht! (@FabianDekker) November 7, 2018 drs. Hans Borstlap (voorzitter), voormalig lid van de Raad van State mr. dr. Hanneke Bennaars, universitair docent arbeidsrecht aan de Universiteit Leiden prof. mr. Femke Laagland, hoogleraar arbeidsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen dr. Frank Kalshoven, mede-oprichter en directeur van de Argumentenfabriek prof. mr. Saskia Klosse, hoogleraar sociaal recht aan de Universiteit van Maastricht mr. Ton Mertens, docent belastingrecht aan de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Leiden prof. dr. Erik Stam, hoogleraar strategie, organisatie en ondernemerschap aan de Universiteit Utrecht prof. dr. Evert Verhulp, hoogleraar arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam prof. dr. Bas ter Weel, directeur van SEO Economisch Onderzoek en hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam mr. dr. Johan Zwemmer, advocaat bij Stibbe en universitair docent arbeidsrecht bij de Universiteit van Amsterdam Geplaatst in ZP en Politiek | Tags Commissie Regulering van werk | 2s Reacties
Economie in Nederland: omslag of afkoeling? Arbeidsmarktindicatoren in beeld. Geplaatst 7 november 2018 door Gastblogger Het gaat economisch gezien erg goed in Nederland. Sinds halverwege 2013 is er onafgebroken sprake van economische groei. Waar eind 2008 en ook in 2012/2013 nagenoeg alle markten kelderden, zien we nu een gezamenlijke opmars. Met op sommige fronten zelfs tekenen van oververhitting. Zo gaan de huizenprijzen door het dak, en ook op de arbeidsmarkt is de spanning groot. Dat heeft geleid tot flinke personeelstekorten in onder andere de zorg, het onderwijs, de ICT en de techniek. De vraag is nu: hoe lang duurt deze opmars nog? Wie de roze bril even afzet en kritisch naar de onderliggende cijfers kijkt, ziet dat er een mogelijke omslag of afkoeling ophanden is. Uit cijfers blijkt dat de verwachte groei 1,2 procent is. Dit is een aanzienlijke correctie op de verwachte groei, want dit is de helft minder dan de voorspelling van het CPB in september. Geen reden tot paniek, maar een nuchtere kijk op de nabije toekomst. Groei op de arbeidsmarkt Op het moment gaat het goed met de Nederlandse economie. Deze groeide in het tweede kwartaal met 3,1 procent ten opzichte van vorig jaar. Deze groeicijfers zagen we voor het laatst begin 2008. Ook de arbeidsmarkt heeft zich goed hersteld en werkloosheid ligt inmiddels onder de vier procent. Daarnaast is er sprake van een sterke groei in het aantal (online) vacatures en één op de zes werknemers vond de afgelopen twaalf maanden (ander) werk. Ruim een kwart van de Nederlandse beroepsbevolking wordt minimaal elk kwartaal benaderd door recruiters, werkgevers en/of bureaus om ergens anders te komen werken (zie Arbeidsmarkt in cijfers). Sinds 2012 zagen we nog niet eerder zulke hoge uitslagen. De vraag naar personeel neemt flink toe, maar er is sprake van een dalend aantal mensen dat actief op zoek is naar werk. In deze krappe moeten werkgevers extra hun best doen om personeel te werven. Uitzendcijfers als vroege indicator De ontwikkelingen in de uitzendbranche gaan hand-in-hand met de conjunctuur, zie het historisch overzicht deze grafiek: Ontwikkeling uitzenduren en economische groei, 2001-Q1 t/m 2018-Q2 Wanneer het economisch minder gaat of wanneer ondernemers verwachten minder personeel nodig te hebben, zijn het de uitzendkrachten die als eerste aan de kant worden gezet. Bovendien werkt een groot deel van de uitzendkrachten in vroegcyclische sectoren zoals de industrie en de transportsector. Een daling van het aantal uitzenduren kan dus duiden op een (op korte termijn) neergaande conjunctuur De lange reeks van data van het CBS over de uitzenduren (zie grafiek hierboven) stopt helaas na 2017. Cijfers van brancheorganisatie ABU laten echter zien dat er in de eerste helft van 2018 nog sprake was van forse groei van het aantal uitzenduren. Maar die groei is na het tweede kwartaal stilgevallen en heeft zelfs een kleine krimp in de laatste periode (week 37-40). Een mogelijke omslag? Dit geeft niet direct aanleiding om te denken dat een omslag komt. En ook de meest recente ramingen van het Centraal Planbureau zijn positief, met een verwachte economische groei van 2,6 procent in 2019. Vanwaar dan toch de zorgen, of liever gezegd, het verminderd optimisme? Ten eerste vanwege de internationale onzekerheden. Het handelsconflict tussen de VS en China, de naderende Brexit en het begrotingsbeleid in Italië kunnen allemaal de mondiale of Europese economie afremmen. Gezien onze open economie zal ook Nederland hierdoor geraakt worden. Maar we kunnen ook kijken naar binnenlandse indicatoren, onderbouwd met data. Wat als… Als er gekeken wordt naar een vijftal binnenlandse indicatoren, kan een model worden opgesteld voor de voorspelling van de Nederlandse economie. Er is gekeken naar: urenontwikkeling in de uitzendbranche, vacature-indicator, consumentenvertrouwen, producentenvertrouwen en de beurskoers (AEX). Vier modelschattingen versus BBP, 2000-Q1 t/m 2018-Q2 Prognose economische groei 2019-Q2 o.b.v. gemiddelde van vier modellen Vooruitkijken naar 2019 Wat als deze ontwikkelingen zich doorzetten? In dit scenario trekken we de trend door van de vijf indicatoren van 2018-Q1 tot 2019-Q2. Deze modellen vormen de input voor viermodellen om de economische groei (BBP) te voorspellen. Hoewel de schattingen van de viermodellen uiteenlopen, is de gemiddelde uitkomst 1,2 procent. Dit is een aanzienlijke correctie op de verwachte groei, namelijk de helft minder dan de voorspelling van het CPB in september. Geen reden voor paniek, maar dat de bomen niet tot in de hemel groeien is duidelijk. Lees hier het hele rapport Arjan Ruis, arbeidsmarktanalist www.intelligence-group.nl Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags onderzoek | Laat een reactie achter
Opzegging Uniforce-overeenkomst door Belastingdienst: Verkapte zegen Geplaatst 7 november 2018 door Mark Bassie Toen ik een aantal jaren geleden kennis maakte met de uitvinders van het Uniforce-concept, schreef ik over die ontmoeting een artikel voor deze site. In dat artikel lees je hoe Piet de Bondt, Rob van Erk en enkele andere freelancers in 2000 met het Uniforce-concept begonnen om een probleem op te lossen: zij konden bij de ene opdracht wel als freelancer aan de slag, bij de andere niet. Dit veroorzaakte voor henzelf, hun gezinnen en hun opdrachtgevers een zeer onstabiele situatie. Dan weer verplicht deelnemen in een pensioenfonds en dan weer een pensioenbreuk. Dan weer verzekerd in het sociaal stelsel en dan weer een particuliere AOV afsluiten. De mannen werden er gek van en namen het om heft in eigen handen. De Bondt: “We hebben niet gewacht op hulp van de overheid. Het moest volgens ons mogelijk zijn om binnen de bestaande wetgeving een stabiele sociale en fiscale situatie te creëren voor onszelf en onze opdrachtgever.” Hun uitgangspunt was de wet 100 procent te volgen, anders zou het niet duurzaam zijn. Bovendien stond de professional centraal. Na een paar jaar was het Uniforce-concept geboren. De Bondt: “Het was in eerste instantie voor onszelf bedoeld, maar inmiddels maken meer dan 700 professionals er gebruik van.” Deze zomer zegde de Belastingdienst de vaststellingsovereenkomst (VSO) met Uniforce Group op. Hoe gaan Witteveen en De Bondt daarmee om? Ik ging bij ze langs en verwachtte wanhoop, woede en ongeloof maar het weerzien was warm, optimistisch en strijdbaar. ‘Nooit eerder zo’n sterke positie’ Piet de Bondt: “We lopen al jaren vrij ver voor de muziek uit en dat is geen positie voor doetjes. We weten dat je dan soms voor je gelijk moet vechten, dat zijn we gewend. Eerlijk gezegd hebben we nooit eerder zo’n sterke positie in de markt gehad. Er zijn sinds de Wet DBA meer opdrachten beschikbaar voor Uniforce Professionals.” Stef Witteveen: “Intussen bestaat het Uniforce-concept al ruim 18 jaar en heeft onder alle verschillende wetten en regels steeds een eigen positie op de markt gehad. Voor de VAR, tijdens de VAR en nu ook na de VAR. Het innovatieve concept geldt voor een kleine, hele specifieke groep professionals en het fiscale regime waaraan je moet voldoen is behoorlijk pittig. Uniforce is voor professionals met een jaaromzet vanaf zo’n €60.000, die regelmatig langere tijd, vaak onder leiding en toezicht bij één opdrachtgever werken en graag de sociale zekerheid hebben die bij het concept hoort.” Waarom was het destijds eigenlijk nodig was om een vaststellingsovereenkomst (VSO) te sluiten? Piet de Bondt: “De Belastingdienst had behoefte aan een eenduidige richtlijn. De ene inspecteur zag een Uniforce Professional als DGA en de andere inspecteur zag hem of haar als gedetacheerde. Om daarin duidelijkheid te scheppen, werd in 2008 een VSO gesloten tussen de Belastingdienst, het UWV en Uniforce Group.” De Belastingdienst zegde deze VSO per 1 juli dit jaar op. Kan het Uniforce-concept zonder VSO? Piet de Bondt: “Toen dit gebeurde, dachten sommigen dat dit het einde van het Uniforce-concept betekende. Daarvan is geen sprake. Allereerst is er een overgangsregeling zodat de VSO geldig blijft tot 1 januari 2020. Bovendien onderkent de Belastingdienst dat er een arbeidsovereenkomst naar Burgerlijk Recht bestaat tussen de Uniforce Professional en de Declarabele Uren bv (DUBV) en dat de professional dus verplicht verzekerd is in het sociaal stelsel.” Stef Witteveen: “De Belastingdienst wil de tewerkstelling van een Uniforce Professional als een reguliere detachering gaan behandelen. In de woorden van de Belastingdienst: ‘Aan andere detacheerders geven wij toch ook geen vrijwaring vooraf’. Bij een detachering is er een arbeidsovereenkomst tussen de gedetacheerde en het detacheringsbedrijf waardoor er geen arbeidsrechtelijk risico bij de opdrachtgever kan ontstaan. Precies zoals het ook binnen het Uniforce-concept werkt, want alle DUBV’s zijn reguliere detacheerders. Het fiscale risico (Wet op de Ketenaansprakelijkheid) kan vervolgens worden ingedekt door gebruik te maken van een g-rekening .” Het lijkt wel alsof jullie die opzegging als een verkapte zegen beschouwen Piet de Bondt: “We kunnen er goed mee leven als reguliere detacheerders te worden behandeld, zelfs als we onze fiscale uitzonderingspositie kwijtraken. We waren daarover al met de Belastingdienst in gesprek, maar nu heeft de Belastingdienst eenzijdig en op onreglementaire wijze een VSO van onbepaalde tijd opgezegd. Daar bestaan wetten en regels voor in dit land en die gelden ook voor de Belastingdienst. In feite heeft de Belastingdienst die VSO afgesloten met elke Uniforce Professional. Elke DUBV is partij in die VSO en wij laten onze mensen niet zomaar van hun rechten beroven. Zijn ze helemaal betoeterd.” Stef Witteveen: “Ik zeg weleens dat we zonder die VSO eigenlijk heel gewoon worden. Het bijzondere van Uniforce is ook zonder VSO dat alles zich altijd binnen de bestaande regelgeving afspeelt waardoor niemand arbeidsrechtelijk of fiscaal risico loopt. Verder richt Uniforce zich volledig op de belangen van de professional. Alleen de professional is onze klant. ” Jullie hebben dus vertrouwen in de toekomst? Piet de Bondt: “Doordat Stef zich nu richt op de verdere ontwikkeling van ons bedrijf, kan ik me beter concentreren op het verdedigen van de rechten van de Uniforce Professionals. Het opzeggen van de VSO is niet definitief zolang de procedures nog lopen. Het belangrijkst is de bodemprocedure die we hebben opgestart. Daarin worden alle inhoudelijke argumenten gewogen en op inhoudelijke gronden kunnen we niet verliezen.” Stef Witteveen: “We verwachten niet dat de overheid in staat is het zzp-vraagstuk helemaal op te lossen voor 1 januari 2020. Er zijn te veel verschillende soorten zzp’ers, de huidige nationale en internationale regelgeving is te complex en onze polder gedraagt zich als een moeras. Onbegonnen werk. Zelfs voor hele slimme bewindslieden als Menno Snel en Wouter Koolmees. Zonder dat innovaties vanuit de markt zoals Uniforce, broodfondsen en platformen worden ingepast, gaat het niet werken.” Geplaatst in ZP en Ondernemen | 2s Reacties
Deze invloed hebben online platformen op de toekomst van werk Geplaatst 6 november 2018 door Martijn Arets Zijn platformen de uitzendbureaus van de toekomst? Terwijl de meeste congressen speciaal gericht zijn op één specifieke groep belanghebbenden (academici, startups, vakbonden of uitzendbranche), was tijdens dit congres in Amsterdam iedereen uitgenodigd. Een goede zaak, want ik ben ervan overtuigd dat platformen in de toekomst op alle vlakken arbeid gaan organiseren. ING publiceerde eerder het rapport ‘Algoritmes versus de flexbranche – Bestaat het uitzendbureau straks nog?’. De onderzoekers voorspellen dat 20 tot 70 procent van het marktaandeel van flex op het spel staat door de opkomst van online platformen. Dat is best een heftige voorspelling. De boodschap is helder: er is werk aan de winkel. Natuurlijk zitten bestaande uitzenders niet stil. Een interessant platform om te volgen is Meploy. Ik schreef vorige week een blog over dit Deense platform, dat zowel de eigen als de externe flexibele schil van organisaties via één platform organiseert. En uitzenders zoals Randstand hebben de afgelopen weken een flink aantal statements en opiniestukken de media in gebracht over de rol van uitzendbranche in de platform en freelance discussie. Onderstaande slide kwam voorbij tijdens een presentatie van onderzoekers van het Oxford Internet Institute. Zij doen waanzinnig onderzoek naar het online werk in de kluseconomie. De term ‘Platform Sourcing’ was ik niet eerder tegengekomen, maar hij bekt lekker. Hoe meer ik erover nadenk en hoe meer ik erover praat, hoe meer ik overtuigd raak dat de link tussen platformen in de kluseconomie en de uitzendbranche een hele logische is. Ik denk dat ook dat hier de oplossing ligt in de vraagstukken over zekerheden voor wie werkt via een platform. Platforms as the 3rd wave in externalisation of labour. #ReshapingWork2018 I am a great fan of the Oxford Internet Institute. pic.twitter.com/Q6qpMnjzKY — Martijn Arets (@martijnarets) 25 oktober 2018 Matthew Taylor, directeur van het Britse RSA (check deze club!), vindt bijvoorbeeld dat er geen fiscale verschillen mogen zijn tussen vast en flexibel werk. En zo waren er nog wel meer ideeën. Volgens mij is iedereen inmiddels overtuigd dat het systeem van arbeid op de schop moet. Maar intussen is het ook duidelijk dat de grote veranderingen nog wel een paar jaar duren. We moeten op zoek naar een oplossing voor de tussentijd. Doet een diploma er nog toe in de kluseconomie? Platformen verlagen de drempel tot de arbeidsmarkt. Bij het merendeel van de klusplatformen kun je zonder enige ervaring of diploma aan de slag. Tijdens je werk voor het platform bouw je vanzelf een reputatiescore op. Diploma’s doen er in de toekomst niet meer toe, zegt mijn collega Andrea Herrmann van der Universiteit Utrecht. Zij deed uitgebreid onderzoek met data van een van de grootste klusplatformen in de wereld. Daaruit blijkt dat alleen het aantal jaren ervaring op een platform en de reputatiescore ertoe doen. En geslacht helaas ook: ook in de online kluseconomie verdienen mannen meer dan vrouwen voor soortgelijk werk. Andersom is het ook interessant om mee te experimenteren. Zo beginnen de sociale diensten in Zweden een experiment waar ervaring (onder andere reputatiescore) van klusplatformen wordt omgezet in een traditioneel cv. Does education still matter in the gig economy? No, according a research by Andrea Herrmann et al of @UUCopernicus at @reshaping_work. Years experience, and reputation score do. Gender unfortunately also matter… #ReshapingWork2018 — Martijn Arets (@martijnarets) 25 oktober 