Reguleren is in de mode Geplaatst 9 januari 2025 door Stef Witteveen Het NSC heeft bij de laatste verkiezingen veel stemmen gekregen op basis van de deskundige, ijverige en betrouwbare uitstraling van Pieter Omtzigt. Maar ook vanwege de ambitie om hervormingen door te voeren die zullen leiden tot ‘goed bestuur’. Ze omschrijven dit zelf als: Een grondige renovatie is noodzakelijk: de overheid moet betere besluiten nemen, betere wetten maken, meer oog hebben voor de uitvoering en voor de gevolgen, en zorgen voor betere publieke dienstverlening. De menselijke maat en gezond verstand moeten terug in alle lagen van het bestuur. Nu het NSC sleutelposities bekleedt op het terrein van de arbeidsmarkt zou je zeggen dat de voorgenomen hervormingen in goede handen zijn. Toch laten ook de NSC bewindslieden zich in het reguleringsmoeras van politiek en polder trekken, alwaar de maakbaarheidsfantasieën nog welig tieren en er tegelijk bijna wekelijks op allerlei gebieden tegen de grenzen van die maakbaarheid wordt aangelopen. Feitelijk voegt het NSC niets toe aan het beleid van voorganger Van Gennip. Reguleren is geen hervorming Sinds de rapporten van de commissies Roemer (arbeidsmigratie) en Borstlap (hervorming arbeidsmarkt), is een politieke meerderheid in Nederland ervan overtuigd geraakt dat onze arbeidsmarkt verder gereguleerd moet worden. Gezien de bestaande misstanden met arbeidsmigranten en de politieke wens om de rechtspositie en inkomenspositie van een deel van de beroepsbevolking te verbeteren, is daar wellicht ook wat voor te zeggen. Lees ook: ‘Als zzp-en niet meer mag, wat dan wel?’ De vraag is echter of voorgenomen wetgeving als de VBAR en de WTTA wel in deze bedoelingen voorzien. In elk geval wordt hieraan door meerdere adviesorganen van de overheid getwijfeld. De kritiek op deze wetgeving concentreert zich op drie elementen: Beide wetten zullen niet of onvoldoende de beoogde doelen bereiken Er wordt onvoldoende rekening gehouden met negatieve bijeffecten van de wetten De overheid blijkt de wetten niet of onvoldoende te kunnen uitvoeren en/of handhaven Gelukkig zult u zeggen dat deze regulering in handen is van NSC bewindslieden want die zijn juist op deze punten gekozen. Wet Toelating Terbeschikkingstelling van Arbeidskrachten Naar aanleiding van de rapporten Roemer en Borstlap heeft de SER een MLT-advies geformuleerd. Dit SER-MLT advies is vervolgens de basis van onder meer de WTTA. Met horten en stoten beweegt deze wet zich struikelend door het politieke goedkeuringsproces. Inmiddels is duidelijk dat deze wet slechts een fractie alle misstanden uit de arbeidsmarkt weg zal nemen, voor de uitvoering en handhaving van deze wet bestaat (nog) geen degelijk plan en er worden teveel administratieve en financiële kosten in de sector neergelegd. Dat kan veel beter en gemakkelijker zou ik zeggen. Behoefte aan een 2.0 versie Daarnaast is het SER-MLT-advies inmiddels hard toe aan een 2.0 versie. We zien dat de vakbonden het SER-MLT-advies al vanaf het begin links en rechts passeren en uitsluitend hun eigen agenda hanteren. De laatste tijd zien we ook dat VNO-NCW geleidelijk wat meer afstand neemt van dit advies en kritischer gaat staan tegenover de nieuwe wetsontwerpen. Er zullen ongetwijfeld al gesprekken plaatsvinden over een beter en meer evenwichtig SER-MLT-advies met meer dan alleen aandacht voor het verlanglijstje van de vakbonden. Lees ook: ‘Wie klaar wil zijn voor de arbeidsmarkt van de toekomst, moet niet wachten op de overheid’ Hans Borstlap had het nog zo gezegd: “Geen cherry picking uit mijn rapport a.u.b. want onze adviezen hangen met elkaar samen en het gaat er juist om dat we, door dit hervormingstraject weer vooruit kunnen in de 21ste eeuw”. Gelukkig hebben de bewindslieden van het NSC herhaaldelijk aangegeven ‘fan’ van het rapport Borstlap te zijn en zij zullen daarom stellig ook de tot nu genegeerde elementen uit het rapport gaan oppakken. Die genegeerde elementen gaan onder andere over het leggen van een ‘universeel fundament van sociale zekerheid’ voor alle werkenden, met meer aandacht voor opleidingen. In een tijd waarin veel behoefte bestaat aan omscholing en bijscholing, is een laagdrempelige toegang hiertoe immers de belangrijkste sociale zekerheid. In afwachting van betere wetgeving in de zin zoals het NSC dat bedoelt, is er gelukkig wel van alles gebeurd. De bestrijding van bestaande misstanden is volop ter hand genomen door de ABU en de NBBU en hun leden. Feitelijk zijn zij nu de enige partijen die de uitvoering en handhaving van zorgvuldige tewerkstelling en