Monthly Archives: november 2015

Eén jaar Bovib: “We hebben onze plek veroverd in de polder van de flexmarkt”

Bovib, de brancheorganisatie van intermediairs en brokers, bestaat één jaar. Een jaar waar ze door de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (Wet DBA) met haar neus in de boter. Voorzitter Rob de Laat kijkt terug en vooruit.  “De krachtenbundeling van onafhankelijke inhuurintermediairs kwam precies op tijd. Afgelopen jaar is de flexmarkt echt op de schop gegaan door nieuwe wet- en regelgeving. Bovib heeft zijn plek veroverd in de polder van de flexmarkt.”

Bovib voorzitter Rob de Laat
Bovib voorzitter Rob de Laat

 

Bovib staat voor een betere vertegenwoordiging van onafhankelijke en zich kwalitatief  onderscheidende inhuurintermediairs. De brancheorganisatie startte vorig jaar en heeft nu 22 leden, waaronder veel van de grootste intermediairs, MSP’s en brokers van Nederland. Partijen die een grote rol spelen bij de inhuur van met name nichespelers binnen organisaties. Ze hebben vaak een dienstverlening die afwijkt van de traditionele bemiddelaars en uitzenders. Reden te meer om een eigen geluid te ontwikkelen in het krachtenveld van flex, regelgeving en politiek. Een gesprek met Bovib voorzitter Rob de Laat.

Met name de rol die intermediairs spelen bij de inhuur van zzp’ers door grote inleners werd niet gezien.

Een van jullie doelstellingen is het “continu werken aan verbetering van de kwaliteit van dienstverlening”. Op welke manier doet Bovib dat? 

“We geven hier onder andere invulling aan door een keurmerk te ontwikkelen voor de intermediaire rol. Samen met andere brancheorganisaties kijken we naar de inrichting hiervan, maar nemen daarbij wel het voortouw. Voor de branche is het van belang dat onze dienstverlening gebaseerd is op heldere en toetsbare criteria. Zeg maar zoals SNA werkt voor de uitzendbranche.

Het afgelopen jaar is Bovib vooral bezig geweest met de Wet DBA. Op het laatste moment hebben jullie het, met anderen, voor elkaar gekregen dat er meer tijd komt voor de invoering van de wet en dat intermediairs toch ook van de Wet DBA gebruik kunnen maken. Hoe hebben jullie dat voor elkaar gekregen?

“Anders dan bij de BGL (Beschikking geen loonheffing red.), ging de wet DBA soepel door de Tweede kamer. Men was zich daar onvoldoende bewust van de impact op het zzp-landschap. Met name de rol die intermediairs spelen bij de inhuur van zzp’ers door grote inleners werd niet gezien. De zzp-belangenorganisaties waren voor het merendeel gericht op het in stand houden van de zelfstandigenaftrek. Het was dus zaak om ook de zzp-belangenorganisaties te overtuigen van de meerwaarde van de rol van de intermediair. Daarnaast hebben we samen met o.a. NBBU lobby gevoerd richting de Eerste kamer. Hierbij hebben we duidelijk gemaakt dat de afschaffing van de VAR zou leiden tot het verlies van minimaal 150.000 zzp-opdrachten. Als Bovib zijn we uitgenodigd door de Belastingdienst om input te leveren voor de toetsingscriteria van de modelovereenkomsten.”

In onze ogen kan het allemaal veel simpeler.

Morgen vergadert de Eerste Kamer weer over de Wet DBA. Ze lijke nog steeds niet overtuigd dat deze er moet komen. Ben jij  tevreden met hoe de Wet DBA er nu uitziet?

“De Wet DBA blijft een gedrocht. Gelukkig is op het laatste moment ruimte gemaakt voor zzp-inzet met tussenkomst door een intermediair. Hoe dan ook zullen veel opdrachten niet voldoen aan de nieuwe wet. Omdat ze te lang lopen, de afhankelijkheid van de opdracht te groot is, etc. Nu al worden zzp’ers door bureaus in dienst genomen voor de duur van de opdracht.

De wet DBA lost een niet bestaand probleem op. Er is meer behoefte aan een goede wettelijke definitie van het begrip zzp. De Wet zorgt niet alleen voor het verdwijnen van opdrachten maar ook voor een fors hogere administratieve last rondom de inzet van zzp’ers. Ook dat zal een reden zijn voor opdrachtgevers om minder van zelfstandigen gebruik te maken.

In onze ogen kan het allemaal veel simpeler. Het is goed om scherp te zijn op situaties waarin uitbuiting en misbruik kunnen voorkomen. Beperk echter het verscherpt toezicht zoals dat nu ontstaat tot dat deel van de flexibele arbeidsmarkt. Het is bijvoorbeeld prima om de Wet DBA toe te passen tot een tarief van 20 euro, maar daarboven moet je alles vrijlaten.”

We staan als Bovib voor kwaliteit, transparantie en integriteit.

Wat staat er voor het komend jaar op jullie agenda?  Waar gaan jullie je nu op richten?

“Volgend jaar zijn we toch nog wel even bezig met de VAR-problematiek. Tegelijkertijd moeten we in het eerste halfjaar komen tot een onafhankelijk keurmerk.”

Het initiatief om tot de Bovib te komen lag bij het faillissement van een branchegenoot. Met name naar aanleiding van een discussie hier op ZiPconomy over zelfstandigen die dupe werden van een brokerconstructie waar ze zelf niet voor gekozen hadden. Het advies was dat  de branche met een oplossing moeten komen  voor dergelijke gevallen. Gaat Bovib zich daar hard voor maken?

“We staan als Bovib voor kwaliteit, transparantie en integriteit. Daar bij past dat in het onverhoopte geval dat een bemiddelaar of broker failliet gaat  de relatie tussen een inlener en zelfstandigen niet in gevaar hoort te komen. We gaan zeker kijken hoe we dit punt kunnen opnemen in ons keurmerk.”

Meer informatie over Bovib is de vinden op www.bovib.nl

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Eén jaar Bovib: “We hebben onze plek veroverd in de polder van de flexmarkt”

Hoe de consultant relevant blijft? Onderzoek naar nieuwe praktijken en verdienmodellen in het adviesvak.

9789490463427-240x300Voor hun boek  Nieuwe business modellen in consulting: Changing the Game onderzochten Ard-Pieter de Man, Marguerithe de Man en Annemieke Stoppelenburg nieuwe praktijken en verdienmodellen in het adviesvak. Het laat zien welke mogelijkheden IT en big data bieden, en hoe er zich mede daardoor nieuwe samenwerkingsvormen ontwikkelen tussen consultants en klanten.

Meer dan ooit staan consultants voor de uitdaging om relevant te blijven voor hun klanten. De tijden dat ze beter opgeleid waren zijn voorbij, sinds iedere manager een MBA heeft. De tijden dat ze ongebreideld konden factureren komen ook nooit meer terug. Wat dan wel, en hoe? Typisch vragen voor een instituut als het SIOO, de eerste en de grootste opleider van consultants in Nederland. Ard-Pieter de Man is daar rector, Marguerithe de Man (geen familie) programmaleider Ontwerp en Innovatie, en Annemieke Stoppelenburg adviseur Werken aan Talenten. Samen schreven ze het boek  Nieuwe business modellen in consulting: Changing the Game dat op die prangende vraag antwoord probeert te geven.

De nieuwe business modellen die de auteurs tijdens hun onderzoek op het spoor kwamen, kenmerken zich door hyperspecialisatie (de alles-dus-niets-kunner is nu echt uit), instant consulting (pas na maanden met resultaten komen, kan echt niet meer), diversificatie van inkomstenbronnen, risicodeling met de klant, en samenwerking tussen bureaus. De drijvende kracht achter deze transformatie is deveranderende economie, en dan met name de trend dat we steeds meer kunnen en steeds meer doen met IT en met big data.

Consultants hebben daar van het begin af aan wel hun klanten over geadviseerd, maar beginnen nu pas in de gaten te krijgen wat die ontwikkeling betekent voor henzelf in hun eigen business. De rol van de vakinhoudelijke adviseurs die alles weten van een bepaalde organisatiefunctie of die een bepaalde branche kennen als hun broekzak, is nog lang niet uitgespeeld. Maar zij krijgen wel steeds meer collega’s die gespecialiseerd zijn in het werken met Big Data, die relevante datasets kunnen bouwen, en die slimme algoritmes weten te ontwikkelen om daar à la minute conclusies uit te trekken en voorspellingen op te baseren.

Deze vakinhoudelijke vernieuwing van de consultancy loopt samen met de ontwikkeling van nieuwe verdienmodellen, waarbij er steeds minder wordt gewerkt op basis van uurtje-factuurtje. De licence to print money die adviesbureaus vroeger leken te hebben, is definitief komen te vervallen. Steeds vaker verwachten opdrachtgevers van hun adviseur dat die mee investeert in een gezamenlijk project, dat die deelt in het risico, en dat die daar maatschappelijk medeverantwoordelijkheid voor draagt.

De Man, De Man en Stoppelenburg laten daar in hun boek treffende voorbeelden van zien. Wat daarbij opvalt is dat de cases eigenlijk allemaal over kleinere bureaus gaan, zoals Transparency Lab, Rebel Group en Florpartners. Grotere spelers ontbreken nagenoeg. Kennelijk ontstaan de echte grensverleggende ideeën bij de kleinere spelers, en experimenteren die wat gemakkelijker en wat wilder. De opkomst van de zelfstandig werkende consultant en van de netwerken van zelfstandigen die daar weer uit voortkomen, wordt in het boek wel aangestipt, maar helaas niet echt uitgediept.

Een interessant hoofdstuk is gewijd aan de revival van de interne adviseur. Die heeft de afgelopen jaren niet bepaald bovenaan gestaan in de pikorde van de consultancy, maar kennelijk is het tijd voor een herwaardering. De interne adviseur moet ervoor zorgen dat de oplossingen die extern worden bedacht ook echt landen binnen de organisatie, en moet de resultaten van de vele verandertrajecten die zeker binnen een grotere organisatie vaak langs elkaar heen lopen, bij elkaar brengen. Dat vraagt deels om een ander type consultant, met andere kennis en vaardigheden en vooral ook met een andere taakopvatting.

De Man, De Man en Stoppelenburg hebben Nieuwe business modellen in consulting vooral geschreven met het oog op hun eigen beroepsgroep. Maar ook voor opdrachtgevers zijn hun analyse en hun conclusies interessant, zeker als zij behoren tot de grootverbruikers van advies. Weten wat er speelt in de wereld van je externe dienstverleners helpt niet weinig om een betere deal te krijgen, en dit boek geeft daar een helder inzicht in.

De auteurs van dit boek organiseren binnenkort ook het Be a GameChanger event, zie hier

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , , | 1 Reactie

‘Wat kom jij hier doen?’ Het dilemma van de interim manager.

PatrickVermeren_dark_backgroundAls interim manager begin je op achterstand, aldus Patrick Vermeren, auteur van het standaardwerk Rond Leiderschap. ‘Je heb één voordeel: een frisse blik waarmee je vastgeroeste procedures kunt signaleren en oplossen.’ BLMC vroeg hem: hoe maak je optimaal gebruik van die positie?

‘Het is belangrijk om je als interim manager bewust te zijn van je beperkingen,’ adviseert Vermeren. ‘Je hebt niet de waarheid in pacht en je zult niet voor innovatie zorgen. Vernieuwing en verandering kunnen alleen maar komen van mensen die het bedrijf en de materie door en door kennen. Je kunt dat als interim manager wel aanwakkeren. Een goede interim manager is vooral een facilitator.’

Patrick Vermeren schreef diverse boeken over leiderschap, gebaseerd op jarenlange ervaring in het bedrijfsleven en meer dan tien jaar bestudering van wetenschappelijke publicaties over dit onderwerp. Om zijn rol succesvol in te vullen, kan een interim manager gebruik maken van een aantal fundamentele principes van leiderschap, legt hij uit.

  1. Houd je minimaal 100 dagen gedeisd

‘Je beste eigenschap is dat je van buitenaf komt en dus met frisse blik kunt bekijken wat er aan de hand is. Doe dat! Ga niet te snel over tot actie, maar onderzoek wat er speelt en hoe de politieke verhoudingen liggen. Ga niet ‘vertellen hoe het moet’. Je zult nooit de technische kennis en ervaring van de medewerkers overtreffen, tenzij je speciaal bent aangesteld om een bepaalde expertise in te brengen. En zelfs dan: ga daar niet mee te koop lopen, maar stel juist veel vragen. Daarmee creëer je draagvlak en zorg je dat mensen je accepteren.’

  1. Klopt de opdracht wel?

‘Bij elk verandertraject moet een organisatie zich eerst serieus de vraag stellen: is dit wel nodig? Jouw verantwoordelijkheid als interim manager is ook om na te gaan of de opdracht die je krijgt wel legitiem is. Is er een kosten-batenanalyse gemaakt van de beoogde situatie en opzichte van de huidige situatie? Zo ja, wat was dan de uitkomst? Er zijn drie mogelijkheden. Ten eerste: verandering is verstandig en het kan geleidelijk; ten tweede: we gaan veranderen en het moet snel, met alle risico’s van dien; ten derde: nee, we doen het niet, want de kosten wegen niet tegen de baten op. Let wel, met kosten en baten bedoel ik niet alleen geld, maar ook het welzijn van de mensen in de organisatie. Vaak ontbreekt zo’n analyse of is hij niet compleet. Als interim manager is het belangrijk te zorgen dat deze stap wel eerst gemaakt wordt. Het is de basis voor alles wat daarna komt. Bovendien is het een kans om mensen uit alle lagen van de organisatie vanaf het begin te betrekken. Als zij het nut van de verandering zelf hebben aangetoond, zullen ze zich er meer voor inzetten.’

  1. Zoek bondgenoten

‘Investeer in ambassadeurs die jou helpen om anderen te overtuigen en mee te krijgen. Je hebt een kritische massa nodig om een verandering te kunnen realiseren. Ruwweg zijn er twee soorten ambassadeurs: ten eerste de formele leiders, die achter jou moeten staan en jou het nodige mandaat geven. Ten twee de informele leiders, mensen die door collega’s gewaardeerd worden en die men zal volgen. Dat kan bijvoorbeeld een opinieleider zijn, iemand van de vakbond, of een collega die van een bepaald technisch onderwerp veel afweet. Die eerste honderd dagen zijn ook belangrijk om deze dynamiek te ontdekken en met deze mensen relaties op te bouwen. Met zo’n coalitie van ambassadeurs creëer je een olievlekwerking.’

  1. Minder doen, meer luisteren

‘Je bent als interim manager in de eerste plaats een facilitator. Dat betekent dat je het beste uit mensen moet zien te halen. Bied daarvoor de nodige psychologische veiligheid. Laat medewerkers met ideeën komen, laat ze meedenken over de beste aanpak. Om mensen mee te krijgen, moet je legitimiteit binnen de groep veroveren. Het lijkt misschien dat je daarvoor vooral visionair en directief leiderschap moet tonen. Dat is een traditionele visie op leiderschap die erg verleidelijk is. Wat echter fundamenteel beter werkt, is dat je mensen de ruimte geeft om hun bijdrage te leveren. Minder dirigeren, meer luisteren. Juist voor een interim manager is dat heel belangrijk.’

Patrick Vermeren is auteur van het boekRond Leiderschap, de brug tussen wetenschap en praktijk (juli 2014)’. Daarnaast is hij coach en begeleider van veranderprocessen.  Patrick Vermeren is ook jurylid van de Interim Challenge. Op 14 januari 2016 wordt de Supply Chain Interim Manager 2016 gekozen tijdens het congres Survival of the Fittest. www.blmc.nl/interimchallenge

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags | 2s Reacties

Zelfstandige professionals positiever over werk dan collega in vaste dienst.

Professionals met een flexibele arbeidsvorm zijn positiever over hun werk dan collega’s in loondienst. Het gevoel waarde toe te voegen leeft bij flexprofessionals meer dan bij medewerkers in vaste dienst. Op de vraag of zij het gevoel hebben tijdens werk waardevolle contacten te kunnen opdoen, antwoord 73% van de flexprofessionals positief, tegenover 55% van de mensen in vaste dienst. Ook ervaren zij meer uitdaging en zijn ze positiever over netwerkmogelijkheden dan hun collega’s in loondienst. Dit blijkt uit onderzoek onder hoogopgeleide professionals, uitgevoerd door TNS NIPO in opdracht van Yacht.

deel-2-vast-vs-flex-stellingen-def

 

Uit het onderzoek komt naar voren dat er duidelijke verschillen tussen wat ‘flexibel’ en ‘vast’ het meest belangrijk vinden. Waar medewerkers in vaste dienst vooral waarde willen toevoegen aan de organisatie waar zij werken, maken flexprofessionals liever verschil in het vakgebied. Mensen met een flexibele arbeidsovereenkomst zoeken ook niet zozeer naar bewondering van collega’s, in tegenstelling tot mensen in vaste dienst, maar steken vooral energie in het onderhouden van een netwerk.

