Maandelijkse archieven: februari 2026

Omzetdaling detacheerders vlakt af, maar zorgen over flexibiliteit nemen toe

In het vierde kwartaal van 2025 daalde de omzet van Nederlandse detacheerders gemiddeld met 4,5 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Dat is veel geringer dan in het derde kwartaal van 2025 (-6,4%), het tweede kwartaal (-6,7%) en het eerste kwartaal (-7,6%).  De omzetdaling is dus duidelijk afgevlakt in de loop van het afgelopen jaar. Dat blijkt uit de cijfers uit de nieuwste MarktMonitor van de Vereniging van Detacheerders Nederland (VvDN). De daling van het aantal gedetacheerden stagneert, maar blijft fors. 

Ondanks de omzetdaling zien de cijfers van detacheerders er over het algemeen goed uit. Zo is de omzet per detacheringsmedewerker gestegen met 5,3 procent. En het percentage medewerkers in vaste dienst blijft gestaag groeien (77%), een teken dat detacheerders goed werkgeverschap hoog in het vaandel hebben. Positief is ook dat het percentage leegloop (aantal gedetacheerden zonder opdracht) in het vierde kwartaal van 2025 is gedaald ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar met 18 procent naar 6,1 procent. Dat duidt erop dat detacheerders erin slagen hun mensen gemakkelijker naar nieuwe opdrachten te begeleiden.

Traditionele sectoren in de min, sociaal domein en medisch in de plus

De omzetontwikkeling verschilt sterk per branche. De traditioneel grootste sectoren hebben het nog steeds lastig. Binnen engineering, goed voor bijna een derde van de totale detacheringsmarkt, daalde de omzet in het vierde kwartaal van 2025 met 6 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. In de financiële sector zagen detacheerders hun omzet dalen met ruim 9 procent en in ICT bedroeg de omzetdaling 13 procent. Het minst goed presteerden detacheerders in het segment Legal, met een omzetdaling van bijna 19 procent.

Daar staat tegenover dat er meerdere sectoren zijn waarin detacheerders hun omzet juist zagen stijgen in het vierde kwartaal van 2025 ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar, zoals HRM (+8%) en Marketing & Communicatie (+11%). Ook in het sociaal domein was in het laatste kwartaal een omzetstijging zichtbaar (+6%). Blijkbaar is in deze sector na een sterke krimp de rust in de markt teruggekeerd en veert de vraag weer op.

De sector Medisch springt er het meest uit, met een omzetstijging van 18 procent in het laatste kwartaal van 2025. De omzet van detacheerders in de medische sector groeide in de vorige kwartalen ook al flink. De verklaring hiervoor is dat organisaties door de handhaving op schijnzelfstandigheid veel minder of geen zzp’ers meer inhuren en eerder kiezen voor detachering.

Daling aantal gedetacheerden ‘zorgelijk’ 

Wat opvalt is dat het aantal gedetacheerden in loondienst is gedaald met 9,3 procent in het laatste kwartaal van 2025 ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Een logische verklaring is dat opdrachtgevers gedetacheerden vaker zelf in dienst nemen, een trend die al langer gaande is. Diezelfde forse daling was namelijk in het vorige kwartaal ook al zichtbaar. En in het eerste halfjaar van 2025 daalde het aantal gedetacheerden in loondienst zelfs met ruim 12 procent. 

“De dalende trend van het aantal gedetacheerden stagneert dus, maar blijft zorgelijk”, stelt Edwin van den Elst, voorzitter van de VvDN. “Een verdere afname van het aantal gedetacheerden is niet goed voor de BV Nederland. Voor bedrijven en organisaties is het van belang dat zij over de flexibiliteit kunnen beschikken om kennis en expertise in te huren.”  

Detacheerders blijven dan ook onverminderd investeren in opleiding en ontwikkeling van hun mensen om hun kennis en kunde up-to-date te houden. De opleidingskosten per detacheringsmedewerker zijn het afgelopen kwartaal gestegen met 2 procent. En het percentage opleidingskosten ten opzichte van de loonsom bedraagt 3,5 procent, wat boven de norm van 3 procent ligt voor VvDN-leden.

Impact nieuwe cao detachering

Hoe het eerste kwartaal van dit jaar verloopt, is onzeker. Dat heeft alles te maken met de nieuwe detacherings-cao die 1 januari 2026 is ingegaan. Dit heeft niet alleen een grote impact qua implementatie, maar brengt ook een kostenelement met zich mee dat zal moeten worden doorberekend in de tarieven. Dat leidt mogelijk tot een daling van de inhuur van gedetacheerden. 

Van den Elst ziet echter ook de positieve kant. “Het is de eerste detacherings-cao ooit. Het geeft ons de mogelijkheid invulling te geven aan goed werkgeverschap. Deze eigen cao biedt ruimte om vanuit gelijkwaardigheid een gedifferentieerd arbeidsvoorwaardenpakket te bieden dat aansluit bij de behoefte van de professional. Die differentiatie in arbeidsvoorwaarden is belangrijk; een trainee heeft nu eenmaal andere wensen dan een ervaren detacheringsmedewerker.”

VvDN kritisch op coalitieakkoord

De VvDN is wel kritisch op het coalitieakkoord. “Ik mis in het regeerakkoord de brede visie op de arbeidsmarkt. Met de Zelfstandigenwet lijkt er iets meer erkenning te komen voor de verschillen in groepen zzp’ers”, zegt Van der Elst. “Ik hoop dat ze die genuanceerde blik ook hebben als het gaat om het ter beschikking stellen van arbeid. Als VvDN denken wij daarom graag mee bij het tot stand komen van nieuwe wetgeving.” De VvDN pleit al jaren voor erkenning van de belangrijke, eigen positie van detachering op de arbeidsmarkt. 

Van den Elst is blij met de aandacht voor het van werk naar werk begeleiden van mensen van en naar verschillende sectoren. “Daarin kunnen detacheerders een grote rol spelen. Wij zijn continu bezig met het opleiden en ontwikkelen van onze mensen. Ook in het voorzien in de vraag uit verschillende sector kunnen detacheerders een sleutelrol vervullen.”


Meest opvallende resultaten van de VvDN MarktMonitor over het vierde kwartaal 2025 ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar:

  • Omzetdaling detachering: -4,5% 
  • Omzetontwikkeling verschilt sterk per sector; van Legal (-19%) tot Medisch (+18%)
  • Aantal medewerkers (gedetacheerden) in loondienst: -9,3%
  • Percentage medewerkers in vaste dienst: 77%
  • Leegloop (gedetacheerden zonder opdracht): 6,1%
  • Tarief: + 3,3% (€ 71,32)

 

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | Laat een reactie achter

De ZZPuzzel: een nieuw naslagwerk over het zzp-dossier. ‘Ken je klassiekers voordat je het debat over zzp’ers voert’

In het zzp-dossier komen geschiedenis, politiek, misinformatie en emoties samen in een complexe puzzel. En net als in een goede thriller vallen de puzzelstukjes pas op hun plek als je bereid bent om diep in de details te duiken. Dat deden Sem Overduin (manager public affairs bij HeadFirst Group) en Oifik Youssefi (public & corporate affairs officer bij HeadFirst Group), auteurs van het nieuwe boek De ZZPuzzel.

Waarom beleid, praktijk en data zelden aansluiten

De ZZPuzzel beschrijft onder meer de politieke zoektocht naar nieuwe regels om het onderscheid tussen werknemers en zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) te verduidelijken. De auteurs leggen uit waarom beleid, praktijk en data op dit dossier zelden goed op elkaar aansluiten. Daar willen zij iets aan doen. Aan de hand van cijfers, historisch overzicht en interviews met experts en betrokkenen geven ze een totaaloverzicht.

Youssefi: “Het is een boek voor iedereen die affiniteit heeft met zzp’ers en de discussie over hun rol in de arbeidsmarkt. Van de zzp’er zelf tot de inhurende manager, van de journalist tot de branchevertegenwoordiger en de beleidsmaker.”

Van interviewreeks naar naslagwerk

Sem Overduin en Oifik Youssefi werken samen bij HR-techdienstverlener HeadFirst Group, de uitgever van het boek. “Het begon allemaal met een interviewserie met experts”, vertelt Overduin. “Kort na de zomer van 2024 stond het zzp-dossier volop in de schijnwerpers. Op 1 januari 2025 zou namelijk de handhavingspauze op schijnzelfstandigheid aflopen. Als HeadFirst Group wilden we diverse perspectieven laten zien via interviews met experts en betrokkenen.”

De reeks was een succes, vertelt hij. “We kregen veel positieve reacties. Mensen met verstand van zaken vroegen op een gegeven moment zelf of ze ook mee mochten doen! Onze CEO Marion van Happen zei: is het niet leuk om al die interviews te bundelen?”

Samen met Youssefi en een redacteur begon hij te schrijven. “Uiteindelijk wilden we er meer van maken dan een bundel gesprekken”, vertelt Youssefi. “We doken in onderzoeken, vroegen nog meer experts om bij te dragen en bedachten een heldere structuur. Het resultaat is een naslagwerk over het zzp-dossier.”

Harde cijfers en historisch perspectief

Youssefi vertelt dat je elk hoofdstuk afzonderlijk zou kunnen lezen. “Bijvoorbeeld voor zicht op het historisch kader, een generieke uiteenzetting of als je echt wilt weten wie de zzp’er is aan de hand van data, literatuur en onderzoek. Online en tijdens kamerdebatten wordt nog te veel misinformatie verspreid. Hoewel er vaak geroepen wordt dat ‘de zzp’er niet bestaat’, laten wij in ons boek bijvoorbeeld zien dat er wel degelijk een helder profiel is.”

Het historisch perspectief verraste hem zelf het meest. “In tien jaar tijd is er niet veel veranderd. Voor het zzp-dossier geldt: history doesn’t repeat, but it often rhymes. Ken dus je klassiekers voordat je het debat voert.”

Sentimenteel dossier

Volgens Overduin is het bovendien een heel sentimenteel dossier. “De groep zzp’ers is heel divers en er wordt ook op veel verschillende manieren naar de zelfstandige gekeken. Voor sommigen is de zzp’er de werkende die vooruitloopt op de trends, voor anderen een werkende die bescherming behoeft en voor weer anderen een kip met de gouden eieren. Meningen en inzichten doorkruisen elkaar continu.”

Langzaamaan verandert wel de toon van het debat, ziet Overduin. “Politici zien steeds vaker dat het met de meeste zzp’ers goed gaat en dat zij bewust kiezen voor ondernemerschap. Maar het gaat langzaam. Dat heeft ook te maken met de vele politieke wisselingen van de wacht: in de zes jaar dat ik betrokken ben bij het dossier, heb ik bij sommige partijen al vijf nieuwe woordvoerders meegemaakt.”

Een puzzel die we kunnen oplossen

De twee hopen dat het boek bijdraagt aan een breder kennisniveau over het dossier. “Je hebt tenslotte breed inzicht nodig om een visie te ontwikkelen op de arbeidsmarkt van morgen”, zegt Overduin. “Welke positie krijgt de zzp’er daar? De fundamentele vraag is hoe we, ook in een meer individuele samenleving, de vrijheid van het individu in balans willen brengen met collectiviteit, solidariteit en sociale zekerheid?”

“Ik hoop dat de lezer begrijpt waarom we het ‘De ZZPuzzel’ hebben genoemd en niet ‘Het ZZProbleem’”, zegt Youssefi. “Een puzzel kun je altijd oplossen en je kunt hem op verschillende manieren leggen. Begin je eerst boven en onder, of eerst in het midden?”

Basisstelsel als belangrijk puzzelstukje

Hoe je de puzzel legt, verschilt volgens de auteurs per mensbeeld en politieke kleur. Meerdere experts in het boek pleiten bijvoorbeeld voor een basisstelsel van sociale zekerheid waar alle werkenden aan bijdragen en recht op hebben, ongeacht of ze zzp’er of werknemer zijn.

“Ik ben zelf in elk geval sterk gaan geloven in het verkleinen van de grote verschillen in fiscaliteit en sociale zekerheid tussen contractvormen”, zegt Overduin. “Dan beweeg je weg van het juridisch moeras en neem je de druk weg op de kwalificatievraag. Ik denk dat dat een belangrijk puzzelstukje is om te leggen.”

Op maandag 9 februari vond de boeklancering plaats in Nieuwspoort. Onder leiding van Hans Biesheuvel spraken arbeidsmarktdeskundigen Hugo-Jan Ruts (ZiPconomy), Niels van der Neut (Universiteit van Amsterdam) en Connie Maathuis (Vereniging Zelfstandigen Nederland) over het zzp-dossier en de meest actuele ontwikkelingen. 

Vraag hier jouw exemplaar van De ZZPuzzel aan.

 

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , , , | Laat een reactie achter

Thierry Aartsen (minister Werk en Participatie) en Nathalie van Berkel (staatssecretaris Financiën): de nieuwe gezichten van het zzp-beleid

Thierry Aartsen (VVD) is de beoogde minister van Werk en Participatie, een nieuwe post binnen het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Met deze benoeming lijkt het vrijwel zeker dat hij de regie krijgt over het complexe zzp-dossier, een onderwerp waar hij zich de afgelopen jaren als Kamerlid al inhoudelijk mee heeft geprofileerd. Hij zal hierbij nauw samenwerken met voormalig UWV-bestuurder Nathalie van Berkel (D66), de beoogde staatssecretaris van Financiën.

  • UPDATE (20 feb 2026): Van Berkel zich teruggetrokken voor deze positie na ophef over haar CV. Eelco Eerenberg wordt nu de staatssecretatris. Een kort profiel vindt u hier

Minister van Werk & Participatie

Aartsen wordt de eerste minister van Werk & Participatie. Wat dit precies inhoudt, weten we nu dus nog niet. Hij moet zijn exacte takenpakket waarschijnlijk nog afstemmen met Hans Vijlbrief (D66), de nieuwe minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Maar het lijkt logisch dat hij met deze titel verantwoordelijk wordt voor arbeidsmarktthema’s zoals de Wet meer zekerheid flexwerkers, de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) en het zzp-beleid.

Vijlbrief kan zich ondertussen focussen op de aangekondigde bezuinigingen op sociale zekerheid. Die liggen politiek gevoelig, dus het wordt nog een hele taak om dit door de Eerste en Tweede Kamer te krijgen.

Liberale pleitbezorger voor ondernemers

Er is ook flink werk aan de winkel op het gebied van arbeidsmarktbeleid. Dat weet Aartsen als geen ander. Hij was vanaf juni 2025 kort staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, daarvoor was hij sinds 2018 Tweede Kamerlid binnen de commissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Hij viel op als woordvoerder arbeidsmarkt en pensioenen. Ook was hij een vurig pleitbezorger voor ondernemerschap en zelfstandigen.

Zo sprak Aartsen vaak met zzp’ers tijdens een landelijke reeks VVD-bijeenkomsten speciaal voor zelfstandigen. “Ik zit in de politiek om een brug te slaan tussen ondernemers en de politiek”, zei Aartsen in een interview met ZiPconomy (2024). “Het is hard nodig, omdat politiek Den Haag vaak anders naar de wereld kijkt dan hoe die daadwerkelijk is. […] Ik ben een liberaal. Geef mensen de ruimte om hun werkende leven zelf in te richten.”

Kritisch op vorig kabinetsbeleid

In de Kamer was hij kritisch op het arbeidsmarkt- en zzp-beleid van toenmalig SZW-minister Eddy van Hijum (NSC). Hoewel Aartsens eigen VVD deel uitmaakte van dat kabinet, vond hij dat de regering de SER MLT-adviezen te kritiekloos opvolgde.

In lijn met de Commissie Borstlap pleitte hij ervoor werkgeverschap aantrekkelijker te maken en het evenwicht tussen arbeidsvormen te herstellen. Hij zei eerder op ZiPconomy: “Ik ben tegen gedwongen zelfstandigheid, maar net zo goed tegen gedwongen werknemerschap.” 

Aartsen stelde onder meer voor om de loondoorbetaling bij ziekte te verkorten en het ontslagrecht aan te passen. Deze punten zijn inmiddels opgenomen in het nieuwe regeerakkoord.

Drijvende kracht achter de Zelfstandigenwet

Aartsen zag weinig in het wetsvoorstel Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden (VBAR) om te verduidelijken wanneer iemand ingehuurd mag worden als zzp’er. Hij zocht een alternatief en vond inspiratie in België. Samen met D66, CDA en SGP ontwikkelde hij het initiatiefwetsvoorstel de Zelfstandigenwet. Deze is nu opgenomen in het coalitieakkoord.

De Zelfstandigenwet bestaat grofweg uit twee toetsen. Eerst een zelfstandigentoets: heeft de zzp’er adequate voorzieningen voor pensioen en arbeidsongeschiktheid (aov)? Presenteert hij zichzelf naar de buitenwereld als ondernemer? Daarna volgt een arbeidsrelatietoets: heeft de werkende de vrijheid om het werk op zijn eigen manier uit te voeren of is er sprake van gezag?

