Rechter oordeelt: zzp’er wilde niet in dienst, maar is dat wel degelijk Geplaatst 4 april 2025 door ZiPredactie Gaat het om een zzp’er van wie de opdracht stopt? Of is hier sprake van een ontslag van een arbeidskracht, met alle arbeidsrechtelijke consequenties van dien? Die vraag ligt voor in de rechtszaak die een zzp’er aanspant tegen zijn opdrachtgever S4M, een bedrijf in materialenbeheer. Het werk S4M verzorgt onder meer de ‘vending machines’ op het terrein van Tata Steel, waaruit persoonlijke beschermingsmiddelen kunnen worden afgenomen. Sinds 2022 werkt de zzp’er in opdracht van S4M. Het werk bestaat uit locatiebezoeken van S4M op het terrein van Tata Steel. De man haalt vuile apparatuur op, deelt schone apparatuur en beschermingsmiddelen uit en is verantwoordelijk voor onderhoud. Als het werk vastere vormen aanneemt, stelt S4M in oktober 2024 voor om er een arbeidsovereenkomst van te maken. Dat wil de man niet. In november 2024 ontstaat een discussie over het werken met materiaal dat mogelijk met Chroom-6 is besmet. Op 11 november 2024 beëindigt S4M de samenwerking per direct. Voor de rechter De zzp’er stapt daarop naar de rechter en verzoekt de overeenkomst als arbeidsovereenkomst te kwalificeren. In dat geval wordt het stopzetten van de opdracht in ontslag op staande voet; hij vraagt de rechter dat ontslag te vernietigen en S4M te veroordelen tot loondoorbetaling inclusief vakantiegeld over 2023 en 2024. Tot slot wil hij dat de pensioenregeling van S4M ook op hem van toepassing is. Volgens de zzp’er gebeurde het werk op basis van een arbeidsovereenkomst. Hij stelt dat hij op 11 november 2024 onterecht op staande voet is ontslagen. Hij heeft weliswaar geweigerd om tijdens zijn werk aan de stof Chroom-6 blootgesteld te worden. Maar dit mag je hem niet verwijten, omdat de blootstelling gezondheidsrisico’s meebrengt. De opdrachtgever stelt daartegenover dat hij de zzp’er juist in dienst wilde nemen. Maar de zzp’er weigerde, en zonder diens instemming kan je geen arbeidsovereenkomst sluiten. Hoe het werk werd verricht De rechter volgt bij de beoordeling de Deliveroo-gezichtspunten. Daaruit concludeert hij dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst. Alleen de betaling op basis van facturen (onder vermelding van een btw- en KvK-nummer) pleit voor een overeenkomst van opdracht. Maar dit gezichtspunt vindt de rechter van ondergeschikt belang. De man verrichtte al bijna twee jaar fulltime werkzaamheden die raakten aan de kernactiviteiten van S4M. Hoewel de zzp’er zich in theorie kon laten vervangen, was dat feitelijk niet aan de orde. Voor het werk was toegang tot, en kennis van het Tata Steel-terrein vereist. Hij heeft het werk dus steeds persoonlijk uitgevoerd zonder commercieel risico. Hoewel hij enige vrijheid had om zijn begin- en eindtijden te bepalen, werd van hem, net zoals van andere medewerkers, verlangd dat hij zijn vakantie en vrije dagen tijdig doorgaf. Het werk en de werkende waren volledig ingebed in de organisatie. De man was aanwezig bij diverse bedrijfsactiviteiten, bij de wekelijkse teamvergadering, maakte deel uit van een WhatsApp-groep met collega’s, droeg S4M-bedrijfskleding en reed op het Tata Steel-terrein rond met een auto met het logo van S4M. Werk kan van karakter veranderen, constateert de rechter. Hoewel de werkzaamheden begonnen als project, kreeg het gaandeweg het karakter van een vaste dienstverlening van S4M aan Tata Steel. Het werk kreeg een structurele invulling, een min of meer vast takenpakket, inclusief een steeds groter wordende instructiebehoefte vanuit S4M. Dat is ook de reden geweest voor S4M om een arbeidsovereenkomst aan te bieden. Oordeel: een arbeidsovereenkomst Maar de zzp’er heeft het aanbod afgeslagen. Is het dan wel fair om de relatie alsnog als arbeidsovereenkomst te kwalificeren? Ja, zegt de rechter. Het gaat hier namelijk om ‘dwingend recht’. Daarvan kan niet ten nadele van de werknemer worden afgeweken, ook niet als de werknemer dat zelf wil.De kantonrechter verklaart dat in ieder geval vanaf 1 oktober 2024 (de maand waarin de arbeidsovereenkomst werd aangeboden) sprake was van een arbeidsovereenkomst tussen partijen. S4M heeft de samenwerking tussen partijen op 11 november 2024 per direct beëindigd. Deze beëindiging ziet de rechter als een ontslag op staande voet. Een ontslag op staande voet is alleen geldig als daarvoor een dringende reden is. Die ontbrak, wat betekent dat de arbeidsovereenkomst voortduurt en de (inmiddels) werknemer recht heeft op loon. Het verzoek om achterstallig vakantiegeld over 2023 en 2024 wordt afgewezen, omdat pas sinds oktober sprake is van een arbeidsovereenkomst. Vanaf 1 oktober tot het ontslag op 11 november bestaat wel recht op vakantiegeld, maar dat is met de betaling van het hogere zzp-tarief reeds voldaan, oordeelt de rechter. De man krijgt vanaf 1 oktober 2024 dezelfde pensioenrechten als andere werknemers van S4M. Dat betekent dat de pensioenregeling bij Nationale Nederlanden ook op hem van toepassing is. Geen grond voor ontslag Nu er geen ontslag op staande voet is, wil de werkgever de arbeidsovereenkomst alsnog ontbinden. De vraag is of daar een grond voor is. De weigering om de werkzaamheden met Chroom-6 te hervatten, is dat volgens de rechter niet. Dat werk besloeg slechts een klein deel van het takenpakket. Van een verstoorde arbeidsverhouding is evenmin sprake. De rechter toont begrip dat het afslaan van het aanbod tot een arbeidsovereenkomst en de Chroom-6 discussie de verhouding tussen partijen hebben geschaad. Maar S4M heeft onvoldoende geprobeerd er samen uit te komen en de verhoudingen te verbeteren. Bovendien heeft S4M geen herplaatsing onderzocht. De kantonrechter concludeert dat de arbeidsovereenkomst niet zal worden ontbonden. Dit betekent dat partijen met elkaar verder moeten, tegen het loon en de arbeidsvoorwaarden zoals aangeboden in oktober 2024. Rechtbank Noord-Holland, ECLI:NL:RBNHO:2025:2943, 27 maart 2025 Lees ook: Voor de rechter: zzp-chauffeur rijdt schade en eist vervolgens loondienst op Uitspraak zaak Deliveroo: Hoge Raad laat het aan politiek om meer duidelijkheid te scheppen over schijnzelfstandigheid Bedrijfsbezoeken en boekenonderzoeken: zo bereid je je voor op controles op schijnzelfstandigheid Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags jurisprudentie, schijnzelfstandigheid, zzp'er | Laat een reactie achter
Koffie en worstenbroodjes: verdeeldheid over twee zzp-wetsvoorstellen in de Tweede Kamer Geplaatst 3 april 2025 door Claartje Vogel Het voorstel van VVD, D66, CDA en SGP voor een nieuwe zelfstandigenwet leidt tot een hoop discussie in de Tweede Kamer. De initiatiefnemers zochten donderdag tijdens het debat over zzp-beleid van de Kamercommissie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) steun bij PVV en Nieuw-Sociaal Contract (NSC), maar die reageerden aanvankelijk vooral verbaasd over het initiatief. Zowel NSC-Kamerlid Ilse Saris als PVV-Kamerlid Maikel Boon wezen VVD-Kamerlid Thierry Aartsen op afspraken in het hoofdlijnenakkoord. Daarin staat dat het kabinet doorgaat met de VBAR. “Ik schrik er van hoe makkelijk de heer Aartsen over afspraken uit het hoofdlijnenakkoord stapt”, zei Boon. De vier initiatiefnemers hebben steun van NSC of de PVV nodig voor een Kamermeerderheid. GroenLinks-PvdA leek het idee op voorhand al af te wijzen. Lees ook: VVD, D66, CDA en SGP presenteren nieuwe zelfstandigenwet. ‘Gebaseerd op België’ Aangepaste VBAR ter discussie Ondertussen werkt SZW-minister Eddy van Hijum door aan het wetsvoorstel Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties (VBAR). Vorige week liet hij weten dat hij dit voorstel zal aanpassen zodat het beter aansluit bij de recente uitspraak van de Hoge Raad in de zaak Uber. Ondernemerschap van de persoon krijgt een prominentere rol. Experts en brancheorganisaties zijn niet enthousiast over de VBAR, ook niet met aanpassingen. De Kamer is verdeeld. NSC, PVV en Groenlinks-PvdA willen door met het plan van de minister. Maar VVD, D66, CDA en SGP willen aan de slag met hun eigen voorstel. Mariska Rikkers-Oosterkamp van BBB ziet VBAR zelfs als een groter probleem dan een oplossing en vindt dat het kabinet ‘met hagel op een mug schiet’. “Ook na de aanpassing, lost VBAR nog steeds de onduidelijkheid niet op.” Wetsvoorstel VVD, D66, CDA en SGP De ochtend voor het debat kwamen VVD, D66, CDA en SGP met een aanzet voor nieuw wetsvoorstel om te bepalen wanneer iemand als zzp’er mag werken voor een zakelijke opdrachtgever. Deze wet is gebaseerd op de Belgische Arbeidsrelatiewet en bestaat uit drie toetsen: Zelfstandigentoets: Is iemand echt een zelfstandig ondernemer? Hierbij wordt er gekeken of iemand zich naar buiten toe gedraagt als zzp’er. Werkrelatietoets: zijn er belemmeringen om als zelfstandige te werken? Werkt iemand uit vrije wil als zzp’er? Hoe zit het met autonomie? Is er sprake van hiërarchische controle? Sectoraal rechtsvermoeden: speciale aandacht voor sectoren met een hoger risico op schijnzelfstandigheid. Verder wordt het verplicht voor zzp’ers om een voorziening te treffen voor pensioen en arbeidsongeschiktheid. Dat hoeft niet per se een verzekering te zijn, ook beleggingen of eigen vermogen zijn toegestaan. ‘In lijn met het regeerakkoord’ Het idee kwam van Thierry Aartsen (VVD). “In ons voorstel gaan vrijheid en duidelijkheid hand in hand met een gelijk speelveld op gebied van sociale zekerheid”, zei hij tijdens het debat. “Het plan is daarmee volledig in lijn met het regeerakkoord.” Doğukan Ergin (DENK) werd enthousiast over het voorstel, maar vroeg zich af of de VVD bereid is om vertraging op te lopen om dit voor elkaar te krijgen. “Gaat u uw wetgeving doorzetten, ook als dat betekent dat 600 miljoen of een deel daarvan terug moet naar Brussel? Of zet u dit koste wat het kost door?” Ergin wees op het Europese Herstel- en Veerkrachtplan (HVP). Daarin staat dat Nederland vóór 1 januari 2026 met maatregelen moet komen tegen schijnzelfstandigheid om aanspraak te maken op 600 miljoen euro subsidie. Koffie en worstenbroodjes Saris (NSC) was nog niet overtuigd van het idee van VVD, D66, CDA en SGP. “Maar ik sta open voor betere ideeën”, zei ze later in het debat. Aartsen nodigde haar uit voor ‘koffie en een worstenbroodje’ om er verder over te praten. Ook minister Van Hijum en staatssecretaris Tjebbe van Oostenbruggen (Fiscaliteit en Belastingdienst) namen die uitnodiging aan. “We waarderen het voorstel oprecht”, zei Van Hijum. “De staatssecretaris en ik drinken graag koffie met worstenbroodjes om hier verder over te praten. Nederland moet zich houden aan afspraken met Brussel, maar er is ruimte voor aanpassingen als die goed worden onderbouwd.” Toch blijft hij vooralsnog verder werken aan VBAR. “Ik vraag me af of deze andere aanpak sneller tot duidelijkheid leidt”, zei hij. “Dit voorstel is gebaseerd op de Belgische Arbeidsrelatiewet. Ik begrijp de charme daarvan, maar realiseer je ook dat ze ook België nog steeds worstelen met schijnzelfstandigheid. Dit laat zien hoe lastig het vraagstuk is.” Op zoek naar steun Terwijl VVD, D66, CDA en SGP nog zoeken naar steun van een meerderheid in de Tweede Kamer, moet minister Van Hijum rekening houden met de Eerste Kamer. Dat kan een probleem worden, want de vier initiatiefnemers van de zelfstandigenwet hebben daar een meerderheid samen met de VBAR-kritische BBB. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags Van Hijum, VBAR, zelfstandigenwet, zzp-beleid | 1 Reactie
‘Politiek moet kleur bekennen en arbeidsmarkt contractneutraal maken’ Geplaatst 3 april 2025 door Marion Van Happen Al jarenlang discussieert men over de inhuur van zzp’ers en blijkt de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen onuitvoerbaar. De rode draad: de verschillen tussen contractvormen en bijbehorende rechten en plichten zijn te groot. De tweedeling tussen werkenden met een arbeidsovereenkomst en andere contractvormen leidt tot ongelijkheid. Daarom is het tijd niet langer in hokjes te denken, maar het begrip ‘werkenden’ centraal te stellen, los van de contractvorm. Dit vraagt om lef en een duidelijke stip op de horizon. We hebben een stelsel nodig dat aansluit bij de veranderende arbeidsmarkt, waarin alle werkenden – die we hard nodig hebben – meer vrijheid hebben te kiezen hoe zij willen werken. Niet het contract moet leidend zijn, maar basiszekerheden voor álle werkenden. Daarom roep ik politiek Den Haag op tot een fundamenteel debat over een contractneutraal systeem, waarin solidariteit en keuzevrijheid samengaan. Deregulering als noodzakelijke stap Een herziening van het stelsel vraagt om eenvoud en minder regels. De roep hierom is niet nieuw, maar wel urgenter. Het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) bevestigde dit recent: wetten en regels zijn te complex, gedetailleerd en vaak onvoldoende onderbouwd. Toch lijkt reguleren de standaardreactie van politiek en beleidsmakers, terwijl de arbeidsmarkt eenvoud en vernieuwing nodig heeft. Meer regels zijn niet automatisch betere oplossingen. Een contractneutraal stelsel is logisch: álle werkenden dragen bij aan het sociale vangnet en zijn beschermd tegen arbeidsongeschiktheid. Dit waarborgt solidariteit en vermindert de eindeloze discussie over arbeidsrelaties. Bovendien ontlast het uitvoeringsinstanties zoals de Belastingdienst en het UWV, die de huidige plannen als onuitvoerbaar bestempelen . Politiek leiderschap vereist De vraag is niet óf hervorming nodig is, maar of de politiek bereid is die stap te zetten. De arbeidsmarkt verandert razendsnel. Contractneutraliteit is de sleutel tot een eerlijker systeem waarin keuzevrijheid, flexibiliteit en solidariteit samengaan. De feiten en rapporten liggen er. Nu is het tijd voor politieke daadkracht. Geplaatst in ZP en Politiek | Laat een reactie achter
VVD, D66, CDA en SGP presenteren nieuwe zelfstandigenwet. ‘Gebaseerd op België’ Geplaatst 3 april 2025 door Claartje Vogel Politieke partijen VVD, D66, CDA en SGP presenteren een nieuw wetsvoorstel om te bepalen wanneer iemand als zzp’er mag werken voor een zakelijke opdrachtgever. Deze wet is gebaseerd op de Belgische Arbeidsrelatiewet. De nieuwe wet bestaat uit drie toetsen: 1Zelfstandigentoets: Is iemand echt een zelfstandige? Hierbij wordt er gekeken of iemand zich naar buiten toe gedraagt als zelfstandige: heeft iemand meerdere opdrachten? Investeert iemand in eigen bedrijfsmiddelen? Hiermee wordt de positie van een zelfstandige wettelijk erkend, afgebakend en verankerd, benadrukken de initiatiefnemers. 2Werkrelatietoets: zijn er belemmeringen om als zelfstandige te werken? Werkt iemand uit vrije wil als zelfstandige? Heeft iemand een grote mate van vrijheid over de uitvoering van het werk en vrijheid van werktijd of verlof? En is er sprake van hiërarchische controle? 3Sectoraal rechtsvermoeden: sommigen sectoren hebben een hoger risico op schijnzelfstandigheid. Denk bijvoorbeeld aan het tegengaan van arbeidsmigranten die werken in constructies als zzp’ers. Daarnaast komt er een aparte commissie die kan helpen om het toetsingskader te beoordelen. Verder wordt het verplicht voor zzp’ers om een voorziening te treffen voor pensioen en arbeidsongeschiktheid. Dat hoeft niet per se een verzekering te zijn, ook ‘substantieel’ eigen vermogen of beleggingen zijn toegestaan. Download hier de hele concept Memorie van toelichting van het voorstel (een wetstekst is er nog niet). Het verschil tussen Nederland en België: Sociale zekerheid Eerder vertelde Thierry Aartsen (VVD) dat hij inspiratie opdeed in België voor deze nieuwe initiatiefwet. Hij was zeer gecharmeerd van de manier waarop onze Zuiderburen onderscheid maken tussen arbeidsrelaties. Wat het lastig maakte om het Belgische systeem toe te passen in Nederland, is het grote verschil in onze sociale zekerheidsstelsels. Belgische zelfstandig ondernemers vallen onder het zogenaamde ‘sociaal statuut der zelfstandigen’. Zij betalen premies en krijgen in ruil daarvoor sociale bescherming, zoals pensioen, zorgverzekering en een arbeidsongeschiktheidsverzekering. In Nederland moeten zzp’ers deze zaken zelf regelen. Eigen verantwoordelijkheid Hoe willen de partijen dit oplossen? “We verwachten dat zzp’ers een voorziening treffen voor inkomensverlies bij arbeidsongeschiktheid en pensionering”, zegt Aartsen. “Dat stellen we echt als voorwaarde. Maar hoe ze dat regelen, dat mogen zzp’ers zelf bepalen. We geven zelfstandigen eigen verantwoordelijkheid en keuzevrijheid.” Mede-initiatiefnemer Inge van Dijk (CDA): “Meer ruimte voor zelfstandige werkenden gaat gepaard met een grotere verantwoordelijkheid. Het is niet mogelijk om het een te regelen zonder het ander. Als je zorgt voor een gelijker speelveld tussen werknemers en zzp’ers, weet je zeker dat de zzp’er echt kiest voor autonomie en vrijheid.” Erkenning en bescherming Aartsen benadrukt dat zelfstandigen behoefte hebben aan autonomie. “Zij willen zelf bepalen hoe zij hun werkende leven inrichten. Met deze wet geven we zzp’ers de erkenning die ze verdienen, een duidelijk wettelijk kader en goede sociale bescherming.” Volgens de partijen gaan vrijheid om te werken als zelfstandige, rechtszekerheid voor opdrachtgevers en betere sociale bescherming hand in hand in dit wetsvoorstel. Van Dijk: “Met dit wetsvoorstel brengen we een duidelijkere positie voor zelfstandigen op de arbeidsmarkt in balans met de meerderheid van de mensen die bij een bedrijf in dienst willen werken. Dat is hoognodig om schijnzelfstandigheid tegen te gaan en de jarenlange onduidelijkheid rondom de positie van zelfstandigen weg te nemen.” Onrust in de markt Eind vorig jaar ontstond veel onrust rondom werken met zelfstandigen. De Belastingdienst is volop aan het handhaven op schijnzelfstandigheid zonder dat er nieuwe wetgeving is en dat maakt opdrachtgevers huiverig. Uit de marktcijfers blijkt dat het aantal opdrachten voor zzp’ers fors afneemt. Het aantal opdrachten voor zzp’ers en gedetacheerden is in februari 2025 gezakt tot het laagste niveau sinds de metingen in 2022 begonnen. “Het is de hoogste tijd voor duidelijkheid”, zegt mede-initiatiefnemer André Flach (SGP): “Het is nu één groot grijs gebied. Wie is zzp’er en wie schijnzelfstandige? Zzp’ers lopen hierdoor zelfs opdrachten mis, terwijl zelfstandig ondernemers juist ruimte verdienen. Ons voorstel is een grote stap voorwaarts.” Aanpassing van VBAR voldoet niet Vorige week maakte minister Eddy van Hijum bekend dat hij het huidige wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (VBAR) wil aanpassen. Waarom dan nu een eigen, alternatieve wet? “Het probleem is dat er in de basis van deze wet nog altijd wordt gekeken naar het begrip ‘inbedding van werkzaamheden’. Dat levert in de praktijk de meeste onduidelijkheid en onzekerheid op”, legt Aartsen uit. “Ook na de aanpassing zijn zzp-organisaties en arbeidsjuristen nog erg kritisch. Daarom komen we nu zelf met een wetsvoorstel wat meer uitgaat van de zelfstandige zelf. Die krijgt meer ruimte om te werken als zzp’er.” Lees ook: ABU, Bovib, NBBU, RIM en VvDN hebben geen vertrouwen in aanpassing nieuwe zzp-wet: ‘Na het Uber-arrest is wet VBAR overbodig’ Brede samenwerking “We zijn geen dag te vroeg”, zegt mede-initiatiefnemer Hans Vijlbrief (D66). “De onduidelijkheid voor zzp’ers sleept nu al tien jaar voort. Dat we dit met een brede samenwerking doen, onderstreept het belang om orde op zaken te stellen.” Het wetsvoorstel gaat nu in zogenaamde ‘pre-consultatie’. De initiatiefnemers publiceren de concept-memorie van toelichting en willen bij de verdere uitwerking zoveel mogelijk inbreng vanuit het werkveld verwerken. Daarna willen zij de wet aanbieden aan de Raad van State en vervolgens aan het Parlement. De timing van de publicatie van dit voorstel is geen toeval: vanmiddag vergadert de Tweede Kamer over zzp-beleid. Op ZiPconomy doen we uiteraard verslag van dit debat. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags zelfstandigenwet | 6s Reacties
ZiPconomy onderzoek: flink minder inhuur, helft organisaties vindt informatie handhaving nog onduidelijk. Geplaatst 3 april 2025 door ZiPredactie Meer dan de helft van de bedrijven en organisaties verwacht in 2025 minder zzp’ers in te huren dan het afgelopen jaar. Eén op de drie denkt minder gebruik te gaan maken van interim-managementdiensten. 42% verwacht juist meer gebruik te maken van detachering. Dat blijkt uit een onderzoek van ZiPconomy onder bedrijven en organisaties met een minimum inhuurvolume van 5 miljoen euro per jaar. Motieven voor meer of minder inhuur Voor 71% van de respondenten is de aangescherpte handhaving op schijnzelfstandigheid een aanleiding om minder zzp’ers in te huren. Vier op de tien organisaties zien een hogere instroom op vaste functies, waardoor externe inhuur minder nodig is. Schaarste aan goed personeel is voor 86% van de respondenten juist een reden om méér extern personeel in te huren. In 2022 was dat nog 79%. Andere redenen zijn de behoefte aan wendbaarheid in deze onzekere tijden (35%), veranderingen in de afzetmarkt (27%) en de vergrijzing (27%). Aanpassingen naar aanleiding van handhaving Iets meer dan de helft van de organisaties zegt geheel of grotendeels te voldoen aan de wet- en regelgeving rond schijnzelfstandigheid. 29% geeft aan daar nog niet zo ver in te zijn. 28% van de ondervraagde organisaties vindt de overheidsinformatie hierover helemaal helder. 37% is het daar niet mee eens, en nog eens 14% is het daar ‘helemaal mee oneens’. Samen dus meer dan de helft. Daarbij nog aangetekend dat de respondenten komen uit organisaties die structureel en voor meer dan vijf miljoen per jaar extern personeel inhuurt. Van hen mag enige basiskennis omtrent wet- en regelgeving verwacht worden. 51% geeft aan de manier waarop met zelfstandigen wordt gewerkt, te hebben aangepast om te voldoen aan de wet- en regelgeving. 28% ziet geen aanleiding om het beleid rond de inhuur van zzp’ers te veranderen. 37% zegt voor flexibel personeel te zijn geswitcht van zzp naar uitzenden of detacheren. Zes op de tien bedrijven en organisaties hebben zzp’ers een vaste baan aangeboden. 31% van de respondenten is het eens met de stelling: “Zzp’ers zijn met het juiste verhaal bereid om bij ons in loondienst te komen.” In eerder onderzoek van AWVN liet 67% van de werkgevers juist weten dat ze merken dat zzp’ers níet bereid zijn in hen loondienst te treden. Op de stelling “Het werken als zzp’er en het werken met zzp’ers past bij de wensen van veel werkenden anno 2024/2025. De mogelijkheden daarvan inperken via wetgeving is onverstandig” gaf 58% aan het daar (helemaal) mee eens te zijn. 20% is het daarmee oneens. De vragenlijst is door ZiPconomy uitgezet onder HR en Inkoop professionals en -managers verantwoordelijk voor het inhuren van extern personeel. Bovenstaande uitkomsten zijn afkomstig van een kleine 100 respondenten, daarbij is alleen gekeken naar organisaties met een groter inhuurvolume van 5 miljoen per jaar. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags handhaving, marktupdate | Laat een reactie achter
ABU, Bovib, NBBU, RIM en VvDN hebben geen vertrouwen in aanpassing nieuwe zzp-wet: ‘Na het Uber-arrest is wet VBAR overbodig’ Geplaatst 2 april 2025 door ZiPredactie “De manier waarop minister Eddy van Hijum (Sociale Zaken) de zzp-wet wil aanpassen, leidt niet tot verbetering”, zegt Stef Witteveen, bestuurslid van de VvDN. “Door de aanpassing zou de wet beter moeten aansluiten bij een recente uitspraak van de Hoge Raad in de Uber-zaak, maar er moet veel meer gebeuren om dat voor elkaar te krijgen. Voer zo snel mogelijk het rechtsvermoeden van werknemerschap onder een bepaald uurtarief in, laat de nieuwe criteria achterwege.” Witteveen spreekt namens de coalitie van brancheverenigingen ABU, Bovib, NBBU, RIM en VvDN. Zij behartigen samen de belangen van uitzenders, detacheerders en andere intermediaire dienstverleners. Zij maken zich zorgen over het huidige zzp-beleid en de ontwikkelingen rondom het wetsvoorstel Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden (VBAR). Daarom stuurde de coalitie een position paper met feedback en verbeterpunten aan Tweede Kamerleden en beleidsmedewerkers. Nieuwe criteria inmiddels overbodig Er zijn twee directe aanleidingen: het zzp-debat in de Tweede Kamer aanstaande donderdag en de Kamerbrief van minister Van Hijum vorige week. Daarin beschrijft de SZW-minister hoe hij het wetsvoorstel wil aanpassen. Vele deskundigen vinden dat de ‘beoordeling arbeidsrelatie’ (het eerste deel) eigenlijk best al helder is en geen wettelijke verduidelijking nodig heeft. Zeker na de recente Uber-uitspraak. “Met het Uber-arrest heeft de rechter alle inhoudelijke onduidelijkheid over werken met zzp’ers weggenomen”, zegt Alexander Kist (VvDN). “De nieuwe criteria van de wet VBAR zijn dus eigenlijk overbodig.” “Het doel van verduidelijking wordt niet gehaald”, zegt Margreet Drijvers (ABU). “De jurisprudentie geeft al voldoende kaders om tot een juiste kwalificatie van de arbeidsrelatie te komen. Codificering ervan in deze wet voegt daar niets aan toe en leidt ook niet tot meer rechtszekerheid. Een radicale aanpassing van het arbeidsrecht is dan ook een flinke inbreuk op het proportionaliteitsbeginsel. Dat lijkt ons niet de bedoeling.” Lees ook: Gewijzigde VBAR leidt nog steeds tot verschuiving beoordeling arbeidsrelatie Knip VBAR in tweeën “De wettekst moet echt grondig aangepast worden om aan te sluiten bij jurisprudentie”, benadrukt Bart Smals, directeur van Bovib. “Het is veel makkelijker en effectiever om het wetsvoorstel op te knippen. De VBAR bestaat namelijk uit twee delen: een toetsingskader met criteria en een rechtsvermoeden van werknemerschap onder een bepaald uurtarief. Wij adviseren: laat die criteria voor wat ze zijn, voer zo snel mogelijk dat rechtsvermoeden in.” De coalitieleden zijn het eens dat het rechtsvermoeden de positie van de kwetsbare werkenden aan de basis van de arbeidsmarkt verbetert. “Het uurtarief hangt tenslotte samen met de onderhandelingspositie en benodigde bescherming van zzp’ers”, zegt Désirée Simons van de RIM. Ze verwijst naar een recent rapport van SEO Economisch Onderzoek dat aantoont dat zzp’ers met lage uurtarieven vaker indicaties van werknemerschap vertonen. Simons: “Voer dit deel van het wetsvoorstel daarom snel in.” De suggestie om de wet VBAR op te knippen is al vaker besproken in de politiek. Er is weinig weerstand tegen dit deel van de wet. Sociaal stelsel voor alle contractvormen Tot slot adviseren ze het kabinet te werken aan een fiscaal-sociaal stelsel voor alle contractvormen. “Geef iedereen zekerheden, bescherming en verplichtingen, ongeacht of je werkt als zzp’er, werknemer of uitzendkracht”, zegt Jurgen Warmerdam (NBBU). “Dat is de oplossing om de arbeidsmarkt toekomstbestendig te maken en het sociale stelsel te waarborgen. Dit verlaagt de druk op de juiste kwalificatie van de arbeidsrelatie, zorgt voor bescherming van kwetsbare werkenden en geeft werkenden meer keuzevrijheid.” De coalitie denkt daar graag over mee. Simons: “Het is tijd voor regelgeving die de arbeidsmarkt echt vooruit helpt.” Lees ook: Hoe nu verder met VBAR? RIM, Bovib, NBBU, ABU en VvDN komen met oplossingen Staatssecretaris Van Oostenbruggen over handhaving schijnzelfstandigheid: “Wij zijn niet tegen zzp’ers, maar voor naleven van de loonbelastingwetgeving” Geplaatst in ZP en Politiek | Tags ABU, bovib, branceverenigingen, coalitie, NBBU, RIM, VBAR, VVDN, zzp-debat | 2s Reacties