Iedereen betrokken? flexwerkers en medezeggenschap Geplaatst 18 oktober 2015 door ZiPredactie Om deze vragen te beantwoorden heeft de SER-Commissie Bevordering Medezeggenschap (CBM) een interactief symposium georganiseerd. Door hun smartphones en tablets in te loggen konden bezoekers reageren op vragen via BuzzMaster. Op deze digitale manier kon veel informatie uit de zaal opgehaald worden en direct plenair gedeeld. Om het interactieve karakter te benadrukken, zaten mensen ‘s middag in de grote Raadzaal van de SER niet achter vergadertafels maar op kistjes met kussens rond houten tafeltjes. Aanwezig waren, zo bleek uit BuzzMaster, 10% werkgevers, 58% vaste werknemers en een breed scala aan flexibele medewerkers. Zij namen in wisselende groepen met elkaar hun ideeën door. Mariëtte Hamer en Ruud Vreeman Als opwarmer begon de zaal met een quiz over de facts en figures over flexwerkers. Daarna is SER-voorzitter Mariëtte Hamer door dagvoorzitter Stefan Wijers geïnterviewd. Het gaat, aldus Mariëtte Hamer, er vooral om het gesprek te beginnen; de SER wil ophalen wat er leeft en dit verdiepen, om observaties en oplossingen mee te nemen in de CBM-activiteiten. De Tweede Kamer heeft bevorderen van medezeggenschap structureel bij de SER gelegd. Ze gaf aan dat de SER medezeggenschap wil aanvliegen vanuit betrokkenheid op het werk. Daarna sprak Ruud Vreeman, de nieuwe ambassadeur medezeggenschap, opvolger van Gerdi Verbeet. Hij bepleitte de elementen loyaliteit en betrokkenheid als onderdeel te zien van de kwaliteit van arbeid en de medewerkers als meer dan een kostenpost. Waarom meer medezeggenschap voor flexwerkers Evert Verhulp, CBM-voorzitter, en Aukje Nauta, CBM-lid, lichtten in een vraaggesprek het waarom van meer betrekken toe. Tegenwoordig worden klanten vaak gevraagd om hun mening, waarom zou je flexwerkers niet betrekken? Voor flexwerkers is bijvoorbeeld belangrijk iets van hun werk en werkomgeving te mogen vinden vanuit betrokkenheid bij de organisatie. Voor een werkgever is van belang te weten wat er speelt. Flexwerker brengen vaak ook een frisse blik van buiten mee. Continuïteit is wel een issue is bij de vraag hoe het betrekken van flexwerkers vormgegeven kan worden, werd aangegeven. Drietrapsraket over het hoe Vervolgens is in drie gesprekrondes gediscussieerd over de hoe-vraag. Ronde 1 (het meest verregaande voorstel eerst) ging over obstakels – en mogelijke oplossingen daarvoor – om flexwerkers lid te laten zijn van de OR. Ronde 2 ging over obstakels en oplossingen in de situatie dat de OR flexwerkers actief naar hun mening vraagt (“de vloer op”). Ronde 3 (het minst verregaand) ten slotte ging over obstakels en oplossingen voor de OR die rekening houdt met de belangen van flexwerkers, maar hen niet actief betrekt. Oplossingen en vervolg Aukje Nauta kondigde aan dat de CBM voor OR’en een praktijkinstrument gaat ontwikkelen, de zgn. ‘koerskaart’: met ’deze dialoogtool kan een OR strategische vragen op een bepaald onderwerp aflopen (zoals flexwerkers en MZ) en tot een koers komen. De bedoeling is die koerskaart in cocreatie te ontwikkelen met inbreng uit de praktijk, en in 2016 uit te brengen. De middag leverde groot enthousiasme en betrokkenheid op, en veel ideeën, zoals een app over medezeggenschap en allerlei manieren om betrokkenheid van flexwerkers als collega’s bij het inlenende bedrijf en de medezeggenschap daar te vergroten. Het congres lijkt zelfs impact te hebben gehad op de meningsvorming; discussie helpt. De opties voor oplossingen waren veranderd ten opzichte van een eerdere poll. Toen was de voorkeur dat de OR actief meningen zou vragen onder de flexwerkers, nu ging het verder. Op het symposium heeft 59% aangegeven dat flexwerkers volwaardig aan de OR zouden moeten deelnemen, 37% dat de OR actief meningen zou moeten ophalen onder flexwerkers en 5% dat de OR kan volstaan met rekening te houden met belangen van flexwerkers. De CBM heeft een ‘spoorboekje’, vertelde Evert Verhulp als afronding. De vele ideeën van vanmiddag zullen worden meegenomen en verwerkt tot beleid. En er volgt nog een uitgebreidere notitie van dit verhelderende, verrassende en inspirerende symposium. bron: www.ser.nl (zie ook fotoverslag) Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags ser, zzp-beleid | Laat een reactie achter
Be a GameChanger! Geplaatst 16 oktober 2015 door ZiPredactie Als je iets zegt of schrijft moet je daar ook naar handelen, zegt Marguerithe de Man van Sioo. In ons nieuwe boek Nieuwe businessmodellen in consulting van Ard-Pieter de Man, Marguerithe de Man en Annemieke Stoppelenburg laten we zien dat de komst van innovatieve consultingstartups en de introductie van nieuwe, radicalere businessmodellen cruciaal zijn voor de transformatie van de consultingsector. Maar we weten uit ervaring dat de ontwikkeling van nieuwe waardeproposities een lastig proces is. Met Be a GameChanger dragen we actief bij aan de door ons bepleite transitie in de sector, door adviseurs te ondersteunen in de ontwikkeling van nieuwe waardeproposities en nieuwe businessmodellen. We doen dat in samenwerking met Startupbootcamp en Thecaretakercompany.com. De eerste staat bekend om zijn aanpak om startups van idee tot onderneming te brengen. Karolin Kruiskamp van Thecaretakercompany heeft een trackrecord om startups in hun doorontwikkeling te begeleiden. Er zijn dan ook tal van (ervarings-)deskundigen uit zowel de techstartupwereld als consultingsector aanwezig. Zij helpen de betrokken teams en staan hen in het hele proces bij, van het eerste idee tot waardepropositie, businessmodel en een plan voor doorgroei. Sioo’s Be a GameChanger is een aanbod in twee sprints. In het GameChangerweekend (van vrijdag 11 tot zondag 13 december 2015) zijn individuen en teams welkom. We werken dan via de leancanvasmethode om van een eerste idee tot een gevalideerde waardepropositie te komen. In de GameChanger DoDi (van donderdag 11 februari tot dinsdag 16 februari 2016) werken teams aan de doorontwikkeling van de waardepropositie tot een vernieuwend businessmodel. We geloven in de kracht van teams, omdat het echt onmogelijk is om in je eentje iets echt nieuws van de grond te krijgen. Een startup kan heel goed een gezamenlijk bedrijfje zijn, dat ondernemers oprichten naast hun huidige bedrijf. Be a Gamechanger is daarom voor zzp’ers een interessante plek waar ze in aanraking komen met andere ondernemers. Zo kom je misschien te weten of je samen mogelijkheden ziet voor zaken die je alleen niet voor elkaar krijgt. De inschrijving voor individuen voor Be a Gamechanger is daarom gefaseerd. Je doet eerst mee tijdens het weekend. Daarna schrijf je je met een team in voor de DoDi-sessie. Indien je alleen aan het weekend deelneemt, is dat ook al heel waardevol en leer je meer over het innoveren van je eigen business. Meer informatie vind je op sioo.beagamechanger.nl en bij vragen kan altijd contact worden opgenomen met het team van Sioo. Geplaatst in Professioneel inhuren, Toekomst van Werk, ZP en Ondernemen | Tags innovatie, verandermanagement | Laat een reactie achter
Grip op inhuur. Op zoek naar de goeiste of de beste? Geplaatst 15 oktober 2015 door ZiPredactie Werken met een marktplaats, preferred suppliers of een MSP om aan de juiste externe professionals te komen? Wat betekenen nieuwe aanbestedingsregels voor de inhuur van tijdelijk personeel door (semi-)overheden? Wat kan er straks nog en welke modellen geven grip op inhuur en zorgen er voor dat regels worden nageleefd? Moet je op zoek naar de ‘goeiste’ of de beste kandidaat? Experts hielden tijdens de inspiratiesessie Grip op inhuur door detacherings-, werving- en selectiebureau Yacht drie modellen tegen het licht. Grip op inhuur: het is het overkoepelende thema tijdens de inspiratiesessies van Yacht (zie ook deze whitepaper over Grip op Inhuur). Dinsdag kwamen in Maarssen die nieuwe Europese aanbestedingsregels ter sprake. “Het is heel actueel. We merken echt dat dit leeft onder onze netwerkleden”, zegt Jos Vlecken van Yacht, die de sessie voor de vierde keer organiseert. En met succes: tientallen HR- en inkoopmedewerkers van de centrale of decentrale overheid en semi-overheidsbedrijven vragen zich af wat de nieuwe regels straks betekenen voor hun dagelijkse werkzaamheden. Hoe bewaren zij het overzicht op de inhuur van tijdelijk personeel en zorgen ze er tegelijk voor dat de nieuwe regels worden nageleefd? Marktplaatsen Online marktplaatsen zijn voor (semi-)overheidsorganisaties een manier om aan de aanbestedingsregels te voldoen en tegelijkertijd grip te krijgen op inhuur. In heel Nederland zijn er zo’n honderd websites waarop gemeenten, provincies en de overheid tijdelijke opdrachten plaatsen. Zo ook de Gemeente Den Bosch. “Het was voor ons puur een rechtmatigheidskwestie,” zegt Kees van Weert, personeelsmanager bij de gemeente Den Bosch. Toen de gemeente vijf jaar geleden door accountants op de vingers werd getikt, werd gezocht naar een andere manier om tijdelijke professionals te werven. Met succes, aldus Van Weert. “De kosten zijn structureel gedaald.” Maar hier kan ook de economische crisis een rol hebben gespeeld, we spreken van 2010. “Maar prijs was niet eens het belangrijkste,” zegt Van Weert. Lijnmanagers zagen ook de kwaliteit van de ingehuurde professionals toenemen en als belangrijkste neveneffect noemt hij de betere opdrachtomschrijving door leidinggevenden. “Ze kregen veel helderder en duidelijker op papier wie ze nu eigenlijk zochten.” Dit leidde er bijvoorbeeld toe dat een aantal opdrachten na de plaatsing werd hergeformuleerd. “Vroeger waren we dan gewoon in zee gegaan met iemand die we eigenlijk niet nodig hadden.” De marktplaats is dus goedkoper en efficiënter, maar is tegelijkertijd tijdrovend. Partijen hebben recht op een gemotiveerde afwijzing, waar bij een normale sollicitatieronde een standaard e-mail volstaat. “Kees van Weert heeft het steeds over zijn assistente, daar kan hij waarschijnlijk niet meer zonder,” zegt een inhuurmanager bij de semi-overheid. Hij is kritisch over het model. Ook twee HR-medewerkers van een provinciale hoofdstad zijn minder positief: “Het is erg arbeidsintensief.” Wat kan er nog met de nieuwe aanbestedingswet De betreffende gemeente werkt net als veel overheidsorganisaties met raamcontractanten waarbij tijdelijk personeel, van hoog- tot laagopgeleid, kan worden geworven. Onder de nieuwe aanbestedingswet verandert er voor hen eigenlijk weinig, legt Maarten de Jong, advocaat bij Allen & Overy Amsterdam uit. “Een raamcontractant is in dit geval een praktische oplossing.” Er hoeft immers maar enkele keren te worden aanbesteed, waarbij de opdracht, via verschillende overeenkomsten, aan meerdere leveranciers kan worden gegund. Dit biedt een uitkomst omdat die leverancier – vaak een grote speler – tegelijkertijd uitzendkrachten en hoger geschoold personeel levert. En ook deze zogenoemde B-diensten moeten vanaf 18 april 2016 boven een bepaald bedrag via aanbesteding worden geworven. Dat is makkelijk, maar, zo merken critici op, het zet de zp’ er in veel gevallen buiten spel. “Dat vind ik wel een nadeel,” zegt een inhuurmanager bij de provincie. “We gebruiken onze marktplaats alleen voor specialistische functies, bijvoorbeeld in de IT. Maar ik vraag me nu af waarom we dit eigenlijk niet verder uitrollen. Je moet de zelfstandige ook een kans geven.” De twee HR-medewerkers van de provinciehoofdstad wuiven het bezwaar weg: “Onze leveranciers staan in contact met kleinere bureaus, die voor ons een specialist kunnen leveren als dat nodig is.” Een ander nadeel van de werving via raamcontractanten is de beperkte poule aan talenten. Je krijgt de goeiste maar niet per definitie de beste. Vinden van een MSP met Best Value Procurement Om te kunnen sturen op de kwaliteit van inhuur en met name vanwege op wens om hier grip op te krijgen, koos de Hanzehogeschool om te werken met een vaste managed service provider (MSP) een uitkomst. In dit geval hoeft slechts een keer te worden aanbesteed en fungeert de MSP als contractant voor zowel de uitzendkrachten en gedetacheerden als de individuele zp’er. De manier waarop de msp werd aanbesteed wijkt af van veel gebruikelijke procedures, zo blijkt uit de presentatie van Antoinette Bos. Bos, hoofd leveranciersmanagement aan de Hanzehogeschool Groningen, werkt met de best value procurement-methode (bvp). Kern is dat de opdrachtgever wel de doelen bepaalt, maar de manier waarop die doelen behaald wordt geheel over laat aan de expert: de leverancier. Die heeft verstand van zaken als de arbeidsmarkt en tooling om de grip op inhuur. Met de Hanze inhuur desk worden de doelen gehaald, licht Bos toe en de kwaliteit van de professionals ging er volgens het lijnmanagement op vooruit. Daarnaast wordt de organisatie een hoop juridische verantwoordelijkheid uit handen genomen. Vanuit de zaal wordt instemmend geknikt. “Dan ben je er in een keer mee klaar,” klinkt het. Bovendien laat het model van Bos zien dat mkb’ers en zelfstandigen wel degelijk kans maken op tijdelijke opdrachten; een van de doelstellingen van haar organisatie. Dat is ieder geval zo zolang een zelfstandige beschikt over een VAR-verklaring. De aanstaande Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties die de VAR moet gaan vervangen, is hier een drempel. “Moet die straks met de MSP worden gesloten?”, wordt terecht gevraagd. Net als duidelijkheid over de betreffend wetswijziging laat het antwoord op zich wachten. “Het is echt nog te vroeg om daar iets over te zeggen,” zegt Jos Vlecken van Yacht. Een vijfde inspiratiesessie in het voorjaar dient zich al aan. “En het thema ligt inderdaad voor de hand.” Dit is de eerste van een serie artikelen naar aanleiding van de inspriratiesessie ‘Grip op Inhuur’, georganiseerd door Yacht. De andere artikelen uit deze serie zijn hier terug te lezen. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags aanbestedingswet, grip op inhuur, inhuur, inkoop, marktplaatsen, MSP | Laat een reactie achter
Flexbarometer is na drie jaar vernieuwd. Geplaatst 15 oktober 2015 door ZiPredactie De Flexbarometer is na drie jaar vernieuwd. De digitale flextool van TNO, ABU en FNV Flex geeft een gebruiksvriendelijker en overzichtelijker beeld van het aantal werkenden in Nederland, verdeeld over de verschillende typen contracten, vast en flex, in tien sectoren. In het vervolg worden de cijfers per kwartaal bijgewerkt, zodat de Flexbarometer in de toekomst een actueel beeld van de arbeidsmarkt geeft. De Flexbarometer biedt een overzicht van het aantal werkenden, verdeeld over vaste en flexibele contracten in tien sectoren. De barometer brengt daarnaast de omvang van de diverse flexvormen in beeld, alsook de persoonskenmerken (geslacht, leeftijd, opleiding) per flexvorm. Flexibeler Ook geeft de Flexbarometer trends weer. Vanaf 2003 worden de cijfers van de vaste en flexibele arbeidsmarkt getoond. In de afgelopen twaalf jaar is de arbeidsmarkt een stuk flexibeler geworden. Het aantal flexibele contracten steeg in deze tijd met ruim 60%. De grootste stijger was de categorie mensen met een oproepcontract die meer dan verdubbelde. Het aantal uitzendkrachten steeg met 28%. Ook het aantal zzp’ers groeide met 56% fors in de afgelopen twaalf jaar. Representatief De Flexbarometer is objectief en gebaseerd op representatieve bronnen van het CBS en TNO. In de barometer kan de gebruiker zelf selecteren over welke groepen flexwerkers, thema’s of specifieke sectoren informatie gewenst is. In de nieuwe versie zijn de plaatjes met statistieken handig te downloaden, zodat ze eenvoudig gebruikt kunnen worden in presentaties. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags cijfers, onderzoek | 1 Reactie
Externe inhuur: Sturen op kwaliteit in de praktijk. Geplaatst 14 oktober 2015 door Harvey Nash Sturen op de kwaliteit van de inhuur van extern personeel. Hoe doe je dat in de praktijk? Tijdens het Harvey Nash-seminar over dat thema gaven Jan Karel Sindorff (voorheen Ziggo, nu interim-manager bij ASML) en Maarten van Til en Kay Woesthuis (respectievelijk teammanager HR en strategisch inkoper bij TenneT) hun visie. De rode draad van hun betoog luidde: stap buiten gebaande paden. Laat het los, laat het gaan. Jan Karel Sindorff vindt dat inkopers en recruiters de nieuwe realiteit van een veranderende arbeidsmarkt moeten omarmen. Organisaties en de arbeidsmarkt zijn dynamisch en voortdurend in beweging. Het heeft daarom geen zin om vast te houden aan oude routines. “Laat het los, laat het gaan”, zingt Sindorff het bijna uit. Zowel inkopers als recruiters schieten volgens Sindorff bij de inhuur van flexibel personeel nog te snel in standaard reflex. Ze houden vast aan regels en procedures, zonder zich te realiseren dat het om mensen gaat. Ze kijken alleen naar de inhuur van mensen, zonder te verkennen welke andere manieren er zijn om flexibiliteit en capaciteit te organiseren. Sindorff: “De hedendaagse staffingvraag luidt: welke competenties en kennis heb ik gedurende welke periode nodig om mijn afdelings- of bedrijfsdoelstellingen te halen? Het antwoord op die vraag geeft richting aan je verdere zoektocht. Het is dan ook geen zoektocht naar flex of vast, dat is niet meer relevant. We gaan op zoek naar kennis en/of kunde die we voor een bepaalde tijd aan onze organisatie willen binden.” Om dat voor elkaar te krijgen moeten HR en inkoop elkaar weten te vinden. Ze moeten elkaars kennis verrijken om zo relevant te blijven en gezamenlijk waarde toevoegen aan de organisatie. Daar gaat het immers om. Kwaliteit en aanbesteden Hoe ze bij TenneT aankijken tegen de vraag ‘Inhuur: HR of inkoop?’ werd door de presentatie van TenneT op het seminar heel beeldend zichtbaar gemaakt. Zowel Maarten van Til (teammanager HR) als Kay Woesthuis (strategisch inkoper) stonden op het podium met een duopresentatie. Maar HR is wel in de lead, verklapte Van Til. Sturen op kwaliteit houdt voor TenneT bijvoorbeeld ook in dat een aanbesteding voor leveranciers van extern personeel zo wordt ingericht, dat de focus ligt op kwaliteit. “Kwaliteit tegen een redelijke prijs. Dat is een van onze kernwaarden richting onze klanten. Het is wel zo logisch om leveranciers op basis van dezelfde waarden te selecteren.” Van Til en Woesthuis lieten in hun presentatie zien hoe ze dit gezamenlijk hebben aangepakt. Om te beginnen speelde de prijs geen rol in de aanbesteding. Er werd simpelweg niet naar gevraagd. Dan krijg je vanzelf meer focus op onderscheid in kwaliteit. Zowel in de manier waarop leveranciers hun aanbod opstelden, als in de manier waarop de aanbiedingen beoordeeld worden. TenneTstelde vooraf een brokerfee vast. Een scherp tarief, maar ook een tarief waarmee leveranciers uit de voeten kunnen. “We verwachten dat leveranciers namens ons investeren in de arbeidsmarkt, dan moet je ze die kans ook gunnen”, aldus Van Til. Wanneer opdrachten uitgezet worden geeft TenneT een bandbreedte van het tarief mee. De beoordeling van de kandidaten vindt daardoor alleen plaats op basis van kwaliteit. Het zoeken naar kandidaten laat TenneT over aan bureaus. Bij het bedrijf werken tussen de 300 en 500 externe professionals. “Zo houden wij tijd over voor het managen van ingehuurde zelfstandigen.” Ook dat is een manier om te zorgen voor meer kwaliteit rond inhuur: focus op goed opdrachtgeverschap en op de effectiviteit van de inzet van externen. In het rapport Inhuur: HR of Inkoop? staan meer tips en aanbevelingen uit de praktijk. Het volledige rapport (20 pagina’s) is hier (gratis) te downloaden. Dit is de laatste aflevering van een reeks blogs naar aanleiding het seminar Externe inhuur: Sturen op kwaliteit van Harvey Nash. Eerdere blogs kunt u hier teruglezen. Slides van de presentaties staan hier Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags Externe Inhuur: Sturen op Kwaliteit, Harveynash, inhuur, inhuurcase, inkoop | Laat een reactie achter
ZZP-organisaties sturen brandbrief naar Wiebes aangaande Wet DBA Geplaatst 13 oktober 2015 door PZO De samenwerkende ZZP-organisaties Zellfstandigen Bouw, PZO-ZZP, FNV Zelfstandigen en Stichting ZZP Nederland maken zich zorgen over de voortgang van de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties. Daarom hebben ze de onderstaande brief verzonden aan staatssecretaris Wiebes. De organisaties pleiten voor een helder transitieplan, en voor meer tijd. Om zo er voor te zorgen dat de Wet DBA niet afgeschoten wordt. Geachte heer Wiebes, De politieke besluitvorming ten aanzien van de wet DBA staat voor de deur: op 27 oktober zal de 1e Kamer over dit wetsvoorstel stemmen. De oplossingsrichting die met het wetsvoorstel DBA wordt beoogd is mede gebaseerd op onze inbreng in de discussie over de VAR: maak door afschaffen van de VAR handhaving bij de opdrachtgever mogelijk, en focus op een heldere sectorale aanpak om oplossingen te creëren in de zeer specifieke probleemgebieden. Uitgangspunt daarbij was eveneens dat deze richting géén negatieve bijeffecten voor alle overige zelfstandigen met zich mee zou brengen. Vanuit dit perspectief hebben wij het wetsvoorstel DBA ook ondersteund – en daarbij hebben wij van het begin af aan aangegeven dat het uiteindelijke succes geheel bepaald zou worden door de wijze van implementatie. Immers, de markt, de inkoopprocedures van opdrachtgevers en de contractvorming tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers heeft zich gedurende vele jaren mede gebaseerd op het bestaan van de VAR. Afschaffen van de VAR met behoud van een goed werkende markt en voldoende rechtszekerheid voor alle betrokkenen vraagt dan ook om een zorgvuldige transitie: Een onjuiste dosering van een in zichzelf goed medicijn kan de bijwerkingen erger maken dan de kwaal. In de afgelopen maanden hebben wij, met name via de daartoe ingestelde Klankbordgroep DBA, onze inbreng ten aanzien van implementatie en transitie geleverd. Op 4 september hebben onze vertegenwoordigers in de klankbordgroep DBA een brief gestuurd naar deze klankbordgroep (zie bijlage). In deze brief hebben wij onze zorgen geuit ten aanzien van de implementatie van de wet DBA. In de brief staat onder meer: “Gezien de aard van onze zorgen vinden we dat er een duidelijke beschrijving van de transitie en implementatie moet zijn, waarin onder meer de randvoorwaarden voor succesvolle implementatie worden beschreven, waarin wordt vastgesteld in hoeverre aan deze randvoorwaarden wordt voldaan en waarin een risico-analyse is opgenomen.” Wij ervaren dat wij niet alleen staan in deze zorgen: Ook van de zijde van zowel opdrachtgevers als intermediairs bestaan ernstige zorgen over de invoering van de wet DBA zonder voldoende flankerend beleid en doorlooptijd om de transitie evenwichtig te doen plaatsvinden. Eerder is ook door diverse fracties in de 1e Kamer gewezen op de risico’s van overhaaste en ondoordachte invoering. Uw toezegging dat “in geval van vergevorderd overleg” coulance in de handhaving zal worden betracht, doet geen recht aan de reikwijdte van de zorgen. Vooropgesteld: wij waarderen uw inspanningen om de VAR door een meer gepast instrumentarium te vervangen en wij waarderen de inspanningen van de belastingdienst om inhoudelijk voortgang te boeken met specifieke modelcontracten. Tegelijkertijd zijn onze zorgen ten aanzien van de detaillering van de modelcontracten, het ontbreken van een inzichtelijk toetsingskader, de aanhoudende onzekerheid ten aanzien van “bemiddeling” en de onduidelijkheid over de mogelijke gevolgen van invoering per 1 januari onverminderd groot. Overwegingen Eén van de uitgangspunten die u in uw toelichting naar de 2e Kamer heeft geformuleerd is dat “Wat niet is toegestaan, blijft niet toegestaan en wat is toegestaan blijft toegestaan”. Door velen is dit gepercipieerd als referentie naar wat vandaag de dag in het maatschappelijk en economisch verkeer is toegestaan. Tegelijkertijd lijkt in de beoordeling van modelcontracten en in de beoordeling van het fenomeen “bemiddeling” licht te zitten tussen de toetsing aan de gangbare praktijk, en de toetsing aan juridische uitgangspunten. Dit geeft ten minste onduidelijkheid voor alle betrokkenen. Los van de inhoudelijke vraag welke toetsing juist is, zal het bepalen van de toetssteen en het waar nodig aanpassen van de gangbare praktijk tijd kosten – en om ongewenste verstoring van te voorkomen zal deze tijd gegeven moeten worden. Ter illustratie noemen we de positie van de overheid als opdrachtgever. De overheid (zowel Rijksoverheid als Lokaal) maakt op grote schaal gebruik van de inzet van zelfstandigen, veelal via bemiddeling. Stel dat intermediairs hun diensten aan de overheid per 1 januari staken omdat er geen duidelijkheid is over het risico dat zij lopen – welke discontinuïteit geeft dit voor bijvoorbeeld de inzet van ICT’ers bij de Belastingdienst? De inkoopvoorwaarden van de overheid stellen (bijvoorbeeld) dat vervanging niet zonder toestemming mogelijk is – wat betekent dit voor de beoordeling van de arbeidsrelatie? Hoeveel tijd zou het de overheid kosten om de inkoopvoorwaarden aan te passen? Stel dat alle zelfstandigen die inmiddels meer dan een jaar bij de overheid actief zijn een andere opdrachtgever zoeken omdat ze anders niet méérdere opdrachtgevers per jaar hebben – welk continuïteitsrisico loopt de overheid dan? Stel dat de Belastingdienst op 2 januari alle inhuur van zelfstandigen door de overheid zou toetsen – welk risico op naheffing voor de loonheffingen loopt de overheid dan? Welke modelcontracten zijn er beschikbaar voor de inhuur van zelfstandigen door de overheid? Met dit voorbeeld willen we hier geen inhoudelijke discussie over de genoemde criteria initiëren – wel willen we aangeven dat transitie voor een (grote) opdrachtgever en daarmee voor vele zelfstandigen zowel vanuit de continuïteit van de bedrijfsvoering als vanuit de marktpositie van zelfstandigen tijd vergt. Het is evident dat “kale” invoering van de wet DBA per 1 januari geen recht doet aan het belang van opdrachtgevers noch van opdrachtnemers. Onzekerheid lijdt tot onvoorspelbare effecten, die variëren van discontinuïteit bij grote opdrachtgevers tot inkomensonzekerheid bij individuele zelfstandigen. Het doel van de transitie is “de juiste contractvorm bij elke arbeidsrelatie” – dit doel bereiken we slechts als er sprake is van geleidelijkheid. Paradox Het is evident dat er een transitieperiode noodzakelijk is. Deze transitieperiode kan op diverse manieren worden vormgegeven. Eén element is de ingangsdatum van de wet DBA (wanneer vervalt de VAR?), de andere is de mate waarin naast deze invoeringsdatum sprake is van flankerend beleid c.q. transparante en robuuste overgangsmaatregelen. Een tweede element is het moment van besluitvorming. Spoedige besluitvorming draagt bij aan duidelijkheid over de koers; een te snelle besluitvorming zonder een helder transitieplan draagt juist bij aan onzekerheid en disruptie in de markt. Als de 1e Kamer zou oordelen dat er onvoldoende ruimte en duidelijkheid ten aanzien van de transitie bestaat en dientengevolge negatief zou besluiten ten aanzien van invoering per 1 januari, dreigt het wetsvoorstel opnieuw integraal ter discussie te komen. Als de 1e Kamer instemt zonder zicht te hebben op voldoende borgende maatregelen ten aanzien van de transitie, dreigt een enorme maatschappelijke onrust die significante economische gevolgen kan hebben. Gezien deze paradox is het van belang het uitgangspunt centraal te stellen: een volwaardige transitie. Daarbij hanteren wij het begrip effectieve invoeringsdatum: dit is niet de datum waarop de wet van kracht wordt, maar het moment waarop partijen redelijkerwijs in staat zijn om conform de wet te handelen en waarop dus ook handhaving redelijkerwijs kan plaats vinden. In onze inschatting ligt de effectieve invoeringsdatum van de wet DBA (wellicht gedifferentieerd naar probleemgebied) op zes tot twaalf maanden van nu. Scenario’s Idealiter zou in onze ogen de invoeringsdatum 1 januari 2016 zijn, ondersteund door een helder transitieplan dat recht doet aan bovenstaande overwegingen en dat een reële effectieve invoeringsdatum creëert. Vanuit dit perspectief hebben wij de Belastingdienst vandaag opgeroepen om op zéér korte termijn met een robuust pakket aan overgangsmaatregelen te komen. Alleen als duidelijk is op welke wijze een zorgvuldige transitie plaats gaat vinden, zou formele invoering per 1 januari 2016 verantwoord zijn. Hoewel het wellicht niet reëel is om te veronderstellen dat een plan dat in de afgelopen zes maanden geen gestalte heeft gekregen nu in drie dagen realiteit kan worden, willen we vanuit ons perspectief deze optie een laatste kans geven. Daarbij merken wij op dat de vraag of overgangsmaatregelen ‘voldoende’ zijn door betrokken belangenorganisaties zouden moeten worden beoordeeld. Wij realiseren ons dat, als de 1e kamer aanstaande dinsdag onvoldoende zicht heeft op een robuust transitieplan, dit zeer wel zou kunnen leiden tot een negatieve stemming in de 1e Kamer. Daarmee ontstaat het risico dat we forse stappen terug zetten en meer tijd verliezen dan noodzakelijk. Gezien onze principiële ondersteuning van de achterliggende oplossingsrichting is zowel afwijzing ongewenst; tegelijkertijd is invoering zonder duidelijk transitieplan onacceptabel. Vanuit dit perspectief reiken wij u als derde scenario aan om het wetsvoorstel vooralsnog aan te houden. Mocht het niet mogelijk zijn om op zéér korte termijn een serieus transitieplan voor te leggen, heeft het onze voorkeur dat de wet DBA niet nu in de 1e Kamer wordt afgewezen, maar dat het op een later moment, voorzien van een robuust transitieplan en ondersteund door zichtbare voortgang in het opstellen van meer generieke modelcontracten, alsnog wordt voorgelegd. Samenvattend stellen wij dat wij achter de koers van de wet DBA staan, en dat wij los van elke tijdsdruk in besluitvorming vasthouden aan een invoeringsstrategie die voldoet aan de volgende uitgangspunten: Voldoende rechtszekerheid voor de individuele zelfstandige; Modelcontracten die recht doen aan de positie van grote groepen zelfstandigen en aan actuele interpretatie van wet- en regelgeving; Transitie gericht op oplossingen voor concrete problemen en waar nodig een herstel van evenwicht, maar zonder abrupte breuklijnen met onvoorspelbare gevolgen voor velen. Voldoende tijd voor opdrachtgevers, intermediairs en zelfstandigen om waar nodig de handelswijze aan te passen, ook in het geval van bestaande en soms langlopende overeenkomsten. Gezien het belang voor álle zelfstandig ondernemers zijn wij uiteraard waar mogelijk bereid om op korte termijn onze bijdrage aan de totstandkoming van een en ander te leveren. Met vriendelijke groet, Denis Maessen Voorzitter PZO-ZZP Maarten Post Voorzitter Stichting ZZP Nederland Charles Verhoef Voorzitter Zelfstandigen Bouw Henk Wesselo Directeur FNV Zelfstandigen Geplaatst in ZP en Politiek | Tags Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties | 2s Reacties