Maandelijkse archieven: november 2011

Naar twee of drie banen tegelijkertijd

Het is al weer 3 jaar geleden dat ik op een internationale conferentie een van de sprekers uit de VS zijn verbazing hoorde uitspreken over het feit dat het hem opviel dat er in Europa zo star gedacht wordt in termen van banen in plaats van in werk.

Zijn boodschap kwam overeen met mijn stelling dat er veel meer werk is dan dat er banen zijn. Zodra wij bereid zijn te gaan denken in termen van werk in plaats van banen, zal naar mijn idee blijken dat er veel meer mogelijk is. Iedereen moet dan wel bereid zijn om afscheid te nemen van het idee dat het hebben van 1 baan zaligmakend is.

Ik spreek veel ondernemers en zij geven meer dan eens aan dat ze werk hebben voor pakweg 25 tot 40 uur per maand. Ze kunnen echter niemand vinden voor 1 dag in de week en een uitzendkracht willen ze liever niet, want ze willen continuïteit.

Ik realiseer mij dat niet iedereen de mentale verkracht heeft om meerdere banen tegelijk in te vullen. Toch denk ik dat met deze insteek er meer mensen aan het werk zullen komen, dan wanneer we blijven vasthouden aan het denken in het hebben van 1 baan tegelijk.

Ik ben benieuwd naar de mening van de lezers van dit blog.

Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags , | 7s Reacties

Druk op tarieven niet te rijmen met kwaliteitseisen en toenemende vraag naar Interim Managers

Vorige week woensdagavond hield de NVIM, de Nederlandse Vereniging van Interim Managers, haar derde bijeenkomst over ‘De Markt’ in een serie van vier. Ditmaal ging de zoektocht naar het antwoord op de vraag ‘Wat vraagt de klant?’. En aan wie kun je dat beter vragen dan aan de klant zelf, dus werden er in De Soester Duinen te Soesterberg drie ervaren opdrachtgevers – Angeline Kierkels, directeur Publieke Sector van De Meerlanden NV, Paul Smits, vml directeur van het Maasstadziekenhuis en Ir. Cees van Laarhoven, vml directeur van Imtech – ondervraagd door het publiek, bestaande uit leden en aspirant leden van deze inspirerende en steeds vernieuwende vereniging.

Opdrachtgevers verwachten een groeiende vraag naar Interim Managers

Een korte samenvatting: Een interim manager moet met een frisse blik van buiten naar binnen kijken, maar tegelijk dusdanig goed de materie en de sfeer van zijn opdrachtgever snappen dat hij ook de blik van binnen naar buiten kan richten. Een interim manager moet bereid zijn risico’s te nemen die de ervaren krachten binnen het bedrijf niet aandurven. Maar hij moet ook omzichtig opereren zodat processen doorlopen en de plek die hij invult na zijn interimperiode weer geluidloos door een vaste of terugkerende kracht ingenomen kan worden. Last but not least, de Interim manager moet zijn team binden en tegelijk niet bang zijn keuzes te maken waardoor spanningen in teams kunnen ontstaan. Dit doet hij door tegelijkertijd én voor een schokeffect te zorgen én er voor te waken dat de resultaten van zijn inspanningen geborgd zijn als hij de organisatie van de opdrachtgever weer verlaat. Een schaap met vijf, nee met zes poten.

Ook werden er diverse voorspellingen gedaan over de grootte van de markt voor Interim Managers in de toekomst. Unaniem zeiden de opdrachtgevers dat ze verwachten dat deze gaat groeien. Er komen reorganisaties aan, de overheid moet bezuinigen en meer aan de markt overlaten en bovendien moeten bedrijven en organisaties steeds sneller schakelen. Een vacature lang open laten staan omdat je geen vaste medewerker kan vinden is uit de tijd. Dat zijn allemaal ontwikkelingen die ervoor zorgen dat de Interim markt zal toenemen.

Het gaat om waarde, prijs is minder relevant

Wie denkt dat de Interim Managers in de zaal schrokken van dit enorme eisenpakket en van de toenemende vraag naar hun diensten vergist zich. Ze waren het grotendeels eens met de opdrachtgevers. Van een Interim Manager mag je wat verwachten en zeker als deze lid is van de NVIM. ‘Maar’ werd er door het publiek aangegeven ‘die vraag om kwaliteit valt niet goed te rijmen met de druk op tarieven.’ Volgens de opdrachtgevers is het zaak dat je je als Interim Manager onderscheidt in kwaliteit en dat prijs daarbij secundair is. ‘Het gaat om waarde, prijs is veel minder relevant’ aldus Cees van Laarhoven. Een uitspraak waar ook Angeline en Paul zich in leken te vinden. Een prima zin om te onthouden als ze weer eens inhuren en tegenover een van de leden van de NVIM zitten!

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , | Laat een reactie achter

De overheid moet juist meer externen inhuren

Wat zou er toch mis zijn met het inzetten van ‘externen’ bij de overheid? Als ik de krantenkoppen moet geloven staan de barbaren aan de poort. Het vakblad InOverheid schrijft over ‘hele legers tijdelijk ingehuurde krachten’ en de ambenaren in vaste dienst hebben zich dan ook al teruggetrokken in hun burcht, de slotgracht nog eens extra uitgegraven en de brug opgehaald: als de overheid dan al compacter moet worden dan geldt: ‘eigen mensen eerst en weg met al die indringers’.

En de Tweede Kamer heeft zich onder aanvoering van de SP opgeworpen als redder in de nood van ambtenaren die hun voortbestaan als overheidsdienaar worden bedreigd door in 2010 een motie aan te nemen – unaniem nog wel – waarin de regering wordt gevraagd om de diverse overheden op te leggen dat er nooit meer dan 10 procent van het personeelsbudget mag worden uitgegeven aan de inzet van ‘externen’. In tijden van crisis moeten we snijden waar het vet zit. En dat vet zit hier’, zo beargumenteerde de indiener zijn inzet om de deur voor de inzet van externen bij de overheid op een zo klein mogelijke kier te zetten.

Negatieve beeldvorming over externen

In 2009 was toenmalig minister Guusje Ter Horst van Binnenlandse Zaken al gekomen met een ‘ richtinggevend instrument’ waarbij de norm voor het besteden van geld aan externen voor de ministeries op 13 procent van het personeelsbudget werd gesteld. Daar mocht wel van worden afgeweken als het betreffende ministerie er maar een goed verhaal bij had. In de praktijk bestaat die situatie nog steeds, want haar opvolger Donner heeft de SP motie gewoon naast zich neergelegd. Hij vindt een absolute grens van 10 procent in de praktijk ‘onwerkbaar’. En dus stellen we tegenwoordig elk jaar in mei – op de zogenaamde verantwoordingsdag- aan de hand van cijfers van de diverse ministeries vast dat er nog steeds ministeries zijn die niet voldoen aan het uitgangspunt dat 13 procent eigenlijk de norm zou moeten zijn. Dit jaar waren dat er vier. Bij de lagere overheden zien we dezelfde trend. Gemeenten geven 16 procent van hun personeelsbudget uit aan externen, in de pers beschreven als ‘ externe krachten slokken nog altijd 16 procent van het personeelsbudget op’.

‘Opslokken’,’opstrijken’; wie als niet-ambtenaar diensten voor de overheid uitvoert, moet er kennelijk rekening mee houden dat daarmee een vorm van agressie wordt opgeroepen en dat hij of zij wordt weggezet als profiteur .’Overheidsmanagers moeten begrijpen dat in tijden van crisis verantwoord moet worden omgegaan met belastinggeld’, schrijft SP-Kamerlid Ronald Van Raak op de site van zijn partij over het inhuren van externen door de overheid. Ze zijn in elk geval gewaarschuwd.

Inzet externen verdient genuanceerd standpunt Tweede Kamer

Staat het inhuren van externen door de overheid dan gelijk met verspilling van gemeenschapsgeld? Hoezo zou iedereen die een rol speelt bij de dienstverlening van de overheid daar ook in vaste dienst moeten zijn? Wie de overheid ziet als een bedrijf kan zich ook spiegelen aan het bedrijfsleven waar de mate van flexibiliteit in het personeelsbestand veel groter is dan bij de overheid. Waarom zou het slecht zijn als de overheid de deuren juist wijd openzet voor de inbreng van externen, ter stimulering van de innovatie en voor het tegengaan van tunnelvisie? Is er een bedrijfseconomisch argument te bedenken voor de door de Tweede Kamer gevraagde afdwingbare bovengrens van 10 procent van het personeelsbudget?

Een slagvaardige, moderne en flexibele overheid zou er naar moeten streven om het aantal externen juist op te voeren, net zoals dat gebeurt in de succesvolle onderdelen van de Nederlandse economie. We moeten af van het misverstand dat het bij de inzet van externen bij de overheid zou gaan om extra personeel. In de praktijk gaat het gewoon om werk dat gedaan moet worden en we zijn langzaam maar zeker aan het ontdekken dat dat ook kan worden gedaan door mensen die niet de ambtenarenstatus hebben. Dat verdient een meer genuanceerde benadering door de Tweede Kamer en het vraagt ook om het dempen van de slotgracht rondom de ambtenarenburcht.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , | 7s Reacties

De complexiteit van de zelfstandige. Overschot én tekorten aan (interim) managers vraagt om financiële keuzes.

Nog nooit waren de verschillen tussen markten en rollen in het leven van de zelfstandige externe manager zo groot, en dat in relatief korte tijd. Hierin schuilt de complexiteit van het bestaan als zelfstandige. Is er vandaag hoogconjunctuur als ZZP’er, morgen is het anders. Het wisselen tussen rollen onderling is lastig, het wisselen van marktgebied nog lastiger en de combinatie tussen deze twee is de zwaarste. Een functioneel manager uit de overheid wordt niet zomaar een projectmanager in de financiële sector. Dit fenomeen zal met een complexer wordende arbeidsmarkt alleen maar versterken. Het lijkt erop dat veel mensen die jaren lang succesvol hebben geacteerd, nu buiten de boot vallen. Ouderen, generalisten en ZZP’ers zonder een goed netwerk zijn het slachtoffer van deze shift van de arbeidsmarkt. Welke stappen moeten zij maken? Een (nog) verdere tariefsverlaging? Nee, dat is niet de oplossing. Een nieuwe opleiding volgen? Zeker, kansen stijgen voor hen die aan ‘education permanente’ doen. Maar het is niet het ei van Columbus. Dat is er namelijk niet en dat maakt de situatie, rekening houdend met een crisis die nog wel enige tijd zal duren, moeilijk en voor sommigen uitzichtloos. Lees ook het artikel dat hierover verschenen is in HP/DeTijd.

Overschot én tekort aan capabele mensen.

Toch is er iets mis in en met deze analyse. Op tal van plekken is onvoldoende capaciteit van capabele mensen die waarde aan de samenleving toevoegen. Onderwijs, zorg, integratieactiviteiten, om er een aantal te noemen. Hier liggen braakliggende terreinen waar de (gewezen) zelfstandige grote waarde kan toevoegen. Aan de buitenkant lijkt dit een puzzel waarvan de stukken in elkaar vallen. Aan de binnenkant is het vooral het financieringsmodel erachter dat moeilijk sluitend te krijgen is. Zowel naar de zelfstandige, die immers fors teruggaat in beloning, als aan de kostenkant schuurt het. Wie gaat dit betalen? Uiteindelijk zal hier de oplossing (moeten) liggen. Mensen die noodgedwongen aan de kant staan, maar grote waarde elders kunnen toevoegen, is geen scenario van een zich steeds verder ontwikkelende samenleving …

Atos Interim Management volgt de arbeidsmarkt op de voet met de Interim Index. Vanaf medio 2008 onderzoeken wij periodiek, samen met Nyenrode Business Universiteit en TNO, hoe de vraagverwachting van en naar externe managers in de Nederlandse markt zich ontwikkelt. Hoe ziet de interim manager zijn rol nu en in de toekomst? Verandert de aard van de ‘vrije’ leidinggevende functies? Via welke kanalen vindt de distributie van interim management diensten plaats? Verwachten wij een toename aan interim managers en in welke marktsegmenten zal voornamelijk groei plaatsvinden? Wij zijn in afronding van onze 7e interim index waarin wij deze keer zowel interim managers als opdrachtgevers vragen naar hun ervaring en toekomstvisie over flexibel management. Bent u geïnteresseerd in de resultaten ga dan naar www.interim-index.nl

Geplaatst in Professioneel inhuren, ZP en Politiek | Tags , | 3s Reacties

Meer flex in de zorg: maar dan wel anders!

De uitdagingen in de zorg zijn evident. Ook in de recente sectoranalyse van Professionals in Flex wordt de problematiek nog eens grondig met cijfers onderbouwd. De dubbele vergrijzing, bij personeel én bij cliënten, vraagt om onorthodoxe maatregelen. De daling van de beroepsbevolking is een grote zorg voor een sector met een almaar stijgend aantal vacatures. In 2050 is de helft van Europa ouder dan 50 jaar! Stel u eens voor wat dit voor de zorgsector betekent…

Dergelijke uitdagingen vragen om radicale veranderingen en daarbij moeten we oude patronen en denkwijzen durven los te laten. Dat geldt ook voor flex in de zorg. Dat het ‘traditionele uitzenden’ niet meer werkt zien we dan ook terug in de ABU-marktmonitor waar de uitzendomzet in de medische sector keer op keer verder daalt.

De ontwikkelingen rondom flex in de zorg worden gedomineerd door twee belangrijke peilers: ten eerste is er de BTW problematiek, waarbij private uitzenders al op voorhand 19% duurder zijn dan zelf door de zorg georganiseerde flex. Ten tweede is er de trend dat het aantal ZZP-ers in de branche enorm groeit, ten koste van reguliere gedetacheerde werknemers. Dit zijn zaken waar een traditionele uitzender nauwelijks een antwoord op heeft. Maar zijn het bedreigingen voor de flexbranche? Nee! het zijn juist prachtige kansen.

Organiseren flexibiliteit kans voor flex-sector

Door de noodzaak om arbeidskrachten maximaal efficiënt te benutten, en om een antwoord te geven op de toenemende vraag naar flexibiliteit, behoort flex een speerpunt te zijn voor elke onderneming in de zorg. Het organiseren van deze flexibiliteit en de noodzakelijke samenwerkingsverbanden tussen zorginstellingen zijn belangrijke voorwaarden voor succes. Ook het opleiden en certificeren van personeel zijn belangrijke aandachtspunten die voor de flexibele werknemer moeten worden geregeld.

En dat is nu juist waar de kansen liggen. Uitzenders moeten afstappen van het aloude adagium van ‘uitzenden’ van ‘hun’ werknemers, maar de slag maken naar een nieuwe vorm van dienstverlening: het organiseren en faciliteren van een platform voor alle vormen van flexibele arbeid in de zorg. Of het nu eigen medewerkers zijn, medewerkers van zorginstellingen of ZZP-ers: het zijn allemaal medewerkers die flexibel willen en moeten worden ingezet. Juist omdat de nieuwe flexwerkers in de zorg ‘gedeeld’ moeten worden door meerdere zorginstellingen en juist omdat het organiseren van flex om specifieke expertise gaat, ligt het betrekken van een externe partij voor de hand. Dit zijn kansen voor flexondernemingen, die geen uitzender maar een marketmaker wil zijn. Voor ondernemingen die innovatief durven te opereren ligt er een wereld open. Wie durft?

Patrick Hustinx (1974) is oprichter en managing partner van Professionals in Flex. Met eerdere ervaring bij de ABU als hoofd sociaal-economische zaken, bij Boer en Croon als interimmanager en onafhankelijk ZZP-er heeft Patrick zeer diverse kanten van de flexibele arbeidsmarkt gezien. Patrick is auteur van o.a. het boek Ondernemen in Flex en is nu met name gericht op strategie rondom flexibele arbeid, internationaal uitzenden en business development. 

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | Laat een reactie achter

Wat moet je als ZZP’er met Occupy?

‘We are the 99 procent, we are the 99 procent!’, het is dé kreet van de Amerikaanse protestbeweging Occupy Wall Street. De demonstranten protesteren tegen de hebzucht van Wall Street en andere grote financiële instellingen. Occupy weet wereldwijd ondertussen tienduizenden mensen op de been te brengen. De beweging benadrukt nogmaals dat organisaties de drijfveren van haar klanten maar ook van (eigenzinnig) talent zullen moeten begrijpen en serieus nemen.

Noodzaak voor verandering

Jarenlang hebben financiële instellingen te grote risico’s genomen. Banken, verzekeraars, pensioenfondsen, allemaal dachten ze maar aan één ding: zoveel mogelijk winst maken. Langzamerhand verdween de menselijke maat. Vanuit de hoge kantoorgebouwen keken en kijken de banken letterlijk neer op hun klanten. En dat terwijl die klanten de banken juist groot hebben gemaakt. En die klanten zijn het zat. Die onvrede begint nu langzaam om zich heen te grijpen. Niet alleen aan de overkant van de oceaan, ook hier in Nederland.

En dat merken zelfstandige professionals ook: Grote organisaties hebben steeds meer moeite om de juiste talenten te vinden, laat staan aan zich te binden. Eigenlijk staat Occupy voor een grote drang naar goede verandering. Het is daarom jammer dat de beweging geen duidelijke idealen heeft. Er is geen manifest, geen plan voor verbetering. Aan de andere kant sluit Occupy niemand uit. Er is namelijk één gemene deler: onvrede, hele grote onvrede. Die onvrede voelen ZZPers direct. Veel grotere bedrijven houden hun hand op de knip. Sociale onrust is namelijk nooit goed voor de economie.

Toch kunnen ZZPers profiteren van de economische situatie. Daarnaast kunnen ze zich ook profileren. Veel ZZPers denken: jullie zien mij niet, ik ben te klein. Het ‘ik ben een nummer’ gevoel hebben zelfstandige professionals steeds vaker. Dat is ook niet zo verwonderlijk, zeker niet nu het aantal zelfstandige professionals zo enorm groeit. Daar zitten ook voordelen aan. In een massa zijn er altijd mensen of bedrijven die eruit springen. Bedrijven die net iets anders zijn dan de rest. Jezelf als ZZPer profileren wordt daarom steeds belangrijker.

Wat betekent dit alles voor u als ZZPer? Gaat Occupy echt de wereld veranderen? Natuurlijk is het te vroeg om daar uitspraken over te doen. Maar laten we eens kijken naar protestbewegingen in het verleden. Dat kan heel dichtbij. Denk aan Provo in de jaren zestig. Een ludieke beweging zonder duidelijke idealen. Doel: het provoceren van de autoriteiten. Die doelstelling werd ruimschoots gehaald. Maar echte verandering? Daar zijn de meningen over verdeeld. Mensen en politici werden in ieder geval aan het denken gezet. En daar lijkt de Occupy beweging nu ook toe aan te zetten.

Bedrijven lijken zich vooralsnog weinig aan te trekken van de protesten. De mannen in grijze krijtstreeppakken hebben nog steeds oogkleppen op en vangen nog steeds torenhoge bonussen. Een echte cultuuromslag is nog steeds niet gemaakt. Een uitzondering daar gelaten. Zo verklaarde Topman Mario Draghi van de Italiaanse centrale bank dat hij begrip heeft voor de protesten. “Wij volwassenen zijn verontwaardigd over de crisis, kunt u zich voorstellen hoe twintigers en dertigers zonder perspectieven zich voelen”, stelde Draghi in een interview.

Zet dit u aan het denken?

En zet de protestbeweging u aan het denken? Mij in ieder geval wel. Mensen willen verandering zien. Niet op de lange termijn maar gewoon nu, direct. De menselijke maat moet weer terug keren. Geen nummer, maar een mens. ZZPers moeten daar op inspelen. Laat zien dat je geen nummer bent, maar een uniek bedrijf met een unieke aanpak. Sommige ZZPers moeten misschien een mindswitch maken. Maar dat is het waard, als daardoor de pleinen leegstromen en de klanten binnenlopen.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , | Laat een reactie achter