‘Werkplezier in de zorg vraagt om werkbare zzp-wetgeving’ Geplaatst 27 januari 2026 door NBBU De Dag van het Werkplezier in de Zorg is bedoeld om waardering uit te spreken voor zorgprofessionals en stil te staan bij wat ze motiveert om dit veeleisende, maar maatschappelijk onmisbare werk te blijven doen. Tegelijkertijd is het een confronterende constatering dat dit werkplezier voor veel zorgprofessionals de afgelopen jaren juist sterk onder druk is komen te staan. Met name voor zzp’ers in de zorg was 2025 een jaar waarin onzekerheid de boventoon voerde. Dat maakt deze dag extra relevant, juist nu het nieuwe regeerakkoord op het punt staat te worden gepubliceerd en politieke keuzes over de toekomst van zelfstandigheid in de zorg concreet worden. Veel onzekerheid Door aanhoudende onduidelijkheid over de handhaving van het arbeidsrecht en de kwalificatie van arbeidsrelaties hebben veel zorginstellingen besloten het werken met zzp’ers als te risicovol te beschouwen. Niet omdat zij de inzet of professionaliteit van deze zorgverleners in twijfel trekken, maar omdat de juridische en financiële risico’s simpelweg te groot zijn geworden. Het gevolg is bekend: opdrachten vielen weg, bemiddelingskanalen droogden op en NBBU ziet een aanzienlijk aantal zzp’ers noodgedwongen de zorgsector verlaten. Dat is een verlies voor de zorg, voor patiënten én voor het werkplezier van iedereen die zich dagelijks inzet om de sector draaiende te houden. Zo is een vicieuze cirkel ontstaan. Onzeker beleid leidt tot terughoudende opdrachtgevers. Die terughoudendheid zorgt ervoor dat zzp’ers verdwijnen, wat de personeelstekorten verder vergroot. De extra druk die daardoor ontstaat, komt terecht bij de zorgprofessionals die blijven, met directe gevolgen voor hun werkplezier en inzetbaarheid. Zzp’ers willen niet in vast dienstverband vanwege de slechte omstandigheden en hun wens flexibel hun leven in te delen. Als NBBU vertegenwoordigen wij onder meer zzp-bemiddelaars en daarmee indirect ook duizenden zelfstandig werkende zorgprofessionals. Vanuit die positie doen wij een dringend beroep op het nieuwe kabinet, dat zich in de afrondende fase van de formatie bevindt en binnenkort zijn beleidskoers vastlegt in het regeerakkoord: zorg voor nieuwe zzp-wetgeving die niet alleen juridisch zuiver is, maar die recht doet aan de rol van de zzp’er en vooral ook werkbaar is in de praktijk. Zzp’ers in de zorg moeten er gewoon kunnen zijn en opdrachtgevers zouden hen ook zonder zorgen moeten kunnen inhuren. De kern van het probleem is niet dat er regels zijn, maar dat die regels onvoldoende houvast bieden vooraf. Zorginstellingen, bemiddelaars en zzp’ers worden geconfronteerd met open normen, interpretatieruimte en handhaving achteraf. Dat leidt tot defensief gedrag. Organisaties kiezen voor zekerheid door geen zzp’ers meer in te zetten, ook als dat operationeel of kwalitatief onwenselijk is. Werkplezier maakt plaats voor angst voor naheffingen, boetes en reputatieschade. Nieuwe wetgeving moet daarom uitgaan van voorspelbaarheid en voorafgaande zekerheid. Dat kan bijvoorbeeld door heldere toetsingskaders te introduceren die vooraf uitsluitsel geven over de aard van de arbeidsrelatie. Wanneer een zorginstelling, een zzp-bemiddelaar en een zelfstandige aantoonbaar volgens deze kaders werken, moet dat bescherming bieden tegen latere herkwalificatie. Alleen zo ontstaat het vertrouwen dat nodig is om weer samen te werken. Daarnaast is het van belang dat de wetgeving oog heeft voor de realiteit van de zorgpraktijk. De zorg kent roosters, teamwerk en continuïteitseisen die niet één-op-één te vergelijken zijn met andere sectoren. Dat betekent niet dat zelfstandigheid per definitie onmogelijk is, maar wel dat criteria daarop moeten worden afgestemd. Een one size fits all-benadering doet geen recht aan de complexiteit van de zorg en werkt contraproductief. Ook de rol van zzp-bemiddelaars verdient