Maandelijkse archieven: juli 2025

Interim-HR-professionals geven huidige markt een mager zesje. Maar zijn optimistisch over de toekomst.

Gemiddeld geven zelfstandig HR-professionals en recruiters de huidige markt een 6,2. Dat blijkt uit een enquête gehouden onder de zelfstandige interim-professionals die de nieuwsbrief van HRMorgen lezen. Vooral recruiters (4,5), interimmers in de zakelijke dienstverlening (5,9) en HR-professionals bij de overheid (5,8) merken dat het moeilijker is om aan opdrachten te komen. Interimmers op directie- of managementniveau zijn nog net iets positiever (6,4) dan gemiddeld. 

Dat interimmers de markt heel verschillend ervaren, wordt ook duidelijk uit de spreiding van de gegeven rapportcijfers. Iets meer dan een kwart (29%) geeft de markt een onvoldoende (onder een 5,4); 27% geeft de markt juist een cijfer boven de 7,5. 

Regelgeving, bezuinigingen en onzekerheid

Dat interimmers in HR en recruitment niet zo positief zijn, komt vooral door de strengere handhaving van wet- en regelgeving. Maar liefst 76% van de professionals merkt daar negatieve gevolgen van. Andere oorzaken zijn bezuinigingen bij opdrachtgevers (31%) en onzekere economische of politieke omstandigheden (37%).

Directeur Frank Roders van Compagnon herkent de markttrends. “We merken dat de overheid inderdaad vaker om HR-professionals in loondienst vraagt”, vertelt hij. “En zelfstandig professionals op hoger niveau hebben inderdaad minder problemen om aan opdrachten te komen. Zij zijn echte interimmers, die werken aan een project met een duidelijk begin- en eindpunt. De vraag of zij schijnzelfstandig zijn, speelt veel minder vaak.” 

Betere vooruitzichten komend jaar

De verwachtingen van interim-professionals voor de komende 12 maanden zijn een stuk beter. Bijna 4 op de 10 verwacht verbetering. Zo’n 35% schat in dat de markt voor interimmers in HR en recruitment stabiel blijft, een kwart vreest verslechtering. Opvallend: HR-professionals in de zakelijke dienstverlening verwachten het vaakst verslechtering (28%) en recruiters hebben vaker positieve verwachtingen (45%).

Zelfstandige HR-professionals en recruiters verwachten dat de vraag naar interimmers stijgt door onder andere schaarste op de arbeidsmarkt (37%) en behoefte aan innovatie van buitenaf (22%).

‘Stel opdrachtgevers gerust’

Wat kun je doen om meer opdrachten binnen te halen? Volgens Roders is het vooral de kunst om opdrachtgevers gerust te stellen dat jij als zelfstandig professional kunt werken. Hij adviseert interim-professionals zo min mogelijk te werken op basis van uren.

“Maak van je opdracht een project met een kop en een staart. Zo vermijd je iedere schijn van verkapt werknemerschap”, vertelt hij. “Of schakel een bureau, in zodat het risico minder bij de opdrachtgever ligt maar bij de tussenpartij.”

Interimmers willen vooral meer eigen regie

De meeste zelfstandig HR- of recruitmentprofessionals zijn bewust begonnen als interimmer.  De meerderheid begon voor zichzelf om meer regie te hebben over de manier van werken (36%). Zo’n 16% wilde niet (meer) voor een baas werken, 11% wilde altijd al ondernemer worden en 11% zocht een nieuwe uitdaging. Zo’n 10% zocht een betere werk-privébalans.

Slechts 1% kon geen baan vinden, 1% werd zzp’er om meer geld te verdienen.

Opvallend tevreden

Interim-professionals in HR en recruitment zijn opvallend tevreden over werken als zelfstandige. Maar liefst 55% is ‘heel tevreden’, 35% is ‘tevreden’. Dat is een hoger percentage dan de gemiddelde zzp’er (bron: ZEA 2025).

Zo’n 84% van de interim-recruiters en HR-professionals is zeker de komende vijf jaar nog van plan hetzelfde werk als zelfstandige te doen. Vrouwen (91%) duidelijk vaker dan mannen (72%). Van de professionals die verwachten niet meer te werken als interim-professional, weet een deel al dat het met pensioen gaat.

Volgens Roders moet de overheid vooral tegemoetkomen aan hun wens om zelfstandig te werken. “Het is de hoogste tijd voor moderne regelgeving”, zegt hij. “De Zelfstandigenwet van VVD, D66 en CDA is een prima voorstel om te zorgen voor meer duidelijkheid voordat de opdracht begint. Eind oktober zijn er verkiezingen. Laat je horen!”

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , , , | Laat een reactie achter

Recht op pensioen schijnzelfstandigen: draaien pensioenfondsen hiervoor op?

Wat betekent het voor pensioenfondsen als schijnzelfstandigen achteraf pensioen kunnen claimen, zonder dat er ooit premie is betaald? Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vroeg juridisch advies aan advocatenkantoor Pels Rijcken over dit groeiende probleem. Hun advies laat zien hoe complex het vraagstuk is en welke (beperkte) oplossingen er zijn.

Het probleem: ‘Geen premie, wel recht’

Een opvallend principe in het pensioenrecht luidt: geen premie, toch recht. Werknemers bouwen pensioen op, zelfs als hun werkgever geen premie afdraagt. Dat klinkt vreemd, maar is bedoeld als bescherming van werknemers tegen nalatige of malafide werkgevers.

Dit principe komt voort uit het solidariteitsprincipe binnen het pensioenstelsel. Alle deelnemers dragen samen de risico’s. Als één werkgever geen premie betaalt, betalen de anderen mee voor het pensioen van die werknemer. Dit zorgt ervoor dat niemand de dupe wordt van een falende werkgever.

Schijnzelfstandigen zetten stelsel onder druk

Schijnzelfstandigen zijn mensen die op papier als zelfstandige werken, maar in werkelijkheid als werknemer functioneren. Omdat zij formeel geen werknemer zijn, wordt er geen pensioenpremie afgedragen. Als later blijkt dat ze eigenlijk werknemers waren, kunnen ze alsnog pensioen claimen bij het fonds, terwijl er voor hen nooit premie is ontvangen. Dat zet het stelsel onder druk.

Het juridische advies van Pels Rijcken maakt onderscheid tussen toekomstige gevallen (nieuwe schijnzelfstandigen) en bestaande rechten van mensen die al als werknemer zijn aangemerkt.

Voor nieuwe gevallen: enige speelruimte

Pensioenfondsen mogen voorwaarden stellen aan de toekomstige pensioenopbouw van (mogelijke) schijnzelfstandigen, maar alleen binnen strikte kaders:

Wat mag wel:

  • Alleen voor schijnzelfstandigen die bewust kozen voor zelfstandigheid.
  • Niet voor mensen die gedwongen werden om als zelfstandige te werken.
  • Bescherming voor kwetsbare groepen moet blijven bestaan.

Wat mag niet:

  • Één algemene regel: geen premie, geen pensioen.
  • Uitsluiting op basis van uurtarief.
  • Regels die de verplichte deelname aan pensioenfondsen ondermijnen.

Voor al opgebouwde rechten: juridisch mijnenveld

Veel schijnzelfstandigen hebben al pensioenaanspraken opgebouwd. Deze rechten zomaar intrekken is juridisch heel gecompliceerd, want pensioenaanspraken worden gezien als eigendomsrecht. De overheid mag dat alleen beperken als:

  • Het bij wet is geregeld.
  • Er sprake is van een zwaarwegend algemeen belang.
  • Er een redelijke balans is tussen algemeen belang en individueel eigendomsrecht.

Mogelijke oplossingen voor bestaande rechten:

  • Een overgangstermijn van vijf jaar waarin schijnzelfstandigen zich kunnen melden.
  • Na die termijn kunnen niet-opgeëiste rechten vervallen.
  • Een hardheidsclausule voor mensen die afhankelijk zijn van hun pensioen.

Massaclaims en collectieve procedures

Schijnzelfstandigen kunnen gezamenlijk naar de rechter stappen voor een procedure om te laten vaststellen dat ze recht hebben op pensioen, maar dat werkt alleen onder bepaalde voorwaarden:

  • De groep werkte in vergelijkbare situaties.
  • De contractuele relatie was gelijk.
  • De rechtsvraag is hetzelfde voor iedereen.

Collectieve procedures over concrete pensioenbedragen of individuele schadevergoedingen zijn juridisch lastiger: pensioenrechten zijn immers persoonlijk en afhankelijk van specifieke omstandigheden.

Het recht op pensioen zorgt voor grote financiële risico’s: pensioenfondsen kunnen geconfronteerd worden met miljardenclaims. De kosten hiervan worden uiteindelijk afgewenteld op alle deelnemers. Dit kan de solidariteit en het vertrouwen in het pensioenstelsel ondermijnen.

