SCP: krapte op de arbeidsmarkt vraagt om duidelijke keuzes van politiek Geplaatst 15 november 2023 door Willem Vernooij Bij de aanpak van de krapte op de arbeidsmarkt, hebben politieke parijen te lang de kool en de geit willen sparen. Maar met de verkiezingen in het vooruitzicht, is het nodig om knopen door te hakken. Dat stelt het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in het onlangs verschenen rapport ‘Kwesties voor het kiezen’. De huidige tekorten op de arbeidsmarkt zijn geen recent verschijnsel, signaleert het SCP. In 2006 werd al gewaarschuwd voor oplopende personeelstekorten in bepaalde sectoren. De coronapandemie en de daaropvolgende ‘inhaalconsumptie’ hebben deze tekorten alleen nog groter gemaakt. De verwachting is dat de arbeidstekorten nog zeker twee decennia zullen stijgen, mede door de vergrijzing. Twee vraagstukken Volgens het SCP heeft de overheid een aantal opties om de arbeidsmarktkrapte aan te pakken. Daarbij moet de politiek belangrijke keuzes maken. Bijvoorbeeld: maakt de overheid een algemeen beleid voor arbeidstekort of kiest zij voor een sectorale aanpak? Wanneer de overheid algemeen beleid maakt om het arbeidstekort aan te pakken, bijvoorbeeld door financiële prikkels om voltijds werk aantrekkelijker te maken (zoals bijvoorbeeld D66 voorstelt met hun ‘urenvoordeel’), dan kan het gevolg zijn dat dit de arbeidstekorten verhelpt in sectoren die weinig toevoegen aan de ‘brede welvaart’, zoals een asbestfabriek. Het alternatief, ‘beleid dat stuurt op maatschappelijke doelen’, is daarentegen complex: wanneer de overheid stuurt op een toename van bijvoorbeeld zorgpersoneel, komen hier veel factoren bij kijken. Mensen hebben eigen wensen en verlangens over de invulling van hun contract, bijvoorbeeld deeltijds werken, waardoor het complex wordt om hier gericht op te sturen. Een voorbeeld van zo’n beleidsmaatregel staat in het eerder genoemde partijprogramma van D66, waarin zij schrijven dat zij de secundaire arbeidsvoorwaarden van personeel in de zorg, techniek en onderwijs willen verbeteren. Meer arbeidskrachten of een kleinere vraag? De krapte op de arbeidsmarkt wordt altijd gepresenteerd als het gevolg van een tekort aan arbeidskrachten. Maar een alternatieve verklaring is dat er te veel werk gedaan moet worden waarvoor arbeid nodig is. Ook hier ontstaat een tegenstelling: hebben we meer mensen nodig, of moet de vraag verkleind worden? Bij de eerste optie kan er worden ingezet op arbeidsmigratie, mensen meer uren laten werken of de arbeidsparticipatie vergroten. Maar arbeidsmigratie, zo waarschuwt het SCP, heeft ook een keerzijde: er zal meer vraag zijn naar sociale huurwoningen en andere voorzieningen. Ook merkt het bureau op dat het beleid dat inzet op de verhoging van arbeidsparticipatie vaak weinig effect heeft. Een voorbeeld van dergelijk beleid is het ‘hernieuwde aanvalsplan’ van NSC voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Mindere arbeidsvraag De andere keuze is om de arbeidsvraag te verminderen. Een voorbeeld hiervan is het plan van NSC om selectiever te worden in welke industrieën naar Nederland worden gehaald, bijvoorbeeld de grote ‘distributiedozen’. Deze zouden te veel fysieke ruimte in beslag nemen (waardoor er minder ruimte overblijft voor woningbouw) en relatief gezien te weinig opleveren voor de Nederlandse economie omdat er relatief veel arbeidsmigranten werken. Het nadeel van dit beleid is wel dat het de participatiekansen van een krappe arbeidsmarkt vermindert. Een krappe arbeidsmarkt kan de maatschappelijke ongelijkheid verkleinen, omdat de arbeidsmarkt toegankelijker wordt voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Ook kan het personeelstekort mensen met een laag salaris een betere onderhandelingspositie geven. ‘Welke waarden vinden wij belangrijk in de samenleving?’ Dat is volgens de SCP de vraag die gesteld moet worden. Moeten wij inzetten op economische groei, waardoor de economische welvaart zal stijgen? Of moeten wij ons meer richten op de ‘brede welvaart’, waarbij wij naast materiële welvaart ook kijken naar gezondheid, onderwijs, milieu en sociale cohesie? “Een duidelijke visie op de waarde van (betaald en onbetaald) werk voorkomt een eenzijdige focus op economische aspecten van welvaart”, stelt het SCP. Het risico van het uitstellen van deze moeilijke keuzes, is dat de bevolking langer in onduidelijkheid blijft leven. Hierdoor zou een verdere ondermijning van het vertrouwen in de politiek en de overheid op de loer liggen, stelt het rapport. Het hele rapport ‘Kwesties voor het kiezen’ van het SCP is hier te downloaden. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags krapte op de arbeidsmarkt, personeelstekort, Verkiezingen 2023 | Laat een reactie achter
Loonkloof tussen vrouwelijke en mannelijke zzp’ers krimpt Geplaatst 14 november 2023 door Willem Vernooij Op welke datum Equal Pay Day ‘gevierd’ wordt, verschilt per land: de datum wordt bepaald op basis van het gemiddelde verschil in loon. Hoe kleiner de loonkloof in een land, des te later in het jaar valt de Equal Pay Day. In Nederland is 14 november de dag waarop mannen het jaarsalaris van een vrouw verdiend hebben. In 2018 meldde ZiPconomy nog dat het uurtarief van vrouwelijke freelancers bijna 10% lager lag dan dat van mannelijke freelancers. Dit verschil is de laatste jaren bijzonder veel kleiner geworden, blijkt uit de data van Intelligence Group. Waar in de data van 2018 tot 2020 vrouwelijke zzp’ers nog een 14% lager uurtarief kregen dan mannen, is dit verschil in de periode tussen 2020 en 2023 gedaald naar slechts 0,8%. Opmerkelijk: deze trendbreuk valt gelijk met het begin van de coronapandemie. Waarom deze trendbreuk en de pandemie verband houden met elkaar, kan Intelligence Group niet met zekerheid zeggen. Dataverantwoording De analyse van Intelligence Group is uitgevoerd op basis van hun eigen data, waarin zij zzp’ers vragen naar hun uurtarief. Dit betreft het gemiddelde uurtarief dat de respondenten zeggen te hanteren. Hierbij filteren zij op zzp’ers die arbeid of diensten aanbieden, waardoor zij zelfstandigen met een winkel niet meenemen in het onderzoek. In de analyse wordt een model gemaakt dat het uurtarief probeert te verklaren uit, maar waarbij Intelligence Group in het bijzonder op zoek is naar het effect van geslacht op het uurtarief. Inkomen per gewerkt uur Door een analyse met data van het CBS, kan Intelligence Group deze trend hard maken. Hoewel het CBS geen data van uurtarieven beschikbaar heeft, kan Intelligence Group wel nagaan wat het inkomen van zzp’ers is en dat afzetten tegen het gemiddelde aantal uren dat er per jaar gewerkt wordt. Daarin groeit het inkomen per gewerkt uur van vrouwelijke en mannelijke freelancers steeds meer naar elkaar toe, maar met name de laatste twee jaar wordt het verschil kleiner. Verder blijkt uit een andere dataset dat vrouwelijke zzp’ers vaker tot een deal komen dan mannelijke. Wanneer vrouwen zich als zzp’er aanbieden voor een opdracht, komen zij gemiddeld 50,24% tot een deal. Dit in tegenstelling tot 31,24% onder de mannen. Intelligence Group ontdekte dat dit komt omdat zelfstandige vrouwen vaker een opdracht gegund krijgen. Een kanttekening bij deze bevindingen is dat het hoofdzakelijk om hoogopgeleiden gaat en de IT-sector oververtegenwoordigd is in deze dataset. Vrouwen minder vaak geheadhunt Ondanks het positieve nieuws, wil dit niet zeggen dat er geen werk aan de winkel is. Intelligence Group ontdekte namelijk ook dat vrouwen minder vaak geheadhunt worden, omdat zij minder uren beschikbaar zijn. Daarom zijn zij voor bemiddelings- en detacheringsbureaus vaak commercieel minder aantrekkelijk. Intelligence Group merkt op dat er in de markt voor zzp’ers veel meer sprake is van equal pay door de opdrachtgever. Dit komt deels doordat dit zo georganiseerd is (bureaus hanteren bijvoorbeeld vaste tarieven), maar ook deels doordat vrouwen zich beter presenteren dan mannen. Het is mogelijk dat de winstmarge van bemiddelings- en detacheringsbureaus bij vrouwen groter is per uur, omdat zij hen een lager tarief geven, maar dit is niet vast te stellen zonder dat bureaus daar zelf inzage in geven. De ervaring leert dat bemiddelings- en detacheringsbureaus een voorkeur hebben voor personen die meer uren maken, zodat de bureaus meer uren kunnen declareren. Geplaatst in Professioneel inhuren, ZP en Ondernemen | Tags Intelligence Group, loonkloof, uurtarieven | Laat een reactie achter
Daan de Kort (VVD): ‘Onderzoek niet of een zzp’er werknemer is, maar of hij ondernemer is’ Geplaatst 14 november 2023 door Claartje Vogel “Er wordt te negatief gesproken over flexibele arbeid in Den Haag”, zegt Daan de Kort, Tweede Kamerlid namens de VVD. “Daar volgt soms beleid uit waar wij niet achter staan. Neem het wetsvoorstel rondom zzp’ers. Zoals dat er nu ligt, gaan wij het echt niet steunen.” De Kort is inmiddels twee jaar Kamerlid en houdt zich onder andere bezig met de arbeidsmarkt. De afgelopen jaren heeft het kabinet ‘goede stappen gezet’ om arbeidsmarktbeleid te verbeteren, vindt hij. “Maar er moet nog veel gebeuren. Het advies van de Commissie Regulering van Werk is om vaste contracten minder vast te maken en flexibele arbeid minder flexibel. De minister van Sociale Zaken heeft al veel gedaan aan flex minder flex, maar nog veel te weinig om vast minder vast te maken.” Werkgeverschap aantrekkelijker maken De VVD wil bijvoorbeeld de regels rondom loondoorbetaling bij ziekte versoepelen. “Een ondernemer heeft nu twee jaar onduidelijkheid, dat is absurd lang”, vindt De Kort. “Het maakt het onaantrekkelijk voor werkgevers om personeel in dienst te nemen. Ik woon dichtbij de Belgische grens en zie dat ondernemers daar maar 30 dagen hoeven door te betalen. We willen zorgen dat ondernemers na een jaar al weten of een zieke werknemer terugkeert. Daarbij willen we specifiek de lasten voor kleine ondernemers verlagen.” We willen zorgen dat ondernemers na een jaar al weten of een zieke werknemer terugkeert De Kort wil daarnaast minder bureaucratie voor ondernemers, de lasten op arbeid verlagen en de regels rondom de transitievergoeding versoepelen. “Een transitievergoeding lijkt mij bijvoorbeeld niet nodig als een werkgever erin slaagt een werknemer aan een nieuwe baan te helpen.” Meer participatie en inclusiviteit Zijn persoonlijke speerpunt is inclusiviteit en participatie van mensen met een beperking. “Ik heb zelf een visuele beperking en weet hoe ingewikkeld het nog kan zijn om aan het werk te komen. Ik vind het heel belangrijk dat de arbeidsmarkt toegankelijker wordt voor iedereen.” Om te zorgen voor een inclusievere arbeidsmarkt, wil De Kort de no-riskpolis uitbreiden. Dit is een regeling voor ondernemers die werknemers met een ziekte of handicap in dienst nemen. “Afhankelijk van iemands beperking is de kans op uitval inderdaad groter. Dat maakt het spannend voor ondernemers om mensen in dienst te nemen. Om dit op te lossen, moeten wij het risico bij de overheid leggen in plaats van bij de werkgever.” Dat is uiteindelijk beter voor iedereen, benadrukt De Kort. “Werkgevers lopen minder risico, werknemers met een beperking krijgen meer kansen en de werkloosheid daalt.” Verder wil hij zorgen dat mensen met een beperking makkelijker hulpmiddelen of vergoedingen kunnen aanvragen en meeverhuizen. “Nu zijn voorzieningen lang niet altijd op voorraad”, zegt hij. “Bovendien is het een hoop gedoe om zaken opnieuw aan te vragen als je verhuist naar een andere gemeente of van baan verandert.” Lees meer : zie www.zzpkiest.nu voor veel meer informatie en achtergronden over de verkiezingen en/of doe mee (als zp’er/freelancers) aan het grote ZiPconomy kiezersonderzoek. Eigen rechtspositie voor zzp’ers Voordat De Kort aan de slag ging in de Tweede Kamer, was hij zelfstandig ondernemer. Als DJ Braille werkte hij 10 jaar lang voor allerlei opdrachtgevers. “Net zoals voor de meeste andere zzp’ers was ondernemerschap een bewuste keuze”, vertelt hij. “Namens de VVD zet ik mij in voor een eigen rechtspositie voor zzp’ers. Wij vinden dat zelfstandig ondernemers dat verdienen.” Namens de VVD zet ik mij in voor een eigen rechtspositie voor zzp’ers. Wij vinden dat zelfstandig ondernemers dat verdienen De VVD wil al langer zo’n eigen rechtspositie in het Burgerlijk Wetboek voor zzp’ers. Zo hoopt de partij beter onderscheid te maken tussen echte zelfstandigen en schijnzelfstandigen. Eind 2021 was er veel steun in de kamer voor het idee. Een motie van Ja21 voor een ‘wettelijke regeling voor zelfstandig ondernemerschap die de rechtspositie van zzp’ers in alle relevante aspecten vastlegt’ is met ruime meerderheid aangenomen. Maar CDA was ertegen. Het werd ook geen onderdeel van het plan van CDA-minister Karien van Gennip (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, SZW) om de arbeidsmarkt te hervormen. Eerst toetsen op ondernemerschap Eind september kwam de demissionaire minister van SZW met het conceptwetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelatie en rechtsvermoeden (VBAR). Volgens De Kort gaat dit voorstel te veel uit van een werknemersrelatie. Daarom zal de VVD deze wet ‘zoals hij er nu ligt, echt niet steunen’, zegt hij. “Onderzoek niet als eerste of een zzp’er werknemer is, maar of hij ondernemer is,” zegt het VVD-Kamerlid. “Als jij er bewust voor kiest om zzp’er te zijn, wil ik je die ruimte geven. Het huidige voorstel doet dat niet. Sterker nog, ik vrees dat het tot grote problemen leidt in sectoren waar een groot tekort is aan mensen. Denk aan de zorg of bij de Belastingdienst. Veel mensen werken daar bewust als zzp’er en als dat niet meer mag, gaan ze echt niet in loondienst. Dan stoppen ze.” Sectorale aanpak van schijnzelfstandigheid Hij vindt dat er positiever gesproken mag worden over flexibele arbeid in Den Haag. “Misstanden zoals misbruik van arbeidsmigranten en schijnzelfstandigheid moeten we natuurlijk aanpakken, maar dat mag niet ten koste gaan van de hele zzp-branche”, vertelt hij. “Slechts een beperkt percentage van alle zzp’ers is schijnzelfstandig. Als dat duidelijk is, moeten we daar iets tegen doen. Jarenlang als vast onderdeel van het team voor één opdrachtgever werken, dat is geen ondernemerschap.” Jarenlang als vast onderdeel van het team voor één opdrachtgever werken, dat is geen ondernemerschap Zijn voorstel is een eigen rechtspositie voor zzp’ers en handhaving op schijnzelfstandigheid beginnen in sectoren waar gedwongen zzp-schap veel voorkomt. Stevige plek in de polder Ook pleit de VVD voor een betere vertegenwoordiging van zzp’ers in de polder. “Nu maken werkgevers en vakbonden de afspraken, de zzp’er wordt nog te vaak vergeten”, zegt hij. “Wij maken ons hard voor een stevige positie van de zzp’er in de polder. Zij krijgen nu al een plek in de Sociaal-Economische Raad. Daarnaast willen we meer zzp’ers aan tafel in arbeidsmarktregio’s.” Lees ook: Kabinet geeft zelfstandigen drie extra zetels in SER Er zijn zo’n 35 arbeidsmarktregio’s in Nederland. Dit zijn samenwerkingsverbanden tussen gemeenten, werkgevers, werknemers, onderwijs en het UWV. De Kort: “Ook hier worden veel beslissingen gemaakt waarbij zzp’ers niet betrokken zijn. Dat moet anders.” Meer recht op bijstand na faillissement Verder wil De Kort zzp’ers en ondernemers onder bepaalde voorwaarden recht geven op bijstand in het eerste jaar na een faillissement. “Als ondernemers failliet gaan, geeft dat veel stress. Bovendien hebben ze nauwelijks recht op steun. Nu moeten zij eerst hun huis verkopen en hun pensioenpot leegmaken voordat zij recht hebben op bijstand”, vertelt De Kort. “Dat vinden wij oneerlijk, ook ondernemers hebben tenslotte belasting betaald.” Hij denkt dat het uitzonderen van de vermogenstoets voor maximaal een jaar voldoende is. “Dit soort ondernemende types wil echt niet afhankelijk zijn van de overheid.” Arbeidsongeschiktheid en pensioen Tot slot staat de VVD achter een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen. Daar werkt het kabinet nu al aan. Voorwaarde voor de VVD is dat zelfstandigen de keuze hebben om zelf een private verzekering af te sluiten (een ‘opt-out’). Ook wil de partij dat zelfstandigen meer mogelijkheden krijgen om te sparen voor pensioen. Ik denk dat de nieuwe Pensioenwet kansen biedt om zzp’ers gelijke mogelijkheden te geven voor pensioenopbouw Op dit moment experimenteert het kabinet met manieren om zzp’ers evenveel ruimte te geven om fiscaal voordelig pensioen te sparen als werknemers, bijvoorbeeld door direct bij een fonds pensioen op te bouwen. Als die tests succesvol zijn, wil VVD een permanente regeling opzetten. De Kort: “Ik denk dat de nieuwe Pensioenwet kansen biedt om zzp’ers gelijke mogelijkheden te geven voor pensioenopbouw. Daar gaan wij ons best voor doen.” Geplaatst in ZP en Politiek | Tags schijnzelfstandigheid, VVD, Wet VBAR, wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden | 1 Reactie
Detacheerders zien omzet in derde kwartaal stijgen met +7% Geplaatst 13 november 2023 door ZiPredactie Dat blijkt uit de MarktMonitor van de Vereniging van Detacheerders Nederland (VvDN). Fred Boevé, bestuurslid VvDN, zegt in een toelichting op uitkomsten van de MarktMonitor: “Vergeleken met een jaar geleden groeien we nog steeds qua omzet. Maar de groei ten opzichte van het vorige kwartaal zwakt wel voor het tweede achtereenvolgende kwartaal af. Toch zijn we zeer positief dat we ons staande weten te houden in een markt waarin opdrachtgevers meer afwachten en een pas op de plaats maken.” De omzetgroei is minder groot dan in het tweede kwartaal (+8%) en in het eerste kwartaal (+11%) van dit jaar. De omzetgroei dit jaar is ook aanzienlijk minder sterk dan in het topjaar 2022, waarin de omzet in de detacheringsbranche gemiddeld steeg met +18%. Tarieven omhoog De detacheerders hebben volgens de VvDN de groei kunnen vasthouden door hun tarieven te verhogen. Vooral bij nieuwe en verlengde opdrachten hebben ze de tarieven naar boven kunnen bijstellen. Boevé: “Bij de langdurige contracten is het moeilijker om daar wijzigingen in te laten doorvoeren. Maar bij de kortere opdrachten of waar er sprake is van verlenging, lukt het om de tarieven mee te laten groeien met de inflatie. Dit heeft een positief effect op de omzet.” Meer vaste contracten Ruim 60% van de medewerkers bij detacheerders had het afgelopen kwartaal een vast contract, een stijging van 11 procentpunten ten opzichte van een jaar geleden. Dit is meer dan in andere sectoren, waar het gemiddelde op zo’n 55% ligt. Boevé: “Onze leden nemen nog steeds meer mensen aan in vaste dienst. We zien duidelijk dat medewerkers graag zekerheid van een detacheerder zoeken om verzekerd te zijn van opdrachten”. Rem op ICT Opvallend is dat het vakgebied ICT met 1% groei ten opzichte van een jaar eerder, bijna lijkt stil te vallen. Dit terwijl dit vakgebied veelal als de motor van de detacheringswereld wordt gezien. “We zien dit kwartaal dat bij grote ICT-projecten de rem erop gaat. Dit heeft alles te maken met het huidige economische klimaat, de wil om te kijken of projecten met eigen mensen kunnen worden opgepakt maar ook met aanstaande budgetrondes die er aankomen en waar vermoedelijk bezuinigd moet gaan worden op het ICT-budget”, stelt Boevé. Inkoop en Logistiek is zelfs met 11% gedaald. De afname in de maakindustrie en de overvolle pakhuizen zijn hier debet aan. Enkele kerncijfers uit de MarktMonitor over het derde kwartaal 2023: Omzet per werkbare dag wederom gegroeid met 6,9% in vergelijk met tweede kwartaal van 2022. Omzet per gedetacheerde en per werkdag gestegen. Aantal gedetacheerden met 2,4% gestegen t.o.v. een jaar eerder. Percentage leegloop toegenomen naar 4,6%. Het percentage medewerkers met vast dienstverband blijft verder toenemen. In het derde kwartaal 2023 was dit 60,1% Verkooptarief stijgt met 6,5% Eigen positie van detachering Waar detacheerders nu nog formeel vallen onder de uitzend-CAO, pleit de VvDN al langer voor een eigen CAO. Boevé: “Keer op keer tonen de cijfers aan dat wij niet te vergelijken zijn met de uitzendsector. We nemen enorm veel mensen in vaste dienst, hebben uitstekende arbeidsvoorwaarden en bieden zekerheid. Met een eigen CAO kunnen we de huidige regeldruk van de uitzendsector van ons afschudden en ons gewoon richten op waar we goed in zijn. Het is zo langzamerhand echt een ‘must’.” Lees ook: Detacheerders: ‘maak in wetgeving uitzondering voor het vaste contract’ Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags detachering, VVDN, VvDN MarktMonitor | Laat een reactie achter
10%-norm voor externe inhuur is niet van deze tijd Geplaatst 13 november 2023 door Gastblogger Staatssecretaris Alexandra van Huffelen van BZK gaf onlangs inzicht in de oorzaken van de toename van externe inhuur bij de Rijksoverheid in de jaren 2020, 2021 en 2022. Dit openbaarde zij in reactie op recente Kamervragen, die de noodzaak van meer inzicht in deze kwestie onderstreepten. Daarbij werd inzichtelijk dat de zogenaamde ‘Roemernorm’, die al sinds 2010 van kracht is, systematisch wordt overschreden. Deze norm schrijft voor dat 10 procent van de totale personele uitgaven wordt besteed aan externe inhuur. Is het wel verstandig om de discussie over een gezonde balans tussen vast en flex te voeren aan de hand van dit ene, inmiddels gedateerde cijfer, terwijl inhuursituaties, ministeries, functies en werkzaamheden sterk variëren? Lees ook: Kamerbrede steun voor terugdringen inhuur bij Rijksoverheid Waarom zegt enkel een cijfer niets? Cijfers vertellen slechts een deel van het verhaal. Een percentage, zoals de Roemernorm, kan zelden de volledige context vatten. Een hoog percentage flexwerkers is niet per definitie een slechte zaak. In sommige gevallen is het een doordachte en verstandige keuze, vooral in crisissituaties of bij projecten van tijdelijke aard. Daarnaast is elke organisatie uniek, met verschillende behoeften en kenmerken. Zo functioneert de ene organisatie meer als een regieorganisatie en maakt om die reden vaker gebruik van externe inhuur dan andere. Wanneer we ons uitsluitend richten op de Roemernorm, leggen we te veel nadruk op de kosten, terwijl we de waarde over het hoofd zien die externe krachten kunnen toevoegen. Denk aan gespecialiseerde kennis, of hun vermogen om te assisteren bij piekbelasting. Het is niet altijd praktisch of kostenefficiënt om bepaalde expertise intern te organiseren of om voldoende capaciteit in-house te hebben om alle pieken op te vangen zonder externe ondersteuning. Het wordt dus hoog tijd om verder te kijken dan enkel de kosten en de discussie te verbreden naar de bredere waarde die externe inhuur kan bieden. De arbeidsmarkt is niet statisch De Roemernorm lijkt in haar huidige vorm weinig onderbouwd te zijn. De vraag rijst of deze norm nog wel aansluit bij de huidige ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en de specifieke uitdagingen waarmee de Rijksoverheid momenteel wordt geconfronteerd. Opvallend is dat deze norm sinds 2010 ongewijzigd is gebleven, terwijl de wereld om ons heen aanzienlijk is veranderd. Opvallend is dat deze norm sinds 2010 ongewijzigd is gebleven, terwijl de wereld om ons heen aanzienlijk is veranderd. Onderzoek wijst uit dat het aandeel werkenden zonder een vaste arbeidsrelatie in Nederland in vergelijking met andere EU-landen aanzienlijk is gestegen. In 1990 lag het aandeel in Nederland lager dan het Europese gemiddelde, maar anno 2016 is dit aandeel aanzienlijk hoger en blijft het stijgen (bron: ec.europa.eu/eurostat). Dit betekent dat bijna twee op de vijf werkenden in Nederland geen vaste arbeidsrelatie heeft (bron: TNO). De Roemernorm vs flexibilisering De Minister heeft onthuld dat in 2022 maar liefst 14,2% van de totale personeelsuitgaven is toegewezen aan externe inhuur. Op het eerste gezicht lijkt dit cijfer nog vrij bescheiden, vooral wanneer we het vergelijken met de flexibele schil van andere publieke organisaties, waar gemeenten gemiddeld op 17% zitten (bron: A&O). Bovendien moeten we rekening houden met het feit dat maar liefst 16% van de werkenden nu als zzp’er of zmp’er actief is (bron: Flexbarometer). Medewerkers in loondienst bij advies- en detacheringsbureaus hierbij nog buiten beschouwing gelaten. Natuurlijk moeten we in deze context erkennen dat er ook een definitiekwestie speelt bij ‘externe inhuur’. Het roept de vraag op: hoe wordt dit precies gedefinieerd en in welke mate is externe inhuur mogelijk ook verborgen in andere budgetten die feitelijk ook bestemd zijn voor inhuur? Denk aan projecten, onderzoeken en advieswerkzaamheden. Het beheersen van de kosten die gepaard gaan met inhuur, draait uiteindelijk om zowel een capaciteits- als kennisvraagstuk, en niet louter om het aantal extern ingehuurde arbeidskrachten. De discussie over externe inhuur kan dan ook niet los worden gezien van de bredere context van arbeidsinzet, inclusief het vaste personeel. Wat zou wel aandacht moeten krijgen? In de context van kostenbeheersing voor externe inhuur is het essentieel om niet enkel vast te houden aan één vaste waarde. Een effectievere aanpak is het ontwikkelen van een doelgericht inhuurbeleid. In het geval van het ontbreken van zo’n beleid, loopt men het risico om zich te blijven richten op het opvullen van gaten in de formatie en het nemen van reactieve maatregelen. Daarom is het aan te raden om binnen de eigen organisatie een individuele norm vast te stellen. Voor de ene organisatie kan deze bijvoorbeeld 5% bedragen (lees ook: ‘Minister wil minimaal 5% inhuur in het onderwijs‘), terwijl een andere wellicht een norm van 20% hanteert. Bovendien is het van belang om duidelijke kaders en richtlijnen te formuleren die het mogelijk maken om daadwerkelijk te sturen op het behalen van deze norm. Dit bevordert een proactieve en strategische aanpak bij het beheersen van externe inhuurkosten. Als recruitment niet succesvol is, kan dit leiden tot meer externe inhuur. Verder is het van essentieel belang om de uitdagingen rond capaciteit en expertise ‘holistisch’ aan te pakken. Hierbij moet ook aandacht worden besteed aan de prestaties van het wervingsproces. Als recruitment niet succesvol is, kan dit leiden tot meer externe inhuur. Het is cruciaal om de oorzaken van een minder succesvol wervingsproces te begrijpen, die vaak te maken hebben met factoren zoals de aantrekkingskracht van de overheid als werkgever, veranderingen in de arbeidsmarkt en de werknemersbeleving. Inhuur is vaak kiezen voor de makkelijke weg Het belang van een geschikte sourcingstrategie wordt vaak onderschat. Het inhuren van externe krachten is slechts een van de mogelijke opties om aan een behoefte te voldoen. Organisaties, met name overheidsinstanties, moeten zorgvuldig overwegen of samenwerking met andere overheden, collegiale detachering, interne mobiliteit, vaste werving, de aankoop van diensten, of in het uiterste geval, externe inhuur de meest passende keuze is. In de praktijk wordt vaak voor de gemakkelijkste optie gekozen, namelijk externe inhuur. Wat hierbij echter vaak over het hoofd wordt gezien, is dat deze keuze een impact heeft op het managementniveau van een organisatie. Het beheer van externe inhuur vergt tijd en middelen, wat vervolgens kan leiden tot een verdere toename van externe inhuur. Het is dus van groot belang om zorgvuldig na te denken over de meest geschikte strategie om aan de capaciteits- en kennisbehoefte te voldoen. Dit is duidelijk niet zomaar geregeld. Een meer directe aanpak is om te kijken naar externe medewerkers die al meer dan twee jaar binnen de organisatie werken zonder een vaste aanstelling, en naar de redenen hiervoor. Het is ook belangrijk om te evalueren waarom voormalige interne medewerkers nu als externe krachten hetzelfde werk verrichten. In sectoren zoals het onderwijs heeft dit tot zorgwekkende situaties geleid (lees ook: ‘Scholen komen met landelijk manifest tegen inhuur externen‘). Een transparant inhuurproces, met voldoende aandacht voor marktwerking en concurrentiestelling, draagt bij aan kostenbeheersing. Het implementeren van een transparant inhuurproces, met voldoende aandacht voor marktwerking en concurrentiestelling, draagt bij aan kostenbeheersing. In veel gevallen wordt er gebruikgemaakt van eigen wervingen voor inhuur (warme stoelen), wat vaak leidt tot hogere tarieven dan wanneer inhuur via een competitief proces plaatsvindt, waarbij concurrentie een rol speelt. De ervaring leert dat de tarieven voor eigen wervingen 10-15% hoger zijn dan inhuuropdrachten die zijn vervuld via mededinging. Faciliteren leidt tot stimuleren Een belangrijk punt om te overwegen is dat als je een “instroomkanaal” aantrekkelijker maakt, dit meer gebruikt zal worden. In de praktijk kan het wervingsproces relatief lang duren, bijvoorbeeld minimaal zes weken, inclusief drie gesprekken en een beoordeling. Inhuur kan daarentegen al volgende week beginnen. Als je meer gebruik wilt maken van collegiale detachering, maak dit dan eenvoudiger. Als je van plan bent om na verloop van tijd een externe medewerker in dienst te nemen, zorg dan voor betere faciliteiten hiervoor. Als je wilt voorkomen dat iemand langer dan twee jaar extern werkt, moet dit een harde eis zijn in de raamcontracten en moet je dat actief handhaven. Hierbij is veel te winnen met goed contractbeheer. Inhuurbeleid dat zich richt op de actualiteit De Roemernorm leidde na invoering in de Tweede Kamer tot de verwachting van aanzienlijke kostenbesparingen binnen ministeries, waardoor de nadruk voornamelijk op financiële aspecten van externe inhuur kwam te liggen. Het is echter van belang om de aandacht te verleggen van uitsluitend kostenbesparing naar waardecreatie en kostenbeheersing. Externe inhuur is niet simpelweg een knop waar je aan kan draaien. Zo is er een gebrek aan vast personeel om het benodigde werk uit te voeren, wat betekent dat werkmethoden moeten veranderen, en samenwerking met de markt wellicht oplossingen biedt. De Rijksoverheid neemt nu maatregelen om externe inhuur te verminderen, vooral door de instroom van vast personeel te vergroten. Het is aan een nieuw kabinet dat toekomstige beleidsmaatregelen zich niet uitsluitend richten op specifieke getallen, maar in plaats daarvan maatregelen worden afgestemd op de huidige tijd en de behoeften van de inlenende organisatie. Het is tijd om het beleid rondom externe inhuur aan te passen aan de dynamische realiteit van de arbeidsmarkt en de veranderende wereld van werk. Auteurs: Rémon van Buuren & Lars Westening (consultants Significant Synergy) Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags externe inhuur, rijksoverheid, roemernorm | Laat een reactie achter
VNO, Bovib, RIM, VvDN, VZN, PZO (en 1.100 anderen) zien nieuwe zzp-wet niet zitten Geplaatst 13 november 2023 door Hugo-Jan Ruts Werkgeversorganisaties VNO-NCW, MKBNederland, AWVN en LTO zien niets in het concept-wetsvoorstel “Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden.” Dat hebben ze in een reactie aan Minister Van Gennip van Sociale Zaken en Werkgelegenheid laten weten. Tot afgelopen vrijdag kon er via een internetconsultatie gereageerd worden op het concept-wetsvoorstel. Daarin wil minister Karien Van Gennip van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de criteria verduidelijken of iemand als zzp’er ingehuurd mag worden. Er moet dan gekeken worden naar de criteria werkinhoudelijke aansturing, inbedding en of er binnen de opdracht voldoende ondernemersrisico wordt gelopen. Lees meer uitleg over dit wetsvoorstel in dit artikel Volgens VNO-NCW en de andere werkgeversorganisaties zal de term ‘inbedding’ zorgen voor grote onzekerheid bij zowel opdrachtgevers als zelfstandigen. “Dit kan niet de bedoeling zijn, want juist aan deze onzekerheid wilden we met elkaar een einde maken” zo schrijven de grootste werkgeversorganisaties. Het voorstel gaat volgens hen veel verder dan een ‘simpele verduidelijking’. De werkgeversorganisaties vinden het wetsvoorstel ook niet “in lijn met het SER-advies”. Opvallend, want tijdens debatten in de Tweede Kamer in aanloop naar het voorstel deed minister Van Gennip het voorkomen alsof het wetsvoorstel juist is opgesteld met brede steun uit de polder. Breed kritiek De werkgeversorganisaties staan niet alleen in hun kritiek op het wetsvoorstel. Tot vrijdag 10 november kon er via een internetconsultatie gereageerd worden op het conceptwetsvoorstel van Van Gennip. Er is een recordaantal van 1.111 reacties ingediend. Naast iets meer dan duizend reacties van individuele zzp’ers, hebben rond de 100 organisaties gereageerd. Van brancheorganisaties, individuele werkgevers als NPO, Uber tot zzp-belangenbehartigers als VZN, PZO en De Werkvereniging. Verreweg het merendeel heeft (stevige) bezwaren tegen de wet. Een brede coalitie van Bovib, RIM, VvDN, NBBU samen met zzp-organisaties VZN en PZO, noemt het hanteren van het criterium inbedding een ‘middel dat erger is dan de kwaal’. Ook wijzen ze erop dat het inzetten van zzp-professionals feitelijk onmogelijk wordt gemaakt, terwijl er in veel sectoren wel behoefte is aan flexibiliteit. De organisaties vinden dat er bij de beoordeling van de arbeidsrelatie vooral ook gekeken moet worden naar het ondernemerschap van de persoon zelf. Dat element heeft in het voorstel van Van Gennip slechts een marginale plek. Ook ondernemersorganisatie ONL vindt dat ondernemerscritria ‘bovenaan’ moeten staan. De RIM doet de suggestie om zelfstandig professionals aan de bovenkant van de markt te verplichten om via een BV te werken. Dat verkleint ook de fiscale verschillen met werknemers. In Duitsland is zo’n verplicht er al voor wie als interim-professionals of zelfstandig consultant werkt. De Werkvereniging vindt de impact van de wet ‘niet propositioneel’ en wijst erop dat er geen gehoord wordt gegeven aan wat werkenden zelf willen. Een veelgenoemd punt van kritiek is ook de veronderstelling dat werkenden die niet meer als zzp’er mogen werken, zullen terugkeren naar een arbeidsovereenkomst. Verschillende reacties verwijzen naar onderzoeken die aantonen dat dit slechts in zeer beperkte mate het geval zal zijn. In die zin lost het wetsvoorstel volgens de respondenten niets op, maar verergert het de tekorten op de arbeidsmarkt. Werkgeversorganisaties en individuele werkgevers stellen in hun reacties dat zzp’ers voor hen onmisbaar zijn in tijden van schaarste op de arbeidsmarkt en dat ze nodig zijn voor de benodigde flexibiliteit. ZZP’ers De meer dan duizend reacties van individuele zzp’ers hebben een ding gemeen: ze zijn uitgesproken negatief over het wetsvoorstel. Ze vinden het onbegrijpelijk waarom ze niet kunnen doorwerken op een door henzelf gekozen manier (“Mijn behoeften als werkende spelen blijkbaar geen rol”.) Ze missen een onderscheid tussen kwetsbare, gedwongen zzp’ers en zelfredzame zzp’ers. Vooral zzp’ers met een zorgachtergrond waarschuwen ervoor dat ze, wanneer ze niet meer als zzp’er kunnen werken, de sector gaan verlaten. Een handvol particuliere reacties vindt het wel goed dat er strenge regels komen. “Het is hoog tijd dat deze wet wordt doorgevoerd. Een groot deel van de zzp’ers loopt geen ondernemersrisico, maar betaalt wel minder belastingen.” Een andere reactie benoemt dat het voor zzp’ers in de bouw uit Oost-Europese landen wel erg gemakkelijk is om hier als zzp’ers te werken. Juridisch-technische bezwaren Ook de gezamenlijke verenigingen van Arbeidsrechtjuristen (onder de vlag “Labour Law United”) en de Nederlandse Orde van Advocaten hebben hun visie over het voorstel ingediend. Zoals van deze organisaties verwacht kan worden, gaan die zienswijzen niet in op de politieke keuzes die worden gemaakt. Het ingrijpen in het arbeidsrecht door het aanpassen van het kernartikel van het arbeidsrecht in het BW, terwijl er minder zware middelen voorhanden zijn om hetzelfde doel te bereiken, wordt “verstrekkend” genoemd. Geadviseerd wordt om eerst minder ingrijpende opties te gebruiken die hetzelfde doel bereiken. Dat de uitwerking en weging van de verschillende criteria niet in de wet wordt vastgelegd, maar in een AMvB (algemene maatregel van bestuur) vinden de juristen ‘principieel onjuist’. Zo wordt het immers mogelijk om in te grijpen in de relatie tussen de werkende en de werkverschaffer zonder dat daar een – door het parlement getoetste en gewogen – wetswijziging voor nodig is. Ook merkt men op dat wordt voorgesteld de verschillende wijzigingen met terugwerkende kracht en zonder overgangsrecht in te voeren. Gevreesd wordt dat de vele ongewenste (en mogelijk onbedoelde) gevolgen tot een verlammende vloedgolf van rechtszaken zullen leiden. Ook steun Niet alle reacties zijn negatief. Zo zegt FNV Horecabond ‘voorzichtig positief’ te zijn over de hele wet. De Kunstenbond en de Creatieve Coalitie staan ook niet negatief tegenover het wetsvoorstel, maar vrezen wel voor de gevolgen voor hun sector, met een hoog percentage zzp’ers. Komen er wel banen terug als de inzet van zzp niet meer kan? Ze pleiten voor een sectorale impacttoets. Een geluid dat wel meer te lezen is in andere reacties, bijvoorbeeld uit de zorgsector. Brede steun voor rechtsvermoeden laag tarief Veel breder is de steun voor het onderdeel van de wet dat gaat over het rechtsvermoeden laag tarief. Zzp’ers die werken met een tarief onder de 32,24 kunnen dan eenvoudiger claimen werknemer te zijn. De ABU maakt wel bezwaar tegen het feit dat er alleen een privaatrechtelijke optie is. Alleen individuen kunnen naar de rechter stappen. Anders dan de minister wil de ABU dat de tariefgrens ook door bijvoorbeeld de Belastingdienst gebruikt kan worden als handhavingsinstrument. De vakbond voor journalisten is ook blij met het rechtsvermoeden, maar wijst erop dat er in hun sector ook veel gewerkt wordt met stuksprijzen, bijvoorbeeld een tarief per woord of per foto. Te veel regeldruk In een apart advies stelt het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) dat het wetsvoorstel niet de gewenste duidelijkheid en eenvoud oplevert voor bedrijven, werkenden en zelfstandigen bij het beoordelen van de arbeidsrelatie. “Het voorstel leidt dan ook tot meer in plaats van minder regeldruk voor burgers en bedrijven”, schrijft het ATR in een advies aan de minister Van Gennip. Het adviescollege vindt ook dat het wetsvoorstel geen bijdrage levert aan het tegengaan van schijnzelfstandigheid. Vervolg na de verkiezingen Het ontbreekt de minister dus aan steun voor het wetsvoorstel bij belangenbehartigers. Ook politiek draagvlak ontbreekt. De VVD zal de wet ‘zoals hij er nu ligt, echt niet steunen’, zegt VVD-kamerlid Daan de Kort tegen ZIPconomy. “Onderzoek niet als eerste of een zzp’er werknemer is, maar of hij ondernemer is.” Kandidaat-kamerlid voor NSC Tjebbe van Oostenbruggen liet eerder weten dat zijn partij de criteria te onduidelijk vindt. NSC ziet meer in een onderscheid op basis van lengte van de opdracht en het aantal uren dat per week gewerkt wordt. Ook GL/PvdA staan een andere aanpak voor dan het voorstel van Van Gennip. Ze willen inzet van zzp uitsluiten als het soortgelijk werk ook gedaan kan worden door werkenden in loondienst. De drie koplopers in de peilingen voor de verkiezingen van 22 november nemen zo dus afstand van het voorstel van CDA-minister Van Gennip. Alleen haar eigen partij en de ChristenUnie lijken uitgesproken voorstander van haar voorstel. Het argument van CU kamerlid Don Ceder om het wetsvoorstel te steunen was nu juist de brede steun vanuit de polder. Die is nu verdwenen. Demissionair minister Van Gennip zal, na analyse en beoordeling van alle reacties, na de verkiezingen komen met een inhoudelijk reactie. Een overleg met de (nieuwe) Tweede Kamer over haar zzp-beleid staat gepland op 25 januari 2024. Tenzij er dan al een nieuw kabinet is. Geplaatst in Professioneel inhuren, ZP en Politiek | Tags Wet VBAR, Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden (VBAR) | Laat een reactie achter