expliciete erkenning. Zij vervullen een cruciale schakel tussen vraag en aanbod, dragen bij aan kwaliteit, compliance en transparantie en nemen opdrachtgevers veel administratieve lasten uit handen. Goed functionerende bemiddeling is geen risicoverhogende factor, maar juist een randvoorwaarde voor verantwoord werken met zelfstandigen. Zorgen voor werkplezier Werkplezier in de zorg ontstaat wanneer professionals autonomie ervaren, wanneer organisaties kunnen plannen met vertrouwen en wanneer regels ondersteunen in plaats van verlammen. De keuzes die hierover nu politiek worden gemaakt, bepalen of de zorgsector deze vicieuze cirkel weet te doorbreken of dat onzekerheid en personeelstekorten elkaar blijven versterken. Dat vraagt om politieke keuzes. Keuzes voor duidelijkheid boven vaagheid, voor uitvoerbaarheid boven theoretische perfectie en voor samenwerking boven wantrouwen. De Dag van het Werkplezier in de Zorg is een uitgelezen moment om die keuzes te maken. Juist nu het regeerakkoord op het punt staat te verschijnen, is het essentieel dat zelfstandigheid in de zorg niet wordt benaderd vanuit wantrouwen, maar vanuit realisme en verantwoordelijkheid. De NBBU roept het nieuwe kabinet op om snel werk te maken van moderne, werkbare zzp-wetgeving die zekerheid vooraf biedt aan zorginstellingen, zzp-bemiddelaars en zzp’ers. Niet als doel op zich, maar als noodzakelijke voorwaarde om de zorg toegankelijk, menselijk en aantrekkelijk te houden voor vandaag en voor de toekomst. Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags NBBU, werkgeluk, Zorg, ZZP-er in de zorg | 2s Reacties
Circle8 gaat samen met beursgenoteerde Atlantic International Geplaatst 27 januari 2026 door ZiPredactie Het van oorsprong Nederlandse Circle8 wordt onderdeel van het Amerikaanse Atlantic International. Atlantic levert vooral staffingdiensten aan industriële opdrachtgevers in de VS; Circle8 Group – ontstaan uit het voormalige IT Staffing – richt zich voornamelijk op IT-professionals in zowel Nederland als elders in Europa. Atlantic is een aan de NASDAQ beursgenoteerde onderneming. De Circle8 Group is eigendom van het in Zwitserland gevestigde Axiom Partners van Guus Franke. Franke is tevens oprichter van de Circle8 Group. De deal wordt gesloten via een aandelenruil. Dat wil zeggen dat Axiom aandeelhouder wordt van Atlantic en daarmee direct ook de grootste aandeelhouder van het bedrijf. Franke krijgt daarbij de positie van executive chairman van Atlantic International. Circle8 zal als dochteronderneming van Atlantic International zelfstandig blijven opereren. “Deze stap draait om zekerheid op lange termijn en gedisciplineerde uitvoering. We zullen onze cultuur beschermen en tegelijkertijd verstreken we ons governancemodel en verslaglegging om zo te voldoen aan eisen en verantwoordelijkheden die passen aan bij aan de Nasdaq-genoteerd platform” zo legt Franke uit. “De aansluiting bij Atlantic International markeert een spannend nieuw hoofdstuk voor Circle8. Samen kunnen we klanten uitgebreide workforce-oplossingen bieden, over continenten en talentcategorieën heen. Door onze Europese technologie-expertise te combineren met het Noord-Amerikaanse industriële staffingplatform van Atlantic, creëren we een breder en veerkrachtiger dienstpakket voor wereldwijde ondernemingen.” Atlantic en Circle8 zien veel potentieel in de combinatie van merken, het grotere geografische bereik, de bredere klantdekking en de cross-sellingmogelijkheden. Zo bedient Atlantic via zijn dochteronderneming Lyneer Staffing Solutions klanten in de sectoren voedselproductie, maakindustrie en logistiek in de hele Verenigde Staten, waarvan velen ook wereldwijd actief zijn. Lees ook: Van bemiddelaar naar regisseur: Circle8 nadert miljardengrens Geplaatst in Professioneel inhuren | Laat een reactie achter
