Maandelijkse archieven: april 2026

Tweede Kamer stemt in met wet rechtsvermoeden werknemerschap voor zzp’ers met laag uurtarief

De Tweede Kamer heeft vandaag ingestemd met het wetsvoorstel rechtsvermoeden van werknemerschap bij een laag uurtarief. De wet treedt naar verwachting op 1 januari 2027 in werking.

Wat houdt de wet in?

Zzp’ers die ingehuurd worden met een uurtarief onder een bepaalde grens – in 2027 zal dat waarschijnlijk 39 euro zijn – kunnen straks bij de rechter claimen dat zij feitelijk werknemer zijn. Zij hebben dan recht op dezelfde bescherming als werknemers in loondienst.

De bewijslast ligt bij de opdrachtgever: die moet aantonen dat er wél sprake is van zelfstandig ondernemerschap. Alleen de werkende zelf — of een vertegenwoordiger zoals een vakbond — kan een beroep op het rechtsvermoeden doen. De Belastingdienst, Arbeidsinspectie en UWV kunnen er geen gebruik van maken.

De wet geldt ook niet voor situaties waarin een zzp’er ingehuurd wordt door een particuliere opdrachtgever.

Het instrument is nadrukkelijk facultatief – een werkenden hoeft er geen gebruik te maken en mag dus gewoon blijven werken onder dit tarief –  en heeft vooral een preventieve werking: opdrachtgevers en werkenden worden gestimuleerd vooraf kritisch te kijken naar de aard van de arbeidsrelatie.

Minister Aartsen (Werk & Participatie) maakt tempo met nieuwe zzp-wet: rechtsvermoeden werknemerschap bij tarief onder de 38 euro – ZiPconomy

Tariefgrens gekoppeld aan cao-lonen

Ten opzichte van het oorspronkelijke voorstel is één wijziging doorgevoerd: de tariefgrens wordt niet geïndexeerd op basis van het minimumloon, maar op basis van de cao-lonen. Daarmee wordt voorkomen dat beleidsmatige aanpassingen van het minimumloon direct doorwerken op de grens van het rechtsvermoeden.

Wat volgt

Minister Thierry Aartsen (Werk en Participatie) werkt ondertussen verder aan de bredere Zelfstandigenwet, die hij eind 2026 naar de Raad van State wil sturen en per 1 januari 2028 wil invoeren. Die wet moet uiteindelijk structureel duidelijkheid scheppen over wanneer iemand als zelfstandige mag werken.

Lees ook

Explainer video

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags | Laat een reactie achter

ZiPexplainer: gelijke beloning onder Wet Meer Zekerheid Flexwerkers

De minister van Sociale Zaken kan straks ingrijpen in cao-afspraken als deze te ver afwijken van het principe van gelijke beloning voor uitzendkrachten. Daar heeft de Tweede Kamer mee ingestemd via een amendement op de wet Meer zekerheid flexwerkers.

Een verdergaand voorstel om afwijking volledig te verbieden haalde het niet, maar een aangepaste versie kreeg wel steun. Hiermee kan de minister via een algemene maatregel van bestuur bepaalde arbeidsvoorwaarden aanwijzen waarbij niet via de cao mag worden afgeweken. Invoering van de wet lijkt hiermee weer een stap dichterbij.

In deze ZiPexplainer leggen we je uit wat de aanpassingen inhouden. 

Lees meer op FlexNieuws.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | Laat een reactie achter

Hoe blijven zelfstandige zorgprofessionals duurzaam inzetbaar?

Uit cijfers van het CBS blijkt dat er meer dan 1,3 miljoen zzp’ers werkzaam zijn op de Nederlandse arbeidsmarkt. Hiervan zijn circa 170.000 zzp’ers werkzaam in de zorgsector (UWV, 2025). Onderzoek van Tilburg University laat zien dat de meeste zelfstandige zorgprofessionals niet vanuit positieve beweegredenen kiezen voor het zzp-schap. Vaak is het een keuze om te ontkomen aan negatieve aspecten van hun arbeidsrelatie, zoals een gebrek aan autonomie, hoge werkdruk, weinig variatie in werkzaamheden of een gebrek aan doorgroeimogelijkheden in loondienst. Door als zelfstandige te werken, verwachten zij deze aspecten beter te kunnen sturen.

