Hoe Booking.com de inhuur van creatieve freelancers stroomlijnt Geplaatst 27 mei 2024 door ZiPredactie Zoals bij veel organisaties verliep bij Booking.com de inhuur van externen tamelijk hapsnap. Om het strakker in te regelen is een Managed Service Provider (MSP) programma opgezet, vertelde Becca Sil in 2023 aan ZiPconomy. Sil is hoofd Contingent Workforce bij Booking.com. Sinds de komst van het MSP-programma is op inhuurprocessen bespaard en is er meer grip op de inhuur. Creatieve klussen Creatieve freelance klussen vallen buiten dat MSP-programma, omdat het inhuurproces anders verloopt, aldus Sil een jaar later in een telefoongesprek. Het maken van content voor het platform gebeurt door creatieve freelancers. Deze vertalers, schrijvers, designers, foto- en videografen werken op opdrachtbasis. Ze worden veelal betaald per klus, soms per aantal woorden of per foto. Het reisplatform zocht naar een manier om het matchen en inhuren van deze zelfstandige professionals te stroomlijnen. Bovendien wilde het een duurzame relatie opbouwen met gewaardeerde talenten. Booking.com ontwikkelde daarvoor samen met Randstad Sourceright een ‘talent-community‘. Kandidaten landen aan de voorkant op een speciale gigs-pagina, waar korte enthousiaste verhaaltjes van vakgenoten worden afgewisseld met praktische informatie. Daarachter faciliteert de technologie van freelancemarktplaats Twago een soepele inschrijving in de talentpool. Voor toelating tot de community is een assessment vereist. Een fotograaf levert zijn portfolio in, een vertaler doet een vertaaltest. Ook bekende gezichten wordt gevraagd zich in te schrijven in de talent pool. Zo ontstaat een pool van talenten gescreend en klaar om te werken. Administratie stroomlijnen Om het freelancers makkelijker te maken, wilde Booking.com ook het betaalproces stroomlijnen. Daarvoor is de samenwerking gezocht met global payroller CXC, vertelt Sil. CXC doet de hele administratieve afhandeling, van het opstellen van contracten tot het betaalproces. Freelancers werken met een open contract van anderhalf jaar, waarin ze één maar ook tien klussen kunnen krijgen. Factureren gaat in een self-bill-systeem, waar de accordering is ingeweven. “Dat scheelt hen een hoop werk. Maar ook voor ons betekent het een enorme efficiencyslag”, zegt Sil. “We gaan van vijfhonderd facturen per maand reviewen en verwerken naar één overzichtsfactuur per maand. Daarbij zorgt CXC ook voor de nodige compliance. Het verzamelt en monitort de wettelijke vereiste gegevens die elk land vereisen.” Total Talent Management Nu de processen voor inhuur ingericht zijn, is het makkelijker om een Total Talent Management-strategie te ontwikkelen. Op de Careers-pagina staan naast de vacatures voor vaste banen ook knoppen voor het Early career-programma en freelance opdrachten. “Alle routes komen naast elkaar in beeld. Kandidaten kunnen op die manier vergelijken welke route het beste bij hen past.” “Het is duidelijk op de carrièrepagina dat je in alle rollen die je via onze Gigs-link ziet, niet als werknemer rechtstreeks voor ons werkt”, zegt Sil. “Toch behouden deze pagina’s de look and feel van ons merk.” Voor het people-team van Booking.com helpt de community breder te kijken in het netwerk. “Onze teams voor permanente en contingent recruitment zoeken elkaar nu op. We bespreken welk type talent het beste past op een bepaalde vraag.” De talent community van Booking.com en Randstad Sourceright is een van de genomineerden voor de Total Talent Management Award dit jaar. Lees ook over de winnaar en de andere genomineerden: Het Vlaamse Aquafin wint de eerste Total Talent Award ING vangt alle talentroutes in één model Met skillsgerichte werving komen ook talenten buiten de zorg in het vizier Lees meer: Succesvolle carrière in de toekomst? Word een creatieve generalist De vijf pijlers van een succesvol MSP programma Foto Paulo Moura Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags Booking.com, CXC, inhuur, MSP, Randstad Sourceright, total talent management | Laat een reactie achter
