Aanpassen Wet DBA lost niets op. Zet werkende centraal. Geplaatst 9 juni 2022 door Roos Wouters Zelfs na het lezen van de ZiPconomy paper Werknemer tenzij… 8 varianten voor de vervanging van de Wet DBA, die bedoeld is om de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te ondersteunen bij het doorhakken van knopen, zien wij van de Werkvereniging geen variant die recht doet aan de behoefte van (alle) werkenden noch aan de ‘bedoeling’ van de nieuwe wetgeving. Wat willen we bereiken? Mensen (zeker met een kwetsbare positie) weer wendbaar en weerbaar maken Goede afspraken garanderen tussen werkgevers en werk(af)nemers Zorgen dat er voldoende belasting in de staatskas komt Zolang de kaders van het huidige systeem als vertrekpunt worden genomen, komen we nooit tot een oplossing die zowel voor de werkenden (werkgever en werk(af)nemer) als voor de overheid, een arbeidsmarkt creëert waarbij het werk en de werkenden centraal staan. Waarom moeten de werkenden en het werk centraal staan? Wil je op macro economisch niveau successen bereiken, dan moet je het gedrag en de motieven van mensen bestuderen. Wanneer en waarom zullen ze wel of geen gewenst gedrag vertonen? En hoe stimuleren we gewenst gedrag? Zo begint geen enkel gezin bijvoorbeeld aan kinderen om de vergrijzing tegen te gaan. Daar hebben mensen echt heel andere motieven voor. Toch heeft de vergrijzing een gigantische invloed op onze arbeidsmarkt en ons sociaal zekerheidsstelsel. Zolang we de problemen op de arbeidsmarkt echter vanuit macro economisch perspectief blijven aanvliegen, proberen we mensen als het ware te motiveren om kinderen te ‘nemen’ om de vergrijzing tegen te gaan. En dan blijft men zich maar afvragen waarom die kikkers (werkenden) toch steeds uit de gewenste kruiwagen (het overheidsstelsel) springen. Uit onze onderzoeken blijkt dat werkenden steeds meer behoefte hebben aan autonomie, duidelijkheid, wendbaarheid, weerbaarheid en wederkerige solidariteit. Ze wisselen namelijk steeds vaker van baan en werkvorm en ondervinden daarbij steeds meer problemen bij het opbouwen en behouden van zekerheden. Zekerheden die nu aan een bepaalde contractvorm gekoppeld zijn, die van het dienstverband voor onbepaalde tijd. Daarom zouden we het opbouwen en behouden van een basis aan zekerheden beter kunnen koppelen aan het hebben van werk en aan de werkenden zelf. Bied contractvorm neutrale zekerheden aan alle werkenden aan Geef alle werkenden een zogenaamde ‘stekker’ waarmee zij zekerheden kunnen opladen elke keer dat zij voor een werkgever/klant werken(stopcontact). Dan maakt het niet meer uit of dat voor een bepaalde duur (40 jaar, 5 minuten of voor het bezorgen van 5 pizza’s), onder moeilijk definieerbare gezagsverhoudingen of het wel of niet ingebed zijn in een organisatie is. Laten we met elkaar afspreken dat iedereen die werkt een basis aan zekerheden opbouwt die aan je BSN gekoppeld wordt. Iedereen die werkt heeft toegang en draagt bij aan de opbouw van zekerheden die meebewegen met de werkenden. Zo wordt iedereen op de arbeidsmarkt zowel wendbaar als weerbaar en zal het stelsel weer wederkerig solidair zijn. Lees hier meer over deze variant die wij het Burger Service Model noemen. Een ministelsel? Tot nu toe luidt het belangrijkste kritiekpunt op dit voorstel dat het tot een ministelsel leidt. Lees: de mensen met een ‘vast’ contract hebben nu veel meer rechten dan ze bij dit stelsel zouden krijgen. Buiten het feit dat we dit stelsel gefaseerd in zouden willen voeren – niemand wordt gedwongen afstand te doen van zijn/haar vaste dienstverband – gaat men er bij deze kritiek aan voorbij dat het ‘vaste’ contract in de praktijk al lang niet meer zoveel zekerheid biedt als vroeger. Dat het onvoldoende inspeelt op de groeiende behoefte aan autonomie waardoor steeds meer mensen voor zichzelf beginnen en dus niet meer aan het stelsel mee (mogen) doen. De huidige wet en regelgeving en het uitblijven van hervormingen draagt in onze ogen vooral bij aan het ontstaan van een nog veel schraler ministelsel. Tijd dus om een knoop door te hakken die zorgt voor wendbaarheid en weerbaarheid van alle werkenden, waarbij de wens hoe zij hun werk vorm willen geven, weer centraal staat. Begin op zijn minst met experimenteren, want geen keuze maken is per definitie de keuze voor een wel heel triest ministelsel! Geplaatst in ZP en Politiek | Tags Burger Service Model, Van Gennip, wet dba. #zzpdebat | 2s Reacties
KVK: forse toename stoppers. Grote dynamiek in gezondheidszorg. Geplaatst 9 juni 2022 door ZiPredactie In mei 2022 stopte 10.021 ondernemers met hun activiteiten. Dat is 32% meer dan een jaar eerder. In maart en april 2022 steeg het aantal stoppers eveneens, afgezet tegen het jaar ervoor. Dat blijkt uit het recente KVK Trendrapport. Ook het aantal starters was in mei 2022 hoger dan in dezelfde maand vorig jaar. Met 21.345 starters is de toename 16%. Ondanks het grote aantal ‘stoppers’ is het aantal ondernemingen per 1 juni 2022 verder gestegen met 5,4% vergeleken met een jaar geleden. Het gros van de nieuwe ondernemingen zijn zelfstandigen zonder personeel. Veel starters in de Randstad Opvallend en duidelijk is de relatief forse toename van het aantal starters in de Randstad (regio Amsterdam +27% vergeleken met mei 2021, regio Rotterdam +28%, regio Den Haag +24% en regio Utrecht +26,3%). Deze percentages zijn significant hoger dan die in vrijwel alle regio’s in de rest van Nederland Zorgsector piekt in dynamiek: veel starters, veel stoppers De sector Gezondheid springt er, met de horeca, uit als sector met de meeste starters en stoppers. Het aantal ‘starters’ in de zorg ligt 61% boven het aantal starters een jaar eerder. Tegelijkertijd is het aantal ‘stoppers’ in de sector zorg 41% hoger dan jaar eerder. Een uitsplitsing van de cijfers van startende ondernemers in de zorgsector laat zien dat de groei vooral zit in zelfstandigen die zich richten op rechtstreekse zorg aan particulieren. Bron: KVK Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags KvK | 1 Reactie
Minister wil schijnzelfstandigheid breed aanpakken: ‘Misstand in alle sectoren en inkomensgroepen’ Geplaatst 8 juni 2022 door Claartje Vogel Minister Karien van Gennip (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) ziet dat ‘relatief veel werkenden’ schijnzelfstandige zijn. Dat betekent dat zij werken als zzp’er, terwijl ze volgens de huidige wet- en regelgeving eigenlijk in loondienst moeten zijn. De minister noemt het ‘een misstand’ die ze wil bestrijden. “Schijnzelfstandigheid is verdeeld over de gehele spreiding van inkomens. Het komt niet alleen voor bij economisch kwetsbaardere groepen of in enkele sectoren”, schrijft Van Gennip in haar antwoord op kamervragen over de handhaving van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA). Oorzaak 1: onduidelijkheid Kamerlid Joost Eerdmans (Ja21) schrijft dat onduidelijke wetgeving zelfstandigen beperkt in hun ondernemersvrijheid. Daar is Van Gennip het gedeeltelijk mee eens. Ze benadrukt dat er twee type oorzaken zijn van schijnzelfstandigheid. Ten eerste is het soms inderdaad niet duidelijk of een opdrachtgever een werkende mag inhuren als zzp’er, zoals Eerdmans suggereert. “Waar onduidelijkheid van regelgeving leidt tot onzekerheid over de kwalificatie, kan dat de ondernemersvrijheid van werkenden begrenzen”, schrijft Van Gennip. “Dat is ongewenst en daarom heeft het kabinet aangekondigd meer duidelijkheid te bieden.” Het vorige kabinet heeft stappen gezet, benadrukt ze. Ze wijst op de verduidelijking van de term ‘gezag’ in het Handboek Loonheffingen en de webmodule, een online vragenlijst die opdrachtgevers meer inzicht geeft in de criteria. Volgens Van Gennip kan die tool zaken verhelderen, ook al moet het kabinet nog beslissen of en hoe de webmodule wordt voortgezet. Oorzaak 2: duidelijk, maar niet wenselijk Er zijn ook situaties waarin de regels wel duidelijk zijn, maar de werkgever en de werkende ze niet ‘wenselijk’ vinden. Het is dan bijvoorbeeld overduidelijk dat iemand eigenlijk in loondienst moet werken, maar de partijen kiezen toch voor een zzp-constructie. In dat geval is er geen sprake van ‘beperking van de ondernemersvrijheid’, benadrukt de minister. Anders gezegd: ook als je het er niet mee eens bent, moet je je aan de regels houden. Willen een werkgever en werknemer toch samenwerken als opdrachtgever en zzp’er? Dan moeten ze op een andere manier samenwerken, zodat we wel aan de wet voldoen. Lukt het niet om de werkwijze te veranderen? Dan moeten ze een dienstbetrekking aangaan, schrijft de minister. Binnenkort meer duidelijkheid Deze maand komt minister Van Gennip met een hoofdlijnenbrief over de arbeidsmarkt. Regels voor zzp’ers zijn onderdeel van de brief en het debat. Denk aan de kwalificatie van de arbeidsrelatie (is iemand zzp’er of werknemer?) en de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen. Die brief komt in elk geval eerder dan 30 juni, zodat zij de plannen kan bespreken tijdens een speciaal commissiedebat over zzp’ers. Beleidskeuze vanuit visie Er kan nog van alles gebeuren. De minister kan grofweg kiezen uit acht varianten om de Wet DBA op te lossen. ZiPconomy zette de oplossingsrichtingen uiteen in de paper ‘Werknemer, tenzij… 8 varianten voor de vervanging van de Wet. Welke oplossingsrichting de minister zal kiezen voor de Wet DBA, is nog niet duidelijk. In haar antwoord op de kamervragen van Ja21 belooft ze in elk geval de bestaande regels te verduidelijken. Ze heeft het niet over een grote wetswijziging. ‘Onwenselijk dus’ In een speech vorige week benadrukte de minister ook al dat ze het ongewenst vindt dat vast personeel in de zorg of in het onderwijs ‘wordt weggekocht om via constructies terug te keren in hetzelfde werk’. Van Gennip: “Ik zeg het de SER na: we moeten niet willen dat flexibiliteit betekent: ‘beschikbaar voor alles, recht op niets’. Het is waarschijnlijk allemaal legaal, begrijpelijk, maar leidt tot maatschappelijke problemen. […] Onwenselijk dus.” Geplaatst in ZP en Politiek | Tags #zzpdebat, politiek, schijnzelfstandigheid, SZW debat, Van Gennip, wet dba, zzp | 11s Reacties
Bovib roept op tot zorgvuldig besluit vervanging Wet DBA: ‘De oplossing is een combinatie van 3 varianten’ Geplaatst 8 juni 2022 door Bovib Een combinatie van drie varianten: de Belgische Arbeidsrelatiewet, een rechtsvermoeden van werknemerschap onder een bepaald uurtarief plus specifieke criteria voor bepaalde sectoren. Dat is volgens de Nederlandse branchevereniging voor intermediairs en brokers (Bovib) de beste manier om de Wet DBA te vervangen. Behoefte aan bescherming, ruimte en duidelijkheid Bovib-voorzitter Frederieke Schmidt Crans hoopt dat het kabinet zijn voordeel doet met het paper van ZiPconomy over de diverse oplossingsrichtingen. “Er bestaan mooie voorbeelden van wat werkt en wat niet”, zegt ze. “Daar kan het kabinet zijn voordeel mee doen. Maar voordat de minister actie onderneemt, zal ze een visie moeten bepalen. Overhaaste beslissingen leiden namelijk tot ongewenste gevolgen.” De politiek worstelt al zeven jaar met de vervanging van de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelatie (Wet DBA). Het kernprobleem is ‘de kwalificatievraag’: wanneer is iemand die tegen betaling arbeid verricht een werknemer? Ondernemers hebben duidelijke regels nodig om te bepalen wanneer een opdrachtgever een zelfstandige kan inhuren. Daarmee kan het kabinet twee doelen halen: echte ondernemers meer ruimte geven en het aantal schijnzelfstandigen terugdringen. Belgische Arbeidswet en SER-advies Afgelopen jaren zijn talloze suggesties gedaan door belangenorganisaties, juristen en commissies. Die suggesties staan uitgelegd in het paper van ZiPconomy. In het paper staan ook voorbeelden uit het buitenland, zoals de Belgische Arbeidsrelatiewet. In het position paper voor Tweede Kamerleden noemde Bovib eerder al dit Belgische voorbeeld als serieuze optie voor Nederland. Een combinatie van verschillende oplossingen werkt volgens Bovib waarschijnlijk het best. Schmidt Crans: “Vul het Belgisch model aan met het idee van de SER. De Sociaal Economische Raad stelt voor om onder een bepaald tarief een rechtsvermoeden van werknemerschap toe te passen. Op die manier bescherm je de meest kwetsbare groep.” Specifieke criteria per sector Ze vindt het ook een goed idee om extra controles en criteria op te leggen bij zzp’ers die in sectoren werken waar een groot risico is op schijnzelfstandigheid. “Zelfstandig ondernemers zijn een diverse groep werkenden, je zult dus nooit een regel kunnen bedenken waar iedereen tevreden over is”, zegt Schmidt Crans. “Met aanvullende criteria kun je wel meer recht doen aan de verscheidenheid.” Hoe duidelijker de criteria, hoe beter. “Zo wordt ook handhaving makkelijker”, zegt Schmidt Crans. Ze verwijst naar een recent rapport van de Algemene Rekenkamer, waarin de onderzoekers vaststellen dat de huidige regels te ingewikkeld zijn voor zowel ondernemers als belastinginspecteurs. “Als duidelijk is aan welke criteria een opdrachtgever-opdrachtnemerrelatie moet voldoen, kunnen ondernemers daarop inspelen. Zo kunnen wij de toetsingscriteria in ons Bovib-keurmerk verwerken. Op die manier werken intermediairs als verlengstuk van de Belastingdienst.” Formuleer eerst een visie De combinatie van modellen biedt bescherming, zekerheid en past bij een modern arbeidsmarktbeleid. Schmidt Crans: “Nieuwe wet- en regelgeving moet gaan over de toekomst. Daarom roepen wij de minister op om verder te kijken dan de dag van vandaag. Formuleer eerst een visie om daarna tot een toekomstbestendige oplossing te komen.” Plotseling te strenge regels invoeren is onverstandig. “Op de huidige krappe arbeidsmarkt zijn alle werkenden nodig, zzp’ers en werknemers”, benadrukt de Bovib-voorzitter. “Als je mensen te veel beperkt in hun keuzevrijheid, bestaat de kans dat zij uit bepaalde krappe beroepsgroepen stappen of de arbeidsmarkt zelfs helemaal verlaten. Kortom: geef werkenden duidelijkheid en tegelijkertijd voldoende ruimte.” Wordt vervolgd… Tot slot adviseert Bovib het kabinet in elk geval geen overhaaste beslissingen te nemen, zoals streng handhaven zonder nieuwe regels. “Concessies doen is op dit moment echt onverstandig”, benadrukt de Bovib-voorzitter. “Voer je bijvoorbeeld toch de webmodule in, terwijl die gebaseerd is op oude regels en vaak geen uitsluitsel geeft? Dan leidt dat tot desastreuze gevolgen voor de markt.” Deze maand komt minister Van Gennip met een hoofdlijnenbrief over de arbeidsmarkt. Regels voor zzp’ers zijn onderdeel van de brief en het debat. Denk aan de kwalificatie van de arbeidsrelatie (is iemand zzp’er of werknemer?) en de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen. Die brief komt in elk geval voor 30 juni, want dan is er een speciaal Commissiedebat over het zzp-dossier. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags bovib, schijnzelfstandigheid, SZW debat, wet dba | Laat een reactie achter
Werknemer, tenzij… wat? 8 varianten voor de vervanging van de Wet DBA Geplaatst 7 juni 2022 door Hugo-Jan Ruts Na zeven jaar is het nu echt tijd om de knoop door te hakken. Zelfstandigen en hun opdrachtgevers zitten al jaren met smart te wachten op duidelijkere regels, nodig om te bepalen wanneer een opdrachtgever nu wel of niet een zelfstandige kan inhuren. Daarmee kan het kabinet twee van zijn doelen halen: echte ondernemers meer ruimte geven en het aantal schijnzelfstandigen terugdringen. Duidelijk, begrijpelijk en hanteerbaar De regels moeten bovendien begrijpelijk zijn voor het publiek en hanteerbaar voor de Belastingdienst, schreef de Algemene Rekenkamer onlangs. Het college sloot zich aan bij een grote groep experts, onderzoekers, maatschappelijke organisaties, politieke partijen en rechters die tot dezelfde slotsom kwamen: er moet iets gebeuren. Het is aan minister Karien van Gennip (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) om antwoord te geven op hun oproep. Eind van deze maand zal de minister in een brief aan de Tweede Kamer duidelijk maken welke richting ze op wil met dit zich voortslepende dossier. Lees ook: Stevige toon Minister Van Gennip. Ze wil schijnzelfstandigheid breed aanpakken: ‘Misstand in alle sectoren en inkomensgroepen’ Geschiedenis: 7 jaar Wet DBA Het begon in 2016, toen de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) werd afgeschaft via de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelatie (Wet DBA). Dit had een kleine aanpassing moeten zijn, maar het leidde tot een hoop onrust en onbegrip. Opdrachtgevers durfden geen zzp’ers meer in te huren. Daarom besloten verantwoordelijk bewindspersonen Eric Wiebes (staatssecretaris van Financiën) en Lodewijk Asscher (minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid) de handhaving ‘voorlopig’ op te schorten. Het alternatief was een taak voor hun opvolgers minister Wouter Koolmees (minister van SZW) en staatssecretarissen Keijzer, Snel en later Hans Vijlbrief. We weten inmiddels dat het ze niet gelukt is een oplossing te vinden. Lees ook: Wouter Koolmees, afscheid van een minister die vastliep in het zzp-moeras. Een terugblik. Kwalificatie-vraag Het kernprobleem heet in vakjargon ‘de kwalificatie-vraag’. Wanneer moet iemand die door een bedrijf ingehuurd wordt, gezien worden als werknemer? Hoe beoordeel je of zijn werkverschaffer een opdrachtgever is of een werkgever? Lees meer : Groep zelfstandigen met enkele opdrachtgevers is het kleinst. Maar groeit het hardst Wat kan Van Gennip doen? Het is nu aan minister Van Gennip om het vraagstuk op te lossen. In haar kamerbrief zal ze ongetwijfeld aankondigen dat de handhaving van de Wet DBA opgevoerd zal worden. Maar hoe gaat er ook meer duidelijkheid komen voor wie zelfstandigen wil inhuren, of ingehuurd wil worden door opdrachtgevers? Hoe brengt ze daarbij de twee doelstellingen – ‘ruimte voor echte ondernemers’ en ‘terugdringen schijnzelfstandigen’ – bij elkaar? En houdt ze daarbij vast aan het huidige arbeidsrechtelijke mantra dat iemand ‘werknemer is, tenzij…’ Lees ook VVD wil eerst meer helderheid voor zelfstandigen, daarna handhaving. Acht varianten De afgelopen zeven jaar zijn talloze suggesties gedaan door belangenorganisaties, juristen en commissies. Er zijn ook allerlei voorbeelden uit het buitenland, want de opkomst van de zelfstandige is tenslotte geen specifiek Nederlands fenomeen. Voor een gedegen besluit is overzicht van die ideeën en gevolgen onmisbaar. Daarom hebben we de meest genoemde oplossingsrichtingen op een rij gezet in het document ‘Werknemer, tenzij… 8 varianten voor de vervanging van de Wet DBA’. Samengevat zijn dit de acht opties: Werknemer, tenzij je aan de huidige wet voldoet. De variant status quo: geen nieuwe regels, wel handhaven. Werknemer, tenzij je niet ‘ingebed bent’ in de organisatie. Het advies van de Commissie Regulering van Werk onder leiding van Hans Borstlap. Werknemer, tenzij je door de Amerikaanse ABC-test komt. De regels die de Amerikaanse staat Californië wilde invoeren: geen gezag, geen kernactiviteit, geen werk wat anderen in loondienst doen. Werknemer, tenzij je door de (fiscale) Boot-test komt. Voorstel van de Commissie Boot. Zzp’er als twee van de drie criteria in orde zijn: geen kernactiviteit, korte opdracht, hoog tarief. Werknemer, als je voldoet aan de EU-richtlijn voor platformwerk. Laat de Europese richtlijn voor de kluseconomie ook gelden voor alle andere sectoren. Werknemer, tenzij je voldoet aan de Belgische criteria. Mix van wettelijk vastgelegde criteria rond de inhuur van zelfstandigen, plus strengere regels voor zzp’ers in bepaalde sectoren. Werknemer, tenzij je meer dan 30-35 euro verdient. Het voorstel van de SER. Bij uurtarieven van minder dan 30 á 35 euro geldt een rechtsvermoeden van werknemerschap. Werknemer, tenzij je aanspraak kan maken op de aparte rechtspositie als zzp’er, vastgelegd in het Burgerlijk Wetboek. Een aparte rechtspositie voor zzp’ers, zodat ieder zijn rechten en plichten kent. Bewuste keuzes maken Bij elke optie hebben we kort aangegeven waar de ideeën vandaan komen, of ze meer ideologisch (variant 2,3 en 8) of pragmatisch (4, 5, 6, en 7) zijn ingegeven. Variant 8 (en deels 6) geeft veel ruimte voor de vrijheid om zelf een contractvorm te kiezen, terwijl varianten 1 en 2 die veel minder geven. Daarbij zijn varianten 2, 3 en 8 regelingen die voor iedereen gelijk zijn terwijl varianten 4, 5, 6 en 7 meer uitgaan van het onderscheid tussen kwetsbare groepen en zelfredzame zelfstandigen. Dit soort inzichten, aangevuld met de juiste feiten over de zzp-markt, zijn wat ons betreft cruciaal om een goed debat te kunnen voeren over de te maken keuzes. Een fundamenteel en constructief debat waar we al jaren op zitten te wachten. De ZiPPaper “Werknemer tenzij… 8 varianten voor de vervangingen van de Wet DBA” is hier te downloaden Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags #zzpdebat, Van Gennip, wet dba | 5s Reacties
Detacheerders: ‘Geef ons meer (juridische) ruimte’ Geplaatst 7 juni 2022 door Arthur Lubbers Detachering valt door de driehoeksarbeidsrelatie opdrachtgever-werknemer-werkgever onder de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (WAADI) en wordt daardoor als uitzenden gezien. Dat is de VvDN al jaren een doorn in het oog. Sterker nog, de brancheorganisatie ontleent haar bestaansrecht aan het verbeteren van de wettelijke positie van detacheren. Want de huidige ‘one size fits all’-benadering van driehoeksrelaties knelt bij detachering. Driehoeksarbeidsrelaties worden als uitzendovereenkomsten gekwalificeerd en dus moeten detacheerders zich houden aan regels voor de Uitzendovereenkomst (7:690 BW). En dat is regelgeving voor uitzenders die naar hun eigen zeggen helemaal niet past bij detachering. Detacheerders ondervinden daarvan wel de nadelen en niet de voordelen. Zo maken detacheerders helemaal geen gebruik van het verlichte arbeidsrechtelijke regime (7:691 BW), zoals de verlengde ketenregeling en het uitzendbeding (geen werk, geen geld). Maar zij worden wel getroffen door de bijbehorende beperkingen. Detacheerders moeten zich bijvoorbeeld houden aan wetgeving uit de WAADI en aan de CAO voor Uitzendkrachten. En dat levert praktische problemen op voor detacheerders en gedetacheerden. Vier pijnpunten van gelijkstellen detachering aan uitzenden Het juridisch gelijkstellen van detachering aan uitzenden kent volgens de VvDN vier pijnpunten: Inlenersbeloning; gedetacheerden hebben door gelijkschakeling met uitzendkrachten te maken met de inlenersbeloning. Niet hun werkgever (detacheerder) bepaalt de arbeidsvoorwaarden, maar het inlenende bedrijf waar zij op dat moment gedetacheerd zijn. Gevolg: steeds wisselende arbeidsvoorwaarden en ongelijkheid ten opzichte van collega-gedetacheerden; de ene gedetacheerde verdient 1,5 x zoveel als zijn collega die hetzelfde werk doet bij een andere opdrachtgever. Belemmeringsverbod; de WAADI bepaalt dat het niet is toegestaan om uitgeleende werknemers te belemmeren bij de inlener in dienst te treden. Oftewel, een gedetacheerde kan gewoon in dienst bij opdrachtgever gaan. Detacheerders, die meer dan gemiddeld investeren in opleiding en ontwikkeling van hun werknemers, worden volgens de VvDN ontmoedigd door een ‘te rigide belemmeringsverbod’ om te investeren in hun werknemers. Zij hebben een zekere terugverdientijd nodig. Fiscale sectorindeling 52; de premies voor WW-AWF (werkloosheid) en de Werhervattingskas ZW en WGA (arbeidsongeschiktheid) zijn hoger voor bedrijven met flexkrachten. Dit omdat de kans dat een beroep wordt gedaan op uitkeringen hoger is bij flexkrachten. Detacheerders vallen door de driehoeksarbeidsrelatie ook onder de hogere tarieven voor flex. En dat terwijl gedetacheerden geen flexkrachten zijn en het verhoogde risico op werkloosheid en arbeidsongeschiktheid niet bestaat bij detachering. Uitzend-CAO; de uitzend-CAO is ook van toepassing op detacheringsbedrijven. Hierin staan regels die vooral betrekking hebben op de inzet van uitzendkrachten bij ziek en piek en flexcontracten. In de optiek van de VvDN past deze Uitzend-CAO niet bij langdurig uitlenen van hooggekwalificeerd personeel dat in dienst is bij een detacheringsorganisatie. Europese Uitzendrichtlijn Bij detacheerders leeft dus heel sterk de wens naar regelgeving die meer recht doet aan hun manier van werken. En de huidige wetgeving kan volgens de VvDN echt wel worden aangepast. “De Europese Uitzendrichtlijn biedt voldoende ruimte om af te wijken van afspraken, bijvoorbeeld in het geval er sprake is van arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd”, stelt Stef Witteveen (Uniforce Solutions), medeoprichter van de VvDN. “En detacheerders zijn reguliere werkgevers, die net als andere werkgevers hun medewerkers overwegend vaste contracten bieden.” Detacheerders zijn reguliere werkgevers, die net als andere werkgevers hun medewerkers overwegend vaste contracten bieden. Alexander Kist (NewSkool en actief binnen de VvDN) heeft hier vorig jaar onderzoek naar gedaan en is als geen ander ingevoerd in dit onderwerp. Kist legt bovenstaande uit: in de aanhef van de Europese Uitzendrichtlijn staat onder punt 15; (…) Voor werknemers die aan het uitzendbureau gebonden zijn door een overeenkomst voor onbepaalde tijd dient (…) in de mogelijkheid te worden voorzien om af te wijken van de regels die in de inlenende onderneming gelden. Dat wordt uitgewerkt in artikel 5, lid 3 (de sociale partners mogen het regelen) en lid 2 (er mag een uitzondering worden gemaakt voor contracten van onbepaalde duur). In Nederland is alléén de uitwerking van lid 3 terug te vinden in art 8 (gelijke behandeling, onder meer inlenersbeloning) van de WAADI. Maar volgens Kist is dat ‘een dode letter door de nieuwe ABU CAO’. Het advies van de VvDN is dan ook: implementeer de Europese Uitzendrichtlijn correct door ook lid 2 van artikel 5 over te nemen in artikel 8 WAADI. Ergo, laat dit artikel niet gelden voor vaste contracten. Voorstel VvDN Als er in de huidige regelgeving een uitzondering komt voor arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd (zoals de meeste gedetacheerden hebben), dan vallen gedetacheerden met een vast contract niet meer onder de inlenersbeloning en het belemmeringsverbod. Dan neem je al twee belangrijke pijnpunten weg. Daarnaast pleit de VvDN voor het aanpassen van artikel 7:690 BW (uitzendovereenkomst). Het komt de duidelijkheid volgens de VvDN ten goede als de term ‘uitzendovereenkomst’ wordt vervangen door ‘driehoeksarbeidsrelatie’. Dan ontstaat er ruimte voor onderscheid tussen uitzenden, payrolling en detachering. En dan is het ook mogelijk de andere twee pijnpunten (Sector 52-indeling en de Uitzend-CAO) niet voor detachering te laten gelden. De VvDN wijst erop dat dit ook in lijn zou zijn met een advies van de Raad van State uit 1997 om ‘een nadere regeling voor het meer bestendige in- en uitlenen van personeel door detacheerders in het leven te roepen’. Daarnaast zijn deze voorstellen volgens de VvDN volledig in de geest van het MLT advies van de SER, omdat het de bestaanszekerheid van werknemers zal verbeteren omdat het vaste contract wordt gestimuleerd. Regeling, net als payrolling Het voorstel van de VvDN voor een verbeterde implementatie van de Uitzendrichtlijn is ‘een serieuze oproep aan de politiek’. En aanpassing van de wetgeving hoeft volgens Witteveen niet per se gecompliceerd te zijn. “Net als uitzenden en detacheren valt ook payrolling onder de WAADI. Maar om te voorkomen dat payrolling zou blijven profiteren van het verlichte arbeidsrechtelijke regime dat voor uitzenden geldt, heeft het vorige kabinet de regelgeving voor payrolling gewijzigd door een relatief eenvoudig amendement”, licht Witteveen toe. Om heel andere reden – als gezegd, detacheerders willen helemaal geen gebruik maken van het verlichte arbeidsrechtelijke regime – vragen de detacheerders nu ook om een aanpassing. Analoog aan de aanpassing in wetgeving voor payrolling, pleit de VvDN ook voor een aanvullend amendement voor detachering. Witteveen: “Geef detacheerders de ruimte. Geef ons ook zo’n soort regeling, een aparte kamer in het huis van de WAADI.” Dit is het Voorstel tot een verbeterde implementatie van de Europese Uitzendrichtlijn van de VvDN. Themabijeenkomst Detacheren & De arbeidsmarkt De juridische positie van detacheerders zal ook centraal staan tijdens de themabijeenkomst van de Vereniging van Detacheerders Nederland (VvDN) op maandag 13 juni a.s. in Den Haag. Kijk hier voor het programma en aanmelden. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags Detacheren, VVDN | Laat een reactie achter