Maandelijkse archieven: november 2018

Weg met al die IT-functies, kijk naar competenties

‘Manager Resources’ staat er op zijn visitekaartje. Maar wat doe je dan precies? En hoe goed ben je daarin? Daar moet men dan maar naar gissen. Dus heeft Bramjan Mulder op de achterkant van datzelfde visitekaartje een overzichtje met zijn meest relevante competenties en bijbehorende vaardigheidsniveaus staan.

En dat is geen overbodig luxe. Want wat bedrijf X onder een IT manager resources verstaat is niet hetzelfde als bedrijf Y. Niet zelden heeft een IT-professional met enige werkervaring dan ook vijf verschillende functietitels in zijn cv staan. Dat maakt het komen tot de juiste match er voor bemiddelaars, opdrachtgevers en IT-professionals niet gemakkelijker op. En het is al zo lastig in de krappe arbeidsmarkt waarin een schreeuwend tekort aan geschikte ICT’ers is.

Competenties in kaart brengen

“Het is veel handiger om naar skills en competenties te kijken in plaats van naar functies?”, zegt Bramjan Mulder. “Competenties kun je gebruiken als lego-blokjes om een functieprofiel op te bouwen.” Volgens dit principe is er een lijst met de veertig meest voorkomende competenties voor IT’ers opgesteld: de European e-Competence Framework (e-CF). Dit is sinds 2016 de officiële Europese standaard (NEN-EN16234:2016).

Volgens dit raamwerk zijn alle ICT-functies te koppelen aan een of meer van deze veertig competenties, variërend van service level management, innovation, product/service planning, user support, et cetera. En aan die competenties kan voor elke IT’er scores worden toegekend. Zo krijgt de werkgever heeft een helder beeld van de competenties die hij op zijn IT-afdeling nodig heeft én ziet in een oogopslag of dat past bij wat de sollicitant in huis heeft. Die IT-professional heeft op zijn beurt met e-CF een mooi middel in handen om zichzelf in de markt te zetten en een werkgever/opdrachtgever te overtuigen van zijn bewezen kwaliteiten.


e-CF in de praktijk

Iemand die dagelijks werkt met e-CF is Liesbeth Ruoff – van Welzen. Vanuit haar bedrijf LRWA heeft zij hiermee onder meer bij het UWV en The Future Group goede resultaten geboekt. “Het helpt bij het in kaart brengen van de digitale vaardigheden die men in huis heeft en die nodig zijn in een organisatie.”

De kracht van e-CF is volgens Ruoff juist dat zich dit ook leent voor mensen die niet in officiële IT-functies werken, maar wel ICT-vaardigheden hebben. Om die digitale skills te meten maakt zij gebruik van een assessment tool ontwikkeld door EXIN dat is gebaseerd op het European e-Competence Framework (e-CF). En dat levert nuttige informatie op, bijvoorbeeld over iemands’ geschiktheid voor een bepaalde rol, maar ook voor recruiters, die een beter beeld krijgen van de benodigde competenties van te werven kandidaten. “Mensen zijn zo gewend om te spreken over functies en diploma’s, maar het is veel beter om te denken in competenties. Competenties zijn namelijk te toetsen, geven aan wat iemand echt kan en gedaan heeft.”


Aanvulling op cv

e-CF vormt in de praktijk een mooie aanvulling op iemands cv. “Vooral voor mensen die zich minder in de ‘harde’ IT begeven, maar meer op processen, advisering – de functies die een brug slaan tussen IT en de business”, licht Mulder toe. “Want de harde, puur technische skills zijn meestal wel helder – Microsoft, Unix en Cisco hebben uitstekende certificeringstrajecten. Een tester of Java-ontwikkelaar vind je gemakkelijk op basis van de certificaten of tools. Maar voor de ‘zachtere’ skills ontbrak tot nog toe elke search tool. Een e-CF tabel geeft dat inzicht wel.”

Inzicht in database

Defensie, Achmea en de overheid werken inmiddels met e-CF en ook de Staffing Groep maakt er volop gebruik van. “Wij hebben onze systemen ingericht op basis van e-CF en waar de opdrachtgever het vraagt selecteren wij op basis daarvan. Het gebruik van e-CF betekent voor ons beter inzicht in de database/netwerk. Het helpt ons om alle verschillende functienamen terug te brengen naar een beperkte set met competenties.” Ook weten opdrachtgevers IT-Staffing te vinden bij het verbeteren van de personeelsontwikkeling, vertelt Mulder: ”Wij voeren competentiescans uit op basis van e-CF, waarbij wij bijvoorbeeld een hele IT-afdeling doorlichten en de competenties van elke medewerker in kaart brengen. Dit vormt dan vaak de basis voor een coaching- of ontwikkelingstraject.”

Nieuwe versie

Bramjan Mulder is de Nederlandse expert in het Europese team dat de standaardisatie van ict-functies heeft ontwikkeld en up to date houdt. Door het Europese karakter van e-CF is een Spaanse IT-consultant nu ook te vergelijken met een Nederlandse. Wel zo handig om dezelfde ‘taal’ te spreken voor bedrijven en bemiddelaars die internationaal werken.
En e-CF is niet in steen gebeiteld, legt Mulder uit. “Om nieuwe ontwikkelingen zoals big data, agile, user experience een plek te geven in het ict-competentieraamwerk, komt er in 2019 een nieuwe versie uit. En in de nabije toekomst zullen functies ontstaan die nog niet bekend zijn, maar je kunt wel al de daarvoor benodigde competenties in kaart brengen.” Dat maakt IT recruitment toekomstbestendig en helpt opdrachtgevers, recruiters en ICT-professionals elkaar te vinden en te komen tot de match.

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , | Laat een reactie achter

Doorbraak in zzp-pensioen dossier? Plan voor automatisch doorsparen in de maak. Met een opt-out.

Als zelfstandige automatisch mee blijven doen met een bedrijfstakpensioenfonds, tenzij je expliciet aangeeft dat niet te willen. Aan dat compromis werken pensioenfondsen en sociale partners in samenspraak met het ministerie van SZW, zo meldt het FD vanochtend. Deze aanpak moet een middenweg zijn tussen een vrijwillig pensioen en verplichte deelname.

“Geen pensioenakkoord zonder zzp”

Minister Koolmees is druk doende steun te krijgen voor een pensioenakkoord. Bij de sociale partners, maar ook bij de linkse oppositie. Zonder hun steun is het lastig voor bijvoorbeeld het FNV om akkoord te gaan met een plan van Koolmees. Maar steun van een deel van de oppositie is mogelijk ook nodig om wetgeving door de Eerste Kamer te krijgen. De SP heeft al aangegeven de positie van zzp’ers nadrukkelijk te willen betrekken bij gesprekken over een pensioenakkoord.

Pensioengat bij zzp’ers

Dat een flink deel van de zzp’ers volgens onderzoeken (een Motivation onderzoek had het onlangs over de helft) niets of weinig aan pensioenopbouw doet, baart beleidsmarkers zorgen.

Daar staat dan wel tegenover dat de vermogenspositie van zelfstandigen veel hoger ligt (zie hier). “Wanneer alle inkomens- en vermogensbestanddelen worden meegerekend dan blijkt dat 38 procent van de zelfstandigen geen pensioeninkomen van 70 procent van het huidige bruto inkomen zal realiseren. Bij werknemers geldt dat voor slechts 30 procent van de populatie” concludeerden Kees Goudswaard en Koen Caminada in hun bijdrage aan het WRR rapport “Voor de zekerheid”. Duidelijk mag zijn dat de onderwerp “pensioen en zzp” zich niet in een eenvoudige statistiek laat vangen

Voor de pensioenfondsen is het groeiend aantal zzp’ers ondertussen een relevant en acuut thema. Een dalend aantal deelnemers zet de resultaten onder druk.

Automatisch meedoen, met opt-out

Een verplichte pensioenopbouw voor zelfstandigen is politiek niet haalbaar. Zeker niet met dit kabinet. Verder is de grote diversiteit onder zelfstandigen relevant. Immers, er zijn veel verschillende manieren om te werken aan een gezonde financiële oude dag.

Automatisch deel blijven nemen aan een bedrijfspensioenfonds, maar dan met een nadrukkelijke mogelijkheid niet mee te doen, zou een compromis kunnen zijn.

Volgens het FD worden plannen ontwikkeld in een werkgroep van de Pensioenfederatie, waarin fondsen, maar ook bijvoorbeeld kroonleden van de Sociaal-Economische Raad zitten. De plannen bevinden zich volgens betrokkenen nog wel in een pril stadium.

Belangenbehartigers niet enthousiast

“De plannen van de pensioenfondsen hebben maar één doel: hun voortbestaan veilig stellen”, zo reageert Charles Verhoef, voorzitter van Zelfstandigen Bouw: “Het is sympathiek van de pensioenfondsen om zzp’ers de mogelijkheid te geven om daar pensioen op te bouwen, maar het vertrouwen in de fondsen is laag. De verhouding premie en uitkering is niet aantrekkelijk. Daar komt nog bij dat de pensioenfondsen al 10 jaar niet hebben kunnen indexeren. Je pensioen wordt dus ook nog steeds minder waard.” Verhoef vindt dit voorstel een zwaktebod. “Doe het dan met een echte vrijwillige deelname aan een fantastisch pensioen.”

Ook PZO en ZZP Nederland reageren in een gezamenlijke verklaring negatief: “De zzp‘er kan door sommige fondsen als melkkoe gebruikt worden. Dat mag nooit de bedoeling zijn van zoiets. We zijn er niet om ouderwetse pensioenfondsen in leven te houden. Ook wordt hier door organisaties van werknemers en pensioenfondsen – en dus niet de zelfstandige ondernemers zelf – bepaald wat goed voor zzp’ers is. Dit gaat zo over de ruggen van zelfstandigen.”

PZO en ZZP Nederland stellen niet tegen experimenten voor een betere pensioenvoorziening te zijn, maar wel dat dit gebeurt zonder de zzp-organisaties zelf te betrekken. “Wij zijn deze bemoeienissen zat. ‘Praat met ons’ is de boodschap.”

“De pensioenfondsen zouden zich eens bezig moeten houden met het  maken van een echt nieuw pensioenstelsel waar iedereen dolgraag aan wil meedoen. En die een aantrekkelijke verhouding kent tussen premie betalen en uitkering”, aldus Verhoef van Zelfstandigen Bouw.

FNV Zelfstandigen daarentegen omarmt dit idee, zo laat Marjan van Noort, Manager Expertise Centrum Zelfstandigen van het FNV weten. “Dit sluit aan op onze visie. Gemakkelijk blijven meedoen met een pensioenfonds, maar ook met een keuze om daarvan af te zien als je bijvoorbeeld je pensioen al prima zelf regelt hebt.”

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags | 10s Reacties

De zin en onzin van assessments

Jan Kwint, algemeen directeur LTP, weet alles over de geschiedenis van het assessment. “Begin vorige eeuw keken bedrijven naar kennis en vaardigheden en voerden psychometrische bureaus karakterologisch onderzoek en reactietests uit op lopendebandmedewerkers, eerst vanuit de industrialisatie. Psychologie is daar later bijgekomen omdat gedrag belangrijker werd naarmate minder top-down in teams werd gewerkt. We gebruiken nu intelligentietesten, persoonlijkheidstesten en competentiegerichte vragenlijsten. Er zijn verschillende vormen van assessment. Bij een online assessment vul je een half uur vragen in, bij een volledig assessment center zijn ook rollenspelen en groepsoefeningen om iemands gedrag te zien.”

Persoonlijkheidsmismatch

Een intelligentietest meet schoolse elementen als stellingen, matrix en cijferreeksen. Het is een goede gedragsvoorspeller. Een persoonlijkheidstest gaat in op de big five: openstaan voor verandering, conscientieusheid, extraversie, vriendelijkheid, emotionele stabiliteit. Competentietests meten communicatieve vaardigheden. “Assessments kijken dieper in de persoonlijkheid”, zegt Eelco van Eijck, managing partner Amrop. “Als de functionele capaciteiten van een ceo goed zijn, kan diens persoonlijkheid mismatchen met het team of juist een toevoeging leveren en het team op een hoger niveau brengen.”

Kleurentest werkt niet

“Er bestaan gedegen meetinstrumenten waarnaar veel onderzoek gedaan is”, zegt Janneke Oostrom, onderzoeker aan de VU Amsterdam. “Maar er zijn populaire instrumenten op de markt waarvan geen bewijs is dat ze goed werken. Meestgebruikt is de persoonlijkheidsvragenlijst waaraan een bepaald model ten grondslag moet liggen. Vragenlijsten met kleuren werken niet omdat de onderliggende theorie niet klopt en onduidelijk is wat er gemeten wordt. Mensen worden daarbij ingedeeld in 4 categorieën, maar zo simpel is het niet want er zijn ongelooflijk veel mogelijke persoonlijkheden.”


Lees ook: ‘Kandidaten moeten ‘nee’ durven zeggen tegen zinloze assessments‘, door Pierre Spaninks


Sollicitatiegesprek minder valide voorspeller

Van online testen voor een paar honderd euro tot assessment centers van duizenden euro’s, hoe weet een headhunter of een test wetenschappelijk onderbouwd is? Van Eijck bekijkt de rapporten en ziet significante verschillen tussen assessmentbureaus. Kan het assessment het sollicitatiegesprek vervangen? Oostrom denkt dat het heel nuttig kan zijn als het op de juiste manier gedaan wordt. “Kijk eerst goed naar de competenties die nodig zijn voor de baan en zet daarna zoveel mogelijk objectieve testen in zoals persoonlijke vragenlijsten, gestructureerde interviews en rollenspellen. Een sollicitatiegesprek is een minder valide voorspeller. Vaak gaan we ongestructureerd te werk, vertrouwen teveel op wat we zien en zoeken teveel naar wat past bij het bedrijf.”

CV is oude social media

“Een cv is wat we de oude social media noemen”, zegt Kwint. “Je laat alleen de buitenkant van jezelf zien en hoe je wilt overkomen. Unilever laat kandidaten allerlei spelletjes doen op de computer en kijkt pas naar het cv als ze voldoende gekwalificeerd blijken en op interview komen. Want niet iedereen kan naar de beste universiteit. Unilever claimt dat ze daardoor een veel diversere groep aannemen dat meer een representatie is van hun klanten.” Amazon liet alles over aan hun AI-robot, maar stopte daarmee omdat die vrouwen discrimineerde. Dat komt volgens Van Eijck omdat we te weinig weten van dit soort algoritmen. “De mensen die ze blindelings gebruiken zijn geen data-experts en kennen de risico’s niet. De input is cruciaal.”

Overigens is de kandidaat zelf de eigenaar van alle verzamelde data tijdens recruitment. De kandidaat krijgt de resultaten als eerste te zien en moet akkoord geven om ze te delen met de klant. Vaak komen kandidaten zelf met de gegevens van een vorig assessment. Van Eijck: “Maar een goed assessment wordt altijd gematcht met de vraagstelling die op dat moment speelt, dus een eerder resultaat kan irrelevant zijn voor de huidige functie. Persoonlijkheid blijft gelijk, maar de baan en het team zijn anders.”

 

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags | Laat een reactie achter

Zzp’ers in de zorg. Het zijn net mensen.

“Zzp’ers ontwrichten de teamstructuur”. Ze zijn het “ergste fenomeen” van het tekort aan personeel in de zorg. Verbinden zich niet aan de doelstellingen. Met als gevolg “dat cliënten meer agressie vertonen” en “een hoger ziekteverzuim en verloop van het personeel.” Directeur Ineke Huibregtsen van de Prinsenstichting schrijft in een opiniestuk in het FD flinke beschuldigingen aan zelfstandigen in de zorg.

Het zzp-bashen neemt de afgelopen weken groteske vormen aan. Ze vragen veel te hoge tarieven of verpesten de arbeidsmarkt juist door hun lage tarieven. Onverantwoord onverzekerd. Zielepieten zonder pensioen. En zijn ze blijkbaar in staat hele ziekenhuizen failliet te laten gaan. Meningen die ruimschoots de media halen, maar zelden gebaseerd zijn op feiten. Individuele ervaringen leiden tot veralgemeniseerde, kwetsende uitspraken over een flink groep van onze (beroeps)bevolking. Je zou er haast een meldpunt voor willen oprichten.

Mevrouw Huibregtsen moet wat meer in de spiegel moet kijken en dat geldt ook voor de zorgsector en de overheid.

Ik ga er maar vanuit dat mevrouw Huibregtsen slechte ervaringen heeft met het inzetten van zzp’ers. Dat wil ik niet betwisten. Zeker niet elke zzp’er is een topprofessional, net zoals niet iedere zorgmedewerker of zorgdirecteur optimaal functioneert. Mevrouw Huibregtsen moet wat meer in de spiegel moet kijken en dat geldt ook voor de zorgsector en de overheid.

Uit de laatste cijfers van de Kamer van Koophandel blijkt dat het aantal zelfstandig professionals in de zorg inderdaad flink stijgt. De Volkskrant maakt duidelijk dat de belangrijkste aanleiding voor die groep niet geld is, maar de werkdruk binnen organisaties. Slecht werkgeverschap leidt tot vertrek van mensen. Dat zien we in alle sectoren, zeker op het moment dat alternatieven voorhanden zijn. Wie voor zichzelf begint heeft bijvoorbeeld meer regie over zijn eigen werk.

Naast goed en slecht werkgeverschap bestaat er ook zo iets als goed en slecht opdrachtgeverschap.

Naast goed en slecht werkgeverschap bestaat er ook zo iets als goed en slecht opdrachtgeverschap. Een organisaties heeft wel degelijk invloed op het functioneren van zelfstandigen binnen de organisatie. Als werknemers in loondienst zich ongemakkelijk voelen tegenover de ingezette zelfstandigen, dan kan je er vergif op innemen dat dat wederzijds is. Dat komt de sfeer en kwaliteit van de zorg inderdaad niet ten goede.

Tijd voor actie vanuit het management. Leidinggeven aan zzp’ers is een no-go area, maar er zijn tal van manieren om de samenwerking tussen werknemers en zelfstandigen goed te laten verlopen.

Een studie van professor Arjan van den Born van de Universiteit Tilburg, samen met ZiPconomy, naar het fenomeen ‘goed opdrachtgeverschap’ maakt duidelijk wat organisaties kunnen doen om een duurzame en waardevolle samenwerking aan te gaan met zelfstandig professionals. Zelfstandigen met respect behandelen is daar een element van. Zzp’ers zijn, inderdaad, net mensen.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags | 4s Reacties

Wet arbeidsmarkt in balans; draaien aan de knoppen van het arbeidsrecht

Minister Koolmees heeft de Wet arbeidsmarkt in balans naar de Tweede Kamer gestuurd. Eén van de wetsvoorstellen die er voor moet zorgen dat vaste banen minder vast worden en flexibele banen minder flexibel. De minister wil de nieuwe regels vanaf 1 januari 2020 in laten gaan. In de wet staan voorstellen voor het ontslagrecht, voor werknemers met een payroll- of oproepovereenkomst en de premie voor de Werkloosheidswet.

Ontslagrecht voor vast contract versoepeld

Voor het ontslagrecht wordt het volgende voorgesteld:

  1. Arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd uiterlijk na drie jaar (ketenbepaling)

Een werknemer heeft straks na drie jaar of na meer dan drie tijdelijke contracten recht op een contract voor onbepaalde tijd. Nu kan een werkgever nog twee jaar tijdelijke contracten aanbieden. In de (uitzend) cao kan nog wel een periode van maximaal vier jaar worden afgesproken.

Als er zes maanden niet voor dezelfde werkgever is gewerkt, start de telling voor de periode van drie jaar opnieuw. Op verzoek van de Stichting van de arbeid kan de telling na drie maanden opnieuw beginnen, voor functies die ten hoogste negen maanden per jaar kunnen worden uitgeoefend.

  1. Invalkrachten in het basisonderwijs krijgen geen contract voor onbepaalde tijd

Leraren op een basisschool met een tijdelijke arbeidsovereenkomst krijgen geen recht op een contract voor onbepaalde tijd na drie jaar. Deze groep is uitgezonderd van de ketenbepaling als de arbeidsovereenkomst is aangegaan in verband met vervanging wegens ziekte van een onderwijsgevende of onderwijsondersteunende functie.

  1. De proeftijd mag vijf maanden zijn bij een vast contract

In de proeftijd kan de werkgever het dienstverband beëindigen. Werkgevers kunnen op dit moment een proeftijd met de werknemer overeenkomen van maximaal twee maanden. Bij looptijden korter dan zes maanden mag geen proeftijd worden afgesproken. In 2020 is de maximale proeftijd:

  1. één maand bij een looptijd tussen zes maanden en twee jaar;
  2. drie maanden bij een looptijd van twee jaar of langer.
  3. vijf maanden bij een contract voor onbepaalde tijd.

Bij beëindiging in de proeftijd kan een werknemer met een overeenkomst voor onbepaalde tijd doorgaans niet meer aan een concurrentie- of relatiebeding worden gehouden. De werkgever kan dan alleen een beroep op een dergelijk beding doen als dat noodzakelijk is vanwege bedrijfs- of dienstbelangen en dit schriftelijk en gemotiveerd wordt medegedeeld bij de opzegging.

  1. Transitievergoeding gelijkmatig opgebouwd en ook bij dienstverband korter dan twee jaar

Werknemers hebben onder de huidige wet recht op een transitievergoeding als zij ten minste twee jaar in dienst zijn geweest. De drempel van twee jaar vervalt. Werknemers krijgen al recht op een transitievergoeding vanaf de eerste werkdag. Ook als zij in de proeftijd ontslagen worden.

Voor ieder gewerkt jaar krijgt de werknemer straks vaak recht op 1/3 van het loon per (deel van een) maand. De gebruikelijke transitievergoeding wordt nu nog gesteld op 1/3 van het jaarloon voor de eerste tien dienstjaren en de helft van het maandloon voor de volgende dienstjaren. Het wettelijk maximum blijft € 79.000 of het hogere jaarloon.    

  1. Ontslag mogelijk bij ‘optelsom’ van omstandigheden

De rechter moet nu volledig toetsen of een ontslag voldoet aan één van acht ontslaggronden. Bijvoorbeeld of het ontslag verband houdt met een reorganisatie of als er redenen zijn waardoor de werkgever geen gebruik van de werknemer kan maken, zoals bij langdurige ziekte. Andere redenen zijn verwijtbaar handelen van de werknemer of een verstoorde arbeidsverhouding. De rechter krijgt straks de mogelijkheid om op basis van een combinatie van deze gronden het ontslag goed te keuren.

Arbeidsvoorwaarden bij ‘payrolling’ meer vergelijkbaar met vast contract

Het burgerlijk wetboek kent –naast de uitzendovereenkomst- vanaf 1 januari 2020 een nieuw soort arbeidsovereenkomst: de “payrollovereenkomst”. Deze arbeidsovereenkomst is gedefinieerd als:

(…) de uitzendovereenkomst, waarbij de overeenkomst van opdracht tussen de werkgever en de derde niet tot stand is gekomen in het kader van het samenbrengen van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt en waarbij de werkgever alleen met toestemming van de derde bevoegd is de werknemer aan een ander ter beschikking te stellen.

Werknemers met een arbeidsovereenkomst die aan deze definitie voldoet, hebben recht op:

  1. ten minste dezelfde arbeidsvoorwaarden als vaste werknemers van de opdrachtgever of vergelijkbare werknemers in de sector. Daarbij gaat het zowel om de primaire als de secundaire arbeidsvoorwaarden;
  2. een adequaat pensioen in vergelijking met vaste werknemers of vergelijkbare werknemers in de sector; en
  3. toegang tot bedrijfsvoorzieningen of diensten van de opdrachtgever, tenzij het verschil in behandeling objectief gerechtvaardigd is. Met name met betrekking tot kantines, kinderopvang- en vervoersfaciliteiten.

De opdrachtgever is wettelijk verplicht om de payrollorganisatie te informeren over de arbeidsvoorwaarden van vaste werknemers. Van deze rechten kan niet ten nadele van de werknemer afgeweken worden (ook niet bij cao).

Nadere regels en een definitie voor oproepovereenkomsten

Voor oproepovereenkomsten wordt ook een wettelijke definitie geïntroduceerd. Deze arbeidsovereenkomst is de overeenkomst waarbij de omvang van de arbeid niet eenduidig is vastgelegd of de overeenkomst waarbij geen betaling volgt als er niet wordt gewerkt.

Het kabinet wil dat werkgevers oproepkrachten ten minste vier dagen van tevoren, schriftelijk of elektronisch, laten weten wanneer zij moeten werken. Een werknemer kan straks wettelijk niet verplicht worden om te komen werken als minder dan vier dagen van tevoren wordt geïnformeerd over de te werken tijdstippen. Als de werkgever een oproep binnen vier dagen voor aanvang van de arbeid weer intrekt, heeft de werknemer recht op het loon dat verdiend zou zijn, als het werk zou zijn uitgevoerd zoals overeengekomen. In de cao kan deze vierdagentermijn worden verkort tot ten minste 24 uur.

Naast de verplichte aankondiging worden werkgevers verplicht schriftelijk een arbeidsovereenkomst aan te bieden als de oproepovereenkomst 12 maanden heeft geduurd. De arbeidsomvang moet daarin ten minste gelijk zijn aan de gemiddelde arbeidsomvang in de voorafgaande 12 maanden.

Premie Werkloosheidswet wordt afhankelijk van arbeidsovereenkomst

De premie voor het algemeen werkloosheidsfonds wordt straks vastgesteld aan de hand van de arbeidsovereenkomst. Voor werknemers met een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd wordt een lage premie verschuldigd, voor andere arbeidsovereenkomsten en oproepovereenkomsten is een  hoge premie verschuldigd. Nu wordt de premie voor het werkloosheidsfonds nog vastgesteld aan de hand van sectoren waarin de arbeidsmarkt is ingedeeld.

Een lage premie kan worden herzien als blijkt dat een contract voor onbepaalde tijd in de praktijk flexibel is ingezet. Bijvoorbeeld bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst binnen vijf maanden (proeftijd), structureel overwerk, ontbinding van de overeenkomst binnen een jaar of eerdere herziening van de premie.

Beschouwing Brainnet

De praktische invulling van het voorstel zal vooralsnog niet eenvoudig blijken. De nieuwe begrippen en normen die door het kabinet worden geïntroduceerd, vragen om verdere verduidelijking. Per situatie lijkt vastgesteld te moeten worden in hoeverre het redelijk is dat er gebruik wordt gemaakt van de uitzendwetgeving of de nieuwe wetgeving voor payrollovereenkomsten.

Voor de markt bepalen dat ‘dezelfde pensioenregeling’ en overige ‘arbeidsvoorwaarden’ van toepassing zijn, is gemakkelijker opgeschreven dan uitgevoerd. En zou de minister echt denken dat alleen werknemers in het onderwijs bij ziekte wel eens vervangen moeten worden door invalkrachten? Hier moet zeker nog een hartig woordje over gesproken worden in de polder.

Jasper Commandeur, Fiscalist

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , | Laat een reactie achter

Bemiddelaars: ‘Kabinet, trek deze vijf lessen uit de wet DBA’

Minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) presenteert binnenkort zijn hoofdlijnenbrief, waarin hij vertelt hij hoe hij het hoofdpijndossier wet DBA wil oplossen. Koolmees moet knopen doorhakken: stelt hij nieuwe wetgeving uit of niet? Gaat hij voor een stapsgewijze verandering? En wat doet hij met suggesties voor aanpassingen van het regeerakkoord? Lees daarover hier meer.

Als het aan de zzp-bemiddelaars ligt, moet hij in elk geval een paar belangrijke lessen trekken uit invoer van de wet DBA van een paar jaar geleden. 

Les 1: Schep duidelijkheid

In mei 2016 werd de VAR afgeschaft. “Het ging te snel en er ontstond paniek”, zegt Josien van Breda-Hoekstra, voorzitter bij Platform ZZP Dienstverleners. Het platform is onderdeel van de Alliantie van Werk. “We hadden verwacht dat de nieuwe wet beter zou zijn dan de VAR, helaas bleek dat niet zo. De onzekerheid die toen ontstond was groot: sommige zelfstandigen zaten ineens thuis omdat opdrachtgevers ze niet meer durfden in te huren.”

Hoewel de wet DBA meer duidelijkheid had moeten geven, was het tegendeel het geval. “Er was veel te veel ruimte voor interpretatie”, zegt Rob de Laat. Hij is voorzitter van Bovib, de branchevereniging van onafhankelijke inhuur-intermediairs. “De markt had en heeft er echt last van. Ik zie opdrachtgevers nog steeds worstelen: wat mag nou wel, wat mag niet?”

Na veel kritiek en besloot het kabinet de handhaving van de wet op te schorten tot 2020. In het regeerakkoord is kabinet Rutte III duidelijk: de wet DBA wordt vervangen. Doelen van de nieuwe regels: aanpakken van schijnzelfstandigheid, bewust zelfstandige ondernemers niet te veel in de weg leggen, opdrachtgevers meer duidelijkheid geven.

Dat is hard nodig, vinden zowel Van Breda-Hoekstra als De Laat. De rust is inmiddels weder gekeerd, ondanks het feit dat er nog steeds onduidelijkheid is over de toekomst. “De deelnemers van ons platform hebben ondanks de onduidelijkheid een manier gevonden om te werken in de huidige situatie”, zegt de voorzitter van Platform ZZP Dienstverleners. “Maar we willen een echte oplossing.”

Les 2: Stel niet langer uit

Het gaat goed met de zelfstandig professional omdat er veel vraag is naar arbeid, zegt De Laat. “Werkgevers moeten wel inhuren, ondanks alle onduidelijkheid”, legt hij uit. “Ondertussen hangt de wetgeving ze als een donkere wolk boven het hoofd. Als de marktsituatie straks verandert, dan wordt die ontbrekende regelgeving pas echt een probleem.”

Als het aan de bemiddelaars ligt wordt de nieuwe wet DBA dus niet uitgesteld. “Niet weer een onderzoek of een commissie, het kabinet moet durven besluiten”, stelt De Laat. Dat is Van Breda-Hoekstra met hem eens. “Schuif het probleem niet op de lange baan, vooral niet de problemen die spelen aan de onderkant van de markt.” 

Les 3: Richt je op het echte probleem

Van Breda-Hoekstra doelt op de laagbetaalde zzp’ers, bijvoorbeeld schoonmakers, postbodes en taxichauffeurs die voor minder dan 15 euro per uur werken. “Zij hebben geen goede onderhandelingspositie, worden op prijs tegen elkaar uitgespeeld. Er is geen sprake van goed opdrachtgeverschap. Deze mensen moet je beschermen.”

Het is een heel andere groep zzp’ers dan waar de bemiddelaars zich mee bezighouden. “De zelfstandig professionals in ons bestand hebben een bijzonder goede onderhandelingspositie”, vertelt ze. “Het uitgangspunt moet zijn dat zij zelf afspraken kunnen maken met bemiddelaars en opdrachtgevers.”

“Die zelfstandigen die onder de 15 euro per uur werken, daarover is maatschappelijke onrust”, stelt De Laat. “Het kabinet moet daar iets aan doen. Tegelijkertijd mogen zelfstandig ondernemers waar niks mee aan de hand is er geen last van hebben.” 

Les 4: Laat geen ruimte voor interpretatie

Maar hoe doe je dat dan? Zowel De Laat als Van Breda-Hoekstra pleiten voor heldere regels. “Je hebt harde eisen nodig om te weten of een opdracht voldoet of niet”, vindt de Bovib-voorzitter. “Een minimaal inhuurtarief is niet ideaal, want er zijn ook zzp’ers die werken met een stukloon. Maar als het helpt dit vraagstuk op te lossen: prima. Het kabinet moet durven zeggen wat wel en niet kan.”

De ‘oude’ wet DBA liet veel aan de interpretatie over van de belastinginspecteur. “Die kon zijn eigen draai geven aan de regels”, zegt De Laat. “Dat zorgt voor veel onzekerheid: het is maar net wie jouw dossier behandelt. Er is dus behoefte dat de politiek heel heldere criteria stelt, die niet voor interpretatie vatbaar zijn. Als dat via een tarief moet, prima.”

“Wij zijn ook gecharmeerd van de opt-out, omdat ons uitgangspunt is dat partijen zelf afspraken moeten kunnen maken”, zegt Van Breda-Hoekstra namens de zzp-bemiddelaars.

In het regeerakkoord staat het voorlopige plan dat als iemand ingehuurd wordt tegen een laag tarief, dat gezien wordt als arbeidsovereenkomst. Boven een inhuurtarief van 75 euro per uur geldt een opt-out: er is dan geen discussie of iemand werknemer is of niet.  Voor inhuur tussen het minimum- en opt-outtarief komt waarschijnlijk een webmodule met vragen om te bepalen of iemand als zelfstandige ingehuurd mag worden. 

Les 5: Laat de pensioenregels erbuiten

Koolmees moet zijn vervanging van de wet DBA ook nog goedgekeurd krijgen door de Eerste Kamer. Bij het Pensioendossier speelt dat ook. De sociale partners komen daar niet uit, dus werft Koolmees steun van SP, PvdA en GroenLinks. De SP heeft vast aangekondigd dat de partij best met de minister wil onderhandelen over het pensioendossier, maar dan ook over situatie rondom zzp’ers.

Van Breda-Hoekstra is bang dat uitruil niet bijdraagt aan een goed functionerende arbeidsmarkt, omdat het kabinet zo de samenhang tussen de verschillende onderwerpen uit het oog verliest. De Laat noemt zo’n uitruil ‘niet fair’. “De belangen van werkgevers en vakbonden op het gebied van pensioen staan los van de belangen van zelfstandigen.”

“Het is lastig in te schatten was Koolmees gaat doen”, besluit Van Breda-Hoekstra. “Ik hoop in elk geval dat hij geleerd heeft van de wet DBA. Doe het nu goed en zorgvuldig, maar schuif de problemen niet op de lange baan.” De Laat vult aan: “Baseer wetgeving niet op uitzonderingen, durf keuzes te maken en zorg dat het volslagen duidelijk is.”

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , , , | Laat een reactie achter