Belangenorganisaties reageren op afstel wet zelfstandigenverklaring en webmodule: ‘Zolang de wetgeving niet wijzigt, zal een webmodule niet werken’ Geplaatst 16 juni 2020 door Claartje Vogel De wet minimumtarief en zelfstandigenverklaring komt er niet, schreef minister Wouter Koolmees van Sociale zaken maandag. Deze wet brengt volgens hem te veel administratieve lasten voor zelfstandig ondernemers met zich mee om effectief te zijn. Verder maakt de minister bekend dat de webmodule vanaf het najaar wordt getest als pilot. Daarmee geeft de online tool om te bepalen of een opdrachtgever iemand als zzp’er mag inhuren ‘wel duidelijkheid, geen zekerheid’. Werkgevers kunnen de tool vrijwillig en anoniem gebruiken, belooft de minister. Lees verder. Opluchting over afstel wetgeving Vrijwel alle belangenbehartigers zijn blij dat het minimuminhuurtarief er toch niet komt. Voorzitter Josien van Breda van het Platform zzp-dienstverleners vat samen: “Het klonk als een makkelijke manier om het kaf van het koren te scheiden, maar het werd al snel duidelijk hoeveel administratieve rompslomp erbij kwam kijken. Het is jammer dat er een oplossing is weggevallen om de onderkant van de arbeidsmarkt te beschermen, maar de wet schoot zijn doel voorbij.” Van Breda vindt het wel jammer dat de zelfstandigenverklaring ook vervalt. “Die zou zelfredzame zzp’ers meer ruimte geven om te ondernemen.Wij pleiten nog steeds voor zo’n verklaring.” Directeur Margreet Drijvers van PZO verwijst naar de vele reacties op de internetconsultatie vorig jaar. “Niemand was positief over deze conceptwet. Vooral de verhoging van de administratieve lastendruk baarde veel zorgen. Daarnaast zorgde het voor onduidelijkheid en werd het echte probleem niet opgelost.” ‘Webmodule biedt geen soelaas’ Drijvers: “Jammer genoeg houdt het kabinet wel vast aan de webmodule. Zolang aan de onderliggende wetgeving niets wordt gewijzigd, gaat de webmodule geen soelaas bieden.” De webmodule is een digitaal formulier voor opdrachtgevers om duidelijkheid te krijgen of zij een zzp’er mogen inhuren. De opdrachtgever beantwoordt vragen over de arbeidsverhouding en krijgt een advies: de opdracht kan wel of niet ingevuld worden door een zelfstandige. Als het mag, dan krijgt de opdrachtgever een ‘opdrachtgeversverklaring’. Die verklaring geeft de opdrachtgever vooraf zekerheid dat hij geen loonbelasting en premies werkgeversverzekeringen hoeft te betalen, mits de partijen ook echt werken zoals zij hebben ingevuld in de webmodule. Maar die verklaring geldt nog niet in de pilotfase: vanaf dit najaar is de uitkomst puur een advies. Lees ook: Webmodule brengt interim kenniswerkers in de gevarenzone, maar geeft Deliveroo vrij spel Onrust in crisistijd Van Breda denkt dat deze testfase alleen maar onrust veroorzaakt. “En dat kunnen zzp’ers niet gebruiken, zeker niet in crisistijd. Laat ondernemers langzaam uit de coronacrisis klauteren, geef ze zekerheid. Verleng de modelovereenkomsten en ga in de tussentijd samen met het werkveld aan de slag met nieuwe regelgeving.” Frederieke Schmidt Crans van Bovib (branchevereniging voor intermediairs en brokers) vreest dat het kabinet de impact van de pilot onderschat. “Opdrachtgevers zullen huiverig worden om zzp’ers in te huren. Weer een pilotvorm? We hebben al jaren van tests achter de rug. Het kabinet weet nu al dat een groot deel van de opdrachten in een grijs gebied terecht komt. Dat betekent dat dit niks oplost ten opzichte van de afgelopen jaren.” Complex en onzeker Oprichter Hans Biesheuvel van ONL voor Ondernemers is eveneens kritisch op de pilot. Hij denkt dat de vragen te ingewikkeld zijn voor veel ondernemers. “De module wordt zowel in vormgeving als in uitvoering als zeer complex ervaren. Bovendien biedt de uitkomst nog steeds geen zekerheid over de aard van de arbeidsrelatie.” De Raad voor Interim-management (RIM) is naar eigen zeggen ‘voorzichtig positief’ over de aankondigingen van het kabinet. Geert-Jan Poorthuis is blij dat er ruimte blijft om met een modelovereenkomst voor interim-management te werken. “Die blijkt te werken en geeft de mogelijkheid om onze dienstverlening op een kwalitatieve manier in te vullen”, zegt hij. “Met de wet zelfstandigenverklaring konden wij niet uit de voeten vanwege de beperking van één jaar. We zien dat dat in de webmodule veel genuanceerder is uitgewerkt. Dat past ook bij de aard van onze opdrachten.” Pizzabezorgers als echte ondernemers? In een bijlage van zijn brief aan de Tweede Kamer gaf minister Koolmees ook inzicht in de wegingsfactoren van de vragen. Schmidt Crans schrok daarvan. “De nieuwe wetgeving was bedoeld om uitbuiting van kwetsbare zzp’ers te voorkomen. Nu blijkt dat een grote groep zzp’ers die zich met recht zelfstandige kunnen noemen, in een grijs gebied terecht komen. Terwijl pizzabezorgers eruit komen als echte ondernemers.” Lees ook: Webmodule brengt interim kenniswerkers in de gevarenzone, maar geeft Deliveroo vrij spel Meestal een juist oordeel De minister schrijft dat de webmodule in de meeste gevallen een juist oordeel kan geven over de arbeidsrelatie. In de testfase van de webmodule bleek dat in 27 procent van de gevallen ‘geen uitsluitsel te geven was’, schrijft Koolmees. Een kwart van de testcases