Koopkrachtverschil loopt op: zzp’ers blijven achter Geplaatst 26 januari 2026 door ZiPredactie De koopkracht van zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) blijft ook in 2026 duidelijk achter bij die van werknemers en andere huishoudtypen. Dat blijkt uit nieuwe koopkrachtberekeningen van het Nibud voor 117 voorbeeldhuishoudens. Waar de meeste groepen er volgend jaar licht op vooruitgaan, laten veel zzp-profielen zelfs een koopkrachtdaling zien. De belangrijkste oorzaak: de verdere afbouw van de zelfstandigenaftrek, in combinatie met tegenvallende tariefgroei. Zzp’er vaker erop achteruit In de Nibud-koopkrachtplaatjes voor 2026 vallen vooral de uitkomsten voor zelfstandigen op. Zo gaat een alleenstaande zzp’er zonder kinderen met een bruto jaarinkomen van 35.000 euro er 1,2 procent op achteruit, wat neerkomt op een min van 37 euro per maand. Ook bij 50.000 euro inkomen is er sprake van koopkrachtverlies: –0,4 procent, oftewel –15 euro per maand. Alleen bij hogere inkomens (80.000 euro) resteert nog een minieme plus van 0,2 procent, goed voor 12 euro per maand. Bij gezinnen met zelfstandigen is het beeld vergelijkbaar. Een stel met twee kinderen waarbij beide partners zelfstandig zijn en respectievelijk 80.000 en 55.000 euro verdienen, levert 0,4 procent koopkracht in (–33 euro per maand). Een stel met één kind en beide partners zelfstandig (50.000 en 20.000 euro) ziet de koopkracht vrijwel stilstaan: +0,1 procent, slechts 5 euro per maand. Ter vergelijking: alleenstaande werknemers zonder kinderen gaan er in 2026 volgens dezelfde Nibud-berekeningen vrijwel allemaal op vooruit, met koopkrachtstijgingen tussen 0,8 en 2,4 procent, afhankelijk van het inkomen. Tweeverdieners met kinderen komen eveneens structureel in de plus uit. Lees ook: Nibud: de koopkracht daalt voor iedereen. En die van zelfstandigen het hardst. Kloof tussen zzp’ers en werknemers De Nibud-cijfers onderstrepen dat het koopkrachtgat tussen zelfstandigen en werknemers verder oploopt. Een alleenstaande werknemer met een bruto inkomen van 30.000 euro ziet de koopkracht in 2026 bijvoorbeeld met 1,4 procent stijgen (36 euro per maand). Een alleenstaande zzp’er met 35.000 euro inkomen gaat er in datzelfde jaar juist 1,2 procent op achteruit (–37 euro per maand). Het verschil in uitkomst bedraagt daarmee ruim 70 euro per maand. Ook bij hogere inkomens blijft het contrast zichtbaar. Waar een werknemer met 50.000 euro bruto per jaar er 1,0 procent op vooruitgaat (31 euro per maand), moet een zzp’er met hetzelfde inkomen genoegen nemen met een koopkrachtdaling van 0,4 procent (–15 euro per maand). Verdere afbouw zelfstandigenaftrek heeft invloed Dat de koopkracht van zzp’ers structureel achterblijft, is geen toeval. De belangrijkste factor is de verdere afbouw van de zelfstandigenaftrek. Deze fiscale faciliteit wordt al enkele jaren stapsgewijs verlaagd en komt in 2026 opnieuw lager uit dan in 2025. Daardoor stijgt het belastbare inkomen van zelfstandigen, zonder dat daar een evenredige bruto-inkomensgroei tegenover staat. Het Nibud rekent in zijn scenario’s voor 2026 met een gemiddelde prijsstijging van 2,4 procent en een bruto loonontwikkeling van 3,7 procent. Voor werknemers betekent dat per saldo meestal koopkrachtwinst. Voor zelfstandigen pakt diezelfde macro-economische context ongunstiger uit, omdat zij relatief minder profiteren van loonstijgingen en tegelijkertijd fiscaal worden geraakt. Eerder schreef ZiPconomy al over deze trend op basis van de koopkrachtcijfers voor 2024. Toen werd zichtbaar dat zelfstandigen als enige grote groep koopkracht inleverden, terwijl vrijwel alle andere Nederlanders erop vooruit gingen. De nieuwe cijfers voor 2026 laten zien dat dit geen eenmalige uitschieter was, maar een structureel patroon. Tariefgroei vlakt af Bovenop het fiscale nadeel komt nu een tweede tegenvaller: de tariefontwikkeling. Uit onderzoek van HeadFirst Group blijkt dat de rek uit de zzp-tarieven lijkt te zijn. In 2024 stegen de uurtarieven nog met