Maandelijkse archieven: juni 2016

Geduld Kamerleden omtrent Wet DBA raakt op.

Hij is nog maar twee maanden oud, maar de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (Wet DBA) gaat nu al voor het record ‘meeste gestelde Kamervragen over een nieuwe wet’. Zowel Steven van Weyenberg (D66) als Erik Ziengs (VVD) hebben weer een reeks nieuwe vragen toegevoegd aan een al lange reeks van vragen. Het zijn niet de minste vragen.

Ze maken duidelijk dat het geduld op begint te raken en de zorgen omtrent zowel de effecten als de uitvoerbaarheid van de wet onder Tweede Kamerleden toenemen. Het brengt Ziengs er zelfs toe de Staatssecretaris te vragen of het wel verstandig is om de Wet DBA “in de huidige vorm gehandhaafd moet worden”.

Mooi weer

De Staatssecretaris en zijn Belastingdienst spelen mooi weer. De regels zijn niet veranderd, opdrachtgevers dit al niet met schijnzelfstandigen werkten kunnen nog steeds zelfstandigen blijven inhuren, pluk simpelweg een modelovereenkomst van het web en klaar is kees.

De Belastingdienst loopt de benen uit het lijf naar verschillende voorlichtingsbijeenkomsten. Probleem is dat veel van die voorlichting op zelfstandigen is gericht. En die bepalen niet of opdrachtgevers nu wel of niet zelfstandigen blijven inhuren. Terecht vraagt Ziengs dan ook of de Belastingdienst voor 1 augustus een brief aan opdrachtgevers wil sturen.

Mist

Opdrachtgevers – en hun intermediairs – hebben onder de Wet DBA meer verantwoordelijkheid gekregen. Meer risico’s betekent al snel dat je als organisatie dat risico in beeld wil hebben. En zo veel mogelijk contractueel wil afdekken.  Om dat te doen hebben opdrachtgevers duidelijke kaders van de belastingdienst nodig. En daar wringt nu net de schoen.

“Hoe kan de Belastingdienst controleren of de modelovereenkomst wordt nageleefd, als de modelovereenkomst veel vrijheidsgraden kent? Hoe kunnen opdrachtgevers en opdrachtnemers vooraf zekerheid ontlenen aan een niet strikt geformuleerde modelovereenkomst, zoals de algemene modelovereenkomst geen werkgeversgezag?” zo vraagt Van Weyenberg zich af. Deze algemene modelovereenkomst is voor veel (zeker grote) opdrachtgevers en intermediairs veel te vrijblijvend. Maar duidelijk is ook dat hoe specifieker ingediende modelovereenkomsten zijn, hoe starder de Belastingdienst is in het goedkeuren daarvan. Brancheorganisatie Bovib beklaagt zich bijvoorbeeld over het feit dat de Belastingdienst hun overeenkomst te gedetailleerd vindt.

Neem het punt over de opdrachtduur. In een modelovereenkomst voor intermediairs staat dat een opdracht ‘niet langer dan gebruikelijk’ mag duren. Dat is onwerkbaar wanneer je wilt weten waar je aan toe bent. Maar de Belastingdienst weigert vooralsnog overeenkomsten, bijvoorbeeld van de Bovib, waarin die tijdsbepaling expliciet wordt gemaakt.

Het brengt Ziengs tot de terechte opmerking “wij ontvangen berichten van ondernemers die stellen dat de Belastingdienst een starre houding aanneemt en bewust of onbewust geen duidelijkheid verschaft uit angst voor precedenten”. Wiebes zal in zijn antwoorden wel stellen dat hij zich ‘niet herkent in dat beeld’.

Toch kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat de Belastingdienst bewust mist creëert. Om op manier zo veel mogelijk speelruimte te hebben bij latere controles. Of vanwege een onuitgesproken agenda om het aantal zelfstandigen zo veel mogelijk terug te dringen. Iedereen in loondienst is wel zo overzichtelijk en het scheelt een boel zelfstandigenaftrek.

De Belastingdienst ontmoedigt het gebruik van de ‘vrije vervanging’-optie, zeker bij hoger opgeleide professionals (‘is niet realistisch’). Maar het wil niet echt expliciet maken wat nu wel en geen gezag is (‘we moeten de omstandigheden altijd in zijn geheel bekijken’).

Ook krijgen we geen expliciete uitspraak over waar nu precies het risico ligt in de driehoek “opdrachtgever-intermediair-zelfstandige” bij de “tussenkomstvariant”. Dat terwijl heel veel opdrachtgevers juist met die intermediairs werken. Mei Li Vos (PvdA) werd met een kluitje in het riet gestuurd met antwoorden op haar Kamervragen over de vraag of intermediairs nu wel of niet het risico kunnen overnemen en ook eerdere antwoorden op vragen van Norbert Klein waren verre van helder.

Het is in het kader van die mist tot slot ook merkwaardig dat nieuwe, goedgekeurde modelovereenkomsten niet gepubliceerd worden op de website van de Belastingdienst, ondanks toezeggingen van Wiebes daarover in de Eerste Kamer.

Donkere wolken boven de markt

Een verdere onduidelijkheid is de manier en termijn van controleren. “Hoe kan de Belastingdienst drie, vier of vijf jaar na dato controleren of er sprake is geweest van niet nakomen van de modelovereenkomst? Kan het niet naleven van een modelovereenkomst in een bepaald jaar ertoe leiden dat er ook naheffingen worden opgelegd van eerdere jaren?” zo vraagt Van Weyenberg. Ook tamelijk wezenlijke vragen als je als goedwillende opdrachtgever wil weten waar je aan toe bent.

De vragen komen niet zo maar uit de lucht vallen. Al is er nog nog niet direct zicht op de gehele omvang, zichtbaar wordt wel dat opdrachtgevers terughoudender zijn met het inhuren van zelfstandigen. Vooral omdat voor hen onduidelijk is waar nu precies de risico’s liggen. Zo pakken dondere wolken zich boven de markt voor zelfstandigen.

Overheid als het zonnetje achter de wolken?

Overheid als het zonnetje achter de wolken?

Wat zou het fijn zijn wanneer de overheid, ook als grootste opdrachtgever van het land, zelf het voorbeeld geeft. Maak eens duidelijk met welke modelovereenkomst overheden zelf gaan werken. En welke interne beleidsregels gaat de overheid zelf hanteren om door te kunnen gaan met het inhuren van zelfstandigen? Komt er wel of geen vrije vervanging? Wel of geen inzet van zelfstandigen op tijdelijke functies? Welke instructies krijgen afdelingsmanagers zodat ze geen gezag uitoefenen op ingehuurde zelfstandigen? En welke risico’s worden wel en niet belegd bij intermediairs?

En als dat dan nog niet kan voor de hele overheid, dan kan de Belastingdienst misschien zelf aangeven hoe zij doorgaat met de ongeveer 100 zzp’ers die ze rechtstreeks inhuren en een veelvoud daarvan dat via bureaus wordt ingehuurd.

Een dergelijk voorbeeldgedrag zou veel duidelijk maken voor andere opdrachtgevers.

Blikseminslag bij  de Belastingdienst

Hoeveel modelovereenkomsten zijn er eigenlijk in behandeling vraagt Van Weyenberg zich bezorgd af. Een stuk of 2.000 hoor ik uit de markt. Inclusief het feit dat die overeenkomsten afgehandeld worden door een ingehuurd team van experts omdat men het werk niet aan kan (sic).

Al die modelovereenkomsten die getoetst moeten worden, als die overeenkomsten ook nog langs een expertcommissie moeten.  500.000 zzp’ers met duizenden verschillende overeenkomsten gaan controleren. Tegen elke uitspraak wordt straks bezwaar gemaakt bij rechters die elke zaak apart moeten toetsen met een gebrek aan heldere kaders. Het werkt als zand in de moter van de Belastingdienst die zo hopeloos vastloopt.

Zo slaat het gebrek aan regie over het implementatiesproces van de Wet DBA straks als een bliksem in.

Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags | 10s Reacties

Een kwart van de zzp’ers start noodgedwongen

Bijna een kwart van de zzp’ers is noodgedwongen gestart als zelfstandige. Dat is één van de conclusies uit een nieuw landelijk onderzoek van de Landelijke zzpenquete.nl.

In het onderzoek werden de respondenten onder andere gevraagd naar hun motivatie om als zzp’er te starten. Bijna 25% van de respondenten geeft aan uit nood gestart te zijn, bijvoorbeeld door ontslag bij een werkgever. Deze cijfers komen overeen uit eerder onderzoek, zie bijvoorbeeld het onderzoek uit 2012 van Werner Liebregts.
40a28a83fe96f51a2d7c792dc40d3c66 (1)

Een hogere leeftijd, bezuinigingen op het werk, faillissement, ontslag en weinig kansen op de arbeidsmarkt zijn enkele voorbeelden van open antwoorden die in het onderzoek genoemd worden als ‘noodgedwongen’ redenen om zelfstandig te starten. Andere redenen om een eigen onderneming te starten, zijn volgens het onderzoek onder andere zelfstandigheid en vrijheid (70%) uitdaging (36%) en graag eigen baas willen zijn (41%). De meeste respondenten van het onderzoek (38%) zijn zelfstandig werkzaam in de zakelijke dienstverlening.

Uit het onderzoek blijkt verder dat een groot deel van de ondervraagden meer begeleiding (gehad) zou willen hebben van ervaren ondernemers bij het starten van hun onderneming. Vooral op het gebied van klantenwerving (45%), boekhouding/administratie (42%) en verzekeringen (27,82%) is er behoefte aan begeleiding (meerdere antwoorden mogelijk).

7763d694f9cd8aa7e900f347772ab630

Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van De Landelijke zzpenquete.nl, dat trends in de zzp-markt onderzoekt en behoeftes en ontwikkelingen inzichtelijk maakt. De resultaten zijn tot stand gekomen door middel van een representatieve steekproef van ruim 500 zzp’ers. De Landelijke ZZP Enquête is een initiatief van ikwordzzper.nl, een platform dat startende en oriënterende zzp’ers op weg helpt.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | 3s Reacties

Samenwerkende zzp-juristen winnen aanbesteding Ministerie Binnenlandse Zaken

Het Netwerk van Ondernemende Juristen, een samenwerkingsverband van 18 juridische zzp’ers, hebben een Europese aanbesteding gewonnen. Het netwerk krijgt een raamcontract met de Nederlandse Staat en zijn zo de komende jaren preferred supplier van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. De zzp’ers hebben de aanbesteding naar eigen zeggen gewonnen “door niet op de laagste prijs, maar op de hoogste kwaliteit in te zetten”.

Dat een dergelijk zzp-collectief een aanbesteding bij de landelijke overheid wint is zeldzaam, maar niet geheel uniek. In 2012 gebeurde hetzelfde bij een aanbesteding bij het ministerie van EZ (ook juristen) en vorig jaar ging een aanbesteding van de Rijksoverheid voor arbeidsmarktspecialisten ook naar zelfstandigen. Toch blijven dit uitzonderingen. De deur is bij overheden voor zzp’ers vaak dicht (althans om rechtstreeks een contract binnen te krijgen). Ook bij de mini-aanbestedingen via  marktplaatsen gaat zelden een opdracht rechtstreeks naar een zelfstandige. Mogelijk dat de nieuwe aanbestedingswet het voor zelfstandigen makkelijker gaat maken.

Kwaliteit wint

Dat het Ministerie van BZK nu dit netwerk van zzp-juristen heeft uitgekozen in de aanbesteding kwam volgens de winnende juristen zelf omdat het voorstel dat ze indienden een van de meest ‘economisch meest voordelige inschrijvingen’ was. Wat zoveel betekent als: de offerte die de meeste toegevoegde waarde biedt in verhouding tot de prijs. In de beoordeling op het element kwaliteit eindigde hun inschrijving zelfs op een gedeelde 1e plaats. Hoger dan vrijwel alle gevestigde partijen.

De zzp-juristen behoren nu samen tot de selecte groep ondernemingen die de komende jaren juridische ondersteuning gaan bieden aan het Expertisecentrum Organisatie en Personeel, de shared service organisatie van de Rijksoverheid die vrijwel alle ministeries adviseert bij arbeidsjuridische zaken en reorganisaties.

‘Het gewonnen raamcontract biedt de betrokken zelfstandige professionals hun eigen voorrangspositie bij toekomstige opdrachten vanuit het Rijk. En daar was het om te doen’, aldus Marijn Rooymans die vanuit het Netwerk van Ondernemende Juristen de inschrijving op de aanbesteding verzorgde. Rooymans vertelt verder: ‘Dit zijn allemaal ervaren vakspecialisten die in hun dienstverlening aan overheden vaak noodgedwongen werken via bureaus. Dat doen ze met plezier, maar wat hen in toenemende mate stoort is dat het vaak meer om tarief dan om kwaliteit lijkt te gaan. Met dit klinkende resultaat tonen ze aan dat je met een op kwaliteit gebaseerde strategie mooie grote klanten aan je kunt binden.’

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , | Laat een reactie achter

Goed opdrachtnemerschap: “Kom tot de essentie van de opdracht en voer die met gevoel uit”

Wat is goed opdrachtnemerschap? Wat is goed opdrachtgeverschap? Een succesvolle interim opdracht staat en valt natuurlijk bij een goede relatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Niet dat ze het elkaar (te) gemakkelijk moeten maken. Integendeel. Een goed interim manager weet te werken op het snijvlak van de kritische buitenstaander en de betrokken businesspartner van zijn/haar opdrachtgever. 

In navolging van het ZiPconomy onderzoek naar goed opdrachtgeverschap een serie korte interviews met interim-managers.  Centraal daarin: wat verwacht je als interim-manager van je opdrachtgever om je opdracht succesvol te kunnen uitvoeren. En – bovenal – wat doe jij zelf om er voor te zorgen dat je van de opdrachtgever krijgt wat je nodig hebt. Of te wel:  wat is voor jouw goed opdrachtnemerschap?  

In deze aflevering aan het woord:  Raymond Hollander

hollander

Wat is voor jou goed opdrachtgeverschap, wat is goed opdrachtnemerschap? 

Goede opdrachtgevers weten wat ze willen en welke rol ze daarin zelf hebben. Goede opdrachtnemers nemen verantwoordelijkheid, tonen resultaten en weten wat hun opdrachtgever beweegt.

Welke factoren zijn voor jou bepalend om tot een goede interim opdracht te komen?

Voldoende tijd nemen en samen met de opdrachtgever tot een duidelijke en haalbare opdracht komen.

Een goede relatie met je opdrachtgever is essentieel. Toch moet je hem/haar ook scherp houden en met een been buiten de organisatie staan. Eens? En hoe doe jij dat?

Helemaal mee eens! Ik blijf altijd bij mijn eigen normen en waarden en maak zaken bespreekbaar. Essentieel daarbij is dat je sensitief moet zijn voor de problemen van je opdrachtgever en mee beweeg waar nodig.

Een tevreden opdrachtgever of een geslaagde opdracht. Heeft daar wel eens spanning tussen gezeten bij je en hoe ging je daar mee om.

Opdrachten zijn alleen als de opdrachtgever daarvan tevreden is. Als dat niet haalbaar zou zijn, dan kies ik ervoor een ‘opdracht terug te geven’.

Samenvattend: wat is voor jou de kern van goed opdrachtnemerschap?

Neem voldoende tijd om tot de essentie van een opdracht te komen en voer die uit met gevoel. Geen goede intenties, maar zichtbare resultaten!

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , , | Laat een reactie achter

“Wat ze in het Binnenhof ook bedenken, de arbeidsmarkt draait gewoon door.”

“Wat ze ook op het Binnenhof bedenken, de arbeidsmarkt draait gewoon door”, zo opende Professor Leo Witvliet afgelopen week rondetafelgesprekken met de titel De Arbeidsmarkt Draait Door. Een drietal gesprekken met politiek, juristen, HR- en inkoopdirecteuren en zzp’ers, georganiseerd door de bureaus InQuest en Doxa.

Het zorgde voor een levendig debat, met de nodige afstand tussen wenselijk beleid en de weerbarstige praktijk.

“Veel zzp’ers kunnen niet voor eigen werk- en inkomenszekerheid zorgen”

Leo Witvliet, hoogleraar Interim Management aan Nyenrode Business Universiteit, heeft zich de afgelopen jaren vooral beziggehouden met de vraag ‘Hoe moeten zelfstandig professionals zich vandaag de dag ontwikkelen om in de toekomst actief te blijven in de arbeidsmarkt’. Uit een groot onderzoek onder Amsterdamse zelfstandigen kwam hij tot de veel besproken conclusie dat ‘het merendeel (80%) van de zzp’ers geen werkzekerheid en inkomenszekerheid voor zichzelf kan organiseren’. Deze zzp’ers zijn afhankelijk van bemiddelingsbureaus of samenwerkingsverbanden, leven rond het bestaansminimum of zijn afhankelijk van inkomenssteun van de overheid.  Met andere woorden: slechts 20% van de zzp’ers is ook écht zelfstandig ondernemer.  En zo’n 4 op de 10 zzp’ers zou beter af zijn wanneer ze in loondienst zouden zijn.”

Witvliet vindt daarom dat de structuur van de (flexibele) arbeidsmarkt moet worden herontworpen om de arbeidsmarkt het beste tot zijn recht te laten komen. Hierbij moet de marktwerking, dus de bewegingen en trends in de arbeidsmarkt zelf (de praktijk), bepalen hoe de arbeidsmarkt door de politiek moet worden ingericht. Waarbij het er om gaat zowel inkomenszekerheid als werk- en baanzekerheid te creëren voor zzp’ers.

De overheid moet volgens Witvliet de infrastructuur zo inrichten dat er sprake is van een collectief sociaal basis zekerheidsstelsel. Het overige arbeidsbeleid kan vervolgens op het individu worden afgestemd. Alleen een dergelijke vangnet dat ervoor zorgt dat mensen niet tot ‘de bodem kunnen zakken’ houdt volgens hem de arbeidsmarkt flexibel en in beweging.

Nieuwe wetgeving, ongewenst effecten

Het huidige kabinet heeft niet stil gezeten als het gaat om nieuwe wetgeving. De Wet Werk en Zekerheid en de Wet DBA, die de VAR vervangt moet ‘vast wat minder vast’ maken en ‘flex wat minder flex’. Grote vraag is alleen of deze ingrepen het gewenste effect hebben. Nu daar waren de aanwezige specialisten, zowel juristen als HR en inkoopmanagers tamelijk unaniem over: niet echt.

De WWZ is de meest ingrijpende verandering van in het arbeidsrecht sinds de Tweede Wereldoorlog maar lijkt volgens de aanwezige juristen té gehaast te zijn ingevoerd. Voorspelde ongewenste effecten zijn inderdaad uitgekomen. De Wet DBA lijkt niet alleen schijnzelfstandigheid aan de onderkant van de arbeidsmarkt aan te pakken, maar zorgt voor onduidelijkheden en onzekerheid in de hele markt voor zelfstandigen.

De deelnemende HR en inkoopmanagers maken duidelijk dat er bij hun organisaties een constante zoektocht is naar de meest kwalitatieve medewerkers voor een beschikbare functie. De nieuwe wetgeving maakt dat er nog niet gemakkelijker op.

Herontwerp

Tweede Kamerlid Mei Li Vos (PvdA), aangeschoven om vanuit de politiek te reageren, kent de kritiek op zowel de WWZ als de Wet DBA. Aan de WWZ wordt momenteel gesleuteld om de grootste knelpunten op te lossen. Omtrent de Wet DBA roept Vos opdrachtgevers op niet in een kramp te schieten. Wanneer je echt niet werkt met schijnzelfstandigen dat is er nog net zo veel mogelijk als vóór de Wet DBA. Mei Li Vos: “Gebruik het transitiejaar van de Wet DBA om goed te onderzoeken wat kan en wat niet. Er wordt toch niet gecontroleerd!”

Mei Li Vos maakte ook duidelijk dat van het huidige kabinet geen nieuwe wijzigingen te verwachten valt. Dat is aan een nieuw kabinet. Vos is zelf voorstander van een collectief sociaal stelsel waarin risico’s verzekerd zijn voor zaken waar je zelf geen invloed op hebt. Voor iedereen, dus ook voor flexibele medewerkers en zelfstandigen. En dat is volgens haar alleen betaalbaar als dat een collectief systeem wordt, waaraan alle werkenden meedoen.  Ook Witvliet onderstreept de noodzaak van een dergelijk collectief basis systeem.

Margreet Drijvers (Bestuurslid Platform Zelfstandig Ondernemers) mist in het huidige systeem individuele prikkels die de eigen verantwoordelijkheid aanwakkeren. Om van alle zzp’ers een derde (fiscale) groep maken voelt ze ook niets. Daarvoor zijn de verschillen tussen alle zzp’ers veel te groot. Witvliet vult aan dat de fiscus moet individualiseren en het collectief behandelen los moet laten. Hulpbehoevende zzp’ers dien je namelijk anders te behandelen dan de meer ondernemende zzp’ers.

Conclusies

Geef de arbeidsmarkt de ruimte om te ontwikkelen, voor zowel vaste medewerkers als ondernemers (zzp’ers). Ondersteun de praktijkontwikkeling vanuit de politiek en stuur daar bij waar politiek gezien nodig, vanuit maatwerk, bij om de nadelige effecten te vermijden.

“Huidige regelgeving is veel te weinig ingericht om de gewenste netwerkeconomie te ondersteunen” zo sloot Witvliet af.  Dat moet dus veranderen, waarbij Witvliet stelt dat alle onderliggende wet- en regelgeving te veel met elkaar verweven is om te komen tot één groot ontwerp. Dat moet stapsgewijs. Volgens Witvliet is er overigens veel overeenstemming over wat nodig is. “Er zijn alleen nog veel aarzelingen bij instituties uit de polder.”

Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags , | 7s Reacties

Tegenspraak. Herkennen, stoppen en geven. Inzichten en tips voor interim managers.

 

Het rijtje voorbeelden is bekend: Volkswagen, Imtech, Vestia, ROC Leiden. En u weet er vast nog wel een paar uit eigen ervaring. Organisaties met een krachtige bestuurders, waar het uiteindelijk mis gaat. Niet omdat eigen medewerkers niet op de hoogte waren van problemen, maar omdat verantwoordelijke bestuurders geen tegenspraak willen horen. Of tegenspraak actief hebben uitgeschakeld.

Hoe dit proces verloopt, en vooral ook hoe je er voor kan zorgen dat er een gezonde mate van tegenspraak is, legt auteur en journalist Peter van Lonkhuyzen uit in zijn boek Tegenspraak. Hoe je beter wordt van dwarsliggers.  Een boek als spiegel voor bestuurders, maar zeker ook nuttig voor wie tegenspraak onderdeel is (of zou moeten zijn) van zijn/haar vak: de interim-manager.

Herkennen

Aan de hand van bekende en onbekende bestuurlijke missers verkent Van Lonkhuyzen de mate van openheid binnen bedrijven en overheidsorganisaties. Op basis van die casuïstiek beschrijft hij een aantal generieke valkuilen. Intelligentie, status, tunnelvisie, cultuur. Met steeds een voldoende onderbouwing vanuit de theorie. Inzichten die nuttig zijn om te herkennen wanneer er te weinig tegenspraak is of kan zijn.

Stoppen

Het lezen wat er misgaat, dat gaat er in als zoete koek. Hoe het anders moet, is lastiger. Toch ligt daar de nadruk in het boek.

Tegenspraak is een vaardigheid die volgens van Lonkhuyzen aangeleerd kan worden. Het begint, zoals met zoveel zaken, bij het erkennen van het belang van tegenspraak. Hij pleit ook voor een vaste vorm en tijd voor tegenspraak . Zo is het heel effectief om tegenspraak een herkenbare vorm te geven, bijvoorbeeld met periodieke bijeenkomsten of een blog waar op kan worden gereageerd. Investeer bijvoorbeeld ook in training: ‘Tegenspraak ontvangen is niet altijd makkelijk. Aan de andere kant kan tegenspraak geven ook lastig zijn.’ Met het leren geven en ontvangen van tegenspraak wordt het ook gelijk meer vanzelfsprekend.

Meepraten en meebeslissen

De roep om tegenspraak wordt steeds urgenter, zegt Van Lonkhuyzen. Niet alleen omdat fouten en schandalen veel persoonlijke en maatschappelijke ergernis opwekken, maar ook omdat werknemers niet anders verwachten. Van Lonkhuyzen: ‘Een nieuwe generatie werknemers is opgegroeid in een open samenleving. Veel werknemers zijn gewend dat ze kunnen meepraten en meebeslissen over de invulling van hun werk. Als dat niet kan, zoeken ze wel een andere werkgever. Maar organisaties hebben deze jonge werknemers – de digital natives – hard nodig.’

Tegenspraak geven

Voor interim-managers is het geven van tegenspraak onderdeel van hun vak. Of althans, zo zou het moeten zijn. ‘De belangen behartigen van de klant in plaats van die van de opdrachtgever onderscheidt de onafhankelijke professional van zijn minder integere vakgenoten’, zo schreef Herbert Prins ooit in een blog over goed opdrachtnemerschap. Tegenspraak geven hoort daarbij. Of de directe opdrachtgever daar nu op zit te wachten of niet.

Het boek van Van Lonkhuyzen is daarom nuttig voor interim-managers om meer inzicht te krijgen waarom het bij opdrachtgevers en hun organisaties schort aan tegenspraak. Daarbij geeft hij – tot slot – ook een aantal tips hoe tegenspraak te geven, zonder dat je de relatie met je opdrachtgever gelijk op het spel zet:

1. Herken de spanning
2. Wacht niet
3. Houd het bij de ontvanger
4. Timing
5. Doseren
6. Beschrijf en wees specifiek
7. Wijs op de gevolgen
8. Nuanceer
9. Heb oog voor de oplossing

Het boek Tegenspraak, Hoe je beter wordt van dwarsliggers kost € 19,95.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , | Laat een reactie achter