Maandelijkse archieven: april 2026

Voorstel Wet Personeelsbehoud bij Crisis naar de Kamer

Het kabinet heeft een definitief voorstel voor de Wet Personeelsbehoud bij Crisis naar de Tweede Kamer gestuurd. De wet moet regelen dat werkgevers in crisissituaties — zoals uitval van vitale infrastructuur, een pandemie of uitzonderlijke weersomstandigheden — meer mogelijkheden en ondersteuning krijgen om zoveel mogelijk personeel in dienst te houden. Dat kan bijvoorbeeld via loonsubsidie vanuit de overheid, verminderde loondoorbetaling en herplaatsing van werknemers. Het wetsvoorstel vervangt de huidige regeling Werktijdverkorting.

Minister Aartsen van Werk en Participatie: “Als we in de toekomst worden geconfronteerd met bijvoorbeeld grootschalige stroomuitval of een nieuwe pandemie, moeten we kunnen handelen. Het is dan zaak dat bedrijven kennis en expertise in huis houden en dat werknemers aan het werk kunnen blijven. Deze wet gaat bedrijven de instrumenten geven om dat te doen. Dat maakt de Nederlandse economie weerbaarder en geeft zowel werknemers als werkgevers zekerheid in onvoorziene situaties.”

Instrumenten voor de werkgever

Bedrijven die gedurende twee maanden ten minste 20 procent minder werk hebben, kunnen gebruikmaken van de instrumenten uit het wetsvoorstel. Dit mag voor een periode van maximaal zes maanden.

Werkgevers krijgen de mogelijkheid om tijdelijk de werkzaamheden van hun personeel te wijzigen, door werknemers andere passende taken te laten verrichten. Zo kunnen medewerkers zoveel mogelijk blijven doorwerken. Werkgevers moeten hun personeel in dat geval wel volledig blijven doorbetalen.
Bedrijven kunnen er ook voor kiezen hun werknemers 10 procent minder loon te betalen over de uren die door de crisis niet gewerkt kunnen worden. Kiest een werkgever hiervoor, dan kan hij vervolgens loonsubsidie aanvragen bij het UWV. Het bedrijf krijgt dan subsidie voor 65 procent van de loonkosten over de niet-gewerkte uren. De resterende 25 procent betaalt de werkgever zelf. Zo dragen overheid, werkgever en werknemer samen bij om de crisis door te komen.

Criteria

In het wetsvoorstel is ook geregeld dat de minister bij een grote crisis criteria kan vaststellen waardoor snel duidelijk wordt welke bedrijven geraakt zijn. Denk bijvoorbeeld aan het vaststellen van postcodes na een overstroming, of aan het aanwijzen van sectoren die geraakt worden door een sanctie van een buitenlandse overheid. Hierdoor hoeft het UWV tijdens een grote crisis niet elke aanvraag afzonderlijk te toetsen.

Arbeidsmarktpakket

Het wetsvoorstel – dat onderdeel uitmaakt van een breed pakket aan wetgeving, zie onder – komt voort uit de adviezen van de Commissie Borstlap, die opriep om bedrijven en werkenden instrumenten te geven zodat ze wendbaarder en weerbaarder kunnen zijn. Het doet ook denken aan de in allerijl opgetuigde NOW (Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid) uit de coronatijd; ervaringen met die regeling zijn in dit wetsvoorstel verwerkt.

Het kabinet hoopt dat het wetsvoorstel, na behandeling in beide Kamers, op 1 januari 2029 in werking kan treden.

 

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags | Laat een reactie achter

Waarom Total Talent Management maar niet van de grond komt

Total Talent Management (TTM) staat op veel strategische agenda’s. Het is een thema dat al jaren wordt omarmd in beleid, presentaties en strategische plannen. Het belooft meer wendbaarheid, continuïteit, kostenbeheersing en een toekomstbestendig personeelsbestand. 

En toch komt het in de praktijk zelden écht van de grond…

Niet door een verkeerde visie.
Niet doordat organisaties het niet willen.

Voor veel organisaties voelt TTM als een grote stap, waarna de vraag ontstaat: waar begin je? Met als gevolg dat andere onderwerpen voorrang krijgen. Terwijl de oorzaak vooral ligt in de manier waarop organisaties hun personeelsinzet financieel hebben ingericht. 

Een fundamentele verandering in inrichting nodig 

In de praktijk zijn de budgetcategorieën voor personeelsinzet verdeeld over meerdere financiële kolommen. Formatie is vaak centraal of strategisch belegd, terwijl inhuur en flexibele capaciteit via afdelingsbudgetten worden aangestuurd. Dit lijkt de beste verdeling, maar het maakt integraal sturen op de totale personeelskosten lastig. 

TTM is geen model. Het is een keuze.

Een keuze over hoe je als organisatie omgaat met al het talent dat voor je werkt: vaste medewerkers, uitzendkrachten, freelancers, gedetacheerden en ingehuurde expertise via SoW. Of je instroom, doorstroom en externe inhuur als één geheel ziet, of als losse kostenposten in aparte potjes. Het vraagt een strategische keuze. Een fundamentele verandering in inrichting.

Gescheiden budgetten sturen op de verkeerde prikkels

Wanneer formatie en flex vanuit verschillende financiële kolommen worden aangestuurd, ontstaat automatisch deeloptimalisatie. Iedere afdeling neemt besluiten binnen de eigen begroting, niet (altijd) kijkend naar het geheel. Dit is geen toeval, het is een logisch gevolg van hoe de financiële structuur is ingericht.

De impact zie je direct terug op drie niveaus:

Op operationeel niveau worden capaciteitstekorten veelal adhoc opgelost. Wanneer er geen formatieplaats beschikbaar is, wordt uitgeweken naar tijdelijke inhuur. Dat is begrijpelijk vanuit continuïteit en onderbezetting, maar het is tegelijk een gemiste kans. Interne alternatieven en onbenut talent, binnen en buiten het eigen afdelingsbudget, blijven vaak buiten beeld. Hierdoor ontstaat een vicieuze cirkel, waarbij de inzet reactief en kostbaar blijft.

Op tactisch niveau werkt dit door. Er is geen integraal inzicht in zowel (vaste) formatie als inhuur en flex, waardoor organisatiebreed sturen en vooruitkijken lastig wordt. Workforce planning blijft daardoor een administratieve exercitie, in plaats van een strategisch instrument dat beweging, ontwikkeling en capaciteitsvraagstukken met elkaar verbindt.

Op strategisch niveau is de impact het grootst. Er ontbreekt een volledig beeld, doordat formatie en inhuur via gescheiden lijnen worden gerapporteerd. De totale inzet en kosten, of potentiële besparingen, worden vaak pas achteraf, of helemaal niet, zichtbaar. Besluitvorming vindt daardoor structureel plaats op basis van onvolledige workforce-data. Dit maakt het lastig om organisatiebreed te sturen en om TTM te verankeren als onderdeel van de bedrijfsstrategie.

Bezuinigingen raken de vaste formatie

Bij bezuinigingen verschuift de aandacht in veel organisaties vrijwel automatisch richting de vaste formatieplaatsen, de kolom waarop wordt gestuurd. Inhuur/Flex valt vaak onder andere budgetten en blijft zo langer buiten beeld.

Met als resultaat: er wordt geschrapt in structurele FTE. 

De hoeveelheid werk blijft hetzelfde en de werkdruk stijgt, waardoor werkzaamheden vanzelf meer verschuiven naar tijdelijke inhuur. Vaak tegen hogere kosten dan de vaste capaciteit die is afgebouwd. 

Dat er in deze structuur niet altijd de meest efficiënte keuzes worden gemaakt, is niet vreemd. Er wordt gestuurd binnen de kaders die al jaren zo bestaan. Wat hier gebeurt, is dat de financiële structuur het verkrijgen van een integraal beeld van de totale workforce spend tegenhoudt.

Je kunt geen geïntegreerde workforce bouwen in een organisatie die integratie onbewust structureel ontmoedigt.

Verander de structuur 

Als organisaties echt willen werken aan Total Talent Management, begint dat met de durf om de structuur eromheen te veranderen. Door het model slimmer, integraler en toekomstbestendig te maken. 

Dit vraagt om het loslaten van de ‘traditionele’ scheiding tussen formatie, werving, instroom, doorstroom, uitstroom en externe inhuur (inclusief inhuur op resultaatverplichting). En om te erkennen dat al deze onderdelen continu met elkaar samenhangen en elkaar beïnvloeden. 

Wanneer we het hele speelveld als één samenhangend geheel benaderen en de financiële kaders daarop laten aansluiten, ontstaat er ruimte om écht te sturen op capaciteit, kwaliteit en kosten. Dat vertaalt zich in wendbaarheid, continuïteit en kwaliteit van uitvoering.

TTM is dan niet langer een initiatief of een HR-thema, maar een manier van werken die geïntegreerd is in de bedrijfsvoering en besluitvorming. 

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , | Laat een reactie achter

Temper, YoungOnes laten zich niet afremmen door Wet Rechtsvermoeden. Hameren op goede communicatie.

De Tweede Kamer heeft ingestemd met de Wet Rechtsvermoeden bij laag tarief. Daarmee krijgen zzp’ers die worden ingehuurd onder een tarief van 39 euro per uur vanaf 1 januari 2027 de mogelijkheid om via de rechter betrekkelijk eenvoudig rechten als werknemer op te eisen.

De freelanceplatformen Temper en YoungOnes, die opdrachten aanbieden met tarieven die vaak flink onder die grens liggen, laten zich door de komst van de wet niet weerhouden om door te gaan, zo blijkt uit hun reactie op het aannemen ervan. Ze vinden de wet op zich een goed initiatief, maar hameren wel op goede informatie vanuit het ministerie om misverstanden te voorkomen.

“Rechtsvermoeden zal niet vaak ingeroepen worden”

“Het is goed dat de minister dit dossier voortvarend oppakt om duidelijkheid te scheppen voor werkend Nederland. Zowel opdrachtgevers als zelfstandigen snakken naar heldere regels en een duidelijke toepassing hiervan,” zegt Pim Graafmans, CEO van YoungOnes. Ook zijn collega bij Temper, Maarten Zoomers, noemt de wet een ‘goed initiatief’, vooral om “mensen die gedwongen zelfstandig zijn een extra processueel instrument te geven om voor hun rechten op te komen.”

Voor wat betreft het eigen platform verwacht Zoomers geen effect. “De mensen die via Temper werken, zijn voornamelijk bijverdieners die er bewust voor kiezen om buiten een dienstbetrekking te werken, vanwege de flexibiliteit en controle die daarbij horen. We verwachten dan ook niet dat zij van dit rechtsvermoeden gebruik zullen maken. Ook de afgelopen elf jaar is er nooit een werkende geweest die heeft gevraagd een relatie te laten herkwalificeren.”

Graafmans betwijfelt of het rechtsvermoeden de gewenste duidelijkheid zal brengen over het wel of niet kunnen inhuren van zzp’ ers. “Een rechtsvermoeden moet actief worden ingeroepen, de procedure is kostbaar en veel zelfstandigen kiezen bewust voor hun vrijheid. Om die redenen zal het rechtsvermoeden waarschijnlijk niet vaak worden ingeroepen. Ondertussen merken we in de praktijk wel het effect van de aankondiging: opdrachtgevers worden onterecht huiverig om zelfstandigen in te zetten. Hierdoor verliezen zelfstandigen veel opdrachten en dus inkomsten.”

Teleurstelling over ontbreken uitzondering voor studenten

De YoungOnes-topman vindt het daarom teleurstellend dat het amendement-Flach niet is aangenomen. Het SGP-Kamerlid wilde dat voor jongeren onder de 21 jaar afwijkende tarieven zouden gelden, met als bij met minimumloon. “Deze uitzondering had ervoor gezorgd dat opdrachtgevers minder bang zouden zijn om studenten in te zetten voor de opvang van piek- en ziekmomenten. Het is jammer dat deze kans nu niet is aangegrepen.”

Goede communicatie cruciaal

“Wat ons betreft is nu de cruciale stap: goede communicatie,” zegt Zoomers. “Er doen al misverstanden de ronde: dat €38 een minimumtarief voor zelfstandigen zou zijn, of dat wie daarboven verdient per definitie geen schijnzelfstandige is. Dat klopt niet. Het rechtsvermoeden is slechts een procedureel hulpmiddel en geen vervanging voor de holistische toets van de arbeidsrelatie. Als die misinterpretatie blijft bestaan, worden opdrachtgevers onterecht huiverig en verdwijnt flexibel werk voor de mensen die daar juist bewust voor kiezen.”

In dat kader is Graafmans blij met de toezegging van de minister om nu in te zetten op heldere communicatie over wat wél kan. “ZZP kan namelijk nog steeds. Wij hopen dan ook dat de minister partijen uit de markt betrekt bij het opstellen van duidelijke communicatie die in de praktijk echt werkt. Via het YoungOnes-platform vinden dagelijks duizenden zelfstandigen en opdrachtgevers elkaar. Daardoor zitten wij dicht op zowel opdrachtgevers als freelancers en krijgen wij mee wat er echt gebeurt in de markt. Met deze kennis en ervaring ondersteunen wij de minister graag bij het creëren van heldere richtlijnen over hoe zzp’ers ingezet kunnen worden.”

Geplaatst in ZP en Politiek | Laat een reactie achter

TTM-event 2026: data en systemen zijn er, zijn organisaties klaar voor de échte omslag?

Jan-Willem Weijers en Suyin Aerts

De zaal zat helemaal vol. De vijfde editie van het Total Talent Management-event in Breda trok op 16 april 2026 bijna meer mensen dan er stoelen beschikbaar waren. Een teken dat het thema leeft, volgens Jan-Willem Weijers, hoofdredacteur van ZiPconomy en een van de organisatoren van het event: “TTM: we praten er al decennia over, maar het in de praktijk toepassen blijft lastig. Toch vraagt de markt erom.”

Weijers ziet wel dat er wel veel is veranderd sinds de eerste edities een paar jaar geleden: “Toen kwamen HR en inkoop samen naar het event, maar hadden ze eigenlijk geen connectie. Inmiddels werken ze al veel meer samen.”

ZiPconomy, NextConomy, Werf& en Totalent.eu hebben ook in 2026 weer de handen ineen geslagen voor de vijfde Belgisch-Nederlandse Total Talent Summit. De summit is bedoeld voor managers en leiders in finance, HR, procurement en recruitment.

Twee gezichten van de arbeidsmarkt

Geert-Jan Waasdorp

Geert-Jan Waasdorp, oprichter van Intelligence Group en Werf&, opende de dag en liet zien dat de arbeidsmarkt voor een belangrijk deel drijft op de flexibele schil. Hij schetste een gemengd beeld van die arbeidsmarkt. De signalen zijn niet slecht: de werkloosheid stijgt licht, maar is nog steeds laag (4,1%), de beroepsbevolking is groot en de arbeidsparticipatie hoog.

Maar er zijn ook barsten. Het ziekteverzuim stijgt al jaren en ligt inmiddels twee procentpunt hoger dan in 2015, op zo’n 6 procent. “We doen nu eigenlijk recruitment voor het ziekteverzuim,” zei Waasdorp. “Los je de groei van dat verzuim op en ga je terug naar het historische gemiddelde van 4,5 procent, dan verdampt de krapte op de arbeidsmarkt grotendeels vanzelf.”

Verzuim is een van de redenen waarom één op de vijf mensen uit de beroepsbevolking momenteel niet werkt. In totaal zijn zo’n 2,2 miljoen mensen werkloos en ontvangen een bijstands- of Wajong-uitkering. Daarbovenop speelt de structurele uitdaging van vergrijzing. Sinds 2025 telt Nederland meer 65-plussers dan jongeren onder de 20.

De schaarste concentreert zich bovendien bij praktisch opgeleiden. Zestig procent van de 20- tot 35-jarigen heeft een hbo- of wo-diploma, mede als erfenis van het Lissabon-akkoord, dat Europese landen aanspoorde om te investeren in diploma’s. Gevolg: we hebben te veel denkers en te weinig doeners.

De ‘oliekannetjes’

Dat Nederland ondanks dit alles draaiende blijft, komt volgens Waasdorp door de ‘oliekannetjes’ van de arbeidsmarkt: de flexibele schil die roest en wrijving voorkomt. Uitzendbureaus, zzp’ers (die weinig ziek zijn), arbeids- en kennismigranten en relatief veel werkende jongeren houden de motor gaande.

Die flexibele schil is ook belangrijk omdat de Nederlandse arbeidsmarkt conservatief is als het gaat om interne mobiliteit. Door schalen en structuren, opleidingseisen en deeltijdwerk is de interne mobiliteit binnen organisaties opvallend laag. Wie van functie wil wisselen, doet dat vaker extern dan intern, zeker jongeren. Oftewel: talent loopt weg in plaats van door.


Wat is Total Talent Management?

Total Talent Management (TTM) is een aanpak waarbij organisaties al hun arbeidscapaciteit (vast, flex, zzp en inhuur) als één geheel beheren. In theorie leidt dat tot een betere inzet van talent, lagere kosten en minder onnodige wervingsrondes. In de praktijk loopt het vaak vast op silo’s: HR, inkoop en finance die ieder hun eigen domein bewaken.


AI kan TTM toegankelijker maken dan ooit

De data zijn er: vast/flex-verhoudingen, doorlooptijden, mobiliteit, time-to-fill, beschikbaarheid per sector, het is allemaal beschikbaar.

AI maakt het nog makkelijker. MCP’s (Model Context Protocol) maken het mogelijk om data uit verschillende externe systemen (zoals ATS, VMS en HR-systemen) toegankelijk te maken voor AI-modellen. Een Large Language Model (zoals chat) kan die gecombineerde data vervolgens vertalen naar bruikbare inzichten zoals dashboards, voorspellingen of concrete adviezen.

Toch blijkt uit gesprekken dat aanwezigen AI in de praktijk nog weinig inzetten, vaak om privacyredenen. Zoals iemand van een gemeente opmerkte: “We mogen AI niet gebruiken zodra er persoonsgegevens in het spel zijn, en dat is bijna altijd het geval.”

Bovendien maakt AI niet alles eenvoudiger. Eén recruiter trok een opvallende conclusie: cv’s worden met AI gemaakt, sollicitaties worden met AI gerankt. AI checkt AI. Hun oplossing: speedsollicitaties: gesprekjes van vijf minuten: gewoon weer mens tot mens.

Wat houdt organisaties nog tegen?

Drie drempels komen steeds terug.

TTM vraagt betrokkenheid op het hoogste niveau. Zonder commitment van de top komt een echte transformatie niet van de grond. Daarbij moet de noodzaak ook écht gevoeld worden: financieel (zeker voor grote organisaties kan het miljoenen per jaar schelen), maar ook door wetgeving zoals de Wet DBA, die organisaties dwingt grip en inzicht te krijgen op hun inzet van zelfstandigen.

Daarnaast: alle partijen moeten aan tafel. Finance, inkoop, HR. “En ja, eigenlijk ook de hiring managers, vanaf het allereerste begin,” merkte iemand op. Niet achteraf aanhaken, maar vanaf het begin meedenken.

En systemen blijven een uitdaging. Een HR-professional bij een gemeente wilde tegelijk een ATS en een VMS aanschaffen en dacht eerst aan één geïntegreerd TTM-systeem: “Maar zulke systemen bestaan eigenlijk nog niet. Je hebt VMS-systemen die een beetje ATS doen, en andersom. Uiteindelijk hebben we gekozen voor twee aparte systemen, met als harde eis dat ze met elkaar kunnen praten.”

KPMG: van vacatures invullen naar strategisch sturen

Dat TTM geen sprint maar een marathon is – zoals Weijers het verwoordde, die zelf net de marathon van Rotterdam had gelopen – blijkt uit de case van KPMG.

Toen KPMG zich in 2018 afvroeg hoe hun personeelsbestand er in 2025 uit zou zien, hadden ze nog geen antwoord. Wel was er het besef dat er iets moest veranderen. De dienstverlening moest beter, specialisten kozen vaker voor zzp en de vraag naar profielen fluctueerde per kwartaal.

KPMG werkte toen zoals veel grote werkgevers: er ontstaat een vacature, een recruiter zoekt een kandidaat, en het contract wordt getekend. Flex zat elders in de organisatie en was voor HR nauwelijks zichtbaar. Niemand wist precies hoeveel freelancers er rondliepen, wat ze kostten of wie ze aanstuurde.

In oktober 2023 volgde een reorganisatie. Aparte teams voor vaste werving, flexwerkers en internationale uitzendingen werden samengevoegd. Niet alleen voor efficiëntie, maar ook voor kennisdeling. Sinds 2025 werkt KPMG met een ‘one stop shop’: één loket voor elke resourcevraag.

De meest recente stap is de Resourcing Advisor: een rol die bewust geen onderscheid meer maakt tussen vast en flex. De vraag is niet langer: welk contracttype? Maar: welke competenties hebben we nodig? In minder dan tien jaar groeide KPMG van een afdeling die vacatures invulde naar een strategisch orgaan dat het volledige personeelslandschap beheert.

Sneller dan snel

Farid Tabarki

Trendwatcher Farid Tabarki (Studio Zeitgeist) sloot de dag af met de vraag hoe je manoeuvreert in een wereld die niet alleen snel verandert, maar ook steeds sneller verandert. Vroeger kon je bijsturen en even op adem komen. Die luxe is er niet meer.

Zijn antwoord: complexe adaptiviteit. Niet blind meewaaien met elke trend, maar ook niet star vasthouden aan hoe het altijd ging. Organisaties die samen optrekken, patronen herkennen en flexibel samenwerken, staan sterker dan partijen die het ieder voor zich proberen.

En daarmee kom je bij de kern van TTM: samenwerken, samenwerken, samenwerken.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | 1 Reactie

Minister Aartsen: “Mijn doel is dat we het over vier jaar niet meer over zzp’ers hoeven te hebben.”

Het ‘Rechtsvermoeden Werknemerschap’ is door de Tweede Kamer. Waarom vindt minister Aartsen (Werk en Participatie) dat zo’n belangrijke stap? En wat betekent deze wet straks in de praktijk voor werkenden, opdrachtgevers en de bredere zzp-markt?

In deze ZiPtalk Special legt Aartsen uit waarom het rechtsvermoeden volgens hem kwetsbare werkenden een steuntje in de rug geeft, opdrachtgevers dwingt beter na te denken over hun inzet van zelfstandigen en ruimte creëert voor een normaler debat over zzp’ers. Daarna kijken we naar de tussenfase richting de nieuwe Zelfstandigenwet. Waarom wil de minister de handhaving niet stopzetten? Wat verandert er door het Uber-arrest in de beoordeling van arbeidsrelaties? En wat moet de aangekondigde campagne ‘Zo kan zzp wel’ betekenen voor organisaties die nu zoeken naar duidelijkheid?

Tot slot bespreken we de route naar de Zelfstandigenwet zelf. De ambitie ligt op invoering per 1 januari 2028. Dit jaar nog moet het wetsvoorstel naar de Raad van State. Aartsen wenst hiervoor politieke steun van links én rechts om eindelijk uit een zzp-dossier van meer dan tien jaar te komen.

Deze podcast is ook te beluisteren op Spotify

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , | 2s Reacties

‘Platformwerk moet van turbokapitalisme naar verantwoorde arbeidsvoorwaarden’

Hoe zorgen we dat platformbedrijven in de kluseconomie zich als verantwoorde werk- en opdrachtgevers gedragen, in plaats van hebberige tussenpersonen die steeds meer winst maken en de risico’s en kosten om te ondernemen bij werkenden neerleggen? Vakbonden, arbeidsorganisaties en overheden wereldwijd zoeken een oplossing voor dit probleem.

Zo ook Human Rights Watch, een internationale organisatie die wereldwijd onderzoek doet naar de schending van mensenrechten. Senior-adviseur economische rechtvaardigheid Lena Simet bestudeert de laatste jaren specifiek de impact en economische rechtvaardigheid van platformbedrijven op werkenden. In The Gig Work Podcast van de WageIndicator Foundation sprak ik haar over haar onderzoek. Haar conclusies geven een goed beeld van de ontwikkelingen vanuit een globaal perspectief. 

Luister hier naar deze aflevering van The Gig Work Podcast

Juridisch vacuüm

Simet onderzocht de invloed van apps voor taxi, maaltijdbezorging en boodschappenbezorging op platformwerkers in onder andere Libanon, Texas en New York. “Technologie om werk te organiseren is razendsnel ontwikkeld, maar de wetgeving om de rechten van werkenden die werken via platformen te beschermen loopt hopeloos achter”, vertelt ze. “Het is een juridisch vacuüm: platformwerkers zijn niet formeel in dienst, dus het werk en de verdiensten zijn hun eigen verantwoordelijkheid. Bijna alle arbeidsrechten waarvoor in het verleden is gevochten, lijken in dit bedrijfsmodel niet te bestaan.”

Oneerlijk, vindt zij. Haar interesse in platformwerk ontstond tijdens de coronacrisis. “Platformwerkers waren de helden: ze gingen de straat op om maaltijden of boodschappen te bezorgen of ze werkten in de gezondheidszorg”, vertelt ze. “Iedereen was blij met ze, maar die waardering zag je niet terug in hun arbeidsvoorwaarden. Vaak kregen ze geen mondkapjes of handgel en als ze zelf ziek werden kregen ze geen compensatie of betaald verlof.”

‘Werken zonder bescherming mag niet de nieuwe norm worden’

Ondertussen groeit de reikwijdte en impact van platformwerk enorm. “Platformwerkers zijn allang niet meer alleen taxichauffeurs of maaltijdbezorgers”, vertelt ze. “Inmiddels zie je dat ook verpleegkundigen, leraren en therapeuten op afroep via apps worden ingehuurd. In plaats van een vast contract met vaste diensten worden zij nu ‘on demand’ ingezet met wisselende uren en verdiensten.”

Een steeds groter deel van de wereldwijde beroepsbevolking wordt aangenomen en ontslagen via platformen, zegt Simet. “Dit vergroot de ongelijkheid op de arbeidsmarkt enorm. Uit ons onderzoek blijkt dat zij geen arbeidsrechtelijke bescherming hebben. Daarom is nieuw beleid zo belangrijk. We mogen niet toestaan dat onderbetaling en gebrek aan bescherming de nieuwe norm worden op de arbeidsmarkt.”

Werknemer of zelfstandige: fatsoenlijk werk voor iedereen

Wereldwijd worstelen overheden met de juridische status van platformwerkers: zijn het werknemers in dienst of zelfstandig ondernemers? Loondienst lost een hoop op: vaak zijn zekerheden en beschermingen voor werknemers juridisch aan deze contractvorm gekoppeld, maar in de praktijk is dit lastig af te dwingen.

Ook in Nederland is de discussie nog lang niet klaar. Kijk maar naar de laatste uitspraak van het gerechtshof Amsterdam over de vraag of Uber-chauffeurs formeel in dienst zijn of niet. Conclusie: dat verschilt per chauffeur. En in continenten zoals Azië, Afrika of Latijns-Amerika is het al helemaal niet zo vanzelfsprekend om een arbeidsovereenkomst te hebben. Sterker nog: bijna de helft (46%) van de werkenden wereldwijd is zelfstandig ondernemer (ILO 2025).

Daarom is het op dit moment misschien nog wel belangrijker om antwoord te vinden op de vraag: hoe zorgen we ervoor dat de risico’s en kosten van zelfstandigen net zo goed gedekt zijn als die van werknemers? De grootste problemen komen doordat platformen de kosten en risico’s die in een werknemersrelatie voor rekening zijn van de werkgever, doorschuiven naar het individu.

Platformen verslechteren individuele onderhandelingsmacht

Het onderzoek van Human Rights Watch laat zien dat er actie nodig is. “We zien de gevolgen van gebrek aan regulering wereldwijd”, vertelt Simet. “Het klopt dat beroepsgroepen zoals schoonmakers, taxichauffeurs en maaltijdbezorgers ook voor de komst van platformen meestal niet in loondienst werkten. Maar wat verslechterd is, is hun onderhandelingsmacht.”

Ze noemt motortaxi’s in Kenia. “Vroeger bepaalden chauffeurs hun eigen prijzen in onderhandeling met de klant. Nu bepaalt de app de prijs. De chauffeur heeft daar geen enkele invloed meer op, zeker omdat deze bedrijven vaak monopolies vormen.”

Tegelijkertijd biedt platformisering hoop op verbetering. “Platformen maken werkenden die voorheen onzichtbaar waren, zichtbaar. Als het lukt om deze grote bedrijven te dwingen om werkenden fatsoenlijk te belonen, is dat een enorme kans om miljoenen werkers wereldwijd te voorzien van betere levensstandaarden.”

Libanon: forse groei sinds 2019

Simet is als ik haar spreek net terug uit Libanon voor een studie naar de situatie van platformwerkers. Tot haar verbazing was er nauwelijks onderzoek gedaan naar de platformeconomie, terwijl het business model daar enorm groeit. “Sinds de enorme economische crisis in 2019 is platformwerk voor velen de enige kans op een inkomen”, zegt ze. “De groep werkenden is enorm divers qua leeftijd, opleidingsniveau en beroep.”

Welke gevolgen heeft platformisering? Er vielen haar vier verontrustende zaken op:

  1. Daling van het inkomen over tijd: Ze sprak veel mensen die al lang via platformen werken, soms al tien jaar. In die tijd is hun inkomen meestal gedaald. Velen ontvangen nu nog maar een vijfde van wat ze voorheen verdienden. Dat komt omdat er inmiddels veel meer platformwerkers zijn. Hoewel de prijzen voor klanten stijgen, hebben de platformen de vrijheid om de verdiensten voor de werkenden te verlagen.
  2. Gebrek aan sociale zekerheid: Werkers moeten alle kosten zelf dragen, hebben geen ziekteverlof en worden niet geholpen bij arbeidsongevallen.
  3. De enorme kloof tussen werker en bedrijf: Bedrijven zijn niet geïnteresseerd in klachten. Werkers kunnen zich nauwelijks verenigen om druk uit te oefenen.
  4. Volledig gebrek aan beleid. Platformwerk komt helemaal niet voor in de huidige arbeidswetgeving.

Traumatische overval

In de podcast vertelt Simet het aangrijpende verhaal van de 74-jarige taxichauffeur Abraham. Tijdens de crisis verloor hij zijn werk, zijn spaargeld en zijn pensioen. Vanwege zijn leeftijd namen reguliere taxibedrijven hem niet aan, dus ging hij in 2015 aan de slag via een taxiapp.

Op een dag werd hij als chauffeur door klanten met een mes op zijn keel overvallen. Ze stalen zijn telefoon en zijn auto. Hij zocht hulp bij het platformbedrijf, maar dat weigerde hem te helpen. In zijn overeenkomst stond tenslotte dat hij een ‘onafhankelijke contractant’ (zzp’er) was, dus hij was volledig zelf verantwoordelijk. “Hij bleef getraumatiseerd en zonder auto achter”, zegt Simet. “Uiteindelijk kon hij met financiële hulp van zijn familie deze periode overleven en kreeg uiteindelijk van zijn broer een andere auto cadeau. Hij werkt weer, maar is nog elke dag bang.”

Volgens Simet illustreert dit verhaal dat platformen met hun bedrijfsmodel expres alle kosten en risico’s naar de werkenden verschuiven. “Verantwoordelijkheid en menselijkheid ontbreken.” Dit terwijl juist platformen, die opereren in gefragmenteerde markten, de schaalvoordelen zouden kunnen inzetten om omstandigheden te verbeteren en risico’s te middelen. Dit niet doen, is een bewuste keuze en strategie. 

Uitbuiting in Texas

Onderzoek is de basis om beleid te creëren rondom fatsoenlijke arbeidsomstandigheden. Welke minimale bescherming hebben platformwerkers nodig? Wat is een leefbaar loon? Aangezien platformwerkers niet in dienst zijn, geen vaste tijden hebben en hun eigen middelen en zekerheid moeten regelen, is zo’n tarief heel anders opgebouwd dan een werknemersloon. Lees meer over een leefbaar tarief in deze blog.

In mei 2025 publiceerde Human Rights Watch het rapport The Gig Trap: Algorithmic, Wage and Labor Exploitation in Platform Work in the US. Daaruit blijkt dat platformwerkers in Texas flink worden uitgebuit.

5,12 dollar per uur

“Het was heel lastig om data te krijgen, want bedrijven zijn niet verplicht informatie te delen over werkenden die niet in dienst zijn”, vertelt Simet. “We hebben dus informatie opgehaald bij de platformwerkers zelf. In eerste instantie zagen we een bruto-uurloon van 16,90 dollar. Maar dat is niet wat zij daadwerkelijk overhouden aan het werk.”

Omdat platformwerkers zelf de kosten voor hun voertuig, telefoon en internet moeten betalen, blijft er slechts 7,53 dollar over. Als je daar vervolgens de ‘non-wage benefits’ zoals pensioen- en verzekeringskosten van aftrekt die een normale werknemer zou krijgen, kom je uit op 5,12 dollar per uur. “Dat is ver onder het minimumloon van 7,25 dollar en nog verder onder een leefbaar tarief”, zegt Simet. Waarbij het goed is om te beseffen dat een minimumloon in Texas niet voldoende is om te kunnen leven. Kijk je naar het ‘leefbaar loon’ (living wage) in Texas, dan komt dit volgens WageIndicator data momenteel uit op 16,49 dollar. En let wel: de gemelde inkomsten per werkenden zijn een gemiddelde. Er zijn platformwerkers die op dagen met hoge onkosten en weinig ritten vrijwel niets overhouden, waarbij het grote probleem is dat werkenden geen invloed hebben op de vraag naar werk en de hoeveelheid werkenden die op een platform actief zijn.

Hartverscheurend turbokapitalisme

“Ik vond het hartverscheurend om te horen dat platformwerkers zichzelf verwijten dat ze zo weinig verdienen”, zegt Simet. “Een oudere vrouw die boodschappen deed voor Instacart zei: “Tsja, ik kan nu eenmaal niet snel genoeg lopen’.”

Ze noemt het turbokapitalisme (capitalism on steroids). “Iemands waarde en zijn inkomen worden slechts bepaald door hoe snel er winst uit hun arbeid kan worden geperst”, zegt ze. “Het heeft niets te maken met een eerlijke beloning en creëert perverse prikkels die mensen dwingen om hun gezondheid te riskeren.”

New York: collectieve actie leidt tot een eerlijkere beloning

Simet ziet gelukkig ook vooruitgang. Zo is het app-bezorgers in New York gelukt een minimumtarief af te dwingen. “Het is een prachtig voorbeeld van hoe collectieve actie tot verandering leidt”, vertelt ze. “De platformwerkers voerden eerst hun eigen onderzoek uit om de problemen aan te tonen en presenteerden dit aan de gemeenteraad. Het eigen onderzoek van de gemeente bevestigde hun bevindingen op basis van eigen onderzoek: van extreem lage beloningen tot gebrek aan veiligheid en schendingen van de privacy.”

New York gebruikte dit onderzoek als basis voor beleidshervormingen. De gemeente dwong de bedrijven niet om mensen als werknemer in dienst te nemen, maar bepaalde een minimumtarief voor platformwerkers om hun gebrek aan bescherming te compenseren. Ondanks fel verzet van bedrijven, voerde New York stapsgewijs een minimumloon in voor platformwerkers.

Discussie over wachttijd

Over dat tarief werd flink gediscussieerd. Platformbedrijven kwamen met het argument dat ze wachttijd niet kunnen betalen, omdat werkenden ‘toch meerdere apps tegelijk open hebben staan’ en dan dus van drie verschillende platformen tegelijk betaald krijgen.

“In werkelijkheid wordt dit ‘multi-apping’ enorm overschat”, zegt Simet. “Zo’n 80 tot 90 procent van de platformwerkers gebruikt maar één app tegelijk. Bovendien beschikken deze bedrijven over alle data: ze kunnen tot op de seconde nauwkeurig uitrekenen wie wanneer beschikbaar is. In New York is dit inmiddels opgelost: bedrijven moeten betalen voor de volledige tijd dat werkenden verbonden zijn met de app, dus ook wachttijd.”

Efficiënter en eerlijker

Het resultaat? Omdat platformen nu zelf verantwoordelijk zijn voor de wachttijd, zijn ze efficiënter gaan plannen. Sinds de invoering van het minimumtarief in New York steeg het aantal bezorgingen per uur van 1,6 naar 2,5. Door de verantwoordelijkheid bij het platform te leggen, krijgt de app een directe prikkel om de tijd van de werker nuttiger te besteden.

De omstandigheden van de platformwerkers zijn enorm verbeterd, vertelt Simet. Het stadsbestuur kijkt nu naar vervolgstappen, bijvoorbeeld om platformwerkers te beschermen die om onduidelijke redenen van een platform worden verbannen.

Wereldwijd probleem, mondiale oplossing?

Het is duidelijk dat de uitwassen van de platformeconomie een mondiaal probleem zijn. Hoewel er nu lokale oplossingen bedacht worden, werkt de International Labour Organization (ILO) aan een mondiale oplossing. In juni 2026 wordt tijdens de ‘114e International Labour Conference’ in Genève met overheden, werkgevers en werknemersorganisaties gewerkt aan het afronden van de ‘ILO Platformwork Convention’. Een proces waar Lena namens Human Rights Watch aan meewerkt

In Genève worden wereldwijde afspraken gemaakt over platformwerk, met focus op sociale zekerheid, transparante algoritmes en het voorkomen van misclassificatie. Een conferentie waar ik ook zal proberen bij aanwezig te zijn om verslag uit te brengen van deze onderhandelingen. Wat de uitkomst ook zal zijn, het is wat mij betreft al flinke winst dat overheden zien hoe belangrijk dit thema is en het is gelukt om, tegen de verwachting van velen in, dit onderwerp op de globale agenda te krijgen. Eerlijke arbeidsomstandigheden zijn tenslotte een verantwoordelijkheid van ons allemaal.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | 3s Reacties