Maandelijkse archieven: januari 2019

Nieuwe vormen van werk op de Europese arbeidsmarkt, en hoe we daarmee om moeten gaan

De hele Europese arbeidsmarkt wordt flexibeler en daardoor veranderen organisaties, werkpatronen en arbeidsrelaties. Hoe moeten lidstaten daarmee omgaan? Dat vroeg de Europese Unie aan onderzoeksorganisatie Eurofound.

Deze organisatie onderzoekt sociale- en arbeidsgerelateerde thema’s met als doel de levens- en arbeidsomstandigheden in Europa verbeteren. Eurofound bracht de negen belangrijkste nieuwe arbeidsvormen in Europa in kaart en laat zien waar kansen liggen.

De negen nieuwste vormen van werk in 28 EU-landen zijn volgens Eurofound:

  • Strategic employee sharing (strategisch delen van werknemers tussen bedrijven)
  • Job sharing (duobanen)
  • Interim-management
  • Casual work (bijvoorbeeld oproepkrachten en nulurencontracten)
  • ICT-based mobile work (werken op afstand, denk aan digitale nomaden)
  • Voucher-based work (bedrijven krijgen een voucher van bijv. de overheid, die ze kunnen gebruiken om iemand werk te laten verrichten)
  • Portfoliowerk (freelancers die voor meerdere opdrachtgevers werken, bijvoorbeeld journalisten of vertalers)
  • Platformwerk (via bijvoorbeeld Upwork of Uber)
  • Collaborative self-employment (coöperaties of maatschappen)

Flexibilisering als positieve ontwikkeling

In de meeste lidstaten bestaan voor deze nieuwe vormen van werk nauwelijks wetgeving of cao’s, schrijft Eurofound. Is dat wel nodig? De onderzoekers maken zich over de meeste van deze nieuwe werkvormen geen zorgen.


Op 14 februari wordt er in twee (gratis) webinars dieper ingegaan op deze thematiek. Zie:


Al met al stimuleert flexibele arbeid innovatie op de arbeidsmarkt. Het maakt de arbeidsmarkt aantrekkelijker, want banen sluiten hierdoor beter aan op de wensen en behoeftes van werkenden. Sterker nog, ze schrijven: “De flexibiliteit die bij deze nieuwe vormen van werk hoort is verbetert de arbeidsomstandigheden en werk-privébalans voor werknemers.”

Maar dat betekent niet dat er helemaal geen wet- en regelgeving nodig is. Doordat de regels van nu vooral van toepassing zijn op traditionele banen, staan ze flexibele arbeid soms in de weg. Daarom moeten lidstaten aan de slag om dit soort werkvormen te stimuleren.

Oproepkrachten

Een uitzondering zijn de zogenoemde ‘casual workers’. De onderzoekers maken zich zorgen over hun arbeidsomstandigheden. Mensen met een nuluren- of oproepcontract hebben weinig zekerheid over hun inkomen, beperkte sociale voorzieningen en nauwelijks toegang tot HR of personeelszaken.

Daarbij is het werk meestal ‘niet uitdagend’, aldus de onderzoekers. Terwijl er bij de meeste flexibele banen duidelijk voordelen zijn voor zowel opdrachtgever als werkenden, is dat hier meestal niet zo. In het rapport staat: “Voor sommige mensen is dit soort werk een uitkomst voor hun werk-privébalans, maar de meerderheid wenst eigenlijk meer continuïteit.”

Kennis delen binnen Europa

Wat dat betreft is meer wetgeving en voorlichting nodig, adviseren de onderzoekers. Als het gaat over regulering, dan is vooral duidelijkheid belangrijk, benadrukt Eurofound. Voor werkgevers, werknemers en hun bemiddelaars.

Wetgeving en collectieve overeenkomsten moeten zorgen voor meer zekerheid voor de werknemers, maar tegelijkertijd ruimte laten voor flexibiliteit. Ze geven toe dat het lastig is om die balans te vinden. “Juist daarom is het zo belangrijk dat landen hun kennis en ervaringen met elkaar te delen.”

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , , , , | Laat een reactie achter

Den Haag verkleint kans op werk voor werkzoekende

Donderdag 31 januari buigt de Tweede Kamer zich over het wetsvoorstel Arbeidsmarkt in Balans (WAB). Het kabinet werkt met de nieuwe wet toe naar een nieuwe balans op de arbeidsmarkt. De wet moet leiden tot meer werkzekerheid. Brancheorganisatie de NBBU ziet echter dat er keuzes worden gemaakt die het tegenovergestelde bereiken.

We zien in ieder geval twee maatregelen die de belangrijke opstapfunctie die uitzendwerk biedt aantasten.

  1. Minder mogelijkheden voor werkzoekende

De nieuwe maatregelen rondom payroll hebben als nadelig bijeffect dat ze het uitzenden van uitzendkrachten raken. In de samenwerking met het UWV en gemeenten helpen uitzendbureaus veel mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk. Onder de nieuwe wetgeving worden veel van deze uitzendkrachten gezien als payrollkracht. De hoge kosten die hiermee gemoeid zijn, zullen allemaal in rekening worden gebracht bij de eindopdrachtgever. Dit heeft als gevolg dat die steeds meer weerstand zal voelen om in zee te gaan met een uitzendbureau. Dit gaat ten koste van de arbeidsmarktkansen van deze kwetsbare groep uitzendkrachten.

  1. Kwetsbare werkzoekende uit de markt geprijsd

De nieuwe wetsvoorstellen maken uitzenden daarnaast nog duurder dan het al is. Op uitzenden wordt de hoge WW-premie van toepassing. Dit betekent dat die premie flink duurder wordt dan de premie die betaald moet worden voor iemand in een vast dienstverband. Daarnaast worden per 1 januari 2020 alle uitzendondernemingen in sector 52 geplaatst, waardoor ook een hoge premie van toepassing is op de Ziektewet en de WGA (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten).

De opstapfunctie van flexibele arbeid voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt komt hiermee in het geding. Uitzendkrachten worden door deze hoge premies namelijk zo duur, dat kwetsbare groepen daarmee onaantrekkelijk worden voor werkgevers. De kwetsbare werkzoekende betaalt uiteindelijk dus de echte prijs.

De nieuwe wetgeving zorgt in de toekomst voor minder mogelijkheden voor werkzoekenden. Om flex in de kiem te smoren, maakt Den Haag het duurder en duurder. De verkeerde doelgroepen worden daar de dupe van en flexkrachten krijgen minder kansen. En dat terwijl de maatschappij om steeds meer flexibiliteit vraagt.  

Behoud de opstapfunctie

De uitzendbranche vervult een belangrijke maatschappelijke functie en biedt veel mensen uit kwetsbare groepen werkzekerheid. Zo bestaat de uitzendpopulatie voor 27% uit uitzendkrachten zonder startkwalificatie (MBO-2 niveau) en gaat 35% van de uitkeringsgerechtigden die het werk hervatten via een uitzendbureau aan de slag.  Het uitgebreide netwerk dat uitzendondernemingen hiervoor tot hun beschikking hebben, kan niet zomaar door andere sectoren worden overgenomen. We wensen het kabinet veel wijsheid bij het oplossen van bovengenoemde problemen.

Marco Bastian, directeur NBBU 

De NBBU is de belangenbehartiger van meer dan 1.200 professionele intermediairs op de arbeidsmarkt.

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , , | 1 Reactie

Waarom je zonder arbeidsovereenkomst wel een pakket mag bezorgen maar geen pizza

Alle maaltijdbezorgers van platform Deliveroo hebben recht op een arbeidsovereenkomst en vallen onder de CAO Beroepsgoederenvervoer. Dat oordeelt de Amsterdamse kantonrechter in twee procedures die zijn aangespannen door Vakbond FNV. Betekent dit dat alle arbeidskrachten van platformen zoals als Helpling en Uber werknemers zijn? En waarom mogen de pakketbezorgers van PostNL wel zzp’er zijn?

Definitie van een arbeidsovereenkomst

Om te snappen hoe het werkt, moet je weten dat de definitie van een arbeidsovereenkomst in de wet staat. De belangrijkste elementen zijn arbeid, loon, gedurende een zekere tijd en gezagsverhouding. Een rechter beoordeelt aan de hand van alle feiten en omstandigheden of een arbeidsrelatie aan deze elementen voldoet. Is er geen sprake van een arbeidsovereenkomst, dan werkt de arbeidskracht vaak als zelfstandige zonder personeel op basis van een overeenkomst van opdracht. Een zzp’er heeft geen ontslagbescherming, geen recht op loondoorbetaling bij ziekte en geen recht op een ww-uitkering.

Deliveroo: van arbeidscontract naar opdracht

De Amsterdamse kantonrechter moest beoordelen of de maaltijdbezorgers van Deliveroo werken op basis van een arbeidsovereenkomst of een overeenkomst van opdracht. Deliveroo begon in 2015 in Nederland met maaltijdbezorging. Via het digitale platform bestel je bij een restaurant en de bezorgers van Deliveroo brengen je maaltijd thuis. Deze maaltijdbezorgers waren aanvankelijk bij Deliveroo in dienst op basis van een arbeidsovereenkomst.

Begin 2018 besloot Deliveroo dat het bedrijf alleen nog met zzp’ers wilde werken. Alle maaltijdbezorgers mochten hun werkzaamheden voortzetten op basis van een overeenkomst van opdracht. FNV begon een procedure namens de bezorgers, waarin de vakbond stet dat de rechtsverhouding tussen de maaltijdbezorgers en Deliveroo nog steeds voldoet aan de kenmerken van een arbeidsovereenkomst. 

Lees ook: Uitspraak in Deliveroo-zaak is slechts een tussenstation 

Geen veranderingen

De kantonrechter is het daarmee eens. De werkwijze van Deliveroo is volgens de kantonrechter niet zodanig gewijzigd dat er geen sprake meer is van een arbeidsovereenkomst. Het bedrijfsproces is zo ingericht dat de maaltijdbezorger niet echt zelfstandig is. Er is bijvoorbeeld geen algehele vrijheid om zich beschikbaar te stellen zonder het risico te lopen geen opdrachten meer te krijgen. En de bezorger kan zich in de praktijk moeilijk laten vervangen.

Bovendien oefent Deliveroo volgens de kantonrechter gezag uit door allerlei instructies te geven, bijvoorbeeld over hoe bezorgers zich moeten gedragen en verzekeren.

Dienstverband en cao

De kantonrechter snapt dat bepaalde bezorgers prijs stellen op flexibiliteit, maar toch mogen zij niet zelf beslissen of ze wel of niet werken volgens een dienstverband. Ze moeten zich aan de wet houden, die bestaat om werkenden te beschermen. Of ze daar nou behoefte aan hebben of niet.

Daarbij moet Deliveroo de cao voor Beroepsgoederenverkeer naleven. Maaltijdbezorgers kunnen dus niet alleen een arbeidsovereenkomst afdwingen, maar ook (met terugwerkende kracht) nakoming van de cao vragen.

Verschillende uitspraken

Dat beoordelen of er sprake is van een dienstverband lastig is, blijkt wel uit het feit dat rechters verschillende uitspraken doen. Een eerdere uitspraak staat bijvoorbeeld haaks staat op deze beslissing. In de zomer van 2018 oordeelde de kantonrechter namelijk nog dat bezorger Sytze Ferwerda bij Deliveroo werkzaam was als zzp’er.

Ook over de rechtsverhouding tussen PostNL en de pakketbezorgers oordelen rechters op verschillende manieren. In de ene zaak vond de rechter dat de bezorger werkte op basis van een arbeidsovereenkomst, in de andere zaak was sprake van een overeenkomst van opdracht. Per zaak verschilden namelijk de feiten en omstandigheden. In de ene zaak werd wel voldaan aan alle elementen van een arbeidsovereenkomst, in de andere niet.

Geen duidelijkheid voor de platformmedewerker

Het oordeel van de kantonrechter Amsterdam is zeer begrijpelijk. Dit oordeel kun je niet los zien van het gegeven dat de maaltijdbezorgers voorheen in dienst waren en in 2018 werden gedwongen als zelfstandige verder te gaan, terwijl hun werksituatie niet was gewijzigd.

Of andere platformmedewerkers in lijn met deze uitspraak een dienstverband kunnen claimen is zeer de vraag. De rechter moet steeds aan de hand van alle feiten en omstandigheden beoordelen of de balans doorslaat naar een arbeidsovereenkomst of zelfstandig ondernemerschap. Het maakt dus eigenlijk niet uit of je postbezorger, pizzabezorger of schoonmaker bent.

De positie van de platformmedewerker is nog steeds ongewis. Deliveroo gaat in hoger beroep. Andere platformen en hun medewerkers, maar ook alle juristen, zullen reikhalzend naar die uitspraak uitkijken.

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , , , , | 3s Reacties

De coöperatie is het platform van de toekomst

Ik ben zelf al tijden enthousiast over het idee van platformen, maar ik zie ook de zwakheden ervan. Die worden ook omschreven in dit artikel op Harvard Business Review. Daarin gaat het bijvoorbeeld over het risico van ‘multi-homing’. Meerdere platformen als thuis zien.

Bij taxidiensten komt dat vaak voor. In Amerika rijden de meeste Uber-chauffeurs ook voor Lyft, in India zag ik met eigen ogen dat ze Uber en ONA combineren. Dat maakt overstappen makkelijk voor klanten, zeker als je om over te stappen alleen maar een app hoeft te installeren.

Dat geldt bijvoorbeeld ook voor maaltijdbezorgdiensten zoals Thuisbezorgd, Uber Eats en Deliveroo. Zowel klanten als bezorgers kunnen makkelijk overstappen. Er is dus weinig binding aan beide kanten.

In een snel veranderende wereld, waarbij overstapkosten nihil zijn, is binding met je werknemers van groot belang. Zeker in laagbetaalde sectoren waar je werkende, terecht, overstapt voor een klein bedrag meer.

Een coöperatie lost lage binding met de werkers op. Als je mede-eigenaar bent van het platform, is de drempel om over te stappen veel hoger. Een coöperatie kan bijvoorbeeld juridisch vastleggen dat je verplicht je aandelen moet verkopen en je opties vervallen als je vertrekt. Of minder rigide: dat je belang verwatert als je niet actief bent.

De risico’s van een cooperatie

Een groot probleem met coöperaties is de investering voor de lange termijn. Investeren kost geld en dat is er vaak niet. Denk aan een bedrijf als Uber, dat niet alleen een app kan ontwikkelen maar ook zelfrijdende auto’s Dat doet geen taxi-cooperatie ze na.

Ten eerste omdat er geen geld voor is, ten tweede vanwege kortetermijn denken. Bovendien zien chauffeurs zien de bui al hangen: zelfrijdende auto’s kosten ze hun baan. Maar dat zou geen probleem zijn als ze eigenaar waren van de organisatie die die taxi’s gaat exploiteren. Dan generen die zelfrijdende auto’s dus inkomsten voor hen.

Blijft het geldtekort over. Het geld kan je ook van investeerders krijgen, maar in een traditionele coöperatie is dat verdomd lastig. Daarom moeten we naar een nieuwe coöperatievorm.

De nieuwe cooperatievorm

Ik zie meerdere vormen die kunnen werken. Onderzoeker Martijn Arets heeft al vaker geschreven over de meta-coöperatie. Dat is een coöperatie die de technologische ontwikkelt en eigendom is van de grote organisatie.

Omgekeerd eigenaarschap dus, iets wat vroeger al werkte voor supermarktketen Spar. Toen waren winkeliers eigenaar van de regionale Spar-centrale, de regio’s waren eigenaar van de nationale centrale. De nationale sparcentales waren weer eigenaar van de Europese moederorganisatie. In Nederland is dat mis gegaan toen één grote keten alle lokale winkels opkocht en twee grote concurrenten samen eigenaar werden.

Een andere variant is er een waarbij investeerders voor het grote geld zorgen en werknemers als onderdeel van hun beloning ook aandelen krijgen. Het belang van de investeerder en van andere werkenden verwaterd altijd, simpelweg omdat er altijd aandelen bijkomen.

Dit stimuleert werkenden om loyaal te blijven. Wie het meest bijdraagt wordt beloond, waarbij ‘het meest’ natuurlijk op een slimme manier berekend moet worden. De exacte vorm mag van mij per platform verschillen, maar dit idee zou mogelijk en fiscaal aantrekkelijk moeten zijn.

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , , | Laat een reactie achter

Voor de vijfde keer: 5 keer 5 webinars over de wereld van inhuur en recruitment.

Het concept is zo langzamerhand bekend. De inhoud is elke keer weer nieuw.

Tussen 11 en 15 februari organiseren Werf& en ZiPconomy weer hun webinarweek. In totaal 25 boegbeelden, specialisten en ervaringsdeskundigen laten in deze week in een gratis webinar van steeds 40 minuten hun licht schijnen over de in hun ogen belangrijkste ontwikkelingen. De week richt zich op een brede doelgroep: van recruiters tot inhuurprofessionals, en van inkopers tot arbeidsjuristen.

Vijf thema’s, 25 inleiders

Elke dag in de week heeft zijn eigen thema, van arbeidsmarktcommunicatie tot HR-technologie en flexibilisering.

  • Maandag 11 februari: Recruitment
  • Dinsdag 12 februari: Professioneel inhuren in de praktijk 
  • Woensdag 13 februari: Employer Branding
  • Donderdag 14 februari: Arbeidsmarkt, inhuur en flex
  • Vrijdag 15 februari: Candidate Experience

Voor de vijfde keer georganiseerd

ZiPconomy en Werf& organiseren de Webinar Week in februari alweer voor de vijfde keer. ‘Zie het als dé kans om in één week op de hoogte te worden gebracht van alle relevante ontwikkelingen op het gebied van arbeidsmarktcommunicatie, recruitment en vast en flex. En dat gewoon, van achter je eigen computer’, zegt Geert-Jan Waasdorp, initiatiefnemer en uitgever van Werf&. Gezien de eerdere edities mikken de organisatoren op 10.000 inschrijvingen.

Trends en actualiteit rond inhuur

‘Er gebeurt ontzettend veel op de arbeidsmarkt’, vult Hugo-Jan Ruts aan. ‘We hebben dan ook weer een mooi en gevarieerd programma samengesteld met elke dag actuele thema’s. Voor de ZiPconomy lezers zullen in ieder geval de dinsdag en donderdag zeer relevant zijn.

Op die dagen staat onder andere de politieke actualiteit rond de nieuwe gezagscriteria inhuur zzp centraal en is er veel aandacht voor thema’s als ‘schaarste’ en de voor- en nadelen van uitbesteden of juist zelf organiseren van inhuur en recruitment. Wim Davidse praat over modern opdrachtgeverschap, Mark van Assema beschrijft het maken van een business case rond total talent management.

De donderdag sluiten we af met een webinar over de dynamiek van de zzp-markt (veel cijfers). Daarna een politiek debat. Mei Li Vos, bestuurder van de AVV en Lijsttrekker PvdA Eerste Kamer en Mirjam de Blécourt, toonaangevende arbeidsrechtadvocaat en op plek 9 van de VVD Eerste Kamer advieslijst, gaan met elkaar in debat over de toekomst van het zzp-stelsel.

Meedoen?

Niets missen? Meld je dan nu gratis aan! Of kijk eerst hier voor meer informatie over het programma en de inhoud van de webinars.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags | Laat een reactie achter

ZiPconomy groeit flink door, dus de redactie is verhuisd

Kennisplatform en community ZiPconomy en ons Belgische zusje (NextConomy) groeiden hard in 2018. Er sloten meer partners aan, werden meer achtergrondartikelen geschreven door onafhankelijke bloggers en de redactie zat bovenop het nieuws en de discussies over de flexibele arbeidsmarkt.

ZiPconomy houdt lezers continu op de hoogte. Om nog meer kennis te delen, mensen bij elkaar te brengen en te onderzoeken is ook het team uitgebreid. Hoofdredacteur Hugo-Jan Ruts is trots op de groei van het afgelopen jaar.

Fuzzy Firm

“Van een klein kernteam zijn we uitgebreid naar een echte Fuzzy Firm met specialisten op allerlei terreinen”, vertelt hij. “Het is natuurlijk een flexibele organisatie, maar we zitten ook vaker fysiek bijeen om kennis te delen. Daarom was het tijd voor een groter pand.”

Hij hoefde niet lang te zoeken naar het nieuwe onderkomen. Dat zit een straat verder van het oude kantoor, namelijk op de Pompoenweg 9 in Leiden. In het nieuwe pand is genoeg ruimte om verder te groeien en mensen te ontvangen. Kom dus gerust eens langs voor een kop koffie.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , | 2s Reacties