Maandelijkse archieven: december 2025

ZiPconomy Kerstactie 2025. Klein bedrag, groots effect: microkrediet voor Ghana

Tussen Kerst en Oud en Nieuw staan de websites van ZiPmedia in het teken van onze eindejaarsactie voor het goede doel. Dit jaar steunen we Stichting Compassie van Compagnon, die ondernemers in Ghana helpt met microkredieten.

 In 2007 ontstond het idee om het succes van Compagnon te delen met mensen die het minder hebben. Het voorstel werd ‘Microkrediet’. “Dat vonden we meteen een heel goed idee,” vertelt Hetty Moll, een van de twee oprichters van Compagnon. “Dat paste precies bij hoe wij werken. Iedereen bij Compagnon is ondernemend en proactief. Microkrediet werkt net zo: het biedt kansen, maar je moet er zelf iets van maken.”

Voor de uitwerking klopte Compagnon aan bij Cordaid. “Zij waren toevallig net bezig met het organiseren van een reis naar Ghana, voor ondernemers die interesse hadden in het sponsoren van microkrediet.”

“Als die reis ergens anders naartoe was gegaan, was het waarschijnlijk geen Ghana geworden,” zegt Hetty. “Maar we verloren ons hart aan het land. Aan de mensen. Hun cultuur. Hun dankbaarheid voor wat wij misschien niet eens op zouden merken. Zij zijn dankbaar voor het leven, voor elkaar en voor God.”

Tijdens de reis maakten ze kennis met de NGO CRAN – Christian Rural Aid Network. “Het toeval wilde dat CRAN, net als Compagnon, in 2000 is opgericht. En ook door een echtpaar. Toen viel alles op zijn plek: hier móésten we aan bijdragen.”

Zo ontstond Stichting Compassie, waarmee iedere maand geld wordt ingezameld voor CRAN.

A little goes a long way…

Het idee achter microkrediet is even eenvoudig als briljant: help mensen zichzelf te helpen, en ze hebben in de toekomst geen hulp meer nodig. Met een kleine lening kan een ondernemende inwoner (meestal een vrouw) van een ontwikkelingsland bouwen aan een eigen toekomst. Om te beginnen, bijvoorbeeld door gereedschap te kopen om fietsen te gaan repareren, of om een eenmaal gestart bedrijfje te laten groeien. “We bezochten bijvoorbeeld een bakkerij van een vrouw die startte met een microkrediet. Inmiddels werken er tien mensen bij haar.”

Met de opbrengsten kunnen ondernemers hun kinderen naar school sturen. Soms zelfs de kinderen van familieleden. Als zij leren lezen en schrijven, kunnen ze later meedoen in de ‘gewone’ economie. Zo werkt microkrediet generaties door. Niet alleen binnen gezinnen, maar in hele gemeenschappen. Want waar kinderen naar school gaan, moeten scholen worden gebouwd. Leraren aangenomen. Huisjes gebouwd. Er ontstaat bedrijvigheid. Succesvolle ondernemers versterken zo hun hele omgeving.


De eerste lening zet alles in beweging

Wie niets heeft, kan meestal niets lenen. Zelfs met een goed idee loop je zonder onderpand vast bij de bank. Zo ontstaat de armoedeval: je wilt vooruit, maar mist dat eerste zetje.

Dat zetje is microkrediet.

Door aflossingen kan CRAN steeds opnieuw startkapitaal verstrekken aan ambitieuze ondernemers. Zo blijft hetzelfde geld in beweging en maakt het telkens nieuwe initiatieven mogelijk.


Iedereen raakt meer dan één generatie

“Inmiddels zit Cordaid er al lang niet meer tussen en hebben we direct contact met de mensen van CRAN. Elke medewerker van Compagnon draagt bij: iedereen doneert iedere maand € 2,50 van zijn of haar salaris. Compagnon verdubbelt dat bedrag, waardoor een continue geldstroom ontstaat. Daarnaast organiseren we door het jaar heen allerlei acties om extra geld op te halen, zoals een veiling of de ‘Week van Compassie’.

Elke twee jaar reizen drie medewerkers naar Ghana. Afgelopen november zijn er opnieuw drie collega’s naartoe gegaan. Ze kwamen net zo diep geraakt terug als ik destijds. Omdat je met eigen ogen ziet wat microkrediet kan doen. Die eerste lening zet iets in beweging. Niet alleen voor deze generatie, maar ook voor de volgende. Dat is het mooie van microkrediet.”

Afrondend vertelt Hetty: “Nu gaan we naast de continue donatie aan CRAN, extra geld sparen om een school te kunnen bouwen. Daar is € 25.000 voor nodig. Dat gaat ons vast en zeker lukken, maar álle hulp is welkom!” 

Meer weten of doneren? Ga naar de website van Stichting Compassie.

 

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags | Laat een reactie achter

ZIP factcheck: “De webmodule is in lijn met jurisprudentie” zegt minister Paul. Klopt dat?

“De webmodule is in lijn gebracht met wet- en regelgeving en ook met geldende jurisprudentie. In die webmodule wordt dus bijvoorbeeld ook rekening gehouden met alle gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest en dus ook met extern ondernemerschap.” Dat zei minister Mariëlle Paul (VVD) van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tijdens een overleg met de Kamercommissie SZW. Ze gaf daarmee antwoord op een vraag daarover van BBB-Kamerlid Henk Vermeer.

De uitspraak van de minister is in lijn met eerdere uitspraken, bijvoorbeeld ook gedaan in brieven aan de Kamer.

Toch roept deze uitspraak de nodige vragen op. Klopt hij wel? Is de webmodule echt helemaal up-to-date?

Voor deze factcheck gingen we eerst te rade bij het verantwoordelijke ministerie en daarna vroegen we een reactie van experts.

Wat is de webmodule?

Om te beginnen: wat is de webmodule, formeel Webmodule Beoordeling Arbeidsrelatie, ook alweer? Dat is deze online vragenlijst met 36 vragen. Hij is gemaakt voor werkgevers/opdrachtgevers en geldt als hulpmiddel om te bekijken of een bepaalde opdracht zich wel of niet leent om door een zzp’er te laten uitvoeren.

De vragen kunnen punten opleveren. Indien er minder dan 45 (straf)punten zijn verzameld, dan geeft de webmodule een positief oordeel, namelijk een “indicatie dat de klus buiten dienstbetrekking kan worden uitgevoerd”. Bij 70 punten of meer luidt het oordeel: “Indicatie dat sprake is van een dienstbetrekking.” Tussen de 45 en 69 is de uitkomst: “Geen oordeel mogelijk”.

De uitkomst is geen juridische beslissing, maar een aanwijzing wat iemand kan doen. “De uitkomst geeft u geen rechten. De uitkomst kan u wel helpen bij uw beslissing over hoe u werkzaamheden laat uitvoeren.” Zo staat in de toelichting beschreven.

Uitleg van het ministerie

Klopt de uitspraak van de minister? We leggen die vraag eerst voor aan het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, waar de eerste versie van de webmodule in 2020 is ontwikkeld.

De webmodule is inderdaad zowel na het Deliveroo- als het Uber-arrest van de Hoge Raad aangepast, zo laat een woordvoerder van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan ZiPconomy weten.

Zo wordt er in de webmodule gevraagd of iemand is ingeschreven bij de KvK. Ook staan er vragen in de webmodule over wie het financiële risico draagt bij fouten en of sprake is van eigen materialen en gereedschappen, eigen kleding/logo’s, etc. Daarbij moet de woordvoerder van het ministerie wel erkennen dat dit criteria zijn die niet alleen te maken hebben met extern ondernemerschap, maar ook met intern ondernemerschap.

Deze vragen, inclusief de vraag over KvK-inschrijving, stonden overigens allemaal ook al in de allereerste testversie van de webmodule uit 2020.

Vragen als ‘werkt de opdrachtnemer voor meerdere opdrachtgevers’ en ‘doet de opdrachtnemer aan acquisitie’ staan niet in de webmodule. Ze staan wel in het Deliveroo-arrest, en dat ze ertoe doen wordt bevestigd door uitspraken van de Hoge Raad in kader van een rechtszaak tegen Uber.

Ze zijn voor een opdrachtgever wellicht ook niet per se goed in te vullen. Het gaat immers ook niet direct over de arbeidsrelatie, en opdrachtgevers gaan daar niet over. Dat beaamt het ministerie ook. Wel lastig: ze doen er wél toe.

Wat ook speelt, is dat dit type vragen niet zo goed past in de huidige opzet van de webmodule. Die werkt, zo legt de woordvoerder uit, met strafpunten. Zaken die wijzen op werknemerschap leveren tussen de 1 en 10 punten op. Bij te veel punten luidt het oordeel dat een specifieke opdracht niet door een zelfstandige kan worden uitgevoerd.

Criteria voor extern ondernemerschap zouden eigenlijk pluspunten moeten opleveren, maar zo werkt de webmodule niet. Dat is voor het ministerie een extra aanleiding om deze criteria niet als vragen op te nemen.

Wat wel naar aanleiding van de uitspraken van de Hoge Raad aan de webmodule is toegevoegd, is een verdere uitleg over extern ondernemerschap.

De webmodule kan tot de conclusie komen dat een opdracht buiten dienstbetrekking kan worden verricht (‘groen licht’) of juist niet (‘rood licht’). Maar er kan ook ‘geen oordeel mogelijk’ uitkomen.

In dat geval krijgt de gebruiker een pagina te zien waarin staat:

In uw situatie kan bij de beoordeling of er sprake is van werken in dienstbetrekking of niet, ook van belang zijn of degene die u inhuurt ook buiten deze specifieke arbeidsrelatie doorgaans als zelfstandig ondernemer werkt. Mogelijk leidt het zelfstandig ondernemerschap van de werkende ertoe dat de opdracht buiten dienstbetrekking kan worden verricht. De werkzaamheden als zelfstandig ondernemer moeten dan wel feitelijk soortgelijk zijn aan de werkzaamheden waarvoor de werkende wordt ingehuurd. Om een indicatie te krijgen of de werkende buiten deze arbeidsrelatie een zelfstandig ondernemer is, kunt u de ondernemerscheck laten invullen.

Tot zover een uitleg van het ministerie, waarbij de woordvoerder nog opmerkt dat de webmodule steeds wordt aangepast en dat deze mogelijk, naar aanleiding van de Vbar of de Zelfstandigenwet, zowel qua vragen als inrichting ook geheel wordt herzien.

Reactie van experts

Wanneer de minister stelt dat de webmodule in lijn is met de jurisprudentie, is de logische vraag op welke jurisprudentie de minister doelt, zo reageert expert Boris Emmerig, partner bij Holla legal & tax. “De minister geeft hierin geen inzicht. Evenmin is duidelijk hoe de puntentelling van de webmodule tot stand is gekomen. Daardoor ontberen de uitkomsten van de webmodule een nadere onderbouwing die voor de gebruiker controleerbaar is.”

Emmerig geeft een voorbeeld: “Vraag 2.15 van de webmodule luidt als volgt: Heeft u de mogelijkheid om aanwijzingen of instructies te geven met betrekking tot de wijze van uitvoering van de werkzaamheden en is de opdrachtnemer verplicht deze op te volgen?

Een bevestigend antwoord levert een indicatie voor het bestaan van een dienstbetrekking op. Echter, artikel 7:402 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat ook een opdrachtnemer verplicht is om tijdig verleende en verantwoorde aanwijzingen omtrent de uitvoering van de opdracht op te volgen. Het is dan moeilijk uitlegbaar dat een bevestigend antwoord op bovenstaande vraag een indicatie voor een dienstbetrekking oplevert. Dit vindt ook bevestiging in de jurisprudentie; zo oordeelde het Hof Arnhem-Leeuwarden op 20 december 2022 dat een opdrachtgever een instructierecht heeft over de wijze waarop de opdracht moet worden uitgevoerd. Er zijn meerdere uitspraken die in deze lijn passen. Hoe kan dan nog worden gezegd dat de webmodule in lijn is met de jurisprudentie, terwijl er jurisprudentie is die juist in de tegenovergestelde richting wijst?”, vraagt Emmerig zich af.

Na het Deliveroo-arrest zijn er tientallen uitspraken geweest waarbij rechters de aard van een arbeidsrelatie aan de hand van de gezichtspunten van het Deliveroo-arrest hebben bepaald. “Tussen deze gezichtspunten bestaat geen rangorde, althans zo is dat bepaald door de Hoge Raad. Echter, uit een analyse van de Universiteit van Amsterdam van de nadien gewezen jurisprudentie is gebleken dat sommige gezichtspunten ‘more equal than others’ zijn,” zo legt Emmerig uit.

“Uit dat onderzoek blijkt dat een heel belangrijk gezichtspunt voor rechters het (extern) ondernemerschap is en juist op dat punt vindt in de webmodule te weinig uitvraag plaats. Ook volgt uit het jurisprudentieonderzoek van de UvA dat er sprake lijkt te zijn van een illusie van objectiviteit en consistentie en dat de weging van de diverse gezichtspunten door rechters een black box is. Wanneer de webmodule pretendeert gebaseerd te zijn op diezelfde jurisprudentie, wekt zij dezelfde illusie, maar is het in wezen ook een black box. Dat is ‘de jurisprudentie’ niet kwalijk te nemen; rechters zijn afhankelijk van hetgeen partijen aanvoeren en zij moeten nu eenmaal de regels toepassen, wat daar verder ook van zij. Het is aan de politiek om hier knopen door te hakken en dat gebeurt al jarenlang niet.” Aldus Emmerig.

Verder vindt Emmerig het opvallend dat, hoewel de webmodule geen enkele wettelijke status heeft en de opzet en evaluatie ook nooit in de Tweede Kamer zijn besproken, de Belastingdienst deze in procedures wel gebruikt als ondersteuning van haar standpunten. Emmerig weet dat ook wordt gevraagd om de webmodule in te vullen bij vooroverleg met de Belastingdienst over de aard van een arbeidsrelatie. “Dit schuurt met de aard van de webmodule, te weten het zijn van een voorlichtingsinstrument zonder juridische status.”

Alexander Kist, jurist en partner bij bureau W&RK Advies, is het met Emmerig eens. “De webmodule is niet (volledig) in lijn met geldende jurisprudentie, ondanks aanpassingen na de Deliveroo- en Uber-arresten. Het instrument gaat er ten onrechte vanuit dat de gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest een limitatieve opsomming vormen en dat er tussen de gezichtspunten een rangorde bestaat. Ook ontbeert het de vragen die nodig zijn voor een volwaardige beoordeling van extern ondernemerschap en is het strafpuntensysteem architectonisch ongeschikt voor een holistische weging zoals de Hoge Raad voorschrijft.”

Oordeel

Terug naar de uitspraak van de minister: klopt die nu of klopt die nu niet?

Wat we kunnen vaststellen, is dat er op zijn minst een poging is gedaan om de webmodule up-to-date te krijgen en te houden.

De vraag is wel of die poging geslaagd is. Emmerig en Kist zijn daar duidelijk over: zij vinden van niet. Met name het punt van het extern ondernemerschap komt nauwelijks aan bod in de webmodule.

De gekozen oplossing van het ministerie, namelijk ernaar verwijzen op het moment dat er ‘geen oordeel’ mogelijk is, lijkt sterk op een eerdere versie van de concept Wet Vbar: je kijkt pas naar extern ondernemerschap als de indicaties die wijzen op werknemerschap en zelfstandigheid in balans zijn. Waar minister Van Hijum eerder al tot de conclusie kwam dat die uitleg niet in lijn is met de recente uitleg (Uber) van de Hoge Raad van haar eigen Deliveroo-arrest, is die zienswijze niet terug te vinden in de webmodule.

De huidige, aangepaste versie van de Vbar – die momenteel wordt behandeld door de Tweede Kamer – weegt W- (werknemerschap) criteria af tegen Z- (zelfstandigheid) criteria en kijkt daarmee gelijk ook naar de criteria voor extern ondernemerschap. Een soort weegschaal, met plus- en minpunten en met een nadrukkelijke plek voor de vragen over extern ondernemerschap. Zoals de Hoge Raad ook zegt.

Die systematiek zit nu juist niet in de webmodule, die alleen met strafpunten werkt. Een weeffout in de oorspronkelijk opzet, die wel passend was bij de toen heersende opinie op ministeries dat het extern ondernemerschap van ondergeschikt belang was. Ook een pragmatische reden voor het ministerie om relevante vragen over extern ondernemerschap (bijvoorbeeld of iemand ook andere opdrachtgevers heeft en eigen acquisitie doet) niet op te nemen in de vragenlijst: die antwoorden veranderen toch niets aan de uitkomst. Begrijpelijk, maar daarmee is het nog niet juist.

Kortom: de uitspraak van de minister is in lijn met de manier waarop het ministerie aankijkt tegen dit onderwerp.  Je kunt wel stevige inhoudelijke vraagtekens zetten bij die beleidslijn en je afvragen waarom de webmodule niet wordt aangevuld met een aantal vragen.  Belangrijker nog: zonder het werken met plus- en minpunten, zoals rechters in hun beoordeling toch ook doen, lijkt de webmodule niet in lijn te krijgen zijn met actuele jurisprudentie.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , | 2s Reacties

Technische detacheringsmarkt verschuift in 2026 naar langdurige inzet en nieuwe specialismen

1. Langdurige inzet

Het traditionele uitzenden neemt af. Detacheren verschuift naar langere betrokkenheid, waarbij externe technici volledige projectfases ondersteunen en onderdeel worden van projectteams. Tegelijkertijd kiezen opdrachtgevers voor kennisbehoud, waardoor gedetacheerden dezelfde rol en verantwoordelijkheid krijgen als interne collega’s. “We zien steeds meer dat technici langer verbonden blijven aan één project of opdrachtgever”, zegt Jacco Vingerling, CEO van Bowers & Jackling. “Ze worden én voelen zich onderdeel van het team en willen die verantwoordelijkheid ook nemen. Daardoor draaien ze volwaardig mee als collega, niet meer als tijdelijke kracht.”

2. Nieuwe sectoren, nieuwe functies

In 2026 groeit de vraag naar elektrotechniek en installatietechniek verder. De energietransitie creëert extra functies in isolatie, batterijen en energieopslag, werk dat eerder nauwelijks bestond. Woningcorporaties zorgen voor meer opdrachten door het verduurzamen en verbeteren van huurwoningen in zowel de sociale als vrije sector. Daarnaast werken technici in 2026 als specialist en generalist. Enerzijds groeit de behoefte aan diepgaande kennis van bijvoorbeeld warmtepompen en laadinfra, anderzijds vraagt de praktijk om brede samenwerking tussen disciplines. “Elektrotechniek en verduurzaming zijn niet meer weg te denken. Nieuwe sectoren creëren nieuwe functies, dit vraagt van werkgevers om continu te investeren in bij- en omscholing om relevant te blijven,” aldus Vingerling.

3. AI verandert werk en werving

AI verandert de manier waarop technici worden gezocht, geselecteerd en ingezet. Werving verschuift van traditionele vacaturebanken naar datagedreven en AI-gestuurde selectie, waardoor doorlooptijden verkorten en matches sneller tot stand komen. Ook op de werkvloer verandert de dynamiek. Planning, documentatie en communicatie verlopen vaker digitaal, waardoor technici sneller schakelen en minder tijd verliezen aan administratieve taken. Vingerling: “De snelheid in werving ligt veel hoger dan een paar jaar geleden. AI helpt om te selecteren, maar technici kiezen zelf een stuk kritischer. Een goede match vraagt dus meer aandacht dan alleen een snelle zoekslag.”

4. Vraag naar stabiliteit

Stabiliteit wordt een doorslaggevende factor in de keuze van technici. Niet alleen salaris, maar ook zekerheid, werkgeluk en een goede werk-privébalans wegen steeds zwaarder. Een duidelijke planning, voorspelbaarheid en actieve begeleiding bepalen of iemand een opdracht start of verlengt. Bedrijven die investeren in een aantrekkelijke werkomgeving en focussen op duurzame inzetbaarheid, zien minder verloop, grotere motivatie en hogere productiviteit. Vingerling: “Technici kiezen nadrukkelijk voor stabiliteit en balans. Daarom werken wij met het Inner Smile programma. Het geeft collega’s inzicht in geluksverhogers en stressfactoren en biedt handvatten om daar beter mee om te gaan. Door te luisteren en structureel aandacht te geven aan welzijn blijven technici langer verbonden.”

5. Markt onder druk

De technische arbeidsmarkt krijgt in 2026 te maken met meer instabiliteit. Geopolitieke spanningen en economische druk beïnvloeden de planning en inzet van technisch personeel. “We zien dat veel sectoren al jaren in toenemende onzekerheid werken, dat geldt ook voor ons. Onrust in economie en politiek beïnvloedt direct hoe technici naar hun werk en toekomst kijken. Juist in zo’n omgeving moeten werkgevers duidelijkheid bieden met heldere planningen, snelle communicatie, goede begeleiding en vooral vertrouwen. Dat geeft houvast”, aldus Vingerling.

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , , , | 1 Reactie

Kabinet : er komt geen volledig verlenging zachte landing

Er komt geen volledige tijdelijke verlenging van de zachte landing. Dat heeft het kabinet aan de Tweede Kamer laten weten in reactie op verschillende moties die gisteren zijn aangenomen. Daarin werd onder andere in een motie van DENK kamerlid Ergin opgeroepen de periode van de zachte landing te verlengen tot 31 maart. Dat wil het kabinet dus niet doen.

Wel blijven belangrijke onderdelen van de zachte landing nog voor heel 2026 van kracht, waarmee de zachte landing ‘deels’ wordt verlengd.

“Het kabinet acht het, zoals ik gisteren in het debat ook heb aangegeven, na (…) onwenselijk om de zachte landing in 2026 volledig te verlengen,” aldus staatssecretaris Heijnen in een brief die hij mede namens minister Paul heeft gestuurd.

Maar om aan de wens van de Kamer tegemoet te komen worden er ook in 2026 geen verzuimboetes opgelegd en start de Belastingdienst in beginsel met een bedrijfsbezoek. Die toezegging deed de staatssecretaris gisteren in een debat al (zie hier).

“Pas vanaf 1 januari 2027 zullen ook deze elementen van de zachte landing komen te vervallen. Dit betekent dat, ten opzichte van 2025, vanaf 2026 wel vergrijpboetes kunnen worden opgelegd.” Heijnen zegt dat belangrijk te vinden, omdat die vergrijpboetes opgelegd kunnen worden in het geval van opzet of grove schuld. “Opzet of grove schuld onbestraft laten is zeer onwenselijk voor de belastingmoraal.”

Geen volledige verlenging

Het kabinet vindt een volledige verlenging van de zachte landing, ook al is het slechts voor een deel van 2026, geen goed signaal richting partijen die zich wel aan wet- en regelgeving houden, zo schrijven de bewindspersonen. “Na bijna tien jaar stilstand op het dossier is het belangrijk het ‘momentum’ in de markt vast te houden en samen de maatschappelijke beweging in gang te houden. Partijen die het goed doen, moeten we ondersteunen (…). Door een volledige verlenging van de zachte landing zullen de goede inspanningen van veel organisaties stagneren; zij krijgen te maken met een onaangekondigde koerswijziging die ‘goed gedrag’ ontmoedigt.”

Verder vindt het kabinet dat het volledig verlengen van de zachte landing juist partijen bevoordeelt die geen werk hebben gemaakt van de aanpak van schijnzelfstandigheid. “Het kabinet ziet zich hierin ook gesteund door de sociale partners, die hebben opgeroepen de uitvoering van het handhavingsplan arbeidsrelaties voort te zetten.”

Druk uit de Kamer

“De aangenomen moties van gisteren zijn zeker geen eindoverwinning, maar wél een duidelijk resultaat van parlementaire druk.” aldus Ergin (DENK) die in de debatten gisteren de tegenstand vanuit de Kamer regisseerde. Zijn motie wordt dus niet geheel uitgevoerd, net als een eerder motie in oktober. Toch klinkt hij niet ontevreden. “De huidige staatssecretaris is er nog maar even. Het is daarom ook een belangrijk signaal richting het nieuw te vormen kabinet: de Kamer laat zich niet zomaar met het kluitje in het riet sturen als het gaat om zzp’ers. Tegelijkertijd blijft ons doel om wettelijk te regelen dat zelfstandigen zonder boeteangst hun werk kunnen doen en zich niet iedere dag hoeven af te vragen of zij nog wel zelfstandige zijn.”

Nieuwe situatie vanaf 1 januari 2026

Geen volledige maar wel deels verlenging. Het lijkt wellicht vooral ook een woordenspel tussen Kamer en Kabinet. Feit is dat een aantal zaken ook na 1 januari 2026 blijven zoals het was; een aantal zijn net wat anders dan eerder aangekondigd.

Daarom een overzicht wat de situatie nu is:

  • De handhaving op schijnzelfstandigheid blijft bestaan zoals deze is. Dat was al zo in 2025 en feitelijk ook daarvoor. Leidend hiervoor zijn de negen Deliveroo criteria.
  • De Belastingdienst kan bij constatering van schijnzelfstandigheid een naheffing loonbelasting opleggen, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2025. Dat is zo en blijft zo.
  • Daarnaast geldt voor opdrachtgevers/werkgevers dat zij bij geconstateerde schijnzelfstandigheid claims kunnen krijgen in het kader van pensioenrechten, cao-rechten, naleving van het minimumloon en eventueel andere rechten (denk aan bijvoorbeeld WW). Ook daarin verandert er niets. Hierbij moet nog wel worden opgemerkt dat de Belastingdienst niet over deze zaken gaat.
  • Ook in 2026 wordt er nog geen verzuimboete opgelegd. Verzuimboetes kunnen normaal gesproken worden opgelegd bij het niet indienen van een aangifte (aangifteverzuim), voor het te laat of te weinig betalen (betaalverzuim) of niet of te laat indienen van een correctie (correctieverzuim). Het gaat hier om relatief kleine toeslagen. Een betaaldverzuimboete bedraagt 3% van het bedrag van de naheffing. in uitzonderlijke gevallen kan dat oplopen tot 10%, met een maximum van € 6.709 (dat is nu het maximum) per aangifteperiode. Dergelijke boetes worden in 2025 en in 2026 dus nog niet opgelegd, daarna wel.
  • In 2026 kan er wel een vergrijpboete worden opgelegd; in 2025 kon dat nog niet. Een vergrijpboete, die ligt tussen de 10% en 100% van de naheffing, kan alleen worden opgelegd bij aantoonbare kwaadwillendheid. Dat zal rond schijnzelfstandigheid niet vaak het geval zijn, maar die optie is er vanaf 1 januari 2026 dus wel. Denk bijvoorbeeld aan situaties waarin een bedrijf waarschuwingen of eerdere aanwijzingen van de Belastingdienst geheel genegeerd hebben.
  • Waar het loonbelasting en de premie volksverzekeringen deel van de naheffing morgen worden teruggevorderd op de werkenden (het is immers zijn/haar inkomstenbelasting; al is iets gemakkelijker gezegd dan gedaan), mogen werkgeverspremies en de boetes niet verhaald worden.
  • Net als in 2025 gaat de Belastingdienst in 2026 in beginsel altijd starten met een ‘bedrijfsbezoek’. Dat is een wat lichter instrument waarin vooral oriënterend wordt gekeken en gesproken tussen een opdrachtgever en de Belastingdienst. Op basis van een bedrijfsbezoek kan geen naheffing worden opgelegd; dat kan alleen naar aanleiding van een ‘boekenonderzoek’. Na een bedrijfsbezoek kan er een waarschuwing worden gegeven, zodat een opdrachtgever weet dat er iets moet worden veranderd. Bij indicaties van stevige overtredingen kan er ook direct, of na een bedrijfsbezoek, alsnog een boekenonderzoek worden opgestart, waarna dus mogelijk een naheffing kan volgen. Deze situatie blijft in 2026 dus zoals deze in 2025 was.

Een en ander betekent dat het eerder deze maand gepubliceerde Handhavingsplan Arbeidsrelaties 2026 van de Belastingdienst zal worden aangepast.

Geplaatst in Professioneel inhuren | 6s Reacties

Kabinet zwicht voor druk Kamer: ook in 2026 nog geen verzuimboetes bij schijnzelfstandigheid.

Er zullen in  2026 zullen er geen verzuimboetes worden opgelegd na constatering van schijnzelfstandigheid. Ook begint de Belastingdienst in beginsel eerst met een bedrijfsbezoek in plaats van een boekenonderzoek. Op basis van een bedrijfsbezoek kan alleen een waarschuwing worden gegeven. Voor een eventuele naheffing loonbelasting is het zwaardere instrument van een boekenonderzoek nodig.

Dat heeft staatssecretaris Heijnen van Belastingen toegezegd aan de Tweede Kamer.

Het kabinet ging donderdagavond overstag na zware druk vanuit vrijwel de gehele Tweede Kamer. In een debat eerder die dag (lees artikel daarover hier) lag de staatssecretaris zwaar onder vuur. Een eerder aangenomen motie om de periode van zachte landing te verlengen legde hij enkele maanden naast zich neer. Hij wist vervolgens de Kamer niet te overtuigen met zijn argumenten dat het weer kunnen uitdelen van boetes juist ook goed is voor opdrachtgevers die zich wel strikt aan de wet houden.

Voor de Kamer weegt zwaarder dat er eerst behoefte is aan nieuwe, duidelijkere wetgeving. Die is er nog niet.

Een en ander betekent niet dat er geen handhaving plaatsvindt. Die handhaving is er en er kunnen ook nu al naheffingen loonbelasting worden opgelegd, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2025. Dat blijft zo. De staatssecretaris wil verder de optie open houden om wel vergrijpboetes op te leggen; een boete die alleen opgelegd kan worden bij bewuste en grote nalatigheid.

“Met deze maatregelen vinden wij dat wat ons betreft de juiste balans is voor de ondernemer, een eerlijk speelveld voor het HVP, de uitvoerbaarheid van de Belastingdienst en uw politieke oproep. Kortom: we werken mee aan hen die van goede wil zijn, maar treden op tegen misstanden,” aldus de staatssecretaris tegen de Tweede Kamer.

Geplaatst in Professioneel inhuren | 15s Reacties

Kabinet op ramkoers met Kamer over handhaving schijnzelfstandigheid

Tweede Kamerleden maken zich zorgen over de intensivering van de handhaving op schijnzelfstandigheid per 1 januari 2026, maar het kabinet weigert de motie tot verlenging van de zachte landing uit te voeren. Uitstel zou een slecht signaal zijn naar ondernemers die zich wel aan de wet houden, benadrukte demissionair staatssecretaris Eugène Heijnen (Financiën).

Geen zachte landing handhavingsmoratorium

De commissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid debatteerde donderdag over het zzp-dossier. Het belangrijkste onderwerp: het feit dat het kabinet de zachte landing van de handhaving op schijnzelfstandigheid niet verlengd in 2026, ondanks de oproep van de Tweede Kamer.

DENK, D66 en SGP dienden eind september een motie in om de huidige handhavingsstrategie te verlengen. Op dit moment geeft de Belastingdienst nog geen boetes maar vooral waarschuwingen en voorlichting over schijnzelfstandigheid. Alleen bij duidelijke kwaadwillendheid van opdrachtgevers kan de inspecteur overgaan tot boekenonderzoek en naheffingen opleggen.

Kamerleden: ‘Kabinet, voer de motie uit’

De motie voor de verlenging van deze zachte landing werd aangenomen met steun van VVD, FVD, JA21 en PVV, maar het kabinet wees hem direct af. De Kamerleden reageren verbolgen. “De snelheid waarmee de staatssecretaris liet weten niets te doen met de motie liet mijn wenkbrauwen fronsen, zeker omdat de handhaving zonder nieuwe wetgeving leidt tot onrust en wegvallen van opdrachten voor zzp’ers”, zei Claire Martens-America (VVD). “Het kabinet moet een manier vinden om tegemoet te komen aan de wensen van de Kamer.”

“Er is paniek en onduidelijkheid onder ondernemers over het opheffen van het handhavingsmoratorium, maar het kabinet legt de aangenomen motie van de Kamer simpelweg naast zich neer”, zei Doğukan Ergin (DENK). “De staatssecretaris beweert dat we niet kunnen verlengen omdat we dan geld mislopen uit het Europees coronaherstelfonds. Dat klopt niet. Voer daarom de motie uit en verleng de zachte landing tot er duidelijkheid is over de nieuwe wetgeving.”

Risico’s voor geld uit Europa

Volgens staatssecretaris Heijnen is er weldegelijk een risico dat we geld mislopen. Dat zei hij op basis van ‘informeel overleg’ met ambtenaren uit de Europese Commissie. “Ik kan hier als staatssecretaris ook niks aan doen. Maar ik wil me niet verschuilen achter Europa. Het gaat vooral om het feit dat verlenging van de zachte landing een slecht signaal is naar partijen die zich wel aan de wet houden.”

Kamerleden nemen hier geen genoegen mee. Henk Vermeer (BBB): “Soms loont het om een leasecontract af te kopen. Ik denk dat dit hier ook geldt.”

‘Geen cadeautjes, maar ruimte om te ondernemen’

“Wij willen dat de motie wordt uitgevoerd: pak schijnzelfstandigheid aan waar het hoort, namelijk bij de kwaadwillenden”, zei Maikel Boon (PVV). “De Belastingdienst kan dat nu al doen. De zachte landing is absoluut geen vrijbrief. Zzp’ers vragen geen cadeautjes, maar simpelweg om de ruimte om te ondernemen.”

“Zzp’ers hebben ruimte nodig, maar er is al jaren onduidelijkheid en dat is slecht voor onze economie”, zei Stephan Neijenhuis (D66). “De timing van het opheffen van het moratorium was al gek, omdat er in 2025 geen nieuwe wet was. Vandaar de zachte landing. En nu is er nog steeds geen duidelijkheid. Waarom dan toch een negatief besluit over een heel redelijk verzoek om verlenging?”

Demissionair minister Mariëlle Paul (SZW) steunt staatssecretaris Heijnen. Volgens haar is er de laatste jaren meer duidelijkheid ontstaan, onder andere door jurisprudentie. Ook ziet ze dat er in veel sectoren meer werknemers in dienst komen. “In heel veel gevallen is wel duidelijk of iemand als zelfstandige mag werken.”

Uitzonderingen voor zorg en PGB-houders ook niet mogelijk

SGP, DENK en D66 vroegen het kabinet in ieder geval om uitzonderingen voor de zorg. André Flach (SGP): “In de zorgsector moet de flexschil behouden blijven, want de werkdruk neemt toe en de continuïteit staat onder grote druk. Specifiek voor PGB-budgethouders is het momenteel onduidelijkheid wanneer zij zzp’ers mogen inhuren. Ik roep op casussen snel te beoordelen en geen boetes uit te delen zolang er geen duidelijkheid is.”

De staatssecretaris houdt vast aan één lijn voor alle sectoren. “De markt heeft behoefte aan koersvastheid en voorspelbaarheid”, zei hij. “Het is juridisch en praktisch onhaalbaar om uitzonderingen te maken per sector. Bovendien zijn eerdere rampscenario’s tot nu toe niet uitgekomen. Bovendien vragen sectoren zoals de bouw mij juist om meer handhaving, om oneerlijke concurrentie tussen partijen die zich wel aan de wet houden te voorkomen.”

Minister Paul erkent dat de beoordeling voor PGB-budgethouders vaak lastig is. Maar ze benadrukt dat er voor deze doelgroep oog is voor de menselijke maat. “Verder werken we specifiek aan meer duidelijkheid voor PGB-houders.”

GL-PvdA wil nu volop handhaven

Alleen GroenLinks-PVDA is het eens met de staatssecretaris.  Mariëtte Patijn (GL-PvdA) is tegen verlenging van de zachte landing. “De opheffing van het handhavingsmoratorium is in 2022 al aangekondigd”, zei Patijn. “We hebben dus al een extreem zachte landing gehad. Ga nu gewoon handhaven, vooral in de risicovolle sectoren. Juist door handhaving ontstaat de duidelijkheid die nodig is.”

Patijn benadrukt dat schijnzelfstandigen bijvoorbeeld pensioen mislopen. Zij zouden namelijk eigenlijk onder pensioenfondsen moeten vallen.

‘Garagebox verhuren is geen adequate pensioenvoorziening’

Ze had een kort debat met Henk Vermeer (BBB). Vermeer verwijt haar dat zij eerlijke fiscale regels in Box 3 blokkeert, terwijl dat voor veel ondernemers de meest aantrekkelijke manier is om eigen pensioen op te bouwen.

Volgens Patijn is sparen via vastgoed vaak onvoldoende. Patijn: “Garageboxen verhuren is niet voldoende pensioen. Bovendien blijkt dat de helft van de zzp’ers helemaal niet voor de oude dag. Die mensen zijn straks afhankelijk van een aow waar ze niet van rond kunnen komen.” 

Nieuwe wetgeving: VBAR of Zelfstandigenwet?

Verder ging het debat over de nieuwe wetgeving rondom werken met zelfstandigen. De wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden (VBAR) werd begin juli als ingediend bij de Tweede Kamer door toenmalig SZW-minister Eddy van Hijum. In oktober kwamen Kamerleden met vele vragen en die zijn twee maanden later nog steeds niet beantwoord. Toch riepen Van Hijums opvolger Mariëlle Paul en demissionair staatssecretaris Heijnen de Tweede Kamer op tot een snelle parlementaire behandeling van het wetsvoorstel.

Ondertussen werken Claire Martens-America (VVD), Hans Vijlbrief (D66), Inge van Dijk (CDA) en André Flach (SGP) aan een alternatief wetsvoorstel: de Zelfstandigenwet. Maar die is nog niet af. De initiatiefnemers moeten nog een aantal inhoudelijke keuzes maken en de gevolgen van de uitvoering onderzoeken.

VVD: ‘Door met de Zelfstandigenwet’

Dit gebrek aan voortgang lijkt te maken te hebben met het feit dat Thierry Aartsen is vertrokken als Kamerlid en staatssecretaris voor Openbaar Vervoer en Milieu is geworden. Hij was de drijvende kracht achter de Zelfstandigenwet.

Martens-America (VVD) wil nu vaart maken. “De VBAR moet wat ons betreft plaatsmaken voor de Zelfstandigeet”, zegt ze. “Daar gaan we mee door.”

Simon Ceulemans (JA21) noemt de Zelfstandigenwet ‘voorlopig het beste initiatief’. “Behandel deze initiatiefwet voortvarend en serieus, eventueel parallel aan de VBAR.”

DENK en CDA: voer het rechtsvermoeden alvast in

“We hebben koersvastheid en duidelijkheid nodig: verleng de zachte landing tot er duidelijkheid is over nieuwe wetgeving, of dat nu de VBAR is of de Zelfstandigenwet”, zei Ergin (DENK). Hij benadrukt dat vrijwel iedereen voorstander is van het onderdeel ‘rechtsvermoeden’ van de VBAR. “Kunnen we dat niet zo snel mogelijk behandelen door het los te knippen?”

Ook Judith Bühler (CDA) pleit voor het invoeren van in elk geval het rechtsvermoeden van werknemerschap onder een uurtarief van 36 euro. “Daarmee kunnen we voldoen aan de eisen van het Europees coronaherstelfonds. Laten we het R-deel dus losknippen, in plaats van de hele VBAR heilig te verklaren.”

Vervolg

De Tweede Kamer legt zich niet zomaar neer bij het standpunt van het kabinet. Het debat krijgt daarom een vervolg. Ergin (DENK) heeft een tweeminutendebat aangevraagd voor vanavond. Daarin zal gestemd worden over een motie om de zachte landing toch te verlengen tot eind augustus 2026. 

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , | 5s Reacties