Van Gils, Gemeentesecretaris Amsterdam: ‘Externe inhuur is geen zwaktebod’.

Gemeenten liggen onder vuur vanwege het inhuren van externen. Tijd voor een genuanceerd beeld en een visie op organiseren.

logo-amsterdam1Gemeenten liggen onder vuur vanwege het inhuren van externen. Meest recentelijk nog vanwege het inhuren van advies voor in het kader de door het kabinet ingezette decentralisaties. Arjan van Gils, gemeentesecretaris van Amsterdam – als grootste gemeente ook een grote inhuurder, reageert op die kritiek in een interview in Binnenlands Bestuur.

Van Gils stelt dat het inhuren van mensen noodzakelijk is om een dergelijke grote en complexe operatie als de decentralisatie mogelijk te maken.  “Het hoort bij bijzondere gevallen. Tijdelijke experts voor tijdelijke klussen. Wij, grote steden, leunen niet op externen. Zij komen ons helpen. Externe inhuur is geen zwaktebod. Het is logisch experts naar je toe te halen voor zaken die je niet eerder deed, zodat je het goed doet, bijvoorbeeld met de decentralisaties. Je moet ze natuurlijk wel strategisch inzetten.”

Amsterdam besteedde in 2013 en 2014 3,6 miljoen euro aan inhuur. Dergelijke absolute bedragen zeggen Van Gils niets. Binnen de gemeente Amsterdam zijn ook geen maximum bedragen afgesproken. “We hebben in het protocol argumenten en afwegingscriteria gemaakt. Is het werk naar zijn aard tijdelijk? Is het een bijzonder expertise? Je hebt bij pieken een flexibele schil nodig bij gladheidbestrijding of evenementen. Tegelijkertijd willen we niet dat het bestaande personeel de deur uitwandelt: mensen in verbinding met de Amsterdammers, die aanspreekbaar zijn en bepaalde kennis hebben.”

Visie op organiseren, visie op inhuur

Het is goed dat een topambtenaar zich zo uitlaat over deze thematiek. Vaak blijft het muisstil als er weer een storm van verontwaardiging opsteekt over inhuur cijfers. Verontwaardiging waarin vaak de nuance ver te zoeken is. Ongebreideld en vooral ondoordacht inhuren is natuurlijk verre van een goede zaak. Dat je als overheid niet afhankelijk moet zijn van externen, dat maakt de tumult rond de ICT bedrijven deze week ook wel duidelijk. Maar dat wil nog niet per se zeggen dat je zo min mogelijk moet inhuren. Misschien moet je juist veel meer inhuren, mogelijk werkt dat veel effectiever?

Het zal per situatie en zelf gemeente verschillen. Feit is dat er nog al wat taken op gemeenten afkomen en dat in combinatie met bezuinigingen en een sterk vergrijzend ambtenarenkorps, met nauwelijks instroom van nieuw personeel is. Dat dat een gevaarlijke mix is heeft Joop Vorst al eens treffend beschreven in zijn artikel “Wie staat er straks nog overeind?”

Een paar jaar geleden wees Prof Henk Volberda als op de noodzaak tot een flexibele organisatie. Vooral ook vanwege het toenemend aantal taken waar gemeente voor staan. Dat “en de interactie met een steeds complexere omgeving vragen om een herijking van de wijze waarop gemeenten invulling geven aan de inrichting van hun organisatie. Vooral de flexibiliteit is hierbij een interessante factor: hoe flexibel zijn gemeenten en in welke mate passen zij zich aan de omgeving aan”, zo schreef hij (zie artikel “Flexibilisering van gemeenten loont. Nu nog vertalen naar een inhuurstrategie). Deze gedachtegang van Volberda is een mooi uitgangspunt om keuzes te maken over de strategie met betrekking een tot de inhuur externen. Flexibiliteit valt om verschillende manieren te organiseren. Inhuur kan daar een uitstekende plek in hebben. Zolang je maar weet waarom.

Hugo-Jan Ruts is 'editor-in-chief' en uitgever van ZiPconomy. Bekijk alle berichten van Hugo-Jan Ruts

7 reacties op dit bericht

  1. De problematiek is helder en ik begrijp Volberda ook wel. Ik begrijp alleen niet waarom er dan niet meer geld in het om- en bijscholen van bestaande ambtenaren werd en wordt gestoken of waarom er dan b.v. niet wordt gekeken naar het aantal verschillende managementlagen en aantal verschillende loketten. Als je goed in kaart brengt wat mensen wel kunnen en wat ze vaak b.v. in hun vrije tijd doen, blijk je vaak veel meer kennis in huis te hebben dan je denkt.

    Tot slot, er is voor een mens niets zo frustrerend als zien dat er te veel dure externe experts worden ingehuurd terwijl de kennis vaak wel gewoon of voor een gedeelte in-house aanwezig is.

    Vg
    Tony de Bree
    Auteur ‘Dinosaurier of krokodil’.
    Twitter: @tonydebree

  2. Mooi sober en to-the-point artikeltje.
    Goed om de werkelijkheid weer eens duidelijk te maken.

    Het artikeltje zegt het al “Verontwaardiging waarin vaak de nuance ver te zoeken is.”.
    Niet alleen dat, ook kloppen de argumenten vaker niet dan wel.

    Sinds de overheid twee decennia geleden begon aan de diverse afslankings-, rationaliserings, terugtredings- en verzelfstandigings-operaties heeft men vele lessen geleerd en soms ook niet. De rapporten liggen er.

    Er is altijd kritiek geweest, maar uiteindelijk komt het neer op ‘behoort het tot onze kernprocessen? Zo niet, kan een ander het beter en/of goedkoper en zo ja, maken wij ons dan onomkeerbaar afhankelijk?’.
    Regievoering en Opdrachtgeverschap zijn daarbij altijd essentieel geweest.
    Dat kon en kan altijd beter, want wordt niet zelden mede beïnvloed door politieke argumenten.

    Dat men de voor de te behouden kernprocessen tevens voldoende menscapaciteit moet behouden is vanzelfsprekend, maar staat volstrekt los van flexibilisering/inhuur en van Grote Projecten.

    Op basis van langjarige ervaring durf ik de stelling aan dat een ‘strategie met betrekking tot externen-inhuur’ onwenselijk is.
    De behoeftestelling dient op operationeel te liggen. Alles wat op tactisch/strategisch niveau wordt geregeld – meerjaren-uitbestedingen, inkoopmantelcontracten, etc. – is per definitie overhead en leidt in de praktijk vaak tot een ineffectieve en inefficiënte organisatie. Stroperige werkprocessen, achterblijvende kwaliteit en budgetoverschrijdingen als consequentie ‘noodzaken’ dan tot optuigen van allerlei controlemechanismen.

    Externe inhuur kan verstandig zijn.
    Zolang je maar rationele argumenten gebruikt.

  3. Even overnieuw…

    @Hugo-Jan, sure.

    Wat je ook kunt doen is kijken of je nog wel de goede dingen doet als afdeling en organisatie. Je kunt ook permanent een aantal interne mensen samen met een buddy opdrachten geven naast je staande organisatie in flying-squads. In veel organisaties stapt men af van het organiseren in afdelingen en gaat men ervan uit dat eigenlijk alles rond het werk wordt georganiseerd en niet meer rond de manager.

    En dat je ook als je b.v. dossiers afhandelt mensen b.v. in wisselende teams zet, laat rouleren en tegelijkertijd ook permanent om- en bijschoolt met e-learning en zelfstudie b.v.

    Vg
    Tony

  4. Het is goed dat zoals Arjan van Gils dat doet erop wijst, een functie van externen is om te helpen wanneer organisaties niet of niet voldoende kennis in huis hebben voor het aanpakken van bepaalde vraagstukken. Maar waaraan voorbij wordt gegaan is de flexibilisering van arbeidsrelaties. Dat is bepaald iets meer dan even iemand vragen om te komen helpen bij een tijdelijk probleem, zoals nu bij de decentralisaties. Flexibilisering van arbeidsrelaties is sociaal cultureel fenomeen, dat samenhangt met de individualisering en de behoefte om eigen keuzes te maken. Binnen gemeenten is juist het tegenovergestelde te zien van de maatschappelijke ontwikkeling van de flexibilisering van arbeidsrelaties. Onze overheden hebben op dit vlak een “blinde vlek”. Onze minister van Sociale Zaken Lodewijk Asscher wordt in het NRC van 2 oktober 2014 in dat kader treffend citeert met “ Het vaste contract is nog altijd de norm in Nederland, ik zou dat graag zo houden.” Den Haag een andere planeet?