Maandelijkse archieven: september 2019

Inhuur bij Gemeente Rotterdam mist visie en realiteitszin maar blijft ook binnen de perken

De inhuur van externen binnen de gemeente Rotterdam verloopt via een goed ingericht proces en ligt lager dan bij andere gemeenten. Maar het mist ook een visie en ramingen zijn onrealistisch laag. Dat zijn een aantal hoofdconclusies uit een bijna 100 pagina’s tellend rapport van de gemeentelijke Rekenkamer. Het geeft voor de geïnteresseerde lezer een genuanceerd beeld van de stand van zaken rond het inhuren van extern personeel. En exemplarisch voor hoe dat er bij veel andere overheden, maar ook profitbedrijven aan toegaat.

Ambivalente houding

Ik haal er een paar conclusies uit en steeds een korte reactie  (cursief de oorspronkelijke tekst uit het rapport).

Het college toont een ambivalente houding ten opzichte van inhuur. Het inhuurbeleid is vooral gericht op voorkomen van inhuur en de daarbij behorende kosten (‘nee, tenzij…’). Tegelijkertijd streeft het college naar een flexibele organisatie en wordt er actief gebruik gemaakt van inhuur om de met de raad afgesproken prestaties te leveren. Het ontbreekt aan een kader dat voor de langere termijn duidelijk maakt in welke mate en voor welke organisatieonderdelen of taken de inzet van flexibel personeel gewenst is. 

Waarom huren we eigenlijk externen in? Het is een vraag waar maar heel weinig organisaties nu echt een antwoord op weten te geven. Te vaak is inhuur nog ad hoc of door nood gedreven. De ambivalentie is ook herkenbaar. Flexibiliteit en wendbaarheid zijn gewenst, maar inhuur is tegelijkertijd ook een beladen term.

In 2012 schreef Henk Volberda dat ‘Flexibilisering van gemeentelijke organisaties kan bijdragen aan uitmuntende dienstverlening en een groter innovatievermogen.” (zie hier) Maar dat uitgangspunt ook vertalen naar een gerichte inhuurstrategie, zie ik nog weinig terug. Niet bij gemeenten, maar ook niet bij proforganisaties.

Bij overheden is het gebruik maken van inhuur als zelfbewust en positief instrument voor  “betere dienstverlening of groter innovatievermogen” gelijk lastig. Daar maak je in de publieke opinie geen vrienden (meer) mee. In die zin moest ik terugdenken aan Arjan van Gils, die als gemeentesecretaris van Amsterdam in 2014 zijn nek durfde uit te steken door in een interview te stellen dat ‘externe inhuur geen zwaktebod’ is maar ook een prima keuze kan zijn. Laat Van Gils nu net aangetreden zijn als wethouder in Rotterdam.

Streefpercentage onvoldoende onderbouwd

In dat kader zijn ook de opmerkingen omtrent inhuur quota interessant: 

De gehanteerde norm voor de maximale omvang van de inhuurkosten (15% van de arbeidskosten) heeft geen toegevoegde waarde gehad. De normering sluit namelijk niet aan bij de wijze waarop wordt gestuurd op kosten. Sturing vindt plaats op de totale programmakosten en niet apart op inhuurkosten. 

De door de raad gewenste verdere verlaging van inhuur naar een streefpercentage van 10% van de arbeidskosten is onvoldoende onderbouwd. Rotterdam heeft al een relatief lage omvang van de inhuur kosten in vergelijking tot andere gemeenten. Bovendien is de verlaging gebaseerd op het door het rijk gehanteerde streefpercentage voor ministeries. Dit streefpercentage van het rijk is niet zondermeer toepasbaar op de gemeentelijke organisatie.

Het stellen van normen kan natuurlijk zijn nut hebben. Maar het overnemen van streefpercentages van anderen, zonder dat daar een eigen visie op het runnen van een effectieve organisatie aan verbonden is, heeft geen toegevoegde waarde.

Voor het inhuren van externen heeft de gemeente een adequaat proces ingericht. Dit proces wordt in de praktijk voldoende nageleefd.

Mooi complimentje voor het Servicepunt Externe inhuur van de Gemeente Rotterdam, de gecentraliseerde afdeling die alle extern inhuur organiseert.

In de afgelopen jaren is een kleiner deel van de arbeidskosten  besteed  aan externe inhuur dan in andere gemeenten. Deze inhuur heeft voor een groot deel betrekking op uitvoerend werk voor reguliere gemeentelijke taken. De stijging van de kosten volgt hoofdzakelijk uit extra  taken  die de gemeente heeft gekregen, de eerdere (mede door de raad gewenste) formatieve krimp en krapte op de arbeidsmarkt.

Altijd goed om even te benoemen wat de aanjagers zijn van inhuur en dat die factoren hier eerder extern liggen dan intern. Ook hier relevant omdat in de politiek soms wat al te eenvoudig die ‘minder, minder, minder inhuur-kaart’ wordt getrokken.

Onrealistische begroting

Hoewel de besteding relatief lager is dan het gemiddelde van andere gemeenten, zijn sinds 2014 de kosten voor inhuur jaarlijks wel aanzienlijk hoger dan was begroot. Vooral door de, in conclusie 4 genoemde, sturing op de totale programmakosten ontbreekt het aan een prikkel voor managers om het specifieke deel voor inhuurkosten zo goed mogelijk te ramen. Dit leidt tot een begroting voor inhuur waarvan op voorhand al kan worden voorzien dat deze onrealistisch is.

Alhoewel Rotterdam dus minder inhuurt dat andere grotere gemeenten, liggen de daadwerkelijke kosten wel fors hoger dan de raming. Niet erg realistisch noemt de Rekenkamer dat. De bal wordt hier – niet onterecht – bij de inhurende managers gelegd. Mogelijk speelt de politieke gevoeligheid rond inhuur een rol. Maar hier ligt ook een rol voor de adviseurs van dat servicepunt. Een goed georganiseerd inhuurproces is een mooie basis, het  bijbrengen van realiteitszin omtrent personeelskosten (intern en extern) bij de inhurende manager – met gebruikmaking van de juiste data – kan een mooi vervolg zijn.

Voor de liefhebbers is het volledige rapport hier te vinden.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | Laat een reactie achter

Vertijdelijking: een nieuw perspectief op werk en zekerheid (3)

Behalve een manier om te kijken naar werk en werkenden, levert het begrip vertijdelijking ook een nieuw perspectief op de levenscyclus van bedrijven. Vroeger was het geen uitzondering als een bedrijf honderd jaar of meer bestond. Nu kan een startup van enkele maanden oud in het ene jaar voor miljarden worden verkocht en een jaar later niet meer bestaan.

Richard Foster van Yale University onderzocht de gemiddelde levensverwachting van Amerikaanse bedrijven in de S&P 500 index. Volgens een bericht van de BBC is die afgenomen van 67 jaar in de jaren twintig van de vorige eeuw tot slechts 15 jaar in 2012.

In 2001 heeft Pierre een vergelijkbaar onderzoek gedaan naar 250 bedrijven die sinds 1950 genoteerd waren geweest aan de Amsterdamse effectenbeurs. In een artikel voor Management Scope (mei 2001, pp 16-20) kwam hij op een gemiddelde levensduur die de helft langer was dan wat Foster vond voor Amerikaanse bedrijven. Maar anno 2019 bestaan er van de tien die toen het langst leefden nog slechts zeven, waarvan twee alleen als investeringsfonds. De enige nog zelfstandige onderneming uit het rijtje die nog zijn oorspronkelijke kernactiviteit heeft behouden is bierbrouwer Heineken.

Een cyclus van komen en gaan

Tadek Solarz van CMG Nederland stelt in een artikel op Marketing Facts dat de opkomst en ondergang van bedrijven onderdeel is van een cyclus. Waarom moet een bedrijf eigenlijk overleven? Levensverlenging betekent zekerheid voor alles en iedereen die ervan afhankelijk is, maar heeft vaak niets van doen met de oorspronkelijke reden van bestaan. ‘We zouden er waarschijnlijk bij gebaat zijn wanneer bedrijven waar nog levenskracht in zit, sneller de handdoek in de ring zouden gooien om op te gaan in andere, nieuwe initiatieven.’

Een fraai voorbeeld van zo’n geslaagde aanpassing aan veranderende omstandigheden is het Amerikaanse familiebedrijf Birket. Columbia Journalism Review beschrijft hoe de vorige generatie in de jaren tachtig drukpersen bij krantenbedrijven installeerde en onderhield. Nu er steeds minder kranten worden gedrukt en er steeds meer online wordt gelezen, legt de huidige generatie legt zich juist toe op het ontmantelen van diezelfde persen.

Human Resource Management

De uitdaging is hoe je ervoor zorgt dat mensen die in zulke ‘tijdelijke’ organisaties werken, daar toch plezier in hebben en houden. De HR-functie kan daar een belangrijke rol in spelen. In het vak wordt dat ook herkend en opgepakt. Begin jaren 2000 was er binnen de opleiding Human Resource Management veel aandacht voor competentiegericht trainen en competentiegericht ontwikkelen. Dat gebeurde vanuit het patroon van: ‘We hebben hier een functie, die past in dit functiehuis, als je nou maar zus en zo doet als werknemer dan komt het helemaal goed met je.’ Zo waren de silo’s nu eenmaal gebouwd. Daarbinnen werd voor de werkende eigenlijk alles bepaald.

Tegenwoordig wordt binnen HR-cycli veel meer het individu centraal gesteld: wat doe je, waar ben je goed in, wat voeg je toe, en ook: wat past er juist niet bij je? Continue feedback neemt de plaats in van functionerings- en beoordelingsgesprekken.

Seats2Meet, dat werk- en ontmoetingsplekken voor freelancers en ondernemers faciliteert in ruil voor sociaal kapitaal, heeft zijn HR helemaal ingesteld op vertijdelijking. Mensen krijgen er geen vaste baan aangeboden maar krijgen de kans zich te ontwikkelen door verschillende rollen te vervullen, in het bewustzijn dat elk daarvan tijdelijk is. Vanuit het Work & Learn concept bindt S2M young professionals aan zich én laat het die weer los. 

‘Wie het Work & Learn programma volgt, zit in een rollercoaster van ontwikkeling. Je probeert, je traint, je werkt samen en je komt jezelf tegen. Hierdoor groei je niet alleen als young professional maar ook als individu. Voor iedere medewerker is de invulling van het programma weer anders. De basis bestaat uit gezamenlijke trainingen om de dagelijkse werkzaamheden zo goed mogelijk te doen en als team goed samen te werken. Daarnaast heeft iedereen binnen het programma de kans op zoek te gaan naar mogelijkheden om zichzelf te ontwikkelen. Dat kan door trainingen te volgen die je persoonlijk verrijken. Maar ook door binnen het team verantwoordelijkheid te pakken voor bepaalde werkzaamheden en rollen.’

Situationeel handelen

Ook opleidingscentrum De Baak realiseert zich dat de wereld van werk toe gaat naar ‘flexibel’ en ‘tijdelijk’. Met zijn cursusaanbod speelt het daarop in. Werkenden moeten kunnen schakelen tussen meerdere rollen en meerdere functies tegelijk, zonder zichzelf te verliezen. Wat aanpassingsvermogen betreft, gaat er meer en meer van ons worden gevraagd. Er zijn fundamentele veranderingen aan de gang in hoe we werken en zullen (samen-)werken in de toekomst. Werkenden moeten zich voorbereiden op carrières in meerdere fases en langs meerdere sporen, en niet langer denken in functies en banen maar in hun eigen inzetbaarheid en aanpassingsvermogen.

Om onze inzetbaarheid in flexibele organisaties te garanderen en toch bij onszelf te blijven, is volgens De Baak ‘situationeel handelen’ cruciaal. Hetzelfde probleem vraagt in de ene situatie om een andere oplossing dan in een andere. De kunst is om open te blijven staan voor verschillende mogelijkheden en meningen, zodat je steeds de beste oplossing vindt voor de situatie waarin het probleem zich voordoet. Toch worden we maar al te vaak een bepaalde zienswijze in gezogen. Alsof er maar één waarheid en één juiste oplossing is. Het sleutelwoord voor situationeel handelen is ‘open’, in de zin van onbevooroordeeld, onbevangen, onbevreesd en open staan voor alternatieven.

Een (tijdelijke) conclusie

Leidt dit alles ook nog tot een conclusie? Om in stijl te eindigen: een tijdelijke, misschien. En die luidt dan dat we mogelijkerwijs via het relativerende begrip ‘vertijdelijking’ de overstap kunnen maken van ‘vast en flex’ als iets engs en verlammends naar het bevrijdende, naar de nieuwe mogelijkheden die vertijdelijking geeft.

Hoe gaan wij hiermee verder? Net als aan het eind van de vorige twee afleveringen proberen we u ook nu weer met een vraag tot een reactie te prikkelen. Wij hopen dat u daarop in wilt gaan, zodat we ons voordeel kunnen doen met uw inbreng en met dit verhaal een volgende slag kunnen maken.

Wat denkt u: wat Seats2Meet doet met Work & Learn en De Baak met situationeel handelen, zijn dat zinvolle manieren om binnen arbeidsorganisaties om te gaan met vertijdelijking? Of is dat maar gerommel in de marge, en moet het helemaal anders? 

De vorige twee afleveringen in deze serie gingen over inhoud en betekenis van het begrip ‘vertijdelijking’ en over de gevolgen die vertijdelijking heeft voor werkenden. Een integrale versie vindt u op de website van Pierre Spaninks.

 

Pierre Spaninks en Anne Meint Bouma
Geplaatst in Toekomst van Werk, ZP en Ondernemen | Tags , , | 2s Reacties

Ruim driekwart zp’ers ontevreden over eigen vrije tijd

Een op de tien zelfstandige professionals in het Verenigd Koninkrijk nam vorig jaar geen enkele dag vakantie, en een op de zeven gunde zichzelf minder dan vijf vrije dagen. Dat is een van de uitkomsten uit een onderzoek naar Freelancers en Vrije Tijd dat de Britse Association of Independant Professionals and the Self-Employed (IPSE) deze zomer uitvoerde onder een groot aantal freelancers.

Het onderzoek laat vooral zien dat het beeld heel gevarieerd is, want aan het andere uiteinde van de schaal is ook een groep freelancers die zichzelf ruim beloont met vakantiedagen: 13 Procent nam vorig jaar 40 of meer vakantiedagen. Verder toonde het onderzoek onder meer aan dat zelfstandigen moeilijk loskomen van hun werk: vier op de vijf zp’ers is tijdens de vakantiedagen op de een of andere manier met werk bezig.

Bang voor tekort aan opdrachten

Al met al bleek slechts 16 procent van alle zp’ers tevreden met hun jaarlijkse aantal vakantiedagen. 78 Procent zou meer vrije dagen willen opnemen. De onderzoekers vroegen ook welke redenen de zelfstandigen zelf aangaven voor het tekort aan vrije dagen dat ze opnamen. 62 Procent gaf aan hun klanten niet te willen teleurstellen. Zes op de tien deelnemers aan het onderzoek gaf aan bang te zijn voor een tekort aan opdrachten in de toekomst. 57 Procent noemde als reden om geen vakantie op te nemen dat ze geen inkomsten willen verliezen door een werkdag op te geven voor een vrije dag.

Bij deze financiële afwegingen speelt uiteraard de ‘dubbele financiële druk’ mee die zelfstandigen voelen als ze op vakantie gaan, zo melden de onderzoekers: ze lopen inkomsten mis als ze niet werken én ze moeten extra geld vrijmaken voor de vakantie(reis). Slechts twee op de vijf zelfstandigen treffen financiële voorbereidingen voor de vakantie, bijvoorbeeld door van tevoren extra uren te maken of door bewust geld voor de vakantie opzij te zetten.

Betere prestaties

IPSE raadt overheid en opdrachtgevers aan om actief bij te dragen aan een klimaat waarin zelfstandigen makkelijker vrij nemen. Uiteindelijk vergroot dit ook hun prestaties, meldt IPSE. Zelfstandigen ondersteunen die stelling: 63 Procent van de deelnemers aan het IPSE-onderzoek geeft aan dat een vakantie een positieve invloed heeft op hun productiviteit, hun energie en creativiteit tijdens het werk en hun zelfvertrouwen als professional.

Bekijk het gehele onderzoek ‘Taking time off as a freelancer’ van IPSE

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , | Laat een reactie achter

Het algoritme als zaakwaarnemer voor de zp’er

In een recent artikel in Harvard Business Review over de zaken waar mensen de grootste moeite mee hebben als ze aangestuurd worden door een algoritme, kwam weer een interessant fenomeen naar voren. In het Engels heet dit ‘gaming the system’: begrijpen hoe het systeem werkt en daarop inspelen. Bijvoorbeeld door massaal met een groep Uber-chauffeurs op dezelfde plek tegelijk uit te loggen op een gemiddeld moment qua drukte. Hierdoor is de vraag in een bepaalde regio ineens veel hoger dan het aanbod, dus gaat de prijs van een rit omhoog en verdienen de chauffeurs voor die rit meer. ‘Surge pricing’ noemt Uber dit.

Technisch gezien is hier niets illegaals aan en ik heb er persoonlijk ook geen problemen mee. Eigenlijk is het een vorm van collectieve onderhandelingstactiek, waarbij de onderhandelingen bij Uber door een algoritme worden gevoerd dat niet slim genoeg is om deze tactiek goed te counteren. Niks mis mee.

Het nadeel van deze acties is dat er coördinatie nodig is, waarbij Whatsapp een belangrijke rol speelt vermoed ik, en mensen het initiatief nemen. Het kan niet voor elke rit gedaan worden en als er een patroon ontstaat, herkent het algoritme dat en past het zich waarschijnlijk aan.

Zaakwaarnemer van de gig worker

Mijn voorkeur zou het hebben om met gelijke middelen te strijden in de gig economy. We hebben algoritmes die de aansturing overnemen, waarom niet ook algoritmes die als zaakwaarnemer optreden namens de gig worker? Het inmiddels ter ziele gegane Dispatcher heeft zoiets jaren geleden gedaan voor chauffeurs. Dispatcher wist wat je voor voertuig had, een auto, een busje, een fiets, een bakfiets, noem het maar op. Dispatcher kende jouw exacte locatie en wist dus welk gig platform je de hoogste opbrengst per uur aanbood. Autobezitters kregen niet alleen Uber en Lyft suggesties, maar in de lunch bijvoorbeeld ook Deliveroo leveringen als die betere prijzen boden. Uiteraard moest je wel bij al deze platformen aangesloten zijn en had je de keuze om wel of niet te switchen.

Hetzelfde zou kunnen werken voor klussers, die op die manier klusplatformen kunnen afstruinen naar de klussen die hen het beste passen en het minste reistijd kosten. Een algoritme dat simpelweg een selectie maakt van de beste klussen waarop de klusser kan reageren in plaats van dat deze zelfstandig meerdere platformen zou moeten afstruinen. Suggesties met de best passende klussen zodat de acquisitietijd sterk afneemt en een klusser meer kan klussen.

Opdrachtgevers tegen elkaar uitspelen

Dus in plaats van sporadisch een zwakke plek te gebruiken in een algoritme gewoon de verschillende platformen tegen elkaar afzetten. Stel als zelfstandige de vraag ‘Wie biedt het meest voor mijn inzet’ en speel daar meteen op in. De platformen kiezen voor het zelfstandigen-model en zijn dus verplicht je de kans te geven om bij de concurrent te werken. Vanuit die positie kan je dus opdrachtgevers tegen elkaar uitspelen om van jouw diensten gebruik te (mogen) maken. Maar zonder een algoritme om je daarbij te helpen kost het te veel tijd om dat elke keer uit te zoeken. Dus: wie pakt de handschoen op?

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , | Laat een reactie achter

Zorgsector lost verzuim en verloop op met meer flexibele inhuur. Zzp-kosten in de zorg hoger dan ooit.

De inzet van ingehuurd personeel nam toe van 6,6 procent naar 7,1 procent, het hoogste niveau ooit. Dat blijkt uit de EY Barometer Nederlandse Gezondheidszorg 2019. Daarin nam het accountantsbureau alle jaarverslagen van grote zorginstellingen onder de loep.

Ook zorgpersoneel veroudert

“De vergrijzing heeft dubbele impact in de Nederlandse zorgsector”, vertelt zorgsector-specialist Rob Leensen van EY. “Enerzijds ontstaat er meer vraag naar zorg en anderzijds daalt het aanbod van beschikbaar arbeidspotentieel.”

De winst van de zorgsector zakte in 2018 naar 1,6 procent. Verzuim en verloop zijn de grootste oorzaken, legt Leensen uit. Het verzuim neemt toe van 5,7 procent naar 5,9 procent en het verloop groeit van 14,2 procent naar 15,7 procent.

Vicieuze cirkel

Het personeelstekort blijft toenemen, waarschuwen de onderzoekers. Het leidt namelijk tot hoge werkdruk, waardoor meer mensen overspannen raken, thuisblijven of een andere baan zoeken.

Door dit hoge verzuim moeten zorginstellingen vaker een beroep doen op extern personeel, zoals uitzendkrachten of zzp’ers. En de kosten van externe krachten hoger zijn dan de prijs van vast personeel, schrijft EY. De totale uitgaven aan ‘personeel niet in loondienst’ (PNIL) bedroegen in 2018 zo’n 2,6 miljard euro, een groei van 75 procent ten opzichte van 2014. Toen waren de kosten voor externe inhuur 1,5 miljard euro. 

Zzp is niet per se duurder

Dat een ingehuurde kracht (vaak zzp’er, deze groep stijgt fors de afgelopen jaren) duurder is dan een werknemer, dat klopt niet helemaal. SoloPartners, de branchevereniging voor zzp’ers in de zorg, berekent dat een zzp’er op basis van kosten per uur niet duurder is dan een medewerker met een dienstverband. “Wel brengt bijvoorbeeld het torenhoge verzuim in de zorg extra kosten met zich mee”, schrijft de branche.

Niet alleen de zzp’er moet betaald worden, maar ook de zieke medewerker krijgt doorbetaald. Dat de kosten stijgen komt volgens SoloPartners dus niet door het uurtarief van de zzp’er, maar vooral door de groei van verzuim in de zorginstelling.



Minder verloop in privéklinieken en academisch ziekenhuizen

Er zijn grote verschillen per provincie. In de Randstad hebben zorginstellingen de grootste percentages flexibel personeel. In Utrecht gaat gemiddeld 9,5 procent van alle personeelskosten naar externe arbeid. In Overijssel is het slechts 5,3 procent.

Verder schilt de situatie per type instelling. Personeelsverloop en inzet van extern personeel in academische ziekenhuizen en privéklinieken is een stuk lager dan in de geestelijke gezondheidszorg, ouderzorg en gehandicaptenzorg.

Meer budget en meer aanacht voor personeel

Als dit zo doorgaat, moeten deze zorginstellingen hun tarieven verhogen, vrezen de onderzoekers. Leensen legt uit dat de instellingen door de hoge personeelskosten geen geld overhouden om te innoveren. “En juist innovatie is van groot belang om de zorgverlening efficiënter te maken. Wij roepen de overheid daarom op om grotere budgetten beschikbaar te stellen voor innovatie in de zorg.”

Daarnaast moeten de instellingen zelf aan de slag, staat in het rapport. Zij moeten manieren vinden om personeel gemotiveerd te houden, bijvoorbeeld met talentmanagement, opvolgingsplanning en meer waardering.

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , , , , | 3s Reacties

Nétive Openingsfestival: Bekroning van snelle groei in dynamische markt

Op het moment dat het Chris Neddermeijer, Patrick Tiessen en Leon Vet  – samen Nétive – het bedrijf in 2003 oprichtten, hadden zij welgeteld twee opdrachtgevers. Dat zijn er nu ruim 200. Sinds deze zomer werken er bij de onafhankelijke Nederlandse VMS-aanbieder een kleine vijftig collega’s vanuit het gloednieuwe kantoor in Rijswijk.

Slim inspelen op schaarste

De inhuurmarkt is in de loop der jaren steeds verder geprofessionaliseerd en Nétive is in haar dienstverlening meegegroeid in die ontwikkeling. Tiessen heeft de markt en daarmee de Vendor Management systemen in de afgelopen jaren zien veranderen. “In de begintijd waren de systemen vooral gericht op kostenbesparing. Dat was toen voor organisaties het belangrijkste thema bij inhuur. De afgelopen jaren is compliance daarbij gekomen, denk aan de AVG en wetgeving rondom flex die steeds ingewikkelder worden. Nu is de uitdaging om goede medewerkers te vinden heel actueel. “Ook daar spelen wij met ons VMS-dienstverlening op in. Zo kun je gebruik maken van kunstmatige intelligentie om het systeem te laten adviseren hoe je kandidaten het beste kunt bereiken. Heb je een IT’er nodig, dan geeft de computer op basis van bestaande data de beste opties voor dat profiel in een bepaalde regio.”

Nétive doet dat bijvoorbeeld door zogenoemde prescriptive (voorschrijvende) analytics in te bouwen in een VMS. Deze slimme toepassingen helpen organisaties in de strijd om het schaarse talent binnen te halen.

Lees ook: prescriptive analytics maakt VMS nog slimmer.

Tiessen staat zelf ook versteld van de stand van de techniek die zulke geavanceerde VMS-systemen mogelijk maakt. “Ik had 16 jaar geleden nooit gedacht dat wij nu dit kunnen aanbieden en blijkbaar is ook nog niet iedereen in de markt op de hoogte van de mogelijkheden. Wij houden regelmatig sessies in het land en bij veel mensen zie je dan de ogen opengaan. Die zijn vaak verbaasd dat dit allemaal mogelijk is.”

Over de reden van de verhuizing zegt Patrick Tiessen: “Wij zijn toe aan een nieuwe stap. Onze klanten en medewerkers zijn het belangrijkst voor ons. Het behouden van onze mensen voor de organisatie heeft prioriteit. Wij willen hen een nieuwe, inspirerende, en prettige werkomgeving bieden en dat doen we hier in dit prachtige pand aan de Patrijsweg in Rijswijk.”

Het is overigens niet voor het eerst dat het bedrijf uit zijn jasje is gegroeid. “We zijn inmiddels al zeven keer verhuisd”, vertelt Tiessen. Die stapsgewijze groei past bij de onafhankelijke Nederlandse VMS-aanbieder, die altijd weloverwogen investeringen heeft gedaan. “Het bijzondere is dat wij de groei altijd met eigen middelen hebben gefinancierd. Dat geeft ons als ondernemers veel vrijheid”, zegt Tiessen. Daardoor kan Nétive snel inspelen op veranderingen in de markt. “Wij hebben ook dit jaar een kantoor in Londen geopend, omdat wij verwachten dat door de onzekerheid die de Brexit veroorzaakt de inhuurmarkt daar flink zal groeien.”

Openingsfestival

Reden voor Nétive om (potentiële) klanten en relaties uit te nodigen om op 26 september a.s. naar het Openingsfestival te komen. Het nieuwe pand wordt dan feestelijk geopend en er zijn de hele dag door interessante sessies over de nieuwste VMS-ontwikkelingen en is er ruimte voor plezier en verbinding. Het bijzondere is dat deze sessies worden gegeven door de eigen medewerkers van Nétive, die natuurlijk alle ins and outs kennen. Daarnaast is er uiteraard volop gelegenheid voor gezellig netwerken. Nétive heet iedereen van harte welkom.

Bekijk het programma van het Openingsfestival en meld u aan.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | Laat een reactie achter