Maandelijkse archieven: oktober 2024

Forse daling openstaande vacatures: 12% minder dan vorig jaar

De krapte op de arbeidsmarkt neemt door de daling in het totaal aantal openstaande vacatures af. Maar met 108 vacatures per 100 werklozen blijft de spanning hoog. Ter vergelijking: 10 jaar geleden waren er voor iedere 15 vacatures 100 werklozen, blijkt uit CBS-cijfers.

“Hoewel de afname in vacatures positief is, moeten er nog flinke stappen worden gezet om de krapte in de nabije toekomst te blijven verlagen”, zegt Sharita Boon, directeur van Nationale Vacaturebank. “Kijk bijvoorbeeld naar de hoeveelheid onbenutte kennis en de wil om te werken. Recent onderzoek van TNO laat zien dat 3 op de 10 werknemers overgekwalificeerd is voor hun huidige baan. Daarnaast wil 1 op de 5 deeltijdwerkers meer werken, maar slechts een klein deel slaagt daar binnen een jaar in. Veel mogelijkheden om de krapte op te lossen blijven helaas dus nog onbenut.”

Grootste personeelstekort in provincie Utrecht

Verreweg de meeste vacatures staan open in Zuid-Holland, Noord-Holland en Noord-Brabant. Maar in deze provincies wonen ook de meeste mensen. Het is dan ook niet gek dat er op die plekken meer vraag is naar personeel. Maar zet je het aantal vacatures af tegenover de beroepsbevolking per provincie? Dan vinden er opvallende verschuivingen plaats. We kijken dan naar de vacaturegraad, dat is het aantal openstaande functies per 1000 banen. Hoe hoger de vacaturegraad, des te meer vraag er is naar personeel.

Ondanks de daling in het totaal aantal openstaande vacatures, is de vraag naar personeel nog altijd hoog. Utrecht en Zeeland voeren de lijst aan. Met name in de zorg is daar een groot tekort. Noord-Brabant maakt de top drie compleet.

“Hoewel de vacaturegraad in provincies als Friesland en Drenthe lager is, betekent dat niet dat er daar geen tekorten zijn”, zegt Boon. Een bekende trend is dat veel jonge mensen liever naar de grote steden verhuizen. En dat kan slecht uitpakken voor bedrijven in de regio. “Kijk bijvoorbeeld naar Drachten in Friesland. Een stad die zich graag wil ontwikkelen tot een broedplaats voor innovatie met veel bedrijven in de techniek. Door interne opleidingen en aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden hopen de bedrijven daar meer mensen aan te trekken. Maar in praktijk blijkt dat helaas nog altijd erg moeilijk.”

Lees ook:

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | Laat een reactie achter

De verschuiving naar projectmatig werken: wat betekent het opheffen van het handhavingsmoratorium voor zzp’ers en opdrachtgevers?

Het opheffen van het handhavingsmoratorium vraagt om een heroriëntatie van zowel zzp’ers als opdrachtgevers. De toekomst ligt in projectmatig werken, waarbij zelfstandige professionals op basis van hun expertise waarde kunnen toevoegen. “De verschuiving naar projectmatig werken is noodzakelijk, maar de regelruimte is er.”

Met het naderende opheffen van het handhavingsmoratorium voor schijnzelfstandigheid per 1 januari 2025, heerst er onrust in de markt. Deze onrust wordt veroorzaakt door misinformatie, onwetendheid, of het gebrek aan bereidheid om te onderzoeken wat er wél mogelijk is. In een uitzending van ZiPtalk spraken we hierover met Albert Allmers, directeur van Finance Factor, en Hugo-Jan Ruts, hoofdredacteur van ZiPconomy.

De centrale vraag luidt: hoe moeten zelfstandige professionals en opdrachtgevers zich aanpassen aan de nieuwe realiteit?

De paniek in de markt

Zowel Allmers als Ruts zien een duidelijke trend in de reacties op de opheffing van het moratorium. “Er is paniek in de markt, vooral gevoed door onwetendheid en publieke opinie. Sommige organisaties denken dat het wel weer overwaait, maar dat is struisvogelpolitiek,” aldus Allmers. Hij maakt zich zorgen over de hoeveelheid onwaarheden die vooral via sociale media worden verspreid. “Opdrachtgevers weten niet meer wat ze moeten geloven en vragen ons om voorlichting.”

Ruts herkent dit probleem. “De Belastingdienst probeert uit te leggen wat wel en niet kan, maar dat komt vaak neer op interpretaties. Sommige zaken zijn duidelijk, maar er is veel ruimte om opdrachten anders in te vullen,” stelt hij. “Je moet jezelf niet voor de gek houden: bepaalde werkwijzen kunnen gewoon niet meer. Maar een groot deel van het werk dat nu door zelfstandigen wordt gedaan, kan je zo inrichten dat het wél aan de wetgeving voldoet. Daarvoor moet je echter wel bereid zijn om hierover met je zelfstandigen in gesprek te gaan.”

In een eerder artikel op ZiPconomy constateerde Ruts al dat er flinke verschillen zijn per sector. Niet alleen in de regelruimte, maar ook in de bereidheid om te zoeken naar wat mogelijk is. “Kijk, niemand wordt verplicht om met zzp’ers te werken, maar organisaties die dat wél willen, zullen vaak hun opdrachten anders moeten inrichten. En organisaties die dat niet willen, moeten ook de gevolgen daarvan onder ogen zien.”

Van tijdelijke functies naar projectmatig werk

Een van de belangrijkste punten die tijdens het gesprek naar voren kwam, is de verschuiving van tijdelijke functies naar projectmatig werk. Volgens Ruts ligt hierin de oplossing voor veel zelfstandige professionals. “Er gaat echt een slag gemaakt worden van tijdelijke functies naar projecten, naar inspanning en resultaat. Die verschuiving moet je wel maken. Dat geldt voor opdrachtgevers, bureaus en zelfstandigen.”

Ook Allmers benadrukt dat de rol van de opdrachtgever hierin essentieel is. “Opdrachtgevers moeten kritisch nadenken: is dit een opdracht voor een zelfstandig professional of voor een medewerker in loondienst?” stelt Allmers. Waar delen van de Rijksoverheid, bijvoorbeeld in de ICT-sector, de deur volledig lijken te sluiten voor zzp’ers, ziet Allmers dat er bij andere delen van de Rijksoverheid opdrachten wel ruimte blijft voor het inschakelen van zelfstandige interim-managers.

Hij ziet intermediairs als belangrijke partners die beheersmaatregelen kunnen toepassen om ervoor te zorgen dat opdrachten binnen de wettelijke kaders passen.

Voor Allmers spelen brancheorganisaties zoals de BOVIB en de Raad voor Interimmanagement (RIM) – Finance Factor is lid van beide – een belangrijke rol. “De BOVIB heeft een keurmerk dat twee keer per jaar wordt getoetst, en de RIM heeft een gedragscode. Beide brancheorganisaties hebben een goedgekeurde modelovereenkomst die ook na 1 januari nog steeds geldig is. Inclusief de bijbehorende beheersmaatregelen vormt dit een prima basis om binnen de kaders van de actuele wet- en regelgeving te opereren.”

Herhaling van zetten

Voor Allmers is de hele discussie niet nieuw. Hij zit al dertig jaar in het vak en ontving voor de tiende keer op rij een FD Gazelle award. “Eerst had je het LISV-besluit over interim-managers, daarna de VAR, en vervolgens de Wet DBA. In de afgelopen dertig jaar is er nooit een eigen status vooraf gecreëerd voor zelfstandige interim-professionals. De toetsing vindt altijd achteraf plaats, en dan is het vaak te laat.”

Met het impresariomodel waar Finance Factor mee werkt, merkt Allmers dat juist dit aspect lastig is voor de interim-managers met wie hij werkt: “Financiële interim-managers streven naar voorspelbaarheid en willen risico’s vermijden. Toetsing achteraf maakt dit juist onvoorspelbaar.” Dat betekent dat ook hier Finance Factor een rol te vervullen heeft in voorlichting of advies voor wie over wil stappen naar een andere contractvorm.

Kijk het hele gesprek hier terug, of via Spotify

Geplaatst in Professioneel inhuren | 7s Reacties

Van Hijum (SZW) blijft bij polderpakket arbeidsmarkt, wil geen verdere vernieuwing

Tweede Kamerleden pleiten voor een moderner arbeidsmarkthervorming, maar minister Eddy van Hijum (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) wil vooral door met de plannen van zijn voorganger. Dat bleek woensdag tijdens een algemeen overleg in de Tweede Kamer over de arbeidsmarkt. Een SER-akkoord uit 2021 ziet uit als zijn ‘kompas’ en hij wil niet ‘als een olifant in een porseleinkast’ morrelen aan die afspraken.    

Van Hijum reageerde daarmee vooral op de wens van de VVD om ook verder te kijken dan het middellangetermijn-advies van de Sociaal Economische Raad (SER-MLT). 

VVD: Kabinetsplannen is “oude wijn in oude zakken”

VVD-Kamerlid Thierry Aartsen zette de toon in het debat. Hij noemde het pakket  arbeidsmarkthervormingen ‘oude wijn in oude zakken’. “In het hoofdlijnenakkoord staat niet veel meer dan dat de minister doorgaat met wat het vorige kabinet in gang heeft gezet”, zei hij. 

Van Hijums voorganger Karien van Gennip legde de basis voor flinke aanpassingen in het arbeidsbestel. Dat deed ze op basis van het SER-MLT uit 2021 en de adviezen van de Commissie Roemer om misstanden met uitzendkrachten tegen te gaan. Ze maakte een forse lijst wetsvoorstellen: het afschaffen van oproepcontracten, meer regulering van de uitzendsector, verduidelijking van regels rond zzp’ers en een verplichte basisverzekering arbeidsongeschiktheid voor zelfstandigen. Lees meer. 

Wat Aartsen betreft mag de ambitie van het kabinet wel wat verder gaan dan het sec uitvoeren van wat werkgevers en werknemers hebben afgesproken. “Het primaat ligt bij de politiek” aldus het VVD-Kamerlid. Het SER-MLT liet een aantal moderniseringadviezen van Commissie Regulering van Werk (Borstlap, 2020), zoals verkorting van de duur van arbeidsongeschiktheidsverzekering, een gelijke aov regeling voor alle werkenden en aanpassing van het ontslagrecht liggen. 

Meer vaart, meer vernieuwing

De VVD wil vooral minder regeldruk voor ondernemers. Aartsen vindt dat onder meer ziekte van werknemers nu een te groot risico is voor kleine werkgevers. Volgens hem is dat een belangrijke oorzaak dat werkgevers huiverig zijn om mensen in vaste dienst te nemen en dus een oorzaak van een relatief hoog percentage flex in Nederland. De VVD wil daarom de regels rond loondoorbetaling bij ziekte verder aanpassen.

D66 wil dat er meer ruimte komt voor ‘zelfstandig werkenden’. “Zij horen bij de arbeidsmarkt van de toekomst. U kunt binnenkort voorstellen van D66 verwachten.” Zo wil Annemarijke Podt (D66) dat in een nieuwe zzp-wet VBAR, die voor advies bij de Raad van State ligt, de regels rond inhuur niet alleen ‘verduidelijkt worden’ – zoals nu het plan is – maar ook worden vernieuwd. 

Podt benadrukt ook dat de Nederlandse arbeidsproductiviteit daalt. “Dit beleid zal de personeelstekorten niet oplossen”, zegt het D66-Kamerlid. Léon de Jong (PVV) mist vooral een duidelijk standpunt van het kabinet op de arbeidsmarktbeleid. “Er moeten veel plannen worden uitgewerkt. Daar is een visie voor nodig.” 

De ChristenUnie (CU) wil zowel meer vernieuwing als vaart maken. “Het werken aan de arbeidsmarkt is een gebed zonder einde”, zei Don Ceder. Hij mist vooral keuzes op het gebied van arbeidsmigratie. Verder benadrukt hij het belang van een goede werk-privébalans en onbetaald werk, zoals zorg voor ouderen en kinderen. “Als we meer gaan werken, wie pakt die taken dan op?”

Te lang wachten op duidelijkere zzp-regels

Zowel CU als PvdA/Groenlinks maken zich zorgen over arbeidsmigratie. Nu er meer regels zijn voor uitzendbureaus die arbeidsmigranten bemiddelen, ziet Mariëtte Patijn (PvdA/Groenlinks) een verschuiving van het probleem: werkgevers geven migranten zzp-contracten. Patijn: “Ik ben blij dat het kabinet besloten heeft vanaf 2025 met zachte hand te handhaven op schijnzelfstandigheid. Maar het duurt nu echt te lang voordat er nieuwe, heldere regels zijn rondom werken met zelfstandigen.”

Zij wil dat de minister opschiet met de wetsbehandeling van de Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (VBAR) en de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (aov) voor zelfstandigen. Ook Ilse Saris van Nieuw Sociaal Contract wilde meer duidelijkheid over de nieuwe zzp-wet.

Tijdelijkheid uitzenden

Patijn wees er verder op dat de Nederlandse wetgeving niet aansluit bij de EU-richtlijn rond ‘tijdelijkheid uitzenden’. “Uitzenden is bedoeld voor piek, ziek en tijdelijk werk”, zei ze. Daarom vindt NSC dat uitzendkrachten maximaal 3 jaar voor één opdrachtgever mogen werken. “Daarna verdienen ze het recht op een vast dienstverband.”

Van Hijum zegt nog – in overleg met de polder – de broeden op een oplossing voor dit punt. Dat kan een maximale termijn zijn, zoals NSC wil, maar mogelijk ook het werken met een rechtsvermoeden of een open norm. De kabinetsreactie komt voor het einde van het jaar.  

Minister wil ‘gas geven’

Minister Van Hijum was het niet eens met de uitspraak dat het beleid nu ‘oude wijn in oude zakken’ is. “Het is een uitgebalanceerd pakket maatregelen waar ik niet selectief uit ga winkelen”, zei hij. “Ik houd me in algemene zin aan het pakket. Alleen als een maatregel niet uitvoerbaar blijkt, kan dat een aanleiding zijn om iets aan te passen.”

Verder wil hij vooral ‘gas geven’, zei hij. “Een hoop plannen liggen al bij de Raad van State of zelfs bij de Kamer”, zegt hij. “Dat geldt ook voor een wetsvoorstel rondom loondoorbetaling bij ziekte. Die wordt niet verkort, maar een werkgever wordt ontzorgt in het tweede jaar. Dat is zo afgesproken.” Van Hijum zinspeelde op het idee om de de aanpassing van die regels voor werknemers in een aparte wet te behandelen en niet samen met een wetsvoorstel voor de arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen, zoals Van Gennip van plan was 

De Wet TTA (het toelatingsstelsel voor uitzenders en detacheerders) wordt waarschijnlijk nog dit najaar in de Kamer behandeld. Wie dit stelsel aan de kant van de overheid moet gaan beheren, is nog een heikel punt. 

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags | 5s Reacties

Stef Witteveen: ‘De wet DBA heeft totaal geen invloed op Uniforce Professionals’

Nu er zoveel onrust is rondom de handhaving van de wet op schijnzelfstandigheid, heeft Uniforce Professionals het ‘heel erg druk’. “Op dit moment krijgen we heel veel nieuwe aanmeldingen”, vertelt Stef Witteveen, algemeen directeur van Uniforce. “Opdrachtgevers zijn huiverig om zzp’ers in te huren. Terecht of onterecht. Ze willen zekerheid hebben dat zij niet achteraf als werkgever aangemerkt worden en problemen krijgen met de Belastingdienst. Met een Uniforce Professional zijn ze ertegen verzekerd, dus dat is aantrekkelijk.”

Samen met commercieel manager Tom Lageveen is hij te gast tijdens de Werf& en ZiPconomy webinarweek. In het webinar vertellen ze meer over het Uniforce-concept en waarom de wet DBA er geen invloed op heeft.

Wat is Uniforce?

Uniforce Professionals zijn zelfstandig professionals die ondernemen met de ondernemersvorm Declarabele Uren B.V. (DUBV). De DUBV bestaat al sinds 2000 en is opgezet door Uniforce Group. Met een DUBV kan je werken voor wie je wilt, hoe je wilt en zolang je wilt. De opdrachtgever of intermediair hoeft geen loonheffing en sociale verzekeringspremies af te dragen en heeft ook geen andere werkgeversverplichtingen.

Kortom: het is zeker dat er geen sprake is van een arbeidsrelatie. “We zijn er zelfs tegen verzekerd met een vrijwaringsdossier”, vertelt Witteveen. “Daarmee lopen opdrachtgevers en intermediairs van Uniforce Professionals geen enkel risico.”

Doorgelicht en verzekerd

Hij vertelt dat het Uniforce-concept is doorgelicht door brancheorganisatie AWVN en consultant Deloitte. Beide partijen kwamen tot dezelfde conclusie: de Belastingdienst zal een opdrachtgever of een intermediair van een Uniforce Professional niet als werkgever zien. Daarnaast nodigde Uniforce de Belastingdienst uit om 40 casussen te beoordelen.

In alle gevallen kwam de fiscus tot dezelfde conclusie. Vervolgens paste Uniforce de inlenersaansprakelijkheidsverzekering aan, waardoor opdrachtgevers en intermediairs verzekerd zijn tegen elk fiscaal risico bij inhuur.

Hoe werkt zo’n DUBV?

Uniforce Professionals werken vanuit een aparte ondernemersvorm: de Declarabele Uren B.V. (DUBV). “Eigenlijk richt je samen met Uniforce een bedrijf op, waarvan jijzelf naast als directeur-grootaandeelhouder in loondienst bent”, legt Lageveen uit. “Op die manier ben je verzekerd in het sociaal stelsel. Wij bieden als Uniforce de blauwdruk. Wij brengen een element gezag in de arbeidsrelatie, anders gezegd: wij kunnen je in principe ontslaan als directeur. Daarmee creëer je dus een werkgever. Vervolgens kun jij jezelf detacheren bij je opdrachtgevers. Dus je creëert eigenlijk een één-persoons detacheringsbureau.”

Samen met Uniforce heb je allerlei rechten en plichten naar jezelf als werkgever. “Zo moet je een ziekteverzuimverzekering afsluiten, een arbodienst in de arm nemen en zorgen voor doorbetaling bij ziekte. Een normale eenmans-BV voldoet niet aan alle eisen van het werkgeverschap, een DUBV  wel.”

Hogere gekwalificeerde specialisten

Op dit moment zijn er zo’n 600 Uniforce Professionals: van interim-psychiaters tot IT-professionals en projectmanagers. Witteveen: “Het zijn over het algemeen wat hoger gekwalificeerde specialisten.”

Het Uniforce-concept heeft ook twee belangrijke nadelen, vertelt hij. “Het eerste is dat je in een ander fiscaal regime valt dan een eenmanszaak, waardoor je meer belasting en premies moet afdragen. Dat betekent dat het Uniforce-concept geschikt is voor mensen met een omzet van minstens 80.000 euro per jaar.”

Ontslagen uit je eigen DUBV

Verder geef je de zeggenschap in de DUBV uit handen, vertelt hij. “Het gebeurt bijna nooit, maar in theorie kun je als directeur ontslagen worden uit je eigen DUBV. Bijvoorbeeld als je fraude pleegt. Dat gebeurt niet zomaar en we zullen je altijd eerst helpen om je zaken op orde te krijgen, maar wie zich niet aan de wet houdt kunnen wij ontslaan omdat we de zeggenschap hebben in de DUBV.”

Je kunt ook ontslagen worden om economische redenen, namelijk: je hebt geen opdrachten en je kunt je eigen loon niet meer betalen. Lageveen: “Dan benoemen we een interim-bestuurder en ga jij naar het UWV en dan vraag je een WW-uitkering aan. Deze gezagsverhouding is ook de reden dat de wet DBA geen enkele invloed heeft op Uniforce Professionals. Het is heel duidelijk dat de DUBV hier de werkgever is.”

Wil je meer weten? Kijk hieronder het webinar terug. Daarin geven Tom Lageveen en Stef Witteveen ook hun kijk op de arbeidsmarkt. Die kan namelijk wel wat meer innovatie en wat minder regels gebruiken, vinden zij.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , , | 9s Reacties

Laat nieuwkomers sneller aan het werk gaan!

Laten we een misverstand uit de weg ruimen: het sneller aan het werk helpen van nieuwkomers is geen liefdadigheid. Het is pure noodzaak. We zitten midden in een arbeidsmarktkrapte die onze economie afremt. In sectoren zoals de zorg, de bouw en de logistiek staan werkgevers te springen om personeel. Toch worden nieuwkomers, die letterlijk klaarstaan om aan de slag te gaan, tegengehouden door onnodige regels en bureaucratische hindernissen. Neem het voorbeeld van de 18.000 statushouders die nog geen BSN hebben en daardoor niet kunnen werken.

De overheid heeft de mond vol van “integratie”, en lijkt zich bewust te zijn dat werk de sleutel is tot een versnelde integratie. Laten we daarom niet wachten tot nieuwkomers volledig zijn ingeburgerd tot ze mogen werken. Dat is achterhaald. Juist op de werkvloer leren nieuwkomers de taal, de cultuur en bouwen ze aan hun netwerk. Werk zorgt voor zelfstandigheid en geeft mensen een gevoel van eigenwaarde. En laat dat nou net het beste recept zijn voor succesvolle integratie.

In plaats van mensen jarenlang te laten wachten en weg te laten kwijnen in opvangcentra, moet werk vanaf het eerste moment een integraal onderdeel van het integratiebeleid zijn. Hoe langer we wachten, hoe moeilijker het wordt om nieuwkomers te laten slagen. Dit is een verspilling van talent, geld en tijd.

Het personeelstekort in Nederland neemt dramatische vormen aan. En nee, dit is niet alleen een kwestie van de beroepsbevolking “mobiliseren”. Er is al een pool van mensen in Nederland aanwezig, klaar om aan de slag te gaan: nieuwkomers. De uitzendbranche staat te popelen om hen te begeleiden en in te zetten in sectoren waar de nood het hoogst is. Onze oproep aan het kabinet is dan ook: zie uitzenders als een essentiële partner, ook in de aanpak van dit maatschappelijk vraagstuk!

Er is nog een andere ongemakkelijke waarheid: hoe langer nieuwkomers werkloos blijven, hoe meer ze de overheid kosten. Sociale uitkeringen, toeslagen, opvangkosten – ze lopen allemaal op. Elke nieuwkomer die werkt, draagt bij aan de belastinginkomsten en verlaagt de druk op onze toch al zwaar belaste sociale voorzieningen. Door hen aan het werk te helpen, bespaart de overheid miljoenen en ontstaat een gezondere balans tussen werkenden en niet-werkenden. Nog een reden om snel te handelen.

Kansen genoeg. Laten we hopen dat deze wet snel wordt aangenomen.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , | 1 Reactie

Talent moet alle ruimte krijgen om door (verschillende) organisaties te ‘stromen’

Arno Pronk, director new business Circle 8: “Ons logo – een lemniscaat – staat symbool voor continuïteit. Dat is onze visie: het vinden, binden en ontwikkelen van talent is een doorlopend proces. Talent moet door organisaties heen blijven stromen.”

“Vroeger werd iemand ingehuurd, het contract liep af. Je wenste elkaar succes en hoopte elkaar weer eens tegen te komen. Nu kijken we veel meer hoe we vanuit een duurzame relatie van waarde kunnen zijn en blijven.

Wij vinden de juiste professional of het beste talent. We binden ze aan ons, zorgen voor hun groei en begeleiden ze uiteindelijk naar een volgend hoofdstuk. Dat is dat lemniscaat: vinden, binden, groeien en doorstromen van talent. Het staat haaks op de traditionele aanpak, die vooral focust op het vasthouden van medewerkers.”

Vinden

“Als het gaat om het vinden van talent, hebben we een leveringsbetrouwbaarheid van meer dan 98%. Dat hoge percentage behalen we door een sterke focus op de juiste match tussen opdrachtgever en talent. Vanuit verschillende gerichte wervingstrategieën, ondersteund door AI, kijken we daarbij niet alleen naar beschikbaarheid, maar ook naar kwaliteit en duurzame samenwerking.”

Binden

“Wij vinden het heel belangrijk om vanuit persoonlijke aandacht feeling te houden met de talenten die voor ons werken. Met oog voor hun welzijn, hun ambities en hun drijfveren. Wat drijft hen? Welke dromen en wensen hebben ze?”

Vaak is dat keuzevrijheid en uitdagend werk dat aansluit bij persoonlijke ambities.

We merken dat de keuze voor een eindklant steeds vaker wordt bepaald door het beleid van een organisatie. Dat gaat verder dan alleen duurzaamheidsbeleid.

Natuurlijk speelt het tarief een rol, maar als geld de enige motivatie is, houd je het zelden lang vol.”

Groeien

“Bij ons krijgen talenten de kans om in verschillende ‘keukens’ te kijken en daar te leren.

En wij ondersteunen die persoonlijke groei met trainingen, coaching en opleidingen, zodat zij steeds weer nieuwe stappen kunnen zetten.

Het is ook belangrijk dat talenten tijdens hun opdrachten de ruimte krijgen om zich verder te ontwikkelen. Waar vroeger uitdagende projecten vaak naar interne medewerkers gingen en externen vooral op beheer werden gezet, is die grens inmiddels vervaagd. De vraag naar capaciteit is simpelweg te groot om nog onderscheid te maken.”

Doorgroeien en begeleiding

“Het gaat er niet om talenten jarenlang ‘vast te houden’ op dezelfde opdracht, maar om (pro)actief te kijken naar hun doorgroeimogelijkheden, zowel binnen als buiten de organisatie.

Iedere twee tot drie maanden monitoren we de kans op verlenging. Als iemand goed werk heeft geleverd onderzoeken we waar nieuwe kansen liggen bij dezelfde of andere klanten, zodat ze kunnen doorstromen naar een volgende interessante functie.

Belangrijkste daarbij is natuurlijk wat het talent zelf wil. Misschien is iemand toe aan iets totaal anders, op zoek naar een nieuwe uitdaging, of een meer seniore functie.”

Aandacht

“Het draait allemaal om persoonlijke aandacht. Behandel een ingehuurd talent met dezelfde aandacht en waardering als een vaste medewerker.

Het is belangrijk dat zowel wij als de eindopdrachtgever – daar waar de werkzaamheden plaatsvinden – oog hebben voor de talenten die voor ons werken.

Die aandacht zorgt ervoor dat talenten zich verbonden en gewaardeerd voelen, zelfs als iemand de organisatie verlaat. Sterker nog, talenten die goed begeleid zijn bij hun vertrek, komen vaak terug. Uit eigen onderzoek blijkt dat 65% van de professionals na hun eerste opdracht minstens één van de volgende drie opdrachten weer via ons uitvoert.”


Kijk hieronder het webinar terug:

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | Laat een reactie achter