Daarnaast kan een speciale commissie per sector vooraf maatwerkafspraken maken. Opvallend is dat criteria rond ‘inbedding’ (doet iemand werk dat hoort bij de kernactiviteiten van een organisatie of sterk lijkt op het werk van vaste werknemers?) ontbreken. Een deel van de VBAR wordt wel ingevoerd, namelijk het rechtsvermoeden (R) van werknemerschap voor wie werkt onder een laag tarief (36-37 euro per uur).

Zelfstandigenwet: nog veel werk te verzetten

Aartsen mag zijn eigen initiatiefwet nu als regeringsbeleid implementeren. Voor het zover is, moet er nog veel gebeuren. De conceptversie van de Zelfstandigenwet is namelijk nog lang niet af. Er is nog geen advies van de Raad van State en uit de internetconsultatie bleken heel wat verbeterpunten. Zo zijn zzp-respondenten blij met duidelijkere wetgeving rond arbeidsrelaties, maar vrezen zij extra regeldruk en verplichtingen rondom pensioen en aov.

Ook moet Aartsen als minister op zoek naar een politieke meerderheid voor de Zelfstandigenwet. Links vindt dat de Zelfstandigenwet te veel de deur openzet richting het zzp-schap en te weinig bescherming biedt aan kwetsbare werkenden. Rechts vindt verplichtingen rond pensioen en arbeidsongeschiktheid niet passen bij de vrijheid van het ondernemerschap.

De meeste zelfstandigenorganisaties zijn overigens wel enthousiast over het plan.

Korte termijn: rechtsvermoeden en verplichte aov

De nieuwe minister kan wel op korte termijn het rechtsvermoeden van werknemerschap invoeren, waarmee zzp’ers met een laag uurtarief gemakkelijker rechten als werknemer kunnen opeisen. Daar is brede steun voor.

Ook staat in het coalitieplan dat hij snel aan de slag moet met de Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (BAZ). Die verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (aov) moet zo snel mogelijk worden ingevoerd, met uitzonderingsmogelijkheden voor wie een private verzekering heeft.

Nathalie van Berkel, de nieuwe staatssecretaris van Financiën

Totdat er een nieuwe zzp-wet is, handhaaft de Belastingdienst volgens de huidige regels. Dat doet de fiscus op basis van de negen criteria die de Hoge Raad heeft opgesteld in de Deliveroo-zaak. De verantwoordelijkheid voor de handhaving op schijnzelfstandigheid ligt bij de beoogde staatssecretaris van Financiën: Nathalie van Berkel (D66).

Van Berkel heeft veel ervaring in de publieke sector en de uitvoering van sociale zekerheid. Voordat zij in november 2025 voor D66 de Tweede Kamer in ging, was zij zes jaar lang lid van de raad van bestuur van het UWV (2019-2025). Tegelijkertijd was ze voorzitter van het Netwerk van Publieke Dienstverleners, een samenwerkingsverband van publieke uitvoeringsorganisaties.

Tegenstander van zowel de VBAR als de Zelfstandigenwet

In de Tweede Kamer hield zij zich voor D66 al bezig met financiën. Afgelopen november was ze opmerkelijk kritisch op voorstellen voor nieuwe zzp-wetgeving, ook op de Zelfstandigenwet waar haar eigen partij aan heeft meegewerkt. Een uniforme regeling voor alle zelfstandigen is volgens haar ‘onwenselijk’, ook omdat verplichtingen rond sociale zekerheid niet nodig zijn voor alle groepen.

“Er is een specifieke groep in een kwetsbare positie die bescherming nodig heeft, maar er is ook een grote groep zelfstandigen die zich prima kan redden en daar bewust voor kiest”, zei ze tijdens Arbeidsmarktpoort. “Voor de middengroep kun je je afvragen of die beschermd moeten worden door de overheid of dat hiervoor oplossingen vanuit de polder kunnen komen.”

Noch de VBAR, noch de Zelfstandigenwet kan volgens haar de problemen voor alle zzp’ers oplossen. Bovendien waarschuwde ze dat de nieuwe wetten lastig uitvoerbaar zijn voor instanties. 

Drastische hervormingen, minder regels

Volgens haar staan we aan de vooravond van ‘drastische hervormingen’. Ze wil een einde maken aan de huidige bureaucratie en ‘wirwar van regels’. “Daarin moeten we drastisch snoeien”, zei ze. “De arbeidsmarkt is een ondergeschoven kindje, terwijl het de motor is van de economie. Het is niet alleen een kwestie van meer geld en meer mensen. We kunnen de problemen niet op dezelfde manier blijven oplossen.”

Als staatssecretaris van Financiën krijgt ze de taak om de handhaving door de Belastingdienst goed in te richten, terwijl de politiek zoekt naar een definitieve nieuwe zzp-wet. Ook de uitvoering van de BAZ wordt een belangrijke taak. Uit een uitvoeringstoets van het conceptwetsvoorstel bleek eerder dat het ‘niet uitvoerbaar’ is voor de Belastingdienst. De fiscus moet vooral een rol spelen bij de uitzonderingsoptie (opt-out) van de wet. Voor de VVD is die ‘cruciaal’ en deze opt-out staat nu ook in het coalitieakkoord.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , , , , , , | Laat een reactie achter

De Great Realignment: wat Kevin Wheeler’s visie betekent voor HR-technologie

Op uitnodiging van Compagnon (Hetty en Frank Roders) was ik recent aanwezig bij een inspirerende lezing van Kevin Wheeler, internationaal erkend thought leader op het gebied van talent, werk en HR-transformatie. In zijn presentatie “The Great Realignment: How AI, Demographics, and Work Redesign Will Reshape HR & Recruiting by 2030” schetst Wheeler een fundamentele herinrichting van werk, organisaties en daarmee ook van HR-technologie.

