Van ‘werkzekerheid’ tot ‘digiquotiënt’: hoe in Davos de toekomst van werk wordt besproken. Geplaatst 26 januari 2018 door Peter Boerman Naast opwinding over de komst van Trump draait het in Davos deze dagen ook nog om een ander onderwerp: de toekomst van werk. Daarbij gaat het onder meer om nieuwe zekerheden en meer digitale vaardigheden. Flexibility én security Je kunt het opvallend noemen voor een topman wiens bedrijf het vooral van flexibiliteit moet hebben. Maar die flexibiliteit is niet veel waard als we mensen niet tegelijk een vorm van bestaanszekerheid kunnen bieden, aldus Adecco-topman Alain Dehaze tijdens de top van het World Economic Forum in Zwitserland. ‘Flexibiliteit en zekerheid zijn twee kanten van dezelfde medaille.’ Juist de opkomst van de gig- en platformeconomie maakt volgens hem echter een nieuwe discussie over sociale zekerheid noodzakelijk. ‘De behoefte aan flexibiliteit neemt misschien toe, maar dat betekent nog niet dat de behoefte aan zekerheid verdwijnt. Integendeel zelfs. Hierin balans kunnen vinden bepaalt of de vierde industriële revolutie een succes voor velen wordt of slechts voor de few.’ Het begrip ‘flexicurity’, zoals dat in Denemarken en Nederland in de jaren 90 werd besproken, dekt de lading niet meer, denkt hij. ‘Nu er online talentplatforms opkomen, moeten we nog een stap verder denken. We hebben behoefte aan een sociale zekerheid die overdraagbaar en meer op maat gemaakt is.’ Met het platform YOSS wil Adecco zelf daaraan al een bijdrage leveren. Maar er is meer nodig, beseft hij. En dat moet dan vooral draaien om het begrip ‘employability’. ‘In de wereld van werk is employability de nieuwe munteenheid geworden. Als mensen niet de goede skills hebben, zullen we niet alleen met een groeiende matchingskloof te maken krijgen, maar ook – en dat is nog erger: met grotere werkloosheid.’ Nieuw leiderschap Probleem is alleen dat de meeste opleidingsstelsels ‘nog jaren verwijderd zijn’ van aansluiting op de steeds flexibeler wereld. En daar moet dus dringend iets aan veranderen, zei hij. Daarin kreeg hij bijval van Manpower-ceo Jonas Prising. We zitten midden in ‘een skills revolutie’, zei deze in Davos. ‘Mensen helpen nieuwe skills aan te leren in deze snel veranderende wereld van werk is het enige wat kan garanderen dat ze employable blijven. En dat moet ook nog eens snel en op grote schaal gebeuren. Het is dé bepalende uitdaging van deze tijd.’ Volgens Prising is het daarom vooral belangrijk dat onze leiders beter leren omgaan met de huidige digitale transformatie. Bijna 9 op de 10 HR-managers vinden momenteel dat leiders in hun organisatie de talenten missen om die digitalisering met verve aan te kunnen, aldus Manpower-onderzoek. De uitzendketen heeft daarom een speciale test ontwikkeld, het DigiQuotiënt, als tegenhanger van een IQ- of EQ-test. Managers kunnen aan de hand van 34 vragen kijken in hoeverre ze zelf voorbereid zijn op de digitale toekomst. Uit de test komen typologieën naar voren als ‘pionier’ of ‘teamspeler’, plus een associatie met een bekende ‘wereldleider’, van Angela Merkel en Mark Zuckerberg tot Lady Gaga. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags toekomst van werk | Laat een reactie achter
Brief aan minister Koolmees: ‘Hoezo heeft de markt geen oplossing?’ Geplaatst 25 januari 2018 door Magnit Geachte heer Koolmees, Met verbazing heb ik kennisgenomen van het bericht op nu.nl van hedenochtend, 25 januari. U heeft op 24 januari 2018 gesproken met “de markt” over de problematiek rondom de wet DBA en zzp’ers. Uw conclusie is dat het probleem voornamelijk zit in het begrip “gezagsverhouding”. Dit is de markt met u eens. En het stelt u teleur dat de markt geen enkel alternatief weet aan te dragen. Graag zet ik dit even recht, want er zijn wel degelijk alternatieven. Het probleem in Nederland is dat je als ondernemer elk type bedrijf kunt starten en daarin zelf kunt werken. Je kunt alleen geen uitzendbureau starten vanuit waar je jezelf aanbiedt. Je kunt een garage beginnen en zelf monteur zijn, je kunt een boer worden en zelf je eigen land bewerken, je kunt een fitnesscentrum beginnen en zelf instructeur worden. Maar je kunt dus géén uitzendbureau beginnen en je eigen arbeid ter beschikking stellen. Vanwege het fenomeen “gezagsverhouding”. Daar zijn overigens wel 2 goede redenen voor, en daar ligt nou juist de crux en tegelijk de oplossing voor dit hele probleem. Reden 1: In Nederland willen we niet dat er geconcurreerd wordt op de kostprijs van arbeid. Het is verboden om middels ongewenste constructies aan klanten arbeid aan te bieden onder de kostprijs die door cao-partijen is vastgesteld. Reden 2: In Nederland willen we niet dat een groep (lees: kansrijke zzp’ers) zich onttrekt aan de solidariteit van het sociale zekerheidsstelsel. De groep zzp’ers bestaat vooral uit mensen die in staat zijn hun eigen broek op te houden, de spreekwoordelijke “sterke schouders”. Juist van die groep begint Nederland de broodnodige bijdrage aan de sociale potten (lees: kansrijke zzp’ers) te missen. Deze sterke schouders dragen nu niet bij aan ons stelsel omdat zij niet vallen onder de verplichte sociale verzekeringspremies. Oplossing 1: Leg in de wet vast dat de kostprijs van arbeid nooit lager mag zijn dan hetgeen de klant zelf betaalt voor zijn eigen loondiensters. Dit staat al in de wet Waadi, artikel 8, en noemen we in de volksmond “de inlenersbeloning”. Verbied klanten om arbeid van zzp’ers in te huren onder dit minimum zoals door Asscher is opgenomen in de Wet Aanpak Schijnconstructies. Géén minimumtarief dus (18 euro per uur is echt héél laag. In de bouw bijvoorbeeld ligt de kostprijs van arbeid in bijna alle gevallen boven de 30 euro per uur), maar een verbod voor klanten om minder te betalen dan wat zij via een “normaal” uitzendbureau zouden inhuren. Oplossing 2: Laat zzp’ers linksom of rechtsom meedragen aan de sociale potten, en laat ze onder voorwaarden toe tot de sociale verzekeringen. Dan sla je 2 vliegen in 1 klap. De potten worden gevuld, en als een zzp’er zijn nek breekt komt deze niet direct in de bijstand. Als ik deze oplossingen moet samenvatten: maak het mogelijk dat zzp’ers hun eigen arbeid kunnen aanbieden via hun eigen uitzendbureau. U hoeft dan niets te repareren aan het lastige fenomeen van de gezagsverhouding én u bestrijdt de oneerlijke concurrentie tussen flex- en vast. Misschien wordt de kloof tussen flex- en vast dan ook wel kleiner… Enne, een persoonlijke noot, zegt u alstublieft niet dat marktpartijen geen alternatieven aandragen, want dat is dus gewoon niet waar. De markt zit niet op één lijn, maar dat komt door de aloude tegenstellingen binnen de Nederlandse polder. Er zijn wel méér dossiers waarbij er een ruime keus is aan alternatieven, maar de markt en/óf de politiek er gewoon niet aan wil… Was getekend, Tjebbe van Oostenbruggen, directeur van flexbedrijf Brainnet. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags Brainnet, Koolmees, zzp-beleid | 7s Reacties
VNO/NCW en PZO voelen toch wel iets voor minimumtarief zzp’ers Geplaatst 24 januari 2018 door Hugo-Jan Ruts Met deze ‘doorbraak’ lijkt er een brede steun in het werkveld voor dit onderdeel van het regeerakkoord. Dat bleek uit een verkenning met het ‘werkveld’ op het ministerie van Financiën. Dat bonte gezelschap van vertegenwoordigers ging daarin in gesprek met onder andere minister Wouter Koolmees (foto boven) en staatssecretaris Keijzer. Brede steun tekent zich af voor minimumtarief Het kabinet wil invoeren dat wanneer een opdrachtgever inhuurt onder een tarief er feitelijk een arbeidsovereenkomst is. “Tariefgrenzen passen niet bij vrij ondernemerschap. Daarom zijn wij principieel tegen het werken met zulke tariefgrenzen”, zo stelde Denis Maessen van PZO tijdens het overleg. “Een flink deel van de zzp’ers werkt ook helemaal niet via een uurtarief.” Maar, zo voegde hij toe: “Als een minimumtarief werkt in de aanpak van bepaalde misstanden, dan zijn wij daar niet tegen. Het kan dan een pragmatische oplossing zijn voor een maatschappelijk probleem.” Martin Schoemaeckers van VNO/NCW ondersteunde deze benadering tijdens de discussie. Andere partijen in het werkveld (zoals de Bovib) verklaarden zich al eerder voorstander van een minimumtarief. Waarbij velen wel pleiten voor een wat hoger tarief dan het in het regeerakkoord genoemde 15 tot 18 euro. Zelfstandigen Bouw: “Met een minimumtarief van 22 euro los je 99% van alle schijnconstructies op.” “Met een minimumtarief van bijvoorbeeld 22 euro los je 99% van alle schijnconstructies op”, aldus bijvoorbeeld Charles Verhoef van Zelfstandigen Bouw. “Vervolgens kun je je afvragen welke aanvullend beleid er nog nodig is ter vervanging van de Wet DBA”. Grote weerstand over webmodule Ook over een ander idee uit het regeerakkoord lijkt het werkveld eensgezind. Hier is het echter geen steun, maar weerstand dat de verschillende belanghebbenden bindt. Het idee dat voor de ‘middengroep’ (met een uurtarief tussen de 18 en 75 euro) een webmodule ingevuld moet worden, zien bijna alle partijen – vanuit verschillende argumenten – niet zitten. Over een opt-put boven een tarief van 75 euro zijn de meningen daarentegen weer sterk verdeeld. FNV is principieel tegen zo’n opt-out, anderen zien het tarief juist liever wat lager dan wat is voorgesteld. “Er blijft ergens een toets nodig wie echte ondernemer is ” reageerde de Minister Koolmees. Uit zijn opmerkingen en die van aanwezige ambtenaren blijkt de vrees dat bij een al te ruimhartige opt-out regeling of het ontbreken van een toets het aantal zzp’ers fors gaat toenemen. Met name de gevolgen voor de belastingen (zelfstandigenaftrek) en verlaging draagvlak sociale voorzieningen baart hen zorgen. En nu? De grote vraag blijft ook na de verkenning wat er gaat gebeuren. Een minimumtarief invoeren is misschien snel in te voeren, maar Koolmees hamerde in zijn slotwoord erop dat ook zorgvuldigheid geboden blijft. Hij zei wel ‘binnenkort’ met een brief aan de Kamer te komen. En vóór de zomer wil de minister de verder uitgewerkte plannen nog een keer toetsen met het werkveld. Pas na die sessie komt er een hoofdlijnenbrief van het kabinet naar de Kamer om duidelijk te maken welke stappen het kabinet wil maken om onder andere de Wet DBA te vervangen. Lees ook: Minimumtarief voor onderkant zzp-markt Samenwerkende zzp-organisaties zien weinig heil in kabinetsplannen Geplaatst in ZP en Ondernemen | 8s Reacties
Meerderheid zp’ers kritisch over kabinetvoorstellen vervanging Wet DBA Geplaatst 24 januari 2018 door Hugo-Jan Ruts Een meerderheid van de hoger opgeleide zelfstandige professionals vindt de huidige voorstellen van het kabinet om de Wet DBA te vervangen een vooruitgang (62%). Maar over de voorgestelde criteria om te bepalen of een opdracht als zelfstandige uitgevoerd mag worden zijn ze minder positief. Zo worden ‘opdrachtduur’ en ‘de aard van de werkzaamheden’ als ongeschikte criteria beschouwd om zelfstandigen te onderscheiden van werknemers. Over het criterium ‘uurtarief’ zijn zelfstandigen een stuk positiever. Dit blijkt uit de Wet DBA Opiniemonitor van HeadFirst, uitgevoerd in samenwerking met ONL voor Ondernemers en ZP Zaken onder 775 zp’ers. Blijvende onrust De onrust onder opdrachtgever en zzp’ers over de Wet DBA blijft groot, ook nu het kabinet in het regeerakkoord plannen presenteerde ter vervanging van de omstreden wet. Zo’n 60% van de hoogopgeleide zzp’ers, veelal zelfstandig professionals (zp’ers) genoemd, is bezorgd over het feit dat de Wet DBA van kracht blijft tot het moment dat een vervangend plan ingaat. Vier op de vijf van deze zp’ers geeft hierbij als reden dat ze nog altijd onzekerheid, onduidelijkheid en onrust bij opdrachtgevers ervaren. Reacties op criteria Bijna 67% van de zp’ers ervaart het criterium ‘opdrachtduur’ als negatief. De meest genoemde reden is dat zelfstandig professionals – hoogopgeleid en werkend voor overwegend grote opdrachtgevers – meestal langer dan een jaar worden ingehuurd, de maximale termijn voor opt- out op loonbelasting en werknemersverzekeringen. Bron: ZP zaken/ONL Zo’n 61% van de zp’ers vindt het criterium ‘aard van de werkzaamheden’ niet goed, omdat het een subjectieve term zou zijn die vooral voor meer onduidelijkheid zal zorgen. Zp’ers zijn positiever over het criterium ‘uurtarief’. Ruim 48% reageert optimistisch en vinden voornamelijk dat het lage uurtarief voor bescherming zorgt. Een kwart is negatief. Van de negatieve en neutrale reacties vinden de meeste zp’ers dat de gestelde bovengrens van €75,- naar beneden moet. Bron: ZPzaken / ONL Het volledige factsheet is hier te vinden. Lees ook: Overzicht standpunten zzp- en brancheorganisaties ivm overleg Kabinet 24/2 Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags wet dba | Laat een reactie achter
Over 20 jaar Harvey Nash: ‘De menselijke maat moet je er nooit uit automatiseren’ Geplaatst 24 januari 2018 door Peter Boerman Waardering Zelf is hij er niet vanaf het begin af aan bij. Maar met zijn 17 dienstjaren mag directeur Jan Leen ‘t Jong zich wel absoluut een volhouder noemen. En hij is de enige niet: mededirecteur Erwin van Hattem is zelfs al vanaf 1999 aan de arbeidsbemiddelaar verbonden. En ook veel andere van de ruim 60 medewerkers van Harvey Nash in Nederland hebben al een flinke afstand op de spreekwoordelijke meter staan. ‘Niemand is verplicht bij Harvey Nash te blijven’, zegt ’t Jong. ‘Maar veel mensen hebben het hier blijkbaar naar de zin.’ Dat is ook niet zo vreemd, want in de 20 jaar van het Nederlandse bestaan – en toevallig ook het 30-jarige internationale bestaan van Harvey Nash – heeft het bedrijf al heel wat te vieren gehad. De Gouden Gazelle Award bijvoorbeeld, toen de intermediair een aantal jaren achtereen een flinke groei doormaakte. En vorig jaar zelfs nog de Staffing Award gewonnen, als ‘beste intermediair van Nederland’. ‘Mooie waardering’, zegt ’t Jong. Maar wat hij vooral belangrijk vindt: dat zoveel klanten al zo lang verbonden zijn aan de organisatie. ‘Sommigen zelfs al meer dan 15 jaar. Dat zegt voor mij toch ook wel iets.’ Terugkijkend Terugkijkend denkt hij niet alleen aan het tweede kantoor dat opende, in Groningen, naast het hoofdkantoor in Maarssen. Ook springt de groei van de organisatie hem niet meteen in gedachten. Wat hem al die jaren het meest is bijgebleven is daarentegen hoe de markt is veranderd. Waar het in het begin nog vooral ging om het leveren van tijdelijke (ict-)capaciteit, aan bedrijven die daarom verlegen zaten, stelt hij dat het nu om veel meer complexe en professionele inhuurvraagstukken gaat. ‘In het verleden waren vraag en aanbod nog eenvoudig te matchen. Na de laatste recessie gaat het steeds meer om de kandidaat met de juiste expertise en deskundigheid. Een intake is ook steeds meer een zwaarder selectieproces geworden.’ Eén opdracht: ontzorging van de klant Een andere verandering is dat Harvey Nash niet alleen wordt benaderd door organisaties die (tijdelijk) op zoek zijn naar wat extra ict- capaciteit. ‘We zien nu ook veel inhuur van non-ict-specialisten. We hebben tegenwoordig bijvoorbeeld echt een specialisme op het gebied van engineering. We hebben ons ontwikkeld van een pure bemiddelaar tot een totaal recruitment-dienstverlener met één opdracht: ontzorging van de klant.’ Die ontwikkeling beslaat inmiddels het volledige spectrum, zegt ’t Jong. Van advisering bij een capaciteitsvraag tot de volledige contractafhandeling van de inhuurspecialisten. ‘Steeds vaker zie je dat in organisaties inhuur niet meer alleen een verantwoordelijkheid is van de afdeling inkoop, maar dat het steeds meer een strategisch proces wordt, waarbij zowel de business, HR als inkoop betrokken zijn.’ Geen enkel risico lopen Harvey Nash directeur Jan Leen ‘t Jong Een derde trend die hij ziet is dat organisaties de hele contractering steeds vaker bij één partij willen onderbrengen. Naast het voordeel van administratieve efficiency zorgt dat er namelijk voor dat risico’s beheerst kunnen worden. ‘In 2013 ging een grote broker in de markt failliet. Dat heeft dramatische gevolgen gehad voor opdrachtgevers, zzp’ers en leveranciers. Het gaf – heel pijnlijk – aan wat de gevolgen zijn van onvoldoende risicobeheersing. Wij onderscheiden ons met een disculpatiebeschikking die wettelijk en 100 procent dekking geeft tegen ketenaansprakelijkheid. En daarnaast ook met de relevante ISO- en NEN-certificeringen. Het Nederlandse Harvey Nash B.V., onderdeel van de Harvey Nash Group, is een financieel gezonde en daarmee een stabiele organisatie, wat zich ook uit in credit ratings. Dat is belangrijk, want opdrachtgevers willen geen enkel risico nemen bij inhuur, maar opdrachtnemers zeker ook niet. Voor zzp’ers is een effectieve contractering, waarbij je afspraken nakomt, minstens zo belangrijk. En dat de onboarding bij een nieuwe opdrachtgever soepel verloopt. We willen ook de zzp’ers en leveranciers zoveel mogelijk ontzorgen. We werken bijvoorbeeld met ‘reversed billing’, waarbij zij zelf geen factuur meer hoeven te sturen. De zelfstandige professionals zien we als een belangrijk klant. Wij moeten ervoor zorgen dat we aantrekkelijk zijn voor hen. Als hij – of zij – een keuze heeft, dan moeten wij ervoor zorgen dat die kandidaat kiest voor Harvey Nash. Niet voor niets hebben we hier intern het motto dat Harvey Nash een fantastisch bedrijf moet zijn om bij, voor en mee te werken’ Persoonlijk contact als onderscheidend vermogen Vergis je niet, benadrukt ’t Jong: we hebben het hier nog steeds over een mensen-business. Alles mag erop gericht zijn het hele proces zo efficiënt en digitaal mogelijk te laten verlopen, uiteindelijk is het persoonlijk contact hetgeen het verschil maakt, zegt hij. ‘De menselijke maat moet je er niet uit automatiseren. We hebben een kleine 3.500 contracten lopen. De contractering daarvan is gedigitaliseerd. Maar bij onboarding en bij vragen is er altijd persoonlijk contact. Dát is ons onderscheidend vermogen. Wij worden zelfs vaak gebeld door zzp’ers met de vraag: kan ik via jullie mijn contract laten afhandelen? Dan kunnen zij zich richten op de uitvoering van het project.’ Kennisdeling is immers de kern van onze dienstverlening, denken we. Van pure bemiddelaar tussen vraag en aanbod is Harvey Nash steeds meer gegroeid naar een kennisbedrijf, zegt ’t Jong. Daarvan getuigen onder meer de vele onderzoeken die het bedrijf – nationaal én internationaal – doet naar wat er in de markt leeft. Maar ook het jaarlijkse grote seminar voor HR- en inkoopprofessionals wil ’t Jong niet onvermeld laten. ‘Daar verwachten we dit jaar 200 inschrijvers. En let wel: het is géén salesevent, maar een evenement dat zich richt op kennisuitwisseling. Organisaties vertellen daar onder meer hoe ze hun recruitment hebben ingericht, zodat anderen daar weer van kunnen leren. Zulke activiteiten organiseren we vanuit onze passie, omdat we het leuk vinden, maar ook omdat wij het noodzakelijk vinden. Kennisdeling is immers de kern van onze dienstverlening, denken we.’ De nabije toekomst Gesproken over die kennisontwikkeling, wat zijn de belangrijkste agendapunten voor de nabije toekomst? ’t Jong: ‘Sowieso zijn er op korte termijn nog wel een aantal dossiers die ons wakker houden. De Wet DBA bijvoorbeeld, maar ook de AVG/GDPR, die vanaf 25 mei wordt gehandhaafd. We zijn druk bezig om daarmee compliant te zijn, en ondersteunen onze relaties om zich daarop voor te bereiden.’ Ondanks zulke zorgen zegt hij wel ‘heel optimistisch voor de komende 20 jaar’ te zijn. ‘Ik denk dat er voldoende ruimte is voor grote recruitment-dienstverleners die zowel opdrachtgevers als opdrachtnemers ontzorgen en daarmee toegevoegde waarde bieden.’ Zijn overtuiging voor die stelling haalt hij onder meer uit de recente ervaringen die vooral veel overheden hebben met elektronische marktplaatsen. ‘Het idee daarvan was dat je het wel zonder intermediairs afkon. Dat je als manager op zo’n platform een vraag uitzet, en dat dan de kwaliteit vanzelf boven komt. Maar de praktijk laat zien dat het niet werkt: veel aanbod, maar de gewenste kwaliteit blijft uit.’ Niet volledig te automatiseren Ook zegt hij nauwelijks te vrezen voor volledige automatisering van het hele recruitmentproces, zoals Harvey Nash dat in de afgelopen 20 jaar heeft uitgevoerd. Dat kan een algoritme nooit ‘Een goede klantrelatie en menselijk contact blijft nodig als je een inhuuropdracht juist wil invullen. We praten over de bits en bytes van de aanvraag, vragen de klant waar het écht om gaat, en zo komen we tot de ideale match. Dat proces kun je niet volledig automatiseren. Natuurlijk, voor assessments kun je veel tooling ontwerpen. Dat gebeurt ook al wel. Maar als je drie goede kandidaten hebt, dan gaat het uiteindelijk toch om de ‘klikfactor’. Daarvoor moet je de relatie hebben om te bepalen wie het best past in een organisatie. Voor dat proces geloof ik echt nog niet in artificial intelligence. Dat kan een algoritme toch nooit?’ Geplaatst in ZP en Ondernemen | Laat een reactie achter
Samenwerkende zzp-organisaties zien weinig heil in plannen kabinet Geplaatst 24 januari 2018 door Peter Boerman Het overleg met de bewindslieden, ambtenaren van de drie ministeries en ‘het werkveld’ gaat primair om drie in het regeerakkoord voorgestelde maatregelen, gericht op de onderkant van de arbeidsmarkt (de arbeidsovereenkomst bij laag tarief) de bovenkant van de arbeidsmarkt (de mogelijkheid van een ‘opt-out’) en een opdrachtgeversverklaring voor opdrachten die daar tussen in liggen. Dit voorstel staan in dit artikel op ZiPconomy nader uitgelegd. Schematisch komt het hier op neer: (Lees dit artikel op ZiPconomy met eerdere analyse en uitleg over de opdrachtgeversverklaring.) Uiteenlopende standpunten Via positions papers hebben diverse organisaties hun standpunt richting het kabinet alvast naar buiten gebracht. Een volledig overzicht hiervan, plus een verslag van de bijeenkomst wordt later gepubliceerd. Maar eerst vast even een globale overview: waar staan de verschillende organisaties, als het om de toekomst van de arbeidsmarkt gaat? Hieronder, in volstrekt willekeurige volgorde: #1. Zelfstandigenforum: Geen tariefgrenzen, geen webmodule, geen opdrachtgeversverklaring Drie vertegenwoordigers van zelfstandigen (PZO, Zelfstandigen Bouw en de Stichting ZZP Nederland) trekken in dit dossier nadrukkelijk gezamenlijk op. “Door de krachten te bundelen bereiken we meer en het eerste voorbeeld daarvan is het gezamenlijke opgestelde position paper”, aldus PZO-voorzitter Denis Maessen. De drie organisaties zien niets in het werken met tariefgrenzen en een opdrachtgeversverklaring. “Zo’n overeenkomst is overbodig, ondoelmatig, niet uitvoerbaar en niet handhaafbaar. Maak niet voor de derde keer dezelfde fout, dat schaadt vertrouwen”, zo staat in hun paper te lezen. Over de tarieven schrijven ze: “Onderscheid maken op basis van uurtarief is typisch werknemersdenken en daardoor niet passend voor ondernemers.” Problemen met zelfstandigen die niet in staat zijn om voldoende omzet te maken, moet volgens de organisaties veel gerichter worden aangepakt. “Onderscheid maken op basis van uurtarief is typisch werknemersdenken en daardoor niet passend voor ondernemers.” “Iedereen wil graag aan het werk”, zegt Maessen in een toelichting op de position paper. “Laat het kabinet dan ook ervoor zorgen dat het werk binnen het bereik van iedereen komt, zonder dat de aard van het contract daarvoor een belemmering is. Dit is een belangrijk uitgangspunt van de drie samenwerkende zzp-organisaties. Zo ook gezond ondernemerschap. Door zelfstandigen niet als aangeschoten wild te behandelen, maar door hen kansen te bieden en te laten groeien in het ondernemerschap, bereiken we veel meer op de arbeidsmarkt en komt werk daadwerkelijk voor iedereen binnen bereik.” Werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland vinden het kabinetsvoorstel om tariefgrenzen voor zzp’ers in te voeren een onwenselijke oplossing. #2. FNV: dóór met Wet DBA, geen aanpassing arbeidsrecht, hoger minimumtarief Vakorganisatie FNV, waarin FNV Zelfstandigen is opgegaan, heeft een heel andere insteek. De grootste bond van Nederland is vooral beducht op mogelijke aanpassing van het arbeidsrecht. “Voor de FNV is het van belang dat niet aan het huidige arbeidsrecht wordt getornd. Het huidige arbeidsrecht biedt voldoende aanknopingspunten om te bepalen wanneer wel en wanneer niet sprake is van een arbeidsovereenkomst en wanneer dus wel of niet als zelfstandige kan worden gewerkt”, zo schrijft het in een reactie op het regeerakkoord. De FNV wil vasthouden aan de modelovereenkomsten zoals die met de Wet DBA zijn ingevoerd. “Aanpassing van het arbeidsrecht brengt risico’s mee voor grote groepen werkenden. Als behoefte is aan meer duidelijkheid, volstaat het systeem van modelcontracten, zeker als daarbij een paritaire sectorale benadering in acht worden genomen.” “Aanpassing van het arbeidsrecht brengt risico’s mee voor grote groepen werkenden.” De hoogte van het tarief, duur van de overeenkomst en het al dan niet verrichten van kernactiviteiten, criteria die het kabinet in navolging van het advies van de commissie Boot wil gaan hanteren, zijn volgens de FNV “niet geschikt om van toepassing op de hele arbeidsmarkt te verklaren. Wel om sectoraal afspraken te maken tussen vertegenwoordigers van werkgevers, opdrachtgevers, zelfstandigen en werknemers.” De FNV ziet ook niets in een opdrachtgeversverklaring omdat dat opdrachtgevers, net als bij de VAR, te veel zekerheid geeft en de verantwoordelijkheid weer volledig bij de zelfstandige komt te liggen. FNV pleit al langer voor een minimumtarief voor de zzp-markt, maar vindt het huidige idee van ongeveer 1,5 keer het minimumloon, veel te laag. Dat “lost de huidige problemen van zelfstandigen aan de onderkant van de arbeidsmarkt niet op.” #3. ONL: pak eerst misbruik gericht aan ONL voor Ondernemers, de ondernemersorganisaties die is opgericht door Hans Biesheuvel en Mirjam Bink, vindt dat de oplossing in in het regeerakkoord om de Wet DBA te vervangen “in de praktijk makkelijk te omzeilen, lastig te realiseren en uitvoeringstechnisch bijzonder lastig is.” In zijn position paper pleit ONL “voor een kortetermijnoplossing, in de vorm van een snel te realiseren anti-misbruikbepaling, terwijl gewerkt wordt aan een duurzame oplossing. Een eigen wettelijke en fiscale grondslag voor zelfstandigen lijkt de beste duurzame oplossing.” Het voordeel daarvan, aldus ONL, is dat “de Belastingdienst zich volledig kan toeleggen op handhaven waar misbruik van het systeem gemaakt wordt. Opdrachtnemers en opdrachtgevers die zich aan de spelregels houden hoeven zich geen zorgen te maken en worden niet onnodig gehinderd tot er een permanente oplossing gerealiseerd is.” De anti-misbruikbepaling kan volgens ONL makkelijk vormgegeven worden via een aanpassing van de Wet op de Loonbelasting. #4. Bovib: maak ‘grijs gebied’ kleiner door hoger minimumtarief en lager opt-out tarief In een eerder interview liet de Bovib al weten dat wat hen betreft de eigen keus van de zelfstandigen centraal moet staan in elk aanpassing. De brancheorganisatie van bemiddelaars steunt het voorgestelde minimumtarief ‘van harte’, al zien ze de minimumgrens wel graag, net als de FNV, nog wel wat opgetrokken worden. Bijvoorbeeld naar zo’n 25 euro per uur. De bovengrens bij de opt-out moet dan juist weer wat lager, vinden ze: 60 euro. “Durf dan gewoon te bepalen dat een opdracht nooit langer dan 2 jaar mag duren. Dan ben je tenminste duidelijk.” De Bovib vindt termen als gebruikelijke duur en (niet)-reguliere bedrijfsactiviteiten bovendien ‘moeilijk te beoordelen’ en ‘verwarrend’. “Het zou dan ook fijn zijn als daar vanaf gestapt kan worden, in het kader van de zo gewenste duidelijkheid. Durf dan gewoon te bepalen dat een opdracht nooit langer dan 2 jaar mag duren. Dan ben je tenminste duidelijk.” #5. ABU: maak geen onderscheid regulier en niet-regulier werk De ABU vertegenwoordigt een flink aantal zzp-bemiddelaars, nu samengebracht in het Platform van ZZP-dienstverleners. In haar column op ZiPconomy maakt Lisette van Rossum van dat platform duidelijk dat wat haar betreft het kabinet eerst met voorstellen moet komen voor de bovenkant van de zzp-markt. Voor de bescherming van kwetsbare zelfstandigen kan ook de ABU zich wel iets voorstellen bij een minimumtarief. Met daarbij opgemerkt dat “het aanbrengen van een onderscheid tussen reguliere en niet-reguliere bedrijfsactiviteiten ook hier geen enkele zin (heeft).“ Ook ziet het platform van zzp-dienstverleners geen brood in een webmodule. “Hoe kun je bijvoorbeeld simpele objectieve criteria bedenken als het gaat om een term als gezag?” En wat vinden we bij ZiPconomy? Naast de hier genoemde organisaties van zzp’ers en hun bemiddelaars zijn nog zo’n dertigtal andere organisaties uitgenodigd. Veelal vertegenwoordigers op brancheniveau. Ook vanuit ZiPconomy hebben we al eerder eens een duit in deze discussiezak gedaan, via een hoorzitting in de Tweede Kamer. Als tijdelijke oplossing stond daarin tarief en duur van de opdracht centraal. Het kan niet de bedoeling zijn dat er straks ook voor een opdracht van een paar uur steeds weer een opdrachtgeversverklaring ingevuld moet worden. Maar één belangrijk punt uit dat idee ontbreekt en dat is duidelijkheid geven voor de korte opdrachten. Als er een minimumtarief komt, kan een opt-out-regeling voor korte opdrachten (bijvoorbeeld voor alle opdrachten van korter dan 500 uur op jaarbasis, bij één opdrachtgever), veel duidelijkheid geven. Ook Prof. Boot heeft een suggestie gedaan in deze richting. Dit geeft veel duidelijkheid voor een groot deel van de zzp-markt en het verlaagt de administratieve lasten fors. Het kan immers niet de bedoeling zijn dat er straks ook voor een opdracht van een paar uur steeds weer een opdrachtgeversverklaring ingevuld moet worden. Lees ook: Nieuwe overleg met kabinet over de zzp-markt: The King is dead, long live the King Bovib: ‘Er is nú duidelijkheid nodig over positie van zelfstandigen’ Van Weyenberg (D66): ‘We kunnen ons geen tweede DBA-debacle veroorloven’ Geplaatst in ZP en Politiek | Laat een reactie achter