ZiPtalk: ‘Arbeidspotentieel van GenZ is onderbenut’ Geplaatst 6 februari 2025 door ZiPredactie Generatie Z (geboren tussen 1995 en 2010) neemt een steeds prominentere plaats in op de arbeidsmarkt. Ze vormen bijna een derde van de beroepsbevolking en hun aandeel groeit. Toch worstelen veel organisaties met het aantrekken, behouden en optimaal inzetten van dit jonge talent. In een recente aflevering van ZiPtalk besprak Narada Bouwland met Nicky Blom, directeur van SUSA, hoe werkgevers het potentieel van Gen Z beter kunnen inzetten. Wat maakt Gen Z bijzonder? Gen Z is opgegroeid in een bijzondere tijd. Onder hen bevindt zich de pechgeneratie, waarbij de basisbeurs een lening was, en de thuisonderwijsgeneratie, ontstaan tijdens de coronapandemie. Daarnaast is het de generatie die op de achterbank YouTube-filmpjes keek op moeders smartphone en nu relatief weinig kansen heeft op de huizenmarkt. Wat betekent dit alles voor hun eisen en wensen aan een werkgever? Flexibiliteit is de norm: Deze generatie wil werken op een manier die past bij hun levensstijl: remote, hybride of projectmatig. Uit het Deloitte Global 2024 Gen Z and Millennial Survey blijkt dat 25% van de Nederlandse Gen Z’ers een goede werk-privébalans als prioriteit ziet bij het kiezen van een werkgever. Stappen maken: Uit hetzelfde onderzoek blijkt dat meer dan 70% van Gen Z actief op zoek is naar groeimogelijkheden binnen hun organisatie. Werk is voor Gen Z niet alleen een bron van inkomen, maar moet ook bijdragen aan hun persoonlijke groei. Kritisch en waardengedreven: Daarnaast moet werk een positieve maatschappelijke impact hebben. Blom: “Transparantie over de kijk van de organisatie op maatschappelijke kwesties is voor deze doelgroep al heel waardevol in een potentiële werkgever.” Werken met Gen Z-studenten Ontdek hoe je de nieuwste generatie studenten optimaal inzet binnen jouw organisatie. In het whitepaper Werken met Gen Z-studenten van SUSA lees je wat hen motiveert, welke voordelen ze bieden en hoe je hen effectief bindt. Whitepaper: Werken met Gen Z studenten Kansen voor werkgevers: het onbenutte potentieel Ondanks de hoge arbeidsparticipatie blijft er veel onbenut potentieel. Zo heeft een significant deel van de studenten een bijbaan die niet aansluit bij hun studie of toekomstige carrière, bijvoorbeeld in de horeca. Nicky Blom stelt: “De war for talent begint pas op het moment dat iemand is afgestudeerd, maar waarom zou je wachten? Je kunt studenten al tijdens hun studie aan je organisatie binden.” Wanneer organisaties hier succesvol in zijn, kunnen ze hun arbeidspotentieel verhogen en diversifiëren. Gen Z is bijvoorbeeld vloeiend in ‘digi-taal’. Ze zijn opgegroeid in een digitale wereld en kennen geen tijd zonder internet, wat hen bij uitstek geschikt maakt voor rollen die technologische vaardigheden en innovativiteit vereisen. Blom: “Offline en online lopen voor deze generatie volledig in elkaar over en daarin zijn ze uniek.” Gen Z in de Zorg De zorgsector staat voor grote uitdagingen, en Gen Z-studenten kunnen deel van de oplossing zijn. In het whitepaper Gen Z in de zorg ontdek je hoe je deze maatschappelijk betrokken en flexibele generatie aantrekt, behoudt en optimaal inzet binnen jouw organisatie. Download nu en bereid je zorginstelling voor op de toekomst. Whitepaper: Gen Z in de zorg Overbruggen van de generatiekloof: ‘jobcarving’ Om het potentieel van Gen Z verder te benutten, is jobcarving een kansrijke strategie. Dit betekent dat taken en functies binnen de organisatie verder worden opgesplitst en toegewezen aan bijvoorbeeld studenten. Zo bind je jong talent vroegtijdig aan je organisatie, terwijl je tegelijkertijd de werkdruk binnen een afdeling verlaagt. Blom adviseert: “Kijk eens kritisch naar je functieprofielen: welke taken kunnen prima door studenten worden opgepakt? Zo benut je hun talent en