Van VUCA naar BANI?: technologie als antwoord op onzekerheid

Wheeler plaatst de huidige transitie in de context van een wereld die verschuift van VUCA (Volatile, Uncertain, Complex, Ambiguous) naar BANI: Brittle, Anxious, Non-linear en Incomprehensible. Dit heeft directe implicaties voor HR-systemen. Klassieke, lineaire HR-processen en monolithische systemen zijn onvoldoende wendbaar om met deze realiteit om te gaan. HR-technologie moet organisaties helpen om sneller te reageren, beter te anticiperen en continu bij te sturen op basis van data en scenario’s.

Het einde van het ‘job-denken’

Een centrale boodschap in Wheeler’s betoog is het afbrokkelen van traditionele baanstructuren. Vaste functiebeschrijvingen, hiërarchieën en jaarlijkse HR-cycli maken plaats voor project-gedreven werk, portfolio-carrières en continue feedback. Voor HR-technologie betekent dit een verschuiving:

  • van job-based naar skills-based architecturen;
  • van statische HR-databases naar dynamische skills-taxonomieën;
  • van jaarlijkse performance-reviews naar real-time feedback en inzichten.

Systemen die blijven leunen op het klassieke ATS- of HRIS-denken lopen het risico irrelevant te worden.

Van hiërarchie naar platform: HR als infrastructuur

Wheeler beschrijft organisaties die evolueren van piramides naar platformorganisaties. In zo’n model faciliteert de organisatie, en daarmee HR-technologie, de match tussen werk en vaardigheden, in plaats van mensen vast te zetten in functies en afdelingen.

Dit vraagt om HR-platformen die:

  • interne en externe talentmarktplaatsen ondersteunen;
  • talent mobiliteit mogelijk maken over teams, projecten en zelfs organisaties heen;
  • niet ‘people ownership’ ondersteunen, maar talent-orchestratie.

Voor HR-tech betekent dit een duidelijke beweging richting open ecosystemen, API-first architecturen en integratie met learning-, workforce planning- en compliance-oplossingen.

AI: automatiseren wat kan, versterken wat menselijk is

AI speelt in Wheeler’s visie een sleutelrol, maar niet als vervanging van menselijk oordeel. Routine-taken zoals sourcing, screening en planning worden steeds verder geautomatiseerd. Tegelijkertijd verschuift de waarde van HR-professionals naar context, ethiek, risico-afweging en vertrouwen.

HR-technologie moet deze balans ondersteunen door:

  • agentic workflows in plaats van recruiter-centrische processen;
  • explainable AI en transparante besluitvorming;
  • tooling die menselijke interventie versterkt waar het ertoe doet.

Van ‘hiring volume’ naar workforce continuity

Een belangrijk technologisch kantelpunt is de verschuiving van puur werven naar workforce continuity. Door vergrijzing, skills-schaarste en strengere regelgeving wordt het steeds belangrijker om talent te behouden, herin te zetten en opnieuw te activeren.

Dit vraagt om HR-technologie die verder kijkt dan instroom:

  • interne mobiliteit en redeployment;
  • alumni- en herintreding programma’s;
  • één integraal beeld van talent vóór, tijdens en na het dienstverband.

Conclusie: HR-technologie als strategische ruggengraat

De boodschap van Kevin Wheeler is helder: HR-technologie staat niet voor een iteratieve upgrade, maar voor een fundamentele herontwerp-opgave. Systemen moeten meebewegen met een wereld waarin werk fluïde is, vaardigheden sneller verouderen en organisaties functioneren als platforms.

Voor HR- en IT-beslissers betekent dit scherpe keuzes maken: investeren in technologie die niet alleen processen automatiseert, maar die organisaties daadwerkelijk helpt om wendbaar, mensgericht en toekomstbestendig te blijven.

De great realignment is geen toekomstmuziek. Ze is al begonnen – en HR-technologie speelt daarin een bepalende rol.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , | Laat een reactie achter

Oppositie reageert met gemengde gevoelens op zzp-plannen van nieuwe kabinet. “Nog veel open eindjes”

“Ik zie onverantwoorde bezuinigingen die gewone mensen hard raken en ik mis een visie,” zegt Tweede Kamerlid Mariëtte Patijn van oppositiepartij GroenLinks-PvdA over het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA. “Hoe gaan we zorgen voor een goede toekomst voor iedereen?”

Patijn is opgelucht dat er een einde komt aan het demissionaire kabinet Schoof.  “Maar ik maak me grote zorgen over wat het nieuwe kabinet wil afbreken.”

“Het is nog te veel tekentafelbeleid”, vindt Tweede Kamerlid Henk Vermeer van BBB. “Het coalitieakkoord lijkt gebaseerd op een ‘modellenwerkelijkheid’ die ver afstaat van de praktijk. Neem de bezuinigingen van tien miljard op de zorg: men gaat uit van modellen, maar de productielijn zit gewoon vol omdat er te weinig artsen zijn. Daarnaast komen de regeringspartners hun belofte niet na: er zijn wel degelijk lastenverzwaringen voor ondernemers, bijvoorbeeld via de veiligheidsbijdrage en de Aof-premie.”

De SGP heeft gemengde gevoelens bij het coalitieakkoord. “We zien zeker aanknopingspunten voor een goede samenwerking in dit coalitieakkoord”, zegt Tweede Kamerlid André Flach. “Aan de ene kant is het goed dat de coalitie wil investeren in zaken als woningbouw en netcongestie. Tegelijk maken we ons ook zorgen en missen we zaken. Zo is er op medisch-ethisch vlak weinig terug te vinden. Hoe de coalitie daar precies in staat is onduidelijk, maar als het nog liberaler wordt, raakt deze coalitie de SGP kwijt.”

