Maandelijkse archieven: juli 2015

Ricardo Semler keynote spreker International Consultancy Conference 2015 in Noordwijk

CJ8lKflUcAAKgpqDe Braziliaanse topondernemer Ricardo Semler komt in september naar Nederland voor de International Consultancy Conference 2015. Tijdens deze conferentie zal Semler zijn visie geven op de invloed van technologische en sociale innovaties op de veranderende arbeidsverhoudingen.

De topondernemer transformeerde op jonge leeftijd zijn vaders bedrijf Semco radicaal en bouwde het uit tot een succesvol zakenimperium op basis van zijn revolutionaire ideeën over democratische bedrijfsvoering. Zo mogen zijn werknemers hun eigen werktijden, baas en salaris bepalen.

Na het succes van vorig jaar, toen Ricardo Semler zijn inmiddels bekende Semco-stijl bedrijfsaanpak in Nederland uiteenzette aan een paar honderd ondernemers, gaat hij nu in op zijn visie en bedrijfsvoering voor de komende jaren voor een gehoor van management consultants.

Keynote sprekers over innovatie

De conferentie wordt georganiseerd door de Raad van Organisatie Adviesbureaus (ROA) en de beroepsvereniging voor organisatiekundigen en -adviseurs (Ooa). Ooa-voorzitter Jan Willem Kradolfer: “Wij zijn ontzettend trots en blij dat wij tijdens ons 75-jarig jubileumfeest Ricardo Semler kunnen verwelkomen op ons congres. De kers op de taart van het toch al bijzonder uitgebreide programma.”

Tijdens de International Consultancy Conference 2015 worden de deelnemers in twee dagen meegenomen door innovatie in consultancy. Technologische en sociale innovatie zijn de speerpunten. “Het programma is heel gevarieerd. Er zijn diverse workshops, masterclasses, lezingen en bedrijfsbezoeken”, vertelt ROA-bestuurslid Aloys van Balen. “Bovendien zijn we zeer content met keynotesprekers als Fons Trompenaars, Prinses Laurentien en Fiona Czerniawska.”

Over de International Consultancy Conference 2015

Op 22 en 23 september organiseren de Ooa en de ROA de International Consultancy Conference 2015. De jaarlijks terugkerende conferentie wordt georganiseerd onder de vlag van de International Council of Management Consulting Institutes (ICMCI).  Zie voor meer informatie deze website 

ZiPconomy is als partner verbonden aan deze conferentie. Verschillende van onze bloggers verzorgen op 22 en 23 september live blogs vanaf Noordwijk.

Geplaatst in Professioneel inhuren, Toekomst van Werk | Tags | Laat een reactie achter

Zelfstandig ondernemers tevredener over werk dan werknemers, blijkt uit onderzoek CBS en TNO.

Zelfstandig ondernemers zijn vaker tevreden over hun werk dan werknemers. Dit blijkt uit de eerste resultaten van de Zelfstandigen Enquête Arbeid 2015 van TNO en CBS. Resultaten die overeenkomen met resultaten uit het onderzoek Goed Opdrachtgeverschap van Tilburg University &  ZiPconomy.

Vooral zelfstandigen die in dienstverlenende sectoren actief zijn zijn vaker tevreden . Wel maakt ruim de helft van de zelfstandig ondernemers zich wel eens zorgen over de toekomst van hun bedrijf of onderneming.

Kwart zeer tevreden

Een kwart van de 1 miljoen zelfstandig ondernemers is zeer tevreden over hun werk tegen 17 procent van de bijna 7 miljoen werknemers. Van de ‘nieuwe’ zelfstandig ondernemers zonder personeel (zelfstandigen die voornamelijk eigen arbeid of diensten inzetten) geeft zelfs 27 procent aan zeer tevreden te zijn met hun werk.

Onder zelfstandig ondernemers in de landbouw, industrie en bouwnijverheid ligt de tevredenheid met respectievelijk 17 en 18 procent, het laagst. Dit is vergelijkbaar met het percentage werknemers dat zeer tevreden is. Van de zelfstandig ondernemers in dienstverlenende sectoren, zoals bijvoorbeeld accountants, architecten en winkeliers, is ruim 26 procent erg tevreden over hun werk.

Toekomstperspectief

Hoewel zelfstandig ondernemers relatief vaak zeer tevreden zijn, maakt een groot deel zich wel eens zorgen over de toekomst van hun bedrijf of onderneming. In het eerste kwartaal van 2015 was dat ruim de helft (55 procent) van de zelfstandig ondernemers. Degenen met personeel in dienst maken zich vaker zorgen. Het gaat dan om 64 procent. Een kleine 5 procent van alle zelfstandig ondernemers zegt zelfs een groot risico te lopen dat hun bedrijf of onderneming failliet gaat. Een kwart is een fractie minder bezorgd en zegt een klein risico te lopen op een faillissement. Ook hier ervaren zelfstandig ondernemers met personeel meer risico.

Loont het dan nog wel om zelfstandig ondernemer te blijven? Bijna een kwart dacht er het afgelopen jaar over na om een baan te zoeken als werknemer. Van deze groep heeft 44 procent daadwerkelijk actie ondernomen. Het overgrote merendeel (84 procent) van alle zelfstandig ondernemers zou, als het aan hen lag, over 5 jaar nog steeds actief zijn als zelfstandige.

tevredenheid zelfstandigen

De ZEA is een onderzoek naar de werksituatie van zelfstandig ondernemers in Nederland. TNO en CBS voerden de ZEA gezamenlijk uit, in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Voor meer informatie, zie ook www.monitorarbeid.nl/databronnen/zea

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags | Laat een reactie achter

Aanpassing Wet normering bezoldiging topfunctionarissen beperkt interim tarieven. Hoe erg is dat?

Op 1 januari 2013 trad de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) in werking. Met de WNT zijn de salarissen van topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector genormeerd. In de volksmond bekend als de Balkenende norm.

Na een lange discussie ligt er nu een ontwerpbesluit klaar om de WNT verder uit te breiden richting ‘topfunctionarissen zonder dienstbetrekking’. Of te wel richting interim managers & professionals.

Concreet houdt de uitbreiding van de WNT in dat ook voor zelfstandigen,  vanaf de eerste dag van de opdracht, regels gelden ten aanzien van het maximum tarief. Zo mag na inwerkingtreding van de regeling in de eerste zes maanden niet meer dan 144.000 euro worden gedeclareerd. Nu geldt daarvoor nog geen maximum. Voor de volgende zes maanden geldt een maximum van 108.000 euro. Dit komt neer op een gemiddelde maandnorm van € 24.000 respectievelijk € 18.000 (bij een fulltime opdracht, 40 uur, is dat een tarief van € 138,-). Ook geldt een uurtarief van maximaal €175.

Oproep om te reageren

Tarieven van (top) interimmers: dat doet altijd de nodige stof opwaaien. Wat is redelijk? Hoe lastig is het een vergelijking te maken tussen vast salaris en interim tarief? Prof Arjan van den Born rekende in zijn artikel ‘De Rutte norm‘ eens uit dat de totale loon- en overige kosten van MP Rutte neer komt op €250,- per uur. Dat kan ook een uitgangspunt zijn. De nu gestelde maandnorm is overigens zo ongeveer de helft van wat Boer & Croon interim-manager Pieter Cloo maandelijks declareerde bij zijn veel besproken opdracht bij het Ministerie van Justitie.

Hans Bos, partner bij het interim bureau AIM4, kan zich gezien de uitwassen in het verleden wel iets voorstellen bij een normering. “In de publieke sector werk je nu eenmaal met belastinggeld dat door de Nederlandse burger wordt opgebracht. En volgens mij vindt niemand het leuk om belasting te betalen. Dus moet je zuinig en terughoudend met gemeenschapsgeld omgaan. Het voorgestelde maximumtarief van € 175,- per uur klinkt me niet apert onredelijk in de oren. En als je ervan uitgaat dat een interim manager meestal gemiddeld 4 dagen per week werkt, dan ligt het genoemde maximum van € 24.000,- per maand ook redelijk in lijn. Maar waarom een interim manager na 6 maanden opeens een kwart minder moet gaan verdienen, begrijp ik niet zo goed.”

De overheid roept mensen, via deze website, om te reageren op dit voorstel. Met bijvoorbeeld de vraag in hoeverre deze regeling uitvoerbaar is plus de vraag of met deze norm voldoende gekwalificeerde en deskundige topfunctionarissen ingehuurd kunnen worden. Ga uw gang, zou ik zeggen… Reageren hieronder mag ook, dan verzamelen we die en sturen wij ze in.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , | Laat een reactie achter

Bescherming persoonsgegevens zp’ers eindelijk aangepakt?

Hoe veilig ben je als zelfstandig professional? Is je privacy voldoende beschermd? Veel zp’ers zelf vinden van niet en maken zich zorgen. Ik denk dat dat terecht is. Bij veel zp’ers is het privéadres ook het zakelijk adres en dat is zichtbaar in het Handelsregister van de KvK. Ook geboortedatum, geboorteplaats en officiële voornamen staan in het Handelsregister. Een opdrachtgever is verplicht om met de VAR een kopie van het paspoort te bewaren. En tot slot is het btw-nummer gelijk aan het Burgerservicenummer (BSN).

Als je al deze factoren  bij elkaar optelt,  maak je zp’ers wel een heel gemakkelijk doelwit voor identiteitsfraude en andere vormen van misbruik van persoonsgegevens.

Helaas komt dat in de praktijk ook regelmatig voor. Met het afschaffen van de VAR per 1 januari 2016, verdwijnt ook de bewaarplicht van het identiteitsbewijs. Dat is een positieve bijkomstigheid, maar daarmee zijn nog niet alle risico’s verdwenen.

Politieke onwil

Tot nu toe was er vanuit de politiek geen bereidheid om iets te doen aan de risico’s van misbruik van persoonsgegevens. De toenmalige staatssecretaris van Financiën overwoog een jaar geleden dat de kans op identiteitsfraude niet zodanig groot is dat deze een algemene wijziging met betrekking tot het btw-nummer zou rechtvaardigen. Verder zou het wijzigen teveel administratieve rompslomp meebrengen voor de Belastingdienst.

Dat is gek. Zeker als je de richtsnoeren van het College Bescherming Persoonsgegevens leest: “Het risico van een grootschalig gebruik van het BSN is dat daarmee eenvoudig bestandskoppelingen kunnen worden uitgevoerd, veelal buiten het zicht van de betreffende persoon. Dit nummer mag daarom niet worden verzameld en gebruikt zonder dat daarvoor een wettelijke verplichting of andere wettelijke basis bestaat.  Behalve voor de loonadministratie zal deze voor bedrijven of organisaties over het algemeen niet bestaan.”

Verder schrijft het College dat “bij het vragen om een legitimatie moeten bedrijven en organisaties in de private sector zich houden aan het verbod op het verzamelen en gebruiken van rasgegevens en nummers als een BSN. Als geen uitzondering bestaat op het verbod op het verzamelen van deze gegevens, moeten deze bij het maken van een kopie of scan altijd worden afgeschermd of onleesbaar worden gemaakt.”

Aanpak mogelijke identiteitsfraude

Hoewel het College met klem adviseert een BSN onherkenbaar te maken, is er een groep die verplicht is het BSN aan de hele wereld moet laten zien: de zp’er. De zp’er is iemand die  voor  potentiële klanten goed vindbaar wil zijn en iemand waarvan heel eenvoudig persoonsgegevens in het Handelsregister op te vragen zijn. Geen wonder dat mij steeds meer signalen bereiken dat er misbruik van persoonsgegevens van zp’ers wordt gemaakt. (Ik ben trouwens nog steeds op zoek naar nieuwe voorbeelden. Hoe meer voorbeelden, hoe groter de kans dat er echt iets verandert.)

Op 1 juli 2015 heeft de Kamer unaniem een motie aangenomen van Kees Verhoeven (D66) waarin de regering wordt gevraagd om nogmaals te kijken naar kwetsbaarheden voor identiteitsfraude bij zzp’ers als gevolg van de koppeling van het btw-nummer en het BSN en de vermelding van de geboortedatum en het privéadres in het KvK-handelsregister.

Laten we hopen dat dit onderwerp deze keer wel serieus wordt opgepakt en ertoe leidt dat het BSN van zp’ers alleen nog gebruikt wordt waarvoor het is bedoeld: communicatie en contact met de overheid.

Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags , | 2s Reacties

Transparantie: het fundament voor goed opdrachtgeverschap

Transparantie is een veelgebruikt containerbegrip als het gaat om professioneel inhuren. De definitie van transparantie luidt: “iets waar je doorheen kunt kijken en wat volledig helder is”. Het is opvallend dat in de inhuurmarkt transparantie niet als iets vanzelfsprekends wordt beschouwd. Een accountmanager van een detacheringsbureau roept bijvoorbeeld dat zijn marges onder druk staan. Laat hij gelijktijdig ook zien wat de nominale kostprijs is van de medewerker en wat hij uitbetaald krijgt?

Goed opdrachtgeverschap is het resultaat van het scheppen van duidelijke verwachtingen over zowel de inhoud van de opdracht, het administratieve gedeelte (voorwaarden, contracten en tarieven) en de wijze hoe op sociale waarden met elkaar omgegaan wordt, juist ook in tijden dat de zp’er niet actief is voor een opdrachtgever. Transparantie wordt vaak in één adem genoemd met goed opdrachtgeverschap. Is dit terecht? Tijd voor een nadere verkenning van het beginsel ‘transparantie als fundament voor goed opdrachtgeverschap’.

Ongekende mogelijkheden

Nieuwe technologieën scheppen nieuwe kansen en mogelijkheden en zorgen ervoor dat informatie op elk moment beschikbaar is. Vraag en aanbod  kan volledig digitaal worden ontsloten. De hele wereld wordt meer en meer toegankelijk als zoekgebied naar talent met de juiste kwaliteiten en expertise. Transparantie in optima forma. Of toch niet?  Het digitaliseren van inhuurprocessen wordt – mede door de opkomst van professionele Vendor Management Systemen (VMS) – anno 2015 als een hygiëne factor beschouwd. Ondanks alle technologische mogelijkheden lijkt het erop dat transparantie in de inhuurmarkt in ieder geval niet toeneemt. HR, Inkoop en de inhurende manager beschikken binnen één organisatie niet allemaal  (realtime) over dezelfde informatie als het gaat om matchingcijfers, inhuurvoorwaarden, vergoedingen, marges, inhuur- en verhuurtarieven, interne procuraties, budget uitputting, inzicht in inhuurketens en contractvoorwaarden.

Transparantie als toegevoegde waarde

Professionele VMS applicaties maken het voor inleners mogelijk om realtime mee te kijken in het inhuurproces van aanvraag, screening, contractering, facturatie, risico beheersing tot management informatie. Het goed inregelen én managen van inhuurprocessen leidt tot dossier- en contract compliance, grip, kostenbesparingen, kwaliteitswinst en risico minimalisatie.  De vraag is nu hoe u als inlener de vertaalslag maakt vanuit risico-mitigerende en proces georiënteerde onderwerpen naar goed opdrachtgeverschap? Professioneel inhuren gaat uit van de capaciteitsvraag van de inlener en betekent gelijke  ‘spelregels’ voor iedereen. Het gaat immers om het snel en tijdig vinden van de juiste kandidaat met de juiste kwalificaties voor een opdracht tegen een marktconform tarief. Om dit mogelijk te maken is in elke stap van het inhuurproces duidelijkheid en transparantie nodig. De definitie van transparantie luidt: iets waar je doorheen kunt kijken en wat volledig helder is”.

Zp’ers  hechten waarde aan duidelijkheid. Zo steken zij bijvoorbeeld tijd (en dus geld) en energie in hun aanbiedingen. Een aanbieding schept een kans of zelfs een verwachting. Niets werkt meer demotiverend dan achteraf een afwijzing te ontvangen die niet de essentie raakt, of erger nog, om helemaal géén bericht te ontvangen. Realiseer je dat een inhoudelijke terugkoppeling van grote waarde is voor de betrokken personen en dat het in de toekomst kan bijdragen aan kwalitatief aanbod.

Inleners willen grip op het inhuurproces. De intermediair treedt veelal op als verlengstuk van de HR en Inkoop organisatie en kan hierdoor een substantiële bijdrage leveren aan grip, inzicht en controle op het gehele inhuurproces. Als inlener  moet je zelf een scherp beeld hebben naar welke ‘grip’ je op zoek bent. Maak afspraken over wat je realtime wil zien en wanneer en op welke wijze informatie wordt aangeboden.  Dit zorgt ervoor dat je in staat bent om op basis van belangrijke indicatoren het thema ‘goed opdrachtgeverschap’ inhoud en vorm te geven. Wat zegt het de inlener bijvoorbeeld als er weinig aanbod is op een tijdelijke opdracht? Dit kan duiden op schaarste in de markt maar evengoed op een negatief imago of een voorgesteld uurtarief dat geen recht doet aan de gevraagde rol.

Intensiveer het persoonlijk contact

Het digitaliseren van inhuurprocessen betekent niet dat het persoonlijk contact met leveranciers en zelfstandig professionals afneemt.  Integendeel, niet alles valt te vatten in informatiesystemen en het inhuren van medewerkers is en blijft mensenwerk. Het inzichtelijk maken van de inhuurketen en prestaties zorgt ervoor dat je als inlener op  een andere inhoudelijke manier het gesprek aan kan gaan met leveranciers. Het maakt het mogelijk om nuances toe te kennen, SLA afspraken per kwartaal opnieuw te definiëren en om (sourcing) prioriteiten bij te stellen.

Tot slot: positieve effecten van transparantie in het inhuurproces

Transparant handelen in elke stap van het inhuurproces is essentieel voor de (vertrouwens)relatie tussen de opdrachtgever en de zelfstandig professional. Een efficiënt, professioneel en volledig transparant ingericht inhuurproces leidt naast kostenvoordelen ook tot grote kwaliteitswinsten en de volgende positieve effecten:

  1. Bewuste keuze van de professional: professionals willen graag opdrachten uitvoeren bij opdrachtgevers die waarde aan de professional toevoegen, die uitdagend zijn en bij hun eigen kunnen en gewenste ontwikkeling passen. Iedereen wil toch een opdracht uitvoeren bij een opdrachtgever die bekend staat als een goed opdrachtgever?
  2. Keuzemogelijkheid: door een ruimer aanbod van kandidaten ontstaan er keuzemogelijkheden voor de inhurende manager. Eén excellente kandidaat verricht meer werk dan twee middelmatige kandidaten.
  3. Kortere lead-time: door relevant aanbod wordt de lead-time voor het vinden van de juiste professional korter. Het gevolg hiervan is een effectievere selectie en minder kans op ongewenste uitstroom.

Over de auteurs:

Christoph van der Stelt is adjunct directeur bij Brainnet. Brainnet voert voor haar klanten het gehele inhuurproces uit in de rol van Managed Service Provider, Intermediair of Contractmanager. Frank Goedhart is zelfstandig ICT-ondernemer en vervult binnen Brainnet de rol van IT Change manager. Frank zijn motto: Ondernemen, gewoon doen! Je moet je niet laten weerhouden door zorgen en twijfels van anderen. Als je een goed idee hebt en je hebt er plezier in: doen!”

Goed opdrachtgeverschap

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | Laat een reactie achter

Het onbenutte potentieel van de werkvloer

onbenut potienteelOrganisaties benutten het potentieel van de werkvloer slechts voor een deel, waardoor rendementen lager uitvallen dan in potentie mogelijk is. Albert Nieuwenhuis geeft in zijn  boek Het onbenutte potentieel van de werkvloer  inzicht in de hardnekkige oorzaken hiervan en hoe dit probleem structureel kan worden opgelost. ZiPconomy sprak met hem.

Wat was voor jou de aanleiding om je boek te schrijven.

Mijn persoonlijke motivatie om dit boek te schrijven komt voort uit mijn eigen verleden. Ik ben opgegroeid in een arbeidersgezin en merkte tijdens mijn studie dat de verschillen tussen lager en hoger opgeleide milieus zeer groot zijn. Tevens merkte ik dat lager opgeleiden veel meer kunnen dan in organisaties van hen wordt gevraagd. Dit maakte me fundamenteel nieuwsgierig naar hoe het denken en handelen van lager opgeleiden werkt. Een andere reden is dat er veel is geschreven over hoger opgeleiden en managers, maar relatief weinig over de groep lager opgeleiden. Er ontbreekt naar mijn idee ook kennis in organisaties over deze groep en zeker in een bredere context dan alleen leren en opleiden.

Je stelt dat een organisatie is gebaat bij medewerkers die zich ontwikkelen om van waarde te zijn en te blijven maar dat vooral lager opgeleiden op dit punt kwetsbaar zijn. Hoe komt dat?

Lager opgeleiden hebben veelal negatieve onderwijservaringen en hebben hierdoor een afkeer van alles wat met leren te maken heeft. Ze hebben op dit vlak een laag zelfbeeld en vinden van zichzelf dat ze niet kunnen leren. Werkgevers versterken dit beeld door geen tijd en geld te willen besteden aan het ontwikkelen en opleiden van deze groep. Uit onderzoek komt naar voren dat werkgevers deze keuzes bepalen op basis van vooropleiding en als deze ‘’laag’’ is, dan kunnen medewerkers in hun ogen niet goed leren en is het opleiden van medewerkers verspilling. Op deze wijze ontstaat een zichzelf versterkend circulair patroon, waardoor het ontwikkelen van lager opgeleiden stagneert met alle gevolgen van dien: weinig zelfvertrouwen, reactief gedrag, demotivatie. Als medewerkers zich op basis van dit mechanisme niet ontwikkelen zijn ze kwetsbaar en in de toekomst wordt dit alleen maar sterker.

Het klinkt vanzelfsprekend dat je in je personeel investeert, in iedereen. Toch doen we het blijkbaar niet of onvoldoende. Wat is in de kern wat we mislopen als we dat niet doen?

Om als organisatie te overleven is innovatie het sleutelwoord. Volberda stelt in zijn onderzoeken naar sociale innovatie heel duidelijk: niet innoveren = niet overleven. Dit betekent dat een organisatie voortdurend in beweging is. Een dergelijke organisatie heeft medewerkers nodig die zich continu blijven ontwikkelen om mee te kunnen.

Veel organisaties hebben de neiging wel te investeren in hoger opgeleiden en in veel mindere mate in lager opgeleiden. Als een deel van de organisatie zich ontwikkeld en een ander deel niet of nauwelijks, ontstaan steeds grotere belevingsverschillen, zoals: wel of niet betrokken voelen en wel of niet over actuele kennis beschikken. Juist deze belevingsverschillen blijken in grote mate belemmerend te werken in de ontwikkeling van organisaties. Het effect hiervan is dat niet alleen de productiviteit lager is dan in potentie mogelijk, ook veranderprocessen stagneren. Dit heeft direct invloed op het rendement en mogelijk zelfs op de continuïteit.

Als we kijken naar de toekomstige arbeidsmarkt, dan zit ook een deel van de lager opgeleiden in de gevarenzone. Hoe kijk je daar tegen aan.

Dit geldt in feite voor alle niveaus, maar voor lager opgeleiden geldt dit sterker, omdat ze minder alternatieven hebben. Echter, als organisaties tot dusverre weinig hebben geïnvesteerd in lager opgeleiden is het logisch dat ze afvallen. Het is mijn overtuiging dat aandacht voor duurzame ontwikkeling van deze doelgroep leidt tot minder uitval. In de praktijk heb ik prachtige voorbeelden gezien van mensen die zich na enige stimulering in sterke mate ontwikkelen. De belangrijkste redenen hiervoor zijn dat ze het gevoel krijgen serieus genomen te worden, gewaardeerd voelen en ervaren dat ze meer kunnen dan ze denken. In het boek staan interviews met mensen die dit aangeven naar aanleiding van bijvoorbeeld opleidingen die ze hebben gevolgd. Opleidingen die aansluiten bij de leerbehoeften,  leerstijl en succeservaringen  teweeg brengen motiveren mensen om zich verder te ontwikkelen.

Als daarnaast ook energie wordt gestoken in talentontwikkeling binnen organisaties, dan is een nog sterker fundament gelegd voor verdere ontwikkeling. Een voorbeeld hiervan maakte ik onlangs mee: een voorman delegeert een taak aan een reactieve medewerker die deze taak ‘van nature’ interessant vindt. Het effect hiervan was dat hij opeens allerlei ideeën genereerde en initiatieven nam en daarmee prachtige resultaten boekte.

Kortom: er kan nog heel veel gedaan worden om uit de gevarenzone te blijven, juist omdat er in het verleden zo weinig aandacht aan is besteed.

We hebben het hier op ZiPconomy veel over zelfstandigen die niet (meer) in loondienst zijn. Een deel daarvan valt ook in de groep lager opgeleiden. Heb jij het beeld dat zij het zelf redden als het gaat om opleiden?

Lager opgeleiden missen vaak de helikopterview: ze kunnen meer dan veelal wordt gedacht, maar overzicht bewaren , knelpunten analyseren en daaruit de meest logische conclusies trekken is een probleem. Uit onderzoek blijkt dat lager opgeleiden in staat zijn op korte termijn operationeel te denken en handelen. Reflectie op eigen handelen is in mindere mate aanwezig dan bij hoger opgeleiden. Op basis van deze kenmerken zal een lager opgeleide, mede door de eerder genoemde negatieve onderwijservaringen, niet zo snel tot de conclusie komen dat opleiden noodzakelijk is voor de toekomst.  Coaching en ondersteuning van deze groep zal naar mijn idee wel een sterk effect hebben, omdat de motivatie van een zelfstandige veelal hoog is en inzicht en bewustwording snel kan leiden tot anders denken en handelen. Hebben ze eenmaal ervaren wat het effect van opleiden is bij zichzelf, dan is het hek van de dam.

Wat kunnen de werknemers zelf doen om dit probleem aan te pakken.

In een cultuur waar het niet gewoon is om te praten over het ontwikkelen van mensen hebben lager opgeleide medewerkers weinig zelfvertrouwen. Hun leidinggevenden weten  niet hoe ze dit kunnen aanpakken, omdat het vaak doorgegroeide vakmensen zijn, met een taakgerichte stijl van leidinggeven gericht op het vakinhoudelijke. Er zal eerst, zoals hiervoor in feite ook is gezegd, een vliegwiel op gang gebracht moeten worden door de omgeving alvorens de mensen zelf met initiatieven en ideeën gaan komen. Dit vliegwiel heeft vooral te maken met mensen te stimuleren om zelf problemen op te gaan lossen en hiervoor de verantwoordelijkheid te geven.

Wat zijn voor jou de belangrijkste tips voor managers om het gat tussen hen en hun werknemers te dichten?

Systematisch werken aan het ontwikkelen van vijf kwalificaties die lager opgeleiden nodig hebben om in een organisatie productief te kunnen zijn en blijven.

Zelfvertrouwen komt uit de meeste onderzoeken naar voren als punt nummer één. Vertrouwen geven binnen een veilige atmosfeer is de basis om meer verantwoordelijkheid te kunnen nemen en stimuleert het zelfvertrouwen. Een tweede kwalificatie is volwassen communicatie: gelijkwaardige communicatie tussen medewerkers onderling, tussen medewerkers en leiding en tussen medewerkers en klanten. Klantgerichte, platte organisaties vragen niet alleen om zelfstandige besluitvorming, maar ook om sociale en communicatieve vaardigheden. Volwassen communicatie omvat deze aspecten.

Functioneren binnen een organisatie die voortdurend in beweging is vereist zelfstandige probleemoplossing en dat is juist een weinig ontwikkeld punt bij lager opgeleiden, omdat hier veelal geen appèl op wordt gedaan. In een platte organisatie komen meer bevoegdheden bij teams op de werkvloer te liggen, waardoor samenwerking een andere betekenis krijgt dan in het verleden het geval was. Samenwerking binnen deze nieuwe context betekent vooral ook problemen oplossen in samenspraak met leiding, collega’s en klanten.

Deze vier kwalificaties vormen de basis voor de vijfde kwalificatie: eigenaarschap. Om eigenaarschap te realiseren  dient vooral ook aandacht besteed te worden aan de stijl van leidinggeven, een stijl die deze kwalificaties stimuleert.

Drs. Albert Nieuwenhuis (1958), onderwijskundige, is sinds 1997 werkzaam als zelfstandig organisatieontwikkelaar onder de naam Nieuwenhuis Advies en Training. Als trainer en coach houdt hij zich bezig met veranderprocessen in organisaties, met het accent op de implementatie van deze processen naar de werkvloer. Hij heeft een visie en methode ontwikkeld  die in de loop der jaren succesvol bleek en nu is beschreven in boekvorm. Hij is tevens verbonden aan Stenden hogeschool als docent onderzoek bij de Masteropleiding Learning & Innovation. Deze opleiding richt zich op het realiseren van onderwijsinnovaties vanuit de werkvloer.

Geplaatst in Professioneel inhuren, Toekomst van Werk, ZP en Ondernemen | Tags | 4s Reacties