2018 Hoe ervaren mensen werken via platformen? Socioloog Juliet Schor (Boston College) onderzoekt met haar team al jaren de platformeconomie en deelde haar bevindingen over tevredenheid, autonomie en inkomsten. Juliet Schor (Boston College) Wat opvalt is dat de mensen die het platform gebruiken voor extra inkomsten veelal heel tevreden zijn, een groot gevoel van autonomie hebben en over het algemeen goed verdienen. Waarom? Omdat zij de luxe hebben om alleen voor de goed betaalde klussen te gaan. Verder zijn ze niet bang voor lage scores, want ze zijn niet financieel afhankelijk van het platform. Zijn zij dan ook heel goed in het negeren van sturingsmechanismen van de algoritmes. Zo laat een koerier die voor Postmates werkt in de avonduren de klant naar haar auto komen om daar de bestelling op te halen. Ze vindt het te gevaarlijk om dan zelf naar de deur te gaan. Hiermee gaat ze tegen de regels van het platform in. Zij geeft daar niet om, mede omdat zij niet afhankelijk is van het platform voor haar inkomsten. Heel anders is het voor diegenen die afhankelijk van het platform zijn. Zij moeten iedere beschikbare klus aannemen en kiezen dus ook voor de slecht betaalde opdrachten. Daarnaast is deze groep bang voor de gevolgen van een slechte beoordeling. En dat heeft weer een negatief effect op hoe zij hun werk en autonomie ervaren. Wie meer wil weten over het onderzoek van Schor: ik ontmoette (en interviewde) haar ruim drie jaar geleden. Zzp of niet? De discussie van het moment en de komende jaren: is iemand die via een platform werkt een zzp’er of moet het platform hem in dienst nemen? Jammer genoeg voorspellen advocaten die ik spreek dat dit juridisch gezien de komende jaren niet duidelijker wordt. Wat vinden de kluswerkers er zelf van? Tijdens het debat ‘meet the gig worker’ stonden afgevaardigden van Deliveroo en UberEats op het podium met zes mensen die werken via hun platform. Op de vraag ‘wil je liever freelancer zijn of in dienst’ antwoordden zij unaniem: freelancer. ‘Do you prefer the freelance model and paid by order, or the contractor model paid by hour?’ All riders answer: freelance, because of freedom and paid more when you work hard. Maybe we should talk more with the people we are talking about… #ReshapingWork2018 pic.twitter.com/zDn6S0KKCG — Martijn Arets (@martijnarets) 26 oktober 2018 Interessant. Ook omdat diezelfde workers tegelijkertijd meer duidelijkheid willen over de inkomsten en tarieven. Maar dat weegt niet op tegen deze voordelen, vinden zij: Je ziet direct resultaat van je inspanningen. Fiets je hard, dan verdien je meer; De flexibiliteit: werken wanneer je wil, korte of lange diensten; Autonomie: eigen baas, eigen keuzes maken. Het is de vraag of de individuele koeriers de risico’s kunnen inschatten rondom verzekering, arbeidsongeschiktheid en pensioen. Willen we dat de rekening van de onverzekerde werkenden bij de maatschappij komt te liggen? Een aantal platformen die ik tijdens het congres sprak, staat open voor verplichte verzekeringen. Zolang dat maar niet betekent dat ze gezien worden als werkgevers. En zo duurt de discussie nog wel even voort. Tot slot Ik vond het mooi om te zien dat tijdens het congres de verschillende belanghebbenden met elkaar in debat gingen en open stonden voor elkaars meningen en uitdagingen. Dat praat een stuk prettiger dan voor de rechtbank. Volgende stap is ook op institutioneel niveau een constructieve houding aannemen. Zo kom je tot oplossingen. Jovana Karanovic, initiatiefnemer van de Reshaping Work conferentie Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags platform, toekomst van werk | 3s Reacties
