Organisaties moeten op dieet Geplaatst 11 oktober 2019 door Haert Organisaties zijn vaak te dik. Natuurlijk is het belangrijk om genoeg spek op de botten te hebben voor als het even tegenzit, maar veel organisaties hebben een te hoog BMI. Deze afkorting staat in dit geval niet voor Body Mass Index, maar voor Bureaucratie Mass Index. Er zijn gewoonweg te veel regels en procedures binnen organisaties om gezond te kunnen functioneren. Rupsje Nooitgenoeg Begrijp me niet verkeerd, want zaken moeten goed geregeld zijn, maar dat hoeft niet altijd met regels geregeld te worden. Te veel regels, richtlijnen en procedures maken organisaties traag, niet wendbaar en onslagvaardig. Wat vreemd is, is dat ik vrijwel niemand ken die blij is met al die regels. Iedere regeerperiode wordt er weer een nieuwe commissie aangesteld die zich druk gaat maken over de toenemende regeldruk. Het resultaat? Nog meer regels. Als ondernemer moet je ervoor waken dat je als een soort veredelde regelneef van vergadering naar vergadering drentelt om te toetsen of iedereen volgens de regels heeft gespeeld. En wanneer dat niet het geval is, welke regels we dan in moeten stellen om ervoor te zorgen dat dit de volgende keer wel gebeurt. Het is echt om gek van te worden; een vicieuze cirkel van bureaucratie, waarin als een Rupsje Nooitgenoeg iedere extra regel het geheel exponentieel doet groeien in complexiteit. ‘Bullshit Jobs’ Al die regels worden gemaakt, geïmplementeerd, uitgevoerd en getoetst door mensen. Niet voor niets is het aantal managementfuncties in de afgelopen 50 jaar veel harder gestegen dan het aantal uitvoerende banen. Er ontstaat bijna een beeld van een paar mensen die het echte werk doen en de rest in een soort van papieren werkelijkheid elkaar bezighoudt met van alles en nog wat. Een wereld vol ‘Bullshit Jobs’, zoals de tegendraadse antropoloog David Graeber in 2013 beschreef in zijn gelijknamige boek. Het boek naar aanleiding waarvan de Nederlandse historicus en filosoof Rutger Bregman de uitspraak deed in een uitzending van Tegenlicht dat ‘een kwart van de beroepsbevolking twijfelt aan het nut van zijn baan’. Nou vind ik dat je dat soort uitspraken en boeken met een tikkeltje zout moet nemen, maar ik heb wel het gevoel dat er een kern van waarheid in zit. Purpose en pleasure Om werkgeluk mogelijk te maken, zijn twee componenten van groot belang: purpose en pleasure. Je moet iets doen wat ertoe doet voor jezelf en anderen en je moet iets doen wat plezier brengt. De tragedie van bureaucratie is dat enerzijds een grote en sterk groeiende groep mensen werk doet waarvan zijzelf en/of anderen vinden dat het laag scoort op ‘purpose’. Anderzijds scoort het werk van die andere groep (zoals leraren, zorgverleners etc.) steeds lager op ‘pleasure’, doordat ze voortdurend ‘van hun echte werk worden afgehouden’, omdat ze moeten voldoen aan de regels van de regelneven. Kortom, te veel bureaucratie is in mijn ogen werkgeluk-killer numero uno en aangezien de doelstelling van de Driessen Groep ‘werkgeluk mogelijk maken’ is, weiger ik mezelf over te geven aan de grillen van het veelkoppig regelmonster. Dieet Nou hoor ik je denken; da’s mooi, maar wat kan ik eraan doen? Mijn dieet voor een lagere Bureaucratie Mass Index is als volgt: Minder controleren van elkaar, meer vertrouwen in/op elkaar. Minder aansprakelijkheid vrezen, meer verantwoordelijkheid Minder toestemming vragen (en niet krijgen), meer vergiffenis vragen (en krijgen). Minder woorden, meer daden. Oftewel, regel het gewoon! Jeroen Driessen Jeroen Driessen, CEO Driessen Groep Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags organisatiecultuur, reijn, werkgeluk | Laat een reactie achter
