Maandelijkse archieven: juli 2025

Tussen Nederlandse structuur en Belgische souplesse: op weg naar een toekomstbestendig freelancersysteem

In tijden van grote veranderingen is vooruitkijken lastig. De afgelopen jaren zag ik de onzekerheid voor ondernemers flink toenemen. We leven in een tijd van kortere marktcycli, rappe digitale transformatie en een krappe arbeidsmarkt. Als general manager bij freelanceplatform Malt houdt me dit dagelijks bezig. Een ding is zeker: voor onszelf en onze klanten is flexibiliteit essentieel.

Van functies naar skills

Ik spreek vele HR-verantwoordelijken en zij vertellen mij dat ze hun focus verleggen. Ze zijn minder vaak op zoek naar profielen (functies), maar naar specifieke kennis en kunde (skills) om hun organisatie vooruit te helpen. Soms vinden ze die in werknemers, soms vragen ze zelfstandigen om expertise te delen.

Het paradoxale is dat juist nu bedrijven meer flexibiliteit nodig hebben, de wetgeving dit belemmert. De huidige Wet DBA in Nederland is daar een voorbeeld van. Sinds de handhaving is opgestart, merken wij dat bedrijven huiverig zijn om freelancers in te huren. Ze missen duidelijkheid: wanneer ben ik compliant, wanneer loop ik risico? Dat remt de wil om met freelancers te blijven werken.

België: soepel systeem om snel te schakelen

Ik ben bij Malt verantwoordelijk voor zowel de Nederlandse, als de Belgische markt. Ik zie grote verschillen. In België merk ik meer souplesse in de arbeidswetgeving. De regering lijkt samenwerking met freelancers te accepteren als een realiteit, zonder rigide mandaat. Die soepelheid biedt ruimte voor snelle schakeling bij veranderingen in de markt.

Die Belgische grijze zone is interessant, omdat het organisaties helpt om wendbaar te blijven. Tegelijk moeten we oppassen: de context is anders en wat in België werkt, is niet zomaar één-op-één naar Nederland te vertalen. Om dit te begrijpen, moet je de Belgische freelancewetgeving zien in de bredere context: in België maken freelancers deel uit van het sociale zekerheidsstelsel. Dat werkt anders dan in Nederland.

Gebrek aan definities en cijfers

De Belgische freelancewetgeving is ook niet perfect. In Nederland is de definitie van ‘zzp’er’ veel duidelijker. Er zijn cijfers en statistieken over het aantal zelfstandigen. Instanties zoals de Kamer van Koophandel en het Centraal Bureau voor de Statistiek weten hoeveel zzp’ers er zijn en kunnen hun wensen, behoeftes en werkomstandigheden onderzoeken. Er zijn cijfers, kaders, definities. In België zijn die nagenoeg afwezig.

Ik krijg vaak de vraag hoeveel freelancers er zijn in België, maar een officieel cijfer is er niet. Dat maakt het moeilijk om beleid te maken. Zo is er onlangs een nieuwe wet gekomen voor flexvormen, zoals werken in een verzekeringsfonds. Maar de term ‘freelancer’ wordt daarin niet genoemd, terwijl dit ook gevolgen heeft voor zelfstandigen.

Flexibiliteit en herkenning

Daarom zeg ik: we kunnen van elkaar leren. Ik geloof dat we toe moeten naar een model waarin we het beste van beide landen combineren: de flexibiliteit die België biedt, de duidelijke erkenning van freelancers zoals in Nederland. Bedrijven moeten snel kunnen schakelen, zeker in een veranderende arbeidsmarkt. Maar dat kan alleen als het statuut van freelancers helder en beschermd is.

Bij Malt proberen we dagelijks de brug te bouwen terwijl we lopen. De wetgeving verandert, interpretaties verschuiven, maar onze missie blijft: bedrijven helpen flexibel te werken, volgens de wet. Idealiter worden freelancers niet als noodoplossing ingezet, maar als volwaardige, flexibele aanvulling op het vaste team.

Wetgeving is imperfect en daardoor is miskwalificatie van arbeidsrelaties een risico, maar met de juiste expertise is continuïteit mogelijk. Daarom roep ik opdrachtgevers op: neem niet overhaast afscheid van freelancers. De impact kan dramatisch zijn, zowel voor de mensen als voor jouw bedrijf in onzekere tijden.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , , , | Laat een reactie achter

VVD presenteert verkiezingsprogramma: nieuwe Zelfstandigenwet en deregulering arbeidsmarkt

Inzetten op economische groei, werken lonend maken, een kleinere overheid en minder regels, zeker ook voor de arbeidsmarkt en sociale zekerheid. Dat zijn de hoofdpunten van het concept-verkiezingsprogramma ‘Sterker uit de storm’ van de VVD. Een programma vol klassiek-liberale thema’s.

Nieuwe Zelfstandigenwet

Zoals verwacht pleit de VVD voor een nieuwe Zelfstandigenwet. De wet, waarvan een concept al is ontwikkeld met D66, CDA en SGP, moet nieuwe kaders stellen rond het inhuren van zzp’ers. “Geen onduidelijkheid meer en geen angst voor naheffingen of boetes. We erkennen het zelfstandig ondernemerschap en geven opdrachtgevers weer zekerheid”, aldus het VVD-programma.

“Zzp’ers houden hun vrijheid, maar nemen ook verantwoordelijkheid door een voorziening voor pensioen en arbeidsongeschiktheid te treffen, met keuzevrijheid voor iedereen.” Wat de VVD betreft komt er dus een verplichting om een dergelijke voorziening op te bouwen. 

De partij stelt expliciet dat de inzet van zzp’ers voor ‘piek en ziek’ mogelijk moet blijven. Dat staat in de paragraaf over de zorg, maar vloeit ook voort uit de Zelfstandigenwet.

De VVD is voorstander van het werken met een rechtsvermoeden van werknemerschap bij een laag uurtarief, dat staat ook in het R-deel uit de VBAR, het wetsvoorstel van het kabinet. Ook wil de VVD komen tot ‘een effectieve aanpak om schijnzelfstandigheid tegen te gaan’, al wordt niet toegelicht hoe die aanpak er precies uit moet zien.

Deregulering en ‘Werken moet lonen’

De VVD zet in op ‘radicale economische groei’ en wil van Nederland de sterkste economie van Europa maken. Dit wil de partij bereiken door volledige deregulering van de arbeidsmarkt en van de sociale zekerheid. “De kleinste details zijn vastgelegd in wantrouwende, bureaucratische regeltjes. Je moet als ondernemer een extra studie volgen om werkgever te kunnen worden.”

De VVD wil af van dikke, gedetailleerde cao’s. Verder pleit de partij voor een nieuw belastingstelsel, activerende sociale zekerheid en een hervorming van het arbeidsrecht. “We zetten het mes in bureaucratische regels, moderniseren de werkloosheidswet door die activerender te maken en geven meer ruimte voor maatwerk in cao’s, door de transitievergoeding niet langer verplicht te stellen.”

Tegelijkertijd hamert de VVD erop dat werken moet lonen. Met behulp van een ‘uitkeringsplafond’ wil de partij voorkomen ‘dat iemand door een stapeling van uitkeringen en toeslagen meer te besteden heeft dan iemand die hard werkt om rond te komen.’

Arbeidsmigratie en uitzendverbod  

De lijn van minder regels geldt wat de VVD betreft níét voor arbeidsmigratie. Er moeten namelijk strengere maatregelen worden genomen om juist die arbeidsmigranten naar Nederland te laten komen waar de hele samenleving wat aan heeft. Dit betekent ook dat sommige arbeidsmigranten niet meer welkom zijn. Door automatisering en robotisering vanuit de overheid te stimuleren, wil de VVD de arbeidsmigratie verder beperken.

Hoewel de partij erkent dat arbeidsmigratie ‘essentieel is om de hoogwaardige Nederlandse economie in stand te houden’, ziet de VVD ook dat arbeidsmigratie veel problemen veroorzaakt.

Dit betekent niet dat de VVD de verantwoordelijkheid enkel bij de overheid legt: “Werkgevers hebben de verantwoordelijkheid om eerst te zoeken binnen het onbenutte arbeidspotentieel in Nederland. Als zij toch arbeidsmigranten moeten inzetten, worden zij verantwoordelijk voor het welzijn van deze werknemers.”

Nieuwe regeling buitenlands toptalent

Rondom kennismigranten wil de VVD de huidige regeling (de kennismigrantenregeling) omvormen tot een toptalent-regeling. Deze is gericht op ‘buitenlands talent dat essentieel is voor onze kennisintensieve economie en groeitechnologieën’. Onder andere met een opleidingseis wil de VVD de toelatingseisen verscherpen.

Zoals eerder aangegeven wil de VVD werkgevers verantwoordelijk stellen voor het welzijn van hun (flex) arbeidsmigranten. De partij signaleert vooral in sectoren met veel uitzendkrachten problemen in arbeids- en leefomstandigheden. Daarom wil de VVD de bevoegdheden van burgemeesters vergroten om misstanden aan te pakken en inzetten op een betere registratie van arbeidsmigranten.

In sectoren waar structureel misstanden zijn rondom arbeids- en leefomstandigheden, wil de VVD de mogelijkheid creëren om een uitzendverbod in te stellen. Dat (nieuwe) standpunt sluit aan bij eerdere uitspraken van demissionair minister Van Hijum en het recente advies van de Adviescommissie Arbeidsmigratie. In het verlengde hiervan stelt de VVD dat de partij ‘het wangedrag van ondernemers’ wil aanpakken.

Kleinere overheid, beter ondernemersklimaat

De VVD wil de plicht van de overheid om het ondernemersklimaat te verbeteren wettelijk vastleggen. “Daarbij hoort een stabiel fiscaal klimaat, minder bureaucratie en stimulering van groeitechnologieën”, schrijft de partij.  “De ambitie is zo hoog mogelijk op de internationale lijsten voor sterke economieën te komen. Als minimale ambitie geldt de top tien. Als Nederland buiten de top tien van meest concurrerende economieën wereldwijd dreigt te raken, dan wordt de overheid verplicht maatregelen te nemen.” 

Diezelfde overheid moet wat de VVD betreft overigens wel kleiner worden: “We kunnen alleen een moderne en effectieve overheid terugkrijgen als de politiek haar regelzucht temt, de overheid kleiner wordt en strak wordt aangestuurd.” Ook de inhuur van externen bij de overheid moet worden beperkt, onder andere door de arbeidsvoorwaarden van specialisten te verbeteren: “We beperken de externe inhuur van zzp’ers door de salarissen in vaste dienst voor bijvoorbeeld top-ict-talent meer competitief te maken.”

