"Exploring the future of work & the freelance economy"
SLUIT MENU

Recht op pensioen schijnzelfstandigen: draaien pensioenfondsen hiervoor op?

Wat als schijnzelfstandigen achteraf pensioen kunnen claimen zonder dat er ooit premie is betaald? Pensioenfondsen dreigen op te draaien voor een groeiend financieel risico. Een nieuw juridisch advies aan het ministerie van SZW schetst wat er wél en juist níét mag.

Wat betekent het voor pensioenfondsen als schijnzelfstandigen achteraf pensioen kunnen claimen, zonder dat er ooit premie is betaald? Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vroeg juridisch advies aan advocatenkantoor Pels Rijcken over dit groeiende probleem. Hun advies laat zien hoe complex het vraagstuk is en welke (beperkte) oplossingen er zijn.

Het probleem: ‘Geen premie, wel recht’

Een opvallend principe in het pensioenrecht luidt: geen premie, toch recht. Werknemers bouwen pensioen op, zelfs als hun werkgever geen premie afdraagt. Dat klinkt vreemd, maar is bedoeld als bescherming van werknemers tegen nalatige of malafide werkgevers.

Dit principe komt voort uit het solidariteitsprincipe binnen het pensioenstelsel. Alle deelnemers dragen samen de risico’s. Als één werkgever geen premie betaalt, betalen de anderen mee voor het pensioen van die werknemer. Dit zorgt ervoor dat niemand de dupe wordt van een falende werkgever.

Schijnzelfstandigen zetten stelsel onder druk

Schijnzelfstandigen zijn mensen die op papier als zelfstandige werken, maar in werkelijkheid als werknemer functioneren. Omdat zij formeel geen werknemer zijn, wordt er geen pensioenpremie afgedragen. Als later blijkt dat ze eigenlijk werknemers waren, kunnen ze alsnog pensioen claimen bij het fonds, terwijl er voor hen nooit premie is ontvangen. Dat zet het stelsel onder druk.

Het juridische advies van Pels Rijcken maakt onderscheid tussen toekomstige gevallen (nieuwe schijnzelfstandigen) en bestaande rechten van mensen die al als werknemer zijn aangemerkt.

Voor nieuwe gevallen: enige speelruimte

Pensioenfondsen mogen voorwaarden stellen aan de toekomstige pensioenopbouw van (mogelijke) schijnzelfstandigen, maar alleen binnen strikte kaders:

Wat mag wel:

  • Alleen voor schijnzelfstandigen die bewust kozen voor zelfstandigheid.
  • Niet voor mensen die gedwongen werden om als zelfstandige te werken.
  • Bescherming voor kwetsbare groepen moet blijven bestaan.

Wat mag niet:

  • Één algemene regel: geen premie, geen pensioen.
  • Uitsluiting op basis van uurtarief.
  • Regels die de verplichte deelname aan pensioenfondsen ondermijnen.

Voor al opgebouwde rechten: juridisch mijnenveld

Veel schijnzelfstandigen hebben al pensioenaanspraken opgebouwd. Deze rechten zomaar intrekken is juridisch heel gecompliceerd, want pensioenaanspraken worden gezien als eigendomsrecht. De overheid mag dat alleen beperken als:

  • Het bij wet is geregeld.
  • Er sprake is van een zwaarwegend algemeen belang.
  • Er een redelijke balans is tussen algemeen belang en individueel eigendomsrecht.

Mogelijke oplossingen voor bestaande rechten:

  • Een overgangstermijn van vijf jaar waarin schijnzelfstandigen zich kunnen melden.
  • Na die termijn kunnen niet-opgeëiste rechten vervallen.
  • Een hardheidsclausule voor mensen die afhankelijk zijn van hun pensioen.

Massaclaims en collectieve procedures

Schijnzelfstandigen kunnen gezamenlijk naar de rechter stappen voor een procedure om te laten vaststellen dat ze recht hebben op pensioen, maar dat werkt alleen onder bepaalde voorwaarden:

  • De groep werkte in vergelijkbare situaties.
  • De contractuele relatie was gelijk.
  • De rechtsvraag is hetzelfde voor iedereen.

