"Exploring the future of work & the freelance economy"
SLUIT MENU

Connie Maathuis: ‘Vertrouwen moet de basis zijn voor de voortzetting van het zzp-dossier’

Connie Maathuis van Vereniging Zelfstandigen Nederland ziet kansen nu het kabinet het zzp-dossier wil vlot trekken. In gesprek met Oifik Youssefi van HeadFirst Group legt zij uit waarom VZN een alternatief voor de Zelfstandigenwet presenteert en pleit voor een integrale aanpak van zelfstandigenbeleid.

Foto: Heidi Borgart

Public Affairs-collega’s Sem Overduin en Oifik Youssefi van HeadFirst Group schreven samen het boek De ZZPuzzel, een feitelijke uiteenzetting van het zzp-dossier. Het boek kwam tot stand na vele gesprekken met arbeidsmarktexperts uit de wetenschap, politiek en het maatschappelijk middenveld. Hardnekkige misinformatie, eenzijdige beeldvorming, gebrek aan politieke daadkracht en de complexiteit van het arbeidsrecht maken het dossier een ingewikkelde puzzel. In deze artikelenreeks gaan de auteurs in gesprek met betrokkenen die een aanvullend puzzelstuk aandragen.

Connie Maathuis is sinds begin 2026 voorzitter van Vereniging Zelfstandigen Nederland (VZN). Een ideaal moment: het nieuwe kabinet heeft bij het aantreden in dezelfde periode de ambitie uitgesproken het vastgelopen zzp-dossier voortvarend op te pakken. Daarom is volgens Maathuis een krachtig en verenigd geluid van zelfstandig ondernemers in politiek en maatschappij belangrijker dan ooit. Hoewel zij de ambitie van het kabinet toejuicht, is Maathuis kritisch op verschillende onderdelen van het kabinetsbeleid. Ook de aangekondigde Zelfstandigenwet, die duidelijkheid moet bieden over het werken met en als zelfstandige, kent volgens haar nog de nodige haken en ogen. In gesprek met Oifik Youssefi spreekt zij over het alternatieve uitwerkingsvoorstel van VZN voor de Zelfstandigenwet, het belang van een integrale benadering van het zzp-dossier en de positie van zelfstandigen binnen de Nederlandse arbeidsmarkt. 

In hoeverre is het zzp-dossier een puzzel volgens jou?  

“Ik denk dat je het wel een puzzel mag noemen omdat het veel beleidsterreinen raakt: arbeidsrecht, fiscaliteit, handhaving, pensioenen en arbeidsmarkttekorten. De complexiteit ontstaat wanneer die onderwerpen los van elkaar worden benaderd. Juist daarom is een integrale aanpak noodzakelijk. Door over de grenzen van afzonderlijke beleidsterreinen heen te kijken en nieuwe stakeholders te betrekken, wordt het dossier niet ingewikkelder, maar juist beter oplosbaar.” 

Welke puzzelstuk zou je toe willen voegen aan De ZZPuzzel?

“Vertrouwen. Volgens mij ontbreekt het hier in het zzp-dossier te vaak aan. Tuurlijk, misbruik moet worden aangepakt, maar in het algemeen mag wetgeving niet worden gebaseerd op incidenten of de veronderstelling dat iedereen misbruik maakt van zzp’ers. Mensen kiezen bewust voor het zelfstandig ondernemerschap en ook opdrachtgevers moeten erop kunnen vertrouwen dat zij met zzp’ers kunnen samenwerken. Geef zzp’ers de ruimte, houd een vinger aan de pols en grijp in waar dat nodig is. Dat is een veel duurzamer uitgangspunt dan alles vooraf dichtregelen. Vanuit VZN pleiten we bijvoorbeeld al jaren voor de opbouw van een bedrijfsbuffer. Dat is een goed voorbeeld van beleid dat uitgaat van vertrouwen: geef zzp’ers de ruimte én de verantwoordelijkheid om zelf financiële zekerheid op te bouwen, in plaats van hen bij voorbaat vanuit wantrouwen te benaderen. Zo stimuleer je ondernemerschap zonder de noodzaak van toezicht uit het oog te verliezen.” 

Aan het begin van deze kabinetsperiode werd overwegend positief gereageerd op de ambitie om het vastgelopen zzp-dossier voortvarend op te pakken. Echter liet je in juni in het Financieel Dagblad weten kritisch te zijn op onderdelen van de kabinetsplannen. Zo verdwijnen verschillende fiscale en sociale regelingen, waaronder de startersaftrek en de IOAZ voor oudere zzp’ers die hun onderneming beëindigen. Als je terugkijkt op het eerste halfjaar van dit kabinet, wat is dan jouw algemene afdronk van de koers die is ingezet? 

“Bij de start van een nieuw kabinet worden altijd veel plannen gepresenteerd. Door de politieke volatiliteit en wisselingen van kabinetten de afgelopen jaren is het echter lastig om al een duidelijke koers te onderscheiden. Positief is dat minister Thierry Aartsen (Werk en Participatie) oog heeft voor de positie van zzp’ers en tempo wil maken met de Zelfstandigenwet. Juist daarom vind ik het lastig te rijmen dat een zzp-gezinde minister tegelijkertijd fiscale en sociale regelingen voor zzp’ers afbouwt. Wat betreft de Zelfstandigenwet: de beoogde invoering per 1 januari 2028 is ambitieus, maar niet onmogelijk. Tegelijkertijd moeten we de daadwerkelijke uitwerking van de wet nog afwachten. Tot nu toe ligt er vooral een wetsvoorstel waar druk aan gewerkt wordt door beleidsmedewerkers en waarop veel reacties op de internetconsultatie zijn geweest. Na een half jaar is het te vroeg voor een eindoordeel, maar als het kabinet snelheid wil maken, moet ook snel duidelijk worden welke koers het uiteindelijk kiest.”

Het kabinet werkt gelijktijdig aan meerdere dossiers en wetsvoorstellen die relevant zijn voor zzp’ers, waaronder de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (BAZ), de Zelfstandigenwet en het voortzetten van de handhaving op schijnzelfstandigheid. Heb je de indruk dat deze dossiers onder dit kabinet voldoende in samenhang worden benaderd?

“Die samenhang ontbreekt nog te vaak en dat is zorgelijk. Daardoor dreigen zelfstandigen bij verschillende beleidsdossiers telkens opnieuw de rekening te betalen. De voorgestelde hervorming van box 3 is daar een goed voorbeeld van. Daarbij wordt onvoldoende rekening gehouden met het feit dat veel zzp’ers vermogen opbouwen als bedrijfsbuffer en afhankelijk zijn van voldoende liquiditeit. Hetzelfde zie je bij andere dossiers, zoals een Leven Lang Ontwikkelen, waar de werknemer veelal het uitgangspunt is en de zzp’er buiten beeld blijft. Juist daarom is een integrale benadering van het zzp-dossier noodzakelijk: alleen zo voorkom je dat afzonderlijke maatregelen samen nadelig uitpakken voor zzp’ers.” 

Wij vinden dat het uitgangspunt juist moet zijn: ‘je bent ondernemer, want’

VZN geeft aan dat, net als toen met het wetsvoorstel Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden (VBAR), de werkrelatietoets in de Zelfstandigenwet in essentie momenteel uitgaat van een ‘werknemer tenzij’-benadering. Waar zie jij dat precies in terug en waarom vind je dat problematisch? 

“De Zelfstandigenwet is wat ons betreft een verbetering ten opzichte van de VBAR. Wij hebben altijd gepleit voor het schrappen van het VBA-gedeelte en alleen het rechtsvermoeden door te voeren. Onze belangrijkste kritiek op de Zelfstandigenwet richt zich op de werkrelatietoets, wat erg op het VBA-gedeelte lijkt. Daarmee dreigt alsnog een ‘je bent werknemer, tenzij’-benadering via de achterdeur te worden ingevoerd. Wij vinden dat het uitgangspunt juist moet zijn: ‘je bent ondernemer, want’. De meeste zzp’ers kiezen bewust voor het ondernemerschap en zijn geen werknemers die het werknemerschap proberen te ontlopen. Een wet voor zelfstandig ondernemers moet dat uitgangspunt erkennen en borgen. Het is te hopen dat het wetsvoorstel, wat later dit jaar naar de Raad van State gaat, op dit punt andere keuzes presenteert.” 

VZN heeft recent als alternatief voor de huidige Zelfstandigenwet een voorstel gedaan waarin de werkrelatietoets niet terugkomt. Kan je dit voorstel kort toelichten en uitleggen hoe het zich verhoudt ten opzichte van de Zelfstandigenwet?

“Met ons voorstel willen we laten zien dat het ook anders kan. Ons uitgangspunt is om vooraf meer duidelijkheid, rechtszekerheid en uitvoerbaarheid te bieden, met oog voor zowel zzp’ers als opdrachtgevers, de Belastingdienst en de handhaafbaarheid. Wij vinden het onlogisch dat een zelfstandig ondernemer, nadat diens ondernemerschap is vastgesteld, alsnog voor iedere opdracht opnieuw de werkrelatietoets moet doorlopen. Dat leidt juist tot extra onzekerheid. Daarom stellen wij voor de status van zzp’er juridisch te borgen voor een belastingjaar, met een jaarlijkse toets op verschillende elementen van het ondernemerschap. Zo blijft toezicht mogelijk, terwijl de samenwerking met zzp’ers veel eenvoudiger en voorspelbaarder wordt dan onder de huidige systematiek van de Zelfstandigenwet.” 

Minister Thierry Aartsen wil tempo maken met zowel de BAZ als de Zelfstandigenwet en spreekt de ambitie uit om die laatste per 1 januari 2028 in te voeren. Gezien de kritische geluiden uit de praktijk, de vele reacties op de internetconsultatie van vorig jaar en het feit dat het voorstel eerst nog naar de Raad van State moet: hoe realistisch acht jij die planning? 

“De planning is ambitieus, maar niet onmogelijk. Uiteindelijk valt of staat het met het politiek draagvlak en de bereidheid van alle betrokken partijen om samen tot een goede wet te komen. Veel stakeholders hebben inmiddels hun visie gedeeld, nu is het aan de wetgever om die zorgvuldig te wegen. Wat mij betreft mag snelheid nooit het doel op zich zijn. Als een zorgvuldiger wetgevingsproces iets meer tijd vraagt, is dat geen probleem. De kwaliteit van de Zelfstandigenwet moet leidend zijn, niet de planning.” 

Volgens minister Aartsen moeten de nieuwe regels een einde maken aan de onduidelijkheid rondom het werken met en als zzp’er. Om daar nu al aan bij te dragen liet Aartsen in een Kamerbrief in april weten te starten met de communicatiecampagne ‘Zo kan zzp wel’. Hoe waardeer jij die campagne?  

“Ik juich de communicatiecampagne in principe toe, maar er zijn wat aanpalende zaken waar ik toch wat kritisch op ben. Neem het geüpdatete toetsingskader van de Belastingdienst: dit riep veel kritiek op van experts, namelijk dat dit nagenoeg ongewijzigd lijkt en aan duidelijkheid niets nieuws verschaft. Die signalen hebben wij ook teruggekoppeld aan het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. In een dossier waarin al zoveel onzekerheid bestaat, moeten losse uitingen, zoals het artikel op nu.nl, geen schijnzekerheid creëren. Juist daarom was het verstandiger geweest om meer tijd te nemen en de campagne pas volledig te starten zodra de boodschap inhoudelijk beter was uitgewerkt.” 

In VZN’s inbreng voor het Commissiedebat Arbeidsmarktbeleid op 24 juni werd expliciet onduidelijkheid benoemd in zzp-beleid en ook de communicatie. Welke toevoegingen mogen er wat jou betreft absoluut niet ontbreken in de communicatiecampagne?

“De campagne moet vooral laten zien hoe opdrachtgevers binnen de huidige kaders verantwoord met zzp’ers kunnen samenwerken. Er is behoefte aan concrete handvatten die duidelijk maken welke ruimte er wél is, in plaats van een eenzijdige nadruk op risico’s. Alleen zo neem je de angst uit de markt weg en geef je opdrachtgevers en zzp’ers het vertrouwen om op een verantwoorde manier samen te werken.”

Maak van zzp’ers geen sluitpost. Ze zijn van grote waarde voor onze economie, onze arbeidsmarkt en de samenleving

VZN heeft inmiddels een sterke positie in de polder en het speelveld van belanghebbende partijen af weten te dwingen. Voel jij je als voorzitter door de beleidsmakers, Kamerleden en bewindspersonen voldoende gehoord? Of is er nog ruimte voor verbetering?

“Ik merk dat VZN steeds serieuzer wordt genomen. Dat zien we nu onder meer aan de reacties op ons alternatieve voorstel voor de Zelfstandigenwet. Het is positief dat we worden betrokken, maar uiteindelijk gaat het erom dat we ook structureel aan tafel zitten wanneer beleid wordt gemaakt. We hebben de afgelopen jaren een stevige positie opgebouwd. De volgende stap is dat de stem van zelfstandig ondernemers een vanzelfsprekend onderdeel wordt van de beleidsvorming en dat hun positie blijvend wordt erkend.” 

Wat is jouw boodschap aan de politiek, niet alleen met het oog op de Zelfstandigenwet maar op de verdere voortzetting van het zzp-dossier? 

“Maak van zzp’ers geen sluitpost. Ze zijn van grote waarde voor onze economie, onze arbeidsmarkt en de samenleving. Hun positie verdient erkenning en een volwaardige plek in het beleid. Mijn voorganger Cristel van de Ven zei het sterk: ‘zzp is here to stay’. Ik zou daaraan willen toevoegen: ‘ruim baan voor zelfstandigen’. Niet als vrijbrief zonder regels, maar als ruimte om te ondernemen vanuit vertrouwen én verantwoordelijkheid.” 

HeadFirst Group is marktleider in de Benelux op het gebied van het professioneel organiseren van externe inhuur. De organisatie biedt een diversiteit aan flexoplossingen, waaronder contracting, matchmaking, managed service providing (msp) en business consultancy. Er werken dagelijks ongeveer 15.000 professionals bij ruim vierhonderd opdrachtgevers in Europa, waarmee HeadFirst Group een jaaromzet realiseert van ongeveer 1,5 miljard euro. De bekendste merken van HeadFirst Group zijn de intermediairs HeadFirst, Between en Myler en MSP-dienstverlener Staffing Management Services. Door de unieke samenstelling van bedrijven – met ieder zijn eigen specialistische diensten - heeft HeadFirst Group een oplossing voor ieder inhuurvraagstuk. Zorgeloos inhuren, dat is onze belofte. Bekijk alle berichten van HeadFirst Group

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *



×