Niet onbelangrijk voor de sparende zzp’ers: de VVD wil geen verhoging van de belastingen op sparen (box 3) en ondernemen (box 2), omdat er ‘al belasting is betaald over geld waarvoor gewerkt is.’

Het volledige conceptverkiezingsprogramma van de VVD is hier te lezen.

ZiPconomy zal de komende weken samenvattingen van alle verkiezingsprogramma’s publiceren.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , | Laat een reactie achter

Het tekort aan IT’ers blijft bestaan zolang bedrijven blijven vissen in dezelfde vijver

Krapte op de arbeidsmarkt, hoge kosten en snel wisselende teams maken het lastig om IT-personeel te vinden en te behouden. Jelke Schippers, oprichter en directeur van Smartshore, verbaasde zich erover dat veel bedrijven die uitdaging vooral binnen de Nederlandse grenzen proberen op te lossen, terwijl er wereldwijd goed opgeleide developers beschikbaar zijn. Hij ziet af van deze traditionele benadering en vaart een andere koers. Met kantoren in Nederland en India biedt Smartshore internationale, multidisciplinaire softwaredevelopmentteams. Geen outsourcing via tussenpartijen, maar directe samenwerking met collega’s die het bedrijf zelf aanneemt, opleidt en behoudt.

De toegenomen vraag naar data-analyses, AI, cybersecurity en bepaalde apps vraagt om meer IT-professionals. Het aantal afgestudeerde IT’ers groeit daar niet in mee. Hierdoor ontstaat er een oververhitte markt. Demissionair minister Van Hijum van Sociale Zaken wees tijdens een debat over arbeidsmarktkrapte op het belang van hogere arbeidsproductiviteit om dit soort tekorten op te vangen. Jelke Schippers legt uit: “Hogere arbeidsproductiviteit kan een deel van de oplossing zijn, maar gaat vaak gepaard met een hogere werkdruk. AI kan bijvoorbeeld bepaalde werkzaamheden overnemen, maar dit gaat ook hand in hand met meer vraag naar nieuwe tools, digitale producten en dus naar extra IT-personeel.” 

Schaarste door tunnelvisie

De beoogde hoeveelheid personeel in de IT-sector is niet in de buurt te vinden, zelfs niet binnen onze landsgrenzen. Toch geven veel ondernemers hier de voorkeur aan en kijken ze niet verder. “We zien dat veel bedrijven blijven vasthouden aan interne oplossingen of detachering, terwijl dat het tekort niet oplost. Uit ons eigen onderzoek bleek dat 55 procent van de bedrijven hun IT liever niet uitbesteedt aan een buitenlandse partij. Dat is zonde, want ondertussen is er genoeg ervaring met internationale teams. Koudwatervrees is niet meer nodig. Een combinatie van Nederlandse krachten en offshore-experts kan juist zorgen voor continuïteit, zonder steeds opnieuw te hoeven zoeken op een overvolle arbeidsmarkt.”

Hybride structuur

Het aantrekken van buitenlands IT-personeel is voor veel Nederlandse bedrijven een dure en omslachtige oplossing. Naast de hoge kosten zorgt arbeidsmigratie ook voor extra druk op huisvesting en voorzieningen. “Veel bedrijven denken dat je IT’ers naar Nederland moet halen, terwijl er alternatieven zijn waarbij mensen lokaal blijven wonen. Het is anders behoorlijk ontwrichtend voor de medewerkers.”

Bij Smartshore wordt daarom bewust gekozen voor hybride teams, met zowel Nederlandse als Indiase collega’s. Zo blijven de teams dicht bij de klant en profiteert het bedrijf van het capaciteitsvoordeel van India. De samenwerking verloopt grotendeels digitaal. In India heeft Smartshore twee eigen kantoren in Ludhiana en Panaji, en bewust niet in de bekende techsteden zoals Bangalore. “Door ons juist te vestigen in kleinere steden, geven we talent uit de regio de kans om dicht bij hun familie te blijven wonen en werken. Dat draagt bij aan een gezonde werk-privébalans en zorgt voor loyale teams.” 

Eens in de zoveel tijd reist een deel van het Nederlandse team naar India of andersom. “Dat versterkt de band binnen het team en helpt om elkaars cultuur beter te begrijpen. Hoewel we werken met flexibele werktijden om collega’s ruimte te geven, hanteren onze teams in India grotendeels Nederlandse werktijden. Zo is er geen tijdsverschil in de samenwerking, wat klanten als prettig ervaren. Uiteindelijk draait het bij ons om goede samenwerking en flexibiliteit, niet om waar en wanneer iemand precies werkt. Dit zou in de toekomst nog wel eens de standaard kunnen worden voor soortgelijke bedrijven.”

Lokaal talent

India kent een groot aanbod van hoogopgeleide IT’ers en er is veel ervaring met remote werken. “Omdat medewerkers niet hoeven te migreren, speelt het zogeheten ‘brain drain’-vraagstuk minder, waarbij hoogopgeleide mensen hun land verlaten, waardoor het land van herkomst (aanstormend) talent verliest”, zegt Jelke.

Ook blijkt het personeelsverloop lager dan bij vergelijkbare bedrijven in de sector. Waar in India het verloop bij IT-bedrijven vaak tussen de twintig en dertig procent ligt, ligt dat percentage bij Smartshore onder de vijf procent. “Deze werkwijze vereist dat je als werkgever investeert in goede communicatie, samenwerking op afstand en in een goede onboarding voor je medewerkers. Ook moet je genoeg lef hebben om van de traditionele werkwijzen af te stappen.”

Grenzen verleggen

Jelke ziet dat de manier van samenwerken verandert. “Als je een team bouwt dat gericht is op gezamenlijke doelen en goede samenwerking, maakt het minder uit waar mensen zich bevinden. Je moet bereid zijn om anders samen te werken dan je misschien gewend bent.”

De belangrijkste bottleneck is niet meer de technologie of een gebrek aan vacatures. Het is meer de uitdaging hoe je het juiste personeel vindt. “Mijn advies aan ondernemers is daarom om verder te kijken dan alleen binnen de grenzen van Nederland. Er is wereldwijd genoeg talent, maar je moet de bereidheid hebben om je organisatie daarop in te richten. Wie dat durft, bouwt aan stabiele teams die langer blijven en beter presteren. Durf je grenzen te verleggen.”

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , | 2s Reacties

Impact van AI in het eerste halfjaar van 2025 al zichtbaar in de arbeidsmarktcijfers?

AI is the talk of the town. De vraag naar kandidaten met AI-expertise neemt sterk toe en onze Belgische collega en Total Talent-expert Marleen Deleu schetste onlangs een grote toekomst voor digitale freelancers. Recentelijk benadrukten de Sociaal Economische Raad (SER) en het UWV de aanstaande impact van AI op banen, en het enorme belang van om- en bijscholing, en ongeveer tegelijkertijd deed werkgeversorganisatie VNO-NCW dat ook. 

Eerder deze week schreven 7 ondernemers en wetenschappers in de Volkskrant een dringende oproep aan onze Nederlandse politiek (ondertekend door ruim 100 andere ondernemers en wetenschappers) om AI snel tot topprioriteit te maken. De vermaarde Stanford-econoom en tech-optimist Erik Brynjolfsson zei eind juni in het FD dat het tweeënhalf jaar na de lancering van ChatGPT nog te vroeg is om de ware economische impact ervan in de data te zien. Toch verwacht hij de komende 5 jaar een forse productiviteitsstijging. In het artikel “Why AI hasn’t taken your job” stelde The Economist eind mei nog geen AI-effecten in de cijfers te zien. Lastig, al die ontwrichtende verwachtingen en voorspellingen die nog niet door harde data en feiten worden geschraagd. Ik meen die inmiddels wel te zien.

Werkloosheid jongeren relatief sterk gestegen, is dat nu al vanwege AI?

Veel experts zijn het hierover eens: generatieve AI zal naar verwachting zeker startersbanen onder druk kunnen gaan zetten. Zien we daar al iets van? De afgelopen maanden lag de werkloosheid in Nederland rond de 3,8%. De laagste werkloosheid noteerden we in april 2022, dus inmiddels ruim 3 jaar geleden: 3,2%. Sindsdien is deze totale werkloosheid – van iedereen tussen 15 en 75 jaar oud, want dat is de leeftijdsdefinitie van de beroepsbevolking – dus met +0,6 procentpunt gestegen. Bij de groep van 25-45 jarigen was dat +0,3 procentpunt tot een niveau van 3,1% in mei van dit jaar, en bij de groep van 45-75 jarigen was dat +0,2% tot een werkloosheid van maar 2,3%, afgelopen mei.

Onder jongeren, de 15-25 jarigen, groeide de werkloosheid echter met een fikse +1,9 procentpunt, van 6,9% naar 8,8%; dat was dus relatief sterk. Sterker nog: inmiddels beleven we de langste (gelukkig vooralsnog niet de heftigste) periode van een stijgende jongerenwerkloosheid in deze 21e eeuw – en dat terwijl we vóór 2022 drie gigantische crises hebben beleefd in deze eeuw: de hypotheken- en bankencrisis, de eurocrisis en de coronacrisis (en we zijn deze eeuw begonnen met een ruim twee jaar durende economische stagnatie, na de internetbubbleburst en de aanval op de Twin Towers).

Zou dit dus inderdaad al het begin van de voorspelde impact van AI zijn, die startersbanen zou gaan laten verdwijnen – en dan, zoals ook voorspeld, in het bijzonder van hoogopgeleiden?

AI of toeval? Het is nu opletten geblazen

Het antwoord op die vraag is nu natuurlijk nog niet duidelijk, maar er wordt zoals gezegd de laatste tijd veel over geschreven en gesproken, over die AI-klap voor startersbanen en dan met name die van hoogopgeleide starters, en dat is natuurlijk heel goed beredeneerbaar. In de CBS-kwartaalcijfers zien we inmiddels de volgende feiten.

De werkloosheid is sinds het 2e kwartaal van 2022 relatief het hardst gestegen bij … hoogopgeleiden. Hun werkloosheid was met 3,2% in het 1e kwartaal van dit jaar (ze zijn niet per maand beschikbaar, en nog niet voor het 2e kwartaal) weliswaar lager dan die van middelbaar en basisgeschoolden (3,7% resp. 6,1%), maar dat was na een stijging van liefst +28% in die bijna 3 jaar (bij de middelbaar en basisgeschoolden was dat met +20% resp. +16% duidelijk minder; totaal gemiddeld was de stijging van de werkloosheid +21%).

Die sterke stijging onder de hoogopgeleiden kwam daarbij ook nog bijna volledig voor rekening van de personen tot 35 jaar: onder hoogopgeleiden in de leeftijdscategorie 25-35 jaar steeg het werkloosheidspercentage met een enorme +38%, onder hoogopgeleiden van 15-25 jaar (de starters) zelfs met +86%…

Nog een bijzondere ontwikkeling: sinds eind 2022 is het werkloosheidspercentage van middelbaar opgeleiden van 15-25 jarigen elk kwartaal láger dan dat van de hoogopgeleiden onder de jongeren – een nieuw verschijnsel, dat al dan niet toevallig parallel loopt aan de introductie en opmars van ChatGPT en generatieve AI…

Eind juli publiceert het CBS de statistieken over het 2e kwartaal, waarmee we kunnen zien of deze ontwikkelingen zich doorzetten.

Uitdagingen en mogelijkheden voor professionals, bemiddelaars en opdrachtgevers

Van de zelfstandigen zonder personeel (zzp) is maar 5% jonger dan 25 jaar, 16% is tussen 25 en 35 jaar, 21% tussen 35 en 45 jaar, en liefst 58% is 45 of ouder. Relatief weinig jongeren dus, en zeker in vergelijking met de totale werkzame beroepsbevolking: daarvan is 17% jonger dan 25 en 21% tussen 25 en 35 jaar. AI lijkt voor de totale groep van zzp’ers dus een veel kleiner risico. Tegelijk is van de zzp’ers wel een relatief groot deel hoogopgeleid: 54%, waar dat in de totale werkzame beroepsbevolking 42% is. En van alle ICT’ers is liefst ruim 13% zzp’er (totaal in Nederland ligt dat percentage op 10,8) en de 180.000 zzp’ers die een financieel-economisch beroep uitoefenen, vormen na de technici de op één grootste groep zelfstandigen – zowel ICT als financieel-economische beroepen zullen volgens alle onderzoeken een relatief grote impact van AI gaan ervaren.

Zelfstandige professionals en “hun” bemiddelaars zullen dus veel nadruk moeten leggen op hun digital & AI skills, maar ook op hun social skills als samenwerken en een goed gesprek kunnen voeren, en op hun turbulence skills als kunnen omgaan met veranderingen en onzekerheden, kritisch denken, systeemdenken en initiatief tonen.

Tegelijk moeten opdrachtgevers zich ook realiseren: nu minder jongeren aannemen doordat hun werk (gedeeltelijk) kan worden overgenomen door AI gaat later problemen opleveren – nu geen junioren, dan heb je straks geen medioren en senioren, en nu al direct minder digital savvy mensen in je personeelsbestand. Zie AI daarom niet als vervanger, maar als versterker: starters kunnen moeilijkere taken aan met AI – als dan binnenkort die vergrijzende senioren uitstromen, want dat gaat onvermijdelijk en onverbiddelijk gebeuren, staan de moderne opvolgers direct klaar.

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , , , | Laat een reactie achter

ZiPtalk: zomerreces in Den Haag, wat betekent dat voor het zzp-beleid?

In deze laatste ZiPtalk van het seizoen blikken we terug op de politieke ontwikkelingen na de val van het kabinet en het begin van het zomerreces in Den Haag. Hugo-Jan legt uit dat op arbeidsmarktonderwerpen is afgesproken om door te gaan, maar door het zomerreces en de naderende verkiezingen ligt de besluitvorming alsnog voorlopig stil. “Er wordt niet meer vergaderd over dit soort onderwerpen tot na de verkiezingen.” Hij benadrukt dat gevoelige onderwerpen zoals de zzp-wet deel uitmaken van het coalitie-onderhandelingsproces. 

Volgens Hugo-Jan is de arbeidsmarkt voor het grote publiek geen groot thema voor de verkiezingen. “Behalve voor de 1,5 miljoen zzp’ers, voor wie het wel degelijk iets betekent.” De politieke standpunten zullen in kaart worden gebracht via de website zzpkiest.nu en een arbeidsmarktdebat. 

Nieuwe versie VBAR

De derde versie van de Wet VBAR is inmiddels door de ministerraad. Waar de vorige versies van de VBAR nog complex waren en onder meer keken naar ‘werknemer en voorwaarden’ en ‘extern ondernemerschap’, is het nieuwe voorstel gebaseerd op vijf criteria die wijzen op werknemerschap en vijf criteria voor zelfstandigheid. “Die criteria wegen we straks tegen elkaar af, maar hoe dat precies gaat, weten we pas na de zomer”, zegt Hugo-Jan. “Het is een poging om het simpel te houden, maar het is jammer dat ze het niet hebben uitgewerkt. Want wat betekent het criterium ‘korte duur’ precies? Maar de grootste inhoudelijke kritiek is dat het niet vernieuwend is: het is vooral een vertaling van bestaande jurisprudentie in regels.”

Daarnaast is er de alternatieve Zelfstandigenwet, een initiatief van voormalig VVD-Kamerlid Thierry Aartsen samen met D66, CDA en SGP. Die partijen zullen dat voorstel tijdens de verkiezingscampagne vast en zeker naar voren brengen. Hugo-Jan licht toe: “In die wet wordt meer uitgegaan van het respecteren van de keuze van mensen om regie te houden over hun eigen carrière. Dat betekent niet ‘vrijheid blijheid’, want er worden wel degelijk strenge voorwaarden gesteld. Zo moet je bijvoorbeeld verplicht een voorziening voor pensioen en arbeidsongeschiktheid regelen, iets wat in de VBAR niet staat.” 

Hugo-Jan had gedacht dat de ideeën van de Zelfstandigenwet zouden worden geïntegreerd in de VBAR, maar dat is niet gebeurd. “Een compromis tussen die twee ligt voor de hand. Dit lijkt me typisch een onderwerp voor een coalitiegesprek.”

De grootste inhoudelijke kritiek op de nieuwe VBAR is dat het niet vernieuwend is: het is vooral een vertaling van bestaande jurisprudentie in regels

Ruimte voor zelfstandigheid

De VBAR legt de nadruk op de vraag of iemand ingebed is in een organisatie en of iemand hetzelfde werk doet als mensen in loondienst. “De Zelfstandigenwet geeft juist meer ruimte aan het criterium zelfstandigheid. Misschien wel heel veel ruimte, want de vraag is wel of je daar de deur niet te veel mee openzet.” Die wet heeft inmiddels een internetconsultatie gehad en men wacht nu op advies van de Raad van State. Daarna kan het initiatief bij de Tweede Kamer ingediend worden. 

Ondanks alle perikelen blijven veel zzp’ers optimistisch. Jan-Willem verwijst naar een onderzoek van HRMorgen onder interim HR-professionals. “Deze groep geeft de huidige arbeidsmarkt een mager zesje en ervaart het als lastiger om nieuwe opdrachten te verwerven. De strengere handhaving op schijnzelfstandigheid speelt daar natuurlijk een rol.” Toch blijken de meeste ondervraagden positief over de toekomst. “Bijna veertig procent verwacht een verbetering van de markt in het komende jaar, dankzij de arbeidsmarktkrapte en de behoefte aan externe innovatiekracht. Negentig procent geeft aan gewoon als zelfstandig ondernemer door te willen gaan.”

Daartegenover staan de cijfers van het Centraal Planbureau (CPB) dat het aantal zzp’ers de komende twee jaar zal dalen door die handhaving. Jan-Willem: “Volgens het CPB kan een kwart miljoen zelfstandigen juridisch worden beschouwd als werknemer en de verwachting is dat de helft daarvan teruggaat in loondienst. Opdrachtgevers moeten herijken hoe zij hun opdrachten in de markt zetten. Er is zeker ruimte voor verbetering bij het maken van opdrachtomschrijvingen, die voldoen aan de wet en regelgeving.”

Zzp in de zorg

Op dit moment speelt er veel onrust rond het thema in de zorg, vooral vanwege onderbezetting in de vakantieperiode en de strikte regels rondom zzp’ers. Uit de beschikbare casuïstiek blijkt dat de Belastingdienst binnen de zorg weinig ruimte ziet voor zzp’ers. Hugo-Jan: “Volgens de Belastingdienst kunnen mensen die in een witte jas rondlopen en gaten in roosters vullen, niet als zelfstandigen worden gezien. Er is toezicht en ze doen hetzelfde werk als collega’s in loondienst. Dit standpunt lijkt logisch maar je kan er ook anders tegen aan kijken. Verpleegkundigen werken volgens protocollen en daarbinnen hebben ze hun professionele handelingsvrijheid. Autonomie dus. Is dat dan niet juist het bewijs dat ze niet onder gezag staan?”

Volgens de Belastingdienst kunnen mensen die in een witte jas rondlopen en gaten in roosters vullen, niet als zelfstandigen worden gezien

Een ander argument is de steeds groter wordende arbeidsmarktkrapte in de zorg. De uitstroom van personeel uit de sector is zorgwekkend terwijl de vraag flink groter wordt. “Misschien moet je er dan juist alles aan doen om zoveel mogelijk zorgpersoneel binnen de sector te houden. Ook zzp’ers. Kijk naar de Verenigde Staten, waar ‘traveling nurses’ met campers door het land reizen om te werken waar de vraag het grootst is. Wat ik hier vooral mis is duidelijkheid vanuit de overheid.”  

Opdrachtomschrijvingen

Vergelijkbare discussies spelen ook in sectoren als het onderwijs en de techniek. Ondanks de onduidelijkheid is het belangrijk dat zowel organisaties als zzp’ers zelf aan de slag gaan met heldere opdrachtomschrijvingen en ondernemersproposities. Hugo-Jan benadrukt dat HR-professionals hier een belangrijke rol in hebben. Bijvoorbeeld door gesprekken te voeren over tijdelijke opdrachten tijdens zwangerschapsvervanging of projecten en helder te maken dat het gaat om tijdelijke inzet en ondernemerschap. De Zelfstandigenwet kan dit soort situaties voor een deel regelen, door het ‘inbeddingscriterium’ los te laten en meer te kijken naar ondernemerschap. Zo zou het bijvoorbeeld niet mogelijk moeten zijn om langdurig als interim IC-verpleegkundige op één plek te werken, maar wel tijdelijk door het hele land in te springen waar nodig.

Wet TTA

Verder kwam ook de Wet Toelating Terbeschikkingstelling van Arbeidskrachten (TTA), een toelatingsstelsel voor uitzendbureaus en detacheerders, aan bod. Die ligt nu bij de Eerste Kamer, die kritischer is dan de Tweede Kamer. “Politiek wil iedereen dit wel, maar qua uitvoering is het behoorlijk complex,” zegt Hugo-Jan. “Er zijn veel uitvoeringskosten en het is de vraag of zo’n toelatingsstelsel wel haalbaar is voor de vele duizenden bureaus die eraan moeten voldoen.” 

De Eerste Kamer behandelt de wet waarschijnlijk vlak voor de verkiezingen, en als die wordt aangenomen, treedt de wet vanaf 1 januari 2027 in werking. Dat lijkt ver weg, maar Hugo-Jan waarschuwt: “Voor bureaus die hiermee te maken krijgen, is het belangrijk om zich tijdig voor te bereiden, anders verlies je straks je hele businessmodel.”

Wet Meer Zekerheid Flexwerkers

De wet staat los van de Wet Meer Zekerheid Flexwerkers, die bij de Tweede Kamer ligt. Deze wet bevat twee grote veranderingen: het afschaffen van het nulurencontract, dat vervangen wordt door een basiscontract, en het beperken van de uitzendduur van 78 naar 52 weken. “Dat heeft veel impact voor de uitzendsector, die hier al deels op vooruit loopt via de nieuwe cao.” De behandeling van deze wet in de Kamer zal ook niet kunnen plaatsvinden voor de verkiezingen, wat een gevolg heeft voor de invoeringsdatum (link). 

Vraag naar arbeidsmigratie aanpakken 

Ook arbeidsmigratie blijft een heikel punt. Volgens een rapport van de overheid is het vooral noodzakelijk om de vraag naar laagbetaalde arbeid te verminderen. “Dat kan enerzijds door een uitzendverbod, een verbod op doorlenen of het duurder maken van laagbetaalde arbeid”, legt Jan-Willem uit. “Maar ook kennismigranten vallen onder dit onderwerp. Alleen is dat een onderdeel waar niet iedereen zijn vingers aan durft te branden. Vanuit TTM-oogpunt kun je zeggen dat de vijver nog kleiner wordt als je kennismigratie beperkt. De ABU pleit er voor het toelatingsstelsel zijn werk te laten doen.”

Vraag versus aanbod

Interessant is dat volgens het IBO-rapport van de overheid er ook meer gekeken moet worden naar de vraagkant. Nu ligt de focus op het reguleren van het aanbod. Hugo-Jan snapt de kritiek dat de focus op laagbetaalde arbeid innovatie belemmert. “Als het goedkoper is om het door werknemers te laten doen dan een dure machine in te zetten, dan ga je niet investeren in innovatie.” 

Maar het vraagt politieke lef om van bepaalde sectoren afscheid te nemen, omdat die alleen kunnen bestaan door laagbetaalde arbeid die niet door Nederlanders wordt gedaan. “Dan moeten ze de glas- en tuinbouw verplaatsen naar ergens anders in Europa of zelfs buiten Europa, want dan blijven de arbeiders daar ook”, gooit Hugo-Jan de knuppel in het hoenderhok. 

Als het goedkoper is om iets door laagbetaalde werknemers te laten doen dan een dure machine in te zetten, ga je niet investeren in innovatie

De politieke lijnen zijn uitgezet, wetsvoorstellen liggen klaar en alternatieven zoals de Zelfstandigenwet blijven druk zetten op het beleid. De zomerpauze in Den Haag markeert normaal gesproken een moment van bezinning in de politiek. Maar dit jaar staat het helemaal in het teken van het voorbereiden van de Tweede Kamerverkiezingen eind oktober. Tot die tijd wordt er vast veel gesproken over de toekomst van de arbeidsmarkt, zzp en flexwerk, maar keuzes maken is voor na de verkiezingen. 

De volledige ZiPtalk luisteren? Bekijk de podcastopname op YouTube of beluister de podcast op Spotify.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , , , | 3s Reacties

Dit betekent de Wtta voor intermediairs en brokers

Brancheorganisatie voor intermediairs en brokers Bovib organiseerde een speciaal seminar over de komst van de Wet toelating terbeschikkingstelling arbeidskrachten (Wtta). De aanleiding voor deze nieuwe wet is het rapport van de Commissie Roemer over misstanden in de flexbranche en manieren om arbeidsmigranten beter te beschermen. Het nieuwe toelatingsstelsel geldt straks voor alle ondernemers die arbeidskrachten ter beschikking stellen (in de zin van de Waadi).

Wtta: voor de hele keten

Dat betekent dat niet alleen uitzenders, maar ook payrollers, detacheerders en andere bedrijven die arbeidskrachten doorlenen toegelaten moeten zijn. Alexander Kist (W&RK Advies): “Bovendien geldt het voor de hele keten: ook tussenpartijen moeten straks toegelaten zijn.”

Het is dus verstandig om als broker toelating tot het stelsel aan te vragen. “Opdrachtgevers willen risico’s vermijden. Als je niet bent toegelaten tot het stelsel durven ze misschien geen zaken meer met je te doen.”

Let op risico’s bij schijnzelfstandigheid

Een belangrijke vraag uit de zaal: geldt het toelatingsstelsel straks ook voor zzp’ers? “Nee, in de basis niet”, zegt Patrick Tom. Hij is directeur van Bureau Cicero, expert in controles op verplichtingen uit arbeid. Hij waarschuwt wel scherp te zijn op schijnzelfstandigheid en de werkwijze goed af te stemmen met alle partijen.

“Als bij controle blijkt dat er sprake is van een fictieve dienstbetrekking, dan loopt ook de broker risico”, zegt Tom. “Zeker nu de inlener verplicht wordt te registreren of de ingezette arbeidskracht onder zijn leiding en toezicht werkt.”

Dat bevestigt Kist. “Als blijkt dat het gaat om schijnzelfstandigheid, dan betekent dit dat er sprake is van ‘ter beschikkingstelling van arbeidskrachten onder leiding en toezicht van de inlener’. Anders gezegd: de intermediair is dan feitelijk werkgever en moet dus zijn toegelaten tot het stelsel.”

Tijdspad Wtta: SNA-overgangsregeling 

De Wtta treedt op 1 januari 2027 in werking, de handhaving begint een jaar later. Een SNA-keurmerk is cruciaal om toegelaten te worden tot het stelsel. Beschik je daar op tijd over, dan maak je gebruik van de overgangsregeling.

Tom: “Het is dus zaak om zo snel mogelijk het SNA-keurmerk aan te vragen. Wie een aanvraag voor de toelating heeft gedaan en op 1 juli 2027 in het SNA-register is ingeschreven, maakt gebruik van de ‘voordelige’ route. Zonder overgangsregeling kan een vertraging bij de inspectie of toelatende instantie ertoe leiden dat je per 1 januari 2028 niet meer mag uitlenen.”

Hij verwacht zeker vertraging. “Ik zie nu nog geen grote beweging. Slechts 400 á 500 uitleners hebben een aanvraag voor de Wtta gedaan, dat betekent dat er nog 10.000 ondernemers missen.”

Controle en pre-audits

Het normenkader van het SNA-keurmerk is de basis voor toelating. Daarbovenop komen extra eisen voor zowel uit- als inleners, zoals het juiste cao-loon, voldoen aan huisvestingscertificering en vergewisplicht (toegelaten leveranciers) en registratieplicht (inschrijving in de basisregistratie (BRP). Inleners hebben dus de verantwoordelijkheid om arbeidsvoorwaarden met de uitlener te delen.

Als inspectie-instelling geeft Bureau Cicero na controle een beoordeling:

  • Groen: een positief rapport
  • Oranje: kleine afwijkingen
  • Rood: grote afwijkingen

In die laatste twee gevallen heb je 75 werkdagen om zaken te herstellen en alsnog toegelaten te worden. Uiteindelijk besluit de Toelatende Instantie (ministerie) of je wordt toegelaten.

Gelijke, juiste beloning

Het is een belangrijke, gezamenlijke verantwoordelijkheid van uitlener en inlener om werkenden de juiste beloning te geven. De inspectie checkt dit onder andere door te kijken naar de arbeidsovereenkomst, loonstrook, urenregistratie en de jaarrekening. Tom: “Wil je worden toegelaten, dan moet je je zaken dus goed op orde hebben.”

Alexander Kist gaat uitgebreid in op de gevolgen van ‘gelijke beloning’ voor Bovib-leden. Hij legt uit dat de inlenersbeloning voortvloeit uit de Waadi. De inlenersbeloning houdt in dat een ter beschikking gestelde werknemer een vergelijkbare vergoeding krijgt als een werknemer in dienst bij de opdrachtgever met dezelfde functie en kwalificaties.

Nieuwe cao, nieuw systeem

In de cao voor uitzendkrachten staat wat die gelijke behandeling van arbeidsvoorwaarden (inlenersbeloning) inhoudt. Als deze cao bindend wordt verklaard, moeten alle uitlener zich eraan houden. 

Kist: “In 2026 komt er een einde aan de inlenersbeloning oude stijl. In de nieuwe cao voor Uitzendkrachten 2026-2028 staat dat de beloning minimaal gelijkwaardig aan het totale arbeidsvoorwaardenpakket moet zijn.”

Hieraan voldoen is ingewikkelder dan het lijkt. Kist: “Er zijn allerlei complexe termen, wat zijn bijvoorbeeld precies “essentiële arbeidsvoorwaarden”?

Brokers en intermediairs zullen een uitgebreidere uitvraag moeten doen bij opdrachtgevers. “Het inschalen van medewerkers wordt hoe dan ook complexer”, zegt Kist. “Bovendien zijn er operationele uitdagingen; de arbeidsvoorwaarden moeten uit honderden cao’s en arbeidsvoorwaardenregelingen worden gehaald. Dat vergt aanpassingen van interne processen, software en administratie. Als je hier geen ervaring mee hebt als broker of intermediair, is het verstandig om een expert in te schakelen.”

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , , , | Laat een reactie achter