Hij komt, hij komt, die nieuwe wet DBA. Of toch niet? Een opfrisartikel. Geplaatst 5 november 2018 door Hugo-Jan Ruts De Wet Arbeidsmarkt in Balans heeft afgelopen vrijdag groen licht gekregen van de ministerraad, de wet over vaste en flexbile arbeidscontracten, inclusief uitzend en payroll. Een nieuwe Wet DBA moet het andere deel van de arbeidsmarkt meer in balans brengen, het deel rond inhuur van zelfstandigen. De hoofdlijnenbrief over de vervanging van die Wet DBA komt waarschijnlijk de komende weken, al zou het ook zomaar kunnen dat minister Koolmees meer tijd nodig heeft. Wat was ook al weer het idee van het kabinet over de vervanging van de wet DBA? Wat zijn de discussiepunten? En wanneer komt er meer duidelijkheid? Inzet Kabinet : een nieuwe Wet Het kabinet Rutte III was duidelijk in het regeerakkoord: “De Wet DBA wordt (…) vervangen. De nieuwe wet moet enerzijds (de inhuurder van) echte zelfstandigen zekerheid bieden dat er geen sprake is van een dienstbetrekking en anderzijds schijnzelfstandigheid (vooral aan de onderkant) voorkomen.” Aanpakken wat niet gewenst is, bewust zelfstandige ondernemers niet te veel in de weg leggen, opdrachtgevers meer duidelijkheid geven. Zeker niet terug naar de VAR, waarbij de verantwoordelijkheid of het wel of niet om een dienstbetrekking ging bij de opdrachtnemer lag. Het element van de wet DBA dat in elk geval overeind blijft, is dat die verantwoordelijkheid meer bij de opdrachtgever ligt. Drie nieuwe criteria: tarief, lengte opdracht en aard van de werkzaamheden Op te bepalen wanneer een opdrachtgever iemand als zelfstandigen kan inhuren, komt het kabinet met drie criteria: Het tarief dat een opdrachtgever betaalt, de lengte van de opdracht en de aard van de werkzaamheden. Het zijn normen die rechters overigens ook vaak gebruiken. Drie criteria die in samenhang uitwijzen of iemand wel of niet als zelfstandige ingehuurd mag worden. Tarief Als iemand ingehuurd wordt tegen een laag tarief (het kabinet denkt aan 15-18 euro per uur), dat ziet de regering dat als een arbeidsovereenkomst. Dit betekent geen algemeen minimumtarief voor zzp’ers, maar een minimuminhuurtarief voor opdrachtgevers. Het gaat immers alleen om de discussie over er nu wel of loonheffing ingehouden moet worden, zo maakte minister Koolmees in zijn laatste overleg met de veldpartijen nog eens duidelijk. Het onderwerp van tarief speelt dus niet bij zzp’ers die bijvoorbeeld producten verkopen of (behoudens uitzonderingen) diensten leveren aan particulieren. Boven een inhuurtarief van 75 euro per uur geldt een opt-out. Boven dat tarief is er geen discussie of iemand werknemer is of niet. Voor inhuur tussen dat minimumtarief en het opt-outbedrag komt er een webmodule met vragen om te bepalen of iemand als zelfstandige ingehuurd mag worden. Aard werkzaamheden en lengte opdracht De inhoud van het werk speelt ook een rol: gaat het om reguliere of niet-reguliere werkzaamheden? Die vraag komt waarschijnlijk terug in de webmodule, maar vermoedelijk niet als doorslaggevend criterium. In combinatie van de lengte van de opdracht speelt de aard van de werkzaamheden ook een rol bij het minimumtarief en de opt-out. Zo geldt het minimale inhuurtarief niet voor korte opdrachten die niet-reguliere werkzaamheden omvatten. En geldt de opt-out-optie bij reguliere werkzaamheden, alleen als de opdracht niet langer duurt dan een jaar. Schematisch ziet dat er dan als volgt uit : Tot zo ver niets nieuws. Deze plannen stonden tot in detail ook al in het regeerakkoord. Zie voor een nog wat uitgebreidere uitleg dit artikel. Hobbels en valkuilen De mate van gedetailleerdheid in deze plannen uit het regeerakkoord gaf duidelijkheid, maar maakte het ook lastig om uit te voeren. De minister stuit in de vertaling op veel weerstand. Het minimumtarief van op de nodige steun rekenen. De linkse oppositie wilt dat graag, maar wel met een hoger minimum. Zij vinden daarin steun van bijvoorbeeld brancheorganisaties Bovib en ABU. Maar het gerucht gaat dat het Koolmees niet lukt akkoord te krijgen van de Europese Commissie. De plannen zouden tegen concurrentieregels in kunnen gaan. Dat het woord ‘minimumtarief’ niet meer terugkomt in de begroting van het ministerie van SZW, is wellicht een stille aanwijzing. Daarbij is een minimuminhuurtarief makkelijker gezegd dan gedaan. Wat te doen met ‘stukloon’, wat zit er in dat tarief en wat niet (ambtenaren willen graag alleen een vergelijking op arbeidskosten, niet bedrijfskosten, maar dat is in de praktijk onhaalbaar) en waar is dat minimumtarief op gebaseerd? In een vraag van SP-kamerlid Bart van Kent over de onderbouwing verwees minister Koolmees naar bijlage 4 van het IBO/ZZP rapport. Maar in die bijlage staat toch echt geen onderbouwing waarom dat minimumtarief 15 tot 18 euro zou moeten zijn. Als dat minimumtarief wegvalt, valt een basisuitgangspunt van het hele plan weg. De linkse oppositie en het CDA, gaan mogelijk alleen schoorvoetend akkoord met de opt-out als er een duidelijke grens ligt aan de onderkant. Over de aard van de werkzaamheden zijn veel polderpartijen het eens: die is onwerkbaar. Dat element zou, ook als wisselgeld, wel eens kunnen verdwijnen. De webmodule is ook een gruwel voor velen. Alles boven het minimum een opt-out geven lijkt politiek niet haalbaar. Wie weet komt die optie er wel voor de echt korte opdrachten, dat zou het middengebied een stuk kleiner maken. Voor de webmodule moet ook nog ‘even’ het arbeidsrecht aangepast worden. Duidelijkere, explicietere en ruimere mogelijkheden voor samenwerking tussen opdrachtgevers en zelfstandigen, zonder dat die samenwerking gezien wordt als werkgever/werknemer-relatie. Sleutelrol oppositie Eerste Kamer 20 maart 2019 zijn er verkiezingen voor de Provinciale Staten. Na wat steeds meer een ‘midterm-verkiezing’ lijkt te gaan worden, komt er een nieuwe Eerst Kamer. En raakt Rutte III waarschijnlijk zijn meerderheid kwijt. Als Koolmees al vasthoudt aan deze plannen, dan is nog de vraag of hij die plannen ongeschonden door de Eerste Kamer krijgt. Bij het Pensioendossier speelt dat ook. De sociale partners komen daar niet uit. Dus is Koolmees nu in gesprek met SP, PvdA en GroenLinks om steun te wervenDe SP heeft vast aangekondigd dat ze best met de minister willen onderhandelen over het pensioendossier, maar dan ook over de verschillende zzp-dossiers. Zo dreigt de oplossing rond de wet DBA meegetrokken te worden in een groter spel van onderhandelingen. Het redelijk liberale uitgangspunt van Rutte III, zeker voor de bovenkant van de interim-markt, zou zo onder druk kunnen komen te staan. Doet ‘ie het of doet ‘ie het niet Minister Koolmees heeft de Kamer twee dingen belooft rond de Wet DBA: goed luisteren naar bezwaren van het werkveld, en voor eind oktober/begin november (nu dus) zijn plannen uitwerken in wat een ‘hoofdlijnenbrief’ heet. Een brief met concretere voorstellen, waar dan – voordat het vertaald wordt naar een wet – over gedebatteerd kan worden en waar belangenorganisaties en experts op kunnen reageren. Die brief zou er dus nu snel moeten zijn. 26 november is de behandeling van de begroting van het ministerie SZW in de Tweede Kamer. Kamerleden willen dit soort concrete plannen tijdig vooraf inzien. De vraag is wat minister Koolmees nu met de genoemde bezwaren doet. Zijn de ambtenaren uit de verschillende lastige puzzelstukken gekomen? In een eerder artikel over een groot overleg tussen de betrokken bewindslieden en belangenbehartigers (zie hier voor uitgebreid verslag daarvan ), beschreef ik drie opties waar de minister de afgelopen weken een knopen over moest doorhakken. Hoe hij dat heeft gedaan, zal nu snel duidelijk worden. Doorgaan of stopzetten “We proeven draagvlak voor de wensen van het kabinet (bescherming onderkant, vrijheid bovenkant, zekerheid vooraf), maar horen ook twijfels over de instrumenten hoe dat voor elkaar te krijgen”, stelde Martin Flier, directeur Arbeidsverhoudingen van het ministerie van SZW aan het begin van die bijeenkomst nog optimistisch. Maar de weerstand tegen een deel van die instrumenten is wel wat steviger dat Flier suggereert. De roep om toch eerst een debat over