Ook ontbreekt rechtszekerheid: pensioenfondsen weten niet wat hun verplichtingen zijn en (voormalige) schijnzelfstandigen weten niet of ze recht hebben op pensioen. Heldere wet- en regelgeving is noodzakelijk om die onduidelijkheid weg te nemen.

Fundamenteel spanningsveld

Het juridisch advies maakt duidelijk hoe complex dit vraagstuk is. Voor de toekomst is enige sturing mogelijk, maar kwetsbare groepen mogen niet worden uitgesloten. Nieuwe regels moeten dus zorgvuldig worden opgesteld. Voor het verleden geldt: bestaande rechten zijn moeilijk terug te draaien en vergen compensatie of overgangsregelingen.

Deze discussie raakt aan een fundamenteel spanningsveld: het solidariteitsbeginsel van ons pensioenstelsel versus de flexibilisering van de arbeidsmarkt. De juridische kaders lopen niet altijd gelijk op met de praktijk, waardoor problemen ontstaan. Het advies geeft geen eenvoudige oplossingen, maar wel een duidelijk overzicht van de juridische mogelijkheden en grenzen. Uiteindelijk zal de politiek moeten beslissen hoe om te gaan met dit vraagstuk.

 

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , | 2s Reacties

Voor de rechter: einde opdracht is begin dienstverband voor zzp-verkoopmedewerker

De man werkte als commercieel medewerker/verkoopmedewerker vanaf 2007 af en aan voor een technische groothandel, met filialen door heel Nederland. Aanvankelijk werkte hij op basis van een arbeidsovereenkomst. Toen het bedrijf failliet ging, kwam hij in 2012 als zzp’er terug. Na een korte onderbreking werd de samenwerking weer voortgezet tot de opdrachtgever hem begin 2025 de wacht aanzegt met een opzegtermijn van acht dagen.

De zzp’er vecht deze beslissing aan bij de kantonrechter. Hij verzoekt om een arbeidsovereenkomst en een verklaring dat de arbeidsovereenkomst voortduurt.

Wat wijst op een arbeidsovereenkomst

De kantonrechter gaat daarin mee. Wat vooral telt, zijn de volgende omstandigheden in onderling verband:

  • de duur van de samenwerking;
  • de wijze waarop de medewerker ruim tevoren werd ingeroosterd;
  •  dat de medewerker (behalve vakantie/persoonlijke omstandigheden) nooit weigerde;
  • dat hij zich niet liet vervangen;
  • dat het werk volledig was ingebed in de organisatie;
  • dat hij geen (intern) ondernemersrisico liep;
  • dat hij ondanks meerdere opdrachtgevers grotendeels afhankelijk was van zijn inkomen bij deze werkgever;
  •  dat hij een telefoon en werkkleding had.

Andere omstandigheden wijzen weer in de richting van een overeenkomst van opdracht. De man werkte op wisselende dagen, verstuurde facturen, kreeg onkostenvergoedingen, werd bij ziekte en vakantie niet betaald, ontving geen vakantiegeld en stond ingeschreven in de KvK. Maar voor de rechter weegt dit allemaal minder zwaar.

Rechtsvermoeden: arbeidsovereenkomst

Daarbij komt dat de man terecht een beroep heeft gedaan op het wettelijk vermoeden dat hij zijn werkzaamheden op basis van een arbeidsovereenkomst heeft verricht. Dit wetsartikel (7:610a BW) bepaalt dat een arbeidsovereenkomst wordt vermoed als iemand drie maanden achter elkaar wekelijks of minstens 20 uur per maand werk verricht. De werkgever heeft tegen dit vermoeden geen verweer gevoerd.

De beslissing van de rechter

De kantonrechter oordeelt dat sprake is van een arbeidsovereenkomst met ingang van 1 juni 2021. De rechter oordeelt dat de man vanaf 1 juni 2021 aanspraak heeft op alle rechten van de arbeidsovereenkomst en de cao Technische Groothandel. Daarmee heeft de man recht op loon volgens de cao Technische Groothandel.

Omdat de opzegging geen stand houdt heeft de man ook nog steeds recht op loon. De kantonrechter veroordeelt de werkgever daarom ook tot betaling van het loon vanaf 1 februari 2025 voor een bedrag van € 2.342,60 bruto per maand, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag en overige emolumenten volgens de cao.

Zzp-tarief of cao-loon?

