"Exploring the future of work & the freelance economy"

Inhuur bij Rijksoverheid in 2019: plus 260 miljoen. Minder uitvoerend, meer specialisten.

Door schaarste op de arbeidsmarkt, extra taken en IT projecten huurde de Rijksoverheid in 2019 meer externe specialisten in. Maar de totale inhuur daalde wel iets.

Uitgaven aan extern personeel bij de Rijksoverheid zijn licht gedaald ten opzichte van 2018, van 10,7 procent naar 10,3 procent van de loonkosten. De totale kosten aan externe inhuur in 2019 stegen wel met 260 miljoen euro en bedroegen 1,66 miljard euro. Dat blijkt uit de jaarstukken van de verschillende departementen, die traditiegetrouw op de 3e woensdag in mei op ‘Verantwoordingsdag’ aan de Tweede Kamer zijn aangeboden.

Bijna 200 miljoen meer aan inhuur IT

Het kabinet hanteert, naar aanleiding van de motie Roemer, een norm voor externe inhuur van 10 procent van de personeelskosten. In beginsel maken organisaties binnen het Rijk gebruik van externe inhuur bij piekbelastingen, ziekte, moeilijk vervulbare vacatures en bij specialistische en innovatieve werkzaamheden. De uitgaven voor externe inhuur, verdeeld in beleid(sondersteuning) en uitvoering (‘handjes’, uitzendkrachten), zijn in 2019 hoger dan voorzien.

Voor beleid en beleidsondersteunend werk wordt flink meer ingehuurd en voor uitvoering nauwelijks meer. In die laatste categorie is het inhuurbedrag wel iets hoger. De hogere uitgaven worden verklaard door meer (duurdere) uitzendkrachten bij de Belastingtelefoon om de toenemende gesprekken op te vangen. Toch is het totaal aantal uitzendkrachten lager, dat past in het streven van de overheid naar meer wendbaarheid door vaste medewerkers flexibeler in te zetten.

Bron: Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk 2019

Een aantal ministeries schiet fors boven de norm van 10%, bijvoorbeeld EZK (24,2%), BZK (17,8%) en I&W (16,1%)

Uit de verklaring in de rapportage blijkt dat de hogere kosten op beleid(sondersteuning) veroorzaakt worden door een onderbezetting op eigen personeel ten opzichte van de nieuwe kaders, waardoor meer externe, specialistische inhuurkrachten voor ICT zijn ingezet voor beheer en onderhoud en nieuwe wetgeving. De post IT advies stijgt van 530 miljoen euro naar 715 miljoen euro.

Ook vorig jaar verklaarden de ministeries al: ‘zelf alle kennis in huis hebben is dikwijls niet mogelijk en ook lang niet altijd zinvol, gezien de snelle ontwikkelingen op ICT-gebied en de wisselende expertise die dit vraagt’. De inhuur van meer specialisme is dus een trend die doorzet.

Verdubbeling interim-management

Opvallend is de verdubbeling van uitgaven aan interim-management. Die stegen van 22 naar 42 miljoen euro. Grootverbruiker van interim-management is het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties waarbij de inhuur ruim drie keer zo hoog is als in 2018. Toch is het aandeel inhuur interim-management van de totale inhuur bij alle ministeries klein, namelijk 3%.

Maximum uurtarief

Voor inhuur van externen buiten de zogeheten mantelovereenkomsten geldt een maximumuurtarief (exclusief btw) van 225 euro. Het aantal overschrijdingen van het maximumuurtarief is in 2019 gedaald van 15 naar 4 ten opzichte van 2018. Twee daarvan betrof juridische ondersteuning, éénmaal de inhuur van een onafhankelijk accountantsbureau en éénmaal financiële expertise. In de verklaringen wordt gemeld dat deze inhuur nodig was vanwege vereiste specialistische kennis en ervaring die intern niet beschikbaar was.

Op 26 mei vindt het debat over de verantwoording in de Tweede Kamer plaats.

De ZiPredactie plaatst hier interviews en eigen artikelen. Daarnaast persberichten, aankondigingen of (met toestemming) overgenomen artikelen. (contact: info[AT]zipconomy.nl) Bekijk alle berichten van ZiPredactie