geef je ze een opstap naar een carrière binnen je organisatie.” Wanneer Gen Z-medewerkers daarbij ook nog de autonomie hebben om remote of hybride te werken en hun tijd zelf mogen indelen, ontstaat een onweerstaanbare propositie. Blom sluit af met nog twee aanbevelingen: Werkgevers die investeren in coaching, mentorship, trainingen en duidelijke carrièrepaden, zijn succesvoller in het langdurig binden van jong talent. Organisaties die actief invulling geven aan hun maatschappelijke bijdrage en hier transparant over zijn, hebben een grote aantrekkingskracht op deze generatie. Beluister de podcast op Spotify of bekijk hem op YouTube: Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags arbeidsmarkt, Gen Z, personeelstekort, SUSA, Zorg | Laat een reactie achter
Zzp’ers optimistisch over toekomst, maar kritisch op negatieve beeldvorming in media Geplaatst 5 februari 2025 door ZiPredactie Zorgen over de Wet DBA: genuanceerd per sector De Wet DBA heeft als doel om schijnzelfstandigheid tegen te gaan en verplicht zzp’ers en opdrachtgevers om aan te tonen dat er geen sprake is van een verkapt dienstverband. Dit maakt zzp’ers kwetsbaarder in sectoren waar langdurige opdrachten en afhankelijkheid van één opdrachtgever vaker voorkomen. Hoewel de meeste zzp’ers aangeven zich geen zorgen te maken over deze wet, geldt dat niet voor iedereen. Drie op de tien zzp’ers maken zich wél zorgen, vooral in sectoren zoals ICT, overheid en zorg. De impact is veel kleiner in sectoren waar zzp’ers vooral met particulieren werken, omdat dit minder snel als een dienstverband wordt gezien. “De verschillen zijn goed te verklaren,” zegt Oskar Barendse, financieel expert bij Knab. “In sectoren zoals de zorg en overheid is het vanwege de aard van het werk soms lastig om volledig zelfstandig te opereren. Dit komt doordat zzp’ers vaak onderdeel uitmaken van een groter team of structuur, waardoor de scheidslijn tussen zelfstandigheid en dienstverband minder duidelijk kan zijn.” “In sectoren zoals ICT zijn langdurige opdrachten inherent aan het werk, wat soms kan leiden tot meer vragen over de aard van de samenwerking. In sectoren met meer projectmatig werk of kortere opdrachten, zoals in de de bouw en techniek & engineering-sector, spelen deze zorgen veel minder.” Lees ook: VVD, BBB en D66 stellen Kamervragen over handhaving op schijnzelfstandigheid: ‘Hoop dat het gaat om een misverstand’ Zorgen verschillen per type opdrachtgever De zorgen over de Wet DBA verschillen niet alleen per sector, maar ook per type opdrachtgever. Zzp’ers die werken voor consumenten (B2C) maken zich minder zorgen dan zzp’ers met opdrachten van bedrijven, overheid of publieke instellingen. Bij opdrachten voor particulieren zien de zorgen minder aanleiding omdat de Belastingdienst deze relatie niet snel als dienstverband beoordeelt. Hoe zorgen samengaan met optimisme Uit bovenstaande cijfers blijkt dat dat zorgen niet ten koste hoeven te gaan van vertrouwen in de toekomst. Barendse legt uit dat dit komt doordat ondernemers gewend zijn om risico’s om te zetten in concrete acties. “Zzp’ers gaan in gesprek met opdrachtgevers, maken duidelijke afspraken en optimaliseren hun administratie. Zo beperken ze niet alleen onzekerheden, maar tonen ze ook hun professionaliteit.” Uit het onderzoek blijkt dat zzp’ers maatregelen treffen om zorgen bij zichzelf en opdrachtgevers weg te nemen door: Het opstellen van duidelijke contracten waarin zelfstandigheid wordt benadrukt (70 procent). Zichzelf (nog) beter informeren over de Wet DBA (48 procent). Administratie optimaliseren om beter voorbereid te zijn op eventuele controles (42 procent). Zorgen en optimisme gekoppeld aan winstniveau en declarabele uren Ook het inkomen speelt een belangrijke rol in hoe zzp’ers de Wet DBA ervaren. Zzp’ers met hogere winsten maken zich vaker zorgen: 35% van de zzp’ers met een winst boven de € 100.000 maakt zich zorgen, terwijl dat percentage afloopt naar 23% van de zzp’ers met een winst onder €20.000. Tegelijkertijd neemt het optimisme over de toekomst van het eigen bedrijf toe naarmate de winst hoger is. Declarabele uren en zorgen over de Wet DBA Ook het aantal declarabele uren speelt een rol. Zzp’ers die meer dan 32 uur per week declareren, maken zich vaker zorgen over de Wet DBA: 37 procent van deze groep noemt de wet een punt van aandacht, tegenover slechts 19 procent van de zzp’ers die minder dan 16 uur declareren. Het optimisme blijft in alle groepen hoog, variërend van 82 procent tot 89 procent. Lees ook: ‘Politiek, de tijd dringt: erken de waarde van zzp’ers’ Barendse verklaart: “Zzp’ers met hogere winsten en meer declarabele uren zijn vaak volledig afhankelijk van hun ondernemerschap. Dat brengt risico’s met zich mee, maar ook vertrouwen in groei en professionalisering.” Financiële verwachtingen voor 2025 Ondanks zorgen bij sommige zzp’ers over de Wet DBA blijven zzp’ers opvallend positief over hun financiële toekomst. In 2024 realiseerden zij gemiddeld een winst van € 59.000. Voor 2025 verwacht 39 procent betere of veel betere financiële resultaten, terwijl slechts 10% een terugval voorziet. De verschillen in gerealiseerde winst in 2024 tussen de sectoren zijn groot, met cijfers variërend van € 28.500 tot € 89.200. Vooral in sectoren waar de huidige winsten relatief laag zijn, is de verwachting voor 2025 optimistischer. Deze cijfers onderstrepen hoe gevarieerd het zzp-landschap is. Kritiek op negatieve media-beeldvorming Zzp’ers in het onderzoek zijn kritisch over de manier waarop veel media momenteel berichten over de toekomst van zelfstandig ondernemerschap als gevolg van de Wet DBA. Maar liefst zes op de tien vinden de berichtgeving (veel) te negatief. Lees ook: Comité ZZP overhandigt hun petitie aan de Tweede Kamer De kritiek richt zich vooral op de eenzijdige focus op risicosectoren, zoals zorg en kinderopvang, en zzp’ers in kwetsbare schijnconstructies. Een groot deel van de zzp’ers vindt dat ze in de media onterecht over één kam worden geschoren, terwijl de verschillen tussen vakgebieden levensgroot zijn. Barendse noemt deze beeldvorming potentieel schadelijk. “De overgrote meerderheid van de zzp’ers in Nederland heeft bewust voor het ondernemerschap gekozen, werkt zelfstandig en voegt veel waarde toe aan onze economie. Zeven op de tien zzp’ers maken zich dan ook geen zorgen over de Wet DBA. Toch lijkt het in de huidige berichtgeving soms alsof het einde van alle zzp’ers nabij is. Dat heeft mogelijk een zelfversterkend effect, waardoor opdrachtgevers onnodig terughoudend worden.” Optimisme overheerst Ondanks zorgen over de Wet DBA en negatieve media-beeldvorming zien zzp’ers hun toekomst zonnig tegemoet. Hun pragmatische aanpak, proactieve maatregelen en focus op groei onderstrepen hun veerkracht. “Zelfstandig ondernemerschap draait om kansen benutten,” concludeert Barendse. “Zzp’ers laten zien dat ze flexibel, veerkrachtig en toekomstgericht blijven. Dat verdient alle waardering.” Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags knab, onderzoek, zzp | 2s Reacties
8 misverstanden over de handhaving op schijnzelfstandigheid Geplaatst 5 februari 2025 door ZiPredactie Op 1 januari 2025 is de handhavingspauze op schijnzelfstandigheid gestopt en daar bestaat een hoop verwarring over. Volgens intermediaire dienstverleners maken ondernemers zich veel te vaak onterecht zorgen. Daarom maakten brancheverenigingen Bovib, Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU), Nederlandse Bond voor Bemiddelings- en. Uitzendbureaus (NBBU), Raad voor Interim Management (RIM) en Vereniging van Detacheerders Nederland (VvDN) samen een document waarin ze de acht meest gehoorde misvattingen weerleggen. Advocaat Joost van Ladesteijn (Vertex Legal BV) publiceerde onlangs een reeks onterechte aannames over de handhaving op schijnzelfstandigheid. Zijn lijst was een inspiratiebron voor dit overzicht. 8 misverstanden Hieronder staan de meest gehoorde misvattingen. In het document van de coalitie vind je uitgebreidere uitleg. Download het hier. 1. Per 1 januari gaat de Belastingdienst weer handhaven op basis van de wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) Dit klopt niet, want ook in voorgaande jaren werd er al gehandhaafd. In afwachting van nieuwe, duidelijkere regels rondom werken met zzp’ers werd handhaving op schijnzelfstandigheid in 2016 opgeschort. Tijdens dit handhavingsmoratorium vonden wel controles plaats, maar zonder naheffing en boetes. Opdrachtgevers die ten onrechte zzp’ers inhuurden, kregen ‘een aanwijzing’ om de werkwijze aan te passen. Pas als een opdrachtgever deze aanwijzing niet opvolgde, was er sprake van ‘kwaadwillendheid’ en kon hij een boete krijgen. Vanaf 1 januari 2025 kan de Belastingdienst weer direct naheffingsaanslagen loonheffing en correctieverplichtingen voor de sociale premies opleggen, zonder aanwijzing of waarschuwing vooraf. De Belastingdienst controleert mede op basis van bestaande rechterlijke uitspraken. De belangrijkste uitspraak komt van de Hoge Raad in de zaak van de maaltijdbezorgers van platform Deliveroo. De Hoge Raad gaf daarbij een (niet-uitputtende) lijst criteria om te bepalen of werk uitgevoerd kan worden ‘buiten dienstbetrekking’. Deze criteria gelden voor alle vormen van inhuur van zelfstandigen. 2. Per 1 januari gaat de Belastingdienst handhaven op basis van de wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden (VBAR) Dit klopt niet, want VBAR is nog maar een concept wetsvoorstel. Het wetsvoorstel VBAR is een voorstel van Karien van Gennip, de vorige minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Er zijn nog veel vragen en politieke partijen hebben eerder stevige kritiek geuit op het concept. Het voorstel is nog niet ingediend bij de Tweede Kamer en in maart 2025 zal er waarschijnlijk een stevig debat gevoerd worden over dit wetsvoorstel. 3. Organisatorische inbedding van het werk is een doorslaggevend criterium bij de vraag of iemand als zzp’er mag werken Dit klopt niet, want volgens de Hoge Raad moet je ‘holistisch’ naar de situatie kijken. Anders gezegd: alle omstandigheden wegen mee. Uit het Deliveroo-arrest blijkt dat onder meer de volgende criteria van belang zijn: Aard en duur van de werkzaamheden. De wijze waarop de werkzaamheden en werktijden worden bepaald. Inbedding van het werk en de persoon in de organisatie en bedrijfsvoering van de opdrachtgever. Het al dan niet bestaan van de verplichting om het werk persoonlijk uit te voeren. De manier waarop de contractuele relatie tussen partijen is vormgegeven. De wijze van beloning en de hoogte van de beloning. Loopt de uitvoerder commercieel risico. Gedraagt de uitvoerder zich als ondernemer, bijvoorbeeld door te werken aan reputatie en acquisitie? Is de uitvoerder fiscaal gezien ondernemer, hoeveel opdrachtgevers heeft hij en hoe lang is de duur van de opdrachten? 4. Er geldt een beperkt aantal gezichtspunten om te beoordelen of er een arbeidsovereenkomst bestaat Dit klopt niet, want in een holistische benadering doen alle omstandigheden van de individuele situatie ertoe. Zie misverstand 3. 5. Ondernemerschap van de persoon is irrelevant of van ondergeschikt belang bij de beoordeling van arbeidsrelaties Dit klopt niet, want in een holistische benadering doen alle criteria ertoe. Zie misverstand 3. Deze misvatting is waarschijnlijk ontstaan door het nieuws rondom het conceptwetsvoorstel VBAR. Daarin wordt ondernemerschap van de persoon als ondergeschikt beschouwd. Criteria die specifiek te maken hebben met de opdracht, zijn volgens VBAR het belangrijkst. Pas als er nog steeds twijfel bestaat over de arbeidsrelatie, weegt ondernemerschap van de persoon mee. Maar vooralsnog is VBAR slechts een wetsvoorstel, dus hier zal de Belastingdienst niet op handhaven. 6. Er bestaan 100% compliant zzp-contracten Dit klopt niet, want of een samenwerking voldoet aan de wet hangt uiteindelijk af van de uitvoering en de feitelijke omstandigheden. Uiteindelijk kijkt een inspecteur naar hoe opdrachtgever en opdrachtnemer in de praktijk samenwerken. Wat er op papier staat, is van ondergeschikt belang. Bepaalde partijen beloven zogenaamde ‘Wet DBA-proof’-overeenkomsten, maar zulke contracten zijn onmogelijk. Hiervoor betalen is weggegooid geld. Een door de Belastingdienst goedgekeurde modelovereenkomst geeft wel wat houvast om te voldoen aan wet- en regelgeving, maar het is nooit een garantie. De modelovereenkomsten van onder andere Bovib, ABU, NBBU en RIM zijn verlengd en geldig tot in elk geval eind 2029. 7. De meeste zzp’ers zijn uit noodzaak zzp’er Dit klopt niet, veruit de meeste zelfstandig ondernemers kiezen bewust voor deze manier van werken. Uit cijfers van CBS en TNO (2023) blijkt dat slechts 10% van de zzp’ers liever in loondienst zou werken. Het percentage zzp’ers dat min of meer gedwongen voor zichzelf begon daalt bovendien, blijkt uit een recent onderzoek van onafhankelijk onderzoeksbureau SEOR op verzoek van de NBBU. De motieven om als zzp’er aan de slag te gaan zijn veel vaker positief dan negatief. Het aantal bewuste, hoogopgeleide zzp’ers die hun eigen arbeid verkopen, groeit zelfs. Dat blijkt uit analyse van Sjanne Marie van den Groenendaal in het rapport ‘De zzp’er bestaat wél’. Wie de zzp’er indeelt naar startmotieven, ziet dat de groep ‘gedwongen zzp’ers’ steeds kleiner wordt. 8. Zzp’ers scoren slecht op brede welvaart Dit klopt niet, vrijwillige zelfstandig ondernemers ervaren juist een hogere brede welvaart dan mensen in loondienst. Uit recent onderzoek van Rabobank blijkt dat zzp’ers die uit vrije wil zzp’er zijn geworden, relatief veel brede welvaart hebben. Zij scoren 5,2 procent hoger dan mensen in loondienst. Mensen die uit noodzaak zzp’er zijn geworden, scoren een 8,6 procent lagere brede welvaart dan mensen in loondienst. Maar in punt 7 zagen we al dat dit slechts een heel klein deel is van het geheel. Bovendien krimpt deze groep. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags #zzpdebat, ABU, bovib, handhavingsmoratorium, NBBU, RIM, VVDN | 13s Reacties
VVD, BBB en D66 stellen Kamervragen over handhaving op schijnzelfstandigheid: ‘Hoop dat het gaat om een misverstand’ Geplaatst 4 februari 2025 door Claartje Vogel Tweede Kamerlid Thierry Aartsen (VVD) krijgt steeds vaker klachten van ondernemers dat de Belastingdienst niet handhaaft op schijnzelfstandigheid zoals afgesproken. Terwijl inspecteurs eerst een waarschuwing horen te geven, gaan ze nu vaak meteen al over tot een boekenonderzoek. Daarom stelt Aartsen samen met Mariska Rikkers-Oosterkamp (BBB) en Hans Vijlbrief (D66) Kamervragen. “Ik hoop dat het gaat om een misverstand”, schrijft het VVD-Kamerlid op Linkedin. Hij benadrukt dat er in de handhavingsstrategie is afgesproken dat ondernemers eerst een waarschuwing moeten krijgen als de Belastingdienst schijnzelfstandigheid vermoedt. Zachte landing Op 1 januari verviel het zogenaamde handhavingsmoratorium op schijnzelfstandigheid. De Belastingdienst gaat dus weer volop aan de slag met controles op opdrachtgevers die zelfstandigen inhuren, terwijl er volgens het arbeidsrecht sprake is van een dienstverband. Omdat de zzp-regels nog steeds onduidelijk zijn, zou de fiscus beginnen met ‘een zachte landing’. “Organisaties moeten de kans krijgen om fouten te herstellen voordat we zwaar geschut inzetten”, zei staatssecretaris Tjebbe van Oostenbruggen (Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane) eind december in een interview met ZiPconomy. Signalen via LinkedIn De VVD, BBB en D66 horen van ondernemers dat de Belastingdienst zich niet houdt aan deze toezegging van het kabinet. Zij vragen Van Oostenbruggen en Eddy van Hijum (minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid) om uit te zoeken hoe dat zit. “Let wel: het gaat hier nog slechts om signalen die ik, via jullie berichten via LinkedIn, heb gekregen”, schrijft Aartsen. “Als volksvertegenwoordiger is het mijn taak om het kabinet te controleren, vandaar de vragen die ik stel.” De Kamerleden vragen ook hoeveel brieven, gesprekken, waarschuwingen en boekenonderzoeken er sinds 1 januari zijn geweest. Verder zijn ze benieuwd naar de voorwaarden voor een boekenonderzoek. Ze verzoeken de ministers de vragen voor het commissiedebat over zzp-beleid van 12 maart te beantwoorden. Lees ook: Handhaving en 2025: stilte na de storm? Terugblikken op het zzp-dossier 2024: VVD-Kamerlid Thierry Aartsen over “de vrijheid geven aan mensen om zelf hun werkende leven in te richten.” Geplaatst in ZP en Politiek | Tags #zzpdebat, handhaving, schijnzelfstandigheid | 15s Reacties
Goed talent is goud waard, maar wat kost het nu echt? Geplaatst 4 februari 2025 door Mark van Assema Een praktische tool om Total Talent Management ook op financieel gebied in je organisatie te implementeren is het Talent Kostenkompas. Een rekentool om snel en eenvoudig de geschatte kosten per jaar te berekenen voor verschillende contractvormen, op basis van een ‘equal pay’-uurtarief. Complexer dan maandsalaris vergelijken met uurtarieven Het berekenen van het uurloon van een medewerker in vaste dienst klinkt eenvoudig, maar in werkelijkheid komt er veel bij kijken. Te vaak worden simpelweg de bruto loonkosten per uur van een vaste medewerker vergeleken met het uurtarief van een tijdelijke medewerker, terwijl de werkelijke kostenstructuur complexer is. Vergelijk je echt appels met appels, of ben je appels met peren aan het vergelijken? Of je nu kiest voor vaste medewerkers, uitzendkrachten, ZZP’ers of detachering, het kompas geeft inzicht in de financiële impact. Equal pay op basis van de cao Met het kompas wordt de discussie over ‘goedkope flex’ aan de onderkant van de arbeidsmarkt en ‘dure flex’ aan de bovenkant naar een hoger niveau getild. Die discussie moet niet alleen gaan over uurtarieven, want voor externen betaal je niets als ze ziek of op vakantie zijn. Een leidinggevende heeft een budget per jaar voor het team en het werk moet gedaan worden. Door naast tarieven ook kosten per jaar te tonen wordt de vergelijking completer. De standaard componenten in een cao kun je zelf aanpassen om een representatief beeld te geven voor uw organisatie en cao. De basis onder appels met appels vergelijken. De appel is niet in iedere sector even groot In onze ogen zou iedereen die voor een specifieke organisatie werkt ook min of meer een gelijke beloning moeten krijgen, in feite ‘equal pay’ voor iedereen, ongeacht contractvorm. Voor uitzendkrachten is dat zelfs wettelijk geregeld. In sommige sectoren, zoals kunst en cultuur, wordt gemiddeld minder betaald dan in andere sectoren, zoals de financiële sector. Om voor zo’n organisatie te gaan werken zou een bewuste keuze mogen zijn, bijvoorbeeld vanuit intrinsieke of praktische motivaties, zowel voor mensen in vaste dienst, maar ook voor zzp’ers en gedetacheerden. Om dit te reflecteren is er een ‘sector correctiefactor’. Waar zijn die appels dan? Het vinden van de juiste mensen is niet altijd even makkelijk, en verschillend per contractvorm. Voor de wervingskosten van talent is schaarste op de arbeidsmarkt dus ook een relevante kostencomponent. Enerzijds is het voor recruiters moeilijker om goede kandidaten te vinden, en daardoor stijgen de recruitmentkosten. Anderzijds zal bij flex zal die schaarste tot een hogere marge leiden van het bureau en/of een hoger tarief van de ZZP’er. Hiervoor zijn twee arbeidsmarktschaarste correctiefactoren ingebouwd. De recruiter kan die schaarste zelf inschatten of je kunt bij verschillende partijen arbeidsmarktdata inkopen. Investering in talent Hoewel het niet altijd zo gezien wordt, is het inzetten van een nieuwe werkende ook een lange termijn investering. Vaak is de standaard contractduur bij inhuur zes maanden, in de praktijk is de opdracht vaak nog niet klaar. Het aannemen van een vaste medewerker is al helemaal een lange termijn investering die een manager namens de organisatie doet, met een gemiddelde verblijfsduur van 9 jaar in Nederland. Ook de totale investering in de verschillende vormen van talent wordt inzichtelijk gemaakt. Conclusie Het is verleidelijk om de brutoloonkosten van een vaste medewerker simpelweg naast die van een externe kracht te zetten. Echter, zonder het volledige kostenplaatje in beeld te brengen, vergelijk je appels met peren. Een zorgvuldige analyse geeft pas echt inzicht en maakt het mogelijk om strategische beslissingen te nemen over het personeelsbestand. Het Talent Kostenkompas is een initiatief van Amessa en Talentin en gratis te gebruiken. Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags Total Talent, total talent management | 2s Reacties
Politiek, de tijd dringt: erken de waarde van zzp’ers Geplaatst 4 februari 2025 door Mario Voorbij Sinds 2006 beweeg ik me als parasiet op de arbeidsmarkt. Ik vind mijn opdrachten, ik lever kwaliteit, ik word gevraagd om terug te komen als ik een tijdje weg ben geweest. Vaak verricht ik opdrachten voor een langere periode om vervolgens weer elders aan de slag te gaan. Ik regel zelf mijn pensioen, daar heb ik niemand voor nodig. Als ik slecht presteer dan kunnen ze vrij eenvoudig van mij af, daar komt geen rechter aan te pas. Daarnaast is het erg transparant wat ik kost. Het lijkt misschien te mooi om waar te zijn, maar zoals ik mijn werk verricht, zijn er nog veel meer. Althans, nog wel. Het is immers de vraag of mensen zoals ik straks nog wel te vinden zijn in Nederland. Ja, ik ben een zzp’er, een parasiet pur sang. Ik ben er eentje van het ergste soort, want ik doe dit al heel lang en bovendien met veel plezier. Vast dienstverband als norm Het aantal zzp’ers groeit de laatste jaren sterk. In 2023 telde het CBS ruim 1,2 miljoen zzp’ers voor wie het inkomen uit zzp-activiteiten het hoofdinkomen betrof. En dat is niet voor niets. De vrijheid van het verrichten van werkzaamheden als zzp’ers wordt steeds meer onderkend. Terwijl aan de andere kant veel mensen toch wel beginnen in te zien dat er best wel wat nadelen kleven aan een vast dienstverband. Wie in vrijheid wil leven, zou zich eens vaker de vraag moeten stellen of een vast dienstverband wel de norm zou moeten zijn. Natuurlijk, een vast dienstverband ontzorgt grote groepen mensen. Als ze ziek worden, hoeven ze zich geen zorgen te maken over hun inkomen. Als ze een jaartje wat minder presteren, is er niemand die ze zal ontslaan. Over hun pensioen hoeven ze ook eigenlijk niet na te denken. Voor wie hier veel waarde aan hecht, is een vast dienstverband al snel de norm. Toch zien veel mensen al jaren ook de keerzijde van deze gouden kooi: het gaat ten koste van hun vrijheid. Angstige vakbonden en politici Deze trend maakt vakbonden en politici nerveus, want zzp’ers tornen immers aan het collectiviteitsstelsel, zoals we dat in Nederland al jaren kennen. Los van de vraag of het überhaupt erg zou zijn als we iets minder collectivistisch zouden zijn, klopt deze angst ook in het geheel niet. Vakbonden lijken vooral bang dat zij steeds minder relevant worden. Neem nou FNV-voorzitter Tuur Elzinga. Hij vindt dat werkgevers “flexverslaafd” zijn en dat de doorgeslagen flexibilisering ten koste gaat van de solidariteit in de samenleving. Elziga maakt zich met de vakbond hard voor meer zekerheid voor werknemers, maar vergeet dat er dus ontzettend veel mensen zijn die de prijs van deze “zekerheid” helemaal niet willen betalen. En hij is niet de enige. Het aantal mensen dat zich inmiddels afzet tegen zzp’ers lijkt, dankzij onze media, te groeien. Zelfs onze kersverse staatssecretaris Tjebbe van Oostenbrugge die jarenlang zijn geld heeft verdiend met de tussenhandel van zzp’ers (ex-directeur Brainnet) is ook duidelijk als hij spreekt over de Belastingdienst: “Nul-komma-nul schijnzelfstandigen. Dat is niet mijn verdienste, maar ik ben er wel trots op.“ Lees ook: onderzoek beleid schijnzelfstandigheid: werkgevers en zzp’ers snakken naar duidelijkheid en betere communicatie Schijnzelfstandigheid of gewoon een vrije arbeidsvorm? Veel media dragen dezelfde boodschap uit als politici en vakbonden, met als gevolg dat zzp’ers eigenlijk gewoon niet worden begrepen door een groot deel van Nederland. Zzp’ers zijn inmiddels paria’s, profiteurs en egoïsten. Ze doen het alleen voor het geld en ze zijn duurder dan vast personeel. De polarisatiebokaal kan zo worden uitgereikt, alleen is de lijst met genomineerden gigantisch. Het ergste vind ik nog wel de term “schijnzelfstandigheid” die inmiddels symbool staat voor zzp’ers. Want Nederland is het land van regels, en ja, op basis van wet- en regelgeving wordt bepaald of je arbeid verricht dat in loondienst zou moeten. Of dat je eventueel een (zelfstandig) ondernemer zou kunnen zijn. Meer smaken zijn er eigenlijk niet en dus zijn veel zzp’ers schijnzelfstandigen, want wat zij doen, dat kan ook gewoon in een vast dienstverband en dus zijn ze geen ondernemer. Dat veel zzp’ers überhaupt niet eens ondernemer zouden willen zijn, maar gewoon in vrijheid willen werken doet kennelijk niet eens meer ter zake. De vraag of het niet normaal zou moeten kunnen zijn dat een volwassen persoon met een ander persoon of bedrijf een overeenkomst mag aangaan om arbeid te verrichten wordt niet eens gesteld. De term schijnzelfstandigheid fungeert ook als splijtzwam binnen de zzp-wereld zelf, want er zijn zelfs zzp-organisaties die ook “schijnzelfstandigheid” tegen willen gaan. Zo verliest de heterogene groep aan zzp’ers haar kracht als collectief. Afgedwongen solidariteit is geen solidariteit Als solidariteit kennelijk moet worden afgedwongen met een vast dienstverband dan moeten we ons in Nederland de vraag stellen of we daadwerkelijk solidair willen en kunnen zijn. Afgedwongen solidariteit is geen solidariteit, maar een ordinaire vorm van machtsmisbruik waarbij wet- en regelgeving wordt ingezet om inkomsten te herverdelen. Hoezo zou een zzp’er minder solidair zijn als hij zijn eigen pensioen regelt en geen gebruik maakt van de verplichte bedrijfspensioenregeling. Waarom zou het minder solidair zijn als een zzp’er niet krijgt doorbetaald bij ziekte en vaste werknemers wel? Waarom is het niet solidair als iemand (bijvoorbeeld om gezondheidsredenen) niet fulltime kan werken, als gevolg daarvan geen vast dienstverband kan krijgen en dus op zzp-basis waarde toevoegt aan de samenleving? Zzp’ers zijn hartstikke solidair en doen dit nota bene op basis van een sterke intrinsieke motivatie. Dringend beroep op de politiek De Wet DBA is achterhaald en schadelijk. Als deze wet niet wordt vervangen, zal Nederland de gevolgen voelen: hoogopgeleide zzp’ers vertrekken naar het buitenland, anderen stoppen met werken, en de kosten voor arbeid stijgen door complexere constructies via uitzend- en detacheringsbureaus. Dit scenario moeten we voorkomen. Daarom doe ik een dringend beroep op de politiek: faciliteer vrijheid in arbeid, erken de waarde van zzp’ers, en zorg voor een rechtvaardig systeem waarin zelfstandigen kunnen blijven floreren. De tijd dringt, snel handelen is noodzakelijk! Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags schijnzelfstandigheid, wet dba | 20s Reacties