Monthly Archives: juli 2016

HR Analytics bij Shell is veel meer dan alleen lijstjes opleveren

Bij een grote, wereldwijde organisatie als Shell, met zo’n 90.000 medewerkers, is het onderwerp HR Analytics al een tijd volwassen. Vooruitlopend op het HRTech World congres in Parijs op 25 & 26 oktober 2016 spreek ik met Esther Bongenaar en Vasilis Giagkoulas van het HR Analytics team. Ze zien veel analysemogelijkheden in het wereldwijde HR database van Shell.

Verrassende stap

Bongenaar heeft een achtergrond in toegepaste wiskunde en statistiek en werkt sinds 11 jaar bij Shell, waarvan de laatste 3 jaar als manager van het HR Analytics team. Giagkoulas heeft een achtergrond in engineering and econometrics en werkt sinds 1,5 jaar bij Shell in HR. Voor zowel Bongenaar als Giagkoulas was HR een verrassende stap die ze namen vanwege de grote analysemogelijkheden in het wereldwijde HR database en de achterstand van HR op het gebied van analytics. Het Analytics team doet zelf niets aan HR rapportages, die worden gemaakt door een offshore afdeling. De projecten waar aan gewerkt wordt zijn allen gericht op voorspellende HR analyses en dan bij voorkeur op vraagstukken vanuit de business. Zo heeft het Analytics team (7 mensen) net een onderzoek afgerond naar de impact van diversiteit op inclusiviteit (zie HR Strategie/Praktijk) en doen ze onderzoek naar bijvoorbeeld de ideale periode voor job rotation of time to autonomy – de tijd dat een nieuwe medewerker zelfstandig in de organisatie zijn weg kan vinden.

Wat is het belangrijkste doel van het nieuwe Analytics team?

‘Aan het begin van deze eeuw besloot Shell dat het nuttig zou zijn om alle HR gegevens, die tot dan toe grotendeels lokaal werden onderhouden, onder te brengen in een centrale HR database. Er is jarenlang veel tijd gestoken. In de techniek en data kwaliteit, in data privacy richtlijnen en vervolgens in het opstellen van management informatie op basis van die data. Sinds 3 jaar is een nieuw team met voornamelijk datawetenschappers aan het werk met als doel voor Shell aanbevelingen te doen over HR beleid en procedures. De focus ligt hierbij op employee performance wat uiteindelijk weer impact heeft op de business performance.’

HRTech_Paris_media_partner_banners_Paris_Zipconomy_820x100 (1)

Wat is er onderzocht op het gebied van de performance van flexwerkers?

‘Om de juiste analyses te kunnen maken is correcte data nodig. Voor flexwerkers bestaat zo’n data bron momenteel nog niet. Exacte cijfers over de omvang van de flexibele schil zijn niet voorhanden, hoewel er uit tijdregistratie en andere systemen wel basisgegevens beschikbaar zijn. Het probleem is dat er geen betrouwbare gegevens zijn die iets kunnen voorspellen over de motivators of performance van flexwerkers zelf. Die informatie is ten dele beschikbaar op het niveau van de contract managers die de inhuur managen. Op dit moment zijn er geen concrete plannen om met dit onderwerp aan de slag te gaan.’

HR technologie maakt veel mogelijk

Inspiratie voor nieuwe onderzoeken halen Bongenaar en Giagkoulas vanuit vele hoeken. Ten eerste vanuit Shell zelf, met vragen uit de business en vanuit het management, maar ook vanuit peer networks met andere wereldwijde organisaties en tot slot uit academische samenwerking. Door Europese privacy richtlijnen zijn de mogelijkheden hier een stuk beperkter dan in Amerika, toch blijven er genoeg onderzoeken over. Nieuwe technologie zoals voor persoonlijke netwerk analyses en workforce analytics kunnen goede inzichten opleveren. Ze houden de ontwikkelingen in HR technologie dan ook nauw in de gaten en zijn niet voor niets bij HRTech World aanwezig. Ze komen daar niet alleen kennis halen maar geven ook presentaties over het voorspellen van cyber security incidenten uit medewerkersgegevens in het Smart Data traject.

Benieuwd naar de presentatie van Esther en Vasilis bij HR Tech? Meld je dan nu aan met 20% korting via Zipconomy.

Met dank aan Esther Bongenaar en Vasilis Giagkoulas van Shell voor dit veelbelovende interview!

 

 

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor HR Analytics bij Shell is veel meer dan alleen lijstjes opleveren

Het ultieme overzicht voor een perfect Linkedin Profiel

Een Linkedin profiel lijkt onmisbaar voor de zelfstandige professionals. Al hoor ik ook wel weer de eerste zp’ers die hun profiel opdoeken vanwege te veel spam van recruiters die niet al te scherp kijken naar wat iemand echt wil en kan. In die zin blijft LinkedIn ook nog wel een platform voor mensen met een beetje overzichtelijk en voorspelbaar CV die op zoek zijn naar een vaste baan.

Maar goed, de luxe om van LinkedIn weg te blijven, dat zal lang niet elke zp’ers zich kunnen veroorloven.

Wat maakt nu dat je profiel ook goed is? Met een goed profiel stroomt heus je mailbox niet in eens vol met de juiste opdrachten, maar het effect van een matig samengesteld profiel wordt mijn inziens nog wel eens onderschat. Op internet zijn tal van tips en trucs hoe een perfect profiel te maken. Het Amerikaanse LeisureJobs zette al die tips in de onderstaande infografic.

Een handig overzicht:

LinkedIn-cheat-sheet

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , | 3s Reacties

Ga hosselen – Geld verdienen door ondernemend te leven

Je hebt geen baan nodig om rond te komen, niet eens een eigen bedrijf. Hosselen is de nieuwe trend: een hosselaar scharrelt zijn kostje bij elkaar met verschillende activiteiten die samen genoeg opleveren om van te leven. ‘Je hebt echt geen vaste baan nodig om gelukkig te zijn.’

Steeds meer mensen zijn niet meer afhankelijk van één inkomstenbron. Ze verhuren een kamer via Airbnb, geven hardlooptrainingen, hebben een bijbaantje in de winkel van een vriendin en verkopen tweedehands kleding met een webshop. Het gaat niet vanzelf, maar als je aan het eind van de maand rondkomt mag je jezelf op de borst kloppen: goed gedaan.

De hosselaar is streetwise: een ondernemend multi-talent dat kansen grijpt en risico’s spreidt. Geld verdienen is voor hem geen bittere noodzaak, maar een levenskunst waarvan hij geniet. Jeanine Schreurs is de ontdekker van de hosselaar, en ze ziet ze overal om zich heen opstaan. Schreurs: ‘Hosselen is van oorsprong een Surinaams woord, en het past zo goed bij wat steeds meer mensen doen: een kleine baan, een beetje verkopen, een beetje adviseren. Ik ken iemand die taarten bakt en verkoopt. Dat levert maar honderd euro op per week, maar in combinatie met alle andere klusjes die ze doet verdient ze voldoende.’

Way of life

Het zijn niet alleen zzp’ers die gaan hosselen, ook mensen met een traditionele baan kiezen ervoor. Ze gaan minder werken en meer ondernemen. En dat laatste is voor Schreurs, auteur van het boek Ga hosselen – Geld verdienen door ondernemend te leven, het sleutelwoord: ondernemen. Schreurs: ‘Maar deze mensen beginnen geen onderneming, ze wórden een onderneming. Voor hen is geld verdienen een way of life, eigenlijk net als voor de boer die vroeger met een gemengd bedrijf zijn kostje verdiende. Een bedrijfsmodel dat prima past in deze tijd.’

Er zijn enkele economische trends die hosselen heel aantrekkelijk maken. Zo is er steeds meer waardering voor vakmanschap, is delen het nieuwe hebben, maakt internet het leggen van contacten met klanten steeds makkelijker en worden lokale productie en dienstverlening steeds meer gewaardeerd.

En hosselen is bovenal leuk, vertelt Merel (38) in Ga hosselen. Ze heeft een kleine snoepwinkel en een bed and breakfast. Buiten het seizoen werkt ze twee dagen per week in een boekhandel. ‘Ik vind het geweldig als mensen blij worden van wat ik doe.’

Genoeg

Jeanine Schreurs ziet hosselen ook als een beweging tegen de het-kan-niet-op-cultuur van de afgelopen decennia. Hosselaars hoeven niet zonodig het grootste huis, de nieuwste auto en de nieuwste spijkerbroek. Ze beseffen dat dat vaak meer kost dan oplevert. Schreurs was eerder hoofdredacteur van het magazine Genoeg en volgt de opmars van simple living op de voet. Ze promoveerde enkele jaren geleden op een onderzoek naar zuinig en duurzaam leven.

In haar boek beschrijft Schreurs hoe je zelf kunt gaan hosselen, door te ontdekken wat je talenten zijn, wat je wil en door in te spelen op de nieuwe trends. Schreurs: ‘Ik ben zelf ook een hosselaar geworden, en ik kan het iedereen aanraden: je hebt echt geen vaste baan nodig om gelukkig te zijn.’

Ga hosselen – Geld verdienen door ondernemend te leven wordt uitgegeven door Uitgeverij Haystack en boek kost 18,50 euro.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Ga hosselen – Geld verdienen door ondernemend te leven

Aantal vacatures tweede kwartaal 2016 flink gestegen

Het aantal vacatures in het tweede kwartaal van 2016 is met 23,8% gestegen ten opzichte van hetzelfde kwartaal in 2015. Dat blijkt uit cijfers van Jobfeed, de Big Data tool voor vacatures van Textkernel. En er zijn meer stijgers én dalers.

Top 5

Medewerkers Klantenservice worden nog altijd het meest gevraagd met 8.446 vacatures. Ook accountmanagers hebben ruim keus, met 5.996 vacatures één plaats geklommen naar de tweede plek. Een flinke stijger is de Productiemedewerker (5.568). Vorig jaar nog op de negende plek, nu de vijfde. Daarmee is de Software Engineer uit de top 5 gevallen, nu op de 6e plaats.

Screen shot 2016-07-20 at 15.25.32
Bron: Jobfeed

Provincie Noord-Holland voor het eerst grootste werkverschaffer

De afgelopen jaren was Zuid-Holland steevast de grootste werkverschaffer maar die titel is nu voor Noord-Holland met een marktaandeel van 20,1%. De meeste werkgelegenheid is nog altijd in Amsterdam met 44.321 vacatures.

Screen shot 2016-07-20 at 16.48.18
Bron: Jobfeed

Grootste werkgevers en intermediairs

ING is in het tweede kwartaal de werkgever met de meeste fulltime vacatures. Rabobank stond vorig jaar nog op de eerste plek maar is gedaald naar de vierde plek. Unique is net als vorig jaar de grootste intermediair. Gevolgd door Randstad en Tempo Team.

Screen shot 2016-07-20 at 15.23.00
Bron: Jobfeed

Opvallende stijgers & dalers

De branche Gezondheidszorg/Welzijn stijgt flink, +3,2% ten opzichte van hetzelfde kwartaal vorig jaar. Een toename van 47,5% in vacatures. Dalers zijn er bij Financieel/Verzekeringen (-1,3%; verschuift van de zevende naar de negende plek), Handel (-1,1%), ICT (-1,0%) en Media/Communicatie (-1,0%). Handel is overigens nog altijd de grootste branche in Nederland.

Screen shot 2016-07-20 at 15.23.14
Bron: Jobfeed

Het aandeel parttime vacatures is weer gedaald: 32,2% van de vacatures is parttime, tegenover 33,1% vorig jaar. En het aantal vacatures voor lager opgeleiden zijn gestegen met 2,2% in vergelijking met het kwartaal vorig jaar.

Screen shot 2016-07-20 at 15.23.31
Bron: Jobfeed

 Jobfeed heeft in het tweede kwartaal van 2016 ruim 2,5 miljoen online vacatureplaatsingen ontdekt, geanalyseerd en gecategoriseerd. Voor dit rapport zijn de vacatures voor stages, bijbanen, vrijwilligerswerk, freelance en franchises weggelaten. Na ontdubbeling bleven 466.102 unieke vacatures over, waarop de analyses zijn uitgevoerd.

Lees het volledige Jobfeed rapport hier

Geplaatst in Professioneel inhuren, ZP en Politiek | Tags , , , | 1 Reactie

9 inzichten over de nieuwe aanbestedingsregels en het inhuren van personeel

Op 1 juli zijn nieuwe regels over het Europees aanbesteden ook doorgevoerd in de Nederlandse wetgeving. Nieuwe regels die met name impact hebben op het inhuren van extern personeel door overheden en andere organisaties die zich aan de Europese aanbestedingsregels moeten houden.

De uitzonderingsregel die voor inhuur van personeel bestond – de zogenoemde 2b diensten – is verdwenen. Dat heeft zeker ook impact om gebruik maken van het marktplaatsconcept.

Dat er nog veel vragen zijn over hoe deze aanscherping van de regels uitpakt voor overheden, werd wel duidelijk door de grote belangstelling voor een kennissessie georganiseerde door Nétive en StaffingMS afgelopen dinsdag. Samen met inkoopspecialisten en juristen gaven zij meer inzicht in wat er per 1 juli is veranderd voor organisaties. En dus voor zelfstandigen met interesse in opdrachten bij overheden.

De veranderingen

  1. Omdat opdrachten die op elkaar lijken bij elkaar opgeteld moeten worden, komt een overheid al snel aan het drempelbedrag van € 209.000 waar boven aanbesteedt moet worden.
  2. Wijkt een opdracht echt af, dat kan naar het bedrag van een opdracht gekeken worden. “Wanneer er afzonderlijke besluitvorming over een opdracht plaatsvindt, kan het gezien worden als een aparte opdracht”. Er kan dan – mits het onder het drempelbedrag blijft – gekozen worden voor een onderhandse aanbesteding. Mits dat natuurlijk past binnen de interne regels (waarbij de drempel vaak lager ligt).
  3. Niet alleen de aanbestedingsregels zijn veranderd, ook de Proportionaliteitsgidsis herzien. Neem als opdrachtgever dus ook die veranderingen mee.
  4. Bij opdrachten waarbij de kwaliteit van het personeel aanzienlijke invloed heeft op het niveau van de opdracht, is er nu meer ruimte om daar waarde aan toe te kennen in de beoordeling van de aanbesteding. Dus nog voor de selectiegesprekken.
  5. De veel gebruikte marktplaatsen vielen niet onder de Europese aanbestedingsregels. Dat is nu veranderd. Marktplaatsen zijn (of worden) veranderd in een Dynamisch Aankoop Systeem (DAS). Ogenschijnlijk hetzelfde, maar met een paar essentiële veranderingen (zie ook onderstaand webinar)
  6. In de ‘nieuwe marktplaats’ (DAS), moeten gunningen gepubliceerd worden. Afwijzingen moeten altijd gemotiveerd worden. Beiden vinden op de huidige marktplaatsen lang niet altijd plaats. Het hele proces moet elektronisch gaan. Een aanvullende plaatsing op Tenderned is niet nodig.
  7. De termijn waarbinnen gereageerd moet worden op een opdracht wordt verkort. Dat past meer bij de dynamiek van inhuur van personeel.
  8. “Technologie moet helpen bij een brede en efficiënte voorselectie. Eindselectie moet ‘warm gesprek’ blijven” zo stelde Paul Oldenburg van StaffingMS. Er was nog wel wat verschil van inzicht hoeveel ruimte opdrachtgevers hebben voor dat warme selectiegesprek. Maar wees daar niet té voorzichtig mee, stelden aanwezige deskundigen. Zonder ‘klikgesprek’ kan je uiteindelijk nooit een goede selectie maken.
  9. Voor het rechtmatig inhuren van personeel zijn drie grote smaken voor opdrachtgever. Afsluiten van raamovereenkomsten met een beperkt aantal leveranciers, werken met een MSP of via een DAS. De selectie van een leveranciers of MSP moet dan natuurlijk wel via een aanbesteding gebeuren.

De aanpassingen van de aanbestedingsregels moeten zorgen voor meer marktdynamiek, meer efficiency en meer tempo. Het vraagt van opdrachtgevers om duidelijke keuzes te maken. Een mooie aanleiding om het inhuren van personeel te bezien vanuit een strategisch kader. Of het voor zelfstandigen makkelijker wordt om mee te dingen naar overheidsopdrachten valt te bezien. Dat hangt uiteindelijk toch erg af van hoe opdrachtgevers omgaan met regels en tooling.

Meer weten?

  • Alle marktplaatsen met overheidsopdrachten plus jobboard met interim opdrachten en van niet-aanbestedingsplichtige organisatie zijn te vinden op de ZiPconomy marktplaatsen-kaart
  • De eerdere artikelen op ZiPconomy over de aanbestedingswet zijn hier te vinden
  • De slides van de verschillende presentaties van deze kennissessie zijn hier te vinden.
  • Netive en StaffingMS organiseren op 13 september een nieuwe bijeenkomst voor opdrachtgevers over deze veranderingen. Zie voor meer informatie daarover deze pagina
  • Het onderstaande webinar van Nétive geeft meer informatie over de overstap van een Marktplaats naar een DAS, waarmee voldaan wordt aan de nieuwe aanbestedingsregels.

Webinar DAS (Dynamisch AankoopSysteem) from Nétive VMS B.V. on Vimeo.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , , | Reacties uitgeschakeld voor 9 inzichten over de nieuwe aanbestedingsregels en het inhuren van personeel

Wat loont met de Wet DBA meer, een eenmanszaak of een BV?

Wordt het een eenmanszaak of BV? Wie een eigen onderneming begint moet kiezen voor een rechtsvorm. De invoering van de Wet Deregulering Arbeidsrelaties (DBA) heeft voor veel zelfstandigen de keuze weer doen opspelen. Niet altijd gemakkelijk, want juridische, fiscale, en ook zuiver commerciële factoren moeten tegen elkaar worden afgewogen. Over de belangrijkste verschillen, voordelen en nadelen van beide rechtsvormen.

Omslagpunt eenmanszaak naar BV

De meeste ondernemers beginnen vanuit een eenmanszaak. Wie succes heeft  en groeit stapt vaak over naar een BV. Het ligt dan ook voor de hand om daar een glijdende schaal tussen te plaatsen met een punt waarop de ene vorm de voorkeur krijgt boven de andere vanuit fiscaal oogpunt. Dit “fiscale omslagpunt” is het punt waarop de gemiddelde belastingdruk op je inkomsten lager wordt in een andere rechtsvorm dan in je huidige rechtsvorm. Het fiscale omslagpunt is vaak het eerste uitgangspunt om te bepalen of het verstandig is om over te stappen naar een andere rechtsvorm. Daarna wordt gekeken naar juridische en commerciële overwegingen. De fiscale regels in een notendop:

  • Voor wie een eenmanszaak heeft zijn alle inkomsten belast in box 1 volgens het schijventarief. Daarvoor gelden een aantal erg gunstige aftrekposten, maar die gelden vooral in de eerste drie jaar van de onderneming en onder een aantal belangrijke voorwaarden.
  • Als je vanuit een BV werkt ontvang je een vergoeding ofwel via loon ofwel via dividend. Voor beide vormen geldt een andere vorm van belastingheffing. De “dividendroute” wordt voor maximaal 42% belast, de “loonroute” voor maximaal 52%. Een ondernemer doet er dus verstandig aan om zijn loon zo laag mogelijk te houden en zijn winst, voor zover hij die niet wil aanwenden voor verdere ontwikkeling van zijn bedrijf, zoveel mogelijk aan zichzelf uit te keren als dividend. Het “loont” dus om zoveel mogelijk via de dividendroute uit te keren. De Fiscus weet dit uiteraard ook. Er zijn daarom regels opgesteld voor de minimale hoogte van het salaris dat je als DGA aan jezelf kunt uitkeren. Dit is afhankelijk van onder andere de financiële situatie van je BV en het soort werk dat de BV verricht.

Enerzijds is er dus de eenmanszaak met aantrekkelijke aftrekposten. Anderzijds is er de BV waaronder omstandigheden een behoorlijk gedeelte van de geldstroom kan worden uitgekeerd via de gunstige dividend route. Aan de hand van de uitkomst van die vergelijking kan het omslagpunt worden vastgesteld. Meestal ligt dit punt bij een jaarwinst van tussen de €100.000 en €150.000. Dit kan pas preciezer worden vastgesteld na een beoordeling van  specifieke omstandigheden.

Bijkomende kosten bij omzetten eenmanszaak

Met het oprichten van een BV komen er wel een aantal verplichtingen bij. Zo moet een BV jaarlijks een jaarrekening opmaken en deponeren bij de Kamer van Koophandel. Daarnaast ga je zelf in loondienst bij je eigen BV en moet je dus ook een loonadministratie voeren. De administratiekosten zijn daarom hoger dan bij een Eenmanszaak, waar die verplichting niet geldt. Daarnaast heeft een BV eenmalige oprichtingskosten bij de Notaris. Dit heeft een Eenmanszaak niet. Hier lees je wat er precies financiëel verandert als je de stap maakt van een Eenmanszaak naar een BV.

Wijze van omzetten eenmanszaak

Het omzetten van een Eenmanszaak naar een BV gaat altijd door het oprichten van een nieuwe BV en het overdragen van (onderdelen van) de Eenmanszaak naar de BV. Er zijn drie methodes om dat te doen, elk met zijn eigen voor- en nadelen.

De drie methodes zijn: de activa-passiva methode (eenvoudig en goedkoop), de ruisende inbreng (eenmanszaak met veel meerwaarde) en de geruisloze inbreng (onderneming binnen 3 jaar verkopen). Het is belangrijk om te weten welke methode het best is voor je onderneming, een juiste omzetting kan veel geld besparen.

Aandachtspunten na omzetting

Na omzetting van de Eenmanszaak naar de BV veranderen er een aantal punten. Het is slim om je op deze veranderingen voor te bereiden om onaangename verrassingen te voorkomen. Er veranderen namelijk enkele punten in de boekhouding en er komen aangiftes bij (aangifte loonbelasting en aangifte vennootschapsbelasting).

Als je een Eenmanszaak hebt omgezet via een ruisende omzetting, dan ontstaat er stakingswinst waarover je moet afrekenen met de fiscus. Als je de activiteiten van je Eenmanszaak of VoF hebt ingebracht in een BV, dan moet je een jaar na oprichting in de Aangifte Inkomstenbelasting opgave doen van de gestaakte eenmanszaak of VoF. De fiscus zal dan met een heffing over die stakingswinst komen. Lees meer tips over hoe je van start kunt gaan met een nieuwe BV structuur.

Overigens valt de Vennootschap onder Firma (VoF) ook onder de Eenmanszaak in dit artikel. De VoF is in wezen twee Eenmanszaken die tezamen een onderneming drijven.

Eenmanszaak versus BV na invoering van Wet DBA

De Wet DBA (Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties) heeft ingrijpende gevolgen voor de zzp’er die werkt vanuit een Eenmanszaak. Dit geldt trouwens ook voor de opdrachtgever die hem inhuurt. Als de Belastingdienst tot de conclusie komt dat er toch sprake is van een arbeidsverhouding tussen de zzp-er en de opdrachtgever, zal de betaalde vergoeding worden aangemerkt als loon waarover loonbelasting en werkgeverslasten afgedragen hadden moeten worden. Dit is een behoorlijk groot risico voor opdrachtgevers. Opdrachtgevers zullen daarom op hun beurt in hun opdrachten met zzp-ers gaan vastleggen dat ze dit soort “onvoorziene” kosten voor zover mogelijk op de opdrachtnemer kunnen verhalen.

Een zzp’er kan die risico’s beperken door vanuit een BV opdrachtovereenkomsten aan te gaan. De zzp’er gaat dan zelf in loondienst bij zijn/haar eigen BV. Die BV draagt dan voor de zzp’er loonbelasting en ZVW premies af. Daarmee is de opdrachtgever ook bij een herkwalificatie naar een arbeidsrelatie gevrijwaard van naheffingen voor achterstallige loonbelasting. Mits deze reeds door de opdrachtnemer zelf zijn afgedragen. Daarmee is de grootste angel uit de beoordeling van de arbeidsrelatie gehaald. Eventuele achterstallige werkgeverspremies blijven overigens nog wel een risico voor de opdrachtgever, zei het voor een lager bedrag en lagere corresponderende boete.

Het voordeel voor de zzp’er om te werken via een BV is dat het risico op correcties voor te weinig betaalde belasting nihil is. Alle belasting is immers afgedragen. Dit is niet het geval bij een eenmanszaak. Als een zzp’er wordt aangemerkt als schijn-zzp’er zal de Belastingdienst een correctie voor de onterecht genoten ondernemersaftrek, startersaftrek en MKB-winstvrijstellingen opleggen, te vermeerderen met een boete.

Tot slot: Intermediairs moeten bij de Wet DBA controleren of een zelfstandige ook echt een ondernemer is. Het hebben van een BV is daarvoor niet voldoende, maar zal zeker helpen om te laten zien dat je ook echt ondernemer bent

Rechtsvorm keuze test

Ben je er nog niet helemaal uit welke rechtsvorm je moet kiezen? Onze partner heeft een rechtsvorm keuzetest ontwikkeld die aan de hand van een aantal vragen direct een vrijblijvend advies op maat geeft.

(meer informatie over zelfstandig ondernemen en rechtsvormen vindt u in het nieuwe ZiPdossier ‘Rechtsvormen’)

Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags , , | 4s Reacties

De ZP’er komt eraan: Waarom organisaties nú al moeten nadenken over de nieuwe generatie professionals.

Samenwerken in tribes, flexibele inhuur als innovatiebron en opdrachtgevers raten via een platform. De arbeidsmarkt van in de toekomst lijkt in geen velden of wegen op de huidige. Technologische en sociale ontwikkelingen binnen de nieuwe economische vormen en nieuwe ambities van de millenial-generaties, dwingen organisaties om na te denken hoe ze toegang houden tot kunde en kennis. Dat geldt voor grote, maar vooral voor mkb-organisaties. Die moeten immers met minder middelen laten zien dat ze er zijn én dat ze aantrekkelijk zijn.

In dit rapport van ABN AMRO en FastFlex zoomen we in op hoogopgeleide professionals binnen de groep van zzp’ers. We noemen ze ‘zelfstandige professionals’, afgekort ‘zp’ers’.

Met de juiste zp’er profiteer je van flexibiliteit én haal je een bron van innovatie in huis.

Zp’ers nemen in aantallen sterk toe, net als de netwerkorganisaties die hun businessmodel toespitsen op deze professionals. De komende jaren zet deze beweging door. Naast deze relatief nieuwe organisatievorm, blijven de grote instituten gewoon bestaan. Misschien niet helemaal in de vorm zoals we die nu kennen, maar ze zullen zeker niet verdwijnen. De komende jaren krijgt vooral het traditionele mkb het lastig. Kleine en middelgrote bedrijven gaan zowel de concurrentiedruk voelen van de grote gevestigde organisaties als die van netwerkorganisaties en start-ups. Lukt het je als organisatie de juiste zp’er aan je te binden, dan profiteer je van flexibiliteit én haal je een bron van innovatie in huis.zzp'er

Dit rapport is deel vier uit een reeks van vijf van ABN AMRO en FastFlex. In de eerste twee rapporten stonden we stil bij de rol en toegevoegde waarde van de zp’er. De vorige editie was vooral op de toekomst gericht. In dit rapport trekken we die lijn door, bekijken we de laatste marktontwikkelingen en bespreken we de gevolgen daarvan. Naast marktontwikkelingen, trends en cijfers is ook het jaarlijkse zp-onderzoek van FastFlex een belangrijk onderdeel. Ruim 1.700 deelnemers zorgden dit jaar voor een interessante blik op de ontwikkelingen binnen flexibele staffing, ook wel ‘flex’ genoemd.

(U kunt het rapport hier downloaden). 

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor De ZP’er komt eraan: Waarom organisaties nú al moeten nadenken over de nieuwe generatie professionals.

De absorptieregeling, dé uitweg voor gedwongen, kleine, dienstverbanden voor zelfstandigen

De volbloed ondernemer met tal van opdrachtnemers en klanten, die door de Wet DBA ineens geconfronteerd wordt met één opdracht van een paar uurtjes per week, die ook nog eens alleen in loondienst gemaakt kunnen worden. Het is een van de ‘ongewenste’ effecten van de Wet DBA. De onbekende absorptieregeling van de Belastingdienst biedt hierin mogelijk uitkomst.

Wet DBA: ondernemerschap géén criterium voor zelfstandigheid

Een praktijkvoorbeeld: een fysiotherapeut met eigen praktijk, die (vaak uit nobele drijfveren) ook een paar uur les geeft op een HBO-instelling. Veel hogescholen werken met dergelijke zelfstandigen. Onder andere de Hogeschool Rotterdam dwingt ze nu en masse om in loondienst te gaan. En niet iedereen heeft daar zin in.

