Maandelijkse archieven: december 2015

Een duurzaam HR beleid: Van flexibele schil naar dynamische spil

Duurzaamheid is het toverwoord in de hedendaagse economie. Circulaire verdienmodellen vormen een steeds grotere concurrentie voor het traditionele, lineaire model. Ze gaan uit van gebruik en hergebruik in plaats van verbruik. Ze creëren meer waarde per eenheid grondstoffen, belangrijk omdat grondstoffen steeds schaarser lijken te worden. De vraag die dat bij mij oproept is: waarom worden ingehuurde professionals en hun kennis nog zo weinig hergebruikt? Zeker in een tijd waarin kennis steeds meer als grondstof dient en juiste professionals, net als grondstoffen, steeds schaarser worden.

dynacenter

Van lineair en gescheiden…

Inhuur van professionals wordt veelal nog lineair georganiseerd. Er is een proces met een begin en een eind. Een proces dat begint met een vraag in de markt zetten en eindigt met contractering. Punt. Professionals worden benut als disposal. Ze verlaten na de contractperiode een opdrachtgever met een rugzak vol kennis die vaak niet of nauwelijks wordt overgedragen of geborgd in de organisatie. Ook worden de professionals nauwelijks gestuurd en gemeten op juist gebruik of ontwikkeld voor mogelijk hergebruik.

Niet alleen wordt inhuur lineair georganiseerd, maar vaak ook strikt gescheiden van het wervingsproces voor vast personeel. Bij capaciteitsbehoefte wordt er nog veelal steeds gedacht in of vast òf flex, op basis van vastgestelde functieprofielen. Niet in een combinatie van beide, op basis van benodigde competenties. Dit terwijl de wervingsprocessen nagenoeg parallel lopen en vrijwel dezelfde handelingen vereisen op het gebied van onboarding en offboarding.

Ingehuurde professionals worden onvoldoende benut voor het ‘hergebruik’ van vaste medewerkers. Zonde. Ze zijn er toch en hebben de skills. Althans, daar kun je op selecteren. De onafhankelijke en ervaren professional als gildemeester, die een vaste medewerker coacht en zo interne doorstroming in een organisatie bevordert. Dat is pas duurzaamheid, toch?

…Naar circulair en geïntegreerd

De toenemende flexibilisering van de arbeidsmarkt is onomkeerbaar. Er ontstaat meer beweging in in-, door- en uitstroom van personeel, met een toenemend aantal verschillen in contracten en contractvormen. Organisaties hebben het daarbij steeds minder voor het kiezen. Talent is schaars en bepaalt zelf voor welke organisatie zij wil werken, evenals de contractvorm waarin. Die wordt ondergeschikt in het wervingsproces. Ik spreek liever dan ook niet meer over tijdelijk, vast of flexibel, maar over dynamisch.

Dit levert uitdagingen op zowel vanuit Inkoop (beheren van kwantiteit en kwaliteit in aanbod van kandidaten) als HR (benutten en ontwikkelen van talent en kennis) perspectief. Want hoe creëer je een geïntegreerd personeelsbeleid? Door inhuur op een andere manier in te richten: circulair in plaats van lineair. Een continu proces van in-, door- en uitstroom. Met een focus op doorstroom, in de vorm van permanente ontwikkeling en hergebruik van professionals, om toekomstbestendig te kunnen anticiperen op verandering. Een transformatie van flexibele schil naar dynamische spil. Wat is het verschil? Ik heb het hieronder in een tabel weergegeven:

flexibele schil

Organiseren van de dynamische spil

Hoe organiseer je een dynamische spil die duurzaamheid en wendbaarheid in personeelsbeleid zal opleveren? In 1 zin: door een continue fit te creëren tussen wat je vandaag aan competenties in huis hebt en datgene dat je morgen en volgende week nodig hebt. Die fit creëer je door proactief die juiste professionals op te nemen in een ‘HR magazijn’, ze uit de schappen te halen wanneer je ze echt nodig hebt en hun competenties ondertussen continu te ontwikkelen, te meten en bij te sturen. En ook….te hergebruiken wanneer je ze weer nodig hebt, in plaats van bij het grof vuil te zetten!

Whitepaper

Over dit onderwerp heb ik samen met Arjan Vernhout, auteur van het boek ‘Strategisch werken met competenties’ een whitepaper geschreven: Dynacenter, altijd toegang tot de juiste competenties. Hierin wordt beschreven hoe je in 4 stappen dynamisch en duurzaam kunt anticiperen op een veranderende arbeidsmarkt.

Je kunt de whitepaper hier gratis downloaden.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , | Laat een reactie achter

Vive l’entrepreneur! Waarom wordt ondernemerschap ontmoedigd in Nederland?

OndernemerschapHet opkomende zelfstandig ondernemerschap zorgt voor vele hoofdbrekens en ook voor grote weerstand bij verschillende politieke en maatschappelijke organisaties. Maar dat is nergens voor nodig. Niet alleen is ondernemerschap een noodzaak in de wereld van morgen, maar ondernemerschap is ook een enorm positieve kracht die zorgt voor veel meer welvaart en welzijn in onze samenleving. We moeten het ondernemen veel meer gaan omarmen.

Dromen en falen is veel mooier dan nooit gedroomd te hebben.

Er is veel onderzoek gedaan naar het zelfstandig ondernemerschap. En al dat onderzoek toont consequent hetzelfde beeld; de vrijheid en autonomie die hoort bij ondernemerschap zorgt voor meer geluk. Ondernemers, met of zonder geld, zijn veel gelukkiger dan mensen in loondienst. Zelf nastreven van je eigen dromen is misschien wel het allergrootste goed van de mens. Dromen en falen is veel mooier dan nooit gedroomd te hebben.

Dromen en tegenvallers

Natuurlijk komen dromen niet altijd uit. En blijken sommige dromen bedrog te zijn. En er zijn tegenvallers. Klanten betalen niet, partners bedriegen je en je gezondheid laat je in de steek. Dat is het leven. Toch is ‘. Dit is een mooie analogie met de beroemde strofe uit het gedicht van Alfred Tennyson (“In Memoriam”) uit 1849 dat stelt; ’Tis better to have loved and lost, Than never to have loved at all.’ Liefde en ondernemerschap zitten dus blijkbaar heel dicht bij elkaar. Je kunt in het leven niet zonder, maar ze zijn beide lang niet altijd makkelijk langdurig succesvol te realiseren.

Wat is het alternatief? Dat we allemaal in loondienst gaan?

Misschien bent u niet overtuigd door mijn wat libertijnse wereldvisie. Maar dan vraag ik u; wat is het alternatief? Dat we allemaal in loondienst gaan? Werken in bedrijven waar interne politiek de boventoon voert en onderzoek consequent aantoont dat je carrière niet wordt bepaald door je kennis of ijver, maar vooral door je kunde om anderen naar de mond te praten. Of had u anders gedacht? Nee toch zeker? Het zijn de beste politici die excelleren in deze bureaucratieën en niet de beste vakmensen. Vraag het de gemiddelde ondernemer maar. Zij zijn in de afgelopen decennia en masse gevlucht uit deze gevangenissen voor volwassenen; ook wel de “intensieve menshouderij” genoemd. En als u hun ook niet geloofd, lees dan de reeks “Het Bureau” van J.J. Voskuil. De hel bestaat en hij heet de moderne organisatie. Een omgeving waar creatie niet bestaat omdat hele volksstammen de status quo proberen te handhaven.

In organisaties regeert de middelmaat

U denkt misschien dat ik te negatief over de moderne organisatie ben. Maar dat is echt niet het geval. Elke HR directeur van elke grote organisatie zal mijn visie volmondig bevestigen. Mits u in een stil hoekje staat en deze persoon in vol vertrouwen met u durft te praten. En natuurlijk zal hij of zij deze boodschap niet in het openbaar durven verkondigen. Dan zal hij of zij u, vol op het orgel, tegenspreken; “Onze werknemers zijn de kracht van onze organisatie”, zal de HR directeur dan zeggen.

Nonsens zeg ik! Dat zijn flagrante leugens. Uit onderzoek blijkt telkenmale dat slechts 10-15% van de werknemers bevlogen is. De meeste werknemers overleven, zoeken op internet de volgende vakantie op en proberen het beste ervan te maken. Daarom is de kans op innovatie en creatie in deze omgevingen natuurlijk ook nihil. Niet voor niets organiseert elk groot bedrijf innovatie tegenwoordig buitenshuis door het opkopen van jonge start-ups. In de organisatie zelf regeert de middelmaat.

Waarom hebben we wel een Partij voor de Dieren  en niet een Partij voor de Mensen?

Ik vind het ook vreemd dat veel mensen die het ondernemerschap zo verafschuwen in een andere context opeens volstrekt anders lijken te denken. Denk maar eens aan het fenomeen “dierentuin” voor wilde dieren of aan “de stal” voor koeien. Dan worden opeens hele andere argumenten gebruikt. Dan is het opeens ‘zielig’ voor dieren om in een dierentuin te leven of voor koeien om hun hele leven in een stal te blijven. Deze dieren moeten in het wild is dan het argument. Daar zijn ze veel gelukkiger. En dat klopt! Ik ben het daar volstrekt mee eens. Dat zal eenieder beamen die ooit koeien in de lente in de wei hebben zien springen. Zwabberende staarten en luid geloei. Eindelijk vrij. Puur geluk!

Toch zijn er wel degelijk goede argumenten voor het levenslang opsluiten van dieren in dierentuinen en stallen. Er is aantoonbaar minder stress, de dieren leven langer, er is veel betere gezondheidszorg en de dieren worden van de wieg tot het graf verzorgd. Een leeuw wordt in de vrije natuur maximaal 15 jaar oud en in gevangenschap al snel 25 jaar. Maar is die gouden kooi datgene dat de dieren echt willen en nodig hebben? Nee natuurlijk niet.

Ondernemerschap wordt ontmoedigd in Nederland

Maar waarom willen we dit dan niet onze dieren aandoen maar wel onze medemensen? Waarom hebben we wel een Partij voor de Dieren (PvdD) en niet een Partij voor de Mensen (PvdM)? Waarom moeten mensen wel voor “hun eigen bestwil” in een kooitje worden gestopt? Waarom wordt ondernemerschap zo ontmoedigd in Nederland? Waarom is het bijna onmogelijk om als ondernemer een hypotheek te krijgen? Waarom zoeken Eerste, Tweede Kamer en de SER op dit moment naar, en ik citeer hier; “beleidsmaatregelen die ervoor zorgen dat er een evenwichtiger verhouding komt tussen werknemers en zelfstandig ondernemers” . Wat zijn dat voor rare gedachten? Waarom moeten die ondernemers minder gaan ondernemen en meer werknemer worden?

Ambtenaren zijn bange mensen die vinden dat iedereen bang moet zijn

Ik denk dat ik het weet. Het zijn altijd de ambtenaren (waaronder wetenschappers) die pleiten voor meer regelgeving. Zij zijn het die ondernemers in de gouden kooi willen stoppen. Ik denk dat dit komt omdat ambtenaren vaak zelf gelukkig zijn in zo’n kooitje. Het zijn toch dikwijls mensen die, in het diepst van hun ziel, eigenlijk bang zijn en die niet willen en kunnen geloven dat andere mensen vrij willen zijn in die gevaarlijke wereld daarbuiten.

Het lijkt er sterk op dat de dieren in de dierentuin eisen dat de dieren die ontsnapt zijn naar de jungle worden teruggehaald onder het mom van betere bescherming, een langer leven en meer gezondheid. Ze pleiten voor hekken om de jungle heen en dagelijks voedsel voor elk wild dier. En een dokter. En natuurlijk een verbod om elkaar op te eten.

Gekkenwerk. Deze ambtenaren zijn bange mensen die vinden dat iedereen bang moet zijn. En omdat zij de gevangenis niet uit durven, moet iedereen die ontsnapt is, onder valse voorwendselen, terug de gevangenis in.

Vrijheid en verantwoordelijkheid

We worden er dus gelukkig van. Van dat ondernemerschap. Van de vrijheid en verantwoordelijkheid die daarbij hoort. Dat is dus een hele goede reden voor u om vandaag nog te gaan ondernemen. Ik zou bijna geen betere reden weten. Toch heb ik een nog betere reden; u heeft geen keus. We groeien als samenleving onherroepelijk naar, wat ik noem, “The Great Creative Society” waar innovatie en creatie centraal staan en waar routinetaken zijn weg-geautomatiseerd. In zo’n omgeving moet je kansen kunnen creëren, spotten en pakken. Dat is in essentie de definitie van ondernemen. Mee bewegen op de golven en je eigen dromen nastreven, alleen of samen met anderen. In de 21e eeuw moeten we dat allemaal kunnen.

Is dat erg of eng? Nee. In 1900 was 50% van de Nederlanders nog zelfstandig ondernemer. Daar waren geen speciale cursussen voor. Dat ondernemen hoorde gewoon bij het dagelijkse leven. Ook in 2100 zal 50% van de Nederlanders ondernemer zijn. Deal with it. Je wordt er een blijer mens van.

Geplaatst in Professioneel inhuren, ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags , , | 6s Reacties

FNV Jong en CNV Jongeren winnen award voor hun ‘Reflexlab’

unnamed (1)FNV Jong en CNV Jongeren zijn de winnaars van de Ruggenberg Award 2015. Dit is vandaag bekendgemaakt. De jongerenbonden ontvangen de ABU-prijs voor hun initiatief om ReflexLAB op te richten. Zij leveren daarmee een vernieuwende bijdrage aan het debat over flexibiliteit op de arbeidsmarkt.

Jurriën Koops, directeur ABU: “In ReflexLAB zijn 50 jongeren uitgedaagd om nieuwe ideeën te formuleren over flexibel werken en de arbeidsmarkt. Via masterclasses en sessies hebben zij een visie ontwikkeld op de toekomstige arbeidsmarkt in Nederland. De jongerenbonden hebben een platform ontwikkeld om een constructieve bijdrage te leveren aan het maatschappelijk debat over de invloed en rol van flexibel werk. Zij tonen lef om af te wijken van gebaande paden en nemen hun verantwoordelijkheid om in gesprek te gaan met maatschappelijke partners. De jury prijst de jongeren voor het initiatief, omdat het een arbeidsmarkt ondersteunt waarin flexibiliteit en zekerheid op een goede manier in evenwicht worden gebracht.”

Onder de titel “Is flex het nieuwe chill?” schreef Fabian Dekker hier op ZiPconomy een artikel over de uitkomsten van Reflexlab.

Esther Crabbendam (FNV Jong) en Michiel Hietkamp (CNV Jongeren) namen de prijs (5.000 euro elk) in ontvangst. Zij vinden de award een mooie stimulans. De verraste prijswinnaars: “Jongeren gaan de uitdaging op de flexibele arbeidsmarkt aan. Wij vinden het belangrijk om met elkaar in dialoog te blijven, dus bijvoorbeeld ook met de ABU. Alleen op die manier ontstaat er een win-winsituatie”.

Over de Ruggenberg Award

De ABU kent de Ruggenberg Award sinds 2011 toe aan een persoon of organisatie die zich heeft onderscheiden door een opvallende prestatie voor de (flexibele) arbeidsmarkt, waarbij de uitzendsector is betrokken. De ABU stelde de prijs in na het overlijden van Wim Ruggenberg in 2010. Ruggenberg was voorzitter van de branchevereniging van 1970 tot 1997. Hij was voorvechter van uitzenden en flexibiliteit op de arbeidsmarkt. Met de Award is een prijs van 10.000 euro gemoeid. Bernard Wientjes, voorzitter VNO-NCW, was de winnaar van vorig jaar.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Laat een reactie achter

Nieuwe generaties, vergrijzende organisaties en verandermanagement.

9789490463342-240x300

Generatieverschillen op de werkvloer zijn van alle tijden, maar door de vergrijzing binnen Nederlandse organisaties wordt de kloof tussen jong en oud steeds groter, als er al jongeren binnenkomen. Hoe houd je een vergrijzende organisatie toch bij de tijd? Organisatiepsycholoog Aart Bontekoning verkende met de netwerkleden van AIM4 mogelijke antwoorden op die vraag.

Aart Bontekoning zag het begin jaren negentig zelf gebeuren. In de organisaties waar hij werkte, diende zich een nieuwe generatie twintigers aan, de jonge honden. Ze zaten vol energie, keken met een frisse blik om zich heen en zagen hoe het anders moest. “Maar na een jaar was er van die frisse energie niks meer over,” zegt Bontekoning. De vernieuwingsimpulsen van de jongeren liepen vast in verouderde routines die een oudere generatie werknemers onbewust herhaalde, ook al kregen ze daar zelf geen energie meer van. “Zo werden en worden twintigers ongewild opgeslokt in de grijze massa.”

Hoe blijven we met onze vergrijzende organisaties toch bij de tijd

Letterlijk, want tot 2035 vergrijzen Nederlandse organisaties spectaculair, net als de samenleving. Zeker naarmate we langer doorwerken neemt het aandeel oudere werknemers toe, terwijl de vernieuwende twintigers maar mondjesmaat binnendruppelen, om soms na een paar jaar weer te verdwijnen. “Veroudering van cultuur kom je overal tegen,” zegt Bontekoning. “De vraag is hoe we met onze vergrijzende organisaties toch bij de tijd blijven.” Nadat Bontekoning de teleurstelling van de pragmatische generatie (1970-1985) in de ogen keek, besloot hij zelf op zoek te gaan naar het antwoord. Na een loopbaan bij de politie specialiseerde hij zich als een van de weinigen ter wereld in het generatievraagstuk binnen organisaties. “Ik dacht, hier moet ik wat mee.”

Werkenergie

Voor de inner circle van AIM4 zette Bontekoning de bevindingen van zijn jarenlange studie uiteen tijdens vier bijeenkomsten in Leusden. Het toverwoord blijkt ‘werkenergie’. “Waar je energie zit, daar zit je jeugdigheid. Veroudering betekent een verlies van energie. Wat haalt bij jou energie weg? En waar krijg je energie van?”, zegt Bontekoning, die beide vragen voorlegde aan leden van verschillende generaties binnen tientallen organisaties. De video-opnamen die dit opleverde, zijn een blauwdruk van de ergernissen en wensen van vier generaties op de Nederlandse werkvloer.

Ten eerste is dit de zogenaamde protestgeneratie (1940-1955), die “maar niet met pensioen wil”. Ze bezitten een schat aan kennis en werkervaring, maar kunnen dit maar moeilijk delen met hun jongste collega’s, zo blijkt. Een fragment waarin een groepje oudere heren gezamenlijk een antwoord probeert te formuleren op de bovengenoemde onderzoeksvragen, neigt naar een karikatuur. De mannen komen niet verder dan mompelende opmerkingen als “gelijk krijgen” of “ruimte creëren”. “Het lijkt wel Jiskefet,” klinkt het in de zaal. “Stel je zit hier tussen, iedere week een uur lang,” zegt Bontekoning. De zaal zucht. “Wat ga je hieraan doen?” Veel verder dan suggesties als “provoceren” of “het probleem benoemen”, komt het echter niet. “Je ziet, het is nog niet zo makkelijk. Maar het is wel essentieel. Iedere seconde dat je hierin meegaat, draag je bij aan de veroudering van de bedrijfscultuur.”

Jongeren worden misselijk en suf van verouderde patronen

Een fragment van de daaropvolgende verbindende generatie (1955-1970) biedt niet veel meer uitkomst. “Je ziet, ook zij zitten voor een groot deel vast in de veroudering,” zegt Bontekoning. Terwijl deze groep, als ouders van de beginnende twintigers, thuis feilloos aanvoelt waar hun kinderen behoefte aan hebben. Bontekoning adviseert hen op het werk voor dezelfde benadering te kiezen, in plaats van mee te gaan in de verouderde patronen. Op de verbindende volgt de pragmatische generatie, een groep vooral klagende dertigers, en een trappelende, enthousiaste generatie Y (1985-2000), die in vergelijking met hun voorgangers haast naïef kan worden genoemd.

“Jongeren worden misselijk en suf van verouderde patronen,” zegt Bontekoning. “Ouderen ook, maar zij zeggen: ach, het is nu eenmaal zo.” Vooral de vergadercultuur, de bureaucratie en het ‘van-het-kastje-naar-de-muurprobleem’ neemt bij jongeren veel werkenergie weg. Als ze binnenkomen bij een organisatie is de kans groot dat ze worden meegezogen in de veroudering, zoals Bontekoning zag gebeuren, of dat ze na een korte periode moedeloos vertrekken.

Jong en oud aan elkaar koppelen

Maar juist deze jongeren zijn nodig zijn om de cultuur binnen organisaties een boost te geven. Dit is niet alleen cruciaal voor het up-to-date brengen van de eigen organisatie (denk alleen maar aan nieuwe ict-toepassingen of het ‘nieuwe werken’), maar ook om de concurrentie aan te gaan met nieuwe groeilanden, waar soms wel de helft van de bevolking tot de jongste twee generaties behoort.  “Vooral bij vergrijzende organisaties sluipt de veroudering erin,” zegt Bontekoning. “Je ziet het niet, tot er jongeren binnenkomen.”

Het was voor AIM4 reden om haar netwerkleden hiervan bewust te maken. Partner Hans Bos kijkt met plezier terug op vier goed bezochte bijeenkomsten. “De leeftijdsopbouw van veel organisaties ziet er nu al uit als een omgekeerde pyramide. Tenzij je bij zo’n jonge, dynamische start up werkt, daar spat de vernieuwing vanaf. Maar onze netwerkleden zijn meestal actief binnen grotere, vergrijzende organisaties en worden vrijwel dagelijks geconfronteerd met medewerkers die vastzitten in verouderde patronen. Dit constateren is één, maar er wat aan doen is een ander verhaal. Via deze workshop proberen we netwerkcollega’s bewust te maken, inzicht te geven, maar ook handvatten aan te reiken om in de dagelijkse praktijk aan oplossingen te kunnen werken.”

Als de directeur met pensioen gaat mogen eindelijk de stropdassen af

Voor de groep  aanwezige interimmers is het verhaal van Bontekoning, zelf lid van de protestgeneratie, inderdaad herkenbaar. “Ik werk nu in een organisatie waar de directeur bijna met pensioen gaat,” zegt een jonge interimmer binnen de technieksector. “Dan mogen eindelijk de stropdassen af. Het bedrijf vraagt tegelijkertijd aan mij hoe ze jongeren kunnen werven.” Ook een zorgmanager herkent het probleem. “In de zorg doen mensen van 25 en 50 vaak hetzelfde werk. Die jongeren zijn fris en enthousiast. De oudere collega’s verzuren. Ze ergeren zich aan de misstanden in de zorg, maar durven er niets van te zeggen. Juist door hun kennis en ervaring centraal te zetten, bijvoorbeeld in een functie als praktijkbegeleider, bloeien ze helemaal op.”

Daar zit volgens Bontekoning dan ook een van de oplossingen: door jongen en oud aan elkaar te koppelen, kunnen beiden iets leren. “Jongeren vinden het te gek om met een oudere collega samen te werken, maar ze willen wel die energie zien. Mensen werken langer door. We hebben nog nooit zoveel wijsheid gehad op de werkvloer, maar we moeten het wel eigentijds kunnen toepassen. Het probleem is niet de leeftijd, maar de veroudering.”

Jonge vernieuwers moeten daarnaast de ruimte krijgen om hun plannen uit te voeren, in plaats van te worden afgeremd. Ook Bontekoning probeerde de nieuwe generatie die hij twintig jaar geleden op de werkvloer tegenkwam, weer te motiveren. “Het bleek eenvoudiger dan ik dacht. Ik volgde gewoon waar die jongeren energie van kregen. De doorlooptijd van vergaderingen en projecten werd de helft korter.” Toch is het werk daarmee nog niet gedaan, waarschuwt hij: “De trekkracht van verouderde, diep ingesleten cultuurpatronen is giga-groot. Voor je het weet, zit je toch weer op de oude manier te werken.”

Geplaatst in Professioneel inhuren, Toekomst van Werk | Tags , , | Laat een reactie achter