“Eigen rechtspositie zelfstandig ondernemer: ga er maar aan staan” Geplaatst 30 september 2021 door Joop der Weduwen Blij verrast, en ook wel verbaasd, was ik door de ‘tweet’ dat er sprake was van een door de Tweede Kamer aangenomen motie van JA21 over het regelen van de positie van de zelfstandig ondernemer. In die motie wordt de regering opgeroepen om ‘te komen tot een wettelijke regeling voor zelfstandig ondernemerschap die de rechtspositie van zzp’ers in alle relevante aspecten vastlegt’. Dat is klare taal. Eindelijk tijd om de puinhopen van (vul in welke kleur je wil) of breder gezegd van de afgelopen kabinetten en de daaronder opererende uitvoeringsinstellingen (lees Belastingdienst) op te ruimen. Dus: “regering, doe wat!”. Enthousiast las ik dan ook de motie, om dan echter wel met heel veel vragen over te blijven. Hier een paar van die vragen. Welke regering? Allereerst: welke regering zou bedoeld worden, de huidige of de toekomstige? Goed om te weten dat wel veel partijen voor de motie stemden – een brede Kamermeerderheid zoals dat zo mooi heet – maar enkele niet-onbelangrijke niet. Zouden die niet ook een goede regeling willen? Houden zij hun kruit droog voor het geval ze op het pluche (in de regering) terecht komen? Wil men wel opgezadeld worden met deze motie en dan misschien tot de conclusie komen dat het wel erg moeilijk is om dit ‘even te regelen’? Even een rechtspositie regelen, dat is zo makkelijk nog niet Dat ‘even regelen’ lukte de afgelopen kabinetten en vooral hun uitvoeringsorganen maar telkens niet. Dus zo’n motie uitvoeren en dat maar ‘even doen’ is nog niet zo makkelijk. De destijds cruciaal geachte afschaffing van de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) via de wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) was een groot fiasco, met tot gevolg allerlei reparatieactiviteiten zoals: modelovereenkomsten, een webmodule en vooral een moratorium op de handhaving van de gevolgen van de wet DBA. Lees ook: Tweede Kamer wil eigen rechtspositie voor zzp’ers Op zoek naar ‘de oplossing’ voor ‘de zzp’er’ Verder zijn er wel genoeg signalen in de samenleving dat de huidige positie van de zzp’er eindelijk beter ingekaderd moet en kan worden. Tegelijkertijd zijn er veel verschillende opvattingen over de oplossing van dit probleem. Dit heeft alles te maken met de wijze waarop verschillende partijen aankijken tegen het probleem en de oplossing daarvan. Daarbij is eigenlijk iedereen op zoek naar ‘de oplossing’. Daarom is de terminologie ‘alle relevante aspecten’, best wel veelomvattend (misschien wat ambitieus). Daarbij is men een beetje vergeten dat de wereld niet uit zwart en wit, maar grotendeels uit grijs bestaat. Dat is natuurlijk lastig, want dan is er misschien niet een ‘quick fix’ voor ‘alle relevante aspecten’. De samenleving laat zich niet alleen regelen vanuit het Haagse Een oplossing vinden kan alleen bij de gratie van het draagvlak bij de betrokken partijen. Mocht men in Den Haag denken dat het in de Kamer tot een oplossing komt, dan heeft men het mis. De samenleving laat zich niet alleen regelen vanuit het Haagse. Een paar partijen die een rol spelen bij het vinden van een oplossing zijn: de zzp’ers, de werknemers, de opdrachtgevers en de werkgevers en de uitvoering. ‘Dé zzp’er’ (net als ‘de Nederlander’) bestaat niet. Er zijn verschillende belangengroepen voor zelfstandigen, allen met hun eigen achterban. Deze verschillende groepen zijn het vaak oneens over de oplossingsrichting en trekken zeker niet altijd gezamenlijk op. Wel wil men allen aan tafel komen zitten en meedenken, maar wel graag vanuit het eigen kader, al dan niet vanuit een eigen blik op het zelfstandig ondernemerschap, de belangen van de eigen categorie van zzp’ers of een eigen maatschappelijke visie. Dat houdt in dat er allerlei oplossingsrichtingen bedacht worden voor ‘het probleem’, maar zelden een oplossing die voor iedereen acceptabel is. Verschillende belangengroepen, verschillende belangen De werknemersvertegenwoordiging, vooral de vakbonden, hebben verschillende belangen bij de oplossing van het probleem: beschermen van de huidige werknemers, beschermen van de zwakkere zzp’er die mogelijk een uitgebuite werknemer is, maar ook het verbreden van het sociale draagvlak voor de sociale zekerheid (hoe meer werknemers in het sociale stelsel, hoe beter houdbaar) en tot slot zijn werknemers potentiële leden, dus hoe meer werknemers hoe meer potentiële leden. De uitvoerenden (vooral de Belastingdienst) hebben ook een belang. Zij willen graag een eenvoudig te handhaven kader Werkgevers/opdrachtgevers hebben ook verschillende belangen: zekerheid over wie werknemer is en wie niet, maar ook zoveel mogelijk kunnen schuiven tussen beide posities om het eigen bedrijf en bedrijfsvoering te beschermen in onzekere tijden. Ook de bewaking van kosten en risico’s is van groot belang voor het bepalen van hun positie. Kosten in de vorm van werknemerslasten en risico’s in de vorm van lasten ten gevolge van handhaving. Daarbij zijn er ook nog opdrachtgevers die hun hele propositie hebben opgebouwd rond de inhuur van zzp’ers (of in elk geval personen die niet als werknemer aangemerkt worden). Zij hebben dus geen enkele behoefte aan al te veel inkadering die hun belemmert in hun bedrijfsvoering. De uitvoerenden (vooral de Belastingdienst) hebben ook een belang. Zij willen graag een eenvoudig te handhaven kader, want er is een gebrek aan kennis en aan menskracht. Dat wil zeggen: zo min mogelijk multi-interpreteerbare normen. Ooit vond men de VAR te ingewikkeld om te handhaven, dus dat vergt dan wel aardig wat regelkracht om iets eenvoudigers te verzinnen. Geen ‘quick fix’ vanuit Den Haag Vele rapporten zijn ondertussen de afgelopen jaren verschenen over de arbeidsmarkt en de positie van de zzp’er daarbij. Ik noem in willekeurige volgorde de meest recente: In wat voor land willen we leven? (Commissie regulering van Werk (Borstlap, januari 2020), Het betere werk (rapportage WRR, december 2019) Sociaaleconomisch beleid 2021-2025 (SER rapportage juni 2021). Al deze rapporten geven aan dat er een oplossing moet komen, maar ook geven zij aan dat er geen ‘quick fix’ is. Vaak zijn het redelijk complexe oplossingen die aangedragen worden, met als het ware een stelselwijziging tot gevolg. Kortom waar staan we nu na deze motie? Brengt deze een oplossing dichterbij? Ik help het hopen en ik sluit het niet uit, maar dan zullen er veel partijen de loopgraven uit moeten. En ik denk vooral dat de oplossing niet van de huidige dossierhouders in Den Haag en de uitvoering komen, want die hebben tot nu toe bewezen dat niet te kunnen. Tot slot: als het er allemaal toch niet van komt, is er wat mij betreft steeds minder een probleem. De werknemersvertegenwoordiging (FNV) gaat steeds vaker actief naar de rechter om te vragen of een constructie met een zogenaamde zzp’er niet toch een arbeidsverhouding is en de rechter geeft ook steeds helderder kaders aan voor of en wanneer dat zo is. Dat kan er ook zomaar toe leiden dat de jurisprudentie de norm gaat opleveren waarnaar gevraagd wordt in de motie. Helaas is er dan nog geen duidelijk kader wanneer iemand (vooraf toetsbaar) als zzp’er aangemerkt wordt en wordt er ook nog steeds niet daarop geacteerd door de handhavende uitvoeringsinstanties. Maar een kniesoor die daarop let. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags arbeidsrecht, Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties | 6s Reacties
Unilever werft eerst intern voor projecten en ‘gigs’ Geplaatst 29 september 2021 door Mark van Assema Het laatste dat je als opdrachtgever of opdrachtnemer moet willen, is dat je in een “sleur” belandt. Dat werk als een verplichting voelt en dat je er geen plezier of uitdaging meer uithaalt. Om dat te voorkomen, werkt Unilever met de ‘talent marketplace’ U-Work. Met deze tool wil het bedrijf werkenden gemotiveerd houden en ze kansen bieden om door te groeien. In een artikel op Business Insider wordt dieper ingegaan op deze strategie en ook op de site van Unilever zelf lees je er meer over. Eerst intern werven voor projecten en gigs Met behulp van een intern systeem kunnen managers bij Unilever iedereen in de organisatie, waar ook ter wereld, om hulp vragen bij projecten. Nadat ze het project op een platform hebben geplaatst, krijgen ze aanvragen van collega’s die ongeveer 15-20% van hun tijd mogen besteden aan dit soort werk. Bij deze flexibele mobiliteitsprogramma’s snijdt het mes aan twee kanten. Mensen kunnen nieuwe delen van de organisatie verkennen, op verschillende manieren bijdragen en nieuwe vaardigheden en passies ontwikkelen. Maar ook Unilever profiteert, bijvoorbeeld qua productiviteit, betrokkenheid, en het intern ontwikkelen van nieuwe vaardigheden. Flexwerk is een centraal onderdeel van de talentmobiliteitsstrategie van de onderneming en het helpt Unilever ook om een beter inzicht te krijgen in de capaciteiten van haar werkenden. Flexwerk kan ook nuttig zijn bij het omscholen van mensen wier baan door automatisering kan verdwijnen. En zo hoef je voor een project niet meteen externe consultants en IT’ers in te huren. Kansen bieden voor iedereen “Niet alleen vinden ze iemand die enthousiast is om het te doen, maar vaak merken ze ook dat ze iemand krijgen die een prachtig ander perspectief inbrengt dat ze in hun normale team niet zouden hebben gehad,” zegt Patrick Hull, vice president, toekomst van werk, bij Unilever, in het artikel. “Er is een enorm voordeel dat we capaciteit in de organisatie kunnen benutten door mensen uit verschillende functies en afdelingen, zelfs uit verschillende landen, te laten werken aan projecten binnen de organisatie”. 100% projectmatig werken Unilever heeft U-work geïntroduceerd om volledig projectmatig werken voor werkenden mogelijk te maken. Je hebt geen ‘gewone’ baan waarbij je meedraait in projecten, maar je wordt een soort interne project consultant die alleen maar projectmatig werkt. Dat betekent ook dat werkenden een fulltime arbeidscontract krijgen, waarbij de volledige baan van de werkenden bestaat uit projectwerk binnen de organisatie. Leidinggevenden binnen de organisatie dachten aanvankelijk dat bijvoorbeeld werkende ouders het meest geïnteresseerd zouden zijn in dit flexibele model. Maar nu blijkt dat er inmiddels ook andere geïnteresseerden zijn, zoals deeltijdstudenten, mensen met een bijbaantje en mensen die met pensioen gaan. Talent Marketplace tooling Het platform dat Unilever gebruikt is Gloat. Andere grote bedrijven als Schneider Electric en ADP maken ook gebruik van Gloat, met als doel mobiliteit en flexibiliteit binnen de organisatie te promoten. Door naar mensen te kijken op basis van de skills die ze nu hebben in plaats van de functietitels die ze in het verleden hadden, beginnen functietitels en afdelingen bijna overbodig te lijken. Bedrijven kunnen veel meer onderling verbonden zijn en ook meer productiviteit uit hun mensen halen door ontwikkelen en delen van skills aan te moedigen. Het uitwisselen van kennis, ervaring en posities is bij Unilever overigens niet alleen voorbehouden aan mensen met lagere functies. Hull zelf nam een flexbaan aan om voor Unilever managers in China te gaan coachen, vertelt hij. “Toen die kans zich voordeed, dacht ik dat het voor mij een geweldige manier was om iets terug te doen”. De Werf& en ZiPconomy Webinar Week 2021 Van 11 tot en met 15 oktober delen boegbeelden, specialisten en ervaringsdeskundigen op de arbeidsmarkt hun kennis met jou. De thema’s van de verschillende dagen zijn: Maandag 11 oktober: Professioneel inhuren in de praktijk. Dinsdag 12 oktober: Recruitment Process Automation. Woensdag 13 oktober: HR Tech & Flex. Donderdag 14 oktober: Succesvol werven in een krappe arbeidsmarkt. Vrijdag 15 oktober: De toekomst van vast & flex: Total Talent Management. Schrijf je in! Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags inhuur, Platformen | Laat een reactie achter
De Tozo stopt. In juli nog 40 duizend aanvragen. Geplaatst 29 september 2021 door ZiPredactie In de maand juli hebben naar schatting 40 duizend zelfstandigen een aanvraag voor de “Tijdelijke Overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers” (Tozo) ingediend bij gemeenten. Dat schrijft Minister Koolmees aan de Tweede Kamer in zijn “Monitoring Arbeidsmarkt en Beroep Noodpakket.” De Tozo is een van de steunmaatregelen vanwege de coronacrisis. De regeling voorziet in een aanvullende uitkering voor levensonderhoud als het inkomen door de coronacrisis tot onder het sociaal minimum daalt. Daarnaast kan er een lening aangevraagd worden. Aantal Tozo-aanvragen fors gedaald 374 duizend zelfstandigen (met of zonder personeel) maakten gebruik van de eerste Tozo-regeling. Dat aantal daalde fors in de periode juni en september 2020. Vanaf de tweede Tozo-regeling geldt immers dat het inkomen van de partner wordt meegerekend bij de beoordeling of iemand in aanmerking komt voor inkomenssteun. Daarnaast werd toen ook de eerste lockdown opgeheven. Na de Tozo 3 daalde het aantal aanvragen flink. In 95 procent van de gevallen gaat het bij Tozo-aanvragen om inkomenssteun, 5 procent vraagt een lening bedrijfskapitaal aan. Bron: Monitoring Arbeidsmarkt en Beroep Noodpakket (SZW), bewerking ZiPconomy Tozo stopt, vanaf 1 oktober weer gewone bijstandsregeling De vijfde Tozo-regeling loopt van 1 juli 2021 tot en met 30 september 2021. Vanaf komende maand vervalt de Tozo, net als andere de regelingen (NOW, TVL, Tozo, Tonk) en diverse fiscale maatregelen. De Kamer debatteert vandaag over het economisch steunpakket. Zelfstandigen in de financiële problemen vallen vanaf oktober terug op de Bbz, de bijstandsregeling voor zelfstandigen. Om de Bbz voor gemeenten uitvoerbaar te houden, wordt de regeling tot het einde van 2021 wel vereenvoudigd. Dit betekent dat gemeenten geen vermogenstoets hoeven uit te voeren, dat ondernemers met terugwerkende kracht van maximaal twee maanden een Bbz-uitkering kunnen aanvragen en dat de gemeente het inkomen en de hoogte van de Bbz-uitkering per kalendermaand (in plaats van per boekjaar) vaststelt. “Vanaf 1 januari 2022 voeren gemeenten het Bbz weer zonder wijzigingen uit” zo liet het kabinet eerder weten. Het ministerie SZW verwacht dat een deel van de Tozo-gerechtigden door zal stromen naar deze bijstand en verwacht dat de Bbz-uitgaven daardoor in 2022 met circa 125 miljoen toenemen, zo blijkt uit de begroting van het ministerie SZW. Over 2021 is nog 1.124 miljoen euro gereserveerd voor Tozo. Kwetsbare sectoren Belangenorganisatie VZN wil dat de vermogenstoets in de Bbz definitief wordt afgeschaft. Daarnaast is volgens VZN “speciale en blijvende aandacht voor branches nodig” die nog steeds grote hinder ervaren door de coronacrisis. Ook de Kunstenbond pleit voor meer steun. “Laat de kunst, cultuur en evenementen met al die artiesten zzp’ers en freelancers niet struikelen: zolang de onzekerheid over het virus en maatregelen de branche treffen moet de steun blijven” zo stelt voorzitter Peter van den Bunder. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags tozo | 2s Reacties
Risicoanalyse voortaan vast onderdeel van kwaliteitskeurmerk Bovib Geplaatst 28 september 2021 door ZiPredactie Het Bovib kwaliteitskeurmerk is het eerste én enige keurmerk voor intermediairs en brokers die een inhuurketen beheren of activeren namens en voor opdrachtgevers. Voor opdrachtgevers biedt het keurmerk de garantie dat zij werken met een betrouwbare broker of intermediair die kwaliteit levert, zich houdt aan de geldende wet- en regelgeving én die financieel gezond is. Risicoanalyse Voor dat laatste geldt dat er een belangrijke wijziging is doorgevoerd: vanaf juli 2021 is namelijk de risicoanalyse als vast onderdeel toegevoegd aan de audit. Voorheen werd er sec gekeken naar enkele KPI’s (current ratio) om de financiële gezondheid van intermediairs te beoordelen. Dat bleek een te beperkt beeld te geven. Lees ook: Het Bovib-keurmerk is verder verbeterd; dit is waarom Om een genuanceerder beeld te krijgen, geldt er voortaan een risicoanalyse die vooraf inzicht geeft in de financiële gezondheid. In die risicoanalyse zijn vier elementen opgenomen: klantafhankelijkheid, debiteuren en voorfinanciering, meerdere financiële ratio’s (KPI’s) financiering derden. Dit geeft in samenhang een uitgebalanceerd beeld van de onderneming. Vroeg problemen signaleren Deze financiële gezondheid wordt getoetst via een externe audit door een onafhankelijke inspectie-instelling. Uit de audit rolt een score: groen (audit 1 x per jaar), oranje (herhaling na 6 maanden) en rood (herhaling na 3 maanden). Blijft de score rood, dan wordt dit doorgegeven aan het bestuur, die maatregelen kan nemen die zelfs gevolgen kunnen hebben voor het lidmaatschap. Deze proactievere aanpak voorkomt te laat ingrijpen, stelt Bovib-voorzitter Frederieke Schmidt Crans. “Je kunt wachten op de jaarrekening, maar die komt niet altijd voor de audit-datum. Beter is het om eerder te signaleren dat een lid in financieel zwaar weer zit of te risicovolle dienstverlening biedt. Als de alarmbellen eerder afgaan, kun je ook eerder ingrijpen en de onderneming helpen in het bijsturen.” Je kunt wachten op de jaarrekening, maar beter is het om eerder te signaleren dat een lid in financieel zwaar weer zit Beheersmaatregelen afdwingen Kracht van het systeem is dat het gecertificeerde Bovib-lid een uitlegplicht heeft; blijkt dat punt A een risico vormt, dan moet een lid uitleggen welke beheersmaatregelen daar dan tegenover staan. “Het is absoluut niet de bedoeling dat wij op de stoel van de ondernemer gaan zitten. Integendeel, het gaat er uiteindelijk om dat een bedrijf zich bewust is van de risico’s en daar maatregelen tegen neemt, zodat de financiële gezondheid gewaarborgd blijft”, zegt de Bovib-voorzitter. Tijdens de ZiPconomy & Werf& WebinarWeek sprak Hugo-Jan Ruts uitgebreid met Bovib voorzitter Frederieke Schmidt Crans. Over de route naar een vakvolwassen sector. Daarin komt deze aanpassing van het keurmerk ook uitvoerig aan bod. Dat gesprek is in deze video terug te kijken: Opdrachtgevers, vraag naar keurmerk! Worden door deze aanpassing van het keurmerk faillissementen voorkomen, zoals het geruchtmakende TCP-debacle in 2019? Schmidt Crans: “Ondernemen is nooit risicoloos. Helemaal voorkomen van faillissementen kan niemand. Waar het om gaat is dat de risico’s beheersbaar zijn. Het Bovib-keurmerk garandeert opdrachtgevers dat zij met een betrouwbare broker of intermediair te maken hebben die een gezond, toekomstgericht financieel beleid voert.” De Bovib-voorzitter roept opdrachtgevers dan ook op om brokers en intermediairs waarmee zij in zee gaan te vragen naar het Bovib-keurmerk, en niet alleen naar een NEN 4400 en ISO 9001-certificering. “Laat als opdrachtgever zien dat je weet welke dienstverlening je uitvraagt en besef welke mogelijke risico’s er zijn. En ga dus alleen in zee met een broker of intermediair die dit aantoonbaar gewaarborgd heeft. Want er zijn nog altijd partijen die helemaal niet gecertificeerd zijn, dat is heel zorgelijk. Het is uiteindelijk een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de hele inhuurketen.“ Keurmerk in ontwikkeling De pilot is afgerond en vanaf juli dit jaar is de risicoanalyse definitief als vast onderdeel toegevoegd aan de audit. “Dit is een grote stap vooruit om het keurmerk toegankelijker te maken voor intermediairs en de risicoanalyse vergroot het belang voor opdrachtgevers om brokers en intermediairs hiernaar te vragen”, stelt Schmidt Crans. Het Bovib-keurmerk levert een belangrijke bijdrage aan de zelfregulering in de flexmarkt. Hoewel heldere zzp-wetgeving nog altijd op zich laat wachten – denk aan de omstreden webmodule, zijn veel elementen uit het zzp-dossier opgenomen in het keurmerk, zoals de modelovereenkomst en de beheersmaatregelen. In beton gegoten is het keurmerk dan ook niet, legt de Bovib-voorzitter uit. “Het is een keurmerk in ontwikkeling. Wij zullen dit blijven aanpassen aan de veranderende arbeidsmarkt, nieuwe vormen van dienstverlening en nieuwe wet- en regelgeving.” Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags bovib, keurmerk | Laat een reactie achter
Rechters drukken stempel op platformwerk Geplaatst 27 september 2021 door Jeroen Brouwer In korte tijd waren er twee belangrijke gerechtelijke uitspraken over platformwerk. Op 13 september oordeelde de rechtbank Amsterdam dat chauffeurs die via Uber werken, moeten worden aangemerkt als werknemers. En deze week oordeelde het gerechtshof Amsterdam dat mensen die via de schoonmaakapp Helpling werken uitzendkrachten zijn. Twee mooie overwinningen voor FNV, die de procedures voerde. En goed nieuws voor de uitzendbranche? Uitspraak over Uber De chauffeurs en Uber spraken schriftelijk af dat er sprake is van zelfstandig ondernemerschap van de chauffeurs. Maar die vlieger gaat niet op volgens de rechtbank. Bepalend is niet het papier, maar de praktijk: ‘wezen gaat voor schijn’. Feitelijk is sprake van een arbeidsovereenkomst, omdat aan de drie kenmerken daarvan is voldaan: loon, arbeid en gezag. Meest interessant is de overweging van de rechtbank dat Uber ‘modern werkgeversgezag’ uitoefent, omdat Ubers algoritme financiële prikkels bevat en een ‘instruerende werking’ heeft. Uitspraak over Helpling In de Helpling-zaak oordeelde het hof dat tussen de schoonmakers en Helpling een uitzendovereenkomst bestaat. In eerste aanleg had de kantonrechter nog geoordeeld dat Helpling ‘slechts’ bemiddelde bij de totstandkoming van een arbeidsovereenkomst tussen de schoonmakers en de particulieren. Maar het gerechtshof ziet dus een grotere rol voor Helpling: het bedrijf zou de schoonmakers ter beschikking stellen aan particulieren, om onder leiding en toezicht van die particulieren het werk te verrichten. Betekenis voor uitzendondernemingen Deze twee uitspraken geven een extra impuls aan de discussie over platformarbeid. Ze passen in een trend van jurisprudentie en wetgevingsinitiatieven en -adviezen waarbij ‘zzp’ers’ onder de bescherming van het arbeidsrecht worden gebracht. Met name de Uber-zaak zet het zzp-model aan de basis van de arbeidsmarkt verder onder druk. En de Helplink-casus bevestigt dat platforms niet zomaar wegkomen met de stelling dat ze alleen maar als een soort prikbord fungeren. Al met al een steun(tje) in de rug voor uitzendondernemingen die – met of zonder platform – de verantwoordelijkheid voor het werkgeverschap nemen en de CAO voor Uitzendkrachten toepassen. Wie de uitzendformule toepast, heeft immers van de recente jurisprudentie niets te vrezen. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags ABU, jurisprudentie, Platformen, Uber | 3s Reacties
Zelfstandig professional voelt zich niet serieus genomen en heeft weinig vertrouwen in de landelijke politiek Geplaatst 27 september 2021 door Claartje Vogel Zelfstandig professionals (zp’ers) twijfelen aan de deskundigheid van politici, voelen zich niet gewaardeerd en slecht vertegenwoordigd. Dat blijkt uit afstudeeronderzoek van Sem Overduin aan de Erasmus Universiteit. Hij interviewde deskundigen en hield een enquête onder ruim 200 zelfstandig professionals uit de database van HR-dienstverlener HeadFirst Group. Van de respondenten was 78% man en de gemiddelde leeftijd was 53 jaar. Uit zijn onderzoek blijkt dat deze zp’ers weinig vertrouwen hebben in de politiek. Ze geven hun vertrouwen in de landelijke politiek gemiddeld een 4,6. Actuele context: moeizame formatie, woningmarkt en corona Niet alleen zp’ers hebben weinig geloof in de politiek, ook het vertrouwen van de gemiddelde Nederlander daalt. Dat blijkt zowel uit recent onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau als uit een enquête van Ipsos in aanloop naar Prinsjesdag. Zo’n 60% van alle Nederlanders heeft weinig of heel weinig vertrouwen in de landelijke politiek, aldus Ipsos. Die groep is veel groter dan vorig jaar, toen 40% van de Nederlanders weinig vertrouwen had in de politiek. De belangrijkste oorzaken zijn de moeizame kabinetsformatie, de woningmarkt en het beleid rondom gezondheid. Ook het coronabeleid en de toeslagenaffaire hebben een negatief effect op het vertrouwen van de gemiddelde Nederlander. En ook op dat van de zp’er. Weinig waardering en vertrouwen van politici Het lage politieke vertrouwen van de zelfstandige heeft dus te maken met actuele ontwikkelingen, maar ook met zaken die al veel langer spelen. Zelfstandig professionals hebben het gevoel dat politici denken dat alle zzp’ers hetzelfde zijn en dat er weinig aandacht is voor de diversiteit van de doelgroep. En als politici al een beeld hebben van de subdoelgroep zp’ers, dan is dat beeld vaak negatief: ‘calculerende zzp’ers met fiscale voordelen’ in plaats van ‘hardwerkende zelfstandig ondernemers’. Karige regelingen tijdnes coronacrisis stralen weinig waardering voor de zzp’er uit Zzp’ers zijn bang dat dat politici vooral luisteren naar de belangen van vakbonden en werkgeversorganisaties, vertelt Overduin. “Veel zp’ers vonden bijvoorbeeld de inkomenssteun van de overheid tijdens de coronacrisis oneerlijk verdeeld. Werknemers kregen een riante steunregeling, zelfstandigen kregen het minimum, een strenge partnertoets en moesten eerst een beroep doen op hun eigen vermogen. Mijn onderzoeksdoelgroep hoefde zelf nauwelijks beroep te doen op de steunregelingen, maar vindt dat deze karige regelingen weinig waardering uitstralen voor de zzp’er.” Plek in de polder Ook ondervertegenwoordiging in het besluitvormingsproces speelt een grote rol bij het lage vertrouwen in Den Haag. “Zp’ers vinden dat ze onvoldoende vertegenwoordigd zijn in het besluitvormingsproces”, zegt Overduin. “Ze geven hun vertegenwoordiging een 1,9 op een schaal van 1 tot 5.” Wie weet verandert dat binnenkort. De Vereniging Zelfstandigen Nederland (VZN) en de Werkvereniging hebben zich aangemeld bij de Sociaal Economische Raad. Of ze mogen toetreden tot het belangrijkste adviesorgaan van de regering voor sociaal-economisch beleid, moet nog blijken. Volgens zp’ers hebben maatschappelijke instituties weinig verstand en affiniteit met zelfstandig ondernemers De Tweede Kamer zou in elk geval graag willen dat zelfstandigen beter vertegenwoordigd worden. Een meerderheid stemde vorig jaar voor een motie dat zelfstandigen een ‘eigenstandige en aan werkgevers en werknemers gelijkwaardige positie in moeten kunnen nemen in de polder.’ De wens voor een plek voor zzp’ers in de SER staat ook in een praatstuk dat VVD en D66 deze zomer hebben opgesteld om de formatie aan te zwengelen. Lees daarover meer in ‘Wie mag er eigenlijk namens de zzp’ers in de SER zitten?” Kritiek op SER, vakbonden en gemeenten Op dit moment heeft de zp’er weinig vertrouwen in politieke en maatschappelijke instituties. “Dan heb ik het over de vakbonden, werkgeversorganisaties, Sem Overduin gemeenten, SER, UWV”, vertelt Overduin. “Geen enkele institutie scoort een voldoende.” Zelfstandigen hebben behoorlijk wat kritiek op dit soort maatschappelijke en politieke instituties, zegt hij. “Volgens zp’ers zijn het organisaties die ‘weinig verstand en affiniteit hebben met zelfstandig ondernemers’ en ‘te weinig rekening houden met de zorgen en belangen van zzp’ers’.” Het viel de onderzoeker op dat zp’ers het gevoel hebben dat zzp-organisaties elkaar eerder beconcurreren dan samenwerken. Ook twijfelen ze aan de onafhankelijkheid van bepaalde zzp-organisaties die gelieerd zijn aan vakbonden of werkgeversorganisaties. Wet DBA Tot slot denken zelfstandigen dat politici te weinig dossierkennis hebben om problemen op de arbeidsmarkt op te lossen, zoals de onduidelijkheid rondom de wet DBA. “Dat gebrek aan vertrouwen in de deskundigheid en competenties van politici gaat gepaard met ontevredenheid over wet- en regelgeving”, vertelt Overduin. “De onduidelijkheid rondom de wet DBA kwam vaak terug in de enquêtes. Op een schaal van 1 tot 5 scoorde ‘tevredenheid met de wet DBA’ een 1,94.” Het verbaast me hoe ontevreden de zp’er is Dat de cijfers zó laag zijn, had de onderzoeker niet verwacht. “Mijn hypothese was wel dat zelfstandigen kritischer zouden zijn, want uit internationale studies blijkt dat zelfstandigen over het algemeen wat negatiever zijn over het overheidsbeleid en vaak sceptischer jegens de politiek”, zegt hij. “Toch verbaast het me hoe ontevreden de zp’er is. In mijn interviews en in de vragenlijst spraken zelfstandigen bijvoorbeeld van ‘leugens en loze beloftes’, ‘een volslagen gebrek aan reflectie’ en ‘eigenbelang en vriendjespolitiek’. Daarbij wil ik wel vermelden dat de maatschappelijke context van invloed is geweest op mijn onderzoeksresultaten.” Algemeen rapportcijfer landelijke politiek (schaal 1-10): 4.6 Waardering voor maatschappelijke organisatie (op schaal 1-5): 4.4 Tevredenheid Wet DBA (schaal 1-5): 1.9 Waardering voor vertegenwoordiging zzp-stem in politiek (schaal 1-5): 1.9 ‘Tijd om de zp’er serieus te nemen’ Er is werk aan de winkel voor politici en belangenorganisaties, vindt Overduin. “Er zijn inmiddels veel zelfstandig professionals actief op de arbeidsmarkt, dus het is de hoogste tijd om deze groep werkenden serieus te nemen”, zegt hij. “Zorg voor eerlijke vertegenwoordiging van zp’ers en geef hen een stevige centrale plek in het besluitvormingsproces”, tipt hij. “Biedt daarnaast duidelijkheid over de wet DBA, schets een visie op arbeidsmarkt van morgen en probeer op die manier de vertrouwensrelatie te versterken.” Verder pleit hij voor kennisdeling. “Veel zp’ers geven aan dat ze graag in contact komen met politici. Als zij hun zorgen, ervaringen en drijfveren voor het ondernemerschap kunnen delen, dan kan dat heel waardevol zijn voor beide partijen. Het zal een positief effect hebben op het kennisniveau van Kamerleden, straalt openheid en responsiviteit uit van de politiek en verhoogt het gevoel van waardering voor zp’ers. Ik zou met alle liefde regelmatig een rondetafel organiseren om beide werelden dichter bij elkaar te brengen.” Geplaatst in ZP en Politiek | Tags HeadFirst, politiek, prinsjesdag, vertrouwen, zzp | Laat een reactie achter