Een van de grote, onderbelichte, gevolgen van de Wet DBA is dat er in de modelovereenkomst geen enkele sprake is van een ‘ondernemerstoets’. In de VAR was er nog een integrale afweging tussen de relatie opdrachtnemer en opdrachtgever én het feit of een zelfstandige ook ondernemer voor de IB was.

Met de Wet DBA is dat gesplitst. Bij de beoordeling of er een arbeidsrelatie is tussen opdrachtgever en opdrachtnemer, wordt alleen gekeken naar arbeidsrechtelijke aspecten: loon, persoonlijke arbeid of gezag.

Het feit of iemand ondernemer is, is alleen nog maar relevant bij de aangifte. Dat is dus een ‘gesprek’ tussen de belastingdienst en de zelfstandige en daar heeft de opdrachtgever niets mee te maken (uitgezonderd intermediairs, die moeten wel beoordelen of iemand ondernemer is).

Omgekeerd: het simpele feit dat je overduidelijk ondernemer bent (zoals de fysiotherapeut) is onvoldoende argument om te zeggen dat er ook geen arbeidsrelatie kan zijn voor een bepaalde activiteit. Er wordt sec naar die activiteit gekeken. Daar wringt in sommige situaties de schoen.

(Overigens, voor de goede orde: de ondernemende zelfstandigen met veel verschillende klanten en opdrachten en zonder opdrachten waarover mogelijk twijfel over een dienstverband is, kunnen en moeten natuurlijk gewoon bij het standpunt blijven dat de Wet DBA niet voor hen van toepassing is!)

Fiscaal verschil valt op te lossen via absorptieregeling

Een klein dienstverbandje van een paar uur per week past niet in het denkkader van de ondernemer. Daarnaast lijken die uren ook fiscaal een stuk minder aantrekkelijk. Nu, dat kan meevallen.

Bij een loondienstverband is de opdrachtgever, excuus: werkgever, verplicht loonheffing in te houden. Tja, die betaal je – op een iets andere manier – als ondernemer ook. Eventueel te veel ingehouden loonheffing wordt verrekend bij je aangifte.

Om voor de zelfstandigenaftrek in aanmerking te komen moet een ondernemer 1.225 uur aan zijn eigen bedrijf besteden. Uren in loondienst tellen daarbij niet mee. Dat is natuurlijk niet prettig en hakt er financieel flink in.

Maar daar is een oplossing voor waarvan slechts weinigen weten: de absorptieregeling.

Ook wanneer je naast je ondernemer in loondienst werkt kan je die uren in loondienst mee laten tellen voor het urencriterium en dat loon zien als “winst uit onderneming”. Daarmee vervalt grotendeels het fiscale nadeel van zo’n klein dienstverbandje.

Het moet, volgens informatie van de Belastingdienst, dan wel gaan ‘om werkzaamheden in loondienst die nauw samenhangen met de werkzaamheden in de eigen onderneming’ èn die werkzaamheden loondienst moeten qua uren en inkomen ‘ondergeschikt zijn’ aan de activiteiten van de eigen onderneming.

Een paar uur lesgeven als fysio (in loondienst) naast de eigen praktijk, lijkt daar prima binnen te vallen.

Een ander motief van opdrachtgevers om zelfstandigen voor een paar uur in loondienst te nemen, kan natuurlijk zijn om ze zo in het cao-loonhuis te dwingen. Dan kan het een simpele (niet zelden kortzichtige) bezuinigingsoperatie worden waar geen fiscaal regeltje voor helpt.

Informatie over de absorptieregeling is vooralsnog onvindbaar op de website van de Belastingdienst.

Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags , , , | 9s Reacties

Scheef speelveld in de zorg door wet DBA

Op 1 mei 2016 is de wet DBA in werking getreden. Om te voorkomen dat dit leidt tot een scheef speelveld in de gezondheidszorg, waar tot voor kort succesvol gebruik gemaakt werd van zzp’ers, moeten ziekenhuizen een collectief standpunt innemen. 

Grijs speelveld

Kern van de wet DBA is dat zzp’ers vanaf 1 mei 2016 alleen ingezet mogen worden indien er geen enkele vorm van gezagsverhouding is met de opdrachtgever, of dat de betreffende zzp’er niet verplicht is om zelf de opdracht uit te voeren en zich vrij kan laten vervangen. Daarnaast wordt van de opdrachtgever nog verlangd dat gecontroleerd wordt of de zzp’er zich wel kwalificeert als ondernemer. Tot 1 mei 2016 bood de verklaring arbeidsrelatie (VAR) aan opdrachtgevers de zekerheid dat zij met een ondernemer van doen hadden, dat hij niet gezien zou worden als een werknemer en dat de opdrachtgever niet achteraf aangeslagen kon worden voor de afdracht van loonbelasting en premies. In de nieuwe situatie is deze zekerheid niet meer te krijgen, want de Belastingdienst heeft nog steeds geen eenduidig toetsingskader vastgesteld.

Wat er nu ligt, is een glijdende schaal die loopt van wit (alles in orde) via vijftig tinten grijs, naar zwart (de zzp’er is feitelijk een werknemer). De consequenties van de beoordeling van een situatie als wit of zwart, zijn fors. Betalingen aan de zzp’er worden gezien als een nettobetaling (48 procent) en bovendien kan de opdrachtgever een boete verwachten. Zo loopt het risico van het inzetten van een (1500 uur x 55 euro per uur voor bijvoorbeeld een OK-assistent) op tot circa 80.000 euro per jaar. Voor een gemiddeld ziekenhuis met 10 tot 15 zzp’ers is dit al snel meer dan 1 miljoen euro.

Modelovereenkomst

Volgens de Belastingdienst kan als alternatief voor de VAR gewerkt worden met een modelovereenkomst. Maar hierop wordt geen vrijwaring vooraf verleend. Het staat de belastinginspecteur vrij om op elk gewenst moment te controleren of feitelijk volgens de modelovereenkomst wordt gewerkt. Dat is op zich geen slechte gedachte. Maar stel dat men te maken heeft met een zzp’er met meer dan drie opdrachtgevers, die zijn eigen vaardigheden bijhoudt en ontwikkelt. Is dan het feit dat deze zzp’er zich moet houden aan bedrijfstijden, of apparatuur van het ziekenhuis gebruikt, of de regels van de Intensive Care moet respecteren, of moet luisteren naar de dienstdoende chirurg reden om deze zzp’er als medewerker te beschouwen? Of zijn het de feiten in combinatie met elkaar? Of twee van de vier feiten? De Belastingdienst laat niks los.