Een vraag die bij dit soort procedures aan de orde komt: hoe bepaal je het uurloon? Wordt dat het zzp-uurtarief het uurloon? En is dit dan bruto of netto? En wat valt er onder dit uurloon? Of moet het loon opnieuw worden bepaald? Volgens arbeidsrechtadvocaat Ruud Schepers van het advocatenkantoor Kennedy Van der Laan ligt het voor de hand dat als een werknemer onder een cao valt, het cao-loon wordt gebruikt. Ook in deze zaak wordt voor het uurloon aansluiting gezocht bij het cao-loon.

Rechten uit de arbeidsovereenkomst

Dat heeft weer gevolgen voor wat de werkgever moet betalen, legt Schepers uit. Want behalve de doorbetaling van het loon per februari van dit jaar heeft de werknemer ook met terugwerkende kracht aanspraak op alle rechten uit de arbeidsovereenkomst en cao sinds 1 juni 2021. Dat kan behalve het cao-loon ook vakantietoeslag, vakantiedagen en eventuele andere toeslagen (denk aan overwerk, het werken in ploegen etc.) en vergoedingen omvatten. Als een pensioenfonds van toepassing is zullen door werkgever en werknemer waarschijnlijk ook pensioenpremies betaald moeten worden.

Fiscale gevolgen van de herkwalificatie

‘Fiscaal heeft een herkwalificatie ook de nodige gevolgen’, vervolgt hij. ‘Zo zal de werkgever alsnog loonheffingen, waaronder de premies werknemersverzekeringen, moeten afdragen. De loonbelasting is een voorheffing op de inkomstenbelasting. Deze zullen veelal al betaald zijn door de zzp’er via zijn aangifte, net als de premies volksverzekeringen. Wat er onder aan de streep voor de zzp’er over blijft, hangt dus af van wat er al is betaald. In dit geval was het zzp-tarief van € 31,25 excl. btw per uur een stuk hoger dan het uurloon van € 18,02 bruto op basis van de cao. Daardoor valt de claim waarschijnlijk mee. Sterker, mogelijk heeft de zzp’er zelfs te veel betaald gekregen. Daarbij moet je natuurlijk nog wel rekening houden met een eventuele doorbetaling tijdens ziekte als de werknemer ziek is geweest, het feit dat de arbeidsovereenkomst voortduurt en dat de werknemer ontslagbescherming geniet.’

Rechtszaken zzp of werknemer: fifty-fifty

Volgens Schepers worden er sinds het Deliveroo-arrest vaker rechtszaken aangespannen waarbij zzp’ers claimen werknemers te zijn. ‘Vroeger vocht een zzp’er misschien aan of de opzegging rechtsgeldig was. Na het Deliveroo arrest zien we dat vaker (ook) een arbeidsovereenkomst wordt geclaimd. Sinds het Deliveroo-arrest zijn er zo’n zestig uitspraken gepubliceerd. De uitslag is ongeveer fifty-fifty. In algemene zin kun je zeggen dat zzp’ers naarmate ze meer uitvoerend en lager betaald werk doen, meer kans maken om te kwalificeren als werknemer en daarmee de bescherming van het arbeidsrecht genieten. Erg verrassend is dat natuurlijk niet.’

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , , | 3s Reacties

Honderden klachten over handhaving zzp-beleid voor Ombudsman en ACM

Sinds de start van de meldactie van Comité ZZP zijn er zo’n 300 klachten binnengekomen voor de Ombudsman en de ACM over de werkwijze van de Belastingdienst rond de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA). De kern van de klachten is dat veel zzp’ers zich belemmerd voelen in hun werk door het overheidsbeleid en de manier waarop de Belastingdienst handhaaft. 

Gebrek aan communicatie

Volgens de klachten ontbreekt er duidelijke communicatie over wat wel en niet is toegestaan, en worden zij en hun opdrachtgevers hierdoor onterecht onzeker of zelfs afgeschrikt. Daardoor raken zelfstandigen opdrachten kwijt of worden zij buitenspel gezet. Een rode draad in de reacties is dat opdrachtgevers zzp’ers mijden uit angst voor naheffingen of controles. Dat veroorzaakt verlies van inkomen, werkonzekerheid en in sommige gevallen het volledig wegvallen van het bedrijf. 

Ongelijke behandeling voor zzp’ers

De actie is opgezet door Comité ZZP omdat zij verschillende problemen signaleren. Zo zien zij bijvoorbeeld dat zzp’ers als collectief worden benaderd, terwijl de bedoeling van de wet gericht is op slechts een klein aantal. Comité ZZP vindt dat laagbetaalde gedwongen zelfstandigen rechtvaardigheid verdienen, maar dat dit niet ten koste mag gaan van honderdduizenden vrijwillige ondernemers.

Ook ziet Comité ZZP dat de wetgeving onterecht streng en niet evenredig is in haar toepassing. Andere problemen zijn de oneerlijke behandeling door de Belastingdienst die zich gedraagt als beleidsmaker in plaats van handhaver en de onbetrouwbaarheid van de overheid. Het zzp’erschap wordt al decennialang gestimuleerd en gefaciliteerd door de overheid en nu ingewikkeld gemaakt. Hierdoor zijn zowel zzp’ers als opdrachtgevers op het verkeerde been gezet.

Onderzoek

Comité ZZP wil met de actie aantonen dat de praktijk van handhaving zzp’ers onterecht raakt en zij gehinderd worden in hun ondernemerschap. Het Comité vraagt de Nationale Ombudsman om onderzoek. Juist met het oog op veranderend beleid en handhaving in zicht is de actie nog belangrijker om ongelijke behandeling, disproportionele maatregelen en onvoorziene schadelijke neveneffecten aan te kaarten. De actie startte anderhalve maand geleden, reageren kan nog tot 1 september 2025.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , , , | 17s Reacties

Steeds meer startende ondernemers kiezen voor een BV

In het Trendrapport over het tweede kwartaal van 2025 signaleert de Kamer van Koophandel opnieuw een toename van het aantal ondernemers dat stopt. Tegelijkertijd daalt het aantal starters. Opvallend: startende ondernemers kiezen steeds vaker voor de rechtsvorm ‘besloten vennootschap’ (BV). 

Meer BV’s onder starters

In het tweede kwartaal kozen 10.611 starters voor een BV, een stijging van 21 procent ten opzichte van vorig jaar. Een mogelijke verklaring is de toegenomen aandacht voor wet- en regelgeving voor zzp’ers en de handhaving op schijnzelfstandigheid. Daarbij leeft het beeld dat een BV zelfstandigen meer juridische bescherming zou bieden.

Maar dat beeld klopt niet, stelt Sergej Schuurman, jurist en contentredacteur bij de KVK: “Er heerst een idee dat met een BV risico’s omzeild worden als het gaat om de beoordeling bij schijnzelfstandigheid, maar dat is pertinent niet waar. Er gelden dezelfde beoordelingscriteria voor een eenmanszaak en een BV. Ook bij een BV mag er geen gezagsverhouding zijn tussen de opdrachtgever en de zelfstandige.”

Toch kan een BV om andere redenen aantrekkelijk zijn, vooral bij een hogere winst. Dan wegen de fiscale voordelen mogelijk op tegen de extra kosten en administratieve lasten die een BV met zich meebrengt, zoals notariskosten en accountantskosten. “Al met al is het hebben van een BV minder risicovol voor het privévermogen, maar een ondernemer heeft wel te maken met veel meer administratieve en financiële verplichtingen”, zegt Schuurman. “Eigenlijk zoals altijd zijn het de persoonlijke omstandigheden die bepalen welke rechtsvorm het beste past.”

Ondernemingszin daalt

De groei van het totaal aantal ondernemingen in Nederland neemt al twee jaar op rij af. Op 30 juni 2025 stonden er 2.588.747 vestigingen ingeschreven in het Handelsregister, een stijging van slechts 1,2 procent ten opzichte van een jaar eerder. Dat is het laagste groeicijfer in tien jaar. 

Volgens Josette Dijkhuizen, ondernemer en bijzonder hoogleraar aan Tilburg University, zorgt politieke onzekerheid voor terughoudendheid bij ondernemers: “Door het vallen van het kabinet is er nog langer onduidelijkheid over de uitkomst van nieuwe wetten en regels, zoals de VBAR (Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden), het stikstofbeleid en de regelgeving rond arbeidsmigratie. Veel ondernemers missen daardoor de duidelijkheid die nodig is om noodzakelijke investeringen te doen. Velen zullen voorlopig het zekere voor het onzekere kiezen en in loondienst gaan.”

Minder starters, meer stoppers

Het aantal starters kwam in het tweede kwartaal van 2025 uit op 53.799, een daling van dertien procent ten opzichte van hetzelfde kwartaal vorig jaar (61.864). De sterkste dalingen vonden plaats in de sectoren Energie, water en milieu (-34%), Land- en tuinbouw (-34%) en Gezondheid (-29%). De zakelijke dienstverlening heeft met 26 procent de meeste starters, gevolgd door de detailhandel (15%) en de bouw (11%).