huisvesting van arbeidsmigranten hebben opgepakt zodat Nederland zich momenteel internationaal onderscheidt als land waar arbeidsmigratie redelijk tot goed is geregeld. Het verantwoord regelen van arbeidsmigratie is immers over de hele wereld een enorm moeilijk probleem en nog nergens echt goed onder controle. Wet DBA Sinds de invoering van de Wet DBA in mei 2016 worden er vooraf geen vrijwarende verklaringen meer verstrekt door de Belastingdienst. De opdrachtgever is altijd medeverantwoordelijk voor de feitelijke werksituatie en merkt het pas na een eventuele controle door de Belastingdienst of die werksituatie gekwalificeerd wordt als een arbeidsovereenkomst. De Belastingdienst keurt dus niets meer vooraf goed of af zonder dat er een controle heeft plaatsgevonden en zou zelfs in overtreding van de Wet DBA zijn als ze dat wel zouden doen. Lees ook:‘Goede compliance creëert ondernemersvrijheid’ Opdrachtgevers en intermediairs moeten daarom zelf de werksituaties van zzp’ers kwalificeren om te weten welke risico’s ze lopen. Voor een dergelijke kwalificatie worden nu de Deliveroo-criteria gebruikt. Bij W&RK constateren we dat interpretatie bij flink wat werksituaties een rol blijft spelen. Ook bij het naar eer en geweten kwalificeren, blijven er onzekerheden en de uitkomst van een controle door de Belastingdienst is op voorhand niet altijd duidelijk. Iedereen die zich in deze materie verdiept weet inmiddels dat er gewerkt moet gaan worden aan een contractneutraal stelsel van sociale voorzieningen zodat de regels beter gaan passen bij de arbeidsmarkt zoals deze nu werkt. Dat betekent dat er afscheid genomen moet worden van de heimwee-wetgeving die nu voorligt vooral omdat ‘grijze regels’ telkens leiden tot uitvoeringsproblematiek bij de overheid. Maar ook omdat een flink deel van onze beroepsbevolking verlangt naar een werksituatie met meer eigen regie. Brede welvaart Politiek en polder zeggen te streven naar brede welvaart maar bij de ontwikkeling van brede welvaart speelt onze economie een cruciale rol. Het is niet alleen een herverdelingsvraagstuk maar ook een kwestie van collectief verdienvermogen. Nu wordt ons verdienvermogen geremd door schaarste aan energie, ruimte en mensen en het lijkt er niet op dat deze knelpunten zomaar even kunnen worden opgelost. We zullen ons moeten afvragen of al die regels, zeker als ze zo complex zijn en behangen met nadelige bijeffecten, ons wel gaan helpen. Het is alsof we dralen bij de ingang van de 21ste eeuw en niet los kunnen komen van de gewoonten van de 20ste eeuw en dat is nu net waar het bij hervorming om draait. Ik zou zeggen dat is een kwestie van gezond verstand. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags column, Goed Bestuur, NSC, opinie | 4s Reacties
Kamer van Koophandel: groei van aantal zzp’ers in Nederland vertraagt in 2024 Geplaatst 8 januari 2025 door ZiPredactie In 2024 is het aantal zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) opnieuw gestegen. Op 31 december 2024 stonden er 1.775.363 zzp’ers ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Dat zijn er 55.215 meer dan eind 2023. Dit betreft zowel zelfstandigen voor wie het zzp-schap het hoofdinkomen vormt als degenen die dit als bijverdienste doen. De groei is wel 44 procent lager dan in 2023. Toen kwamen er nog 98.000 zzp’ers bij, terwijl 2021 met een recordaantal 125.000 als piekjaar werd genoteerd. Minder starters, meer stoppers De afname van de groei in 2024 is te verklaren door zowel een daling in het aantal starters als een toename van het aantal stoppers. Het aantal nieuwe zzp’ers bedroeg in het afgelopen jaar 206.000. Dat is een daling van 9 procent ten opzichte van 2023. Een op de acht van de nu ingeschreven zzp’ers is dus nog minder dan een jaar zelfstandige. Het zzp-dossier en wetgeving in 2025: harde of zachte landing? Vier voorspellingen van vier experts. Tegelijkertijd stopten 151.000 zelfstandigen, een stijging van 18 procent ten opzichte van 2023. De KVK heeft geen zicht op wat deze groep doet na het stopzetten van het ondernemerschap. Naast ‘met pensioen gaan’ is (teruggaan naar) een dienstverband de meest voorkomende stap, zo blijkt uit cijfers van het CBS. Het aantal stoppers neemt al sinds 2021 toe. Dat het aantal starters in 2024 lager ligt dan in het jaar daarvoor, zagen we niet eerder. Sectorale verschillen Hoewel ook de bouw in 2024 nog steeds een groei van het aantal zzp’ers noteert (2 procent), is de groeisnelheid daar wel stevig aan het afnemen. Tussen 2020 en 2024 groeide het aantal zzp’ers in de bouw nog met 43 procent. Dit wordt deels verklaard door een forse stijging van het aantal stoppers (46 procent meer dan in 2023) en een daling van het aantal starters (-16 procent). Bouwvakkers krijgen steeds vaker banen in loondienst aangeboden, een deel gaat daar blijkbaar op in. Zeven dingen die je moet weten (en mag vergeten) over de handhaving Wet DBA. Een overzicht (met update) De zorgsector laat een vergelijkbare ontwikkeling zien, met 17 procent minder starters en 26 procent meer stoppers. Ook in sectoren zoals logistiek, persoonlijke dienstverlening en de horeca was sprake van een stijging in het aantal stoppers en een afname in het aantal starters. Mogelijke invloed van handhaving De laatste maanden van 2024 laten geen significant ander beeld zien dan de maanden ervoor. Ondanks dat de aangekondigde handhaving op schijnzelfstandigheid per 1 januari 2025 ongetwijfeld een impact heeft, is die verandering vooralsnog beperkt zichtbaar. Dat komt ook doordat veel zzp’ers zich pas uitschrijven uit het Handelsregister als ze langere tijd zonder opdrachten zitten of definitief overstappen naar loondienst. Opvallend is dat sectoren zoals de detailhandel, die niet direct geraakt worden door de handhaving, ook een stijging van het aantal stoppers laten zien. Het handhavingseffect zal er duidelijk zijn. Al zie je ook bij detailhandel een toename van het aantal stoppers terwijl die sector niets met handhaving te maken heeft. Belangrijk voorbehoud ten aanzien het effect van handhaving: als een zzp’er mogelijk nu zonder opdracht zit omdat er tijdelijk een lagere vraag naar zzp is en/of zelfs (tijdelijk) een baan hebben aanvaard, dan zal zo’n persoon zich waarschijnlijk niet direct uitschrijven uit het handelsregister. Mocht de handhaving als effect hebben dat flink wat zzp overstappen naar een loondienst, dan is dat pas later echt terug te zien in deze cijfers. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags cijfers, KvK | 2s Reacties
Het zzp-dossier en wetgeving in 2025: harde of zachte landing? Vier voorspellingen van vier experts. Geplaatst 7 januari 2025 door ZiPredactie Op zoek naar een nieuw equilibrium Sem Overduin (HeadFirst) De laatste tijd stond het arbeidsmarktdossier vol in de schijnwerpers. Als we vooruitkijken naar 2025, dan zal allereerst de opheffing van het handhavingsmoratorium centraal staan. Ik verwacht de eerste paar maanden de nodige turbulentie op de arbeidsmarkt. Er wordt gezocht naar een nieuw equilibrium. Dat gaat met vallen en opstaan. De politiek zal logischerwijs een vinger aan de pols willen houden en ingrijpen als dat nodig is. Met betrekking tot de VBAR: die gaat behandeld worden in de Tweede Kamer tijdens het zzp-debat op 12 maart 2025. Dat zal dan een stevige discussie worden, want veel partijen zullen de minister kritisch aan de tand willen voelen. Van Hijum zal dan de balans opmaken en misschien toch het besluit nemen om de wet op te knippen en het rechtsvermoeden snel in te voeren.” Tot slot hoop ik in 2025 op een fundamenteel debat over de toekomst van de arbeidsmarkt. Hoe organiseren we een arbeidsmarkt waar flexibiliteit, sociale zekerheid en solidariteit hand in hand gaan met elkaar? Dat is morgen niet geregeld, maar een stip op de horizon is broodnodig. Sem Overduin (HeadFirst) Onderscheid tussen lijn- en staffuncties Frank Roders (Compagnon) Vanaf 2025 maakt iedereen onderscheid tussen lijnfuncties en staffuncties. Lijnfuncties zijn je core business, ze zijn ingebed: verplegers in een verpleeghuis, onderwijzers in een onderwijsinstelling. Je hebt er veel van. Staffuncties zijn niet ‘core’, je kan ze ook uitbesteden. Bovendien hebben opdrachten vaak een projectmatig karakter met een goede beloning. We gaan van onrust naar beleid en zetten veilig zzp’ers in op stafposities. Frank Roders (Compagnon) Veel turbulentie Cristel van de Ven (VZN) 2025 start zoals 2024 eindigde: turbulent. De opheffing van het handhavingsmoratorium zorgt in de eerste maanden van het nieuwe jaar voor veel onrust. Totdat blijkt dat de Belastingdienst met de beschikbare capaciteit niet veel bedrijfsbezoeken en boekenonderzoeken kan uitvoeren. Daarnaast voorspel ik dat de arbeidsmarktkrapte zal gaan fungeren als de spreekwoordelijke wal waartegen het schip der schijnzelfstandigheid gaat keren. Opdrachtgevers zetten in 2025 verdere stappen om goede overeenkomsten van opdrachten af te sluiten met zelfstandigen, en zelfstandigen hebben in de tussentijd hun bedrijfsmodellen grotendeels toegespitst op wat er allemaal nog steeds wél kan. Rond de zomer is de rust teruggekeerd, en komen we tot de conclusie dat Nederlands nog steeds zo’n 1,5 miljoen zzp’ers kent. De wet BAZ strandt door uitvoeringsproblemen. Voor wat betreft VBAR ben ik daar minder zeker van. De Raad van State constateerde weliswaar dat de wet geen verduidelijking gaat brengen, maar zei evenmin dat er veel extra schade zal komen wanneer VBAR er wel komt. En omdat de overheid zelf 600 miljoen euro uit het Europese Veerkracht en Herstelplan heeft gekoppeld aan deze wetgeving, sluit ik niet uit dat VBAR er alsnog komt. Geld gaat dan voor goede wetgeving. Cristel van de Ven (VZN) Harde of zachte landing begin 2025? Marc Viëtor (TalentIn) De arbeidsmarkt is voortdurend in beweging en de manier waarop organisaties talent aantrekken en behouden verandert mee. Externe inhuur van personeel speelt een steeds grotere rol in deze dynamiek. In 2025 zien we een aantal duidelijke trends die de toekomst van werk vormgeven in Nederland. Wat betreft de zzp’ers: de opheffing van het handhavingsmoratorium per 1 januari, gecombineerd met een onzekere economische toekomst door nationale en internationale spanningen, creëert een uitdagende situatie. Wij verwachten dat de eerste maanden van 2025 onrustig zullen zijn, waarbij organisaties zullen zoeken naar manieren om hiermee om te gaan en hun inhuurstrategie opnieuw zullen beoordelen. Uiteindelijk voorzien we een verschuiving waarbij detachering toeneemt, ten koste van het aantal ZZP’ers. En dan de hervormingen van de arbeidsmarkt: er liggen inmiddels diverse plannen voor hervormingen, zoals de Wet VBAR en de Wet WTTA, beide bedoeld als fundament voor veranderingen in de flexibele arbeidsmarkt. Vooral de kritiek op de Wet VBAR vanuit werkgevers- en brancheorganisaties is stevig. Wij verwachten dat er veel discussies zullen volgen, maar dat de operationele impact in 2025 nog beperkt zal blijven.” Marc Viëtor (TalentIn) Geplaatst in Toekomst visie | Tags BAZ, belastingdienst, handhavingsmoratorium, schijnzelfstandigheid, Wet VBAR | Laat een reactie achter
‘Btw vrijstelling obstakel in zorg en onderwijs voor overstap van zzp naar uitzendkracht’ Geplaatst 7 januari 2025 door Mario Bersem Het aantal uitzendkrachten en gedetacheerden in de zorg, de kinderopvang en het onderwijs behoort verhoudingsgewijs tot het laagste van alle sectoren in de Nederlandse economie (zie figuur). Instellingen in deze semipublieke sectoren maken wel veel gebruik van zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers): 255.000 zzp’ers zijn werkzaam in deze drie sectoren, tegenover 37.000 uitzendkrachten, schat ABN AMRO op basis van data van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De inhuur van zzp’ers is aantrekkelijk, omdat zij vrijgesteld zijn van btw, terwijl bij de inhuur van uitzendkrachten 21 procent btw moet worden betaald. Deze btw kan niet verrekend worden, omdat de instellingen uit deze sectoren zelf geen btw in rekening brengen. Zorg, kinderopvang en onderwijs zijn vrijgesteld van omzetbelasting (btw). De fiscale prikkel om vooral zzp’ers in te huren staat haaks op overheidsbeleid om schijnzelfstandigen terug te dringen. Het aantal zelfstandigen in de zorg, de kinderopvang en het onderwijs is de afgelopen jaren sterk toegenomen. In 2024 werkten 255.000 personen in deze semipublieke sectoren als zzp’er. Het kabinet wil het aantal zzp’ers terugdringen, omdat vermoed wordt dat in de genoemde sectoren veel schijnzelfstandigen actief zijn, dat wil zeggen zzp’ers die feitelijk in loondienst werkzaam moeten zijn. Terugdringen schijnzelfstandigheid maakt externe inhuur duurder Vanaf 1 januari 2025 verscherpt de belastingdienst de controles op schrijnzelfstandigheid, wat grote gevolgen kan hebben voor de arbeidsmarkt en specifiek voor de semipublieke sectoren. Al zal de belastingdienst in 2025 nog geen boetes opleggen; daarmee komt de belastingdienst tegemoet aan de politieke wens om van 2025 een “overgangsjaar” te maken. Deze coulance geldt echter niet voor naheffingen van sociale premies en loonbelasting. Werkgevers doen er dan ook goed aan hun arbeidsrelaties met zzp’ers onder de loep te nemen. Zoals in het rapport Werkgevers worstelen met handhaving schijnzelfstandigheid van ABN AMRO is beschreven, hebben werkgevers drie opties om het risico op schijnzelfstandigheid te beperken: zzp’ers in dienst te nemen, de feitelijke werkafspraken herzien, of via een uitzend- of detacheringsbureau beschikken over de werkende (inleenconstructie). De optie om via uitzend- of detacheringsbureaus over personeel te beschikken, is in de sectoren zorg, kinderopvang en onderwijs weinig kansrijk. Zodra de voormalig zzp’er zich namelijk via een uitzend- of detacheringsbureau laat inhuren, moet de opdrachtgever over het loon maar liefst 21 procent omzetbelasting betalen in plaats van 0 procent die zzp’ers in deze sectoren mogen rekenen. De organisaties in de zorg, kinderopvang en onderwijs staan voor een flinke extra kostenpost wanneer ze besluiten om hun zzp’ers als uitzendkrachten in te huren. Deze organisaties zijn namelijk vrijgesteld van btw, wat betekent dat ze geen btw over hun inkomsten heffen. Hierom kunnen ze de btw die ze over kostenposten betalen niet verrekenen met btw-inkomsten. Anders dan bijvoorbeeld bedrijven in de industrie, waar de btw wel verrekend kan worden, draaien deze semipublieke organisaties op voor de volle 21 procent btw over de kosten van uitzendkrachten. Uitzendkrachten in het nadeel Het is dan ook geen toeval dat het aantal uitzendkrachten in de genoemde sectoren opmerkelijk laag is, namelijk 37.000 uitzendkrachten. Van de totale werkzame beroepsbevolking werkt zo’n 4 procent als uitzendkracht, waartoe ook gedetacheerden worden gerekend. In de zorg (1,4 procent), de kinderopvang (1,5 procent) en het onderwijs (1,7 procent) zijn de percentages aanmerkelijk lager. Deze lage percentages worden grotendeels verklaard door het hoge btw-tarief dat uitzend- en detacheringsbureaus moeten rekenen in deze sectoren, namelijk 21 procent. Het hoge btw-tarief voor uitzendkrachten leidt tot hogere kosten voor de organisaties die via uitzendbureaus arbeid inlenen en lagere marges voor de bureaus. De uitzendkracht zelf wordt ten opzichte van een van btw vrijgestelde zzp’er niet direct geraakt, omdat deze vanwege de ‘inlenersbeloning’ mag rekenen op loon en arbeidsvoorwaarden zoals deze in de cao is bepaald. Al met al hebben uitzendbureaus een prijsnadeel ten opzichte van de andere vormen van flexwerk, waarvoor de btw-vrijstelling geldt. Als gevolg werken in de zorg, de kinderopvang en het onderwijs opvallend weinig uitzendkrachten (zie bovenstaand figuur). Inhuur via uitzendbureaus is dus vanwege het verschil in btw duurder dan inhuur als zzp’er. Bovendien moeten uitzendbureaus, als bemiddelaars, ook nog wat verdienen. Een brutomarge van 15 procent op het loon is heel gebruikelijk. In combinatie met de 21 procent niet-verrekenbare btw is een uitzendkracht in de zorg, de kinderopvang en het onderwijs in totaal 39 procent duurder dan de zzp’er. Marktverstoring door btw-heffing De overheid streeft naar gelijke arbeidsvoorwaarden tussen alle vormen van arbeid, maar een discrepantie in btw-tarieven kan deze inspanning ondermijnen. Dit geldt in elk geval voor de zorg, kinderopvang en het onderwijs; de arbeidsmarkt wordt onbedoeld verstoord door de verschillen in btw-tarieven. Ook rond de inlenersbeloning is de wetgeving gericht op gelijke behandeling van uitzendkrachten met werknemers in de sector; op het gebied van loon en arbeidsvoorwaarden krijgen uitzendkrachten tenminste net zoveel als in de geldende cao van de sector. Nu het loon van zzp’ers in de zorg, kinderopvang en onderwijs – evenals uiteraard het salaris van mensen in vaste dienst – is vrijgesteld van btw, zou volledige gelijkstelling van alle vormen van arbeid een nultarief voor uitzendkrachten in deze semipublieke sectoren betekenen. Dit btw-nultarief zou de arbeidsmarkt minder verstoren en beter aansluiten bij de doelstelling om het aantal zzp’ers terug te dringen. Ook helpt het de zorg, de kinderopvang en het onderwijs toegankelijk en betaalbaar te houden. De overheid wil immers dat personeel in de zorg, of het nu via ziekenhuizen, eerstelijnszorg of uitzendbureaus is, voldoende beschikbaar en betaalbaar blijft. De misgelopen inkomsten als gevolg van de btw-vrijstelling voor uitzendkrachten schat wij op 300 miljoen euro. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags ABN AMRO, BTW, inlenersbeloning, onderwijs, schijnzelfstandigheid, zorgsector | 5s Reacties
Wat brengt 2025 voor de arbeidsmarkt en wat is de rol van AI? Vijf voorspellingen van vijf experts. Geplaatst 6 januari 2025 door ZiPredactie Donkere wolken maar ook een lichtpuntje Albert Allmers (FinanceFactor) Ik maak me grote zorgen over 2025. De snelheid van de geopolitieke veranderingen is ongekend. Denk aan Syrië, Israël en Trump. Die laatste zal een forse impact op Nederland als exportland hebben. Wat betreft de arbeidsmarkt zal de krapte toenemen door vergrijzing en de lage werkloosheid. Gevolg: opdrachtgevers willen meer binden en boeien waardoor interim opdrachten zullen dalen. Dat brengt tegelijk een lichtpuntje met zich mee: de vraag naar vast zal toenemen, wat groei betekent voor de search sector. Albert Allmers (FinanceFactor) Een wendbare arbeidsmarkt: de ondersteunende rol van AI Dustin Robinson (Malt) In 2025 zal AI een essentieel hulpmiddel zijn voor bedrijven om slimmer samen te werken met freelancers. Deze technologie vervangt het werk van werknemers en freelancers niet, maar vormt juist een waardevolle ondersteuning. AI maakt het eenvoudiger voor bedrijven om snel de juiste expertise te vinden en samenwerkingen efficiënt te managen. Freelancers profiteren daarnaast van minder administratieve rompslomp en meer gepersonaliseerde opdrachten. Wendbaarheid wordt de nieuwe standaard. Dustin Robinson (Malt) Nog meer stilstand in 2025 en AI regeert Bas van de Haterd (auteur, spreker en adviseur) In mijn voorspelling voor 2024 gaf ik aan dat het een jaar van stilstand zou worden in de politiek, aangezien bestaanszekerheid een thema was bij veel partijen in de verkiezingen, maar de arbeidsmarkt afwezig was. In 2025 verwacht ik dat het kabinet zal vallen, en tot die tijd gebeurt er niks. Er zal vast iets van handhaving zijn op de wet DBA in het begin van het jaar en al snel zal de belastingdienst zeggen dat ze er de capaciteit niet voor hebben en alleen de meest extreme zaken aanpakken. Na de kabinetsval zullen er nieuwe verkiezingen komen en zal een demissionaire regering de rest van het jaar niets doen. “Wat de dominantie van AI: ik verwacht dat we in 2025 een adoptie van AI gaan zien door een kleine groep sollicitanten die daarmee heel veel selectieprocessen overhoop gooien. Honderden tot duizenden sollicitanten per functie uit de hele wereld, waardoor organisaties gedwongen worden versneld tools in te zetten om nog te kunnen selecteren. Dit zal geweldige en dramatische ervaringen tot gevolg hebben op het gebied van kwaliteit en kandidaatvriendelijkheid van het proces, arbeidsmarktdiscriminatie en de kosten voor organisaties. Bas van de Haterd (auteur, spreker en adviseur) 2025: tussen krapte en kramp Fedde Monsma (arbeidsmarktdeskundige) De Nederlandse arbeidsmarkt kreunt en steunt onder een hardnekkige krapte die maar niet wil wijken. We willen geen arbeidsmigratie, geen robotisering en ook niet meer uren werken blijkbaar. Ondertussen blijven vacatures openstaan en worden werkgevers, overheid en zzp’ers gedwongen om pijnlijke keuzes te maken; hoe verdelen we de schaarse arbeidskrachten, waar kan ik nog wel werken? Politieke daadkracht is hard nodig, maar lijkt verder weg dan ooit. Of het nu gaat om strengere handhaving tegen schijnzelfstandigheid of een broodnodige focus op arbeidsinnovatie, de keuzes blijven uit. Tussen al dat gekreun door groeit het leger aan zelfstandigen gestaag door. Maar terwijl de arbeidsmarkt snakt naar flexibiliteit, trekt de overheid de teugels juist strakker aan. De Belastingdienst staat klaar om schijnzelfstandigheid op te sporen en werkgevers durven hun handen niet meer te branden aan zzp’ers. Het is de paradox van 2025: hoe meer behoefte aan flexibiliteit, hoe strakker het keurslijf. Politieke onduidelijkheid en stroperige besluitvorming blijven als een zware mist hangen over de arbeidsmarkt, waardoor beleidswijzigingen eerder stranden dan doorbreken. Fedde Monsma (arbeidsmarktdeskundige) Het aantal inkoopadviseurs overstijgt het aantal verkopers Mark van Assema (HRTech Review) Dat de wereld van inhuur complex is, gaat in 2025 pijnlijk duidelijk worden als deze voorspelling uitkomt. Hoewel niet velen het durven toegeven, bloeit de handel in tijdelijk werkenden doordat het wereldje die complexiteit zelf vergroot, met verve bijgestaan door de beleidsmakers en ministers van SZW. Ontelbare 3 letter afko’s, vele vormen van dienstverlening met allerlei verwarrende namen, nieuwe contractvormen om de regels te bedwingen, oneindige opties van verdien / fee modellen, wie ziet door de bomen nog het bos? Organisaties realiseren zich dat ze er zelf niet meer uitkomen dus huren steeds vaker inkoop adviseurs in voor inkoop en aanbesteding trajecten. En die adviseurs leggen nog weer een zwaarder eisenpakket neer, waardoor verkopers veel meer tijd per traject kwijt zijn om in te schrijven, en uiteindelijk het aantal inschrijvingen flink daalt. Tijd voor wat meer liefde in deze wereld, met een KISS, keep it simple, stupid! Mark van Assema (HRTech Review) Economische donderwolken Peer Goudsmit (arbeidsmarkexpert) Met gezonde tegenzin vrees ik dat de Nederland economie in een recessie zal komen, wat tot een enorme kramp op de arbeidsmarkt zal leiden. De mogelijke recessie heeft verschillende oorzaken: 1. Hernieuwde handhaving van de wet DBA zorgt voor ‘angst’ bij de werkgevers, ze zullen massaal stoppen met het inhuren van ZZP’ers, waardoor organisaties (bedrijven, en overheid) piepend en krakend in de problemen komen. En dan met grote aandacht voor de zorgsector! De inzet van AI zal tot steeds grotere verandering van werkzaamheden leiden en zij die geen AI-kennis hebben zullen dat voelen op de arbeidsmarkt. Het beleid van het huidige kabinet zorgt voor afnemende impulsen bij bedrijven. Geopolitieke spanningen zullen ook effect hebben op economie en dus in Nederland. Samengevat: als de economie een knauw krijgt zal de arbeidsmarkt ook een knauw krijgen. Naast de economische donderwolken zal de vergrijzing nog verder toeslaan en zullen bedrijven de ontstane arbeidsplaatsen steeds moeilijk kunnen invullen. De grote winnaars zullen de uitzendorganisaties zijn (na periodes van krimpende omzet is dat een meevaller). Zo zullen ook de detacheerders in Nederland profiteren van de kramp op de arbeidsmarkt. Peer Goudsmit (arbeidsmarkexpert) Geplaatst in Toekomst visie | Tags AI, arbeidsmarkt, inhuur | 1 Reactie
“Het extern ondernemerschap-criterium is ‘ook van belang’ en niet van ‘onderschikt belang’ ’’ Geplaatst 5 januari 2025 door ZiPredactie Hoe zwaar weegt het feit dat iemand acquireert bij de beoordeling van een arbeidsrelatie? Of dat hij meerdere opdrachtgevers heeft? Zijn dit elementen die net als andere zaken dienen te worden meegewogen? Of zijn ze van secundair belang? Na al het nieuws over het opheffen van het handhavingsmoratorium vanaf 1 januari 2025 is dit het nieuwe zwaard van Damocles dat boven de zzp-markt hangt. Naar verwachting gaat de Hoge Raad hier namelijk eind deze maand een belangrijk oordeel over vellen. Een uitspraak waar ook in politiek en polderend Den Haag met spanning naar wordt uitgekeken. Prejudiciële vragen De Hoge Raad staat op het punt antwoord te geven op vragen die het Hof van Amsterdam heeft gesteld in een zaak van FNV tegen Uber. Het Hof wil in verband met die zaak duidelijkheid krijgen over wat de Hoge Raad nu precies heeft bedoeld in het Deliveroo-arrest en wat daarin staat over het (extern) ondernemerschap van de persoon. In een advies dat Advocaat-Generaal (AG) De Bock eerder heeft geschreven over die vraag – een gebruikelijke stap – stelt ze dat het feit dat iemand zich in economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen (dus bijvoorbeeld meerdere opdrachtgevers heeft en aan eigen acquisitie doet), maar ‘beperkt’ meegewogen moet worden. “Voor deze opvatting pleit met name dat op grond van de wet niet de persoon van de werkende, maar de werkrelatie tussen twee partijen beoordeeld moet worden,” zo schrijft ze. Pas als andere elementen geen duidelijkheid geven, moet naar dit extern ondernemerschap gekeken, zo concludeert de AG (lees meer over dat advies in dit artikel) Vraagtekens Joost van Ladesteijn van Vertex Legal zet flinke vraagtekens bij dit advies van de AG. In een stevig commentaar op het advies (dat hier te vinden is) concludeert hij dat de AG onvoldoende rekening houdt met het civiele karakter van de (arbeids)overeenkomst. Aanleiding voor een paar vragen aan Van Ladesteijn. Kunt u nog even uitleggen wat nu het belang van het advies en deze uitspraak is voor zzp’ers en hun opdrachtgevers? En waarom bent u met uw commentaar gekomen? “Het is een belangrijk advies en nauwelijks becommentarieerd. Gaat de Hoge Raad mee met de AG, dan kan al een soort van Wet VBAR-situatie ontstaan: omstandigheden die zien op de persoon van de werkende zijn dan minder belangrijk dan andere factoren bij het beoordelen of een overeenkomst als een arbeidsovereenkomst moet worden aangemerkt. Dat kan betekenen dat sneller een overeenkomst als een arbeidsovereenkomst wordt aangemerkt.” Waarmee bent u het in de kern nu niet eens met de Advocaat-Generaal? “De kern van het verschil zit in de impact van boek 3 en boek 6 van het Burgerlijk wetboek bij het beoordelen of een overeenkomst als een arbeidsovereenkomst moet worden aangemerkt. Daarmee zit de crux in de implicaties van de uitlegfase van de zogenaamde tweefasensystematiek. Voor de AG lijkt de partijbedoeling – dus wat opdrachtgever en opdrachtnemer zelf beogen – in dit kader niet een rol te kunnen spelen. In het commentaar werk ik uit dat de uitlegfase – waarin de inhoud van de overeenkomst wordt bepaald – wordt beheerst door het algemene verbintenissenrecht. Naast de partijbedoeling, kunnen partijspecifieke omstandigheden relevant zijn in de uitlegfase. Dus de bedrijfsvoering van de werkverschaffer – gezichtspunt 3 uit het Deliveroo arrest – , maar ook – zogezegd – de “bedrijfsvoering van de werkende” als “extern ondernemerschap”. Bij een holistische toets dienen alle gezichtspunten “in onderling verband bezien” te worden. De Hoge Raad zegt in het Deliveroo-arrest dat gezichtspunt 9 – zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen – “ook van belang” is. Daar betekent dan niet van “onderschikt belang”, zoals de AG doet in haar advies. Bovendien moet de uitlegfase worden onderscheiden van de kwalificatiefase. De AG vindt dit onderscheid “niet zo belangrijk”, dat staat haaks op vaste rechtspraak van de Hoge Raad. De eerste – de uitlegfase- gaat vooraf aan de laatste – de kwalificatiefase. Door deze volgordelijkheid kunnen beide fases elkaar niet beïnvloeden.“ U vindt dus dat het feit of iemand zich als ondernemer gedraagt niet als uitgangspunt een ondergeschikt criterium is. Hoe zou volgens u het antwoord van de Hoge Raad aan het Hof moeten luiden? “Gezichtspunt 9 van de gezichtspuntencatalogus van het Deliveroo-arrest is een niet limitatief gezichtspunt als onderdeel van een holistische toets. Die toets brengt mee dat alle omstandigheden van het geval relevant zijn ‘in onderling verband bezien’. Ook gezichtspunten zijn daarmee communicerende vaten en ‘kunnen van belang zijn’, afhankelijk van het specifieke feitencomplex. De inhoud van de overeenkomst kan ingevolge vaste rechtspraak van de Hoge Raad ook worden bepaald door partijspecifieke omstandigheden, zoals de maatschappelijke positie, welke naast de andere omstandigheden waardering behoeven. Partijspecifieke omstandigheden zijn niet als uitgangspunt van ondergeschikt belang. Na vaststelling van de inhoud van de overeenkomst, wordt toegekomen aan de kwalificatie op basis van de omschrijving van artikel 7:610 lid 1 BW. De uitkomst is dan niet een arbeidsovereenkomst of ondernemerschap, maar een arbeidsovereenkomst of (species van) een overeenkomst van opdracht.” In een voorstel voor een nieuwe zzp-wet, de Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelatie en Rechtsvermoeden, die door de vorige minister van SZW – Van Gennip – ter advies naar de Raad van State is gestuurd, staat ook uitgewerkt dat het extern ondernemerschap slechts een beperkte rol speelt. De nieuwe minister, Van Hijum, wacht met bekendmaken wat hij vindt op de uitspraak van de Hoge Raad. Dat roept ook de vraag op wie hier nu leidend moet zijn: de politiek of de rechters? “Zoals ook de Commissie Regulering van Werk uitwerkt is het trackrecord van wet- en regelgeving als arbeidsmarktinstrument niet om over naar huis te schrijven; het heeft zelfs diverse keren averechts gewerkt. Rust en voorspelbaarheid ontstaan steevast door uitspraken van hoogste rechtsorganen. De zogenaamde risico-regel-reflex zou meer moeten worden onderdrukt en de doorlooptijd richting de Hoge Raad versneld. In die zin zijn prejudiciële vragen toe te juichen. Dus rechtspraak als het kan, wetgeving als het moet. Met zo veel vrijheid als mogelijk en zoveel gebondenheid als noodzakelijk. ” Het wachten is dus op een uitspraak van de Hoge Raad0. Durft u een voorspelling te doen over wat daarin staat? “Ik verwacht dat de Hoge Raad ook in deze zaak niet gevoelig is voor de politieke discussie rond dit onderwerp en zich houdt aan de lijn die ze zelf in tientallen jaren heeft uitgezet. Het Deliveroo-arrest benadrukt het Groen/Schoevers-arrest uit 1997 en het Participatieplaats-arrest uit 2020. Dus a: de volgordelijkheid van de tweefasensystematiek (eerst uitleggen, dan kwalificeren), b: de Haviltexmaatstaf in de uitlegfase met daarin de maatschappelijke positie als partijspecifieke omstandigheid en c: de holistische toets met als onderdeel daarvan dat ook gezichtspunten ‘in onderling verband bezien’ dienen te worden. Ook bijvoorbeeld de opkomst van het evenredigheidsbeginsel in het publiekrecht benadrukt de importantie van de feiten en omstandigheden van het geval. Dit geldt des te meer in het privaatrecht dat de arbeidsovereenkomst regelt in artikel 7:610 lid 1 BW. Dit zou betekenen dat de Hoge Raad, niet meegaat met de AG en ook aan de zogenaamde OP-aanwijzingen van de Wet VBAR geen ondergeschikte betekenis toekent. Het bijzondere karakter van het arbeidsrecht, hoe belangrijk ook, gaat niet zo ver dat zij een status aparte kent ten opzichte van de werking van boek 3 en boek 6 bij uitleg.” Het volledige commentaar van Van Ladesteijn op het advies van de Advocaat-Generaal is hier te vinden. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags deliveroo, handhavingsmoratorium, Hoge Raad, Wet VBAR | 3s Reacties