Dennis Luyten wordt nieuwe CEO van Brisker Group Geplaatst 24 mei 2024 door ZiPredactie Na 7 jaar onderdeel geweest te zijn van de Brisker Group, heeft Jansen besloten dat dit een mooi moment is om het stokje over te dragen: “Met de kennis en ervaring die Brisker Group momenteel aan boord heeft, heb ik er alle vertrouwen in dat het huidige succes voortgezet wordt. Met dat gevoel van vertrouwen heb ik besloten om mijn functie bij Brisker neer te leggen.” Dennis Luyten neemt, zoals gezegd, haar rol over en treedt als CEO tevens toe tot het bestuur van de NBBU. De directie van Brisker Group bestaat verder nog uit Peter Schrijnemaekers (CFO). Luyten neemt als oprichter van Pay for People ruim 25 jaar ervaring in de flexbranche mee. “Ik kijk enorm uit naar het uitbouwen van het succes van onze labels en wil Elcke bedanken voor alles wat zij de afgelopen jaren heeft neergezet tot waar Brisker nu staat. Samen met Peter als CFO borduren we hierop voort en zien we bijzonder positief uit naar de toekomst met een ijzersterk team van collega’s. Lees meer: Elcke Jansen, CEO Brisker Group: ‘Wij moeten het voor ondernemers gemakkelijker maken’ Duurzame inzetbaarheid: wie pakt welke rol? Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags Brisker Group, ceo | Laat een reactie achter
WEC: flexibiliteit in werk is een niet-onderhandelbare eis geworden Geplaatst 24 mei 2024 door ZiPredactie Volgens een wereldwijd onderzoek is flexibiliteit een niet-onderhandelbare eis geworden in de wereld van werk. Daardoor moeten beleidsmakers om tafel om de raamwerken voor regelgeving opnieuw te ontwerpen. Dat concludeert de World Employment Confederation (WEC) in hun driedelige, wereldwijde onderzoek “The Work We Want.” Sonja van Lieshout (WEC Europe): ‘Een vast contract voor het leven is echt niet meer de rode draad’ Uit het derde en laatste onderzoek blijkt ondermeer: 83 procent van de bedrijfsleiding zegt dat werknemers na de pandemie evenveel waarde hechten aan flexibiliteit (waar en wanneer ze werken) als hun salaris. 82 procent is van mening dat het idee dat iemand zijn leven lang één carrièrepad volgt voorgoed voorbij is. 83 procent vindt dat het nodig is om mensen bewust te maken van de verschillende soorten arbeidscontracten die vandaag de dag beschikbaar zijn voor werknemers, om hen in staat te stellen te kiezen wat het beste bij hen past. Een kader voor duurzame flexibiliteit Volgens het WEC is het aanpassen van de arbeidsregelgeving van cruciaal belang, aangezien slechts 38 procent van de bedrijfsleiding zich in staat voelt om een mix van verschillende werkvormen te vinden. Daarnaast twijfelt 37 procent van de bedrijfsleiding of zij het geschikte personeel kan werven als zij zouden willen. Instant geluk is ook bij de zoektocht naar werk ‘snelheid + flexibiliteit + keuze’ “In het verleden moesten we ons leven aanpassen aan ons werk. Vandaag de dag is het script omgedraaid: we verwachten dat ons werk zich aanpast aan onze levensstijl en levensfase,” analyseert Denis Pennel, Managing Director van de World Employment Confederation. “Om echt duurzame flexibiliteit te creëren en te verankerenm is een nieuw raamwerk nodig en moeten beleidsmakers ervoor zorgen dat de waarde van verschillende vormen van werk in wettelijke kaders worden erkend. Hervormingen van de arbeidsmarkt zijn nodig om werknemers meer verschillende manieren van werken en een lonende ervaring te bieden, ongeacht hun contract – en tegemoet te komen aan de behoeften van bedrijven op het gebied van personeel en talent,” vervolgt Pennel. Het hele onderzoek is te verkrijgen via de website van het WEC. Lees ook: Deel 1: Inzet uitzendkrachten oplossing voor ‘disruptie’ door AI Deel 2: WEC: benutten onbenut arbeidspotentieel beste aanpak tegen personeelstekort Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags toekomst van werk, WEC, World Employment Confederation | Laat een reactie achter
Werken in het buitenland: wie verhuist waarheen en waarom? Geplaatst 24 mei 2024 door ZiPredactie Een win-win voor werkgevers én voor werkenden Een overweldigende 92% van de leiders van wereldwijde werkgevers zegt dat het aantrekken en behouden van talent tot hun top drie prioriteiten behoort. Een recent onderzoek door Stepstone Group in de VS, het VK en Duitsland toont aan dat tweederde van de senior leiders grensoverschrijdende recruitering zien als een manier om demografische uitdagingen op het gebied van arbeid op te lossen. En het inzetten van buitenlandse werknemers lost niet enkel capaciteitstekorten op: bedrijven met een grotere wereldwijde diversiteit zijn innovatiever en succesvoller. Ze genereren hogere winsten en hebben 75% meer kans om te innoveren van wereldklasse, zoals blijkt uit een recente analyse van BCG. Tweederde van de senior leiders beschouwt grensoverschrijdende recruitering als een manier om demografische uitdagingen op het gebied van arbeid op te lossen. De mogelijkheden om in het buitenland te werken zijn talrijk. En ze bieden voordelen voor werkenden, voor landen van bestemming, en voor werkgevers. Om een waardevolle pool van mondiaal talent aan te boren, en zo een beslissend concurrentievoordeel te behalen in de snel veranderende wereld van werk, moeten regeringen en werkgevers daarom een alomvattende strategie ontwikkelen die gericht is op het aantrekken, overplaatsen en integreren van buitenlandse werknemers. Dat alles staat te lezen in ‘Dream Destinations and Mobility Trends – Decoding Global Talent 2024’, het recente onderzoeksrapport van Bostong Consulting Groep (BCG). Over het onderzoek BCG, The Network en The Stepstone Group voerden een anonieme, online enquête van oktober tot december 2023. In totaal hebben 150.735 mensen in 188 landen deelgenomen. De steekproef omvat 51% mannen en 49% vrouwen, van wie de meesten werkzaam zijn in commerciële sectoren, maar de publieke sector en non-profitorganisaties zijn ook vertegenwoordigd. De meeste respondenten staan aan het begin van hun carrière of in het midden van hun carrière, en de meerderheid zijn 20 tot 40 jaar oud. Bijna driekwart van hen heeft een bachelordiploma of hoger. Er namen meer dan 1000 Belgen deel aan de bevraging. De enquête peilde naar de houding van werknemers over verschillende onderwerpen, waaronder hun bereidheid om voor hun werk naar het buitenland te verhuizen voor werk, de landen waar ze het liefst zouden werken, hun redenen om die landen te kiezen en hun verwachtingen van hun toekomstige werkgevers in een nieuw land. Wie is actief op zoek naar werk in een ander land? Leeftijd en professionele achtergrond beïnvloeden sterk de mobiliteit van individuele werkkrachten. Zo geeft 1 op 3 senior profielen werken in het buitenland te overwegen, net als bijna 30% ingenieurs. Zij die al eerder in een ander land werkten, hebben een grotere voorkeur om dit nog eens over te doen. Waarom willen werkenden verhuizen naar andere landen? Financiële en economische redenen staan met stip op de eerste plaats als meest belangrijke reden om een baan in een ander land aan te nemen, gevolgd door professionele kansen en ontwikkeling. Familiale redenen zijn dan weer de belangrijkste reden om dat niet te doen, samen met een sterke verbondenheid met de huidige woonplaats. Hoe beslissen ze waar ze naartoe gaan? Het is een balans tussen extrinsieke en intrinsieke factoren. Intrinsieke factoren zijn persoonlijke voorkeuren, het hebben van kennissen en familie in andere regio’s, taalvoorkeuren, enz. Extrinsieke factoren, gerangschikt: Kwaliteit van kansen op werk Kwaliteit van leven en klimaat Inkomstenbelasting en kosten van levensonderhoud Veiligheid, stabiliteit en zekerheid Gastvrije cultuur en inclusiviteit Gezinsvriendelijke omgeving Mogelijkheden voor burgerschap Gezondheidszorg Innovatie en digitalisering Visa en werkvergunningen Waar willen mensen naar toe gaan? Helaas, Nederland staat niet in hoog in de ranglijst als favoriete bestemming. Hier is dus, positief uitgedrukt, nog veel ruimte voor verbetering, zeker met het bovenstaande wensenlijstje in gedachte. Australië werd in 2023 de topbestemming, maar omliggende landen als Duitsland en Frankrijk scoren ook niet slecht. Voor werkgevers hier opent zich een enorme vijver met talenten die interesse hebben om ‘virtueel’, op afstand, voor ze te werken, zonder dat migratie nodig is. Virtueel werk groeit wereldwijd razend snel Je kan dankzij technologie ook voor buitenlandse werk – of opdrachtgevers werken zonder dat je je moet verplaatsen naar een ander land. Steeds meer mensen vinden dit een interessante optie, die veel kansen op interessant en uitdagend werk biedt. Dit werkt natuurlijk in beide richtingen: ook voor werkgevers hier opent zich een enorme vijver met talenten die interesse hebben om ‘virtueel’, op afstand, voor ze te werken, zonder dat migratie nodig is. Vooral Afrika is dan een interessante optie omwille van het taalvoordeel (veel Engels en/of Frans) en het minimale tijdsverschil met onze regio. Meer over het onderzoek, alle bevindingen en aanbevelingen via Boston Consulting Group Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags BCG, mobiliteit, toekomst van werk, werken in het buitenland | Laat een reactie achter
Op weg naar een Leefbaar Tarief: ‘Ook freelancers verdienen een eerlijk inkomen’ Geplaatst 23 mei 2024 door Martijn Arets “Of je nu werknemer, ondernemer of freelancer bent, je verdient een inkomen waar je fatsoenlijk van kunt leven”, zegt Paulien Osse, mede-oprichter van de WageIndicator Foundation. “Dat betekent genoeg geld voor eten, een woning, transport en gezondheid. Klinkt misschien logisch, maar dat is het nog lang niet overal ter wereld.” WageIndicator Foundation berekent al meer dan 10 jaar wat een ‘Leefbaar Loon’ (Living Wage) is voor werknemers. Ondertussen voor meer dan 166 landen. Grote bedrijven als Unilever, IKEA en L’Oreal gebruiken de berekeningen van WageIndicator om te bepalen wat een fatsoenlijk loon is voor mensen die zij wereldwijd in dienst nemen. Zo’n 3 jaar geleden kwam er het ‘Leefbaar Inkomen’ (Living Income) bij, waarmee grote bedrijven inzicht krijgen in wat leveranciers zoals kleine familiebedrijven zoals koffieboeren minstens zouden moeten verdienen. Er miste nog een groep: de werkenden die niet in loondienst werken. Speciaal voor hen ontwikkelde de WageIndicator Foundation het ‘Leefbaar Tarief’ (Living Tariff). Als platformexpert en lid van het WageIndicator-team werkte ik mee aan de ontwikkeling hiervan. Het concept en de bijbehorende online tool geven inzicht in minimale uurtarieven voor freelancers: van consultants en softwareontwikkelaars tot platformwerkers als maaltijdbezorgers, taxichauffeurs en online vertalers. Zo’n concept ontwikkelen is niet eenvoudig en er waren vele WageIndictor-collega’s bij betrokken, ieder vanuit zijn eigen expertise. Tijdens een bijeenkomst in India met ruim 70 collega’s uit 45 landen maakte ik van de gelegenheid gebruik om sleutelfiguren bij de ontwikkeling van de Leefbaar Tarief-tool te interviewen. In de nieuwste aflevering van The Gig Work Podcast kom je meer te weten over de ontwikkeling en de voorwaarden om het Leefbaar Tarief wereldwijd te introduceren. Luister hier de volledige podcast. ‘Leefbaar loon is niet voor iedereen geschikt’ Ten eerste vertelt medeoprichter van de WageIndicator Foundation Paulien Osse het verhaal en de gedachte achter het Leefbaar Tarief. Zij vertelt dat het gebaseerd is op het Leefbaar Loon: het inkomen dat een werknemer hoort te verdienen om fatsoenlijk rond te komen. Op dit moment heeft WageIndicator een Leefbaar Loon berekend voor meer dan 166 landen. Ieder kwartaal wordt dit geüpdatet op basis van de actuele prijzen van meer dan 100 producten. Terwijl deze data eerst alleen tegen betaling te krijgen was, heeft de stichting de informatie onlangs publiek zichtbaar gemaakt. “We zien dat het steeds logischer wordt voor bedrijven om in gesprek te gaan over een leefbaar loon”, zegt Osse. “Onze informatievoorziening draagt daaraan bij. Maar een loon is niet voor iedereen van toepassing, bijvoorbeeld voor ondernemers.” Inkomen voor ondernemers, Tarief voor gig-werkers Daarom berekent WageIndicator ook een ‘Leefbaar Inkomen’ voor ondernemers. En onlangs kwam daar het Leefbaar Tarief bij, speciaal voor freelancers die ‘gigwork’ doen. Dat wil zeggen: werk op korte termijn, voor korte duur, voor verschillende klanten. Dat zijn dus werknemers die geen arbeidscontract hebben, bijvoorbeeld platformwerkers. De basis van het Leefbaar Tarief is het Leefbaar Loon plus zaken die werkenden die niet in loondienst zijn zelf moeten betalen. Denk aan loonbelasting, premies sociale zekerheid, niet-declarabele uren en kosten om het werk te kunnen uitvoeren. Aangezien voor elk beroep en elke regio andere kosten gelden, verschilt dit tarief per situatie. “Het heeft ook te maken met type werk, kosten voor pensioen en benodigdheden zoals een fiets, laptop of computer”, legt Osse uit. “Ook niet-declarabele uren zoals wacht- en administratietijd tellen mee. Ook belangrijk om te weten: het tarief is een ondergrens. Het is het minimum om van te kunnen leven.” Lees ook: Leefbaar tarief in de platformeconomie: waarom krijgen platformen het niet voor elkaar? ‘Te moeilijk? Daar nam ik geen genoegen mee’ Osse begon met een eigen inventarisatie en berekening. Vervolgens sprak ze deskundigen, zoals payroll-experts en professoren. “Bijna iedereen waarschuwde me dat een Leefbaar Tarief berekenen te moeilijk was”, vertelt ze. “Maar ik had een missie, dus ik nam daar geen genoegen mee. Ik stelde een lijst samen van data die we moesten verzamelen en ging aan de slag. Eerst in Nederland, want deze markt ken ik het best.” Met financiële hulp van de Duitse Vereniging voor Internationale Samenwerking (GIZ) en ondersteuning van internationale collega’s, lukte het om de tool te lanceren in zes landen. Nu wil WageIndicator het tarief onder de aandacht brengen bij meer internationale platformbedrijven en landen. “Ja, het was een hoop werk. Maar nu het basisconcept staat kunnen we uitbreiden. Ook dit zal tijd kosten, omdat het veel social engineering vergt. We hebben een sterk netwerk en kennis van de lokale markt nodig om echt impact te maken.” Onderzoek naar verschillen tussen beroepen Wat komt er allemaal kijken bij de berekening van een Leefbaar Tarief? Data-analist Nii Ashia Amanquarnor was nauw betrokken bij het project. “We hebben heel veel onderzoek gedaan naar de kostenverschillen tussen de diverse beroepen”, vertelt hij. “Een maaltijdbezorger moet bijvoorbeeld een auto en een smartphone hebben, terwijl een softwareontwikkelaar alleen een laptop nodig heeft. Verder moeten freelancers compensatie krijgen voor wachttijd, administratie-uren en verlof.” Bovendien is het heel ongezond als je het gevoel hebt dat je altijd moet werken, benadrukt hij. “Iedere werkende heeft behoefte aan vrije tijd, weekend, vakantie. Je moet dus genoeg verdienen om je dat te veroorloven.” Amanquarnor neemt al die factoren mee in de berekeningen. Verder zorgen hij en zijn collega’s dan de cijfers up-to-date zijn. Het is indrukwekkend hoe 300 dataverzamelaars over heel de wereld continu bijdragen aan deze enorme database. “Ieder kwartaal herberekenen we de kosten op basis van actuele data over bijvoorbeeld inflatie. Dat doen we per provincie.” Gebruiksvriendelijke, uitgebreide tool Hoe maak je al die data eenvoudig en snel inzichtelijk voor freelancers en hun opdrachtgevers? Data-director Daniela Ceccon weet daar alles van. “De tool moet makkelijk te gebruiken zijn en specifieke informatie geven over jouw situatie”, vertelt zij. “Een Keniaanse maaltijdbezorger met een motor krijgt bijvoorbeeld een heel andere berekening te zien dan een Nederlandse fietsbezorger.” De tool Leefbaar Tarief leert freelancers dat ze met veel meer zaken zelf rekening moeten houden dan werknemers in loondienst De tool leert je niet alleen wat je tarief moet zijn, maar ook hoeveel geld je moet wegzetten voor belasting, sociale zekerheid en pensioen. Daarnaast krijg je inzicht in de gemiddelde wachttijden en het aantal feest- en verlofdagen waar je rekening mee moet houden. Ceccon: “Op deze manier draagt het Leefbaar Tarief ook bij aan bewustwording. Het leert freelancers dat ze met veel meer zaken zelf rekening moeten houden dan werknemers in loondienst.” Is jouw situatie anders, dan kun je eenvoudig getallen aanpassen in de tool. “We hebben onderzocht wat de gemiddelde wachttijd per uur is, bijvoorbeeld 10 minuten. Als je weet dat jij over het algemeen meer moet wachten, kun je dat veranderen. Ook kun je extra kosten toevoegen, bijvoorbeeld voor software, vervoer of apparatuur.” Implementatie en collectief onderhandelen in Indonesië De tool kan dus van toegevoegde waarde zijn voor allerlei freelancers wereldwijd. Hoe werkt de implementatie in de praktijk? Daarover spreek ik Nadia Pralitasari. Zij was nauw betrokken bij de voorbereiding en implementatie van de Leefbaar Tarief-tool in Indonesië begin dit jaar. Zij vertelt dat veel Indonesiërs van oudsher niet in loondienst werken. “De informele markt was altijd al groot en sinds de opkomst van superapps Gojek en Grapp is werken via platformen razend populair”, zegt ze. “De Leefbaar Tarief-tool geeft werkenden binnen een paar klikken inzicht in wat ze waard zijn. Het is belangrijke informatie, maar helaas is deze kennis op dit moment nog niet voor iedereen toepasbaar.” Je hebt namelijk onderhandelingsmacht nodig om dat hogere tarief ook echt te krijgen. “Veel gig-werkers krijgen gewoon het bedrag dat de app uitbetaalt”, legt Pralitasari uit. “Wij vinden dat het anders moet, maar lobby is onze taak niet en de overheid ziet ons niet als gesprekspartner. Wij zorgen voor informatievoorziening. Gelukkig spreken overheid en bedrijfsleven sinds kort wel met vakbonden over de situatie van gig-werkers.” Daarom moedigt het team van WageIndicator platformwerkers aan om zich aan te sluiten bij de bonden. “We hopen dat onze informatie en de collectieve onderhandelingspositie uiteindelijk leiden tot eerlijke, leefbare tarieven.” ‘Het echte werk begint nu pas’ Wat is er nodig om de impact van het Leefbaar Tarief te vergroten? Welke lessen heeft het team geleerd? Daarover spreek ik tot slot nog eens met initiatiefnemer Osse. “Ten eerste moet je je realiseren dat het tijd kost om een goede basis te ontwikkelen”, vertelt zij. “Het vergt onderzoek, gesprekken met stakeholders en je moet heel veel testen. Maar het is zeker de moeite waard, dit kan echt leiden tot verandering.” Freelancers en gig-werkers zijn nu eenmaal geen werknemers en vaak ook geen ondernemers die vrij kunnen onderhandelen over hun tarieven, benadrukt Osse. “Het is mijn missie om mensen stap voor stap te overtuigen van de noodzaak van een fatsoenlijk uurtarief voor iedereen. De tool is slechts een instrument, het echte werk begint pas. Het kan nog wel tien jaar duren voordat het Leefbaar Tarief een geaccepteerd en wijdverspreid concept is.” Conclusie Het was voor mij bijzonder om het verhaal achter het Leefbaar Tarief van een diverse groep betrokkenen te horen. Ik ben me nu nog meer bewust van de mogelijke impact van deze tool. Tegelijkertijd werd me duidelijk dat de website op zich geen verandering gaat brengen. Dat zou ook te makkelijk zijn. Pas als iedere betrokkene bij de situatie zijn verantwoordelijkheid neemt en erkent dat iedereen een Leefbaar Inkomen verdient, zal verandering optreden. We moeten erkennen dat het collectieve belang zwaarder weegt dan het individuele of institutionele belang. Daarom roep ik iedereen op deze verantwoordelijkheid te nemen. Ik zie uit naar de groei en de impact van deze nieuwe tool de komende jaren. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags platformeconomie, tarief, WageIndicator Foundation | Laat een reactie achter
Aantal schijnzelfstandigen bij ministerie van Financiën toegenomen Geplaatst 23 mei 2024 door Willem Vernooij Bij het ministerie van Financiën zijn steeds meer schijnzelfstandigen werkzaam. In totaal is het aantal opgelopen tot ruim duizend bij het ministerie als geheel (dus inclusief uitvoeringsorganisaties zoals de Belastingdienst). Dat blijkt uit een recent verantwoordingsonderzoek van de Algemene Rekenkamer. Dat is opmerkelijk, aangezien het ministerie vorig jaar nog een taskforce oprichtte om het percentage schijnzelfstandigen te verminderen. Lees ook: Belastingdienst werkt volgens de Rekenkamer met ‘schijnzelfstandigen’ Uit een vergelijkbaar onderzoek van de Algemene Rekenkamer vorig jaar bleek dat er in totaal 600 gevallen van schijnzelfstandigheid waren bij de Belastingdienst en Toeslagen. De Belastingdienst vond in 2022 de inhuur van externen noodzakelijk om de continuïteit van de bedrijfsvoering niet in gevaar te brengen. Speciale taskforce Na het onderzoek van vorig jaar, richtte het ministerie van Financiën een speciale taskforce op om te beoordelen welke inhuurkrachten in werkelijkheid schijnzelfstandig zijn en om schijnzelfstandigheid tegen te gaan. Voor het onderzoek gebruikte de Algemene Rekenkamer de criteria van het ministerie zelf. Bij de Belastingdienst wel een daling Bij De Belastingdienst is echter een lichte daling te bespeuren. Veel dienstonderdelen van de Belastingdienst hebben het aantal schijnzelfstandigen fors teruggebracht, bij enkelen zijn helemaal geen schijnzelfstandigen meer werkzaam. Lees ook: Hervatting handhaving Wet DBA van 2025: hoe staat de Belastingdienst daarin? Daartegenover staat wel dat de afdeling Informatievoorziening juist weer meer schijnzelfstandigen heeft ingehuurd, 240 in totaal. Ook het aantal accountants dat de Auditdienst Rijk heeft ingehuurd die feitelijk schijnzelfstandigen zijn, is hoog. Bij Toeslagen gaat het zelfs om een ruime verdubbeling. In verband met de afwikkeling van de Toeslagenaffaire wordt echter veel extern personeel ingehuurd. Vruchteloze oplossingen Na het vorige rapport, richtte het ministerie een taskforce op om schijnzelfstandigheid in het vizier te krijgen en op te lossen. Maar de acties om ingehuurde schijnzelfstandigen in dienst te laten treden, zijn echter vooralsnog vrijwel vruchteloos gebleken. Van alle schijnzelfstandigen die een bod kregen om in dienst te komen, heeft er slechts één dit aanbod geaccepteerd. Lees ook: Bijna 1 op de 9 zzp’ers wil weer terug in loondienst De reden die de zzp’ers gaven om niet in dienst te komen, is vooral dat het zzp’erschap vooralsnog financieel interessanter is dan een dienstverband. De zekerheid van een dienstverband compenseert deze hoge verdiensten niet. De Algemene Rekenkamer maakt zich daarover zorgen en vraagt zich af of het functiegebouw van de Rijksoverheid het departement niet belemmert om een concurrerend loonaanbod te doen en of het Rijk personeel met specialistische kennis wel goed genoeg aan zich kan binden. Andere ministeries geen goed zicht op schijnzelfstandigheid De Algemene Rekenkamer heeft niet de indruk dat andere ministeries goed zicht hebben op schijnzelfstandigheid, zoals het ministerie van Financiën dat wel heeft. Daarbij speelt het ministerie van Financiën geen ‘interdepartementale rol’ als het gaat om het zicht krijgen op de inhuur van schijnzelfstandigen. Lees ook: Algemene Rekenkamer: Belastingdienst handhaaft Wet DBA niet. En kan dat ook nauwelijks De Algemene Rekenkamer dringt aan op verscherpte regels om schijnzelfstandigheid te voorkomen. Zolang de regels uitblijven en het Rijk zelf schijnzelfstandigen inhuurt, kan de Belastingdienst de handhaving van schijnzelfstandigheid niet geloofwaardig uitvoeren. “We vinden het geen feestje waard als het handhavingsmoratorium in 2026 zijn 10-jarig jubileum beleeft. Ook langer uitstel belemmert de geloofwaardigheid van de Belastingdienst in de uitvoering. Wij vertrouwen erop dat de belastinginspecteur ook de schijnzelfstandigheid bij het Rijk zelf corrigeert.” Het hele onderzoeksrapport is te vinden op de website van de Algemene Rekenkamer Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags Algemene Rekenkamer, belastingdienst, Ministerie van Financien, schijnzelfstandigheid, wet dba | 6s Reacties