Netwerkmogelijkheden

Netwerken is voor mensen met een flexibel contract belangrijker dan voor medewerkers met een vast dienstverband. “Werkgevers onderschatten vaak hoeveel belang medewerkers hechten aan het onderhouden van een goed netwerk. Het is begrijpelijk dat flexwerkers willen investeren in goede contacten. Dat is waardevol wanneer je vaker switcht tussen verschillende opdrachtgevers. Flexibel werken wordt serieuzer genomen en dat is ook niet vreemd in de huidige arbeidsmarkt waarin een leven lang werken voor een baas uitzonderlijk is. Dit houdt wel in dat je continue moet blijven investeren in jezelf en vakkennis”, aldus Ton Hopmans, algemeen directeur Yacht.

De mate waarin een opdracht het netwerk versterkt kwam in het onderzoek naar Goed Opdrachtgeverschap van ZiPconomy ook al naar voren als een van de belangrijkste motivatiefactoren van zelfstandige professionals.

deel-2-drijfveren-flex-vs-vast-def

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Zelfstandige professionals positiever over werk dan collega in vaste dienst.

Hoe duurzaam is de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties?

wetboekVandaag buigt de Eerste Kamer zich wederom over de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties. De Wet waarmee Staatssecretaris Wiebes per 1 april de VAR wil vervangen. Naast praktische bezwaren omtrent invoering, leven er ook meer fundamentele bezwaren. Stef Witteveen kan zich daar wel iets bij voorstellen. 

Als gevolg van de voortschrijdende specialisatie op de arbeidsmarkt en de voortdurende zoektocht naar een verbetering van de arbeidsproductiviteit, is de freelancer echt niet meer weg te denken uit onze samenleving. We hebben ze keihard nodig voor onze economische groei. Het is daarom van belang dat er een duidelijke en volledig door de overheid erkende status komt voor deze groeiende groep professionals. In 2005 is dat geprobeerd met de invoering van de VAR maar die regeling heeft maar net haar tienjarig bestaan kunnen vieren en de afschaffing is nu toch echt aanstaande.

Gedurende die tien jaar heeft er steeds onzekerheid bestaan voor de freelancers en hun opdrachtgevers over de duurzaamheid van de VAR en van de bijbehorende vrijwaring voor opdrachtgevers en fiscale faciliteiten voor de freelancers. Opdrachtgevers hebben zich steeds moeten afvragen hoe het nu zit met de risico’s op navorderingen en boetes en de zzp’ers zijn er telkens bezorgd om geweest dat hun ondernemersaftrek en andere vrijstellingen zouden komen te vervallen. De VAR was er wel maar voor hoelang en wanneer zou de overheid zich gaan roeren. Het was telkens alsof alle betrokken partijen wel wisten dat die situatie met de VAR niet oneindig kon gaan duren, zeker niet toen het aantal zzp’ers zo ging groeien dat ze een probleem voor de staatkas gingen vormen.

Het is daarom eens goed om ons af te vragen hoe duurzaam de Wet DBA zal zijn.

Volgt er nu weer een jarenlange fase van discussie over ondernemersvrijstellingen en schijnzelfstandigheid met alle onzekerheid van dien? Of wordt alles nu klip en klaar voor alle betrokkenen? Het is waarschijnlijk veel beter om een duidelijke en zekere regeling te hebben die misschien fiscaal wat minder aantrekkelijk is dan een relatief hoog netto dat je elk moment kan worden afgenomen. Als zelfstandig professional kies ik in elk geval voor de langere termijn en voor de zekerheid dat ik, noch mijn opdrachtgevers ooit gezeur met de fiscus kunnen krijgen.

De Wet DBA kan naar mijn inzicht alleen duurzaam zijn als deze rekening houdt met de fundamentele problemen waar de overheid tegenaan loopt met betrekking tot de zzp’ers. Daarbij kies ik even voor het perspectief van de overheid en dat is, voor alle duidelijkheid, niet mijn eigen perspectief.

Het overheidsperspectief

Er zijn drie fundamentele issues die ik herken:

  1. Aansluiting bij de Arbeidswet en andere sociale wetgeving.
  2. De rechtsgelijkheid op de werkvloer.
  3. De solidariteit op de arbeidsmarkt.

De Arbeidswet

Het is zeer onwaarschijnlijk dat de basis van de arbeidswet zal wijzigen omdat deze Wet diep verankerd is in onze samenleving (en in de gehele westerse wereld) en een snelle verandering politiek onhaalbaar is. De basis van die wet is dat er een arbeidsovereenkomst ontstaat zodra er persoonlijke arbeid, loon en gezag aanwezig is in de werkrelatie. Een werkrelatie met een zzp’er kan dus alleen duurzaam bestaan als minimaal één van die drie elementen niet aantoonbaar is. De Wet DBA maakt het voor de Belastingdienst gemakkelijker om hierop te controleren. Het werken met een goedgekeurde modelovereenkomst kan op korte termijn zekerheden bieden maar die zekerheden kunnen alleen duurzaam zijn als de werkelijke werksituatie de controle van de Belastingdienst kan doorstaan. Bepalingen in het Burgerlijk Wetboek (zoals de Arbeidswet) prevaleren immers boven andere regelingen (zoals een modelovereenkomst e.d.).

In feite herstelt de Wet DBA dus de rangorde in wetgeving en heeft daarmee de potentie om op een duurzamere wijze ruimte te bieden aan freelancers op de arbeidsmarkt.

Rechtsgelijkheid

Zolang het op de arbeidsmarkt kan bestaan dat twee collega’s met een vergelijkbare werksituatie maar met een andere rechtsvorm, verschillend worden behandeld door de Belastingdienst, zal er discussie ontstaan over misbruik door werkgevers van het zzp statuut. De ene wijkverpleegkundige, vrachtwagenchauffeur, bouwvakker of postbesteller betaalt als werknemer loonbelasting en sociale premies tot wel 35% van het brutoloon en de ander die als zzp’er wordt ingezet komt vaak nog niet aan de 10% inkomstenbelasting. Bovendien worden er voor de werknemers nog werkgeverslasten afgedragen van wel zo’n 20%. Pas als deze twee categorieën gelijk worden behandeld, kan de zzp’er duurzaam door werkgevers worden ingezet en zal de zoektocht naar andere regelgeving door de overheid worden gestaakt. Voor werknemers, uitzendkrachten, Uniforce professionals en hun werkgevers bestaat er in Nederland fiscale rechtsgelijkheid maar schijnzelfstandigen en hun opdrachtgevers genieten belastingvoordelen die niet voor hen bedoeld zijn. Hierdoor komt het fiscaal regime voor de echte zzp’ers ook steeds onder druk te liggen en ontstaat het risico dat het kind met het badwater zal worden weggegooid.

Voor schijnzelfstandigen geldt dat het afzien van bijvoorbeeld het recht op WW is niet voldoende om als zzp’er te worden aangemerkt. Afzien van het recht op een uitkering betekent niet dat je aan de premieplicht ontkomt. Zo zit de wetgeving niet in elkaar. Een betere controle op schijnzelfstandigheid vergroot dus de mogelijkheid om op duurzame wijze van het zzp-schap te genieten omdat misbruik kan worden tegengegaan. In die zin moet je als echte zzp’er hopen op een goede handhaving om duurzaam van de fiscale voordelen te kunnen blijven genieten.

Solidariteit

Het sociale stelsel is gebaseerd op maatschappelijke solidariteit. Hoe meer mensen hieraan meedoen, hoe sterker het sociale stelsel is en ook hoe goedkoper voor de individuen. Sinds de enorme groei van het aantal zzp’ers, doet een steeds grotere groep niet meer mee. De overheid loopt daarmee het risico dat het sociale stelsel vast gaat lopen. Inmiddels is het Europees beleid dat er maatregelen genomen moeten worden om de solidariteit in de Europese samenlevingen te beschermen. Overigens zet zelfs de Amerikaanse overheid hierin stappen zoals we onlangs in het Über dossier hebben gezien. De overheid kan niet anders dan maatregelen nemen. Pas als het sociale stelsel niet meer door de groei van het aantal freelancers wordt bedreigd, kan de zzp’er duurzaam aan de slag blijven. Misschien op korte termijn niet leuk maar uiteindelijk wel stabieler.

Let wel. Ik bekijk de belangen van de zzp’er hier door de bril van de overheid. Het is beter voor de economie, voor de sociale cohesie en voor de vrijheid van de freelancer als er een duurzame oplossing komt voor de zelfstandig professional. Want we kunnen inmiddels echt niet zonder.

Actualiteiten rond dit de Wet DBA kunt u volgen en teruglezen op in dit ZiP-dossier

Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags | 6s Reacties

“Ik moet iets met Social Media. Maar wat?” Een prikkelende managementroman.

trending topic

Ondernemen als eenpitter is gemakkelijk vandaag de dag. Via social media kun je in contact komen met de hele wereld, jezelf profileren en gemakkelijk acquireren. Toch? Zo eenvoudig is dat nu ook weer niet. Veel zelfstandigen, zeker wie niet van jongs af aan is opgegroeid met social media, raken nogal eens verdwaald in de vele mogelijkheden. Velen starten bijvoorbeeld wel op Twitter, maar raken snel weer af. Vaak door een gebrek een idee wat je nu precies met social media kan.

Social media experts Gerrit Heijkoop en Paula Vos zagen het gebeuren en schreven samen een boek dat de ondernemer (weer) plezier geeft in social media Trending Topic: We moeten iets met Social Media.. #MaarWat? 

Gerrit: ‘De titel zegt het al: veel mensen denken dat ze iets ‘moeten’ met social media, maar hebben daar helemaal geen zin in. Ze voelen zich verloren in de techniek en raken gefrustreerd door de overload aan non-informatie. Maar als je het medium een beetje gaat snappen, biedt het prachtige mogelijkheden. Die kant wilde ik laten zien.’

Victor houdt niet van social media

Gerrit Heijkoop en Paula Vos kozen voor een afwijkende boekvorm. Trendic Topic is geschreven als een managementroman. ‘Handboeken over social media zijn er al genoeg. Ze schrikken vaak meer af dan dat ze enthousiasmeren,’ aldus Gerrit. ‘Daarom hebben wij voor een romanvorm gekozen.

‘We wilden bruikbare tips geven, maar laten ook zien hoe onze aanbevelingen in praktijk werken. Het dwong ons als auteurs om heel concreet te worden,’ vertelt Gerrit. ‘En misschien nog wel belangrijker: we wilden een boek maken dat we zelf ook graag zouden lezen. Gewone managementboeken zijn er al genoeg!’

‘Het boek volgt de avonturen van Victor, directeur van de fictieve Nederlandse Vereniging voor Knaagdierprofessionals. Hij moet binnen drie maanden een congres vol krijgen en iedereen raadt hem aan social media in te zetten. Daar ziet hij erg tegenop. Veel lezers herkennen zich daarin. Aangemoedigd door zijn omgeving gaat Victor toch aan de slag en dan blijkt het minder eng en moeilijk dan hij dacht. Een belangrijke les uit het boek is: houd het persoonlijk, begin dichtbij.’

 

Praktisch en prikkelend

Een managementroman is inderdaad weer eens wat anders. Het verhaal is humoristisch, spannend en vlot geschreven. Het zorgt ervoor dat de (zelfstandig) ondernemer die al langer actief is met social media geprikkeld wordt om na te denken of hij dat wel op de juiste manier doe. Beginnende social media gebruikers krijgen de nodige praktische informatie. Niet precies over de knopjes en instellingen van Twitter; wel inzicht wat nu de onderliggende principes zijn die het verschil maken tussen ‘maar wat doen’ op social of gericht een doel bereiken.

Het boek Trending Topic: We moeten iets met Social Media.. #MaarWat?  kost € 20,15 en is o.a. hier verkrijgbaar

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor “Ik moet iets met Social Media. Maar wat?” Een prikkelende managementroman.

Visitekaartjes, wie gebruikt ze tegenwoordig nog?

visitekaartjeIs het traditionele visitekaartje binnenkort een ‘has-been’? Een mooi en ooit effectief marketinginstument uit een voltooid verleden tijd, waar je met gepaste nostalgie op terugkijkt? In een steeds meer digitaal wordende wereld zou je het misschien wel denken. Of maken we een grote denkfout als we het visitekaartje afzweren?

Alles digitaal?

Dat de wereld steeds digitaler wordt en dat veel zakelijke activiteiten zich online afspelen, daar zijn we inmiddels aan gewend geraakt. Zowel bedrijven als privépersonen hebben een steeds belangrijker online-aanwezigheid. We hebben onze zakelijke activiteiten en marketingtools erop aangepast. Je hebt waarschijnlijk een uitstekend vormgegeven website en een goed social media netwerk. Je hebt je goed laten adviseren en het resultaat mag er zijn. Je teksten boeien en houden je lezers vast. Je website is snel en gebruiksvriendelijk. Je conversie is prima in orde: bezoekers ondernemen actie, omdat je het ze makkelijk hebt gemaakt en vragen informatie aan. Of ze worden betalende klant, omdat bij jou online bestellen met een paar muiskliks te regelen is. Je doet het dus beslist niet verkeerd. Je adverteert online, je communiceert online en je bent 24/7 bereikbaar. Toch vraag je jezelf af of het wel voldoende is.

De blijvende kracht van het tastbare en zichtbare

De online wereld heeft één groot nadeel: het is een tsunami aan informatie en indrukken en het kost de grootste moeite om blijvend op te vallen en blijvend onderscheidend te zijn in een wereld die per definitie vluchtig is. Dit is ook logisch. Online marketinginstrumenten appelleren aan slechts één zintuig: ons zicht. Ons zicht is wel heel belangrijk en vaak beslissend, maar er is zoveel meer. Wie een boek leest, ruikt niet voor niets aan het papier en voelt hoe de bladzijden, duidelijk hoorbaar, ritselen. Emoties die gepaard gaan met gevoel, gehoor en reuk, blijven veel langer beklijven dan emoties die alleen indruk op onze ogen maken. Bij wie hebben wij meer ‘gevoel’? Bij een zakelijke klant die we drie keer per week per e-mail spreken? Of bij die persoon die we daadwerkelijk in de ogen hebben gekeken. Van wie we de hand hebben geschud en van wie we het oude traditionele visitekaartje hebben aangenomen? Ja, zicht is cruciaal, maar wie de andere zintuigen verwaarloost, laat kansen liggen.

Combineer offline- en online- marketinginstrumenten

Naast het aspect van zintuiglijke waarneming, speelt ook positieve confrontatie een rol. Wie op weg naar huis een billboard langs de weg ziet, merkt dat de boodschap langer blijft hangen. Wie ’s avonds voor het haardvuur een boek leest, met een visitekaartje van een klant of leverancier als boekenlegger, denkt automatisch aan zijn zakelijk aanbod. Het is niet voor niets dat in het Verre Oosten het uitwisselen van visitekaartjes vaak met een beleefd ritueel gebracht wordt. Het is niet een overdreven hang naar nostalgie, het is eerder een vorm van Oosterse wijsheid. Ze kijken naar het geheel en begrijpen dat een zogenaamd ouderwets marketinginstrument als een simpel visitekaartje nog steeds van grote waarde is.
Stuur je een offerte digitaal? Stuur het ook op nieuw en smaakvol bedrukt papier. Doe het in een chic presentatiemapje en hecht er je visitekaartje aan. Je maakt indruk op alle zintuigen; je komt verzorgd over, met aandacht voor details. Je aanbod blijft langer in het geheugen.

Professioneel

Als je van plan bent om meer balans aan te brengen tussen je online en offline marketinginstrumenten, dan kent Nederland veel online drukkerijen zoals Flyeralarm die je kunnen helpen met het vinden van het juiste drukwerk. Het spreekt voor zich dat je alleen een professionele indruk maakt als ook je visitekaartjes op een professionele manier gemaakt zijn.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags | Reacties uitgeschakeld voor Visitekaartjes, wie gebruikt ze tegenwoordig nog?

Wiebes presenteert Transitieplan invoering Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties.

dossiersStaatssecretaris Wiebes (Financiën) heeft zijn transitieplan voor de invoering Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties naar de Eerste Kamer gestuurd. De Eerste Kamer, die de wet momenteel behandelt, drong aan op dit plan dat er voor moet zorgen dat de Wet geen al te grote verstoringen oplevert in de markt voor zzp’ers. Ook voor de zzp-organisaties was dit plan een voorwaarde om hun weerstand tegen de Wet DBA weg te nemen. Wiebes heeft het transitieplan nu naar de Senaat gestuurd.

Wil Wiebes de wet inderdaad per 1 april in laten gaat (zoals nu het plan is), dan moet de Eerste Kamer voor eind januari akkoord gaan. Het wetsvoorstel wordt op 19 januari plenair behandelt in de Eerste Kamer.

Fases invoering

In het plan is sprake van drie fases van invoering:

  1. Voorbereidingsfase. In deze fase ligt de focus op voorlichting en de totstandkoming en goedkeuring van voorbeeldovereenkomsten. Deze fase loopt al. Zo hebben veel zzp’ers vorige week een brief ontvangen daarin staat dat hun huidige VAR geldig blijft tot 1 april. Goedgekeurde overeenkomsten worden op hier op website van de Belastingdienst gepubliceerd.
  2. Implementatiefase.  De wet zou moeten ingaan op 1 april 2016. Daarna worden er geen nieuwe VAR’s meer afgegeven. Tot 1 januari 2017 treedt de Belastingdienst echter nog niet op als nog niet wordt voldaan aan de nieuwe wet.
  3. Invoeringsfase. Vanaf 1 januari 2017 is de wet volledig in werking en wordt hij gehandhaafd.

Nadere invulling wet

  • Met belangenorganisaties is afgesproken dat er getracht wordt om te streven naar ongeveer 40 voorbeeldovereenkomsten. Daarnaast worden er samen met de belangenorganisaties een aantal meer algemene modelovereenkomsten ontwikkelt, die in een groot aantal situaties en sectoren toepasbaar zijn. Deze moeten eind november al klaar zijn.
  • De Belastingdienst gaat ervoor zorgen dat ook eind november 2015 zowel in reeds gepubliceerde voorbeeldovereenkomsten de bepalingen worden gemarkeerd, die fiscaal of voor de werknemersverzekeringen relevant zijn. Op die manier is voor iedereen duidelijk welke bepalingen aangepast kunnen worden, zonder dat het risico lopen wordt dat er een verplicht tot het afdragen of voldoen van loonheffingen ontstaat.
  • Eind november wordt ook het toetsingskader gepubliceerd dat de Belastingdienst hanteert om te beoordelen of er wel of geen sprake is van een dienstbetrekking. Dit toetsingkader – waar ook al maanden naar gevraagd werd – kan gebruikt worden als indicatie bij het opstellen van een overeenkomst.

Whitepaper

Met dit transitieplan, de toegezegde generieke overeenkomsten en toetsingskader lijkt Wiebes dan eindelijk iets meer regie te nemen bij deze ingrijpende verandering waarop het inzetten van (sommige groepen) zzp’er gereguleerd wordt. Het belangrijkste bezwaar van de Eerste Kamer (en van belangenorganisaties) tegen de Wet  DBA lijkt hiermee van tafel, al blijven sommige senatoren hameren op het punt dat ze liever het wetsvoorstel bespreken in een bredere discussie over de zzp’ers en de arbeidsmarkt. Een discussie die het kabinet nu juist liever nu niet op de politieke agenda wil zetten.

Ter voorbereiding op deze nieuwe wet heeft ZiPconomy een uitvoerige Whitepaper geschreven, met daarin 12 punten die elke zelfstandige, opdrachtgever en bemiddelaar moet weten over de Wet DBA. Deze gratis whitepaper is hier te vinden.

Actualiteiten rond dit de Wet DBA kunt u volgen en teruglezen op in dit ZiP-dossier  

Geplaatst in Professioneel inhuren, ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags , , | 5s Reacties

Een flex serviceprovider kiezen op basis van kwaliteit. Het kan dus toch!

bestvalueHet kiezen van de juiste leveranciers die je ondersteunen bij het organiseren van flex hoeft geen loterij te zijn. Antoinette Bos vertelt hoe zij met de best value procurement-methode de best passende leverancier voor de Hanzehogeschool Groningen vond.

Er wordt veel aanbesteed in Nederland voor de inhuur van flexibel personeel. Inhuur verloopt via preferred suppliers, leveranciers van tooling en managed service providers (MSP) of zzp’ers worden gewoon individueel ingehuurd. Niet zelden levert een eerste aanbestedingsronde zo weinig schifting op. Daarom wordt er tegenwoordig soms simpelweg geloot om tot een kleiner aantal aanbieders te komen. Voor die aanbieders is dat een gruwel.

Het kan ook anders. Antoinette Bos, hoofd leveranciersmanagement aan de Hanzehogeschool Groningen, vertelde tijdens de inspiratiesessie Grip op inhuur van Yacht hoe de hogeschool de best value procurement-methode inzette om een MSP-leverancier te selecteren.

Laat de expert zijn werk doen

De Hanzehogeschool had behoefte aan ontzorging bij de inhuur van zelfstandigen en koos er voor om te werken met een managed service provider. In zo’n geval hoeft slechts een keer te worden aanbesteed en fungeert de msp als contractant voor zowel de uitzendkrachten en gedetacheerden als de individuele zp’er.

De manier waarop de msp wordt aanbesteed wijkt af van veel gebruikelijke procedures. De kern van de best value procurement-filosofie (bvp) is dat de opdrachtgever zelf zijn doelen bepaalt, maar dat de manier waarop dat gebeurt geheel in handen is van de expert: de leverancier. Die heeft verstand van zaken als de arbeidsmarkt en tooling om de gewenste grip op inhuur te realiseren. “Laat de expert zijn werk doen. Bemoei je niet met de inhoud van het werk maar met de performance en faciliteer”, aldus Bos.

“Wanneer de leverancier de ruimte krijgt om zelf met oplossingen te komen, dan kan hij ook zijn eigen werkzaamheden van A tot Z overzien. Inclusief de risico’s. Hij hoeft dus geen ongewisse risico’s in de prijs in te calculeren”, zo legt Bos uit. “Met best value procurement krijg je zo de meeste waarde tegen de laagst mogelijke kosten.”

Metrics

Het is wel cruciaal dat de opdrachtgever helder zicht heeft op de huidige problemen en zijn doelstellingen. Pas dan kan een leverancier een expertoplossing aanreiken. Voor de Hanzehogeschool waren de primaire behoeften een beter, centraal inzicht in de huidige en toekomstige inhuurbehoefte, de interne handelingskosten (i.v.m. een groot aantal leveranciers) te beperken en zekerheid te krijgen over het voldoen aan wet- en regelgeving. Bij de instelling zelf was er onvoldoende kennis van de arbeidsmarkt en kwaliteit/prijs-benchmarks en vond er geen kwaliteitscheck plaats op de uitvoering van opdrachten door externen. Tot slot was er een wens om vooral met lokale partijen te werken en meer met zelfstandigen.

Met dat pakket konden partijen aan de slag met een mogelijke  oplossing voor deze problemen. De Hogeschool droeg zelf geen uitgesproken voorkeuren of ideeën aan over hoe de problemen moesten worden aangepakt. Die expertise ligt immers bij de leveranciers. Uiteindelijke leidde dit tot de inrichting van de Hanze Inhuur Desk, die nu operationeel is. De eerste resultaten worden nu zichtbaar. Zo is het aantal zelfstandigen gestegen en zijn de kosten gedaald. Het gesprek tussen de Hanzehogeschool en de serviceprovider gaat nu primair over de metrics, de kpi’s, die de leverancier zelf heeft voorgesteld.

Volwassenheid aan twee kanten sleutel voor succes

Een verfrissende benadering. Zeker in het licht van de eerder genoemde praktijk van loting tussen leveranciers.

Antoinette Bos, duidelijk ambassadeur van de bvp-aanpak, wijst ook op de risico’s. Het vraagt om een flinke volwassenheid aan beide kanten, dus zowel van de opdrachtgever als de opdrachtnemer. De opdrachtgever moet helder weten welke doelen hij wil bereiken en vervolgens het lef hebben om op zijn handen te zitten. Dat vraagt soms nogal wat van professionals en managers. Een stevigheid en volwassenheid is ook nodig na de selectiefase, waarin je als opdrachtgever moet blijven focussen op de resultaten en niet op het oplossen van mogelijke problemen.

Je moet daarbij zeker ook afwegen of de markt er klaar voor is, aldus Bos. Zijn leveranciers in staat om ook echt die kritische expertrol in te vullen? Bos ziet nog te vaak opportunisme en please-gedrag bij leveranciers. Dan is er geen basis voor best value procurement.

Tot slot, Best Value is voor leveranciers een mooie uitdaging om echt op hun expertise te vertrouwen in plaats van op hun saleskwaliteiten. En dan wel wel deze expertise tastbaar en meetbaar te maken in metrics!

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Een flex serviceprovider kiezen op basis van kwaliteit. Het kan dus toch!

Whitepaper: 12 punten die iedere zelfstandige, opdrachtgever en bemiddelaar moet kennen over de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties.

wet deregulering beoordeling arbeidsrelatie whitepaperOp 1 mei 2016 verdwijnt de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) en treedt de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) in werking. Deze wijziging heeft veel impact op de manier waarop opdrachtgevers en ingehuurde (zelfstandige) opdrachtnemers afspraken met elkaar maken.

De VAR gaf opdrachtgevers en opdrachtnemers enige zekerheid dat er geen arbeidsrelatie was tussen beiden. Die zekerheid vooraf is via de DBA en de Belastingdienst nu ook te krijgen. Onderliggende regels over wanneer er nu wel en wanneer er geen sprake is van een arbeidsrelatie tussen een opdrachtgever en opdrachtnemer veranderen niet. De manier waarover daar vooraf zekerheid is te krijgen wijzigt wel drastisch. Dat vraagt alertheid en actie van zowel inhurende organisaties, zelfstandigen als bemiddelende bureaus.

In deze (geactualiseerde) whitepaper beschrijven we wat een ieder (opdrachtgevers, bureaus, zelfstandigen) te doen staat. Het debat of deze wet nu politiek of maatschappelijk gewenst is, laten we hier buiten beschouwing (zie daarvoor dit ZiPdossier)

In deze gratis, uitvoerige, whitepaper beschrijven we twaalf punten over de Wet DBA voor wie:

  • onbekommerd zelfstandigen wil blijven inhuren,
  • zelfstandigen wil blijven bemiddelen of
  • als zelfstandige met een gerust hart opdrachten wil blijven doen bij zijn opdrachtgevers.

Vragen die behandelt worden zijn onder andere:

  • Waarom wordt de VAR vervangen door de Wet DBA?
  • Wat houdt de Wet DBA in de kern in?
  • Voor wie geldt de Wet DBA en is deze verplicht voor iedereen die zzp’ers inhuurt?
  • Geldt de Wet DBA voor  alle zzp’ers/zelfstandig ondernemers?
  • Hoe kom ik aan een voorbeeldovereenkomst?
  • Kunnen bemiddelingsbureaus nog wel zzp’ers bemiddelen?
  • Lossen die bureaus alle problematiek voor inhuurders op?
  • Wie bepaalt of en met welke voorbeeldovereenkomst gewerkt wordt? De opdrachtgever of de opdrachtnemer?
  • Actielijsten wat nu te doen, als inhurende opdrachtgever, bemiddelaars en zelfstandig professional?

De Whitepaper is gratis beschikbaar voor alle abonnees van ZiPconomy. Aanmelden en daarmee ook onderdeel uitmaken van de groeiende ZiPconomy community kan via het invullen van dit formulier. U ontvangt dan ook gratis onze nieuwsbrief, elk kwartaal het digitale ZiPmagazine en toegang tot alle ZiPconomy papers en rapporten. 

[gravityform id=”20″ title=”true” description=”true”]

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Whitepaper: 12 punten die iedere zelfstandige, opdrachtgever en bemiddelaar moet kennen over de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties.