"Exploring the future of work & the freelance economy"

Iedereen wil het liefst een vaste baan. Behalve zelfstandigen.

Uit onderzoek blijkt dat de meeste mensen het liefst een vast contract willen. Met uitzondering van zzp’ers, die het liefst ondernemer zijn. Hoogleraar Paul de Beer stelt voor om werkenden te verdelen in twee categoriën: werknemer of zzp. “Schaf de aparte contractvorm voor uitzend af en laat flexdienstverbanden en vaste contracten in elkaar over lopen.”

‘Jongeren hechten minder waarde aan een vast contract dan ouderen’. Dat is een veelgehoorde veronderstelling, maar klopt die eigenlijk wel? Prof Paul de Beer en Wieteke Conen van de Universiteit van Amsterdam deden onderzoek en komen tot de conclusie: nee, die aanname klopt niet.

“En dat vond ik eigenlijk niet eens verrassend”, vertelt hoogleraar arbeidsverhoudingen De Beer. “Uit internationaal onderzoek bleek al eerder dat jongeren net zoveel behoefte hebben aan vastigheid als ouderen. Wat me wel verrast, is dat jongeren baanzekerheid zelfs belangrijker blijken te vinden dan oudere generaties.”

Niemand wil zelfstandige zijn. Behalve zelfstandigen.

De Beer en Conen vroegen 3541 respondenten om verschillende baanprofielen te beoordelen. Uit hun analyse blijkt dat eigenlijk iedereen het liefst een vast contract wil met nauwelijks risico om de baan te verliezen. Jongeren onder 35 jaar geven zelfs een lager cijfer aan onzekere arbeidsrelaties dan de leeftijdsgroep 35 tot 49 jaar.

Alleen zelfstandigen werken, onder verder gelijke voorwaarden, liever als zelfstandige dan in loondienst. Ze zijn minder negatief over onzekere arbeidsrelaties en vinden het vaak prima om wisselende uren te werken.

Waardering contractvorm.

Ook zzp’er wil sociale zekerheid

“De meeste zzp’ers zijn vrijwillig zelfstandige en willen dat graag blijven”, zegt De Beer. “Dat neemt niet weg dat er schijnzelfstandigheid bestaat. Uit eerder onderzoek blijkt dat zo’n 10 procent van de zzp’ers eigenlijk in loondienst zou moeten werken. Je kunt dus nog wel discussiëren over de voorwaarden van het zzp-schap. Want ook zelfstandig ondernemers hechten veel waarde aan inkomenszekerheid in de vorm van een sociale verzekering.”

Voor alle groepen geldt dat aanspraak op pensioenopbouw, een arbeidsongeschiktheidsverzekering en een werkloosheidsverzekering het rapportcijfer met 2,6 punten verhoogt. Gemiddeld zijn de respondenten zelfs bereid ruim 25% van hun inkomen in te leveren voor sociale zekerheid. Zelfstandigen en freelancers waarderen een verzekering tegen werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en pensioen vrijwel net zo hoog als de werknemers.

“Over het algemeen zijn mensen extreem risicomijdend,” vertelt De Beer. “Dat dit bij jongeren nog sterker is dan bij ouderen, zou te maken kunnen hebben met het feit dat jongeren de onzekerheid aan den lijve ondervinden. In Nederland is het inmiddels een uitzondering als je meteen een vast contract krijgt. De meeste jongeren beginnen met een tijdelijk dienstverband of als flexwerker. Misschien dat zij juist daarom zekerheid extra waarderen.”

Vast minder vast? Daar is geen draagvlak voor

De commissie Borstlap heeft zich het afgelopen jaar gebogen over de vraag hoe een nieuw ontwerp voor de regulering van werk er uit zou moeten zien. Deze commissie adviseert de verschillen tussen vast en flex kleiner te maken door de ontslagbescherming voor vaste contracten te versoepelen.

“Daar is eigenlijk geen steun voor”, concludeert De Beer op basis van zijn onderzoek. “De bevolking heeft wel degelijk voorkeur voor het vaste contract. Er is geen draagvlak voor een minder vast dienstverband.”

Er blijkt wel behoefte aan inkomensbescherming. “Iedereen wil kunnen rekenen op een fatsoenlijk inkomen, ook bij ziekte, werkloosheid en ouderdom”, vertelt de hoogleraar. “Ook flexwerkers en zelfstandigen. Er is dus brede steun voor meer bescherming. We hebben niet gevraagd hoe dat geregeld moet worden. We weten dus wel dat zzp’ers er behoefte aan hebben, maar dat wil niet zeggen dat er een wettelijke verplichting moet komen.”

‘Wetgeving moet helder en controleerbaar zijn’

Over wetten gesproken: het kabinet is nog steeds bezig met een nieuwe wet DBA tegen schijnzelfstandigheid. Er zijn wetsvoorstellen voor een minimuminhuurtarief, zelfstandigenverklaring en ambtenaren bouwen een webmodule om te bepalen of iemand als zzp’er mag werken.

“Je moet ergens de grens trekken tussen zzp en loondienst”, zegt De Beer. “Waar die grens ligt, dat is altijd enigszins willekeurig. De wet zal nooit perfect zijn: er zullen altijd mensen zijn die in een hokje vallen dat niet helemaal past. Dat is onvermijdelijk.”

Wat De Beer betreft moeten de grenzen vooral helder en controleerbaar zijn. “En het zou minder moeten uitmaken voor jouw inkomen en zekerheid in welk hokje je thuishoort’, zegt hij. “Daarmee sluit ik me aan bij de commissie Borstlap, die voorstelt zzp’ers verplicht te laten deelenemen aan het sociaal stelsel en hun belastingvoordeel geleidelijk af te schaffen.”

‘Twee rijbanen is genoeg’

De commissie Borstlap stelt ook drie ‘rijbanen’ voor op de arbeidsmarkt: loondienst, flex (uitsluitend via uitzenden) en ondernemen. De Beer pleit voor zo min mogelijk categorieën. Twee is genoeg, denkt hij. “Hoe meer grenzen tussen contractvormen, hoe meer mogelijkheden om de wet te omzeilen. Een uniform contract is duidelijker.”

Hoe zou dat eruit moeten zien? “Bij zo’n contract maakt het niet uit of het tijdelijk is. Wie kort in dienst is, is makkelijker te ontslaan. Hoe langer je in dienst bent, hoe meer rechten je hebt. Zo heb je geen aparte vorm voor uitzend meer nodig, maar lopen flexdienstverbanden en vaste contracten in elkaar over. Op die manier heb je twee vormen: werknemer of zelfstandig ondernemer.”

De commissie stelt een ‘werknemer, tenzij’-benadering voor: als iemand eigen arbeid verricht tegen een beloning, is hij werknemer. Tenzij hij kan aantonen dat hij zelfstandige is. “In eerste instantie leek me dit een goed idee”, zegt De Beer. “Maar het werkt alleen als het aantonen van die ‘tenzij’ helder, maar niet te gemakkelijk is. De grens moet duidelijk, scherp en goed controleerbaar zijn. Ik mis nu nog duidelijke criteria.”

Verstoorde machtsbalans

Los daarvan is ‘werknemer, tenzij’ een goed uitgangspunt, vindt de hoogleraar. “Vooral psychologisch, want hiermee geeft de wetgever aan dat loondienst de standaard is. Dat is ook zo in veel andere Europese landen. In België krijgen nieuwe werknemers een vast contract, tenzij de werkgever een overtuigende reden heeft waarom niet. In Nederland vinden we het inmiddels zo vanzelfsprekend dat nieuwe werknemers beginnen met een flexcontract, dat werkgevers een vast contract niet eens meer overwegen.”

Het probleem op de arbeidsmarkt is dat werkgevers te veel macht hebben ten opzichte van werknemers, zegt De Beer. Lees ook zijn artikel in het magazine Socialisme & Democratie. Dat is de oorzaak van de ongelijkheid op de arbeidsmarkt, denkt hij.

Ontslagregels versoepelen? ‘Niet doen’

“Met een vaster contract durft een werknemer zijn stem te verheffen als iets niet bevalt”, zegt De Beer. Hij pleit er zelfs voor om werknemers aandeelhouder te maken in het bedrijf. Op die manier krijgen zij meer te zeggen. “Wat we in elk geval niet moeten doen, is ontslagregels versoepelen. Hoe makkelijker het is om iemand te ontslaan, hoe minder macht een werknemer heeft.”

Bovendien zal de kwaliteit van werk verbeteren als de werknemer meer te zeggen heeft, betoogt hij. “En dan heb ik het niet alleen over zekerheid en de hoogte van het loon. Uit ons onderzoek blijkt ook dat werknemers veel behoefte hebben aan een goede werk-privébalans. Daar heeft de commissie Borstlap nauwelijks aandacht voor.”

Het volledige onderzoek van De Beer en Conen verschijnt dit najaar. Je leest de tussentijdse uitkomsten in de Kort & Bondig-reeks op de website van de Universiteit van Amsterdam.

4 reacties op dit bericht

  1. Wat ik mis in het onderzoek is de mening van de werkgever. Zaten bij de respondenten ook werkgevers. Om een goed evenwicht te krijgen is hun mening en visie belangrijk. Met jullie visie dat het eenvoudiger moet met al die contracten en ontslagregels en alle uitzonderingen maakt het voor werknemers en werkgevers makkelijker.
    Verder denk ik ook dat een zzp’ er een zzp’ er wilt blijven, op zich zijn er al verzuim, arbeidsongeschiktheids- en werloosheidsverzekeringen; of komt uit jullie onderzoek dat zij een collectieve verzekering willen.

  2. Dat iedereen, jong en oud behoefte heeft aan zekerheid, een redelijk inkomen en een goede werk-/ privébalans, dat wil ik geloven. De rest is de matig onderbouwde linkse prietpraat van een gemiddelde docent.; meningen en duidingen lopen door elkaar.

  3. Inderdaad Jaap een onvoorwaardelijk basisinkomen zou pas de macht van de werknemer doen toenemen en van de arbeidsmarkt een echte markt maken, nu blijft het toch loonslaverij.