Het werken als zelfstandige kan ervoor zorgen dat behoeften zoals een betere werk-privébalans en minder werkdruk worden vervuld. Tegelijkertijd moeten zorgprofessionals rekening houden met de risico’s van ondernemerschap. In tegenstelling tot zorgprofessionals in loondienst kunnen zelfstandigen niet terugvallen op HR-ondersteuning, begeleiding van leidinggevenden of sociale zekerheden in onvoorziene situaties, zoals ziekte, arbeidsongeschiktheid of het wegvallen van opdrachten. Zij dragen zelf de verantwoordelijkheid voor hun inkomenszekerheid, welbevinden en duurzame inzetbaarheid.

Duurzame inzetbaarheid onder druk

De duurzame inzetbaarheid van zorgprofessionals is maatschappelijk van groot belang, maar staat onder druk door personeelstekorten in de zorg. Daarnaast blijkt uit onderzoek van Tilburg University dat zelfstandige zorgprofessionals ervaren dat de zzp-inhuur door zorginstellingen sterk is afgenomen door de handhaving op schijnzelfstandigheid. Dit heeft directe gevolgen voor hun werk- en inkomenszekerheid.

Deze ontwikkelingen onderstrepen het belang om vanuit wetenschappelijk onderzoek meer inzicht te krijgen in hoe zelfstandige zorgprofessionals hun duurzame inzetbaarheid en (financiële) zekerheden kunnen versterken en welke rol externe stakeholders, zoals intermediairs, opdrachtgevers en de overheid, hierin spelen.

Relevante vraagstukken onder de loep

Universitair docent dr. Sjanne Marie van den Groenendaal is verbonden aan de leerstoelgebonden onderzoeksgroep HRM & Sociale Zekerheid van Tilburg University en werkt onder begeleiding van professor Charissa Freese en professor Irmgard Borghouts. Samen met masterstudente Nienke van Duijnhoven deed zij onderzoek naar de duurzame inzetbaarheid en (financiële) zekerheid van zelfstandige zorgprofessionals in Nederland.

Op basis van interviews met zelfstandige zorgprofessionals (zoals verpleegkundigen, verzorgenden en begeleiders) en vertegenwoordigers van intermediairs, is gezocht naar antwoord op de volgende drie vragen:

  • Hoe vergroten zelfstandige zorgprofessionals hun duurzame inzetbaarheid en gevoel van (financiële) zekerheid?
  • Hoe kunnen externe stakeholders hen daarbij ondersteunen?
  • Hoe beïnvloedt wet- en regelgeving rondom het voorkomen van schijnzelfstandigheid hun welbevinden?

Zelfstandige zorgprofessionals aan het stuur

Zelfstandige zorgprofessionals geven aan goed in staat te zijn hun duurzame inzetbaarheid en financiële zekerheid op peil te houden. Zij doen dit door te investeren in professionele ontwikkeling, tijdig nieuwe opdrachten te zoeken, financiële buffers op te bouwen of risico’s af te dekken via verzekeringen of broodfondsen.

  • “Wanneer ik seminars of workshops voorbij zie komen, houd ik ze in de gaten om te zien waar en wanneer ze worden aangeboden.”
  • “Er zijn momenten waarop ik minder verdien. Ik heb een flinke buffer opgebouwd, dus als het nodig is, kan ik daarvan gebruikmaken.”
  • “Als ik een opdracht heb van vier maanden begin ik na twee maanden al met zoeken naar de volgende.”

Hoewel veel zelfstandigen een sterk gevoel van zekerheid ervaren, schuilt daar ook kwetsbaarheid achter. Een deel van de zelfstandigen treft namelijk weinig voorzieningen voor financiële of sociale zekerheid. Zo geven sommigen aan dat de hoge kosten van een verzekering hen ervan weerhouden een arbeidsongeschiktheidsverzekering af te sluiten. Zij vertrouwen op een goede gezondheid of op de verwachting dat er altijd werk is in de zorgsector of daarbuiten.

Juist in een veranderende markt, waarin de handhaving op schijnzelfstandigheid opdrachten schaarser kan maken, kan dit gebrek aan voorzieningen hun inzetbaarheid op de lange termijn onder druk zetten.

Belangrijke rol voor intermediairs

Veel zorginstellingen zetten vanwege de angst voor schijnzelfstandigheid de zzp-inhuur stop of beperken deze. De vraag is of zij zichzelf daarmee niet in de vingers snijden. Uit het onderzoek blijkt dat hierdoor gaten ontstaan in roosters en de druk op personeel in loondienst toeneemt, met mogelijk negatieve gevolgen voor de kwaliteit van de zorg voor patiënten.

Door de teruglopende zzp-opdrachten krijgen intermediairs een steeds belangrijkere rol. Zij bieden toegang tot opdrachten binnen zorginstellingen waar zelfstandige zorgprofessionals zelf minder gemakkelijk binnenkomen, en ondersteunen organisaties bij het compliant vormgeven van de inhuur.

Tegelijkertijd kijken zelfstandige zorgprofessionals kritisch naar de rol van intermediairs. Sommigen vinden dat de verdiensten van bureaus niet altijd in verhouding staan tot de geleverde bemiddeling en het werk dat door de zorgprofessional wordt verricht. Voor intermediairs is het daarom belangrijk transparant te zijn over hun toegevoegde waarde en deze actief te communiceren. Dit draagt bij aan een eerlijker en ondersteunender gevoel in de samenwerking.

Samen werken aan duurzame inzetbaarheid

Om de positie van zelfstandige zorgprofessionals toekomstbestendig te houden, is actie nodig van zowel zelfstandigen, intermediairs als zorgorganisaties. Veel zelfstandige zorgprofessionals geven aan ondernemer te willen blijven vanwege de vrijheid en flexibiliteit in het werk. Opvallend is dat sommigen eerder de zorgsector zouden verlaten dan dat zij terugkeren in loondienst.

Om ervoor te zorgen dat zij als zelfstandigen kunnen blijven werken, is het belangrijk dat zij blijven investeren in hun duurzame inzetbaarheid. Dit kan door te investeren in professionele ontwikkeling en ondernemerschap, financiële buffers op te bouwen en samenwerking met intermediairs te overwegen wanneer opdrachten schaarser worden.

Intermediairs kunnen hun waarde versterken door zelfstandige zorgprofessionals te helpen passende opdrachten te vinden en helder te communiceren over voorwaarden, tarieven en verwachtingen. Door transparant te zijn over hun rol en actief mee te denken over toekomstige opdrachten, dragen zij bij aan het gevoel van zekerheid bij zelfstandigen.

Zorgorganisaties doen er goed aan zich te verdiepen in de handhaving op schijnzelfstandigheid en in rechtmatige vormen van samenwerking. Volgens zelfstandigen en intermediairs is het nog steeds mogelijk om als zelfstandige in de zorg te werken. Dit vraagt echter wel om duidelijke kaders, zorgvuldige rolafspraken en het bewust vermijden van elementen die lijken op een dienstverband.

Daarnaast is het noodzakelijk dat werkgevers zich verdiepen in de redenen waarom zorgprofessionals kiezen voor het zzp-schap. Denk aan het verlagen van werkdruk, het bieden van inspraak bij roostering en het aandacht geven aan persoonlijke behoeften en ambities, met oog voor werk-privébalans en doorgroeimogelijkheden. Door hier actief op in te spelen, kunnen organisaties voorkomen dat professionals andere keuzes maken en kan de continuïteit van zorg gewaarborgd blijven.

De zorg kan niet zonder zelfstandige professionals. Het is tijd dat alle partijen ervoor zorgen dat zij duurzaam in de zorg kunnen blijven werken.

 

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | Laat een reactie achter

‘Niet één tarief voor alle zzp’ers, maar sectorale ondergrenzen voor echte duidelijkheid’

Het debat van 15 april in de Tweede Kamer (Zie Plenair verslag) liet vooral zien hoe matig één generieke grens aansluit op de praktijk van de zzp-markt. De politiek voelt aan dat meer duidelijkheid nodig is, maar kiest mogelijk voor een te grove oplossing. Een rechtsvermoeden kan een werkbaar middel zijn, maar niet met één vast bedrag voor alle verschillende zelfstandigen.

