Nieuwe vormen van werk op de Europese arbeidsmarkt, en hoe we daarmee om moeten gaan

In Europa bestaat nauwelijks wetgeving voor alle nieuwe, flexibele vormen van werk. De Europese Unie deed onderzoek en komt met advies.

De hele Europese arbeidsmarkt wordt flexibeler en daardoor veranderen organisaties, werkpatronen en arbeidsrelaties. Hoe moeten lidstaten daarmee omgaan? Dat vroeg de Europese Unie aan onderzoeksorganisatie Eurofound.

Deze organisatie onderzoekt sociale- en arbeidsgerelateerde thema’s met als doel de levens- en arbeidsomstandigheden in Europa verbeteren. Eurofound bracht de negen belangrijkste nieuwe arbeidsvormen in Europa in kaart en laat zien waar kansen liggen.

De negen nieuwste vormen van werk in 28 EU-landen zijn volgens Eurofound:

  • Strategic employee sharing (strategisch delen van werknemers tussen bedrijven)
  • Job sharing (duobanen)
  • Interim-management
  • Casual work (bijvoorbeeld oproepkrachten en nulurencontracten)
  • ICT-based mobile work (werken op afstand, denk aan digitale nomaden)
  • Voucher-based work (bedrijven krijgen een voucher van bijv. de overheid, die ze kunnen gebruiken om iemand werk te laten verrichten)
  • Portfoliowerk (freelancers die voor meerdere opdrachtgevers werken, bijvoorbeeld journalisten of vertalers)
  • Platformwerk (via bijvoorbeeld Upwork of Uber)
  • Collaborative self-employment (coöperaties of maatschappen)

Flexibilisering als positieve ontwikkeling

In de meeste lidstaten bestaan voor deze nieuwe vormen van werk nauwelijks wetgeving of cao’s, schrijft Eurofound. Is dat wel nodig? De onderzoekers maken zich over de meeste van deze nieuwe werkvormen geen zorgen.


Op 14 februari wordt er in twee (gratis) webinars dieper ingegaan op deze thematiek. Zie:


Al met al stimuleert flexibele arbeid innovatie op de arbeidsmarkt. Het maakt de arbeidsmarkt aantrekkelijker, want banen sluiten hierdoor beter aan op de wensen en behoeftes van werkenden. Sterker nog, ze schrijven: “De flexibiliteit die bij deze nieuwe vormen van werk hoort is verbetert de arbeidsomstandigheden en werk-privébalans voor werknemers.”

Maar dat betekent niet dat er helemaal geen wet- en regelgeving nodig is. Doordat de regels van nu vooral van toepassing zijn op traditionele banen, staan ze flexibele arbeid soms in de weg. Daarom moeten lidstaten aan de slag om dit soort werkvormen te stimuleren.

Oproepkrachten

Een uitzondering zijn de zogenoemde ‘casual workers’. De onderzoekers maken zich zorgen over hun arbeidsomstandigheden. Mensen met een nuluren- of oproepcontract hebben weinig zekerheid over hun inkomen, beperkte sociale voorzieningen en nauwelijks toegang tot HR of personeelszaken.

Daarbij is het werk meestal ‘niet uitdagend’, aldus de onderzoekers. Terwijl er bij de meeste flexibele banen duidelijk voordelen zijn voor zowel opdrachtgever als werkenden, is dat hier meestal niet zo. In het rapport staat: “Voor sommige mensen is dit soort werk een uitkomst voor hun werk-privébalans, maar de meerderheid wenst eigenlijk meer continuïteit.”

Kennis delen binnen Europa

Wat dat betreft is meer wetgeving en voorlichting nodig, adviseren de onderzoekers. Als het gaat over regulering, dan is vooral duidelijkheid belangrijk, benadrukt Eurofound. Voor werkgevers, werknemers en hun bemiddelaars.

Wetgeving en collectieve overeenkomsten moeten zorgen voor meer zekerheid voor de werknemers, maar tegelijkertijd ruimte laten voor flexibiliteit. Ze geven toe dat het lastig is om die balans te vinden. “Juist daarom is het zo belangrijk dat landen hun kennis en ervaringen met elkaar te delen.”