Tegelijkertijd nam het aantal stoppers toe tot 40.801, een stijging van 23 procent ten opzichte van het tweede kwartaal van 2024 (33.136). De toename was het grootst in de sectoren Gezondheid (+52%), Land- en tuinbouw (+50%) en Bouw (+33%). In enkele sectoren daalde het aantal stoppers juist, waaronder Energie, Water en Milieu (-17%) en Groothandel (-12%).

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , , | 2s Reacties

FNV Zelfstandigen: “Flexibiliteit vertaalt zich niet meteen naar zelfstandig ondernemerschap”

“Zelfstandig ondernemers leveren een belangrijke bijdrage aan de Nederlandse economie. Maar werken als zelfstandige brengt wel de verantwoordelijkheid met zich mee voor die zelfstandige zijn zaken goed te organiseren. FNV Zelfstandigen ondersteunt daar graag bij. Werkgevers kunnen in het vaste contract met hun werkenden ook veel meer ruimte bieden. Waar opdrachtgevers het zelfstandig ondernemerschap van werkenden misbruiken om tarief te drukken en regels te ontduiken vinden ze de FNV tegenover zich,” aldus Van der Schaft en Van Zelderen. 

De contouren van mogelijk nieuwe wetgeving, waaronder de Zelfstandigenwet en het wetsvoorstel Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden (VBAR), dwingen tot herbezinning op de verhouding tussen autonomie en bescherming. 

Sem: ik ben allereerst benieuwd hoe de vlag erbij hangt bij FNV Zelfstandigen. Kunnen jullie daar iets meer over vertellen?  

“FNV Zelfstandigen is een sector van FNV. Mensen kunnen zich als zzp’er bij ons aansluiten. De laatste tijd zijn we in ledenaantal redelijk stabiel gebleven. We merken wel dat vroegere motieven, zoals collectiviteit en solidariteit, wat meer op de achtergrond zijn gekomen. Het gaat steeds vaker om de vraag ‘what’s in it for me?’. Tegelijkertijd blijven we werken aan onze zichtbaarheid, want we bestaan inmiddels 26 jaar, maar er zijn nog steeds zzp’ers die ons niet weten te vinden. Daar is nog een wereld te winnen.” 

Sem: en wat doen jullie dan precies voor die zelfstandigen?  

“We doen hetzelfde als de FNV, zoals collectieve en individuele belangenbehartiging. Vooral die individuele belangenbehartiging voor zzp’ers herkennen mensen nog niet zo vaak bij ons, maar juist daarin zijn we heel actief en effectief. We ondersteunen bij het incasseren van openstaande rekeningen, juridische akkefietjes, beoordelen contracten en we bieden ook cursussen en trainingen aan. We hebben ook een arbeidsongeschiktheidsvangnet voor onze leden. We bieden voor 20,64 per maand een behoorlijk compleet ledenpakket aan.  

Sem: wat is de visie van FNV Zelfstandigen op de positie van zzp’ers op de arbeidsmarkt in 2025 en in de toekomst?  

“Zelfstandig ondernemerschap is prima, zolang je voldoet aan de primaire kenmerken ervan: eigen opdrachten binnenhalen, verantwoordelijk zijn voor de uitvoering, geen werkinhoudelijke instructies ontvangen en dat je je tarief goed kan onderhandelen. Maar op het moment dat een zelfstandige hetzelfde werk doet als een werknemer, zonder sociale lasten af te dragen, dan wordt diegene feitelijk een concurrent van de werknemer. Dat is voor ons onacceptabel, want er moet wel echt een onderscheid zijn tussen de werknemer en de zelfstandige in onze ogen. Er is niets mis met flexibiliteit, zolang het geen verkapte kostenbesparing is. Flexibel zijn als werkende betekent in onze ogen niet automatisch zelfstandig ondernemer zijn.” 

Sem: er zijn twee voorstellen in de maak om een duidelijker onderscheid te maken tussen werknemers en zzp’ers: de Zelfstandigenwet en de VBAR. Beide voorstellen zorgen voor de nodige discussie. Hoe kijken jullie aan tegen deze voorstellen?  

“De internetconsultatie op de Zelfstandigenwet is recentelijk gesloten. We kunnen ons als FNV Zelfstandigen vinden in de reactie van de Stichting van de Arbeid. Wij zijn van mening dat de Zelfstandigenwet niet de duidelijkheid gaat bieden. Ook zijn we kritisch op de voorgestelde Commissie. Dan gaat iedereen straks natuurlijk naar die Commissie toe, want er blijven gewoon grijze gebieden bestaan. Ook is de Zelfstandigenwet minder duidelijk over het rechtsvermoeden op basis van een uurtarief. De VBAR is in dat opzicht beter uitgewerkt.” 

“Maar ook in dat wetsvoorstel wordt er een grens getrokken, en dan zijn er altijd groepen die net buiten de boot vallen. De vraag blijft dus wel hoeveel duidelijkheid beide voorstellen écht bieden. In het toetsingskader van de VBAR is de onderlinge weging tussen de criteria ook niet heel helder. De nadruk moet wat ons betreft liggen op de handhaving, die gelukkig hervat is begin dit jaar. Wat wij vooral zien, is dat de jarenlange vrijblijvendheid – door het handhavingsmoratorium op de Wet DBA – de markt heeft doen vervlakken. Nu het tij keert, begrijpen we dat de markt ervan geschrokken is, maar die schrik achten we overtrokken en vooral gebaseerd op gebrek aan echte kennis.” 

Lees ook dit artikel: de VBAR: drie keer is scheepsrecht, maar zitten we wel op de juiste koers?

Sem: veel zelfstandigen en opdrachtgevers zijn onzeker geworden doordat de Belastingdienst weer is gaan handhaven. Merken jullie daar iets van?  

“De behoefte aan duidelijkheid aan de voorkant is groot, en dat begrijpen wij ergens ook wel. Ook wij ontvangen belletjes van zelfstandigen over hun werksituatie, contract of uurtarief. We merken ook dat er bij veel opdrachtgevers onvoldoende kennis is over de inhuur van zzp’ers. Helaas zijn er opdrachtgevers die rigoureus afscheid nemen of hebben genomen van zzp’ers, terwijl het in sommige gevallen nog prima voortgezet had kunnen worden. Wij ondersteunen de zzp’er om het gesprek aan te gaan met de opdrachtgever en een goede analyse te maken van de werksituatie.”  

Sem: jullie zijn voorstander van een rechtsvermoeden van werknemerschap onder een bepaald uurtarief. Hoe kijken jullie dan aan tegen het opknippen van het wetsvoorstel VBAR, om zo het rechtsvermoeden snel in te voeren?  

“We zijn warm voorstander van het rechtsvermoeden, alleen het opknippen van de VBAR zien we niet veel in; je moet het wetsvoorstel in z’n geheel zien en anders functioneert dit niet. De rechtspraak kijkt ook niet alleen naar het uurtarief, er zijn meerdere gezichtspunten die een rol spelen. Het uurtarief is slechts een indicatie. Een werkende die al ergens tien jaar zit en €100 per uur factureert, is niet armlastig, is geen onderkant van de arbeidsmarkt, maar wel evident een werknemer. Die andere factoren kan je dus niet zomaar wegpoetsen. Wij zien ook wel in dat het VBA-gedeelte niet dé oplossing is, maar het zal zeker helpen. Mensen willen nou eenmaal a priori weten waar ze aan toe zijn, maar het blijft een holistische toets. Wat ons ergert, is dat men steeds roept dat alles onduidelijk is, maar als je je echt goed verdiept in de gezichtspunten en criteria, kan je meestal prima uit de voeten. Vaak is het onwenselijk, dat is wat anders dan onduidelijk. De kern ligt in handhaving van bestaande regels, dat is altijd al zo geweest.” 

Sem: in de zorgsector zie je nu bijvoorbeeld wel dat er weer een beweging wordt gemaakt en er meer zzp’ers ingehuurd worden. Wat vinden jullie van die ontwikkeling?  

“Het heeft er voornamelijk mee te maken dat er nog geen controle van de Belastingdienst is geweest of dat ziekenhuizen of zorginstellingen van mening zijn dat de schade wel mee zal vallen. Er zijn, mede door FNV Zelfstandigen, veel casussen voorgelegd over het werken in de zorg, en vaak is de conclusie van de beoordelaars vanuit Belastingdienst, het Ministerie SZW en Ministerie VWS: dat wordt heel lastig als zelfstandige. Dat er nu dus weer meer zzp’ers ingehuurd worden, wil niet zeggen dat het ook mag. Opdrachtgevers die ongewijzigd doorgaan met inhuur van zzp voor regulier uitvoerend zorg werk op de werkvloer gaan op termijn echt grote problemen krijgen. Dat vind ik onverstandig. In de zorg is het vooral een werkgeversvraagstuk. Zorgprofessionals willen regie over hun werk, bijvoorbeeld bij het invullen van de roosters. Werkgevers moeten dat gesprek aangaan. Je kunt prima elementen van het zzp-schap verwerken in een dienstverband. Werkgevers in de zorg moeten echt gaan bewegen en luisteren naar de motieven van werkenden om te kiezen voor het zzp-schap. Daar moeten zij mee aan de slag. De sprong naar zzp mag niet de oplossing zijn voor falend werkgeverschap.”  

Sem: goed werkgeverschap, wat betekent dat precies voor jullie?  

“Goed werkgeverschap betekent het serieus nemen van de behoefte van werkenden aan autonomie, flexibiliteit en zeggenschap. Dat begint met luisteren. Veel mensen kiezen voor het zzp-schap omdat ze vastlopen in rigide structuren, niet omdat ze per se ondernemer willen zijn. Als werkgever kun je binnen een arbeidsovereenkomst heel veel ruimte bieden. Het vaste contract is geen gevangenis, dat is een idioot beeld dat soms leeft. Ga met elkaar om de tafel en voer een goed gesprek. Er zijn tal van voorbeelden waarbij werkenden meer zeggenschap hebben over hun werktijden of meer regie krijgen over de werkzaamheden die ze uit moeten voeren. Je kunt elementen van ondernemerschap en eigen regie prima integreren in dienstverbanden. Werkgevers moeten af van het idee dat flexibiliteit alleen via externe schillen kan worden georganiseerd. Dat is niet alleen een defensieve reflex, het is ook een gemiste kans.”  

Sem: contractneutraliteit wordt vaak genoemd als oplossing om de kloof, bijvoorbeeld in arbeidsongeschiktheid, tussen zelfstandigen en mensen in loondienst te verkleinen. Hoe kijken jullie daar tegenaan?  

“Contractneutraliteit klinkt aantrekkelijk, maar het leidt geheid tot verslechteringen, zeker als het gelijktrekken van zelfstandigen en werkenden in loondienst gepaard gaat met een afbouw van de bescherming van werkenden in loondienst. Daar zijn wij fel tegenstander van. Het moet niet zo zijn dat werknemers in moeten gaan leveren tot het niveau van basisvoorzieningen voor zelfstandigen. Het is niet voor niets dat we het zo goed geregeld hebben voor werknemers in Nederland. Contractneutraliteit mag geen reden zijn om de bescherming voor werknemers uit te hollen, dat is voor ons acceptabel.” 

“Het is van groot belang dat regelgeving daadwerkelijk wordt gehandhaafd. Er geldt nu toch een soort van dubbele onduidelijkheid – over wat er mag én over hoe er gehandhaafd wordt en wat de consequenties dan precies zijn. Dat moet worden weggenomen. Als je regels en wetten maakt, handhaaf ze dan ook. En verder moet de politiek knopen doorhakken en zaken daadwerkelijk gaan doen. Kijk bijvoorbeeld naar de komende verplichte basis arbeidsongeschiktheidsverzekering (BAZ). Daar zijn we al zo lang over aan het praten, ruim tien jaar. Zo’n verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering moet er gewoon komen omdat al 20 jaar blijkt dat zelfstandigen het gewoonweg niet geregeld hebben of geregeld krijgen. Nederland heeft een enorm hoge participatiegraad, maar een deel van die groep werkt nog steeds onder slechte voorwaarden. Dat moet beter. Zaken als werkloosheid, pensioen en arbeidsongeschiktheid moeten voor alle werkenden netjes geregeld zijn. Daar staan wij voor.” 

Sem: en wat mag er niet ontbreken in de verkiezingsprogramma’s?  

“De verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering is voor ons een heel belangrijk uitgangspunt. Het is een basisvoorziening, maar gelukkig kun je altijd kiezen voor meer, bijvoorbeeld via schenkkringen of broodfondsen. Maar er moet wel een ondergrens zijn. Internationaal gezien staan we hier ook beschamend alleen in. We hebben het super netjes geregeld voor de negen miljoen werknemers, dan is het toch een beetje raar dat we het niet goed geregeld hebben voor die andere miljoen? En tot 2004 was het overigens wel gewoon netjes geregeld voor zzp’ers. Het is niet voor niets dat Europa dit ook benadrukt. Op zzp-vlak zijn zaken rondom arbeidsongeschiktheid en ouderdom nog onvoldoende geregeld. Wij vinden dat dat veranderd moet worden.” 

Lees ook dit artikel: Arbeidsrechtprofessor Ruben Houweling: “De arbeidsmarkt heeft een deltaplan nodig, geen pleisterwetgeving” 

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , , | Laat een reactie achter