Geen duidelijkheid vooraf, wel 50/50 via de rechter

Het wetsvoorstel geeft geen echte duidelijkheid vooraf. Ook onder €38 kan nog steeds sprake zijn van echte zelfstandigheid. Het rechtsvermoeden is dus geen harde ondergrens, maar vooral een civielrechtelijk aanknopingspunt. De zzp’er moet nog steeds zelf in actie komen en zo nodig naar de rechter stappen. En het is ook zeker niet het geval dat dan zomaar een arbeidsovereenkomst via de rechter verkregen kan worden. Die kans is fifty-fifty, zie ook deze afbeelding (bijgehouden door Ruud Schepers, arbeidsrecht advocaat):

Ergin stelde de juiste vraag

Kamerlid Dogukan Ergin (DENK) legde de kern van het probleem beter bloot dan de minister: “Ik las in een aantal columns bijvoorbeeld het idee van een sectoraal minimumtarief. Zou de minister daar een keertje naar kunnen kijken? Misschien kan het interessant zijn voor de Zelfstandigenwet of juist voor de doorontwikkeling van dit wetsvoorstel. Want het stopt zeker niet bij dit wetsvoorstel, als het gaat om de uitdagingen en de wijzigingen die we in wetten moeten doorvoeren. Zou de minister kunnen kijken naar sectorale minimumtarieven? Dan bieden we vooraf duidelijkheid en kan de zelfstandige zich daarna focussen op zijn of haar werk.”

Hij vroeg dus niet alleen of sectorale minimumtarieven verkend kunnen worden, maar koppelde dat ook direct aan het echte doel: vooraf duidelijkheid geven, zodat een zelfstandige zich daarna gewoon op zijn of haar werk kan richten. Precies dat ontbreekt er momenteel.

Minister Aartsen verwijst onterecht naar Koolmees

Het antwoord van minister Aartsen op Ergin was kort en deels onjuist: “De heer Ergin vroeg mij nog of we aan de voorkant hebben gekeken of we dit tarief niet kunnen gebruiken voor wetgeving en of we niet iets met minimumtarieven of sectorale tarieven kunnen doen. Het antwoord daarop is nee. Ik zeg het nogmaals: dat is al eerder gedaan door mijn voorganger Koolmees. Het is vooral belangrijk dat we op een goede manier die kwalificatie vormgeven. Dat doen we in de Zelfstandigenwet.”

Ergin vroeg de minister niet om te kijken naar ‘iets met minimumtarieven’. De vraag was heel duidelijk: “Zou de minister kunnen kijken naar sectorale minimumtarieven?”

Minister Koolmees heeft nooit gewerkt aan een voorstel voor verplichte sectorale minimumtarieven. Onder Koolmees lag geen uitgewerkt stelsel van verschillende verplichte minimumtarieven per sector op tafel. Hij koos voor een generiek minimumtarief van €16 per uur. Dat tarief zou gelden voor alle zelfstandigen aan de onderkant van de markt, zonder criteria als sector, duur van de opdracht of type werk.

Een generieke ondergrens van €16 was en is veel te laag, grof en hield geen rekening met marktverschillen. Dat zo’n uniforme bodem geen goede oplossing is, daar ben ik het mee eens. Maar verplichte sectorale minimumtarieven op basis van schijven is iets heel anders, en voor zover ik weet is daar nooit serieus naar gekeken.

Ook de tegenwerping dat sectorale tarieven nieuwe uitvoeringsvragen oproepen, bijvoorbeeld bij wisselen van sector, vind ik een zwakke reden om er niet naar te kijken. Als de economische realiteit wezenlijk verschilt per sector, dan is het logisch dat ook de ondergrens verschilt. Dat een vergoeding verandert als iemand van werk, functie of sector wisselt, is heel normaal.

De Raad van State was al kritisch

De Raad van State gaf advies over de uitgebreidere versie van het wetsvoorstel: dus over de combinatie van het verduidelijken van de arbeidsrelatie en het invoeren van een rechtsvermoeden.

Wie het advies leest, ziet dat ook daar weinig steun uit spreekt voor de gedachte dat dit wetsvoorstel de kern van het probleem oplost. De Afdeling advisering schrijft dat het voorstel naar verwachting slechts beperkt bijdraagt aan het oplossen van de knelpunten, onder meer omdat het vooral het bestaande recht vastlegt en de onderliggende problematiek niet wegneemt.

Het debat blijft te veel hangen in de juridische vraag of iemand werknemer is, terwijl de echte problemen aan de onderkant vaak zitten in lage tarieven, zwakke onderhandelingsposities, weinig declarabele uren en markten waarin opdrachtgevers veel sterker staan dan zelfstandigen.

Daarnaast zegt de Raad van State dat het wetsvoorstel de problematiek van kwetsbare werkenden in de kern niet oplost. Dat is veelzeggend, juist omdat het rechtsvermoeden wordt gepresenteerd als bescherming voor die groep. Maar de werkende moet nog steeds zelf de stap zetten en blijft afhankelijk van een rechterlijke beoordeling achteraf.

De zekerheid zit hem nu vooral in het feit dat je als zzp’er naar de rechter mág stappen. Dat doe je alleen als je goed tegen stress en slapeloze nachten kunt en een redelijke financiële buffer hebt. Juist dat ontbreekt aan de onderkant van de markt nogal eens.

Ceulemans zag terecht dat dit wetsvoorstel weinig oplost

De bijdrage van Simon Ceulemans (JA21) maakte duidelijk dat het voorstel veel minder oplost dan wordt voorgespiegeld. Het ligt in uitgeklede vorm voor en geeft niet de voorafgaande duidelijkheid waar de markt om vraagt. Ceulemans wees er terecht op dat het instrument alleen werkt als een zzp’er zelf naar de rechter stapt, terwijl juist de groep die beschermd moet worden die stap vaak niet zal zetten. De onzekerheid verdwijnt dus niet, maar wordt verplaatst. Meer regels helpen weinig zolang de echte duidelijkheid pas achteraf ontstaat.

Flach liet zien hoe kunstmatig één grens is

De discussie met André Flach (SGP) over jongeren maakte een ander zwak punt zichtbaar. Zodra je één vaste grens kiest, ontstaan meteen uitzonderingsvragen. Jongeren, kleine opdrachten, kortdurende klussen en platformwerk: allemaal situaties waarin de hoofdregel begint te wringen.

Flach verdedigde de ruimte voor jongeren om flexibel als zzp’er te werken, terwijl hij tegelijk erkende dat er ook constructies zijn waarbij jongeren misschien niet echt zzp’er zijn. De vraag moet dan niet zijn of jongeren nog kleine opdrachten als zzp’er kunnen doen, maar of er feitelijk sprake is van echte zelfstandigheid of van werk dat gewoon in loondienst thuishoort.

Uitzonderingen maken het makkelijker om regulier werk toch als zzp-opdracht weg te zetten. Daarmee vergroot je juist de ruimte voor schijnzelfstandigheid.

Als iemand op jonge leeftijd echt als zelfstandige ondernemer werkt, kan dat nog steeds. Maar leeftijd op zichzelf is geen reden om een achterdeur open te zetten voor constructies die voor opdrachtgevers vooral makkelijker, handiger of goedkoper zijn.

Naar mijn idee is dus niet een extra uitzondering de beste oplossing, maar een systeem dat beter aansluit op de werkelijkheid van verschillende soorten werk en verschillende markten.

Haast is geen vervanging voor goede wetgeving

Opvallend was de nadruk van de minister op snelheid. Dit wetsvoorstel moet voor 31 augustus 2026 in het Staatsblad staan. Is snelheid belangrijker dan kwaliteit?

Een rechtsvermoeden dat geen duidelijke ondergrens geeft, niet publiekrechtelijk handhaafbaar is en in de praktijk afhankelijk blijft van een civiele procedure, biedt weinig rust op de arbeidsmarkt en weinig bescherming aan zzp’ers aan de onderkant.

Europese tegoeden

Tijdens corona werden zzp’ers via de Tozo aangevuld tot het sociaal minimum, terwijl werknemers via de NOW vaak het grootste deel van hun loon behielden. Veel zzp’ers waren daar niet blij mee.

Tegen die achtergrond voelt het niet goed dat er nu ook druk op dit dossier lijkt te zitten door de Europese tegoeden uit de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit. Nederland kan nog €2,9 miljard krijgen, maar daarvoor moeten de afgesproken hervormingen vóór augustus 2026 zijn gehaald. Dat geld gaat vooral naar klimaat, digitalisering en publieke investeringen. Prima, maar dan is het wel zuur dat zzp’ers opnieuw te maken krijgen met haastige en matige wetgeving, terwijl zij eerder al relatief weinig steun kregen in vergelijking met bedrijven en mensen in loondienst.

Wat beter werkt

Sectorale minimumtarieven sluiten veel beter aan op de realiteit van de zzp-markt. Zeker als je die verplicht maakt op een manier die vergelijkbaar is met loondienst. Ze erkennen dat beroepen en sectoren verschillen in declarabele uren, kostenstructuur en onderhandelingspositie. Daarmee zijn ze veel geschikter om daar waar marktwerking structureel tekort schiet duidelijke ondergrenzen te bieden.

Bovendien hoef je niet in alle markten te beginnen met het bepalen van eerlijke minimumtarieven. Freelance advocaten of IT-professionals weten hun tarieven meestal prima te bepalen.

Verschuif wetgeving daarom van een rechtsvermoeden achteraf naar een concreter kader vooraf. Dat maakt handhaving logischer en eenvoudiger. En het voorkomt dat een zelfstandige aan de onderkant van de markt eerst zelf naar de rechter moet stappen om überhaupt kans te maken op bescherming.

Wie echt rust en duidelijkheid wil voor zelfstandigen en opdrachtgevers, moet stoppen met denken in één bedrag voor iedereen. De zzp-markt is daarvoor te divers. Verplichte sectorale minimumtarieven sluiten veel beter aan op de praktijk en bieden meer kans op iets waar nu juist nog steeds een tekort aan is: duidelijke spelregels vooraf.

 

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , | 2s Reacties

Kabinet schrapt startersaftrek voor zzp’ers

Het kabinet zet een streep door de startersaftrek. Per 1 januari 2027 wordt de regeling volledig afgeschaft. Er geldt geen overgangsrecht.

De startersaftrek is een fiscale aftrekpost in de inkomstenbelasting voor ondernemers die minder dan vijf jaar actief zijn. De regeling verhoogt de zelfstandigenaftrek met €2.123, waardoor startende ondernemers minder inkomstenbelasting betalen. De afschaffing raakt daarmee alle startende zzp’ers en andere beginnende ondernemers die tot nu toe op deze belastingkorting konden rekenen.

De startersaftrek stond al langer op de lijst van regelingen die mogelijk zouden worden afgeschaft. Een evaluatie wees uit dat de regeling niet doeltreffend is: de startersaftrek blijkt startende ondernemers onvoldoende te stimuleren of te ondersteunen op de manier die de wetgever beoogde.

De afschaffing van de startersaftrek maakt deel uit van een breder pakket aan maatregelen waarmee het kabinet de gestegen olie- en gasprijzen voor burgers en bedrijven wil opvangen. De afschaffing dient als dekkingsmaatregel voor die financiële tegemoetkoming.

Voor zzp’ers en zelfstandigen is dit niet de eerste fiscale aderlating. De zelfstandigenaftrek wordt al jaren stapsgewijs verlaagd. In 2022 bedroeg de zelfstandigenaftrek nog € 6.310; in 2027 resteert nog maar € 900.

“Geen dekking, maar lastenverschuiving”

Zzp belangenbehartiger VZN reageert kritisch: “Natuurlijk is het goed dat er wordt gezocht naar oplossingen om burgers en sectoren te helpen, maar de rekening wordt nu structureel neergelegd bij startende en zelfstandige ondernemers”, zegt VZN-voorzitter Connie Maathuis. “Een tijdelijke crisis wordt gefinancierd door structureel te snijden in het ondernemersklimaat; dat is economisch onverstandig en op termijn schadelijk.”

Blijvende ingrepen die juist startende en investerende ondernemers raken zijn niet goed, want deze groepen zijn cruciaal voor groei en innovatie, vindt VZN. Bovendien zijn de maatregelen vooral gericht op werknemers en huishoudens en profiteren de ondernemers nauwelijks van de maatregelen. Maathuis: “Dit is geen dekking, maar een lastenverschuiving. Wij roepen de Tweede Kamer op om de dekking van het pakket te heroverwegen. Tijdelijke problemen vragen om tijdelijke oplossingen, niet om het blijvend afbouwen van regelingen die ondernemerschap stimuleren”.

Het pakket zal nog goed gekeurd moeten worden door de Tweede Kamer. Het debat daarover is aanstaande woensdag.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags | 12s Reacties

Never a dull moment in de flexbranche

De arbeidsmarkt staat nooit stil. De flexmarkt al helemaal niet. En de afgelopen tijd? Die was allesbehalve saai.

De Wet DBA zorgde, weinig verrassend, voor de meeste opschudding. Organisaties die al twijfelden over externe inhuur, zetten die twijfel nu vaker om in actie. De ‘zachte landing’ is dan wel verlengd, maar de echte impact zit ergens anders: in de onzekerheid die het veroorzaakt. En onzekerheid leidt zelden tot nuance.

We zien opdrachtgevers die het inhuren van zzp’ers volledig stopzetten, ook als daar inhoudelijk weinig reden toe is. Begrijpelijk? Misschien. Verstandig? Niet altijd. Want de behoefte aan extern talent is niet verdwenen, die blijft.

Soms een ongemakkelijk gesprek

Bij Flextender kiezen we daarom niet voor gemak, maar voor duidelijkheid. Met een eigen beoordelingskader bepalen we samen met opdrachtgevers of een zzp’er past op een opdracht. Is het antwoord nee, dan stopt het gesprek niet, dan begint het pas. Soms met een kleine aanpassing, soms met een alternatief zoals detachering.

Levert dat altijd een prettig gesprek op? Nee. Maar wel een eerlijk gesprek. En uiteindelijk is dat waar opdrachtgevers voor komen: zekerheid. Ook als dat betekent dat je soms even door de ongemakkelijkheid heen moet.

Transparantie is geen keuze meer

Een ander thema dat de afgelopen tijd onder een vergrootglas lag: factoring. Op zichzelf een gangbaar financieel instrument, maar in de praktijk zie je dat het soms wordt ingezet op geldstromen die eigenlijk toebehoren aan leveranciers en zzp’ers, om daar rendement op te maken. Dat schuurt. En terecht.

Wij hebben daar bewust nooit voor gekozen. Simpelweg omdat het niet klopt. Als intermediair ben je geen bank. Geld dat niet van jou is, moet je niet willen gebruiken als verdienmodel. Het goede nieuws: opdrachtgevers worden hier steeds kritischer op. Transparantie over geldstromen wordt vaker uitgevraagd in aanbestedingen. De markt corrigeert zichzelf.

De markt wordt volwassen

En dan is er nog de WTTA. Weer een stap richting een professionelere markt. Veel partijen zijn al volop bezig met certificering, en dat is een goede ontwikkeling. Het dwingt organisaties om hun processen op orde te hebben. En dat is precies wat nodig is in een markt die jarenlang ruimte liet voor interpretatie.

Wat uiteindelijk telt

Als je alles bij elkaar optelt, lijkt het complexer dan ooit. Maar de kern is eigenlijk verrassend simpel. Ben je een betrouwbare partner? Maak je keuzes die je kunt uitleggen? En werk je op een manier die klopt, voor opdrachtgever én professional?

Dat klinkt misschien niet spannend. Maar in een markt die continu beweegt, is juist die consistentie wat het verschil maakt. Of, zoals wij ernaar kijken: als je lang genoeg normaal blijft, word je vanzelf bijzonder.

 

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , | 1 Reactie