‘Arbeidsmarktplannen: niet van deze tijd’

Flach: “Wat betreft de arbeidsmarktplannen staan er behartigenswaardige dingen in het coalitieakkoord, maar ook hier geldt dat de uitwerking cruciaal is.”

Patijn (GroenLinks-PvdA) ziet vooral nog veel onduidelijkheid: “Hoewel de coalitie vaart wil maken, vrees ik dat het zo nog lang kan duren voordat we nieuwe zzp-wetgeving hebben.”

Volgens Vermeer (BBB) gaat het arbeidsmarktbeleid nog te veel uit van het vaste contract als de standaard. “Dat past niet meer bij deze tijd”, zegt hij. “Als we de arbeidsproductiviteit willen verhogen, moeten we tegemoetkomen aan de wens van de nieuwe generatie. Jongeren denken anders over organisaties en willen meer eigen regie.”

In plaats daarvan lijkt de regering van de zzp’er af te willen, zegt Vermeer. “Dit zie ik ook terug in het fiscale beleid: een hoop zelfstandigen worden nu gepakt door de onrechtvaardige Box 3-belasting, terwijl zij dat eigen vermogen gebruiken voor hun pensioenopbouw.”


Hans Borstlap, voorheen voorzitter van de commissie Regulering van Werk, noemt de werkparagraaf van het coalitieakkoord “helemaal niet zo slecht”, zo zegt hij in deze podcast van omroep WNL. Hij is positief over maatregelen zoals het verkorten van de WW en de individuele leerrekening (en belangrijk onderdeel van het advies van de genoemde commissie), zolang mensen snel naar nieuw werk worden begeleid.  Wel plaatst hij een belangrijke kanttekening: als mensen langer moeten doorwerken, moet er extra aandacht zijn voor zware beroepen zodat die groep wordt ontzien.  “Wouter Koolmees zou geknipt zijn voor deze arbeidsmarktparagraaf” zo concludeert Borstlap. 


Plannen: rechtsvermoeden, arbeidsongeschiktheidsverzekering en Zelfstandigenwet

In het coalitieplan staat dat het nieuwe kabinet begint met het invoeren van een rechtsvermoeden van werknemerschap, waarmee zzp’ers met een laag uurtarief gemakkelijker rechten als werknemer kunnen opeisen. Ook de Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (BAZ) wordt zo snel mogelijk ingevoerd, met uitzonderingsmogelijkheden voor wie een private verzekering heeft.

Vervolgens kiest het kabinet voor de Zelfstandigenwet in plaats van de wet Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (VBAR) om het onderscheid tussen werknemers en zelfstandigen te verduidelijken.

‘Zelfstandigenwet is nog lang niet af’

Een slecht idee, vindt Patijn. “De Zelfstandigenwet is nog lang niet af, dat is het lastige”, zegt het Kamerlid. “Er is nog geen advies van de Raad van State en uit de internetconsultatie blijkt dat het voorstel nog ondermaats is.”

Zo is nog onduidelijk wat het betekent dat ondernemers een goede voorziening voor pensioen en arbeidsongeschiktheid moeten hebben. “Wat betekent ‘goed’? Een garagebox verhuren, valt dat onder een fatsoenlijke regeling? Wat mij betreft niet. Dit soort zaken zijn heel belangrijk om scherp te hebben.”

‘Opstapeling van toetsen’

Ook Vermeer vindt de plannen nog te onduidelijk. Hij verwacht bovendien dat de Zelfstandigenwet alles alleen maar ingewikkelder maakt voor opdrachtgevers en werkenden. “Het stapelt toetsingskader op toetsingskader: een zelfstandigentoets, een commissie, een werkrelatietoets. Daarnaast richten de plannen zich op Europese harmonisatie, maar wat dat nou precies betekent blijft vaag en het lijkt vooral beperkingen met zich mee te brengen.”

Volgens de BBB is het sneller en verstandiger om de huidige wetgeving te actualiseren. “En op den duur moeten we waarschijnlijk de arbeidswet aanpassen, want die past simpelweg niet meer bij deze tijd.”

‘Zelfstandigenwet moet de hoogste prioriteit krijgen’

Als mede-indiener van het wetsvoorstel is SGP juist blij dat de coalitie kiest voor de Zelfstandigenwet. “Deze wet bevat goede elementen en kan duidelijkheid vooraf bieden”, zegt Flach. “Het klopt dat we nog veel moeten uitwerken. Daarom moet dit wetsvoorstel de hoogste prioriteit krijgen. Het voordeel: nu het een onderdeel is van het coalitieakkoord wordt dit uitgewerkt op het ministerie. Daar is meer capaciteit, het kan sneller gaan.”

Hij denkt dat het sneller kan gaan als de aanstaande minister van Sociale Zaken het wetsvoorstel op nummer één zet. “Daar zal ik op blijven hameren.”

‘Laat onzekerheid niet nog jaren voortduren’

Patijn wil juist de wet Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (VBAR) invoeren. “Die is zo goed als af en wat mij betreft houden we daaraan vast. Deze wet geeft snel duidelijkheid aan opdrachtgevers en opdrachtnemers. In sommige gevallen zal het pijn doen, maar dat kunnen we niet voorkomen. Wat mij betreft is het veel schadelijker om de onzekerheid nog jaren te laten voortduren.”

Bovendien verwacht ze dat de Zelfstandigenwet te onduidelijk blijft, ook na verdere uitwerking. “Ik begrijp dat extern ondernemerschap een zwaarwegend en volwaardig criterium wordt. Dat is onverstandig, want het zet veel opgebouwde werknemersrechten onder druk. Het arbeidsrecht is geen individuele keuze. Het recht is van toepassing of niet.”

Rechtsvermoeden: ‘Waarom geen handhaving door de Belastingdienst?’

Het kabinet wil wel snel aan de slag met een gedeelte van de VBAR, namelijk het rechtsvermoeden (R). “Ik zie liever dat ze de hele wet doorvoeren, maar dit geeft in elk geval meer zekerheid aan laagbetaalde, kwetsbare schijnzelfstandigen”, zegt ze. “Het is wel een gemiste kans dat dit geen publiekrecht wordt. De werkende moet nu zelf naar de rechter stappen. Waarom geen handhaving door de Belastingdienst? Dat heeft meer effect.”

Dat vindt ook de BBB. “Met het rechtsvermoeden kun je de nodige bescherming bieden, mits er duidelijkheid aan de voorkant is, samen met de Belastingdienst. Zodra je zegt dat mensen zelf naar de rechter moeten stappen om hun recht te halen, geef je eigenlijk al aan dat de wetgeving aan de basis niet goed in elkaar zit.”

SGP diende samen met VVD en NSC in 2024 al een motie in om het rechtsvermoeden versneld in te voeren. “Je kunt hiermee misbruik heel voortvarend aanpakken. Het wordt vanzelf een standaard.”

Verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering: ‘Alles hangt af van de vormgeving’

Tot slot heeft Patijn nog een hoop vragen over de verplichte basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen. In een eerder interview noemde ze de uitzonderingsoptie voor mensen met een eigen voorziening (opt-out) een ‘ontduikingsmogelijkheid’. “Alles hangt af van de vormgeving”, zegt ze. “Ik ben niet per se tegen een opt-out, maar ik wil zeker weten dat die voldoende zekerheid biedt. Bovendien moet de volledige regeling uitvoerbaar en controleerbaar zijn. Ik blijf daar scherp op.”

Voor de BBB en SGP zijn een opt-out juist een harde voorwaarde. Vermeer is sceptisch: “De uitzonderingsmogelijkheid staat nu weliswaar in het coalitieakkoord, maar eerder beweerde men dat het volgens het pensioenakkoord niet zou kunnen. Dit is dus nog een open eindje.”

Hij vindt een collectieve regeling nuttig om ‘toelatingsruzies’ te voorkomen. “Ik heb zelf als zzp’er meegemaakt dat ik door longproblemen een dubbele aov-premie moest betalen waarbij mijn longen ook nog eens werden uitgesloten van dekking”, zegt hij. “In een collectief heb je dat gedoe niet. Maar de verplichting mag geen verstikkende kostenverhoging worden. Er moet ruimte zijn voor concurrentie. Als private verzekeraars een scherp product kunnen aanbieden aan 20.000 tot 25.000 mensen, is dat alleen maar goed.”

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , | 3s Reacties

Arbeidsmarktpakket nieuwe kabinet: plannen voor de toekomst, maar nog niet heel concreet

Het nieuwe kabinet Jetten wil aan de slag voor een toekomstbestendige en wendbare arbeidsmarkt die bijdraagt aan economische groei én werk- en inkomenszekerheid. Dat blijkt uit het regeerakkoord D66, VVD en CDA ‘Aan de slag: bouwen aan een beter Nederland’ van D66, VVD en CDA. 

Hervormen, samen met de polder

Werk moet meer lonen en perspectief bieden, met “een fatsoenlijk inkomen, zekerheid bij tegenslag en kansen om mee te groeien in een snel veranderende arbeidsmarkt”. Tegelijk geldt dat wie niet kan werken, moet kunnen rekenen op een betrouwbaar stelsel van sociale zekerheid.

De drie partijen die het minderheidskabinet gaan vormen constateren dat de arbeidsmarkt onder druk staat. Technologische ontwikkelingen, waaronder AI, zorgen voor snelle veranderingen, terwijl werkgevers kampen met grote personeelstekorten en cruciale vacatures die onvervuld blijven, zo staat te lezen. Talent komt bovendien niet altijd terecht “op de plek waar het de meeste waarde toevoegt”. Daarbovenop zetten vergrijzing en een groeiend aantal arbeidsongeschikten de houdbaarheid van het stelsel verder onder spanning.

Dat vraagt volgens de drie partijen om duidelijke keuzes: keuzes die op korte termijn verlichting bieden, maar ook op middellange termijn moeten leiden tot structurele hervormingen.  Een overzicht van de belangrijkste plannen: 

Werkagenda voor de korte termijn: meer ruimte en minder knelpunten op de arbeidsmarkt

Ziekte, re-integratie en administratieve lasten

De loondoorbetaling bij ziekte wordt door veel werkgevers – met name in het mkb – als een belemmering ervaren om vaste contracten aan te bieden, zo vinden de drie partijen. Tegelijk blijft het tweede ziektejaar een belangrijke prikkel voor re-integratie. Het kabinet wil dit stelsel werkbaarder maken, onder andere door:

  • Het verminderen van administratieve lasten in de Wet verbetering poortwachter
  • Meer duidelijkheid vooraf over verplichtingen en sancties
  • Meer maatwerk en ruimte voor direct contact tussen werkgever en werknemer

Doel is snellere re-integratie en meer focus op herstel in plaats van verantwoording.

Geen directe verkorting van de periode van doorbetaling bij ziekte dus. Wel komt het kabinet met voorstellen om “de loondoorbetaling bij ziekte meer werkbaar te maken voor werkgevers, met name in het mkb”.

Cao’s en arbeidsvoorwaarden

De collectieve arbeidsovereenkomst blijft een belangrijke pijler. Het kabinet wil wel het cao-instrument moderniseren en het draagvlak vergroten. Samen met sociale partners wordt gekeken naar:

  • Vermindering van onnodige regeldruk binnen cao’s
  • Knelpunten rond dispensatie bij innovatieve en nieuwe sectoren
  • Betere betrokkenheid van niet-vakbondsleden

Arbeidsmarktdiscriminatie

Het kabinet wil arbeidsmarktdiscriminatie actief bestrijden. Werkgevers worden nadrukkelijk aangesproken op hun verantwoordelijkheid bij werving, selectie en op de werkvloer. Wetgeving en handhaving worden hierover besproken met de Kamer.