Collectieve procedures over concrete pensioenbedragen of individuele schadevergoedingen zijn juridisch lastiger: pensioenrechten zijn immers persoonlijk en afhankelijk van specifieke omstandigheden.

Het recht op pensioen zorgt voor grote financiële risico’s: pensioenfondsen kunnen geconfronteerd worden met miljardenclaims. De kosten hiervan worden uiteindelijk afgewenteld op alle deelnemers. Dit kan de solidariteit en het vertrouwen in het pensioenstelsel ondermijnen.

Ook ontbreekt rechtszekerheid: pensioenfondsen weten niet wat hun verplichtingen zijn en (voormalige) schijnzelfstandigen weten niet of ze recht hebben op pensioen. Heldere wet- en regelgeving is noodzakelijk om die onduidelijkheid weg te nemen.

Fundamenteel spanningsveld

Het juridisch advies maakt duidelijk hoe complex dit vraagstuk is. Voor de toekomst is enige sturing mogelijk, maar kwetsbare groepen mogen niet worden uitgesloten. Nieuwe regels moeten dus zorgvuldig worden opgesteld. Voor het verleden geldt: bestaande rechten zijn moeilijk terug te draaien en vergen compensatie of overgangsregelingen.

Deze discussie raakt aan een fundamenteel spanningsveld: het solidariteitsbeginsel van ons pensioenstelsel versus de flexibilisering van de arbeidsmarkt. De juridische kaders lopen niet altijd gelijk op met de praktijk, waardoor problemen ontstaan. Het advies geeft geen eenvoudige oplossingen, maar wel een duidelijk overzicht van de juridische mogelijkheden en grenzen. Uiteindelijk zal de politiek moeten beslissen hoe om te gaan met dit vraagstuk.

 

Alexander Kist is bedrijfskundige en arbeidsjurist, en partner bij W&RK Advies. Gedurende zijn hele loopbaan heeft hij zich gespecialiseerd in de inhuursector. Tot 2023 was hij als medeoprichter verantwoordelijk voor de groei en professionalisering van van detacheerder NewSkool. Momenteel werkt hij als onafhankelijk adviseur en interim-manager bij W&RK Advies, waar hij ondernemers begeleidt in het navigeren door de complexe wet- en regelgeving rondom flexibele arbeid, met een focus op driehoeksarbeidsrelaties en zzp. Hierbij houdt hij rekening met de huidige politieke realiteit en de voortdurende veranderingen in de arbeidsmarkt. Alexander helpt bedrijven om hun processen te optimaliseren en risico's te minimaliseren, terwijl hij onder het motto “hoe kan het wel”, innovatieve en creatieve oplossingen aandraagt. Zo stelt hij zijn opdrachtgevers in staat om niet alleen compliant te blijven, maar ook om strategisch voordeel te behalen door effectief in te spelen op nieuwe regelgeving en marktontwikkelingen. Naast zijn werk bij W&RK Advies is Alexander o.m. actief voor de VvDN en ondersteunt hij startups en scaleups. Alexander is te bereiken via [email protected] Bekijk alle berichten van Alexander Kist

2 reacties op dit bericht

  1. Als een zzper wordt beoordeeld als werknemer, vind er een naheffing plaats van premies. Hoe vind er dan niet alsnog afdracht van pensioenpremies plaats?

    • Wanneer de Belastingdienst constateert dat er sprake is van een werknemersituatie, dan volgt er inderdaad een naheffing. Echter die naheffing betreft de loonheffing, dus belastingen (inclusief volksverzekeringen) en de werknemersverzekeringen. De Belastingdienst int geen pensioenpremies, dat is een heel ander stelsel. Daarbij: de Belastingdienst kijkt niet verder terug dan 1 januari 2025 qua evt naheffingen (vanwege het handhavingsmoratorium). Dat moratorium en die datum geldt niet tav eventuele pensioen(claims).

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *