Een baan houdt je klein, werk maakt je groot. Geplaatst 8 mei 2018 door Pierre Spaninks ‘Werk, dat is wat maakt dat we ons ontwikkelen, doordat we het doen vanuit ons hart. Een baan, dat is maar een manier om de kost te verdienen.’ Met die woorden zet Denis Pennel het onderscheid neer dat aan de basis ligt van zijn onderzoek naar de toekomst van werk en zekerheid. De directeur van de World Employment Confederation doet dat in zijn nieuwe boek Travail, la soif de liberté. Was het vertaald in het Nederlands, dan zou het zoiets hebben geheten als Werk, het verlangen naar vrijheid. Emanciperende factor Naar de opvatting van Pennel is werk een ’emanciperende factor’ van jewelste. Wat ik voor mezelf graag uitleg als: door ons werk overwinnen we onze beperkingen, leren we wie we zijn, groeien we, realiseren we ons potentieel, brengen we ons eigen leven en dat van anderen op een hoger plan, en voelen we ons gewaardeerd. Een baan als werknemer is maar een van de vele gedaantes die dat werk kan aannemen. In feite is een baan niet meer dan pakketje taken, een plek in een organogram, de naam van een functie, een arbeidscontract voor langere of kortere tijd, een salaris – en niet te vergeten de sociale zekerheden die daaraan zijn gekoppeld. Met zo’n baan, en zeker met de vaste variant daarvan, heeft Pennel niet veel op. Principieel niet, en praktisch ook al niet. Principieel, omdat een baan laat stollen wat hoort te stromen: eerst ons werk en vervolgens ook nog eens onszelf. En praktisch, omdat een baan voor iedereen en voor het leven sowieso een illusie is. Werk is veel minder afgebakend, minder in regels gevat, minder beperkt in zijn vormgeving dan een baan. Het kan en mag veel breder zijn, losser ook: studeren, ondernemen, zelfstandig je ambacht of professie uitoefenen, zorgdragen voor je medemens en je omgeving, tegen betaling of als vrijwilliger, niet gedicteerd door de planning en het rooster maar op de eb en vloed van je dromen en je mogelijkheden. Geboorterecht Werk aan de ene kant en een baan aan de andere, zijn dus eigenlijk twee totaal verschillende dingen. Toch weten wij haast niet beter of ze gaan samen – als we ze al niet aan elkaar gelijkstellen. Historisch is werk echter pas in de 19e eeuw teruggebracht tot een baan in loondienst. De industrialisatie riep een grote behoefte op aan fabrieksarbeiders. Daarin had nooit kunnen worden voorzien zonder forse druk op dagloners, keuterboertjes en andere kleine zelfstandigen om werknemer te worden. Onderdeel daarvan was dat werk voortaan werd voorgesteld als een deugd of zelfs een plicht, in plaats van erkend als een algemeen menselijke neiging en een geboorterecht. Om dat tot baan gereduceerde werk heen, werd in de 20e eeuw een uitgebreid sociaal stelsel gebouwd. Sindsdien was werk niet alleen een baan en een inkomen, maar ook nog eens zekerheid. Dat werkte allemaal prima – zo lang er behoefte was aan massa’s werknemers die hadden geleerd om gestandaardiseerde producten en diensten voort te brengen in een gecontroleerde omgeving. Nieuwe waarden Die praktijk van de 20e eeuw is echter in rap tempo aan het verdwijnen. In de 21e eeuw worden heel andere eisen gesteld aan werk en aan werkenden. Werk concentreert zich steeds meer rond begrippen als innovatie, creativiteit en ondernemerschap. Werkenden willen steeds vaker worden aangesproken op hun interne motivatie, op hun energie, en op hun vermogen om van daaruit de verbinding aan te gaan. Bij die nieuwe waarden en dat nieuwe werk passen geen levenslange dienstverbanden meer, geen vaste contracten, geen vuistdikke cao’s. En al evenmin sociale zekerheden die zijn gekoppeld aan wat voor werk we doen voor wie en op welke juridische grondslag. Hervorm het sociaal stelsel zodat basiszekerheden niet meer volgen uit iemands relatie tot de arbeidsmarkt maar verbonden zijn aan het individu. Nu terug naar die emanciperende factor die werk ooit was en in essentie nog steeds is. Werk dus waardoor we onze beperkingen overwinnen, leren wie we zijn, groeien, ons potentieel realiseren, ons eigen leven en dat van anderen op een hoger plan brengen, en ons gewaardeerd voelen. Zulk emanciperend werk, dat je in vrijheid op je neemt, maakt je groot. Werk dat is gereduceerd tot een baan, doet dat niet. Al helemaal niet als die baan zowel je inkomen moet zijn als je sociale zekerheid. Dat houdt je juist klein. Ontkoppelen Wat kunnen we daaraan doen? Hoe vinden we het werk terug dat maakt dat we ons ontwikkelen doordat we het doen vanuit ons hart? Het antwoord dat Pennel daarop geeft is tweeledig. Een: maak de koppeling tussen baan en inkomen losser door een basisinkomen in te voeren. En twee: hervorm het sociaal stelsel op zo’n manier dat althans de basiszekerheden niet meer volgen uit iemands relatie tot de arbeidsmarkt maar verbonden zijn aan het individu. Of ik persoonlijk aan het idee van een basisinkomen al toe ben, weet ik nog niet. Maar naar de resultaten van een serieus experiment – niet te klein, niet te kort, niet te bekrompen – zou ik heel nieuwsgierig zijn. Dat we er goed aan doen om sociale zekerheden te laten meebewegen met de werkenden zelf in plaats van met hun werk, staat voor mij echter als een paal boven water. Libertariaat Door werk en zekerheid te ontkoppelen, creëren we de mogelijkheid voor mensen om in iedere fase van hun leven te doen wat het best bij hen past. Met de inhoud en de vorm die hen gelegen komt, zonder dat ze bang hoeven te zijn om bij tegenspoed door de bodem te zakken. Dat zal een ongekende hoeveelheid energie en creativiteit losmaken, en dat is precies waar onze samenleving en onze economie behoefte aan hebben. Om met Denis Pennel te spreken: de toekomst is niet aan het salariaat (vastebaners, ingebakerd in windsels van zekerheid), niet aan het precariaat (flexwerkers en zzp’ers, gemarginaliseerd ten faveure van de vorige groep), maar aan het libertariaat van zelfbewuste modern werkenden. Meer weten? Luister de uitzending van BNR Werkverkenners over ‘Waarom vinden we werk zo belangrijk’ hier terug Geplaatst in ZP en Politiek | Tags Brainnet, column, werkverkenners | 5s Reacties
De Wab en Poldermodel 2.0 Geplaatst 8 mei 2018 door Annemarie Stel Beschaving Tot op heden hebben zo’n 130 mensen, c.q. instanties aanleiding gezien om hun standpunt aan de minister mee te delen. Dat levert relatief zinloze teksten op als: “Ik ben het niet eens met de door jullie voorgestelde verhoging van de arbeidskosten”, “Schieten met een kanon op een mug” of “Onzalig plan”, maar ook het communistische vibes oproepende “Slechts voordelen voor werkgevers”. Een constatering die in één geval wordt gevolgd door het advies om het gewoon door de sociale partners te laten regelen, wat volgens mij ook de werkgevers zijn, dus het is de vraag wat de indiener ermee denkt op te schieten. We treffen parels van juridisch tang-taalgebruik aan: “De wetgever is namelijk op de stoel van de rechter gaan zitten door de rechter te ontnemen de – diens functioneren bij uitstek typerende – vrijheid de individuele zaak in het licht van alle omstandigheden van het geval te toetsen aan de zorgvuldigheid die in die individuele casus betaamt”, wat zelfs de Trias Politica in haar bestaan bedreigt. Onze beschaving trilt op haar grondvesten, als we meester Blom mogen geloven. En het wordt volgens H. Tulner nog véél erger als er na invoering van de wet een economische crisis optreedt, want dan ontstaat er een flexibele schil van 65% van de Nederlandse beroepsbevolking, wat “sociale onrust” gaat veroorzaken en mensen bevattelijk maakt “voor populisme waardoor de Nederlandse samenleving als geheel onstabiel wordt”. Tegenstribbelen De FNV heeft maar liefst 15 pagina’s nodig om haar stokpaardje ‘alleen vaste banen zijn goed’ te berijden en ervoor te pleiten dat we zzp’ers duurder moeten maken. Een aantal brancheorganisaties roept wat over seizoenswerk, maar van alle reacties zijn er slechts een paar die het opnemen voor flex. Zoals de heer Arentsen: “Als overheid kun je tegenstribbelen en proberen met wetten en heffingen de ontwikkelingen tegen te gaan, maar er is geen houden aan”. Want hoe optimistisch J. Grupstra ook zegt: “Zorg dat werknemers weer loyaal worden aan hun werkgever en laat de werkgever die loyaliteit belonen, dan zal het een stuk beter met Nederland gaan”, werknemers worden steeds meer loyaal aan zichzelf. Wat ook J. Kuijs ziet: “De generatie millennials, die over enkele jaren tweederde van de beroepsbevolking vormt, ziet [een vast contract] in de regel ook helemaal niet als cruciale arbeidsvoorwaarde. Voor hen is zinvol werk, ontplooing en een goede werk/prive balans veel belangrijker”. Grof vuil Wat veel inzenders met elkaar gemeen hebben, is een vaste overtuiging dat d’arme tot ‘t merg wordt uitgezogen: “Er moet weer eens beter/socialer met de beroepsbevolking worden omgegaan i.p.v. de mensen alleen maar uit te knijpen en dan bij het grof vuil te zetten!!!”, zoals mevrouw I. de Koning met gevoel voor drama meldt. Maar het probleem is niet meer of minder vaste contracten, drie of vijf maanden proeftijd of een cumulatieve ontslaggrond; het is het feit dat de grondslag van sociale zekerheid – voor mijn part inclusief de mogelijkheid om wel of geen hypotheek te krijgen – is gekoppeld aan de exclusieve relatie tussen werkgevers en werknemers. Zolang we in dat keurslijf blijven denken, komt er geen ruimte voor ‘nieuwe’ mogelijkheden. Waarom geen individuele arrangementen die samen een collectieve zekerheid vormen? De Noren hebben toch ook een Staatsfonds? Nou ja, ik ben geen jurist, maar ik zie best mogelijkheden voor een rijksbreed broodfonds. Want ik denk ook dat er geen houden aan is. Ik heb wel een beetje te doen met de ambtenaren die de reacties allemaal moeten doorlezen (en het tot op zekere hoogte serieus moeten nemen). Net als mij zal de reactie van Kees de Vos hen waarschijnlijk het meest aanspreken: een blanke pagina, geen woord. En misschien moeten ze maar ‘s een zaaltje gaan huren, voor al die inzenders die bereid zijn om hun mening ‘persoonlijk toe te lichten’. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags arbeidsmarkt, Koolmees, WAB, Wet Arbeidsmarkt in Balans | Laat een reactie achter
De toekomst van werk Geplaatst 7 mei 2018 door Bas van de Haterd De toekomst van werk, of in het Engels Work Rules, van Laszlo Bock, inmiddels voormalig HR directeur (VP People Operations) van Google is een must read voor iedereen in HR en Recruitment. Het boek is dik, maar leest als een trein. Het is goed geschreven (en vertaald). Het combineert wetenschappelijke inzichten met praktische uitvoeringen zoals Google die heeft toegepast. Het geeft een beeld van alles rondom ‘mensen in een organisatie’, het gaat over groeistuipen (Google groeide in zijn tijd van 2.000 naar 40.000 medewerkers) Ik geef het boek 5 van de 5 sterren: een must read. (meer…) Geplaatst in Boeken | Laat een reactie achter
GiG economy en de staffing industrie. Trends en quotes vanaf een internationale conferentie Geplaatst 7 mei 2018 door Hugo-Jan Ruts Bijna 3.000 miljard (!) euro per jaar. Dat is wat er volgens het Amerikaans onderzoeksbureau Staffing Industry Analysts (SIA) inmiddels wereldwijd omgaat in de gig-economy. Althans: dat deel waarin sprake is van een business-to-business-transactie. Waarbij SIA wel een heel brede definitie van de gig-economy hanteert, namelijk: al het werk dat buiten reguliere dienstverbanden opgedaan wordt. Al dan niet via een staffing-bureau. Hoe dan ook, het is een enorm bedrag in een markt die – wereldwijd – fors in beweging is. Het leger van die gig-workers is groeiende, van mensen die het moeten hebben van snipperbaantje tot de stevig betaalde hoogopgeleide en schaarse specialist. Bijna net zo hard groeit het aantal mogelijkheden voor opdrachtgevers om die groep te vinden, en te contracteren en om met die groep samen te werken. Ook groeit de diversiteit aan allerlei leveranciers van diensten aan zowel die gig-workers of freelancers en hun opdrachtgevers. Het eco systeem dijt flink uit. Samenwerken essentieel Niet heel vreemd dat SIA zijn meest recente conferentie dus de titel ‘Collaboration in the gig-economy’ meegaf. Met als onderliggende boodschap dat ‘samenwerken’ in die driehoek van opdrachtgevers, freelancers en dienstverleners essentieel is om te komen tot een goed functionerende gig-economy. Een conferentie met een kleine 30 sprekers en panelleden laat zich lastig samenvatten in een artikel. Daarom een aantal hoogtepunten voor alle punten van de driehoek, aangevuld met relevante citaten van die sprekers. Opdrachtgevers: zoeken naar balans in de sourcingstrategie. Een groeiend aantal gig-workers en freelancers. Niet zelden met juist die skills en instelling die nodig zijn voor organisaties in transitie (en wie is dat tegenwoordig niet?). En een groeiend aantal manieren om hen te contracteren of aan je te binden. Tijdelijk, als zelfstandigen, via een bureau, een MSP, master vendor of toch zelf. Op urenbasis of – steeds meer – via een ‘Statement of Work’, of aanneming van werk, en dus puur gebaseerd op output. Wel of niet gebruik maken van online platformen om werk te organiseren of kandidaten te vinden? Wel of niet het aantrekken van vast personeel en tijdelijk bij elkaar brengen? Je HR-beleid inrichten op een ‘blended workforce’ of niet? Organisaties hebben tegenwoordig nogal wat mogelijkheden om een inhuurstrategie te ontwikkelen. Ontegenzeggelijk zit er beweging in de stappen die de grote organisaties maken. Al blijft het soms nog wel wat hangen bij praten en plannen maken. Dawn McCartney (SIA)” “Steeds meer organisaties geven in internationale SIA-enquêtes aan gebruik te gaan maken van online platformen om freelancers aan te trekken. Maar het aantal organisaties dat dat ook daadwerkelijk doet is al drie jaar stabiel. Waarbij aangetekend dat juist zulke platformen hiring managers de mogelijkheid geven om buiten de officiële inhuurkanalen van een organisatie om te werken, er is best veel zogenaamde Maverick spend. Dat laten cijfers van Upwork ook zien” Martin Thomas (Philips): “We rekenen en denken bij inhuur van externen niet meer zoals vroeger in ‘headcount’, het aantal fte, maar in total workforce cost. Dat geeft veel meer ruimte voor de juiste discussies met hiring managers en leveranciers.” Sam Smith (KellyOCG): “Total Talent Acquisition is een begrip waarover overal gesproken wordt. De Benelux-regio loopt voorop in de stappen die gezet moeten worden om het ook daadwerkelijk in de praktijk te brengen. ” Martin Thomas (Head Total Workforce Management, Philips): “We zoeken vanuit onze afdeling nadrukkelijk samenwerking met de collega’s van employer branding voor de ontwikkeling van onze freelance propositie. Al was het maar vanwege de budgetten die zij hebben.” Freelancers: groeiende kloof tussen kansrijken en kwetsbaren “The war for talent is over, and talent has won.” Dat tegeltekstje kwam ook in Londen weer voorbij. Met de huidige tekorten aan personeel, vast of tijdelijk, zal daar een kern van waarheid in zitten. Maar zeker niet voor iedereen. De groeiende gig-economy en de nieuwe manieren om werken uit te voeren en opdrachtgevers te vinden, biedt nieuwe kansen voor freelancers. Maar tegelijkertijd faciliteert het ook om misbruik te maken van gig-workers in kwetsbare sectoren en beroepen. Het risico dat overheidsregulering om die groepen te beschermen ook nadelige effecten kan hebben op het ‘gezonde’ deel van de markt kwam opvallend genoeg in de discussies niet terug. Susannah Kintish (jurist): “De wetgeving en jurisprudentie over wie nu wel of niet een werknemers is, loopt jaren achter op de praktijk. Zeker als het gaat om platformwerkers.” Sam Smith (KellyOCG): “De angst dat freelancers als werknemers worden gekwalificeerd weerhoudt opdrachtgevers ervan om hen op een sociale manier te betrekken bij de organisaties. Geen opleiding, geen uitnodiging voor de kerstborrel.” Maggie Dewhurst, Vice President van de Britse Independent Workers Union: “Wat je als consument om zijn minst kunt doen is snappen hoe kwetsbaar platformwerkers zijn. Bijvoorbeeld dat een Uber-chauffeur bij een mindere beoordeling zonder ontslagbescherming of beroepsmogelijkheid van het platform verwijderd wordt. Of dat een Deliveroo-bezorger voor de kosten opdraait als je – onterecht – claimt dat een maaltijd niet bezorgd wordt.” Dawn McCartney (SIA): “20 jaar geleden was het adagium: ‘Love your recruiter’. Die was voor flexwerkers en interim professionals een onmisbaar tussenstation voor hun nieuwe opdracht. Anno 2018 is het adagium voor de bureaus: ‘Love your candidate’. Juist de ondernemende professional die goed zijn of haar weg weet te vinden met alle technologische oplossingen, en dus in potentie staffing-bedrijven niet meer nodig heeft, heeft het profiel waarnaar opdrachtgevers op zoek zijn.” Dienstverleners: zoeken naar de heilige techgraal De gig-economy is een techeconomie. Althans, die indruk krijg je al snel als je de verhalen van de dienstverleners erover hoort. Het aantal transacties tussen opdrachtgevers en freelancers neemt fors toe. De snelheid waarin die transactie afgehandeld moet worden is steeds korter. Iedereen is altijd en overal online. Big data en AI bieden ongekende mogelijkheden. Tech lijkt dan al snel het antwoord op alles. Maar dat gezegd hebbende duiken er twee interessante fenomenen, dilemma’s of paradoxen op. De eerste: maakt technologie de relatie tussen kandidaat en opdrachtgever en/of bureau nu persoonlijker, of juist niet? Een relevante vraag, in een markt die door de kandidaat gedreven wordt. Het tweede punt: terwijl traditionele staffing-bedrijven steeds meer technologie omarmen (zelf ontwikkelen of kopen) bewegen aanvankelijk pure online spelers als Upwork en ProFinder (van LinkedIn) zich juist meer in de richting van de servicemodellen van die traditionele staffing-bedrijven. Zo wordt het druk in het midden, met de nadrukkelijke vraag wat nu nog het onderscheid is. Chris Neddermeijer (Nétive): “Technologie is maar een deel van het antwoord. Staffing in de gig economy blijft mensenwerk.” Peter Reagan (SIA): “De Net Promotor Score van veel bemiddelingsbureaus en MSP’s is negatief. Er is alle ruimte voor verbetering .“ We lopen vaak voorop De trends uit de internationale staffing-wereld zullen voor weinigen hier in Nederland actief vreemd voorkomen. Sterker nog, op veel van de genoemde ontwikkelingen (ook als het gaat om het denken over de toekomst van onze wetgeving) lopen we voorop. Waarbij het voor zowel de corporates als de dienstverleners hier wel zaak is geen last te gaan krijgen van de ‘wet van de remmende voorsprong’. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags flex eco systeem, freelancers, gig-economy, hiring managers, inhuur strategie, opdrachtgever | Laat een reactie achter
Amerikaans Hooggerechtshof moet boete betalen vanwege inhuur schijnzelfstandigen. Geplaatst 7 mei 2018 door Hugo-Jan Ruts De Amerikaanse belastingdienst (IRS) heeft het Hooggerechtshof van de Amerikaanse staat West-Virginia een boete van $227.541 opgelegd. De ‘Supreme Court of Appeals of West Virginia’, het hoogste rechtsorgaan van die staat, had in 2015 diverse zelfstandige professionals ingehuurd. Maar volgens de IRS moesten die ingehuurde krachten gezien worden als werknemers. Het gaat daarbij om uiteenlopende taken als juristen, examinatoren, data specialisten tot beveiligingspersoneel. Er is geen bezwaar tegen de beslissing aangetekend. “The Court welcomed the opportunity to meet its obligations under federal tax law and regrets the errors made. We are fully committed to compliance with our federal tax obligations in the future.” De discussie over wie nu wel of niet als zelfstandige aangemerkt mag worden is – net als in veel andere landen – een flink onderwerp van gesprek. Wetgeving loopt fors achter. Verschillende overheidsinstanties hanteren andere regels. Met als gevolg dat uitspraken van rechters een grote rol spelen. Die jurisprudentie verschilt dan wel weer per staat. Blijkbaar zijn die regels en jurisprudentie dus ook voor het hoogste rechtsorgaan van West Virginia niet al te duidelijk. Piketpaaltjes Aan de andere kant van de VS sloegen de collega’s van het Supreme Court van Californië alvast weer wat nieuwe piketpaaltjes over wie nu wel en niet als zelfstandige ingehuurd mag worden. In die grote staat, met haar high-tech industrie, is de freelance economy bovengemiddeld groot en wordt ook veel via platformen gewerkt. Met als gevolg dat de staat ook vooroploopt in het aantal rechtszaken hierover. Het via ‘class actions’, waarbij een grote groep mensen via een collectieve rechtszaak zijn gelijk probeert te halen, bedrijven aanklagen vanwege wat in de VS ‘misclassification’ heet, is ondertussen ook een lucratieve activiteit van juristen geworden. ABC test In een nieuwste zaak komen de rechters van het Supreme Court van Californië tot striktere regels. Een ABC test die, zeer vrij vertaald, er op neer komt dat iemand als zelfstandige ingehuurd kan worden indien hij/zij: Regelvrijheid heeft ten aanzien hoe je je werk uitvoert en wanneer je dat doet. ‘Niet-regulier’ werk doet, dus niet hetzelfde werk wat werknemers in loondienst bij hetzelfde bedrijf ook doen. Een eigen bedrijf heeft en dezelfde soort werkzaamheden ook voor andere opdrachtgevers/klanten uitvoert. Met name punt B. wordt gezien als een flinke bedreiging voor een platform als Uber. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags AB5, boete, inhuur, schijnzelfstandigheid | Laat een reactie achter
Uitzenden is meer dan een algoritme Geplaatst 7 mei 2018 door Jurriën Koops ‘Bestaat het uitzendbureau straks nog?’ Onder die onheilspellende titel bracht ING vorige week een rapport uit over de impact van algoritmes en platforms op de uitzendbranche. Het rapport concludeert dat 20 tot 70% van de markt van uitzendbureaus, detacheerders en payrollers de komende tien jaar op het spel staat. Het einde van de uitzendbranche is al vaker voorspeld, zoals twintig jaar geleden bij de opkomst van het internet. Inmiddels zijn uitzenders grotendeels uit het straatbeeld verdwenen, is een belangrijk deel van de dienstverlening naar online verschoven en werken er jaarlijks meer uitzendkrachten dan ooit. Uitzenden is namelijk meer dan een slim algoritme en een digitaal prikbord. Werkgeverschap, risicomanagement, hr-advies, inzetbaarheid, van-werk-naar-werk, ontzorgen van opdrachtgevers, kennis van complexe wet- en regelgeving, het zijn kerntaken die verder reiken dan een algoritme. Uitzenders zitten niet stil en transformeren in rap tempo tot data- en technologiegedreven hr-dienstverleners. Natuurlijk wordt het matchings- en planningsproces grotendeels gedigitaliseerd. Natuurlijk heeft dat veel impact op de branche. Maar uitzenders zitten niet stil en transformeren in rap tempo tot data- en technologiegedreven hr-dienstverleners. Kunnen uitzenders dan rustig gaan slapen? Nee zeker niet. Investeren in digitalisering, data-analyse, excellente uitvoering en meer waarde toevoegen voor kandidaat en opdrachtgever is het devies. Is technologie alles bepalend voor de toekomst van de branche? Op dat punt benoemt het ING-rapport terecht de invloed van wet- en regelgeving. Veel online platforms gedijen bij de gratie van de huidige regelgeving met betrekking tot zelfstandigen. Er is geen sprake van een gelijk speelveld en ons arbeidsrecht weet geen raad met deze ‘nieuwe werkgevers’. In dat opzicht is de huidige Wet arbeidsmarkt in balans van minister Koolmees koren op de molen van online platforms. Hybride spelers die tech & touch weten te combineren zullen de winnaars zijn. De toekomst van de branche is niet een nul-één vraagstuk. Alles voor de platforms of alles voor de uitzenders? De veilige bandbreedte in de voorspelling van ING maakt dat ook duidelijk. Het is één markt, waarbij platforms en traditionele uitzenders bovendien naar elkaar toe bewegen. Hybride spelers die tech & touch weten te combineren zullen de winnaars zijn. De regels van het spel veranderen pas echt als Google, Amazon of Facebook op kooptocht gaan in onze branche. De ABU heeft veel relevante informatie over dit onderwerp verwerkt in een whitepaper. Deze vindt u hier. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags flexbranche, what's next in flex | Laat een reactie achter