Is flex het nieuwe chill?

50 jonge denkers presenteren hun visie op de flexibele arbeidsmarkt.

De afgelopen maanden hebben 50 jonge denkers meegedaan aan het ReflexLAB: een platform voor jongeren met een mening over flexwerk. In dit ReflexLAB, een initiatief van FNV Jong, CNV Jongeren en de ABU, hebben zij een visie ontwikkeld over de toekomstige arbeidsmarkt. Fabian Dekker en  Monique Kremer, stafmedewerkers de WRR, over de slotmanifestatie van het ReflexLAB afgelopen vrijdag.  

Chill, flex! Echt?

reflexlab hamer
SER voorzitter Hamer neemt eindverslag ReflexLab in ontvangst

Op middelbare scholen hoor je het de godganse dag: chill, flex! Flex betekent dan cool, relaxed, gaaf. Maar vinden jongeren van nu dat echt? Als je luistert naar verschillende trendwatchers lijken we te maken te hebben met een hele nieuwe generatie jongeren die heel anders in elkaar steekt dan de vorige. Een these die ook salonfähig is in academische kringen. Flex is fijn want daardoor kun je jezelf ontwikkelen en niet je leven lang bij diezelfde saaie baas zitten.

Anders dan de jongeren van een aantal decennia geleden, zouden zij weinig heil meer zien in het beknellende vaste arbeidscontract. De belangrijkste boodschap van de campagne ‘Nederland: steeds flexibel’ luidde dat flexibel werken in de toekomst heel gewoon wordt en dat steeds meer mensen hier bewust voor kiezen. Maar is dat ook zo?

We zijn de proef op de som gaan nemen tijdens een afsluitende bijeenkomst van het programma ReflexLAB, georganiseerd voor en door jongeren. Vijf werkgroepen hielden een pitch met daarin hun opvattingen over flex en ideeën voor de toekomst. Wat viel op? Flexibiliteit is voor veel jongeren inderdaad een gegeven. Er is een algemeen besef dat arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd meer en meer tot het verleden behoren.

Sommige groepen jongeren varen daar wel bij. Zeker de hoogopgeleide jongeren die werken in vanoudsher flexibele sectoren, zoals de creatieve industrie, hebben zich al lang ingesteld op de eisen van flexibiliteit. Steeds meer jongeren schrijven zich in voor een opleiding ondernemerschap en zoeken naar nieuwe manieren om een eigen bedrijf op te starten. En maar weinig jonge zzp’ers wensen een nieuwe baan als werknemer.

Ondernemerschap, ja, dat is flex.

Onontkoombaar

Hoe anders ligt dat voor andere groepen jongeren. Laagopgeleiden en jongeren uit etnische minderheidsgroepen komen bovengemiddeld vaak in aanraking met een keten van tijdelijke aanstellingen. Voor deze lageropgeleide jongeren is flex alleen chill als het als opstapje op de arbeidsmarkt fungeert en leidt naar een positie met meer zekerheid. Want hier zit voor veel jongeren een hardnekkig en vervelend probleem. Zeker in crisistijd is een flexibele baan geen springplank naar een betere positie. Onderzoeksbureau Ecorys tekende twee jaar terug al eens op dat de grote meerderheid van alle flexwerkers liever een vast contract heeft en voor jongeren lijkt dit beeld niet veel anders. CNV-Jong voorzitter Michiel Hietkamp liet vorig jaar weten dat zo’n 90 procent van de jongeren in tijdelijke banen liever in vaste dienst werkt.

Toch zijn de jongeren van het FlexLAB het erover eens: ‘flexibiliteit de kop indrukken heeft geen zin’. Wel lopen jongeren tegen diverse problemen aan, van het niet kunnen afsluiten van een hypotheek tot een gebrekkige pensioenopbouw en geringe ontwikkelingsmogelijkheden in het werk. Wat zou het, volgens een van de groepen, toch mooi zijn als je ongeacht je type arbeidscontract echt voor vol wordt aangezien. Zij zien in het door de media vaak aangehaalde Braziliaanse bedrijf Semco als ideaal. En misschien nog wel belangrijker, wat zou het toch goed zijn als je, ongeacht je type arbeidsrelatie, zelf de mogelijkheden hebt om je persoonlijk te kunnen ontwikkelen.

Niet type arbeidsrelaties, maar ouderwetse regels boosdoener

Wat we willen is een ‘Kwaakfonds’, zo vatte een van de groepen het kernachtig samen. Analoog aan het tragische voorbeeld van de kikker die veel te laat door heeft dat een pan water langzaam wordt verhit, vragen jonge flexwerkers om nieuwe middelen om hun arbeidsmarktkansen zelf vorm te geven.

Dit raakt natuurlijk aan eerdere discussies over levensloopregelingen, O&O-scholingsfondsen en de recente transitievergoeding. Maar de boodschap is duidelijk. Er kleven aan een flexibel dienstverband in de ogen van jongeren simpelweg nog teveel bezwaren. Maar het type arbeidsrelatie is volgens hen niet de grote boosdoener. Waar het eerder om draait is dat bestaande afspraken, regels en regelingen nog onvoldoende meebewegen met veranderingen op de arbeidsmarkt. Misschien wordt met zo’n ‘kwaakfonds’ flex inderdaad het nieuwe chill!

Dit blog verschijnt gelijktijdig op de website van de WRR 

Fabian Dekker is als arbeidssocioloog verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Bekijk alle berichten van Fabian Dekker

3 reacties op dit bericht

  1. Interessant. Hoe zou zo’n ‘kwaakfonds’ er uit moeten gaan zien volgens de doelgroep jongeren zelf?

  2. Ik wordt toch wel wat geïrriteerd van alle positieve geluiden. Mijn ervaring als 46 jarige wekrzoekende zijn toch vooral en voornamelijk, dagelijks,puur negatief. Ik mag soliciteren amar daar houdt het zo’n beetje ook op. Makkelijke afwijzingen, zonde ropgaaf, of er staat in de vacature dat het een vacature betreft in het kader van bestrijding jeugdwerkloosheid,dus alleen 18 tot 27 jaar. pure leeftijds discriminatie.
    En flex is leuk en los vast allemaal leuk,maar ik wordt door uitzenders gebeld om voor bedrijven als KPN of RABO voor 9,21 bruto commericeel outbound mensen te benaderen…FULTIME voor 1500 bruto! vergelijkt u maar eens wat zogenaamd “nette basis of gemiddelde salaris voor een 46 jarige man die altijd gewerkt heeft moet zijn…
    Zolang ik dagelijk deze ervaringen meemaak blijf ik dus negatief voer alle leuke D66 achtige praatjes en positiviteit,want de regering en vooral de EU laat mensen keihard vallen!
    Wel fijn dat tijdens de crisis alle ontwikkelingshulp budgetten als eerste weer gemaximaliseerd werden en dat de toestroom van gelukszoekers, vaak met anti westerse islam aan boord flink werd uitgebreid.