Maandelijkse archieven: juli 2020

Raad voor Interim Management pleit voor aanpassing twee pijnpunten in evaluatie Wet Normering Topinkomens

In 2013 trad de Wet Normering Topinkomens (WNT) in werking. Het doel van die wet is onder meer bovenmatige bezoldigingen in publieke en semipublieke sectoren tegen te gaan. In 2015 vond een tussentijdse evaluatie plaats die gezien de relatief korte duur van werking van de wet beperkt was in bevindingen en aanbevelingen. Dit jaar is een uitgebreide evaluatie gepland die drie sporen behelst: doeltreffendheid, doelmatigheid en neveneffecten. In verschillende fases worden stakeholders gevraagd naar ervaringen en adviezen voor de toekomst.

Bij de totstandkoming van de wet is de Raad voor Interim Management (RIM) betrokken geweest.  De RIM is een netwerkorganisatie van bureaus die interim-managers bemiddelen. De werkgroep Governance van de RIM speelt pro actief in op ontwikkelingen vanuit regelgeving en voert een lobby uit bij betreffende wetgevende instanties. Mede dankzij de RIM is destijds een Algemene Maatregel van Bestuur aangenomen die het mogelijk maakte om topfunctionarissen zonder dienstbetrekking, zoals interim-managers te blijven plaatsen, met toepassing van het Uitvoeringsbesluit WNT . Mede daarom is de RIM geconsulteerd in de evaluatie als betrokkene bij de uitvoering van de wet.

Twee pijnpunten

“We hebben een gesprek gevoerd met de afdeling van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) die de evaluatie uitvoert. Daarin hebben we onze ervaring gedeeld,” vertellen Geert-Jan Poorthuis en Johannes Arets van de werkgroep Governance van de RIM. “In onze visie is de WNT als zodanig een prima instrument om normering aan de bovenkant van de markt toe te passen,” zegt Poorthuis. “Wij ervaren echter twee pijnpunten: de maximale termijn van een jaar[1] en de opsplitsing van tarifering daarin[2]. Het model van de WNT voldoet, maar moet wat ons betreft op deze punten echt geoptimaliseerd worden.”

De termijn van een jaar is niet realistisch voor interim-opdrachten op executive niveau of in crisisopdrachten, zo meent de RIM. Resultaten zijn veelal niet in een jaar behaald. Uit ervaring duren veranderopdrachten gemiddeld 14 maanden en vaak wil de opdrachtgever dat de overdracht naar een opvolger zorgvuldig plaatsvindt. De RIM pleit er voor om de termijn op te rekken  naar 1,5 tot maximaal twee jaar.   Ook het tweede punt, de opdeling van een hoger tarief in het eerste halfjaar en een lager tarief in het tweede halfjaar, is niet realistisch. Het werkt tweedeling in de opdrachtuitvoering in de hand. “En dat terwijl een opdracht grillig kan verlopen,” licht Arets toe, ”deze kan juist pieken qua tijdsbesteding in de tweede fase van een verandering of crisis. Zo raakt een interim-manager zijn flexibiliteit van inzet over het jaar heen kwijt. Dat is niet wenselijk. Daarnaast zadelt het de organisatie op met veel administratie en verantwoording, dat kan dus eenvoudiger zonder de bedoeling van de wet te ondermijnen

Stop sectorale normen

Tenslotte hebben Poorthuis en Arets als aandachtspunt de sectorale normen aangehaald. Het feit dat er ruim twintig aparte regelingen zijn voor zorginstellingen, zorgverzekeraars, onderwijsinstellingen, woningbouwcorporaties en organisaties op het terrein van ontwikkelingssamenwerking en cultuur, is niet van deze tijd. “Stop ermee, is ons advies,” betoogt Poorthuis. “De verschillen tussen en binnen sectorale regelingen suggereren dat grote sectoren moeilijkere opdrachten kennen dan kleine. Dat is natuurlijk niet zo. Het belet interim-managers maar ook bestuurders in loondienst in hun mobiliteit om werkzaam te kunnen of willen zijn in andere sectoren.”

Poorthuis en Arets zijn tevreden dat zij de mogelijkheid hebben gekregen om input te geven. “Er is luisterend en begripvol gereageerd,” besluit Poorthuis. De onderzoeksfase van de evaluatie WNT wordt in juli 2020 afgerond. De verwachting is dat de evaluatierapportage eind dit jaar wordt opgeleverd.

[1] Er geldt een maximale duur van 12 maanden met een bezoldigingsnorm van een all-in maximum bedrag. Voor 2020 is dit maximale bedrag vastgesteld op € 282.600.
[2] Als minder dan twaalf kalendermaanden wordt gewerkt dan is het bezoldigingsmaximum voor de gewerkte periode voor de eerste zes maanden hoger dan voor de volgende maanden.
Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | Laat een reactie achter

Talent mismatch nog nooit zo groot door snelle technologische ontwikkelingen

De talent mismatch indicator steeg van 6,6 twee jaar geleden naar 6,7 wereldwijd in 2019, het hoogste niveau sinds de Global Skills Index van recruitmentexpert Hays in 2012 begon. In Nederland staat deze indicator op 6,4. Alsnog is dat ruim boven de norm van 5. Waar buurlanden België (1,5) en Duitsland (4,2) onder deze norm scoren. Sinds de eerste coronamaatrelen in Nederland zijn getroffen ziet Hays het gat tussen vraag en aanbod in bepaalde sectoren alleen maar groter worden.

Uitdaging op wereldwijde schaal

Wereldwijd zijn de meest gevraagde vaardigheden schaars, waardoor de participatiegraad daalt en de werkloosheid toeneemt, met name in Noord-Amerika. Daarnaast trekken bedrijven steeds vaker medewerkers met specifieke vaardigheden uit het buitenland aan om in de vraag te voorzien. Dit gebeurt veel in de IT-sector. Juist nu ziet Hays een nog groter verschil tussen de vraag en het aanbod bij jobs in deze sector. De vraag naar technologisch geschoold personeel wordt almaar groter. In Nederland zijn, net als in 2018 en 2019, ook accountmanagers en software engineers veel gezochte talenten. Web developers, sales managers en financial controllers maakten in 2019 de top vijf compleet. Door de toename van de talent mismatch groeit de loonkloof tussen hoog- en laaggeschoolde medewerkers, vooral in Azië en de Pacific.

Gaten opvullen

Door de toenemende economische onzekerheid en voortdurende technologische ontwikkeling, neemt het belang van het aanbieden van opleidingen en trainingen toe. Er ligt een belangrijke taak bij werkgevers en de overheid om continu te investeren in het verbeteren van de match tussen gevraagde en aangeboden skills op de arbeidsmarkt. Dit geldt in het bijzonder voor vaardigheden die minder kwetsbaar zijn voor de krachten van outsourcing en automatisering, zoals creatief en kritisch denken.

Huidige impact

Door de coronacrisis verandert de markt. Zo ziet Hays dat er de laatste tijd een flinke schommeling heeft plaatsgevonden in het aantal vacatures voor software engineers. Waar gemiddeld in de database van Hays 539 assistant accountant vacatures openstaan is dit aantal keer vier gestegen in week 17 Daarnaast is tijdens de quarantaine, waar er in die tijd gemiddeld 181 vacatures openstaan, de vraag naar vakkenvullers in de eerste week verdriedubbeld. Tot slot werden in de eerste weken van de coronamaatregelen 1.791 onderwijs-, opleidings- en trainingsmedewerkers gezocht. Gemiddeld staan voor deze beroepsgroep 1.076 vacatures open. Dit is een aanzienlijke stijging ondanks de overgang van regulier onderwijs naar thuisonderwijs.

David Trollope, Managing Directeur Hays Nederland: “We zien dat de coronacrisis de nodige impact heeft of heeft gehad op verschillende beroepsgroepen. Ook zien we nog steeds dat de talent mismatch een competitieve arbeidsmarkt veroorzaakt, waardoor werkgevers hun wervingsstrategie onder de loep moeten nemen om aantrekkelijk te zijn voor geschikt talent. Dit is niet per se iemand die direct over alle gevraagde vaardigheden beschikt. Bedrijven kijken steeds meer naar het potentieel van toekomstige medewerkers. Het is belangrijk om menselijk kapitaal strategisch toe te wijzen en personeel in staat te stellen om mee te bewegen met de veranderende arbeidsomstandigheden. Zeker in deze tijd.”

Nederlandse score global skill index in internationaal perspectief
Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags | Laat een reactie achter

SP maakt wetsvoorstel om externe inhuur te beperken: ‘Overheden moeten niet afhankelijk zijn van dure consultants’

“We dienen ons voorstel om de Roemernorm wettelijk vast te leggen direct na het zomerreces in”, vertelt SP-kamerlid Ronald van Raak aan ZiPconomy.

De SP vindt al langer dat de overheid te veel geld uitgeeft aan externe inhuur. Het kabinet hanteert sinds 2010 de zogenaamde ‘Roemernorm’, naar een voorstel van oud SP-leider Emile Roemer. Dat houdt in dat de overheid ernaar streeft maximaal 10% van de personeelskosten te besteden aan inhuur van externen. Van Raak: “De norm wordt jaar na jaar niet gehaald. Daarom willen we hem wettelijk vastleggen.”

Kosten externe inhuur bij het Rijk

Afgelopen jaar gaf de Rijksoverheid 10,3% van de loonkosten uit aan extern personeel, iets minder dan in 2018. Toen gaf het Rijk nog 10,7% uit aan inhuur. De totale kosten aan externe inhuur in 2019 stegen wel met 260 miljoen euro en bedroegen 1,66 miljard euro.

Er zijn flinke verschillen per ministerie. Zo zaten de inhuur van de ministeries van Economische Zaken (24,2%), Buitenlandse Zaken (17,8%) en Infrastructuur en Waterstaat (16,1%) flink boven de 10%-norm.

Lees ook: Inhuur bij Rijksoverheid in 2019: plus 260 miljoen. Minder uitvoerend, meer specialisten.

De ministeries gaven vooral meer uit aan beleid(sondersteuning), specialistische functies (zoals ICT-experts) en interim-managers. In 2018 verklaarden de ministeries al: “Zelf alle kennis in huis hebben is dikwijls niet mogelijk en ook lang niet altijd zinvol, gezien de snelle ontwikkelingen op ICT-gebied en de wisselende expertise die dit vraagt.”

Verdubbeling kosten interim-management

De uitgaven aan interim-management zijn zelfs verdubbeld. Die kosten stegen van 22 miljoen euro in 2018 naar 42 miljoen euro in 2019. Grootverbruiker van interim-management is het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties waarbij de inhuur ruim drie keer zo hoog is als in 2018. Toch is het aandeel inhuur interim-management van de totale inhuur bij alle ministeries klein, namelijk 3%.

Dat de kosten elk jaar stijgen, daar wil de SP iets aan doen. De partij is vooral tegen de inzet van ‘dure consultants en managers bij de overheid’.

Meer mensen in vaste dienst

Van Raak: “De overheid barst van de dure externe consultants, managers en communicatiemedewerkers. Totaal overbodig. Overheden moeten zelf hun taken kunnen uitvoeren en niet afhankelijk zijn van overbetaalde consultants.” 

Verder wil de SP dat de overheid meer mensen met een flexibel contract in vaste dienst neemt. Van Raak: “Dan blijft nog 10% van de totale personeelskosten over voor een ‘flexibele’ schil of voor het inhuren van heel specifieke kennis.”

Ook gemeentes en provincies

Hij heeft het niet alleen over de ministeries. Het wetsvoorstel gaat ook over inhuur bij gemeentes en provincies, vertelt het SP-kamerlid. Die komen op dit moment nog minder in de buurt van het streefpercentage van 10%: in 2019 besteedden gemeenten 18% van de totale loonsom aan externe inhuur. In 2018 was dat zelfs 20%.

Bij provincies was het percentage externe inhuur in 2018 gemiddeld 21%, met uitschieters van ruim 30%. Gemeentes en provincies hoeven zich nu ook niet te houden aan de Roemernorm en daar wil de SP al langer iets tegen doen. Van Raak overwoog in 2018 al een initatiefwet.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , , , , , | 1 Reactie

Werkvereniging: aov-plicht alleen voor zzp’ers onuitvoerbaar en onwenselijk

Het UWV en de Belastingdienst waarschuwen voor grote uitvoeringsproblemen bij de nieuwe verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) voor zzp’ers, schreef minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken maandag aan de Tweede Kamer.

Heel verbazingwekkend is dat niet. Beide uitvoeringsinstanties hebben nu al problemen om hun reguliere taken uit te voeren. Bovendien heeft de minister nog steeds geen duidelijkheid weten te creëren over wie er nu wel of geen zelfstandig ondernemer is, waardoor ook de rest van zijn zzp-beleid tot op heden onuitvoerbaar is gebleken.

Lees ook: Kabinet aan de slag met voorstel aov-zzp, UWV en fiscus voorzien problemen

De minister wil de komende maanden opnieuw aan de slag met alle betrokken partijen om de knelpunten op te lossen. Het is niet duidelijk wie hij met ‘alle betrokken partijen’ bedoelt, maar waarschijnlijk doelt hij wederom niet op de belangenbehartigers van zzp’ers en andere modern werkenden. Deze organisaties hebben namelijk van meet af uitgesproken alleen voor een aov-plicht te zijn als die voor alle werkenden geldt.

Aov-zzp beperkt wendbaarheid en weerbaarheid

Als Werkvereniging hebben wij vanaf het begin gewaarschuwd dat de snel groeiende groep modern werkenden zich niet meer in een overzichtelijk hokje met bijpassende zekerheden of risico’s laat stoppen. En dat betekent dat een aov speciaal voor zzp’ers de wend- en weerbaarheid van onze beroepsbevolking alleen maar zal beperken.

Deze zorgen werden eerder door de Stichting van de Arbeid weggewimpeld. Nu vraagt ook Fred Paling, de voorzitter van de Raad van Bestuur van het UWV zich af in zijn reactie op het voorstel van de sociale partners wat er moet gebeuren bij mensen die werken in loondienst en daarnaast zelfstandige zijn. Ook voorziet hij ingewikkelde situaties voor werkenden die regelmatig switchten tussen ondernemer- en werknemerschap.

Ook de Commissie Borstlap adviseert een aov-regeling voor alle werkenden. Waarom blijven vooral de PvdA en de FNV toch vasthouden aan een speciale zzp regeling? Tweede Kamerlid Gijs van Dijk (PvdA) liet onlangs weten dat zijn partij het pensioenakkoord alleen aan een meerderheid in de Tweede Kamer wil helpen, als Koolmees vasthoudt aan een aov speciaal voor zzp.

Gelijk speelveld?

In de brief van Koolmees noemt hij twee redenen voor een speciale aov-zzp. Ten eerste wil hij zzp’ers beschermen tegen inkomensverlies bij arbeidsongeschiktheid. Ten tweede moet zo’n verplichte voorziening de kostenverschillen tussen werknemers en zelfstandigen zonder personeel verkleinen, zodat ‘het speelveld op de arbeidsmarkt gelijker wordt’.

Kennelijk is een gelijker speelveld creëren zonder dat er iets voor werknemers verandert de voornaamste reden voor de FNV en de PvdA om halsstarrig aan deze aov-plicht vast te houden.

Kijk eens echt naar de doelgroep

Wat maar niet tot deze partijen door lijkt te dringen is dat ruim 70% van de zzp’ers klanten heeft. Slechts 30% van hen kan in kosten van een werknemer verschillen.

Van die 30% zzp’ers met een opdrachtgever zijn het vooral de zelfstandigen met een slechte onderhandelingspositie die geen inkomen bij arbeidsongeschiktheid hebben. Niet omdat ze de kosten daarvoor liever op de samenleving afwentelen, maar omdat ze zich geen aov kunnen permitteren. Ook niet als die verplicht is.

Voor de rest van de modern werkenden wordt een aov speciaal voor zzp’ers vooral als een belemmering ervaren, niet als bescherming.

Wij drukken de minister dan ook op het hart om met vertegenwoordigers van alle werkenden om tafel te gaan en een basisvoorziening voor alle werkenden op te tuigen waardoor iedereen wend- en weerbaar wordt.

Lees ook: Alliantie ‘modern werkenden’ komt met alternatief voor verplichte AOV voor zzp’ers.

Geplaatst in Column, Toekomst van Werk, ZP en Politiek | Tags , , , , , | 4s Reacties

Kabinet aan de slag met voorstel aov-zzp; UWV en fiscus voorzien problemen

In zijn brief over het pensioenakkoord schrijft minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken) dat het kabinet ‘voornemens is’ het advies van de Stichting van de Arbeid voor een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (aov) voor zzp’ers over te nemen.

Maar voordat die verplichte zzp-aov ingaat, heeft de minister nog wat werk te doen. In dezelfde brief schrijft hij dat de Belastingdienst en uitkeringsinstantie UWV bang zijn dat ze de regeling niet kunnen uitvoeren. De twee instanties waarschuwen namelijk dat het voorstel van de sociale partners te ingewikkeld is.

Voorstel van de sociale partners

Op verzoek van minister Koolmees kwamen de sociale partners (ook wel Stichting van de Arbeid) begin maart met een voorstel voor zo’n collectieve zzp-aov. In het pensioenakkoord is afgesproken dat zzp’ers zich net als werknemers altijd tegen arbeidsongeschiktheid moeten verzekeren.

De Stichting adviseert een ‘standaardverzekering’ voor langdurig inkomensverlies na ziekte of een ongeval. Zzp’ers mogen zelf hun eigenrisicoperiode bepalen: 1 jaar (standaard), een half jaar of 2 jaar. Hoe langer die periode, hoe lager de maandelijkse premie. De verplichte aov geldt niet voor zelfstandigen in de agrarische sector en niet voor zelfstandigen met personeel.

Lees meer: Akkoord over verplicht aov voor zzp’ers

De uitgangspunten van het aov-voorstel voor zzp’ers:

  • Toegankelijk: de verzekering wordt beschikbaar voor alle zelfstandigen zonder personeel, zonder toetredingsdrempels

  • Betaalbaar: een inkomensafhankelijke premie, met een maximum van 205 euro bruto per maand

  • Keuzevrijheid: zzp’er mogen zelf de lengte van de eigenrisicoperiode kiezen, hoe korter die is hoe hoger de premie. En wie een eigen private verzekering heeft met minimaal dezelfde dekking, hoeft niet mee te doen met de publieke verzekering.

Keuzevrijheid is problematisch

Die keuzevrijheid vinden zzp’ers erg belangrijk. Maar al die verschillende opties maken deze regeling onuitvoerbaar, vrezen de Belastingdienst en het UWV. Volgens de uitkeringsinstantie ontstaan bijvoorbeeld ingewikkelde situaties als de wachttijd voor zzp’ers (keuze tussen een half jaar, jaar of twee jaar) afwijkt van de wachttijd voor zieke werknemers (twee jaar). Dat schrijft voorzitter van de Raad van Bestuur Fred Paling in zijn reactie op het voorstel van de sociale partners. Paling vraagt zich af wat bijvoorbeeld moet gebeuren bij mensen die werken in loondienst en daarnaast zelfstandige zijn. Ook voorziet hij ingewikkelde situaties voor werkenden die regelmatig switchten tussen ondernemer- en werknemerschap.

Definitie van zzp’er

Bovendien vreest de uitkeringsinstantie dat het lastig is om te bepalen wie dan die zzp’er is die zich verplicht moet verzekeren. Volgens het UWV blijkt uit de problemen rondom de wet DBA hoe lastig het is om het verschil tussen werknemers en zelfstandigen te bepalen. Paling vindt dat het kabinet die definitiekwestie eerst moet oplossen, voordat het UWV met zo’n zzp-aov aan de slag kan.

Betaalbaarheid

Ook het Centraal Planbureau (CPB) ziet moeilijkheden. Als publieke en private verzekeringen naast elkaar bestaan, kan het zo zijn dat mensen met een laag verzekeringsrisico vooral gebruik maken van publieke verzekeringen. Zzp’ers met een relatief hoger risico op arbeidsongeschiktheid zullen vooral de publieke verzekering gebruiken, waardoor de publieke premie geleidelijk steeds verder stijgt, vreest het CPB.

Verder uitwerken

Daarom moet minister Koolmees het voorstel verder uitwerken samen met de sociale partners, UWV, de Belastingdienst en het Verbond van Verzekeraars. De minister schrijft dat hij wil vasthouden aan de keuzemogelijkheden. Verder wil hij de lastendekkende premie en uitkering van 143% van het wettelijk minimumloon onderbouwen.

Ook belooft hij dat hij komt met een ‘afbakening van de kring van verzekerden’. Oftewel: straks moet echt duidelijk zijn wie zzp’er is voor het UWV en de Belastingdienst.

Koolmees wil voor het einde van dit jaar een uitgewerkt voorstel naar de Tweede Kamer sturen. Nadat het voorstel omgezet is in wetgeving, begint de uitvoering naar verwachting niet eerder dan in 2024.

FNV Zelfstandigen: nog geen uitvoeringstoets

Dit voorjaar waren de meningen over het bereikte akkoord onder zelfstandigen en hun vertegenwoordigers zeer verdeeld. Een aantal zzp-organisaties heeft mee onderhandeld met het akkoord, waaronder FNV Zelfstandigen.

‘Wij zijn optimistisch over wat UWV en de Belastingdienst tot stand kunnen brengen.’

Beleidsadviseur Zelfstandigen Irene van Hest is blij dat de minister uitdrukkelijk aangeeft het voorstel over te nemen. “We zijn bekend met de eerste reacties van de belastingdienst en UWV”, zegt ze. “We hebben tijdens dit traject ook veel met beide instanties gesproken.”

Ze benadrukt dat er nog geen uitvoeringstoets is gedaan bij de instanties. “Wij zijn optimistisch over wat UWV en de Belastingdienst tot stand kunnen brengen. Deze verzekering hoeft er niet van vandaag op morgen te komen en er is dus nog tijd om tot goede uitvoering te komen.”

Kijk nog eens naar een basisvoorziening voor alle werkenden’

ZZP Nederland had Platform Zelfstandig Ondernemers (PZO) het mandaat gegeven om in zijn naam te onderhandelen over het voorstel. Directeur Frank Alfrink staat achter het voorstel, maar begrijpt dat de uitvoeringsinstanties moeite hebben met de uitvoering. “Er is tenslotte heel veel diversiteit in de doelgroep en we geven zzp’ers veel mogelijkheden”, zegt hij.

Hij heeft ook een oplossing: een basisvoorziening voor alle werkenden. Dat is ook wat de commissie Borstlap adviseert. Deze commissie boog zich in opdracht van het kabinet over de wet- en regelgeving voor werk en manieren om die beter te laten aansluiten bij de huidige arbeidsmarkt.

Ook belangenbehartigers ONL voor Ondernemers, de Werkvereniging, Zelfstandigen Bouw en Solopartners pleiten voor zo’n aov voor alle werkenden. Lees meer.

Een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor alle werkenden maakt de uitvoering van zo’n aov een stuk eenvoudiger, legt Alfrink uit. “De zzp-aov was een compromis, de sociale partners hadden de opdracht om met een specifieke oplossing voor zelfstandigen te komen. Maar als die moeilijk uitvoerbaar blijkt, laten we dan nog eens kijken naar zo’n basisvoorziening voor iedereen. Ook dat wordt niet makkelijk, maar zo’n aov is wel haalbaarder.”

Geplaatst in Beleid, Nieuws, Toekomst van Werk, ZP en Politiek | Tags , , , , , , , , , , | Laat een reactie achter

Inhuurmarkt structureel anders door corona

Thuiswerken is een blijvertje

De opdrachtgevers, actief in uiteenlopende sectoren, zijn het met elkaar eens dat ‘thuiswerken een blijvertje’ is. In het post corona tijdperk wordt niet teruggegaan naar het ‘oude’. Een meerderheid van de opdrachtgevers actief in de dienstverlenende sector of de publieke sector verwacht zelfs dat het thuiswerken structureel meer dan 40% toeneemt ten opzicht van de periode pre-corona. De technologiesector en industriesector verwachten ook een toename, maar kleinschaliger dan de eerdergenoemde sectoren. Het lijkt voor de hand liggend dat te maken heeft met dat in de technologie- en industriesector, te typeren als de ‘maakindustrie’, thuiswerken minder makkelijk is in vergelijking met de dienstverlenende sector.

Productiviteit zakelijke dienstverlening snel weer als vanouds

Het coronavirus heeft zijn invloed op de productiviteit binnen organisaties, door beperkende maatregelen van de overheid, doordat werk niet of in mindere mate op afstand uitgevoerd kan worden of doordat professionals thuis minder productief zijn door afleiding in hun omgeving. Daartegenover staat dat een deel van de professionals juist productiever is door het wegvallen van bijvoorbeeld reistijd en overlegstructuren. Wat betreft de organisatieproductiviteit is de dienstverlenende sector het meest optimistisch gestemd. 65% van de gevraagde opdrachtgevers in deze sector verwacht in 2020 weer terug te zijn op het oude niveau. De overige sectoren daarentegen verwachten een langer herstel nodig te hebben, waarbij een meerderheid van de industriesector verwacht pas in 2021 of zelfs later terug te zijn op het oude niveau.

Structurele daling in omvang flexibele schil industrie

In onze steekproef vroegen we opdrachtgevers ook naar hun verwachting van de omvang van hun flexibele schil van professionals. Opvallend is dat opdrachtgevers in de industriesector een structurele daling van hun flexibele schil verwachten: maar liefst 55% van de opdrachtgevers verwacht een afname tot 20%. De techindustrie verwacht geen daling, maar verwacht wel een langere hersteltijd nodig te hebben. Zij verwachten  in 2021 weer terug te zijn op het oude niveau. De dienstverlenende sector en overheden voorzien een snel herstel. Beide sectoren verwachten direct na de zomer weer terug te zijn op het oude niveau.

Technologie-branche en overheid verwachten lagere tarieven

Tot slot de inhuurtarieven voor na de zomer. De technologiesector en overheden verwachten na de zomer goedkoper externe professionals in te kunnen huren. Opdrachtgevers in deze sectoren verwachten gelijkblijvende of dalende tarieven. De dienstverlenende sector verwacht juist dat er schaarste op de arbeidsmarkt blijft en dat de tarieven voor externe professionals gelijk blijven of zelfs stijgen. De industriesector is verdeeld: een meerderheid van de opdrachtgevers verwacht gelijkblijvende tarieven, 20% van de ondervraagden verwacht een stijging en een andere 20% verwacht juist een daling van de tarieven.

Cijfers impact van corona op externe inhuur

 

Bovenstaande infographic kun je hier downloaden.

Auteur: Esmée Ouwehand

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | Laat een reactie achter