ZiPredactie 19 februari 2026 0 reacties Print Raad van State ziet ook wetsvoorstel personeelsbehoud bij crisis niet zittenHet wetsvoorstel is volgens de Raad van State “te beperkt, te onduidelijk en onvoldoende effectief”.De Raad van State adviseert het kabinet om het wetsvoorstel personeelsbehoud bij crisis niet bij de Tweede Kamer in te dienen, tenzij het stevig wordt aangepast. Dat negatieve oordeel heeft de adviseur van de regering afgegeven. Het is voor de vijfde keer op een rij dat de Raad van State een kritisch of negatief oordeel afgeeft bij wetgeving gericht op hervorming van de arbeidsmarkt. Het wetgevingspakket is onder andere een reactie op adviezen van de Commissie Roemer en Commissie Borstlap. Wet moet bestaande regeling werktijdverkorting vervangen Met de Wet personeelsbehoud bij crisis wil het kabinet “levensvatbare” bedrijven tijdens een crisis ondersteunen bij het behouden van zo veel mogelijk werknemers. Bij grote en kleinschalige crises moet het voor bedrijven makkelijker worden af te schalen, zonder dat er personeel moet worden ontslagen. Het voorstel doet denken aan de diverse regelingen die met spoed tijdens de coronapandemie in het leven werden geroepen. De wet moet ook de bestaande regelingen voor werktijdverkorting, die niet wettelijk zijn vastgelegd, vervangen. De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft de doelstellingen van de wet en het feit dat het verstandig is de wendbaarheid van organisaties te vergroten en “arbeidsrechtelijke maatregelen te nemen om dat te bereiken”. Dat was overigens ook onderdeel van het advies van de Commissie Borstlap. Lees ook: Wetsvoorstel personeelsbehoud bij crisis voor advies naar Raad van State Onduidelijk en te beperkt De Raad van State vindt echter dat de in de wet voorgestelde arbeidsrechtelijke maatregelen beperkt zijn tot een situatie van een crisis. “De wendbaarheid van de arbeidsmarkt wordt niet vergroot, terwijl de maatregelen wel leiden tot grotere complexiteit”, zo schrijft het adviescollege in een toelichting. Daarbij maakt het wetsvoorstel onvoldoende duidelijk wat nu onder ‘levensvatbare’ bedrijven moet worden verstaan en hoe en door wie wordt bepaald of een bedrijf ‘levensvatbaar’ is. Daardoor wordt onvoldoende duidelijk welke werkgevers van de voorgestelde regeling gebruik mogen maken. De RvS vindt het ook onverstandig om één regeling te hebben voor zowel kleinschalige als grootschalige crises. “Beide crises zijn weliswaar onvoorzienbaar, maar de ernst, duur en periode van herstel naar de situatie van vóór de crisis zijn doorgaans snel in te schatten, nadat een crisis zich heeft voorgedaan. Kenmerkend voor grootschalige crises is dat die nu juist niet voorspelbaar zijn, noch wat betreft aard, ernst, verloop, duur en gevolgen, noch in frequentie waarmee zo’n grootschalige crisis zich aandient. Hierdoor vraagt een grootschalige crisis om andere instrumenten en oplossingen dan een kleinschalige crisis. Het wetsvoorstel voorziet daar niet in.” Daarmee vindt de RvS het wetsvoorstel te beperkt, te onduidelijk en onvoldoende effectief. Nieuw kabinet Het nieuwe kabinet, dat maandag aan de slag gaat, wil in hoofdlijnen doorgaan met het wetgevingspakket dat in gang is gezet door voormalig minister Van Gennip (Kabinet Rutte IV). Een reeks wetten waar de Raad van State dus zonder uitzondering flink kritisch op is. Raad van State Print Over de auteur Over ZiPredactie De ZiPredactie plaatst hier interviews en eigen artikelen. Daarnaast persberichten, aankondigingen of (met toestemming) overgenomen artikelen. (contact: info[AT]zipconomy.nl) Bekijk alle berichten van ZiPredactie