een toekomstig stelsel te voeren is groot. Ondertussen lijkt de grootste ongewenste pijn van het wet DBA, die voormalig staatssecretaris Wiebes ertoe bracht om de wet de facto in de ijskast te zetten, verdwenen. Dat zzp’ers nauwelijks meer aan opdrachten konden komen, lijkt verleden tijd. Dat bevestigden althans diverse vertegenwoordigers van brancheorganisaties van zzp’ers. Ondertussen wordt het op de departementen duidelijker dat wat aan de coalitietafel bedacht is, nog niet zo eenvoudig in de praktijk is om te zetten. “Hoe meer denkkracht we organiseren hoe complexer het wordt”, bekend staatssecretaris Snel. Arbeidsrechtspecialisten buitelen over elkaar met tegenstrijdige adviezen. De relatie met Europese wetgeving lijkt onderschat. “Criteria voor de webmodule vaststellen is ingewikkeld, maar ik ben nog niet zo ver om te concluderen dat het niet mogelijk is”, zo probeerde staatssecretaris Snel nog. Maar het is wel duidelijk dat het lastig is, inclusief de angst voor – na de BGL en Wet DBA – een derde zeperd. Het gebrek aan draagvlak kan Koolmees vertalen naar een bericht richting de Kamer dat toch een andere aanpak nodig is. De uitwerking wordt dan voor een volgend kabinet. “We gaan voor een nieuwe wet DBA voor 1-1-2020. Maar stap voor stap, eerst de hoofdlijnenbrief”, zo stelde Koolmees. Wat toch net iets minder stellig klinkt dan: ‘Er komt een nieuwe wet’. Het is lastig voor te stellen dat de minister de vervanging van de wet wil uitstellen, immers deze hangt ook samen met de Wet Arbeidsmarkt in Balans, maar daar wordt in de polder nu toch rekening mee gehouden. Stap voor stap Een alternatief voor uitstel is niet het gehele plan integraal invoeren, maar stap voor stap. Onderkant, bovenkant, middengroep. Met aparte accenten op tarief, duur en wel/niet reguliere arbeid. Met noodzakelijke aanpassing van arbeidsrecht. Een samenhangend pakket, ook in relatie met andere wetgeving als de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) en bijvoorbeeld de aanscherping van de payrollwetgeving. Dat is het mantra van Koolmees. Begin met dat deel van de markt waar de pijn het grootst in: de onderkant. Voer een minimumtarief in. En neem tijd voor de rest, stellen veel werkveldpartijen daartegenover. Van uitstel komt afstel, hoopt een deel. Het draagvlak voor het minimumtarief in de polder is vrij breed, zeker als het bedrag wat omhoog gaat. Ook de oppositiepartijen in de Kamer zijn daar wel voor. En dat is niet onbelangrijk, als de coalitie mogelijk straks een minderheid in de Eerste Kamer heeft. Al is het CDA misschien te bang dat ze dan nooit meer grip krijgen op de zzp-markt boven het minimumtarief. Doorzetten met paar kleine aanpassingen De laatste optie: de plannen doorzetten met een paar veranderingen. Maximale duur van een opdracht op twee jaar zetten. Het minimumtarief wat hoger. Het opt-out-tarief wat lager. De opt-out ook voor korte opdrachten. Het onderscheid tussen regulier en niet-regulier werk loslaten. Het zijn zomaar een paar ingebrachte voorstellen vanuit de polder die de basis van de kabinetsplannen niet aantasten. Ze verhogen wel de uitvoerbaarheid van de plannen, maken het complexe tussengebied (= de webmodule) kleiner en geven meer duidelijkheid vooraf. Is er politieke bereidheid om dit soort zaken uit het regeerakkoord aan te passen? Kunnen er mikadostokjes weggehaald worden, zodanig dat de rest in tact blijft, zo werd gevraagd? Ja, was het duidelijke antwoord van de bewindslieden. En niet onlogisch. Als het kabinet niet kiest voor intrekking van de plannen of een fasegewijze invoer, dan zal het iets moeten doen met alle opmerkingen en weerstand. Het is nog even afwachten waar de minister concreet mee komt. En dan zien hoe politiek en belangenpartijen daarop weer gaan reageren. We houden je hier op ZiPconomy natuurlijk uitvoerig op de hoogte. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags Koolmees, wet dba | 8s Reacties