kreeg een zelfstandigenverklaring en in bijna de helft van de gevallen was sprake van een verkapt dienstverband. Veel modelovereenkomsten, bijvoorbeeld die van Bovib, komen terecht in het grijze gebied, zegt Schmidt Crans. “Hoe verhoudt zich dat? Ik zie dat het opstellen van een modelovereenkomst in de webmodule al tien strafpunten oplevert, dat is vreemd. En ik vraag me ook af wat leidend is: de modelovereenkomst die is goedgekeurd door de Belastingdienst, of de webmodule?” Geen webmodule, maar wetgeving De directeur van PZO twijfelt zeer of de webmodule een juist oordeel kan geven. “De rechters beoordelen dezelfde zaken al verschillend en de vragen die op de opdrachtgevers worden afgevuurd, zijn dermate ingewikkeld dat opdrachtgevers deze bijna niet kunnen beantwoorden”, zegt ze. “Zolang aan de onderliggende wetgeving niets wordt gewijzigd, zal het bepalen van de arbeidsrelatie altijd ingewikkeld blijven.” Dat denkt ook Biesheuvel van ONL. “Ons arbeidsrecht is niet ingericht op zelfstandigen en dus niet bruikbaar om een arbeidsrelatie te kwalificeren”, zegt hij. “Zolang de beoordeling van een gezagsrelatie in de Nederlandse jurisprudentie tot uiteenlopende uitkomsten leidt, zal een webmodule ook niet werken.” Niet verplicht, nog geen handhaving Voor de webmodule is geen wetgevingstraject nodig. Daarbij is het gebruik ervan niet verplicht. Maar nu minister Koolmees afziet van de wet minimumbeloning en zelfstandigenverklaring, is de webmodule ineens het enige nieuwe instrument om de zzp-markt te reguleren. Het najaar geldt als pilotfase, waarbij opdrachtgevers en zzp’ers nog steeds kunnen werken met de modelovereenkomsten. FNV Zelfstandigen ziet de webmodule als ‘niet meer dan een hulpmiddel’. Zakaria Boufangacha, lid Dagelijks Bestuur FNV: “Een hulpmiddel is prima, maar meer dan dat is het niet. Het kabinet heeft al meerdere acties ondernomen om de gezagsverhouding te verduidelijken. Het gaat er al lang niet meer om of iets ingewikkeld zou zijn, maar of de uitkomst wordt geaccepteerd.” Boufangacha wil dat de Belastingdienst snel gaat handhaven op schijnzelfstandigheid. “Wij hebben al lange tijd bepleit dat er moest worden gehandhaafd. Dan hadden veel meer werkenden fatsoenlijke rechten gehad, omdat ze werknemer bleken te zijn. Start dan nu met handhaven om te voorkomen dat de groep kwetsbare zelfstandigen blijft toenemen.” Maar over dat handhaven blijft het kabinet onduidelijk, zegt hij. Het kabinet kondigt aan in het najaar een besluit te nemen over de verdere verlenging van het zogenaamde handhavingsmoratorium. Modelovereenkomsten Ook over de verlening van de modelovereenkomsten is nog veel onduidelijk. De meeste overeenkomsten lopen in september af. “Als het nuttig is, kunnen ze verlengd worden”, zei staatssecretaris Vijlbrief maandag. Volgens PZO geven de modelovereenkomsten rust: “Wij pleiten er voor dat de modelovereenkomsten, die ook op sectorspecifieke situaties zijn afgestemd, behouden blijven.” Dat vindt ook Platform ZZP-dienstverleners. Duidelijkheid over de modelovereenkomsten is volgens Van Breda ‘een voorwaarde voor de zzp’er en zijn opdrachtgever om zonder extra schade uit de crisis te komen’. In loondienst dwingen Schmidt Crans vraagt zich af wat het doel van de pilot is. “Waar werkt het kabinet nu eigenlijk naartoe? Is de pilot geslaagd als bijvoorbeeld 30 procent van de zzp’ers weer in loondienst werkt?” zegt ze. “Alle vragen en wegingsfactoren zijn bedacht vanuit het werknemerschap. Als zzp’er en opdrachtgever moet je bewijzen dat er geen sprake is van een dienstverband. Het kan niet de bedoeling zijn om zelfredzame zzp’ers die bewust kiezen voor ondernemerschap in loondienst te dwingen.” Geplaatst in ZP en Politiek | Tags bovib, FNV, minimumtarief, onl voor ondernemers, platform zzp dienstverleners, politiek, RIM, Webmodule, Zelfstandigenverklaring, zzp | Laat een reactie achter
BREAKING Er komt geen minimumuurtarief voor zzp’ers, webmodule vanaf het najaar te gebruiken Geplaatst 15 juni 2020 door ZiPredactie Dat schrijven minister Koolmees en staatssecretaris Vijlbrief maandag aan de Tweede Kamer. “Het voorstel [red. voor de wet minimumtarief en zelfstandigenverklaring] brengt voor alle zelfstandigen te veel administratieve lasten met zich mee om effectief te zijn”, staat in de brief. Dus geen minimun inhuurtarief en ook geen ‘opt-out’ variant voor opdrachten van boven de € 75 euro per uur, zoals in het regeerakkoord was aangekondigd. Lees ook: 14 vragen en antwoorden over de webmodule. Voor opdrachtgevers, bureaus en zelfstandigen. De webmodule wordt bij wijze van pilot wel ingevoerd, namelijk in het najaar. Daarmee geeft de online tool om te bepalen of een opdrachtgever iemand als zzp’er mag inhuren ‘wel duidelijkheid, geen zekerheid’. Werkgevers kunnen de tool vrijwillig en anoniem gebruiken, belooft de minister verder. Vervanging van de wet DBA Het huidige kabinet werkt al tijden aan wetgeving rondom schijnzelfstandigheid. Ondertussen heeft de regering nog negen maanden om de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) te vervangen. In het regeerakkoord beloofden de partijen dat de nieuwe wet ‘enerzijds (de inhuurder van) echte zelfstandigen zekerheid biedt dat er geen sprake is van een dienstbetrekking en anderzijds schijnzelfstandigheid (vooral aan de onderkant) voorkomt’. Lees ook: Webmodule brengt interim kenniswerkers in de gevarenzone, maar geeft Deliveroo vrij spel (10 casussen uitgewerkt) Lees ook: Belangenorganisaties stellen dat zonder nieuwe wetgeving webmodule niet gaan werken De eerste wet DBA kreeg veel kritiek en ging in de ijskast. Minister Koolmees presenteerde een aantal plannen voor een nieuwe wet DBA, namelijk de conceptwet minimumbeloning en de zelfstandigenverklaring, en de webmodule. Met de conceptwet wilde hij ten eerste de ‘onderkant van de markt’ beschermen, door een verbod op het inhuren van zzp’ers voor een tarief onder de € 16 euro per uur. Daarnaast kunnen opdrachtgever en zzp’ers die werken voor meer dan € 75 euro per uur zekerheid vooraf krijgen met een zelfstandigenverklaring. Het minimumtarief en de zogenaamde ‘opt-out’ komen er dus toch niet. Er was namelijk forse kritiek van belangenbehartigers. Webmodule De webmodule is een digitaal formulier voor opdrachtgevers om duidelijkheid te krijgen of voor opdrachten met een tarief tussen 16 en 75 euro per uur zzp’ers ingehuurd kunnen worden. De opdrachtgever beantwoordt zo’n twintig tot dertig vragen over de arbeidsverhouding en krijgt een advies: de opdracht kan wel of niet ingevuld worden door een zelfstandige. Als het mag, dan krijgt de opdrachtgever een ‘opdrachtgeversverklaring’. Die verklaring geeft de opdrachtgever vooraf zekerheid dat hij geen loonbelasting en premies werkgeversverzekeringen hoeft te betalen, mits de partijen ook echt werken zoals zij hebben ingevuld in de webmodule. ‘Te veel twijfel’ Opdrachtgevers hadden tot nu toe veel kritiek op de webmodule. Ze vonden de vragen te moeilijk en de uitkomst geeft te weinig duidelijkheid. Die zorg deelt de minister niet: hij schrijft dat de webmodule ‘in een groot aantal gevallen duidelijkheid geeft’. Zo waren veel casussen ‘twijfelgevallen’. En zelfs als bijna alles wijst op een dienstbetrekking, geeft de webmodule als uitkomst ‘sterke indicatie van een dienstbetrekking’. Belangenorganisaties pleiten voor maatwerk per sector. In de testfase bleek dat in 27 procent van de gevallen ‘geen uitsluitsel te geven was’. Een kwart van de testcases kreeg een zelfstandigenverklaring en in bijna de helft van de gevallen was sprake van een verkapt dienstverband. Wegingsfactoren nog onduidelijk Verder maakten werkgevers zich zorgen over de wegingsfactoren van de vragen. Hoe het zit met die wegingsfactoren, blijkt uit de brief van de minister. Hij schrijft: “Een zwaarwegend element levert 10 punten op, een minder zwaarwegend element 5 punten.” Welke elementen zwaar wegen en welke niet, is te lezen in deze bijlage. Als de zzp’er doorbetaald wordt bij ziekte, hetzelfde werk doet als werknemers in de organisatie of langer dan een jaar bij een opdrachtgever werkt, zijn dat ‘sterke indicatoren van een dienstverband’. Geen nieuwe wet nodig Voor de webmodule is geen wetgevingstraject nodig. Daarbij is het gebruik ervan niet verplicht. Maar nu de minister Koolmees afziet van de wet minimumbeloning en zelfstandigenverklaring, is de webmodule ineens het enige nieuwe instrument om de zzp-markt te reguleren. Modelovereenkomsten Daarbij gaat het om een pilot in het najaar. Ondertussen maken opdrachtgevers zich zorgen over de modelovereenkomsten. De meeste overeenkomsten lopen namelijk in september af en het is niet duidelijk of ze verlengd worden. Staatssecretaris Vijlbrief zegt tijdens de persconferentie dat de modelovereenkomsten geldig blijven. “Als het nuttig is, kunnen die verlengd worden.” Auteurs: Hugo-Jan Ruts en Claartje Vogel Geplaatst in ZP en Politiek | Tags aov, arbeidsongeschiktheidsverzekering, politiek, Webmodule, zzp | 23s Reacties
Kabinet onderzoekt per sector hoe zzp’ers kunnen deelnemen aan tweede pijler pensioen Geplaatst 15 juni 2020 door ZiPredactie Zelfstandigen moeten makkelijker vrijwillig pensioen kunnen opbouwen in de tweede pijler, bijvoorbeeld via het pensioenfonds van hun oud-werkgever. Ook als zij voorheen niet als werknemer hebben deelgenomen aan die pensioenregeling, schrijft minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid maandag aan de Tweede Kamer. Hij laat onderzoeken hoe dat kan. Testen per sector Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gaat per sector testen hoe dit moet werken. De ambtenaren zijn in gesprek met zelfstandigenorganisaties en pensioenfondsen. De minister wil vanaf 1 juli 2021 ‘experimenten faciliteren met experimentwetgeving’. Afgelopen vrijdag bereikte minister Koolmees overeenstemming over de laatste knelpunten in de uitwerking van het vorig jaar gesloten pensioenakkoord. Vrijwillig aansluiten Koolmees: “Dit jaar zal duidelijk worden hoe het nieuwe pensioencontract en de transitie daarnaartoe eruit komt te zien. Op basis van de uitwerking van het pensioenakkoord kan in de loop van 2021 samen met sociale partners worden bezien welke mogelijkheden er zijn voor het vrijwillig aansluiten van zzp’ers”. De meeste werknemers in Nederland bouwen pensioen op samen met de werkgever. Dit heet ook wel de tweede pijler en het is vaak een stuk voordeliger dan privé sparen. Verplicht deelnemen De vakbonden pleiten al langer voor een (verplichte) deelname van zzp’ers aan de pensioenfondsen. Hoe meer werkenden meedoen, hoe voller de pensioenpotten. Momenteel zijn onder andere zzp-schilders al verplicht om pensioen op te bouwen via het bedrijfspensioenfonds van die sector. Eerder bleek dat er te weinig steun was bij andere politieke partijen voor een verplichting voor alle zelfstandigen. Aov voor zzp’ers De vakbonden, PvdA en GroenLinks kregen het wel voor elkaar dat er een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers komt. Daarover wordt waarschijnlijk volgende week meer bekend gemaakt. Hugo-Jan Ruts & Claartje Vogel Geplaatst in ZP en Politiek | Tags goed werkgeverschap, pensioen, tweede pijler, zzp | 5s Reacties
Fake aanvragen via marktplaatsen blijken hardnekkig probleem: ‘Overheid, wees transparant’ Geplaatst 15 juni 2020 door Claartje Vogel “Interimbureaus hebben het deze dagen best zwaar, het voelt echt heel verkeerd als de overheid je dan ook nog een hele dag bezighoudt met een nepaanvraag”, zegt Tineke Eikelenboom van bureau IBC. Ze ziet het bij aanbestedingen van allerlei gemeentes: aanvragen op marktplaatsen waarvan de opdrachtgever al weet dat de huidige kandidaat blijft, maar vanwege aanbestedingsregels de aanvraag opnieuw moet uitzetten. Ze noemt het ook wel de ‘warme stoel’. Oud probleem “Het probleem bestaat al tijden, maar valt in coronatijd extra op”, vertelt Eikelenboom. “Er zijn namelijk minder opdrachten voor zelfstandig professionals, dus duikt iedereen op die ene aanvraag. Heel veel bureaus gaan kandidaten zoeken, professionals poetsen hun cv’s op. We steken met z’n allen veel energie in het aanbieden van kandidaten. En dan hoor je dat allang bekend was wie de opdracht mocht gaan uitvoeren.” Het probleem speelt lang niet bij alle aanvragen voor zzp’ers op marktplaatsen, maar het komt geregeld voor, aldus verschillende intermediairs. Voor Thijs Maters van intermediair Harvey Nash zijn dit soort nep-aanvragen al jaren een ‘bron van ergernis’, vertelt hij. Samen met HRM-deskundige Mark Bassie begon hij een paar jaar geleden het Comité voor Marktplaatsgebruikers, een groep die de problemen wil oplossen samen met de (semi-)overheden en zorginstellingen die gebruik maken van een marktplaats. Wat is een DAS? Marktplaatsen worden ook wel inhuurplatforms, inhuurdesks of – formeel – Dynamisch Aankoopsysteem (DAS) genoemd. Via dit soort online marktplaatsen kunnen zzp’ers in aanmerking komen voor opdrachten bij publieke instanties die vroeger verborgen bleven. De opkomst van dit soort systemen begon zo’n 10 jaar geleden en in 2016 is de DAS opgenomen in de aanbestedingswet. Voor de opdrachtgevers betekent zo’n platform meer keuze in kandidaten en meer marktwerking. Dat laatste kan weer leiden tot inkoopvoordeel. Sommige overheidsinstellingen hebben een eigen marktplaats, anderen maken gebruik van een centraal platform. Dat is een voordeel voor kleine organisaties die bijvoorbeeld maar een paar keer per jaar een professional willen inhuren. Problemen met het gunningsproces Volgens Maters zijn het mooie beloftes, maar vallen de voordelen in de praktijk tegen. Ten eerste is het volgens hem een illusie dat ‘echt goede’ zelfstandig professionals zichzelf wel zullen melden op het platform. “De gewilde kandidaten worden gehunt”, zegt hij. “De intermediair stelt ze vervolgens voor op zo’n marktplaats. Bovendien maken ze zo meer kans, want tussenpartijen hebben nu eenmaal veel meer ervaring met voorstellen schrijven voor aanbestedingen.” Lees hier welke problemen hij en Bassie nog meer vonden. Zo constateerden zij in 2016 al dat overheidsmarktplaatsen niet transparant zijn over het gunningsproces en de selectie van de winnaar. ‘Witwasmachine’ “Die marktplaatsen zijn één grote witwasmachine”, zegt Maters. “Inhurende managers weten precies wie ze willen voor een opdracht, maar het moet nu eenmaal via aanbesteding. Dit is een manier waarop die manager toch de persoon van zijn keuze kan inhuren, terwijl de inhuurdesk de schijn ophoudt dat iedere kandidaat een eerlijke kans krijgt.” Maters maakte het zelf een aantal keer mee. “Bijvoorbeeld bij een heel specifieke aanvraag, waarbij ze iemand zochten met 10 jaar ervaring in Heerlen en wij vonden toevallig iemand die perfect in het profiel paste. Die hebben we expres goedkoop aangeboden, maar hij werd niet eens uitgenodigd.” Ook ontving hij algemene afwijzingen, waarin stond dat de sollicitatie niet eens in bekeken ‘wegens het enorme aanbod’. “En dat terwijl het uitgangspunt van zo’n DAS is dat iedereen een gelijke kans krijgt.” Begrip voor de inhurende manager Ook directeur Koen de Rooij van intermediair Reijn herkent het probleem. Hij heeft wel begrip voor de inhurende managers. “Ik zie het vaak gebeuren bij langdurige, complexe projecten. Denk bijvoorbeeld aan een fusie van gemeentes of een dijkverzwaringsproject. Soms duurt zo’n project langer dan verwacht of krijgt het een vervolg. Als je al lange tijd succesvol samenwerkt met een professional op zo’n project, dan wil je die het liefst gewoon opnieuw inhuren.” Zo’n professional heeft tenslotte de kennis en ervaring die je nodig hebt. Maar vanwege de aanbestedingswet moet de opdracht toch opnieuw uitgezet worden. Volgens De Rooij komen dit soort situaties vaker voor dan pure ‘vriendjespolitiek’. “Het is logisch dat een manager geen tijd en geld wil besteden aan inwerken, als de perfecte kandidaat met bewezen ervaring voor hem staat”, zegt hij. “Een oplossing is dan inderdaad om de opdracht zó op te schrijven, dat jouw bekende kandidaat er perfect aan voldoet. Bijvoorbeeld kennis van en een netwerk in de regio.” Omgaan met de situatie Hoe kun je hier als kandidaat of intermediair mee omgaan? Maters is inmiddels helemaal gestopt met kandidaten aanbieden op marktplaatsen. “Het was overduidelijk dat je geen eerlijke kans krijgt”, zegt hij. “Natuurlijk is dat jammer. Aan de andere kant werken vooral kleine overheden met marktplaatsen, in het bedrijfsleven gebeurt dat maar weinig.” De Rooij is selectief als het gaat om inschrijven op opdrachten via een DAS. Hij heeft inmiddels manieren bedacht om te voorkomen dat hij tijd verspilt aan deze uitvragen. “Stel gewoon de vraag in de nota van inlichting”, tipt hij. “Wij vragen letterlijk of er al een kandidaat of voorkeurskandidaat is. Je krijgt dan meestal een diplomatiek, maar eerlijk antwoord.” De gemeente schrijft dan bijvoorbeeld ‘we kennen meerdere kandidaten voor deze functie’. “Vaak schrijven ze ook dat ze andere kandidaten de kans willen geven om te reageren”, zegt De Rooij. “Maar in zo’n geval besteden wij er vaak geen tijd aan, we zetten onze kandidaat dan liever ergens anders op in.” Meer transparantie vooraf Probeer dus vooraf te bepalen hoeveel kans je maakt. De Rooij: “Wees gewaarschuwd als je heel specifieke criteria ziet.” “Een kleine marge op tarief en een waslijst aan eisen: dat zijn duidelijke signalen dat ze al iemand op het oog hebben”, zegt ook Eikelenboom. “Normaal gesproken reageren wij niet op dit soort opdrachten. Maar in deze tijd hebben we die luxe niet. Er zijn gewoon heel weinig aanvragen.” Dus gaat ze toch maar kandidaten bellen, zegt ze. “Tot ik via-via hoor dat de persoon die er nu zit, gewoon mag blijven. De afgelopen maand ben ik er zo al bij vier opdrachten achter gekomen dat een eerdere kandidaat mocht blijven zitten.” Eikelenboom vindt dat overheden en semi-overheidsinstellingen transparanter moeten zijn. “De aanbestedingsregels zijn wellicht niet makkelijk aan te passen, maar als opdrachtgevers er al gewoon eens in de aanvraag bij zouden kunnen zetten dat de huidige kandidaat ook mag reageren op de opdracht is dat transparant en eerlijk”, zegt zij. “Dan kun je beter je kansen inschatten. En misschien alsnog proberen iemand aan te bieden, als je denkt dat je match toch beter is dan de huidige kandidaat.” Lees ook: Bij de inhuur van de overheid is aan transparantie nog veel te winnen. ‘Met klagen schiet je weinig op’ PIANOo, het expertisecentrum Aanbesteden van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, herkent het probleem. PIANOo geeft overheden voorlichting over zaken als inkoop en aanbesteden en krijgt ‘zeer sporadisch’ signalen over zulke ‘fake-aanvragen’. De woordvoerder schrijft: “Ondernemers met een klacht over een specifieke aanbesteding of de handelingen van de aanbestedende dienst verwijzen wij naar het klachtenloket van de betreffende aanbestedende dienst of wijzen wij op andere rechtsbeschermingsmogelijkheden.” In de praktijk doen maar weinig ondernemers dat, zegt Maters. “Het kost je tijd en geld en uiteindelijk schiet je er weinig mee op”, zegt hij. “Ik kan slecht tegen onrecht, maar ik kan er niks tegen doen.” Overheid, formuleer opdrachten anders De Rooij hoopt vooral dat inhurende organisaties beter vooraf nadenken over langdurige projecten. “Als je iemand zoekt voor een pittig project en je weet dat er een kans is dat het langer duurt dan verwacht, formuleer je opdracht dan op basis van het resultaat”, zegt hij. “Dus zoek geen interimmanager om ‘een fusie te begeleiden’ maar ‘begeleiding van een fusie van twee gemeentes met als resultaat één gemeente met tevreden stakeholders’. En geef vooraf al een optie tot verlenging.” Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags aanbestedingen, DAS, gemeente, intermediair, marktplaatsen, overheid, zzp | 5s Reacties
Iedereen wil het liefst een vaste baan. Behalve zelfstandigen. Geplaatst 12 juni 2020 door Claartje Vogel ‘Jongeren hechten minder waarde aan een vast contract dan ouderen’. Dat is een veelgehoorde veronderstelling, maar klopt die eigenlijk wel? Prof Paul de Beer en Wieteke Conen van de Universiteit van Amsterdam deden onderzoek en komen tot de conclusie: nee, die aanname klopt niet. “En dat vond ik eigenlijk niet eens verrassend”, vertelt hoogleraar arbeidsverhoudingen De Beer. “Uit internationaal onderzoek bleek al eerder dat jongeren net zoveel behoefte hebben aan vastigheid als ouderen. Wat me wel verrast, is dat jongeren baanzekerheid zelfs belangrijker blijken te vinden dan oudere generaties.” Niemand wil zelfstandige zijn. Behalve zelfstandigen. De Beer en Conen vroegen 3541 respondenten om verschillende baanprofielen te beoordelen. Uit hun analyse blijkt dat eigenlijk iedereen het liefst een vast contract wil met nauwelijks risico om de baan te verliezen. Jongeren onder 35 jaar geven zelfs een lager cijfer aan onzekere arbeidsrelaties dan de leeftijdsgroep 35 tot 49 jaar. Alleen zelfstandigen werken, onder verder gelijke voorwaarden, liever als zelfstandige dan in loondienst. Ze zijn minder negatief over onzekere arbeidsrelaties en vinden het vaak prima om wisselende uren te werken. Waardering contractvorm. Ook zzp’er wil sociale zekerheid “De meeste zzp’ers zijn vrijwillig zelfstandige en willen dat graag blijven”, zegt De Beer. “Dat neemt niet weg dat er schijnzelfstandigheid bestaat. Uit eerder onderzoek blijkt dat zo’n 10 procent van de zzp’ers eigenlijk in loondienst zou moeten werken. Je kunt dus nog wel discussiëren over de voorwaarden van het zzp-schap. Want ook zelfstandig ondernemers hechten veel waarde aan inkomenszekerheid in de vorm van een sociale verzekering.” Voor alle groepen geldt dat aanspraak op pensioenopbouw, een arbeidsongeschiktheidsverzekering en een werkloosheidsverzekering het rapportcijfer met 2,6 punten verhoogt. Gemiddeld zijn de respondenten zelfs bereid ruim 25% van hun inkomen in te leveren voor sociale zekerheid. Zelfstandigen en freelancers waarderen een verzekering tegen werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en pensioen vrijwel net zo hoog als de werknemers. “Over het algemeen zijn mensen extreem risicomijdend,” vertelt De Beer. “Dat dit bij jongeren nog sterker is dan bij ouderen, zou te maken kunnen hebben met het feit dat jongeren de onzekerheid aan den lijve ondervinden. In Nederland is het inmiddels een uitzondering als je meteen een vast contract krijgt. De meeste jongeren beginnen met een tijdelijk dienstverband of als flexwerker. Misschien dat zij juist daarom zekerheid extra waarderen.” Vast minder vast? Daar is geen draagvlak voor De commissie Borstlap heeft zich het afgelopen jaar gebogen over de vraag hoe een nieuw ontwerp voor de regulering van werk er uit zou moeten zien. Deze commissie adviseert de verschillen tussen vast en flex kleiner te maken door de ontslagbescherming voor vaste contracten te versoepelen. “Daar is eigenlijk geen steun voor”, concludeert De Beer op basis van zijn onderzoek. “De bevolking heeft wel degelijk voorkeur voor het vaste contract. Er is geen draagvlak voor een minder vast dienstverband.” Er blijkt wel behoefte aan inkomensbescherming. “Iedereen wil kunnen rekenen op een fatsoenlijk inkomen, ook bij ziekte, werkloosheid en ouderdom”, vertelt de hoogleraar. “Ook flexwerkers en zelfstandigen. Er is dus brede steun voor meer bescherming. We hebben niet gevraagd hoe dat geregeld moet worden. We weten dus wel dat zzp’ers er behoefte aan hebben, maar dat wil niet zeggen dat er een wettelijke verplichting moet komen.” ‘Wetgeving moet helder en controleerbaar zijn’ Over wetten gesproken: het kabinet is nog steeds bezig met een nieuwe wet DBA tegen schijnzelfstandigheid. Er zijn wetsvoorstellen voor een minimuminhuurtarief, zelfstandigenverklaring en ambtenaren bouwen een webmodule om te bepalen of iemand als zzp’er mag werken. “Je moet ergens de grens trekken tussen zzp en loondienst”, zegt De Beer. “Waar die grens ligt, dat is altijd enigszins willekeurig. De wet zal nooit perfect zijn: er zullen altijd mensen zijn die in een hokje vallen dat niet helemaal past. Dat is onvermijdelijk.” Wat De Beer betreft moeten de grenzen vooral helder en controleerbaar zijn. “En het zou minder moeten uitmaken voor jouw inkomen en zekerheid in welk hokje je thuishoort’, zegt hij. “Daarmee sluit ik me aan bij de commissie Borstlap, die voorstelt zzp’ers verplicht te laten deelenemen aan het sociaal stelsel en hun belastingvoordeel geleidelijk af te schaffen.” ‘Twee rijbanen is genoeg’ De commissie Borstlap stelt ook drie ‘rijbanen’ voor op de arbeidsmarkt: loondienst, flex (uitsluitend via uitzenden) en ondernemen. De Beer pleit voor zo min mogelijk categorieën. Twee is genoeg, denkt hij. “Hoe meer grenzen tussen contractvormen, hoe meer mogelijkheden om de wet te omzeilen. Een uniform contract is duidelijker.” Hoe zou dat eruit moeten zien? “Bij zo’n contract maakt het niet uit of het tijdelijk is. Wie kort in dienst is, is makkelijker te ontslaan. Hoe langer je in dienst bent, hoe meer rechten je hebt. Zo heb je geen aparte vorm voor uitzend meer nodig, maar lopen flexdienstverbanden en vaste contracten in elkaar over. Op die manier heb je twee vormen: werknemer of zelfstandig ondernemer.” De commissie stelt een ‘werknemer, tenzij’-benadering voor: als iemand eigen arbeid verricht tegen een beloning, is hij werknemer. Tenzij hij kan aantonen dat hij zelfstandige is. “In eerste instantie leek me dit een goed idee”, zegt De Beer. “Maar het werkt alleen als het aantonen van die ‘tenzij’ helder, maar niet te gemakkelijk is. De grens moet duidelijk, scherp en goed controleerbaar zijn. Ik mis nu nog duidelijke criteria.” Verstoorde machtsbalans Los daarvan is ‘werknemer, tenzij’ een goed uitgangspunt, vindt de hoogleraar. “Vooral psychologisch, want hiermee geeft de wetgever aan dat loondienst de standaard is. Dat is ook zo in veel andere Europese landen. In België krijgen nieuwe werknemers een vast contract, tenzij de werkgever een overtuigende reden heeft waarom niet. In Nederland vinden we het inmiddels zo vanzelfsprekend dat nieuwe werknemers beginnen met een flexcontract, dat werkgevers een vast contract niet eens meer overwegen.” Het probleem op de arbeidsmarkt is dat werkgevers te veel macht hebben ten opzichte van werknemers, zegt De Beer. Lees ook zijn artikel in het magazine Socialisme & Democratie. Dat is de oorzaak van de ongelijkheid op de arbeidsmarkt, denkt hij. Ontslagregels versoepelen? ‘Niet doen’ “Met een vaster contract durft een werknemer zijn stem te verheffen als iets niet bevalt”, zegt De Beer. Hij pleit er zelfs voor om werknemers aandeelhouder te maken in het bedrijf. Op die manier krijgen zij meer te zeggen. “Wat we in elk geval niet moeten doen, is ontslagregels versoepelen. Hoe makkelijker het is om iemand te ontslaan, hoe minder macht een werknemer heeft.” Bovendien zal de kwaliteit van werk verbeteren als de werknemer meer te zeggen heeft, betoogt hij. “En dan heb ik het niet alleen over zekerheid en de hoogte van het loon. Uit ons onderzoek blijkt ook dat werknemers veel behoefte hebben aan een goede werk-privébalans. Daar heeft de commissie Borstlap nauwelijks aandacht voor.” Het volledige onderzoek van De Beer en Conen verschijnt dit najaar. Je leest de tussentijdse uitkomsten in de Kort & Bondig-reeks op de website van de Universiteit van Amsterdam. Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags aov, Commissie Borstlap, onderzoek, politiek, sociaal stelsel, zzp | 4s Reacties
Omzetranglijst: verschillen op de flexmarkt nog verder vergroot Geplaatst 11 juni 2020 door Arthur Lubbers Dat blijkt uit de jaarlijkse Omzetranglijst die Flexmarkt deze week heeft gepubliceerd (zie hier). De Omzetranglijst bevat de omzetcijfers van 2019 (vergeleken met 2018) van de 100 grootste deelnemende flexbedrijven. Dit varieert van uitzenders, payrollers, MSP’s, zzp-bemiddelaars tot detacheerders. En dat geeft een divers beeld van de flexmarkt anno 2020. Algemene conclusie: bleek vorig jaar al dat de flexmarkt verder versnipperd, de verschillen worden steeds groter. ‘De specialisten zijn de winnaars’ constateert Rob de Laat van IRIS CF. Voor Wim Davidse, hoofdredacteur van Flexmarkt, bevestigen de cijfers de trends onder de bureaus. Duidelijke keuzes betalen zich uit, of dat nu specialisatie, costleadership, marktsegmenten of customer intimacy is. De beursgenoteerde uitzendbureaus hebben het moeilijk, waar andere flexdienstverleners, zoals MSP’s/brokers, zzp-bemiddelaars en detacheerders floreren. Zij zijn zeer gezond en sterk de coronacrisis ingegaan, wat de kans om hier goed doorheen te komen en snel te herstellen natuurlijk vergoot. Groei top-5 MSP/brokers De grote managed service providers (MSP’s) van Nederland zijn vorig jaar flink gegroeid. HeadFirst Group (HeadFirst, Source, Myler en – de onafhankelijke MSP – Staffing Management Services) realiseerde vorig jaar een totale omzet van ruim een miljard euro (€ 1.011,5 miljoen), een omzetstijging van ruim 13% ten opzichte van het jaar daarvoor. Ook Brainnet Groep heeft met een omzet van € 864 miljoen (+14%) een uitstekend jaar achter de rug, net als Harvey Nash (€ 535,2 miljoen (+11%)) en Between Staffing Group (€ 474,9 miljoen (15%)). Alleen Hays Nederland viel met een beperkte groei van 1,7% (omzet € 206,4 miljoen) enigszins uit de toon in de top-5 MSP’s. Zorg- en IT-professionals Onder de MSP’s/brokers valt ook Het Flexhuis opnieuw op. Het Flexhuis behoort al jaren tot de snelle groeiers van de Flexmarkt Omzetranglijst. En de bemiddelaar in de zorg en gemeentes boekte afgelopen jaar een omzetgroei van ruim 72% (omzet € 37,4%). Directeur Frederieke Schmidt Crans zegt tegenover Flexmarkt zelfs voor dit coronajaar een (enkel)cijferige groei te verwachten en zij gaat voor volgend jaar uit van een omzetgroei van boven de 30%. Lees ook: ‘Dit is hét moment om als intermediair te laten zien waar je goed in bent’. Ook de IT-bemiddelaars draaiden uitstekend. De Vibe Group (€ 97 miljoen (+35%)) gaat aan kop, maar ook Hero Interim Professionals (€ 34,5 miljoen (+39%) profiteerde sterk van de groeiende vraag naar IT-specialisten. Lees ook: Inhuur bij Rijksoverheid in 2019: plus 260 miljoen. Minder uitvoerend, meer specialisten. Detachering Een iets gevarieerder beeld geeft de Omzetranglijst als het gaat om de detacheerders van hoger opgeleide professionals. Redmore en Talent& Pro zijn goedlopende detacheringslabels voor financieel specialisten binnen House of HR, het Belgische concern dat in Nederland flink aan de weg timmert met een omzet van € 574,5 (+21%) in 2019. De Staffing Groep – dat vorig jaar met detacheringslabel voor IT Kwiik startte – boekte vorig jaar een omzet van € 402 miljoen (+11%) en ook de Future Groep groeide met 32% naar een omzet van € 91 miljoen. Maar onder de detacheerders waren ook enkele spelers die hun omzet afgelopen jaar zagen dalen, zoals Brunel Nederland (omzet: € 206,8 miljoen (-6%)) en DPA Group (omzet: € 151,7 (-4,5%). Opvallend is dat CEO Arnold van Mameren in een toelichting op de jaarcijfers liet weten dat het personeelsverloop in combinatie met de krappe arbeidsmarkt voor DPA ‘een uitdaging’ vormt. In het eerste kwartaal van dit jaar boekte DPA overigens weer een omzetgroei van 2,5% naar € 37,6 miljoen euro. Lees ook: Hoe gaat het met detacheerders in coronatijd? Grote uitzenders krimpen Zorgen zijn er vooral in de uitzendsector. Misschien is de omzetdaling van de grote generieke uitzenders wel het meest opvallend in de Flexmarkt Omzetranglijst. De daling zette in 2018 al in, maar heeft zich in 2019 versneld doorgezet. Randstad Nederland voert weliswaar nog altijd Flexmarkt Omzetranglijst aan met een omzet van € 3,33 miljard (-3,8%), de andere grote uitzenders zakten flink. USG People Nederland zag de (geschatte) omzet met -9% dalen naar € 975 miljoen, de jaaromzet van ManpowerGroup Nederland kelderde met -21% (naar € 558,5). In de ooit door de grote uitzendbureaus gedomineerde Omzetranglijst bezet Manpower nu een 7e positie. Adecco Group Nederland deed het niet heel veel beter; met een omzet van 525,8 miljoen en dus een omzetdaling van -14% bezet dit uitzendconcern slechts een 9e positie op de Omzetranglijst. De krimp in de uitzendsector is dus al enige tijd gaande en de coronacrisis hakt er bij de uitzenders dan ook extra hard in. Lees ook: Uitzenduren daalt niet verder door. Kwart minder dan vorig jaar Toch zijn er ook uitzonderingen. YoungCapital zit Adecco op de hielen staat met een omzet van € 515 miljoen (+11%) ook in de top-10. De grote middengroep van uitzenders, die zich op het MKB-segment richten, met Luba voorop (omzet: € 230 miljoen (+8%)), deden het veel beter dan de grote generieke uitzenders. Maar zoals we weten wordt juist het MKB hard getroffen door de coronacrisis en dat zal ook zijn weerslag hebben op deze uitzendbureaus. Er is ook reden voor optimisme de uitzendbranche. De geschiedenis leert ons dat de uitzendsector ook weer als eerste opveert na een crisis. Hoe groter de daling, hoe meer de uitzendsector straks ook weer zal groeien. Reflecties Omzetranglijst past bij trends (Wim Davidse, Flexmarkt) Wim Davidse (hoofdredacteur Flexmarkt en oprichter Dzjeng) wijst bij een verklaring voor de goede prestaties van de MSP’s, zzp-bemiddelaars, MKB-uitzenders en de forse krimp van de grote generieke uitzenders op deze drie trends: In een volwassen markt zie je dat bedrijven of kiezen voor heel veel innovatie met veel toegevoegde waarde (Tesla, Apple) óf voor costleadership; standaardiseren van processen, zo lean and mean mogelijk. Dat is wat MSP’s in de flexmarkt doen. (en eigenlijk is de groei van MSP nog veel groter dan uit deze Omzetranglijst blijkt, want ook de vier grote uitzendbureaus hebben eigen MSP’s in de markt gezet, denk aan Randstad met Sourceright.) De zzp-bemiddelaars, detacheerders en uitzendbureaus die zich hebben gespecialiseerd in bemiddeling van specifieke vakprofessionals (zorg, IT, bouw, logistiek, techniek, finance e.d.) doen het goed omdat zij op een blijvend krappe arbeidsmarkt hun waarde bewijzen door steeds de juiste kandidaten te vinden (en op te leiden). De middelgrote uitzenders die zich op het MKB-richten, met Luba voorop, zijn succesvol doordat zij een tussenvorm hebben gevonden. Zij bieden als extra toegevoegde waarde customer intimacy dat door hun opdrachtgevers gevraagd en gewaardeerd wordt. ‘De specialisten zijn de winnaars’ Rob de Laat (IRIS CF) Rob de Laat, partner bij fusie- en overnamespecialist IRIS Corporate Finance, stelt vast dat de winnaars de spelers zijn die zich duidelijk profileren op de flexmarkt. “Wat mij opvalt aan de Omzetranglijst is dat bedrijven die een specifiek profiel hebben hun omzet zien stijgen. Die specialisatie kan op verschillende manieren. Kijk naar Headfirst Group, dat duidelijk de regierol op zich heeft genomen en gebruik maakt van volume om in te zetten op efficiënte processen. Die specialisatie kan ook een bepaald segment of doelgroep zijn. Bedrijven als Orion Engineering (omzet 2019: € 19,9 miljoen) en Techvisie (€ 23,9 miljoen) zijn sterk in hun vakgebied en verslaan daarin de concurrentie. Ook de flexbedrijven die zich focussen op bepaalde doelgroepen zijn hard gegroeid, denk aan YoungCapital (omzet 2019: € 515 miljoen (+11%)) en OTTO Workforce (€ 323,4 miljoen (+23%)). De grote generieke uitzenders zagen hun omzetten fors krimpen en ook de meer generieke detacheerders boekten omzetverlies, zoals Brunel (€ 206,8 miljoen (-13%)) en DPA Group (€ 151,7 miljoen (-7%)). De bedrijven die zich sterk profileren doen het dus beter, zij bieden heldere kaders voor klanten en kandidaten. Opdrachtgevers werken nu eenmaal liever met partijen die gespecialiseerd zijn. “Specialisatie is dus de kracht van 2019, maar kan ook de kwetsbaarheid van 2020 blijken. Richt je je op jongeren in de horeca, dan heb je uiteraard veel last van de coronacrisis door vraaguitval in dat segment. Ligt jouw focus op de zorg, dan is er uiteraard meer vraag. Specialiseren brengt dus een zeker risico met zich mee. Maar je ziet dat de spelers die zich sterk profileren in de IT, bouw of techniek na de eerste klap alweer opkrabbelen. Op lange termijn zullen toch de partijen die zich specialiseren succesvol zijn.” ZiPArena De verschillende definities en vormen van flexdienstverlening leiden nogal eens tot verwarring. Zeker omdat veel van de genoemde flexbedrijven verschillende soorten dienstverlening aanbieden. Lees ook: Het Flexicon: de ene zp-dienstverlener is de andere niet. Voor een overzicht van de markt van zp-dienstverleners, kijk op ZiPconomy’s ZiPArena. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags Detacheren, intermediairs, marktontwikkelingen, marktupdate, MSP, Omzetranglijst, Uitzenden | 1 Reactie