gemiddeld 3,6 procent, maar voor 2026 wordt een stijging van slechts circa 1,0 procent verwacht. Dat is uitzonderlijk laag in historisch perspectief. Hierdoor worden veel zzp’ers dubbel geraakt. Daarmee blijven de tarieven niet alleen achter bij de inflatie, maar ook bij de cao-loonontwikkeling. Dit betekent dat veel zelfstandigen koopkracht inleveren. Daarbovenop komt nog dat de tarieven die zij kunnen vragen voor hun werk nauwelijk stijgen, tenzij zij hun marktpositie weten te versterken via specialisatie, schaarse skills of strategische opdrachtkeuzes. Waar werknemers in cao’s vaak automatisch profiteren van loonrondes, moeten zzp’ers hun hogere kosten steeds moeilijker doorberekenen. In combinatie met de afbouw van fiscale voordelen ontstaat zo een dubbele druk op het besteedbaar inkomen van zelfstandigen. Lees ook: Voorstel Nibud voor pensioenverplichting zelfstandigen “ongewenst en stigmatiserende vorm van paternalisme” Geplaatst in ZP en Politiek | Tags cijfers, tarieven, zelfstandig ondernemers, zelfstandigenaftrek | 3s Reacties
Vrouwelijke zzp’ers verdienen voor het eerst meer dan mannen: historisch kantelpunt Geplaatst 25 januari 2026 door ZiPredactie Voor het eerst in Nederland verdienen vrouwelijke zzp’ers gemiddeld een hoger uurtarief dan hun mannelijke collega’s. Het verschil bedraagt inmiddels 3,2 procent in het voordeel van vrouwen. Dat blijkt uit de nieuwste editie van de Talent Monitor van HeadFirst Group en Intelligence Group. Sinds 2007 is het inkomen van vrouwelijke zelfstandigen bovendien meer dan twee keer zo snel gegroeid als dat van mannen. Einde aan klassieke loonkloof In discussies over beloning duikt vaak de traditionele loonkloof tussen mannen en vrouwen op. Ook onder zelfstandigen was lange tijd sprake van een structureel verschil waarbij vrouwen minder verdienen dan mannen. Vrouwelijke zzp’ers waren relatief vaker actief in sectoren met lagere tarieven, maar zelfs na correctie voor sector en beroep bleef een inkomensverschil bestaan dat alleen door geslacht verklaard kon worden. Die situatie is nu omgeslagen. Sinds 2007 groeide het inkomen van vrouwelijke zzp’ers jaarlijks gemiddeld met 4,1 procent, tegenover 2 procent bij mannen. Vooral vanaf 2020 hebben vrouwelijke zzp’ers een flinke inhaalslag gemaakt. Lees ook: Hoogopgeleide vrouwelijke zzp’ers banen een weg naar gelijke beloning Volgens Geert-Jan Waasdorp, CEO van Intelligence Group, is er sprake van een duidelijke structurele trend: “Dit verschil is geen toeval of momentopname, maar het resultaat van een ontwikkeling die al jaren zichtbaar is in onze data. Dat heeft een vlucht genomen sinds de coronaperiode. Toen hoefden vrouwen niet langer te onderhandelen over thuiswerken, wat zij tot dat moment veel vaker deden dan mannen. In combinatie met andere factoren hebben we nu het historische punt bereikt dat vrouwen in het tariefvoordeel zijn.” Verklaringen voor de tariefgroei De onderzoekers wijzen op meerdere factoren achter de stijging van vrouwelijke zzp-tarieven. Zo zijn steeds meer vrouwen doorgestroomd naar specialistische en seniorrollen, waar hogere tarieven gangbaar zijn. Daarnaast bevindt een relatief groot deel van vrouwelijke zelfstandigen zich in de bovenkant van de markt: ervaren professionals met niche-expertise. Bij mannelijke zzp’ers is de spreiding over ervaringsniveaus en tariefklassen groter. Ook sectorverschillen spelen een rol. Vrouwen zijn relatief sterk vertegenwoordigd in structurele kraptesectoren zoals de zorg, terwijl veel mannelijke zzp’ers actief zijn in sectoren waar tarieven juist onder druk staan, zoals ICT. Verder draagt toegenomen tarieftransparantie en aandacht voor gelijke beloning bij aan het verdwijnen van eerder onverklaarde verschillen. Daarnaast is het speelveld rond arbeidsvoorwaarden gelijker geworden, onder meer door de normalisering van thuiswerken en de toenemende wens van mannen om ook parttime te werken. Lees ook: Meer vrouwen werken, maar minder vaak als zzp’er Trend zet door Sinds 2020 versnelt de ontwikkeling. Statistische modellen uit de Talent Monitor laten zien dat de voorsprong van vrouwelijke zzp’ers naar verwachting de komende jaren verder oploopt. Marion van Happen, CEO van HeadFirst Group, spreekt van een historisch kantelpunt: “Voor het eerst in de geschiedenis verdienen vrouwelijke professionals gemiddeld meer per uur dan hun mannelijke collega’s. Tien jaar geleden zagen we nog een loonkloof van ruim tien procent in het nadeel van vrouwen. Die kloof is nu niet alleen verdwenen, maar zelfs omgedraaid. We verwachten dat deze voorsprong verder toeneemt. Voor organisaties betekent dit dat investeren in vrouwelijk talent niet alleen een kwestie van principe is, maar ook cruciaal voor het aantrekken en behouden van de beste expertise.” De Talent Monitor is gebaseerd op arbeidsmarktdata van Intelligence Group, gecombineerd met inhuurdata van HeadFirst Group. Het onderzoek wordt aangevuld met de International Talent Acquisition Monitor (ITAM), een kwartaalonderzoek onder gemiddeld 4.000 Nederlanders en 30.000 Europeanen, plus CBS-data en andere arbeidsmarktbronnen. Lees ook: Zzp-onderzoek: Uurtarieven gestegen met tien procent Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags HeadFirst Group, Intelligence Group, loonkloof, talent monitor, zzp | Laat een reactie achter
Factoring door brokers leidt tot grote financiële risico’s in de inhuurmarkt Geplaatst 23 januari 2026 door Arthur Lubbers Thijs Maters Dat stelt Thijs Maters (Quest4) naar aanleiding van de rumoer in de markt rondom het recente nieuws over OneStopSourcing. Deze broker, verantwoordelijk voor de inhuur en administratieve afhandeling van externen en zzp’ers bij onder meer overheidsorganisaties, kampt met acute betalingsproblemen. De oorzaak: factoring. Dit roept onmiddellijk herinneringen op aan de TCP-affaire uit 2019. TCP ging failliet en dat legde de financiële risico’s bloot van de grote geldstromen die bij brokers door de boeken gaan. En de gevolgen voor de hele inhuurmarkt. Opdrachtgever ING besloot destijds de zzp’ers – nogmaals – te betalen, ook om ervoor te zorgen dat zij hun opdrachten voor de bank konden afmaken. Wat is factoring? Soms moet de broker zijn leveranciers/zzp’ers sneller betalen dan dat hij zelf wordt betaald door opdrachtgevers. Gevolg: een tijdelijk kastekort. Om dit verschil te overbruggen kan de broker gebruik maken van factoring. Factoring is een vorm van financiering waarbij je je openstaande facturen verkoopt of verpandt aan een factoringbedrijf. Er zijn twee vormen: Je kunt als broker die vorderingen verkopen; jouw facturen zijn in feite een bezit (asset) dat de factoringmaatschappij overneemt. Daarmee verdwijnt jouw debiteurenvordering van de balans en krijg je geld in kas Je kunt als broker die vorderingen verpanden; je krijgt een lening met jouw debiteurenpositie als onderpand. (De financiële instelling kan dit pand lichten als je niet aan de verplichtingen voldoet.) Lees ook: OneStopSourcing start WHOA-procedure en probeert zo tijd te kopen om faillissement af te wenden ‘Gokken met andermans geld’ Klinkt logisch, maar Maters ziet factoring als ‘gokken met andermans geld’. Het bericht over OneStopSourcing staat volgens hem dan ook niet op zichzelf. “Ook veel, grotere brokers maken gebruik van factoring en komen hierdoor in financiële problemen. Het is spelen met vuur. Er hoeft maar iets te gebeuren en het gaat mis. Met alle gevolgen van dien, ook voor opdrachtgevers en zzp’ers.” Maters trekt de vergelijking met het sluiten van een hypotheek bij de bank met een koophuis als onderpand. “Alleen geef je bij factoring niet je eigen huis, maar het huis van je buurman in onderpand. Zonder dat hij het weet en zonder dat hij daarmee akkoord gaat. En gaat het mis, dan is de buurman zijn huis kwijt.” Factoring: gebruikelijk of gevaarlijk? Marc Nijhuis (W&RK Advies) wil dat beeld graag nuanceren: “Met factoring op zich is niks mis. Het is een zeer gebruikelijk financieel instrument om je werkkapitaal te financieren.” De grote vraag is volgens hem: wat doet de broker vervolgens met dit vrijgekomen geld? Wordt dit daadwerkelijk gebruikt waarvoor het is bedoeld, namelijk het betalen van de ingezette zzp’ers, dan is er niets aan de hand. Marc Nijhuis Factoring wordt volgens Nijhuis pas een ‘gevaarlijk instrument’ op het moment dat dit geld anders wordt aangewend. Bij brokers en Managed Service Providers (MSP) lopen grote geldstromen door de boeken. De vorderingen en crediteurenposities zijn enorm. De omzet lijkt groot, maar het gaat hier in feite om facturatiewaarde. En de marges bij contracting zijn relatief laag. “Een broker of MSP moet alles heel strak organiseren om onder aan de streep iets over te houden.” Gaat er iets in de financiële flow mis, dan kan dat al snel tot problemen leiden. Er ontstaan volgens Nijhuis dus vooral financiële risico’s als de brokers het verkregen geld uit factoring voor andere doeleinden gebruiken. En dat komt in de praktijk zeker voor. De broker krijgt dankzij factoring miljoenen in kas en kan vrij beschikken over dat geld. Er is geen verplichting om daarvan de freelancers te betalen. Wat als de broker dat geld niet gebruikt om zijn crediteuren te betalen, maar om acquisities te financieren? Kan de klant eisen stellen? Thomas Blom Factoring kán dus leiden tot financiële risico’s voor brokers. En daar kunnen ook opdrachtgevers, leveranciers en zzp’ers de dupe van worden. Volgens Thomas Blom (Workforce Consulting, een organisatie die bedrijven adviseert bij inhuurvraagstukken) zijn zij zich hier nauwelijks van bewust. “Dit leeft niet bij inleners. Zij kennen deze constructies vaak niet en zijn zich dus ook niet bewust van de risico’s. De vraag is ook: kunnen opdrachtgevers eisen dat brokers geen gebruik maken van factoring bij hun vorderingen?” Volgens Nijhuis kan dat, maar is het de vraag of dat wenselijk is. Een alternatief is dat MSP’s/brokers de geldstromen tussen eindklant (opdrachtgever)-MSP/broker-leverancier/zzp’er via een aparte beschermde rekening laten lopen. Een zogenoemde derdengeldenrekening. Toch ziet Nijhuis het verbieden van factoring niet als de oplossing. “Als brokers hun debiteurenpositie niet mogen verpanden kunnen ze in de knel komen. Ze moeten wel hun werkkapitaal kunnen financieren en hun financiële verplichtingen op korte termijn kunnen voldoen.” Wel vindt Nijhuis dat inleners meer aandacht zouden moeten hebben voor de financiële risico’s die het inschakelen van MSP’s/brokers met zich mee kunnen brengen. “Opdrachtgevers laten het aan de voorkant liggen. Zij zouden zich meer moeten focussen op de liquiditeit van brokers/MSP’s, zowel aan het begin als tijdens de looptijd van een contract. Ik begrijp bijvoorbeeld niet dat bij aanbestedingen hier zo weinig aandacht aan wordt besteed.” Maters vindt inderdaad dat inleners de liquiditeit van brokers nauwgezet dienen te toetsen en zou graag zien dat factoring niet meer wordt toegestaan in de inhuurmarkt. “Inkoop heeft hierbij een sterke verantwoordelijkheid bij aanbestedingen en contractmanagers vanuit de opdrachtgever tijdens de uitvoering van het contract.” Lees ook: Dit betekent de Wtta voor intermediairs en brokers ‘Grote verantwoordelijkheid bij inlener’ Gaat het mis, dan gaat het ook goed mis. Met grote financiële gevolgen voor opdrachtgevers, flexbureaus en zzp’ers. Dat heeft het echec bij TCP wel aangetoond. Hoe voorkom je dat? “Inleners kunnen ook forse imagoschade leiden en hebben hierbij een grote verantwoordelijkheid”, stelt Maters. “Je kunt het risico niet verleggen naar leveranciers en zzp’ers. Je kunt van een zzp’er niet verwachten dat hij de boeken van de broker controleert. Het begint bij de opdrachtgever, die moet de kredietwaardigheid van de broker controleren.” Dat iedereen nu alleen OneStopSourcing de schuld geeft van ontstane onrust vindt Maters dan ook niet terecht. “Inleners die nu moord en brand schreeuwen hebben boter op hun hoofd. Want bij aanbestedingen sturen zij zelf op minimale marges voor brokers door (bij prijs) te gunnen op de laagste marge. Vervolgens checken zij de boeken van de brokers niet op kredietwaardigheid. Terwijl diezelfde inleners zzp’ers vaak verplichten via een broker te werken.” In Maters’ optiek hebben opdrachtgevers dan ook de morele verplichting toe te zien op de liquiditeit van de gekozen broker/MSP. Inleners zijn dus altijd medeverantwoordelijk. “Als het mis gaat dan zou ik als gedupeerde leverancier of zzp’er niet alleen het gesprek aangaan met de broker, maar ook met de inlener.” Op 12 februari a.s. vindt in de Mauritskazerne in Ede het seminar: Inhuur in verbinding plaats, georganiseerd door Quest4 en Workforce Consulting. Marc Nijhuis zal als een van de keynote speakers dieper ingaan op de risico’s rondom inhuur van externen en hoe inleners kunnen voorkomen dat zij in bovengenoemde situaties terecht komen. Het seminar is exclusief voor Inkoop- en HR-professionals van inhurende organisaties. Met inmiddels ruim 260 deelnemers tevens een ideale gelegenheid om vakgenoten te ontmoeten. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags brokers, factoring, Quest4, workforce consulting | 7s Reacties
Eenmanszaak omzetten naar BV: wanneer levert dat een zzp’er belastingvoordeel op? Geplaatst 23 januari 2026 door Martin Vredendaal Voor ondernemers met een eenmanszaak is het belangrijk om regelmatig te controleren of zij nog de juiste rechtsvorm gebruiken. De fiscaliteit is daarbij vaak de belangrijkste afweging. Als ondernemer wil je immers de rechtsvorm gebruiken die de laagste belastingdruk oplevert. In dit artikel bespreken we de omzetting van een eenmanszaak naar een BV om de belastingdruk te verlagen. We leggen eerst de basisgedachte uit en gaan daarna in op de factoren die in de overweging moeten worden meegenomen. Al snel wordt duidelijk dat fiscaal maatwerk vereist is. De basisgedachte achter de omzetting Ondernemers met een eenmanszaak betalen inkomstenbelasting over de belastbare winst van hun onderneming. Deze belastbare winst wordt, net als genoten salaris, belast in box 1. Voor 2026 gelden de volgende tarieven: Schijf Belastbaar inkomen Percentage Schijf 1 t/m € 38.883 35,75% Schijf 2 Meer dan € 38.883 t/m € 78.426 37,56% Schijf 3 Meer dan € 78.426 49,50% Dit betekent dat voor iedere euro waarmee de belastbare winst uit de eenmanszaak boven € 78.426 uitkomt, maar liefst 49,5% moet worden afgedragen aan de Belastingdienst. Lees ook: Schijnzelfstandigheid ontlopen? Een BV is niet de oplossing De winstbelasting in de BV De winstbelasting die een BV betaalt, heet vennootschapsbelasting. Voor 2026 gelden de volgende tarieven: Schijf Belastbare winst Percentage Schijf 1 t/m € 200.000 19,0% Schijf 2 Meer dan € 200.000 25,8% Voor de BV zijn de tarieven voor de winstbelasting duidelijk lager en daar ligt de fiscale basisgedachte om een eenmanszaak om te zetten naar een BV. Gebruikelijkloonregeling Om misbruik van de tariefverschillen te voorkomen, geldt de zogenoemde gebruikelijkloonregeling. Op grond hiervan is een BV verplicht de ondernemer een zakelijk salaris toe te kennen, dat ook elders in de markt bij vergelijkbare functies gebruikelijk is. Voor 2026 geldt bovendien een absolute ondergrens van € 58.000. Dit salaris wordt belast volgens de box 1-tarieven. Het lagere tarief voor de winstbelasting in de BV levert dus alleen voordeel op bij structurele overwinst in de eenmanszaak. Overwinst is het gedeelte van de belastbare winst van de eenmanszaak dat uitstijgt boven het zakelijk loon dat genoten zou worden in een BV. Stel: een eenmanszaak boekt een belastbare winst van € 150.000. Bij omzetting in de BV wordt een zakelijk jaarsalaris van € 80.000 toegekend aan de ondernemer als DGA (directeur-grootaandeelhouder). De overwinst bedraagt dan € 70.000. Als eenmanszaak moet de eigenaar 49,5% belasting betalen over deze overwinst, ofwel ruim € 34.000. In de BV-vorm bedraagt de vennootschapsbelasting 19% van € 70.000, ofwel ruim € 13.000. Omzetten van de eenmanszaak naar een BV geeft dus een jaarlijkse belastingbesparing van € 21.000. Lees ook: Steeds meer startende ondernemers kiezen voor een BV De invloed van de ondernemersaftrek Omzetting wordt dus interessant als de belastbare winst van de eenmanszaak structureel boven het zakelijke loon uitkomt. Belangrijk: het gaat om de belastbare winst, niet om de boekhoudkundige winst. De belastbare winst is vrijwel altijd lager door aftrekposten zoals zelfstandigenaftrek, startersaftrek, MKB-winstvrijstelling en investeringsaftrek. In onderstaand voorbeeld komt de belastbare winst van de eenmanszaak volgens de aangifte inkomstenbelasting uit op € 80.000. Winst volgens de boekhouding 2026 (in euro’s) 100.000 Zelfstandigenaftrek 2026 -1.200 Startersaftrek 2026 -2.123 ———- 96.677 MKB winstvrijstelling 2026: 12,7% van 96.677 -12.278 Investeringsaftrek 2026: 28% van 15.711 -4.399 ———- Belastbare winst 80.000 Stel dat in dit voorbeeld een zakelijk loon van € 80.000 in de BV zou gelden, dan heeft omzetting naar een BV nog geen zin. De winst van de eenmanszaak ligt dan weliswaar € 20.000 boven het zakelijk loon, maar door de aftrekposten voor de eenmanszaak is de belastbare winst nog exact gelijk aan dat loon. De invloed van de hypotheekrenteaftrek Wanneer de eigenaar van de eenmanszaak een eigen woning heeft en hypotheekrente betaalt, wordt de casus nog anders. De betaalde hypotheekrente is immers aftrekbaar voor de inkomstenbelasting en verlaagt het totale belastbare inkomen van de ondernemer. Ook dan heeft omzetting naar een BV geen zin. Stel dat de aftrek eigen woning per saldo (rekening houdend met de bijtelling van het eigenwoningforfait) € 15.000 per jaar bedraagt. Dat betekent dat in het voorgaande voorbeeld de winst uit onderneming kan stijgen tot € 115.000 (€ 100.000 + € 15.000) en het totale belastbare inkomen dan nog steeds € 80.000 zal zijn. Omzetting naar een BV heeft dan nog steeds geen zin. Deze overweging geldt ook voor toekomstige woningbezitters. Jaarruimte pensioenopbouw benutten Ondernemers kunnen fiscaal vriendelijk pensioen opbouwen binnen de jaarruimte: het maximaal aftrekbare bedrag aan premie. De jaarruimte is 30 procent van het resultaat uit de onderneming van het voorgaande jaar, voor zover dat boven de AOW-franchise ligt. Laten we in ons voorbeeld uitgaan van een jaarlijkse storting van pensioenpremies van € 25.000. Vanwege de aftrekbaarheid betekent dit dat de winst uit onderneming kan stijgen tot € 140.000 (€ 115.000 + € 25.000), terwijl het totale belastbare inkomen € 80.000 blijft. Hierbij moet natuurlijk wel aangetekend worden dat het opgebouwde pensioen pas beschikbaar is op de pensioendatum. Meewerkende partner Werkt de partner mee in de zaak? Dan kan een zakelijk salaris aan de partner worden toegekend. Stel dat dit salaris €10.000 is en de partner geen andere inkomsten heeft, dan kan dat salaris belastingvrij zijn vanwege heffingskortingen. Het salaris van de partner is een aftrekbare kostenpost voor de onderneming. In ons voorbeeld kan de winst vóór aftrek van dit salaris dan stijgen tot € 150.000 (€ 140.000 + € 10.000) en is er nog steeds geen noodzaak voor omzetting naar een BV. Fiscaal maatwerk Het is duidelijk dat een besluit over de omzetting van een eenmanszaak naar een BV fiscaal maatwerk vereist. Vaak wordt een winst uit onderneming van € 100.000 tot € 150.000 genoemd als niveau waarbij omzetting aantrekkelijk wordt. Zoals dit artikel laat zien, hangt het echter sterk af van de persoonlijke situatie. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags eenmanszaak of bv, ondernemerschap, zzp | 9s Reacties