Vervolgens is er nog een interpretatieverschil over de zogenaamde transitieperiode. De Belastingdienst handhaaft tot 1 mei 2017 niet, maar kijkt achteraf wel terug tot 1 mei 2016. Hier ontstaat een gevaarlijke situatie: het ene ziekenhuis wil alle risico’s per 1 mei 2016 uitsluiten en stopt met het inzetten van zzp’ers op de IC en de OK, het andere ziekenhuis neemt de tijd tot 1 mei 2017 en wacht af of er tegen die tijd, meer duidelijkheid is. Het zal duidelijk zijn dat de risicomijdende ziekenhuizen hierdoor een tekort aan personeel krijgen, omdat zzp’ers elders aan de slag kunnen.

Collectief standpunt nodig

De brancheorganisatie voor intermediairs en bemiddelaars heeft geprobeerd middels een eigen modelovereenkomst de gewenste duidelijkheid te scheppen  onder welke exacte condities een zzp’er wel of niet ingezet mag worden. De Belastingdienst heeft deze overeenkomst vooralsnog niet goedgekeurd en het gevoel van urgentie om de dialoog tot een conclusie te brengen, lijkt tanende. Het is voor de zorginstellingen te hopen dat de belastingdienst dit gevoel van urgentie hervindt en op zo kort mogelijke termijn met BOVIB om de tafel gaat.

We pleiten ervoor dat de ziekenhuizen op dit dossier een collectief standpunt innemen. En dat dit standpunt met de belastingdienst wordt gedeeld. Desnoods moet dit leiden tot een lijst met functies die niet door zzp’ers ingevuld mogen worden, zodat alle partijen weten wat wel kan en wat niet kan.  En dat concurrentie op het vinden van goed personeel plaatsvindt op inhoud, kwaliteit en tarief en niet op interpretatieverschil van de regels.

Frank Kaptein en coauteurs Rob de Laat, Paul Oldenburg en Frederieke Schmidt Crans. Frank Kaptein is directeur van de inkoopcoöperatie voor de zorg Intrakoop. Frederieke Schmidt Crans is partner bij managed service provider Het Flexhuis. Rob de Laat is oprichter en eigenaar van  managed service provider Staffing MS en samen met Paul Oldenburg auteur van het boek Professioneel Inhuren van Flexibele Arbeid.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags | 2s Reacties

Verreweg meeste inhuuropdrachten overheid niet via een marktplaats

Eind april 2015 schreef ik samen met Gerd Heijmans van Tenderplace een artikel onder de kop ‘Aantal opdrachten op inhuurmarktplaatsen overheid in 2014 verdubbeld‘. Dat sloeg op de periode 2014-begin 2015. Toen waren er 101 verschillende inhuur-marktplaatsen. We zijn inmiddels anderhalf jaar verder. Hoog tijd voor een update dus.

Aantal marktplaatsen stabiel

Allereerst valt op dat het aantal marktplaatsen nauwelijks is gestegen in het afgelopen jaar. Er zijn er een paar gestopt en er zijn een paar bijgekomen. Onlangs begon het Ministerie van Veiligheid en Justitie met een nieuw Dynamisch Aankoopsysteem (DAS, zoals de marktplaatsen tegenwoordig officieel heten) voor de inhuur van ICT’ers. Deze DAS is nummer 106.

Wel zien we dat steeds meer grote overheidsorganisaties met een DAS werken (UWV, RWS, NS, Politie, Gemeenten Amsterdam en Utrecht, diverse Ministeries. Recent kondigde de gemeente Rotterdam aan dat ze beginnen met een marktconsultatie voor o.a. een DAS).

Voor een volledig overzicht van alle DAS’en zie hier of log in op www.tenderplace.nl voor een uitgebreider overzicht.

Het DAS

Wellicht dat de aangescherpte regelgeving in de vernieuwde Aanbestedingswet een rol bij speelt bij het uitblijven van verdere groei van het aantal DAS’en. De eisen die de wetgever stelt aan de organisatie rondom een DAS zijn op papier verzwaard ten gunste van leveranciers. Zo moet er meer transparantie, objectiviteit komen en moeten de aan de leveranciers gestelde eisen proportioneel zijn. En er mogen ook geen kosten in rekening worden gebracht bij leveranciers voor het gebruik van een DAS.

Wat er in de praktijk allemaal terecht komt van deze onlangs ingevoerde regels, moeten we nog wel afwachten. De nieuwe regels zijn vaak niet concreet uitgewerkt, zodat het in de praktijk weer wachten wordt op de interpretatie van de overheid of de Commissie van Aanbestedingsexperts (CvAe) en daarna op eventuele uitspraken van rechters. Hier komt bij dat aanbestedende diensten in de afgelopen jaren (te)veel vrijheid hebben gehad bij het beheren van hun marktplaats, zodat ik vrees dat het een tijd duurt voordat de overheid voldoende denkt aan de belangen van de leveranciers en de zzp’ers. Daarom heb ik 1,5 jaar geleden het Comité van Marktplaatsgebruikers opgericht dat zich samen met ABU en VNO NCW inzet om de belangen van leveranciers (bureaus en zzp’ers) te behartigen specifiek voor deze manier van aanbesteden.

Cijfers

Maar nu naar de cijfers: deze heeft Gerd Heijmans van Tenderplace verzameld en geanalyseerd per maand, per type opdrachtgever,  per provincie en per vakgebied: Over heel 2014 hebben we 2.911 opdrachten geteld. In 2015 zijn er 3.220 opdrachten gepubliceerd op marktplaatsen van de (semi-)overheid. Een stijging van 10%.

aantal opdrachten per maand
Figuur 1: grafiek van aantal gepubliceerde opdrachten per maand jaar 2015 Bron: www.tenderplace.nl

Het aantal gepubliceerde opdrachten over 2016 tot en met mei bedroeg 1.611 opdrachten. Over  dezelfde periode in voorgaande jaren waren er aanzienlijk minder opdrachten:

Aantal opdrachten zelfde periode voorgaande jaren:

  • Jaar 2015 Periode Januari t/m Mei, 1450 opdrachten
  • Jaar 2014 Periode Januari t/m Mei, 1032 opdrachten
  • Jaar 2013 Periode Januari t/m Mei,   630 opdrachten

Ten opzichte van 2015 is er in 2016 tot eind mei een stijging te zien van 11%.

Verdeeld over alle provincies levert dit het volgende plaatje op:

figuur 2: grafiek van gepubliceerde opdrachten verdeeld per type opdrachtgever. Bron: www.tenderplace.nl
figuur 2: grafiek van gepubliceerde opdrachten verdeeld per type opdrachtgever. Bron: www.tenderplace.nl

 

De meeste opdrachten op alle DAS’en vinden we dus in de Randstad.

De gemeenten namen iets meer dan de helft van alle aanvragen op een DAS voor hun rekening in 2015:

overzicht soorten inhuur opdrachten
figuur 3: grafiek van gepubliceerde opdrachten verdeeld per provincie Bron: www.tenderplace.nl

2015 verdeeld per vakgebied:

opdrachten per vakgebied
figuur 4: grafiek van gepubliceerde opdrachten verdeeld per vakgebied bron: www.tenderplace.nl

Marktplaatsopdrachten klein deel totale inhuur

Al met al is een stijgend aantal van 3.220 opdrachten in 2015 nog steeds een klein aandeel in de gehele inhuur bij de overheid.

Uit de losse pols 3 onderbouwingen voor deze stelling:

A         Stel 1 opdracht heeft een gemiddelde looptijd van 9 maanden, 23 dagen per maand, 32 uur per week tegen een tarief van € 70 gemiddeld. Dan kost 1 opdracht bijna € 88.000,- voor de opdrachtgever (BTW en vakantie/ziektes niet meegenomen). Bij 3.220 marktplaats-opdrachten in 2015 is dit een omzet van slechts € 283 miljoen, waarvan de 400 gemeenten in Nederland samen verantwoordelijk zijn voor 52% hiervan.

De totale flexmarkt in Nederland bedroeg in 2011 al ruim 32 miljard Euro  (Bron: Professioneel inhuren van flexibele arbeid 2013). Dit is inclusief alle vormen van flexwerk, dus uitzendwerk, payrolling, detachering en zzp’ers. Maar het segment zzp groeit het snelst en nam in 2011 al bijna de helft van de omvang van de flexibele schil voor haar rekening.

B         De gemeente Amsterdam, die ook een DAS heeft voor alle afdelingen, huurde over 2014 alleen al bijna € 280 mio in voor alle soorten flexwerk samen (Bron: Rekenkamer Amsterdam oktober 2015).

C         Volgens de Personeelsmonitor van het A+O-fonds Gemeenten over 2015 hebben gemeenten 15% van de loonsom voor hun personeelsbestand besteed aan externe inhuur. Maar in dit aantal zijn ook detacheringen, uitzendkrachten en payrollers meegenomen. Van deze 15% gaat liefst 76% naar ondersteuning van de bedrijfsvoering door uitzendkrachten, slechts 12% gaat naar ‘beleidsgevoelige’ inhuur en de overige 11% naar ‘beleidsondersteunende’ inhuur (bijv ICT en Juridisch). Deze 2 soorten inhuur zien we het meeste op een marktplaats/DAS.

Dus er wordt door de (semi-)overheid nog steeds maar heel weinig inhuur georganiseerd via een marktplaats/DAS. Het merendeel van de inhuur-opdrachten van de overheid gaat niet via een DAS. Hoe dan wel?

Ander manier van inhuur

Via mantelcontracten met preferred suppliers of via eigen onderhandse procedures. Of via directe inhuur van een zzp’er. Soms wordt de DAS gebruikt als laatste inhuurmiddel, als voorliggende voorzieningen zoals interne of regionale mobiliteit, preferred suppliers geen passende kandidaat hebben opgeleverd.

Een nieuwe weg om de inhuur bij de overheid te organiseren dient zich ook aan. De eerste Managed Service Provider (Solvus van USG) bij een overheidsorganisatie (gemeente Emmen) is vorig jaar gestart. Het hierboven al genoemde Rotterdam heeft ook aangekondigd op zoek te zijn naar een MSP. Met een MSP wordt een bedrijf ingehuurd om de hele inhuurketen uit te besteden namens de opdrachtgever van de inhuur-strategie tot aan de inhuuradministratie. Daarvan verwacht ik bij de overheid nog een flinke groei, ook door de onzekerheid die de wet DBA heeft gecreëerd voor opdrachtgevers. En juist overheidsopdrachtgevers zijn kwetsbaar in de media en bij de burger, als blijkt dat ze hun inhuurzaken niet goed hebben geregeld. De neiging om het dan uit te besteden aan een hierin gespecialiseerde externe partij lijkt logisch. Een DAS kan onderdeel zijn van de inhuurketen die een MSP organiseert, maar het kan natuurlijk ook zonder DAS. In dit eerdere artikel over de marktplaats van de gemeente Den Bosch viel dit ook al te lezen.

Ik blijf alle ontwikkelingen kritisch op de voet volgen, niet alleen de cijfermatige maar ook de beleidsmatige rondom alle Dynamische Aankoopsystemen (DAS) die momenteel overal worden ingericht.

Mark Bassie & Gerd Heijmans (Tenderplace)

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Verreweg meeste inhuuropdrachten overheid niet via een marktplaats