roemernorm

Gemeenten krijgen (nog) geen verplichte ‘Roemernorm’ voor inhuur externen

Nederlandse gemeenten hoeven nog niet te vrezen dat de Rijksoverheid hen zal verplichten minder externen in te huren.

Of gemeenten voor een bepaald project externen willen inhuren? Dat is hun eigen autonome keuze. En of ze dat al dan niet te veel doen, ‘dat is niet aan mij om te beoordelen’. Dat schrijft minister van Binnenlandse Zaken Kajsa Ollongren in antwoord op vragen van SP-Kamerlid Ronald van Raak.

Van Raak had eind juli gevraagd aan de minister of ze overwoog de zogeheten ‘Roemernorm’ ook aan gemeenten op te leggen. Die norm verplicht de ministeries om niet meer dan 10 procent van de loonsom te besteden aan de inhuur van externen. Het SP-Kamerlid stelt dat die norm ‘disciplinerend’ heeft gewerkt en ‘het aannemen en opleiden van eigen en vast personeel heeft bevorderd.’

Geen reden om in te grijpen

Bij de gemeentes (en de provincies) is echter iets anders aan de hand. Daar neemt de inhuur van externen juist behoorlijk toe. Bij grote gemeentes (met meer dan 100.000 inwoners) wordt zo’n 20 procent van de loonsom besteed aan inhuur. Bij provincies zelfs meer dan 21 procent, zo blijkt.

‘Externe inhuur kan in bepaalde situaties nodig zijn om gestelde doelen te realiseren’

Een doorn in het oog van Van Raak, maar desalniettemin voor de minister nog geen reden om in te grijpen, zo antwoordt ze hem. Bij gemeentes zijn er gemeenteraden die de boel kunnen controleren, zo stelt ze. En gemeentes zijn bovendien zelf verantwoordelijk voor hun bedrijfsvoering en hoe ze hun middelen besteden. Bovendien, stelt ze: ‘Externe inhuur kan in bepaalde situaties nodig zijn om gestelde doelen te realiseren. Zo komt het voor dat voor sommige projecten tijdelijke externe expertise en dus externe inhuur noodzakelijk is. Dit is afhankelijk van de situatie.’

Eigen ambtenaren flexibeler inzetten

Daar komt nog eens bij dat de meeste gemeentes zelf ook al aangeven dat ze actief proberen de externe inhuur terug te dringen. Dit doen ze onder andere door eigen ambtenaren flexibeler in te zetten. Ook stimuleren ze interne mobiliteit. Reden genoeg, aldus de minister, om het pleidooi om de Roemernorm ook voor gemeenten in te voeren ‘niet over te nemen’.

De meeste gemeentes geven zelf ook al aan dat ze actief proberen de externe inhuur terug te dringen

Of Van Raak nu nieuwe acties gaat ondernemen, is op moment van schrijven onbekend. Hij was gisteren helaas niet bereikbaar. Wel zei hij eerder tegen ZiPconomy met een mogelijk initiatief te komen om de Kamer te vragen tóch zo’n norm ook voor lagere overheden in te voeren. Maar of dat gebeurt, is nu dus nog even afwachten.

Van Raak vroeg in 2016 overigens ook al aan de minister of de Roemernorm ook voor gemeentes mocht gelden. Ook toenmalig minister Plasterk meldde hem destijds daar niet erg toe genegen te zijn. Plasterk verwees daarbij onder meer naar de extra kosten die gemeentes maakten in het kader van de decentralisatie van overheidstaken. Daarbij zou min of meer vanzelfsprekend meer gebruik zijn gemaakt van externe inhuur.

Foto boven: Emile Roemer, naamgever van de ‘Roemernorm’, door: Wouter Engler, via Wikimedia

Peter Boerman is (eind)redacteur bij ZiPconomy. Hij is daarnaast hoofdredacteur van Werf&, over arbeidsmarktcommunicatie en recruitment. Hij is gefascineerd door de vraag hoe menselijk talent en organisaties bij elkaar worden gebracht, en wil met zijn verhalen bijdragen aan een wereld waarin mensen zoveel mogelijk van hun potentie kunnen verwezenlijken. Bekijk alle berichten van Peter Boerman

2 reacties op dit bericht

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *