Vertijdelijking: een nieuw perspectief op werk en zekerheid (1)

De discussie over werk en zekerheid wordt vooral gevoerd in termen van ‘vast’ en ‘flex’. Tot een oplossing lijkt dat niet te leiden: eerder is er sprake van een patstelling. Anne Meint Bouma van Brainnet en ZZP-expert Pierre Spaninks verkennen een ander perspectief, waarin het begrip ‘vertijdelijking’ centraal staat. Kan dat de dynamiek terugbrengen in wat statisch leek, en vanonder de antwoorden die voorbijgaan de vragen naar boven halen die blijven? In dit eerste van vier korte essays nodigen zij u uit om mee te denken.

Vanuit onze verschillende rollen volgen wij de discussie over werk en zekerheid. Af en toe dragen wij daar zelf ook een steentje aan bij. Dan vallen al gauw woorden als ‘vast’, ‘flex’ en ‘zzp’. Maar steeds vaker merken wij dat die termen hun zeggingskracht aan het verliezen zijn. Al was het maar omdat mensen steeds vaker nu eens in de ene relatie tot de arbeidsmarkt staan en dan weer in de andere, of zelfs in meerdere soorten relaties tegelijk.

Als we kansen willen creëren voor mensen om zich te ontwikkelen en te ontplooien, als we op zoek willen naar nieuwe arbeidsmarktarrangementen om dat te ondersteunen, als we vorm willen geven aan werk en zekerheid voor de toekomst – dan moeten we af van al vooraf in beton gegoten standpunten en op zoek naar nieuwe concepten. Maar waar halen we die vandaan?

Cruciaal thema voor organisaties

Sinds enige tijd duikt in dit verband af en toe het begrip ‘vertijdelijking’ op. Volgens Jaap Schaveling is ‘vertijdelijking’ op dit moment zelfs een van de meest cruciale thema’s voor organisaties. ‘Mensen zijn zich daar niet altijd van bewust’, zegt Schaveling op ZiPconomy. ‘Steeds meer managers – niet alleen interim-managers – zitten tijdelijk op hun stoel, om na een paar jaar weer te vertrekken naar een nieuwe tijdelijke aanstelling. De vraag is wat het effect daarvan is. Heeft het consequenties voor het gevoel van veiligheid binnen een organisatie? Iemand die ergens tijdelijk werkt, handelt anders en heeft andere effecten dan iemand die daar voor onbepaalde tijd zit.’

Wij vroegen ons af of dat begrip ‘vertijdelijking’ misschien diensten zou kunnen zijn bewijzen, en begonnen met de vraag wat het eigenlijk betekent. In zijn platste variant is het niet meer dan een ander woord voor ‘flexibilisering’, eerst van werkzaamheden en vervolgens ook van de manier waarop we arbeidsrelaties formaliseren. Dat is hoe Jaap Schaveling het gebruikt in zijn onderzoek naar systemisch leiderschap. Voor de gedachtenvorming schiet dat niet echt op. Maar als je er even over doordenkt, blijkt het wel degelijk nieuwe perspectieven te openen.

We zijn niet op zoek naar de zoveelste verklaring voor flexibilisering, voor de toename van het aantal tijdelijke contracten of voor de aantrekkingskracht van werken als zelfstandige.  Daar hebben anderen op andere plekken genoeg interessants over gezegd. Waar we wel naar op zoek zijn, is een nieuwe blik op die dingen – vanuit een ander perspectief, en breder. Die speurtocht heeft ons een aantal observaties en gedachten opgeleverd.

De kracht van het begrip

Onze observaties zijn verspreid, onze gedachten onaf – maar door de bril van ‘vertijdelijking’ menen we er orde in te kunnen ontwaren, ze met elkaar verband te kunnen brengen, ze beter te kunnen begrijpen. Dat willen we hier graag met u delen. Niet als een verhaal dat is afgerond (want dat is het niet) en dat zelf ook weer dichtgetimmerd zit (want dat willen we nou juist vermijden), maar in de voorlopige en zelf ook weer tijdelijke vorm van de notities die hier volgen. Denkt u een eindje met ons mee? 

Voor ons zit de kracht van het begrip ‘vertijdelijking’ hem hierin, dat het in wat schijnbaar stil stond de beweging zichtbaar maakt en dat het wat op zichzelf leek te staan in een context plaatst. Denk aan de relatie van verschijnselen met de omstandigheden waarin zij zich voordoen, hun relatie met eerdere tijden waarin zij zich nog helemaal niet voordeden of alleen in een andere vorm, en hun relatie met de toekomst. Daarin kunnen zij een andere gedaante aannemen, andere effecten hebben, en anders gewaardeerd worden.

Het begrip ‘vertijdelijking’ brengt de dynamiek terug in wat statisch leek. Het herinnert ons eraan dat we keuzes hebben in wat ons aanvankelijk voorkwam als vaststaand feit, als onvermijdelijkheid. Door tijdelijke verschijningsvormen heen – van werk, van sociale zekerheden – brengt ons terug naar de kern, die veel meer te maken heeft met hoe het leven zich aan ons voordoet en met wat wij daarmee willen. Zo haalt ‘vertijdelijking’ de vragen boven die blijven, onder de antwoorden vandaan die voorbijgaan.

Zin en nut

Naar werk en zekerheid kijken door de bril van vertijdelijking, heeft zin en nut in meerdere contexten en op meerdere niveaus. Voor het individu helpt het om dromen, ambities en eisen rond leven en werk in perspectief te zien. Wat gisteren was hoeft vandaag niet te zijn, en jezelf blijven ontwikkelen is altijd beter dan stil blijven staan.

  • Voor arbeidsorganisaties helpt ‘vertijdelijking’ om de inhoud van werk en de vorm waarin we die gieten, niet te zien als de enig juiste oplossing maar als een van de mogelijke antwoorden op uitdagingen die zich voordoen in een specifieke context.
  • Voor wetenschappelijk onderzoek helpt ‘vertijdelijking’ om niet alleen vast te stellen welke feiten zich nu en hier voordoen maar om ook een vergelijking te maken met hoe dat vroeger was, hoe dat is op andere plekken of bij andere groepen, en welke ontwikkelingen zich daarin voordoen.
  • Voor politiek en beleid helpt ‘vertijdelijking’ om het betrekkelijke in te zien van het streven om allerlei ontwikkelingen te beheersen. Soms zijn die ontwikkelingen gewoon te groot of te hardnekkig voor het instrumentarium dat we tot onze beschikking hebben. En vaak gaan ze sneller dan we met onze besluitvorming en implementatie kunnen bijbenen.

Als we ons eenmaal van ‘vertijdelijking’ bewust zijn, zien we het overal en gaan we ons erover verbazen hoe vaak iets wat een stabiele toestand lijkt (‘het is’) slechts een moment blijkt te zijn in een ontwikkeling (‘het was’, ‘het wordt’). Ook al zien we steeds maar één beeldje tegelijk, het is wel een film. 

Vertijdelijking en wat blijft

Met de uitbouw van de verzorgingsstaat, zijn we gewend geraakt aan ‘vaste’ banen, ‘vaste’ contracten en ‘vaste’ pensioenen. Maar van wat meer afstand gezien, zou die periode van de jaren vijftig tot de jaren negentig van de vorige eeuw wel eens eerder een uitzondering zijn geweest, dan de normale toestand. Voor wie in die historische anomalie is opgegroeid en van de vele voordelen ervan heeft mogen profiteren, kan die gedachte een bron van veel onzekerheid zijn.

Tot nu toe hebben veel auteurs ‘vertijdelijking’ als iets negatiefs gezien. We noemden al Jaap Schaveling. In zijn bijdrage aan het themanummer ‘Tijdelijk’ van M&C Quarterly toont Harry Starren zich bevreesd voor een toenemende ongelijkheid tussen degenen die er wel mee kunnen omgaan en degenen die dat niet is gegeven. Hij heeft het zelfs over ‘leed’ dat die eerste groep wordt aangedaan en waar de samenleving hen mee in de steek laat. In hetzelfde nummer reageert Paul Wouters op die gedachte reageert, waarbij hij weinig doet om ons gerust te stellen. Hij spreekt van de tijd die ‘alsmaar dikker’ wordt en sneller gaat. Zelf denkt hij nog aan ‘de goede kant’ te zitten, maar hij vreest het moment dat ook hij struikelt en niet meer mee kan komen.

Toch denken wij dat de angst voor ‘vertijdelijking’ voor een belangrijk deel koudwatervrees is. Met verandering an sich is niets mis. Zeker voor mensen die ook nog andere ankerpunten hebben dan hun baan en hun pensioen. Veel van wat gisteren was, hoeft morgen niet te zijn. Laten we vooral het onderscheid niet uit het oog verliezen tussen wat blijft (onze waarde als mens en de waarde van ons werk) en wat niet anders kan dan aan verandering onderhevig zijn (zoals een baan die voor langere of kortere tijd hebben). Verandering beleven, daarin je balans verliezen en die weer terugvinden – daar is nog nooit iemand slechter van geworden, sterker nog: dat gunnen we iedereen.

Leiderschap

Het getuigt van meer leiderschap om mensen te wijzen op het feit dat er ingrijpende veranderingen op til zijn en hen ervan te doordringen dat ze daar hun maatregelen op moeten en kunnen nemen, dat ze hun huiswerk moeten maken, dan om te doen alsof we die veranderingen kunnen tegenhouden cq terugdraaien.

De eerste die er een verantwoordelijkheid in heeft om na te denken over veranderingen in werk en zekerheid, is de werkende zelf. Bij vragen in de orde van ‘wie ben ik, wat wil ik, wat is daarin blijvend en wat is daarin veranderlijk, hoe wil ik daarmee omgaan, hoe doe ik dat, wat heb ik daarvoor nodig?’ kan een ander je wel helpen, maar het antwoord zal toch eerst echt uit jezelf moeten komen – en de actie ook.

Werkgevers moeten meer bijdragen dat werkenden nadenken over de tijdelijkheid van werk en zekerheden, en over wat dat voor hen betekent. Door hen te vertellen hoe belangrijk het is als ze zelf nadenken over hun werk, hun kennis en vaardigheden. Niet alleen nu, niet alleen volgend jaar, maar ook: waar sta je over vijf jaar? Je auto breng je ieder half jaar naar de garage voor onderhoud. Waarom zou je dan na je opleiding, nadat je eerste baan hebt gekregen, nooit meer een gesprek hebben over de richting waarin je je verder wilt ontwikkelen en wat daarvoor nodig is?

Een voorbeeld is de stichting FreeFlex United, waar ZiPconomy over berichtte. Daarin werken twee platformen samenwerken die de vraag naar en het aanbod van zelfstandige arbeid bij elkaar brengen. Eerder rekenden zij het al tot hun verantwoordelijkheid om de zelfstandig werkenden die via hen klussen vonden, nadrukkelijk te wijzen op de noodzaak om zich afdoende te verzekeren en om ook na te denken over hun pensioen. Nu willen zij ook samen met andere platformen proberen het overheidsbeleid zo te beïnvloeden dat zij daar zelf een rol in kunnen spelen zonder daardoor als werkgever te worden aangemerkt voor fiscaliteit en sociale zekerheid. Zo nemen zij vanuit hun eigen rol verantwoordelijkheid voor de vertijdelijking waar zij een factor in zijn.

Een (tijdelijke) conclusie

Leidt dit alles ook nog tot een conclusie? Om in stijl te eindigen: een tijdelijke, misschien. Dat we via het relativerende begrip ‘vertijdelijking’ de overstap kunnen maken van ‘vast en flex’ als iets engs en verlammends naar het bevrijdende, naar de nieuwe mogelijkheden die vertijdelijking geeft.

Als we vertijdelijking accepteren, omarmen, wat betekent dat dan, welke mogelijkheden opent dat? Het zou best wel eens kunnen zijn dat we op dit moment helemaal geen antwoord kunnen geven op die vraag. Dat we ons juist moeten realiseren dat er geen nieuwe zekerheid in de plaats komt van de oude (schijn-)zekerheid. Dat we nu niet weten wat er over tien jaar van ons gevraagd gaat worden, wat we over tien jaar zullen kunnen en zullen willen. Dan gaat het er meer om dat we leren te leven in het besef dat die zekerheid er niet is dan om te zoeken naar nieuwe zekerheden.

Hoe gaan wij hier mee verder? Komende maanden zullen we meer delen uit dit verhaal uitlichten, er vragen aan koppelen, en verschillende doelgroepen uitnodigen daarop te reageren. Wij hopen dat u daarop in wilt gaan, zodat we ons voordeel kunnen doen met uw inbreng om met dit verhaal een volgende slag te maken.

Wat denkt u? 

Vindt u ‘vertijdelijking’ gewoon een ander woord voor ‘flexibilisering’ en is het oude wijn in nieuwe zakken? Of is er inderdaad veel meer aan de hand dan dat arbeidsrelaties flexibeler worden, en kan dat nieuwe begrip helpen om die ontwikkelingen om beter te begrijpen? Hieronder kunt u reageren.

Anne Meint Bouma (Brainnet) en ZZP-expert Pierre Spaninks\

.

ZiPconomy geeft ruimte aan auteurs die eenmalig een artikel willen plaatsen op ZiPconomy. Naam en functie van deze gastbloggers worden onder het artikel vermeld. Bekijk alle berichten van Gastblogger

8 reacties op dit bericht

  1. Goed stuk! Ik heb hier zeker gedachten en gevoelens over.
    Goed dat jullie dit op deze manier, zonder vastliggende kaders aan de orde stellen. Voor het eerst dat ik in een dergelijk betoog lees dat juist dit thema het niet vraagt nieuwe kaders en zekerheden op te werpen. Inderdaad, het vereiste een geheel nieuw paradigma, een rigoureus nieuwe en ook nieuw denken (en voelen). Waarbij ik het woord concept al zou laten varen. Niet zoeken naar nieuwe concepten of ze bedenken, de concepten zullen zich vanzelf aandienen (vertijdelijking en flexibilisering etc). We moeten dus onze ogen en oren open zetten voor wat zich aandient en afspeelt. Wil je het toch concepten noemen, noem ze dan fluïde concepten. Én praat met jongeren, praat, praat en betrek ze. Ze hebben hele andere gevoelens en ideeën over werk. Vandaar ook dat ze met bosjes in een burn-out geraken. Ze voelen zich niet thuis in dit systeem.

    Die ingrijpende veranderingen staan niet op til, die zijn al volop aan de gang. Dat vooral werkgevers dit nog missen, betekent niet dat ze er niet zijn.

    Van de commissie van Hans Borstlap waar ik als ZZP’er samen met anderen ook gehoord ben, verwacht ik veel en zeker over exact dit nieuwe paradigma. Al ben ik het met je eens dat politiek en beleid niet alles moet willen beheersen. Ook ben ik blij met het gratis Ontwikkeladvies voor werkende 45 plussers gesubsidieerd door minister Koolmees, waarbij juist in de begeleiding op deze punten gecoacht wordt, althans ik hoop dat mijn collega loopbaanadviseurs dat ook doen. Dit zijn vragen als: Heb ik het nog naar mijn zin op mijn werk en zo niet, wat doe ik er aan? Hoe ga ik met de onzekerheid van werk en inkomen om? Wat heb ik er aan gedaan? Hoe blijf ik gezond werken tot mijn AOW? Wat heb ik verder financieel geregeld? En in hoeverre praat ik hierover met mijn werkgever of anderen? Ik heb de indruk dat slechts een fractie van de werkgevers van deze regeling op de hoogte is. Wel zie ik die Euro 15 mio opgaan dit jaar. Waarom die onbekendheid van deze regeling, vraag ik me dan af. Dit even terzijde.

    Alles is continue aan het veranderen, altijd. Zo zit het leven in dit universum nu eenmaal in elkaar. We kunnen daar misschien tijdelijk een muur om heen zetten en controle uitvoeren door constructen, contracten, concepten, organigrammen etc. Maar muren vallen op een gegeven moment om of worden afgebroken, dat is wel gebleken.

    De uitdaging is om het zo te regelen (hoewel ik dit woord al niet meer vind passen) dat het geheel een groot verandervermogen heeft, zowel het inregelen van arbeidsverhoudingen, de werkgever zelf en de werknemer. Diit dient heel ver te gaan. Ik meen dat de commissie Borstlap hier zeker aandacht aan geeft.

    We doen dappere pogingen en dat is ook nodig, we leven nu. Maar ik verwacht dat deze processen evolutionaire, niet tegen te houden, ontwikkelingen zijn. De wereld ziet er over 100 jaar heel anders uit. Ik vind de vraag interessant, wat zegt dit over de fase van transitie waarin we zitten? Daar is al veel over geschreven.

    De uitdaging is intensieve en brede bewustwording, wat leren we hiervan, hoe gaan we er mee om, hoe zetten we de ontwikkelingen zou gunstig mogelijk in voor iedereen, en wie betrekken we hierbij.

    • Dank je wel voor je reactie, Leni. Fijn om te horen dat onze aanpak je aanspreekt. Ontwikkelen en opleiden komt terug in ons derde stuk, aan de hand van o.a. het Work & Learn programma van Seats2Meet en de focus op situationeel handelen bij De Baak.

  2. Als de hele wereld minder zeker wordt, dan moet dat ook wel gelden voor arbeid. Maar ‘De Nederlander’ is sinds de jaren ’50 gewend geraakt aan vast loon, vaste baan en een verzorgingsstaat als vangnet. Die tijd is voorbij, het bijbehorende verwachtingspatroon nog niet. Het gaat mi. vooral om praktischer vragen als: hoeveel zekerheid willen we, en hoeveel zijn we bereid om daarvoor te betalen? Waarbij direct de derde vraag om de hoek komt: wie is ‘we’ precies? Want we individualiseren ook in rap tempo. In de voorkeuren die we hebben, en de keuzes die we zelf willen maken. En daar hoort – naast helaas onverdraagzaamheid – ook meer eigen verantwoordelijkheid bij. Zelf zorgen voor een pensioen, voor een inkomen bij arbeidsongeschiktheid. De een kan beter voor zichzelf zorgen, is meer een zelfstarter dan de ander. En de ene partij (opdrachtgever, werkgever meestal) is machtiger dan de individuele werkende. Dus blijft de noodzaak van samen opkomen voor je belangen bestaan. Dat kan met vakbonden, maar ook de overheid heeft traditioneel die taak. Omdat ze opkomt voor het collectieve belang: een samenleving bijeen houden. Met groeiende inkomensverschillen tussen groepen wordt dat moeilijker. Hoe bied je dit meerkoppige monster het hoofd? Alleen met een nieuwe helicopterview denk ik. We hebben een nieuwe vorm van collectieve sociale zekerheid nodig voor al die ‘werkenden’. Een soort mini-stelsel met basisverzekeringen tegen ziektekosten, niet meer kunnen werken door ziekte, ouderdom of discriminatie(!), en een basispensioen. Wie betaalt dat? Vooral de nieuwe rijken, wat mij betreft. De multinationals die nu gratis tussen landen en continenten doorsurfen met onze prive-gegevens.

  3. Leuk om de term ‘vertijdelijking’ zo weer onder de aandacht te brengen. Het brengt me terug de gesprekken die we voerden 10 jaar geleden in aanloop van ZiPconomy. Onder andere met Jaap Schaveling die de term introduceerde (zie ook deze ZiP-video). Het bracht ons er toe om dit zinnetje te gebruiken als onderdeel van onze eerste pitch Onafhankelijke platform voor iedereen die betrokken is bij de ontwikkeling van de economie van tijdelijkheid en (individueel) ondernemerschap.

    In antwoord op jullie vraag onder het artikel: wat mij destijds aansprak in de term gaat ging (en gaat) wel wat breder dan ‘flexibilisering’. Niet alleen arbeidsrelaties ‘vertijdelijken’, maar andere relaties ook. Zie ook een dalen leden aantallen van verenigingen, lagere merkloyaliteit, grotere wisselingen onder stemmers. Schaveling zei in een gesprek destijds dat we ZiPconomy ook ZAP-conomy zouden kunnen noemen.

    10 jaar later kan je ook concluderen dat het met dat TV zappen op TV wel meevalt. Immers hele generatie kijken sowieso geen TV meer, Netflix (een nieuwe ‘merk’/community waar mensen zich bij thuis voelen) was in 2008 nog een bedrijf dat DVD verhuurde. Het aantal flexibele arbeidsrelaties is in die 10 jaar gestegen, maar (wellicht paradoxaal) de gemiddelde tijd dat werknemers bij 1 bedrijf werkt is in diezelfde tijd ook gestegen. Suggesties dat Millenials en masse niet geïnteresseerd zijn in vaste contracten of andere vormen van ‘bezit’ is een fabeltje gebleken. Met onder andere het agile werken is de term vertijdelijking ook relevant als het gaat om vaste contract-vormen.

    In het nummer met M&C, dat we als ZiPconomy samen met de M&C redactie maakte over dit thema van vorig jaar (jullie refereren daar al aan), blikt Schaveling ook zelf terug om dit term. En hij wijst er nog maar eens op dat de mens misschien ook helemaal niet klaar is of zelfs geschikt is voor volledig ‘vertijdelijkte’ samenleving ‘We willen bij een groep, een tribe horen’.

    Tot slot moest ik denken aan een column van Arjan van de Born (wiens denken over Fuzzy Firms ook een basis onder ZiPconomy vormde) met de titel : “Verliefd, verloofd of getrouwd: het is allemaal goed” uit 2013 https://www.zipconomy.nl/2013/02/the-fuzzy-firm-arbeidsrelaties-verliefd-verloofd-of-getrouwd-het-is-allemaal-goed/ in relatie tot een lezing (zie onderaan dit artikel https://www.zipconomy.nl/2019/03/spotificeren-van-de-loopbaan-als-utopia-over-het-loskoppelen-van-zekerheden-en-het-arbeidscontract/ ) van filosoof Bas Haring uit 2019 die – uiteindelijk – moest constateren dat dat huwelijk – met alle tekortkomingen – zo slecht idee nog niet is.

    Kortom: de term ‘vertijdelijking’ is en was zeker niet tijdelijk relevant, met blijvende de nodige paradoxale gezichten. Ik kijk uit naar jullie vervolgstukken.

  4. Dank je wel voor je reactie, Hugo-Jan. Fijn om juist via ZiPconomy over dit onderwerp in gesprek te kunnen met belangstellenden. Ik noteer Van den Born (terugzoeken!) en Haring (opzoeken!)

  5. Belangrijk om over nieuwe taal en begrippen na te denken waarmee we wat er al is kunnen verklaren. Vertijdelijking is daar heel geschikt voor. De termen vast en flex zijn niet passend meer, denk ik. Zijn teveel gelinkt aan een verdwijnende orde, waar we ook aan gehecht zijn. In dit kader is de volgende Ted talk die ik onlangs aangereikt kreeg ; Margaret Hefferman over ‘the human skills we need in an unprediactable world’ .