Millennials zien hun loopbaan als onderneming Geplaatst 10 oktober 2019 door NBBU Millennials kijken anders naar werk dan de generaties voor hen. Dat is de voornaamste conclusie van een onderzoek dat de Young Advisory Group (een adviesbureau gerund door studenten) verrichtte in opdracht van de NBBU. Deze andere kijk is problematisch, omdat bestaande instituties nog zijn ingesteld op een ouderwets 20ste-eeuws model van een gemiddelde levensloop: opleiding – één carrière – pensioen. Dit veranderen vraagt om een vertegenwoordiging van alle partijen op de arbeidsmarkt. Je carrière als onderneming De millennial is een nieuw soort ondernemer. Niet een letterlijke eigenaar van een bedrijf, maar iemand die zijn of haar carrière beschouwt als symbolische onderneming. Dit uit zich in drie ondernemersvaardigheden die voor een millennial steeds belangrijker zijn om te bezitten: Constante aandacht voor zelfontwikkeling Vermogen om keuzes te maken Goede sociale vaardigheden en aandacht voor het netwerk Commissies SZW en Borstlap Deze drie vaardigheden sluiten nauw aan bij de ontwikkeling van de arbeidsmarkt, die steeds verder wegdrijft van het traditionele model van bovengenoemde levensloop. Maak ruimte voor een nieuw model – opleiding, carrière 1, carrière 2, carrière 3, pensioen – stelt het onderzoek, dat onlangs werd gepresenteerd aan de vaste commissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de heer Hans Borstlap, voorzitter van de Commissie Regulering van werk. Garantie tot omscholing als nieuwe sociale zekerheid Opleiding en werk lopen steeds vaker door elkaar heen en werkenden doorlopen meerdere kleine carrières in plaats van één grote. Ondernemingen werken meer dan ooit projectmatig en kennen een steeds kortere levensduur. Een contract voor het leven bij één bedrijf is eenvoudigweg aan het verdwijnen. Omscholen naar een andere carrière kan in de praktijk nog lastig zijn, bijvoorbeeld omdat de toegang tot scholing niet goed geregeld is. De overheid kan hier te hulp schieten, bijvoorbeeld met een garantie tot omscholing als nieuwe sociale zekerheid. Zekerheid anders regelen Ongeveer 45% van de respondenten verwacht op enig moment in zijn of haar loopbaan als zelfstandige te werken. Toch blijft de preferente contractvorm het fulltime vaste contract. Dit komt doordat zekerheid nog altijd gekoppeld is aan deze contractvorm. Huisvesting is bijvoorbeeld makkelijker te krijgen met een vast contract, omdat daarin voorzieningen zijn getroffen die inkomen garanderen bij ontslag en ziekte. Anders denken in tijden van flexibiliteit Een middel is tot doel verheven en geniet daardoor de ‘logische’ voorkeur. De NBBU vindt het een veel interessantere denkrichting om het vaste contract te zien als een van vele middelen voor het garanderen van zekerheid. Heroriëntatie van de polder Het is belangrijk dat gevestigde partijen oog krijgen voor de eisen en wensen van deze nieuwe groep werkenden, zeker in het licht van de veranderende arbeidsmarkt. De generatietoets is hierin een goede eerste stap. Heroriëntatie van de polder zou een mooi vervolg zijn, zodat alle partijen zich vertegenwoordigd weten, aldus de NBBU. Het YAG-rapport ‘Visie van millennials op de arbeidsmarkt van morgen” en de managementsamenvatting zijn hier te downloaden. Bron: NBBU Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags millennials, NBBU | 3s Reacties
Ik durf het bijna niet te zeggen… Geplaatst 9 oktober 2019 door Anne Meint Bouma Even terug in de tijd. De VAR-verklaring zou in 2015 plaatsmaken voor de Beschikking Geen Loonheffingen. Omdat er zorgen waren dat de IT-systemen van de Belastingdienst dit niet aan zouden kunnen, werd er overgeschakeld op de wet DBA. Deze krijgt zoals bekend, binnenkort weer een opvolger. Op rijksoverheid.nl werd vorige week een interessant onderzoek gepubliceerd naar de reacties van werkgevers op de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB). Dit is de opvolger van de Wet Werk en Zekerheid (minister Asscher). Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken. Wat valt op? Het overgrote deel van de ondervraagde werkgevers vindt de wet onduidelijk en de gevolgen zijn niet te overzien. Bovendien ontstaat er volgens de werkgevers een grotere verdeeldheid tussen vast en flex. Zes aspecten In de aanloop naar de verkiezingen in 2017 vroeg mijn collega Tjebbe van Oostenbruggen zich af waarom arbeidsmarktkwesties zo ingewikkeld zijn, terwijl de oplossingen toch zo simpel lijken. Ik herhaal hier de zes aspecten, die hij in zijn column benoemde, waar alle partijen het over eens kunnen zijn: Ziek? Dan is er een vangnet nodig, maar de lasten zijn evenredig groot voor werkgevers. Flex moet minder flex en vast moet minder vast. Uitbuiting mag niet. Schijnzelfstandigheid moet worden bestreden. Ondernemers zijn de smeerolie van de economie. Zzp’ers moeten iets van zekerheid hebben in geval van arbeidsongeschiktheid. Werkgevers en opdrachtgevers hebben baat bij duidelijkheid en vrijwaring als zij alles goed geregeld hebben. Het kabinet Rutte III heeft inderdaad initiatieven genomen. De aanpak Perspectief op Werk moet er bijvoorbeeld voor zorgen dat er meer kansen komen voor mensen om mee te doen. Bovendien ligt er een pensioenakkoord met sociale partners. En er zijn met werkgevers maatregelen rondom loondoorbetaling bij ziekte overeengekomen. Maar zoals Jurrien Koops, directeur van de ABU, het in zijn column op ZiPconomy verwoordde: ‘Is de arbeidsmarkt er ook echt mee ‘gemoderniseerd’?’ Nee, dat niet. Het was meer het noodzakelijke klein onderhoud. Wet Modernisering Arbeidsmarkt Ik durf het bijna niet te zeggen…maar het zzp-beleid is na bijna vier jaar nog erg onduidelijk. Ons arbeidsrecht dateert uit de jaren ‘60. Inmiddels ziet onze wereld er wel heel anders uit en is de tijdsgeest veranderd. Door toenemende automatisering en robotisering neemt de vraag naar middelbanen af, terwijl de vraag in laag- en hoogbetaalde vakgebieden toeneemt. Daarnaast moeten we met zijn allen langer doorwerken. Ik kijk daarom reikhalzend uit naar het advies van de commissie-Borstlap. Deze commissie komt dit najaar – als het goed is – met een analyse en uitgangspunten voor het volgende kabinet als het gaat om regulering van werk. Ik durf het bijna niet te zeggen…maar de zes bovengenoemde aspecten uit de column van 2017 kunnen wat mij betreft nuttige denkrichtingen zijn voor de commissie Borstlap. Ik durf het bijna niet te zeggen…maar zal het volgende kabinet wel met een wet komen die duidelijkheid en modernisering brengt? Benieuwd of deze wet ook weer uit drie letters bestaat na de BGL, VAR, DBA, WWZ, AVG en WAB. Ik heb hier wel een suggestie voor: Wet Modernisering Arbeidsmarkt. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags Brainnet, wetgeving | 1 Reactie
Werkveld blijft ongerust over nieuwe regels inhuur zzp Geplaatst 8 oktober 2019 door Claartje Vogel Van een zelfstandig kok tot belangenbehartigers van zzp’ers in de zorg, van werkgeversorganisaties tot de vakbonden: iedereen maakt zich zorgen over de uitwerking van het regeerakkoord. Al deze afgevaardigden uit ‘het werkveld’ kwamen maandag samen op het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor meer informatie over de nieuwe wetgeving. Binnenkort kunnen zelfstandig ondernemers, hun opdrachtgevers en hun intermediairs via internetconsultatie feedback geven op het minimuminhuurtarief en de zelfstandigenverklaring. Om te zorgen dat deze stakeholders echt begrijpen waar ze hun mening over geven, wilden de ambtenaren hen persoonlijk informeren. Min @wkoolmees laat op basis van @ZiPconomy plaatje zien dan er grote verschillen onder zzp”ers zijn #werkenalszelfstandige pic.twitter.com/aQkuVq5gO0 — ZiPconomy (@ZiPconomy) October 7, 2019 Basale vragen van het werkveld Minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken) en staatssecretaris Menno Snel (Financiën) gaven een heldere uitleg. En dat bleek nodig. Er waren veel vragen over het minimumtarief en de zelfstandigenverklaring. Soms heel basaal, zo is het voor lang niet iedereen duidelijk waar het minimumtarief vandaan komt (lees de uitleg hier). Verder is er veel kritiek op de zelfstandigenverklaring. Aanwezigen vinden het niet duidelijk waarom deze verklaring alleen geldt voor een tarief van meer dan 75 euro en waarom alleen voor opdrachten die een jaar of korter duren. Weer brokjes info over de nieuwe wet: Voor-overleg met Belastingdienst + werken met huidige modelovereenkomsten is en blijft alternatief voor iets als de opt-out variant en/of webmodule. #werkenalszelfstandige — Freddie Kesteloo (@KestelooFreddie) October 7, 2019 Webmodule wordt niet verplicht De grootste misvatting? De meeste aanwezigen denken dat de webmodule en zelfstandigenverklaring verplicht worden. Maar dat is niet zo. Martin Flier, directeur Arbeidsverhoudingen bij het ministerie van Sociale Zaken: “Het zijn hulpmiddelen die opdrachtgevers zekerheid kunnen bieden over wie ze inhuren. Als je niet twijfelt over de arbeidsrelatie, hoef je ze dus niet te gebruiken. En bij twijfel kun je ook vooraf overleggen met de Belastingdienst of een modelovereenkomst gebruiken.” Bij eerste gedeelte van bijeenkomst beantwoordt ambtelijke top vragen uit zaal. #werkenalszelfstandige pic.twitter.com/cbSVF8jw2L — ZiPconomy (@ZiPconomy) October 7, 2019 Weinig over de webmodule Hij benadrukt dat de webmodule ‘zo lean and mean mogelijk’ moet worden, met alleen vragen die noodzakelijk zijn om te ontdekken of iemand als zelfstandige mag werken. Verder konden hij en zijn collega’s weinig vertellen over de webmodule. Robert van der Zwam (directielid Ondernemerschap bij het ministerie van Economische Zaken): “Daar hebben we het nu niet over, want hij is nog niet af. We zitten in de testfase.” Charles Verhoef van Zelfstandigen Bouw is verbaasd dat de webmodule tijdens deze bijeenkomst niet aan bod komt. “Dit element geldt voor het overgrote deel van de zzp’ers die ingehuurd worden. De meeste kritiek en vragen hebben te maken met de webmodule. Wanneer gaan we die dan wel bespreken?” Van der Zwam: “Voor de webmodule is geen wetswijziging nodig, dus ook geen consultatie. Het wordt een instrument dat duidelijkheid en zekerheid moet geven aan werkenden volgens de huidige regels. Maar ik merk dat er veel vragen zijn, dus we organiseren binnenkort een apart overleg over de webmodule.” De webmodule (als onderdeel van vervanging #WetDBA) vraagt geen internetconsultatie. Dus staat niet op de agenda vandaag… Op zich best merkwaardig want die speelt voor 80% van de zelfstandigen. #werkenalszelfstandige — ZiPconomy (@ZiPconomy) October 7, 2019 Iedereen moet uren schrijven Het minimuminhuurtarief en de zelfstandigenaftrek werden wel uitgebreid toegelicht. De genodigden mochten in kleine groepen feedback geven en vragen stellen aan ambtenaren die bezig zijn met het uitwerken van de plannen. De meeste gasten kozen voor het gesprek over de zelfstandigenverklaring. Logisch, want de meeste genodigden hebben straks niets te maken met het minimuminhuurtarief. Althans, dat dachten ze. “Het gevolg van het minimuminhuurtarief is dat iedereen zijn uren moet bijhouden”, legt een van de ambtenaren uit. “Anders kunnen de inspecteurs niet controleren of je voldoet aan die eis.” Onmogelijke taak Dat wordt een probleem, denken de gasten. Afgevaardigden uit de zorg benadrukken dat zorgpersoneel niet werkt op basis van uren, maar op een dagtarief. En hoe zit het met uren die horen bij meerdere opdrachten? Er blijft veel onduidelijk. Welke kosten zitten verwerkt in een uurtarief, hoe ga je om met voorbereidingsuren? De ambtenaren weten het ook niet en beloven de feedback te verwerken. “Jullie hebben een onmogelijke taak”, verzucht een zelfstandig jurist na afloop van de sessie. “Meer zekerheid vooraf kan niet zonder stukje administratieve lasten. Dat zullen opdrachtgevers er voor over hebben” verwacht @Menno_Snel van FIN. #werkenalszelfstandige — ZiPconomy (@ZiPconomy) October 7, 2019 Aan het eind van de middag zijn minister Wouter Koolmees en staatssecretaris Menno Snel aanwezig om vragen te beantwoorden. Ze leggen de situatie helder uit, maar de zorgen blijven. Hieronder een samenvatting. Wat werd er duidelijk? Over de zelfstandigenverklaring… Gaat in per 1 januari 2021. Je mag een zelfstandigenverklaring gebruiken bij opdrachten van maximaal 1 jaar met een uurtarief van 75 euro. Iedereen kan zo’n zelfstandigenverklaring downloaden vanaf de website en toevoegen als bijlage aan de overeenkomst van opdracht. Je hebt daar geen ambtenaar of belastinginspecteur voor nodig, je spreekt deze zelfstandigenverklaring als opdrachtgever en opdrachtgever onderling af. De zelfstandige moet ingeschreven staan bij Kamer van Koophandel. Je moet de verklaring afsluiten vóór het begin van de werkzaamheden. Het kabinet neemt aan dat bij opdrachten die korter duren dan één jaar, minder gauw sprake is van werkgeverschap. Om misbruik te voorkomen, geldt de verklaring dus maximaal 12 maanden. De verklaring moet zelfstandigen en hun opdrachtgevers extra zekerheid bieden. Een zelfstandigenverklaring betekent vrijwaring van loonheffing, pensioenregelingen en cao’s. Er geldt een bewaarplicht van 7 jaar voor de betalings- en urenadministratie. Dit alles geldt ook voor zzp’ers die werken via tussenpartijen. Een zp-bemiddelaar kan dus maximaal een jaar vrijwaring krijgen voor een zelfstandige. Termijn van max 1 jr geldt ook voor tussenkomstbureaus. Dus langer dan 1 jaar (ook met verschillende opdrachten bij verschillende opdrachtgevers) via 1 bureau werken, dan kan je niet werken via #werkenalszelfstandige — ZiPconomy (@ZiPconomy) October 7, 2019 Dit betekent dat je langer dan een jaar mag samenwerken, maar niet met een zelfstandigenverklaring. Bij opdrachten die langer duren dan een jaar kun je eventueel vrijwaring krijgen via de webmodule. Andere opties om zekerheid te krijgen zijn modelovereenkomsten of vooroverleg met de Belastingdienst. Is de opdracht ontegenzeggelijk een opdracht en geen dienstverband? Dan heb je niets te vrezen. Na een pauze van zes maanden kun je eventueel een nieuwe zelfstandigenverklaring tekenen. Deze regel moet het aantal ‘oneigenlijke overstappers’ remmen. Dat zijn werknemers die voor hun oude werkgever als zelfstandige hetzelfde werk gaan doen, omdat ze denken dat ze beter af zijn. Dit wil het kabinet voorkomen. “Dit is een politieke keuze,” aldus de betrokken ambtenaar. De max termijn van 1 jr is vooral politieke keuze dus daar kunnen ambtenaren niet zo veel mee. #werkenalszelfstandige pic.twitter.com/aUjiY9FCKs — ZiPconomy (@ZiPconomy) October 7, 2019 Over het minimuminhuurtarief… Gaat in per 1 januari 2021. Het minimuminhuurtarief wordt 16 euro per uur. Iedere zzp’er moet een urenadministratie bijhouden, om te bewijzen dat hij voldoet aan dit minimumtarief. Binnenkort maakt Koolmees de berekening van het minimumuurtarief van 16 euro openbaar. Menno Snel belooft specifiek te kijken naar bepaalde sectoren. Hij herkent dat het in de kunst en muziek bijvoorbeeld lastig is om met uurtarieven te rekenen. “Is er een uitzondering nodig voor jouw sector? Geef dat aan in de internetconsultatie.” Over de webmodule… De webmodule wordt nu getest door 50.000 opdrachtgevers. Niemand is straks verplicht de webmodule in te vullen. Het is een hulpmiddel om opdrachtgevers te helpen bepalen wie ze mogen inhuren. In plaats van de webmodule, kun je ook vooroverleg vragen aan de Belastingdienst of werken met modelovereenkomsten. De ratio achter de webmodule is dat collectief onderhandelen over modelovereenkomsten te lang duurde. De webmodule geeft direct antwoord op de vraag of je iemand kunt inhuren. Koolmees: “Het uitgangspunt is ‘als je ondernemer bent, ben je ondernemer’. We hebben instrumenten om je te helpen dat duidelijk te maken. De webmodule is antwoord op onrust rondom de Wet Dba.” Waar maakt ‘het werkveld’ zich zorgen over? Geert-Jan Poorthuis van de Raad voor Interim Management (RIM): “De nieuwe maatregelen moeten handhaafbaar zijn. Bij de VAR en Wet DBA werd niet gecontroleerd, met alle gevolgen van dien.” Maarten Post, ZZP Nederland: “Hoe zwaar wegen de diverse criteria uit de webmodule? En waarom worden ondernemers eigenlijk getoetst aan het arbeidsrecht? Waarom moeten zij bewijzen dat ze geen werknemer zijn?” Arno Pronk, branchevereniging voor intermediairs Bovib: “Ik denk dat opdrachtgevers mij gaan dwingen mensen te leveren met een zelfstandigenverklaring. Dit werkt creatief boekhouden in de hand.” Irene van Hest (FNV): “De zelfstandigenverklaring is een mogelijkheid voor werknemers met een hoog inkomen om uit het sociaal stelsel te stappen. Moeten we dat wel willen?” Geert-Jan Poorthuis van de RIM: “Veel opdrachten bij het Rijk duren langer dan een jaar. Welk effect heeft dan een zelfstandigenverklaring?” Caroline Cartens, Platform voor Freelance Musici: “Ik werk in een sector waar bijna iedereen schijnzelfstandige is. Komt de Belastingdienst naar ons toe?” Wouter Koolmees presenteert het tijdspad -okt 2019 : internetconsultatie -nov 2019: voortgang webmodule -jan 2020: advies commissie Borstlap -feb 2020: advies aov-zzp -voor de zomer van 2020: aanbieding wetsvoorstellen minimumtarief/zelfstandigenverklaring Lees ook: Opdrachtgevers opgelet: Belastingdienst is begonnen met verscherpt toezicht Wet DBA. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags minimumtarief, sociale zaken, Webmodule, werken als zelfstandige, wet dba, wouter koolmees, Zelfstandigenverklaring | Laat een reactie achter
Unilever legt de basis voor een flexibeler organisatie Geplaatst 8 oktober 2019 door Arthur Lubbers In het voedingsmiddelenconcern zijn belangrijke delen van het werk project- en campagne-gedreven. Het concern wil met name die activiteiten flexibeler organiseren. Dat betekent een flinke verschuiving van de traditionele vaste structuren naar meer flexibeler vormen, zowel intern als extern. Op dit moment is minder dan 5% van resourcing flexibel mbv interne projecten of externe freelancers, dat percentage moet binnen een paar jaar naar 30%. Dat stelt Cris Buningh, die als interim programme director flex talent solutions bij Unilever de transitie naar een betere organisatie van de externe resourcing begeleidt. Buningh gaf een presentatie tijdens de conferentie ProcureCon die dinsdag 24 en woensdag 25 september in Amsterdam plaatsvond. Het is opmerkelijk: waar bij ons de politieke teneur vooral ‘minder flex, meer vast’ is, heeft Unilever juist behoefte aan meer flexibele opties. De huidige externe workforce van Unilever bestaat voornamelijk uit marketing en consultancy bureaus, uitbestede diensten en een beperkte hoeveelheid inhuur. Op de totale workforce is het deel dat snel op- en afgeschaald kan worden minder dan 5%. Als het aan Unilever ligt gaat dat flexibele deel binnen een paar jaar groeien naar 30%. Snel inzetbare marketeers, digitale experts en andere kennis zijn hard nodig, zo stelt Unilever. Hiermee denkt het voedingsmiddelenconcern beter te kunnen inspelen en sneller te kunnen meebewegen met de uitdagingen waar het bedrijf voor staat, het realiseren van groei en tegelijk verminderen van de eigen milieu footprint. Maar in een tijd van krapte op de arbeidsmarkt is het extra moeilijk om goede professionals van buiten te halen. Dat geldt overigens voor bijna alle bedrijven. ‘Een meer geïntegreerde benadering in het aantrekken van talent’ is een hoofddoel van HR en procurement, zo bleek uit een kleine poll tijdens ProcureCon. Het zoeken naar een ideale mix van interne en externe sourcing lijkt de grote uitdaging van dit moment voor grote bedrijven. Demand management Om meer zp’ers te bereiken hanteert Unilever een nieuwe manier van sourcing, zo legde Cris Buningh uit in zijn presentatie. “Uitgangspunt is niet direct eerst naar vast zoeken om een vacature in te vullen, maar veel meer opties en mogelijke contractvormen te overwegen.” Hiervoor is een speciale landingspagina voor hiring managers, waarin alle informatie en communicatie over een uitvraag staat. Het biedt iedereen binnen de organisatie een beter inzicht in de daadwerkelijke, specifieke behoefte aan menskracht. Maar het vergt ook veel meer van de hiring managers zelf. De interne vraag moet veel scherper worden gesteld, zegt Buningh. “In plaats van simpel vragen om een nieuwe vaste kracht, moet de hiring manager veel meer specificaties en voorwaarden geven over het werk dat gedaan moet worden. Dan pas kun je goed antwoord geven op vragen als ‘Wie hebben we nodig?’, ‘Welke sourcing opties zijn er?’ en ‘Wat is beste contractvorm?’” In het invoeren van dit ‘demand management’ binnen de organisatie gaat veel tijd en energie zitten, zo deelt Buningh zijn ervaring. Welk wervingskanaal? En om de input van hiring managers waarde te geven is het nodig om alle data goed te ontsluiten en vervolgens de juiste kanalen te benutten. Hiervoor bouwt men een decision tree-model in het VMS, waar afhankelijk van de meer gespecifieerde uitvraag voor een of meerdere wervingskanalen wordt gekozen. you don’t pay a search fee for people that you already know Zo is er de eigen Unilever freelance pool, en worden in Nederland bijvoorbeeld Twago en Toptalent als freelanceplatforms ingeschakeld. Het systeem kent ook een SOW-module als optie, net als direct source. Dat laatste is niet onbelangrijk, zegt Buningh, want ‘you don’t pay a search fee for people that you already know’. Maar veel belangrijker dan sturen op kosten is voor Unilever het uiteindelijke doel, namelijk veel meer freelance professionals aantrekken. Het invoeren van de nieuwe manier van sourcing is binnen Unilever overigens nog in volle gang. Buningh: “Het is een lange reis en we moeten verder bouwen en implementeren. Zo zouden we graag de human interface tussen de hiring manager, talent advisor en de MSP in het systeem willen inbouwen en het identity management (alle gegevens van flexkrachten) willen integreren met het financiële proces.” Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags ProcureCon, sourcing, Unilever | 1 Reactie
Webmodule-bouwers: pas op met het criterium ‘wezenlijk onderdeel’ Geplaatst 8 oktober 2019 door Boris Emmerig De redactie van Zipconomy heeft mij in de gelegenheid gesteld te reageren op het artikel van de heer Ermers en ik maak graag van die mogelijkheid gebruik. Volgens mij zou het criterium ‘wezenlijk onderdeel’ niet zomaar terug moeten komen in de webmodule. In het Handboek Loonheffingen staat dat als werkzaamheden van een opdrachtnemer een wezenlijk onderdeel zijn van de bedrijfsvoering van zijn opdrachtgever, dit een aanwijzing is voor een gezagsverhouding. Volgens de heer Ermers zal het begrip “wezenlijk onderdeel” ook deel uitmaken van de aangekondigde webmodule. Het is mij niet duidelijk waarop hij dat baseert, maar ik sluit niet uit dat hij gelijk heeft. Het woordje ‘zou’ Volgens de heer Ermers past de “wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering”-regel in het juridisch kader van de Hoge Raad. Hij stelt dat de Hoge Raad deze regel zelf ook toepast als ‘algemene ervaringsregel’. Hij erkent dat de Hoge Raad de regel nimmer heeft gebruikt, maar denkt ook dat de raad “zijn neus er niet voor op zou halen”. Mijn bezwaar richt zich tegen het woordje “zou”. Bij het maken van de webmodule is tenslotte niet van belang wat de Hoge Raad “zou” beslissen. Het enige streven is het huidige recht samen te vatten in een vraag-en-antwoordvorm die iemand zonder juridische achtergrond redelijk snel kan invullen. Dat is al moeilijk genoeg. Bij de invoering van de Beschikking Geen Loonheffing (BGL) is waarschuwden de Raad van State en gezaghebbende fiscalisten als Leo Stevens daar al voor. Het lijkt mij geen goed idee om deze opgave nog complexer te maken door uit te gaan van hypothetische overwegingen van de Hoge Raad. Gouden Kooi-arrest als breuk met het verleden De heer Ermers breekt een lans voor de Centrale Raad van Beroep. Terecht, de Centrale Raad van Beroep verdient respect. Feit is echter dat die sinds 2006 – dus al vijftien jaar- niet meer de hoogste rechter is die bepaalt of er sprake is van een dienstbetrekking voor de sociale verzekeringen. Op zich maakt tijdsverloop jurisprudentie niet minder waardevol, maar hier komt bij dat de Hoge Raad in het Gouden Kooi-arrest niet verwijst naar eerdere jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep. De Hoge Raad verwijst naar zijn eigen eerdere uitspraak, te weten het arrest Thuiszorg Rotterdam. En dat wijst op zijn beurt weer naar het Groen/Schoevers-arrest. Dit is de reden waarom het Gouden Kooi-arrest gezien wordt als trendbreuk met het verleden. Het belang van de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep wordt hierdoor verder gerelativeerd. Dit belang wordt nog verder gerelativeerd doordat de Hoge Raad zich ook na het Gouden Kooi-arrest nimmer heeft bediend van de – veronderstelde – “wezenlijk onderdeel-regel”. Verdeling van de bewijslast De uitspraak die ik in de analyse van heer Ermers mis, is de uitspraak van Hof Amsterdam van 16 september 2010. Daarin staat: “Voorts valt niet goed in te zien – veronderstellenderwijs ervan uitgaande dat die werkzaamheden wél een wezenlijk onderdeel van belanghebbende onderneming vormen – waarom die werkzaamheden alsdan niet zonder een gezagsverhouding zouden kunnen plaatsvinden.” De heer Ermers, waarom denkt u hier anders over? De vraag hoe aannemelijk het is dat een opdrachtgever belangrijke werkzaamheden voor rekening en risico van een ander laat uitvoeren, getuigt van enige scepsis. De vraag doet ook geen recht aan de verdeling van de bewijslast. De Belastingdienst dient namelijk aan te tonen dat er sprake is van een dienstbetrekking. Het is niet de taak van een opdrachtgever om aannemelijk te maken dat géén sprake is van een dienstbetrekking. Vraag de Hoge Raad om raad In mijn ervaring wordt de discussie in de praktijk soms wel op die laatste manier gevoerd. Daarbij blijkt uit antwoorden van de Tweede Kamer over de Wet DBA dat werkzaamheden die een wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering vormen, zeker wel buiten dienstbetrekking kunnen worden uitgevoerd. Opvattingen over wanneer een dienstbetrekking aanwezig is, veranderen met de tijd en worden weergegeven in de jurisprudentie. Bij het maken van de webmodule is het niet raadzaam om aan te sluiten bij oudere jurisprudentie, waarvan het belang inmiddels sterk is gerelativeerd. Alleen maar omdat de kans bestaat dat de Hoge Raad zich alsnog wellicht ooit bij deze jurisprudentie aansluit. Maar ik heb de wijsheid niet in pacht. Ik wil daarom afsluiten met de suggestie dat de makers van de webmodule advies vragen aan het wetenschappelijk bureau van de Hoge Raad. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags handhaving, Juridisch, politiek, Webmodule, wet dba | 1 Reactie