Internationale arbeidskrachten

Er start een driejarige pilot om onder strikte voorwaarden gericht goed geschoolde arbeidskrachten naar Nederland te halen voor specifieke sectoren. Voorwaarden zijn onder meer een salariseis, huisvesting en een maximale verblijfsduur van drie jaar. Kandidaat-EU-lidstaten komen in ieder geval in aanmerking.

Productiviteit en innovatie

Via publiek-private samenwerking ondersteunt het kabinet bedrijven bij digitalisering, automatisering en slimmer werken. Niet alleen koplopers, maar ook minder productieve sectoren krijgen hierbij nadrukkelijk aandacht.

Nieuwe zzp-wet 

Er komt op korte termijn aangepast zzp-wetgeving. ZZP’ers die ingehuurd worden tegen een laag tarief kunnen dan makkelijk hun rechten als werknemer opeisen. Daarna komt er de Zelfstandigenwet. Zelfstandigen die voldoen aan een aantal eisen, waaronder bijvoorbeeld een arbeidsongeschiktheidsverzekering en zelf voldoende pensioen opbouwen, krijgen wat meer de ruimte om ingehuurd te worden voor opdrachten, mits ze maar niet onder leiding en toezicht werken.

Van werk naar werk in een veranderende arbeidsmarkt

Ontslag, mobiliteit en concurrentiebeding

Het kabinet wil de overstap van werk naar werk vergemakkelijken. Dit gebeurt onder meer door:

  • Meer ruimte voor de menselijke maat bij het afspiegelingsbeginsel
  • Modernisering van het concurrentiebeding, zodat werknemers makkelijker van baan kunnen wisselen

Regionale arbeidsmarktregie

Arbeidsmarktverschillen vragen om maatwerk. Daarom blijft het kabinet inzetten op arbeidsmarktregio’s en Werkcentra waarin gemeenten, sociale partners en het UWV samenwerken.

Leven Lang Ontwikkelen (LLO)

Er komt een nieuwe regeling gericht op om- en bijscholing in tekortsectoren en kansrijke beroepen. Op termijn werkt het kabinet toe naar een stelsel van individuele leerrechten, met extra aandacht voor mbo’ers en mkb-werknemers.

Transitievergoeding en WW

De transitievergoeding wordt hervormd en sterker gekoppeld aan scholing en duurzame inzetbaarheid. Werkgevers die aantoonbaar investeren in ontwikkeling en re-integratie krijgen lagere of geen verplichtingen. De compensatie van de transitievergoeding na twee jaar ziekte wordt afgeschaft.

Daarnaast wordt de WW activerender:

  • Hoger in het begin
  • Verkort tot maximaal één jaar
  • Strengere voorwaarden voor opbouw en verzilvering

Hervorming ziekte en arbeidsongeschiktheid

Het huidige stelsel loopt vast in uitvoering en menselijke maat, zo constateren de drie partijen. Het nieuwe kabinet zet daarom in op:

  • Betere samenwerking tussen bedrijfs- en verzekeringsartsen
  • Meer focus op preventie, met een grotere rol voor de Nederlandse Arbeidsinspectie
  • Actievere en meegroeiende re-integratie
  • Afschaffing van de IVA voor nieuwe gevallen

Het doel is een activerender en beter uitvoerbaar stelsel, met oog voor mensen die echt niet kunnen werken.

Middellange termijn: balans tussen zekerheid en wendbaarheid

Samen met sociale partners werkt het kabinet aan een fundamentele herziening van de arbeidsmarkt:

  • Minder onzekerheid bij flex en minder starheid bij vast. Het kabinet houdt daarom vast aan al aangekondigde wetgeving zoals de wet Meer Zekerheid Flexwerkers.
  • Meer wendbaarheid voor mkb en startups
  • Een begrijpelijk en betrouwbaar stelsel van sociale zekerheid
  • Re-integratie en werk-naar-werk als hoofdroute

Daarnaast wordt ingezet op preventie, gezond werken en aantrekkelijk werkgeverschap.

Werk, pensioen en werk-privébalans

  • De AOW-leeftijd wordt vanaf 1 januari 2033 direct gekoppeld aan de levensverwachting, met aandacht voor zware beroepen
  • De fiscale subsidiering van aanvullend pensioen voor de hoogste inkomens wordt in zes jaar afgebouwd
  • Bijna gratis kinderopvang blijft, met afschaffing van de grootste toeslag
  • Het verlofstelsel wordt vereenvoudigd op basis van SER-advies
  • Het kabinet onderzoekt maatregelen om meer werken financieel aantrekkelijker te maken, zoals een voltijdsbonus

Zoeken naar draagvlak in politiek en polder 

Een agenda met flinke ambities. Duidelijk is ook dat rond een aantal onderwerpen de agenda nog niet heel concreet is. Zeker niet als het gaat om politiek gevoelige dossiers zoals de loondoorbetaling bij ziekte en versoepeling van het ontslagrecht. 

Ook bij dit dossier weet het minderheidskabinet dat het nog op zoek moet naar steun in de Kamer en in de polder. “Daadkracht en ambitie gaan niet zonder maatschappelijk draagvlak en samenwerking,” zo staat te lezen in het hoofdstuk over het arbeidsmarktbeleid. 

Tegelijkertijd benadrukken de drie partijen dat “veel keuzes te urgent zijn om onnodig te laten liggen”. Vandaar de keuze om te werken aan een “samenwerkingsagenda” voor de (middel)lange termijn, gecombineerd met een werkagenda voor de korte termijn. 

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , | Laat een reactie achter