Rijkswaterstaat zegt zzp’ers vaarwel: achterstallig onderhoud en files dreigen Geplaatst 12 november 2025 door ZiPredactie Rijkswaterstaat (RWS) stopt per 31 december met de inhuur van zzp’ers. Dit kan volgens experts leiden tot achterstallig onderhoud, vertraging bij infraprojecten en langere files. Dat meldt De Telegraaf. De zelfstandigen spelen een cruciale rol bij het onderhoud van rijkswegen en andere infrastructuurprojecten. Puntensysteem De beslissing van RWS, dat onder meer verantwoordelijk is voor het onderhoud van de rijkswegen in Nederland, is volgens De Telegraaf ingegeven door de wens om te handelen volgens wet- en regelgeving, waaronder de regels rond schijnzelfstandigheid. Hiervoor is een puntensysteem ontwikkeld dat bepaalt welke zzp’ers voor de organisatie kunnen blijven werken. Wie niet aan de criteria voldoet, kan een alternatief aangeboden krijgen, zoals een dienstverband of vervanging door een reguliere medewerker. Rijkswaterstaat erkent dat dit proces tijd kost en dat daardoor projecten mogelijk vertraging oplopen. Lees ook: Afdeling Toeslagen huurt geen schijnzelfstandigen meer in, maar loopt wel vertraging op Zzp’ers reageren kritisch. Ze noemen het puntensysteem ondoorgrondelijk en ervaren druk om over te stappen naar een detacherings- of uitzendconstructie. Vaste contracten zouden nauwelijks worden aangeboden, en het is nog de vraag of de zelfstandigen hier überhaupt voor kiezen. Verlies van expertise Door geen zzp’ers meer in te huren zou een deel van de infraprojecten stil dreigen te vallen, is de kritiek. Rijkswaterstaten in vaste dienst zijn buiten kantooruren niet beschikbaar, dus wie ’s nachts werkzaamheden moet controleren kan bij niemand terecht. Meer files op de weg en stremmingen op het water zijn daardoor te verwachten. Momenteel werken ongeveer 700 zzp’ers voor Rijkswaterstaat, vaak met gespecialiseerde kennis en tarieven rond de 100 euro per uur. Volgens experts betekent hun vertrek een aanzienlijk verlies aan expertise binnen de organisatie. Lees ook: Inhuur extern personeel bij Rijksoverheid in 2024: meer adviseurs, minder interim. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags inhuur externen overheid, schijnzelfstandigheid, zzp | 9s Reacties
Waarom blijft 90% van je talent onbenut? Wim Davidse geeft keynote op Total Workforce Summit Geplaatst 12 november 2025 door Philip Verhaeghe Een ongemakkelijke waarheid Volgens Gallup zijn slechts 13% van de Europese werknemers en amper 10% van de Belgische ‘highly engaged’. “Met andere woorden: 90% van je medewerkersbestand functioneert onder zijn potentieel. Voor CEO’s die zich geconfronteerd zien met een uiterst krappe arbeidsmarkt, een hoog ziekteverzuim en maandenlang openstaande vacatures is dit geen statistiek maar een existentiële bedreiging.” Arbeidsmarktstrateeg Wim Davidse schiet meteen met scherp. “Werkenden snappen heel goed: ik ben schaars. Dus je moet goed naar mijn verlanglijstje luisteren.” Die vaststelling markeert volgens hem de huidige ‘werkersrevolutie’: een machtsverschuiving die organisaties dwingt hun HR-paradigma te herzien. Van controle naar engagement In zijn 25 jaar als arbeidsmarktstrateeg heeft Davidse organisaties voortdurend zien worstelen met “het bureaucratie-paradigma”: obsessief meten, managen, controleren. Total Talent Management is noodzakelijk maar onvoldoende. “Je moet ook aan Total Talent Engagement willen doen,” stelt hij onomwonden. We weten dat we vastzitten in een bureaucratisch paradigma. Maar dit weten is niet genoeg: vaststellen is niet gelijk aan veranderen. Dat onderscheid is cruciaal. Total Talent Management brengt alle werkenden goed in kaart en biedt overzicht: wie werkt er, onder welke contractvorm, tegen welke kosten? Maar Total Talent Engagement stelt een radicaal andere vraag: hoe krijgen we iedereen, ongeacht de contractvorm, écht betrokken, begeesterd en bevlogen? “Je wil vooral dat eenieder zich eerst en vooral erg geëngageerd voelt bij je organisatie en daarna zie je wel onder welke contractvorm dat het best plaatsvindt.” Voor HR-leiders met een juridische vorming klinkt dit voorstel bijna als een ketterij. Toch wijst onderzoek naar Great Place to Work-winnaars in dezelfde richting: betrokkenheid voorspelt beurskoers en innovatie beter dan efficiëntiemodellen en contracten. “Lees hun verhalen en leer!” voegt Davidse er nog aan toe. De 70%-regel die alles verandert Als één inzicht de bestuurskamer echt zou moeten bereiken, is het wel dit: het gedrag en de intrinsieke kwaliteit van de rechtstreeks leidinggevenden bepaalt 70% van het verschil in engagement binnen organisaties. Dus leiderschap en niet de salarisschaal of de contractvorm. “Je komt voor de vacature en je vertrekt vanwege je leidinggevende”, vat Davidse de internationale Gallup-bevindingen samen. “Organisaties die investeren in coachen, delegeren en vertrouwen, in plaats van directief management, zien dan ook hun ziekteverzuim dalen en hun productiviteit stijgen.” Klein probleem: de meeste organisaties meten medewerkerstevredenheid in plaats van medewerkersbetrokkenheid. “Maar het salaris is een ‘dissatisfier’. We worden er niet door gemotiveerd, alleen gedemotiveerd als het te laag is.” Wat wel motiveert: interessant werk, ontwikkeling, een inspirerende leidinggevende en purpose… uiteraard. Geef prioriteit aan een integrale werkpropositie en een sterkere werkervaring. Zorg voor een rijkere schakering van enthousiaste, energieke, geëngageerde werkers. VIBE’s: ga verder dan ‘aantrekken en behouden’ Davidse introduceerde lang geleden ook al het vierletterwoord VIBE: Vinden, Interesseren, Behouden én Enthousiast houden. Waar investeert je organisatie in? Als het antwoord zich tot ‘vinden en behouden’ beperkt, laat je de helft liggen. Die ‘E’ vraagt echt wel een andere benadering: van HR-management naar HR-marketing, van controle naar vertrouwen, van bureaucratie naar ‘Humanocracy’. Lees er dat boek van Gary Hamel en Michele Zanini maar op na. Een blinde vlek van 15 à 20% Davidse is intussen goed op dreef. “Externe inhuur van freelancers, consultants, uitzendkrachten beslaat zo’n 15-20% van de personeelskosten. “Toch heeft de HR-afdeling vaak geen enkel idee wie deze mensen zijn of hoe betrokken ze zijn of welke kwaliteit ze afleveren.” Hij pleit daarom voor een hechtere samenwerking tussen HR en Inkoop. Met als toetje: “Creëer een interne marktplaats waar iedereen zich kan melden voor interessante projecten.” De directie van Nederlandse Spoorwegen, de winnaar van onze Total Talent Award 2025, zal op de Summit haarfijn uit de doeken doen hoe deze aanpak meetbare resultaten opleverde. Om alle vacatures en projecten gevuld te krijgen, moet je een weloverwogen en integraal pallet van vaste, tijdelijke en inhuurcontracten aanbieden. De urgentie is echt “We zitten aan het begin van de vierde industriële revolutie. we moeten de dingen fundamenteel anders organiseren.” Davidse verwijst naar de recente verontrustende fenomenen als ‘Quiet quitting’, ‘The Great Detachment’, en zelfs het Chinese ‘Tang Ping’ voor ‘ plat liggen’. “De werknemers zijn fysiek aanwezig maar mentaal volledig afgehaakt.” De kostprijs? Astronomisch hoog. Davidse brengt zijn soms confronterende verhaal nu al 20 jaar, naar eigen zeggen vaak als een soort “Don Quichote”. Maar de krappe arbeidsmarkt fungeert vandaag echt als een breekijzer. “We moeten oversteken naar de andere kant van de kantelende wereld van werk.” Dat brengt ons meteen terug bij de titel van zijn Engelstalige speech ‘The Tempting Future of Total Talent Management’. Wat mag je verwachten op 27 november? De derde editie van de Total Workforce Summit vindt plaats op donderdag 27 november 2025 in de Koninklijke Bibliotheek te Brussel. NextConomy brengt expertise, praktijkvoorbeelden en peer networking samen voor iedereen die werkt aan een toekomstgerichte en duurzame talent policy. Met zijn Summit wil NextConomy de tools, de cases en het netwerk van sparring partners samenbrengen om die noodzakelijke verandering op gang te trekken. De Total Workforce Summit brengt C-level executives, HR-directeuren en procurement managers samen voor trends, rondetafels, interactieve sessies en praktijkvoorbeelden. Davidses keynote zet de toon, maar het echte leermoment zit hem ongetwijfeld in de daaropvolgende confrontatie van diverse perspectieven: wat werkt, wat niet, en waarom zijn er zo weinig koplopers? Aanmelden via een e-mail naar marleen@nextconomy.be of marlies.ext@nextconomy.be Keynotes en Workshops op de Total Workforce Summit: Wim Davidse: The Tempting Future of Total Talent Management Prof. Sofie Jacobs, AMS: From gig to growth: Unlocking the potential of the blended workforce Mark Van Assema & Maarten Hansson: Interactive workshop – Defining your TTM Maturity Claudia Zwitser, Hoofd Recruitment & employer branding & Guus van Rens, Manager external hiring desk at NS (Nederlandse Spoorwegen) – NS, 2025 TTM Award winner – Ins & outs of implementing a TTA strategy at NS Bernd Carette and Julie Van Kerckhoven , KPMG Law: Strategic Workforce Planning in Practice: Combining Talent Strategy & Analytics with Regulation & Resilience Anna Gunlycke, Head of People & Talent Growth at WirelessCar : From Vision to Reality: WirelessCars Total Talent Journey Mark Ryan, Director of Talent Acquisition at Envalior : Integrating Contingent Labor into HR’s total workforce management Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags talent, total talent management, TTM, Wim Davidse | Laat een reactie achter
Omzet detacheerders daalt in derde kwartaal opnieuw Geplaatst 11 november 2025 door ZiPredactie In het derde kwartaal van 2025 daalde de omzet van Nederlandse detacheerders met 6,4 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Het aantal gedetacheerden is ook flink afgenomen. Detacheerders moeten concurreren met opdrachtgevers die vaker kiezen voor vaste contracten. De eigen nieuwe cao biedt detacheerders de kans zich te blijven onderscheiden in goed werkgeverschap. Dat blijkt uit de cijfers van de nieuwste MarktMonitor van de Vereniging van Detacheerders Nederland (VvDN). De omzetdaling in het derde kwartaal van dit jaar is net iets minder dan die in het tweede kwartaal (-6,7%). In vergelijking met het kwartaal ervoor is de omzet in het afgelopen kwartaal gedaald met 4,3 procent. “We zitten nog steeds in hetzelfde schuitje”, zegt Edwin van den Elst, voorzitter van de VvDN. “De daling komt door bezuinigingen in de publieke en private sector. Steeds meer bedrijven hebben het moeilijk, waardoor hun inhuur (van gedetacheerden) daalt.” Grote verschillen per sector De omzetontwikkeling verschilt sterk per sector. De grootste sectoren waarin detacheerders actief zijn, kenden een flinke omzetdaling: ICT (-13,1%), Financieel (-11,2%) en Engineering (-7,5%). Ook in de sector Inkoop en logistiek daalde de omzet van detacheerders fors (-9,6%). In het sociale domein was de omzet gelijk aan die in dezelfde periode vorig jaar. Dat geldt ook voor de beroepsgroep Marketing en communicatie. Opvallend is dat er ook sectoren zijn die veel beter presteerden ten opzichte van vorig jaar. Zo laat de sector Secretarieel/administratief een flinke omzetgroei zien (+13,3%). Dat geldt ook voor Legal (+8,2%) en Medisch (11,1%). De groei in Legal laat zich verklaren door de toename van complexe wet- en regelgeving. Dat vraagt van organisaties meer expertise, dieniet altijd in huis is. Detachering biedt hier uitkomst. Bij de vraag naar secretarieel ondersteunend personeel wordt weer vaker een beroep gedaan op flexkrachten: dat geldt zowel voor uitzenden, zzp als detachering. De sector Medisch was het vorige kwartaal al de enige positieve uitzondering. Ook in het derde kwartaal is de omzet in deze sector opnieuw toegenomen. Dat is te verklaren door de handhaving van de Wet DBA sinds begin dit jaar. Hierdoor stoppen vooral in de zorg veel organisaties met de inzet van zzp’ers en kiezen zij voor detachering als alternatief. Hierdoor vindt in de zorg een duidelijke verschuiving plaats van zzp naar detachering. Lees ook: Stef Witteveen (VvDN): ‘Eigen cao is erkenning van bijzondere positie detachering op de arbeidsmarkt’ Eigen detacherings-cao biedt kansen Opnieuw is ook het aantal detacheringsmedewerkers in het derde kwartaal fors gedaald (-9,2%) ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Een mogelijke oorzaak is de hoge leegloop; het aantal gedetacheerden zonder opdracht steeg in het derde kwartaal met 14,7 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Van een aantal van deze bankzitters is het (tijdelijke) contract niet verlengd. Anderen zijn uit zichzelf vertrokken omdat ze zonder opdracht zaten. Bovendien hebben detacheerders meer concurrentie van hun eigen klanten in de strijd om schaarse professionals. Er is een duidelijke trend in de arbeidsmarkt naar meer vaste contracten. En dat speelt detacheerders parten. Er worden steeds meer gedetacheerden overgenomen door klanten. Ondanks de forse leegloop, is het percentage detacheringsmedewerkers met een vast dienstverband met 1,5 procent toegenomen. Detacheerders blijven dan ook investeren in opleiding en ontwikkeling en het binden van hun professionals. Van den Elst: “We zullen ons nog meer dan voorheen moeten onderscheiden in goed werkgeverschap.” De nieuwe detacherings-cao die per 1 januari 2026 ingaat is volgens hem een kans om invulling te geven aan goed werkgeverschap. “Met onze eigen leden-cao die we deze zomer hebben afgesloten krijgen detacheerders de ruimte om een solide eigen arbeidsvoorwaardenpakket te creëren dat aansluit bij de behoeften en specifieke wensen van onze professionals. Dit geeft detacheerders handvatten om hun employer branding-strategie nog meer naar hun hand te zetten.” Geringe tariefstijging, wel kostenverhoging De gemiddelde tarieven van detacheerders zijn in het derde kwartaal van dit jaar met 3,4 procent gestegen. Dat is relatief gering, vergeleken met de gemiddelde cao-stijgingen en de inflatie die kostenverhogingen met zich meebrengt. De VvDN geeft twee oorzaken voor het afvlakken van de stijging van de tarieven. Ten eerste wordt er vanwege de hoge leegloop eerder voor gekozen gedetacheerden in te zetten op een opdracht tegen een lager tarief. Van den Elst: “Het is zinvoller om iemand op een mooie opdracht te zetten, desnoods tegen een lagere prijs, dan om de professional op de bank te laten zitten.” Lees ook: Detacheringsbranche krimpt fors: geopolitieke onzekerheden spelen grote rol De tweede reden is dat er meer concurrentie is van freelancers. Als gevolg van de handhaving van de Wet DBA begin dit jaar zijn meer (hoogopgeleide) zzp’ers thuis komen te zitten. Zij zouden zichzelf nu tegen veel lagere tarieven aanbieden om maar weer opdrachten te krijgen. Detacheerders krijgen wel te maken met hogere kosten die zij (gedeeltelijk) zullen moeten doorbereken aan hun klanten. Niet alleen de loonindexatie verhoogt de loonkosten, ook de wetgeving drijft de kosten van detachering op. Zo verdubbelt de pensioenpremie voor gedetacheerden vanaf 1 januari 2006. En in de nieuwe detacherings-cao moeten vanwege het principe van gelijkwaardige beloning alle arbeidsvoorwaarden van de inlener worden verrekend, wat de totale kosten van een gedetacheerde verhoogt. Uitdagend 2026 “Detacheerders zijn en blijven de schokdempers voor de economie”, stelt Van den Elst. Detacheerders bieden hun mensen de zekerheid van een vast contract en tegelijkertijd opdrachtgevers de flexibiliteit om de inzet van professionals op en af te schalen. De VvDN ziet daarbij een verschuiving in de toegevoegde waarde van detachering. “Als gevolg van economische en politieke onzekerheid zijn er de afgelopen jaren weinig nieuwe projecten gestart, wat detachering veel business scheelt. Detachering wordt iets minder dan voorheen ingezet voor het opvullen van de schaarste die het gevolg is van de krappe arbeidsmarkt, en meer voor het inhuren van expertise.” Deze trend duidt op een verdere specialisatie van detacheringsbureaus, waarbij detachering bovendien meer opschuift richting consultancy. De VvDN-voorzitter voorziet een ‘interessant, uitdagend 2026’. “Door een lage economische groei, in combinatie met blijvende krapte op de arbeidsmarkt, staat detachering op dit moment in een pauzestand.” Toch is er volgens Van den Elst zeker reden voor optimisme. “In de toekomst komen projecten weer los, onder andere in IT en Finance. Dan zijn er weer volop kansen voor detacheerders die klaar staan om hun gespecialiseerde professionals in te zetten.” Lees ook: Zorgsector: verschuiving van zzp naar detachering De meest opvallende resultaten van de VvDN MarktMonitor over het derde kwartaal 2025 ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar: Gemiddelde omzetdaling detachering: -6,4% Omzetontwikkeling verschilt sterk per sector: over het algemeen een daling, met uitzondering van Legal (+8,2%), Medisch (+11,1%) en Secretarieel/administratief (+13,3%) Aantal medewerkers (gedetacheerden in loondienst): -9,2% Percentage medewerkers in vaste dienst: +1,5% Leegloop (gedetacheerden zonder opdracht): +14,7% Tarief: +3,4% Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags detachering, VvDN MarktMonitor | Laat een reactie achter
Valkuilen bij het inkopen van een MSP: ‘Deel je probleem, dicteer geen oplossing’ Geplaatst 7 november 2025 door ZiPredactie Een managed service provider (MSP) kan je helpen om je externe inhuur beter te beheren. Maar het selectie- en inkooptraject is geen eenvoudige opgave, vertellen Wim van Nieuwenhuizen (MSP-dienstverlener Magnit Global) en Maarten Hansson (Workforce Insights). Tijdens de Werf& en ZiPconomy Webinar Week deelden ze hun kennis en tips om de meest gemaakte misstappen te vermijden. MSP: regisseur van externe inhuur Voordat de experts de valkuilen bespraken, legden zij de basis uit. “Een MSP is de regisseur voor je externe inhuur’, zegt Van Nieuwenhuizen. “De experts leiden de organisatie, registratie en orchestratie van al je leveranciers die kandidaten leveren in goede banen. Dit doen ze transparant en compliant.” Deze regisseursrol is onmisbaar nu de markt steeds complexer wordt, zegt hij. “De krappe arbeidsmarkt en de onzekerheid rondom veranderende wet- en regelgeving maken het noodzakelijk om grip te houden op al je personeel, vast en flexibel.” Van Nieuwenhuizen nodigde expert Maarten Hansson uit voor een onafhankelijke blik. Ook Hansson pleit voor zogenaamd Total Workforce Management, waarbij HR en inkoop aandacht hebben voor zowel vast als flex. “Een goede MSP kan helpen bij strategische inzet en beheer van je hele workforce”, zegt hij. “Maar de juiste oplossing vinden is niet zo makkelijk als het klinkt.” De Top-3 valkuilen bij de inkoop van een MSP Er zijn inmiddels een hoop verschillende MSP-dienstverleners. De een is de ander niet. Hoe maak je de juiste keuze? De experts bespraken drie veelgemaakte fouten bij het opzetten van hun inhuurprogramma: 1. Te veel voorschrijven Een veelvoorkomende valkuil zijn ellenlange eisenlijsten. “Soms schrijven bedrijven tot in detail voor hoe de MSP moet werken”, zegt Van Nieuwenhuizen. “Maar dat is hun taak en expertise niet. Als MSP-dienstverlener willen wij weten: wat is het probleem? Waar schuurt het? Wat is jullie ambitie?” Met een te strak voorgeschreven eisenpakket, belemmert een organisatie de creativiteit en toegevoegde waarde van de MSP. Hansson: “Beschrijf nou eerst je doelstellingen, zoals: risicobeheersing, toegang tot talent, kostenbesparing. Schets duidelijke kaders. Maar dicteer niet de uitvoering, laat de MSP met een voorstel komen.” 2. Over-engineering: te zware oplossingen voor kleine problemen Een MSP gebruikt vaak een Vendor Management Systeem (VMS) als technologisch platform om alle processen en leveranciers te administreren en te monitoren. Veel organisaties kiezen voor een ‘standaard’ of ‘off-the-shelf’ combinatie van MSP en VMS, ziet Hansson. “Soms is zo’n programma veel te zwaar, bijvoorbeeld als je maar weinig mensen inhuurt”, zegt hij. “Toch vragen veel organisaties direct al naar een standaardoplossing, omdat bijvoorbeeld de concurrent deze ook heeft.” Een MSP-oplossing kan te kostbaar en te complex zijn voor een relatief kleine groep externen. Van Nieuwenhuizen: “Soms is een andere oplossing doelmatiger en effectiever, bijvoorbeeld een Freelance Engagement Management Solution (FMS) of een simpele inrichting met behulp van business intelligence tools (zoals Power BI of Tableau).” Hij benadrukt dat MSP-dienstverlening een langetermijnsamenwerking is. “Wij adviseren zo eerlijk mogelijk en dat betekent dat we soms ook zeggen dat onze oplossing niet de beste is”, zegt hij. “Het heeft namelijk geen zin om gouden bergen te beloven, als je ze niet kunt waarmaken.” 3. Te vroeg investeren in complexe technologie “Het VMS is slechts een middel, geen doel”, benadrukt Hansson. “Soms investeren organisaties meteen al zwaar in technologie, zonder duidelijke visie. Dat kan processen juist enorm vertragen.” Van Nieuwenhuizen: “Wees bewust: een VMS-systeem gaat op zichzelf helemaal niks voor je oplossen. Pas als je weet waarvoor je het wilt inzetten, wordt het nuttig. Kortom, gebruik technologie doelmatig. Focus eerst op processen, data en de behoeften van de hiring managers, voordat je een VMS implementeert.” Belangrijkste tips voor HR-Professionals Om de valkuilen te omzeilen, geven de experts de volgende adviezen: Begin met een grondige inventarisatie van je flexibele inhuur. Hansson: “Vraag simpelweg eens rond in je organisatie wie er rondlopen. Wat weten we, wie hebben de toegang tot systemen? Verzamel data en probeer het overzicht zo volledig mogelijk te maken.” Betrek interne stakeholders: Een MSP-programma raakt HR, Inkoop, Finance en de Business. Van Nieuwenhuizen: “Zorg voor draagvlak door iedereen te betrekken. Krijg je nog niet iedereen mee? Dan kun je minder snel resultaat verwachten en moet je je ambities misschien bijstellen.” Wees transparant naar je MSP-dienstverlener. “Een aanbesteding is niet het moment om de kaarten tegen de borst te houden”, zegt Van Nieuwenhuizen. “Deel je probleem met de MSP-dienstverlener, vraag om een visie en oplossing en bespreek samen of dit inderdaad het beste is.” Meer weten? Bekijk hieronder het hele webinar: Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags arbeidsmarkt, externe inhuur, krapte, MSP | Laat een reactie achter
De drietrapsraket die de uitzendbranche op zijn kop zet Geplaatst 6 november 2025 door Geert-Jan Waasdorp Na jaren van stijgende tarieven voor uitzendkrachten door veranderende wetgeving staat er opnieuw een forse prijsschok voor de deur. Waar werkgevers al zwaarder belast werden voor flexibele inzet in plaats van vaste contracten, kondigt zich nu een ‘drietrapsraket’ aan die werkgevers en uitzenders flink zal raken. Dit is nog los van het toenemende aanbod werkzoekenden nu de schaarste afneemt en alle economische onzekerheid. Stap één: gelijkwaardig loon maakt uitzenden duurder (dan vast) De nieuwe CAO schrijft voor dat uitzendkrachten een gelijkwaardig loon moeten ontvangen als werknemers in vaste dienst. Gelijkwaardig betekent echter niet alleen een gelijk basisloon. Alle secundaire arbeidsvoorwaarden – van reiskostenvergoeding tot bloemetjes, van koffiegeld tot thuiswerkvergoeding –worden mogelijk ook verdisconteerd in het loon en/of tarief van de uitzendkracht. Het paradoxale gevolg: uitzendkrachten krijgen -daar waar inkoop en/of HR geen sterke regie voeren- potentieel een hoger bruto uurloon dan vaste medewerkers, simpelweg omdat alle ‘extraatjes’ in (deels) in hun brutoloon zijn verdisconteerd. Deze eerste stap leidt naar verwachting tot een tariefstijging van minimaal 5 procent. En hoe ruimhartiger het arbeidsvoorwaardenpakket van een werkgever, hoe hoger deze stijging uitpakt. Goed werkgeverschap maakt de flexschil serieus duurder. Dit creëert een spannende situatie: vaste medewerkers kunnen vragen waarom zij minder bruto-uurloon ontvangen dan de uitzendkracht naast hen, en zullen aangeven dat zij hun extraatjes ook liever in brutoloon uitgekeerd krijgen. Een situatie die gegarandeerd tot interne onrust leidt en vervolgens ook weer consequenties heeft voor pensioenopbouw e.d. Werkgevers waren al niet happy met het extra werk van de uitzend-cao, maar van dit side-effect worden ze al helemaal niet blij. Hogere tarieven, meer onrust en mogelijk structureel duurdere eigen arbeid. Stap twee: de reguliere jaar-indexatie Boven op deze herziening komt de standaard jaarlijkse indexatie die in veel sectoren per 1 januari plaatsvindt. Op zich niets nieuws, maar in combinatie met de eerste stap wel een aanzienlijke extra kostenpost. Stap drie: het domino-effect van goede werkgevers Het derde effect is misschien wel het meest onderschat: de nieuwe CAO zal de bodemprijs in de markt verhogen. Dat laat zich het beste uitleggen met een voorbeeld uit de horeca. Stel: een uitzendkracht werkt deze week voor horecaondernemer A, die conform de CAO betaalt zonder extraatjes. Volgende week werkt dezelfde uitkracht voor ondernemer B, die wél diverse extraatjes biedt: kledingvergoeding, wasgeld, een kwartier betaald voor aanvang van de dienst, fooi betalen via de loonstrook en af en toe een attentie. Door het principe van gelijkwaardig loon ontvangt de uitzendkracht bij B (zeer waarschijnlijk) een hoger uurtarief voor feitelijk hetzelfde werk. Het logische gevolg? Deze uitzendkracht gaat niet meer voor een lager tarief bij A werken. Het hogere tarief van B wordt de nieuwe standaard, ook voor A. Een nieuwe bodemprijs dus. Dit indirecte prijseffect – waarbij je als werkgever concurreert met beter betalende collega-ondernemers – zal naar verwachting ook de minder ruimhartige werkgevers dwingen hun lonen te verhogen. Het uitzendbureau kan proberen dit op te vangen door met hun marge te schuiven, maar de kans is groot dat uiteindelijk ook ondernemer A meer moet betalen om ‘gelijkwaardig’ te kunnen zijn aan de concurrent. Dit effect gecombineerd met het domino-effect van eigen medewerkers die om meer brutoloon zullen vragen, gaat waarschijnlijk tot een aanzienlijk hogere loonsom leiden. Neem daar de invoering van de EU-loontransparantie wetgeving (1 januari 2027 van kracht in Nederland) bij en dan is er geen ontkomen meer aan dat de goed betalende werkgevers, de lonen zullen opdrijven van de mindere goden in een sector en de bodemtarieven nog meer zullen stijgen dan het marktgemiddelde. Lees ook: ‘Nieuwe uitzend-cao is complex, maar ook een kans’ De grote gevolgen Werkgevers die sterk leunen op uitzendkrachten hebben de tarieven al fors zien stijgen, wat heeft geleid tot een daling in de inhuur van flexwerkers. Met een verwachte totale stijging van zeker 7-10 procent – afhankelijk van CAO-verhogingen per sector – staat er niet alleen een stevige kostenstijging te wachten, maar ook een flinke afname in het uurvolume voor uitzendbureaus, waarbij toch al ruim 3 jaar spraken was van krimp. De timing is daarbij extra ongunstig omdat de arbeidsmarkt aan het kantelen is: er is momenteel aanmerkelijk minder krapte waardoor werkgevers makkelijker zelf kunnen werven. De noodzaak om vanwege krapte uit te wijken naar uitzendbureaus is lager. Uitzendbureaus zien dit al aankomen en diversifiëren hun dienstverlening richting werving & selectie, inhouse oplossingen en payrolling. Een onbedoeld effect met grote gevolgen Het derde effect – het domino-effect van goede werkgevers – is naar mijn mening een onbedoeld neveneffect waar onvoldoende over nagedacht is bij het formuleren van het gelijkwaardig loon-principe. De consequenties kunnen aanzienlijk zijn: additionele kosten voor werkgevers en verdere vraaguitval bij uitzendbureaus. Daarbij zullen deze extra kosten, zeker bij werkgevers die het al zwaar hebben, zwart werken en het werken met malafide – en in het grijze gebied opererende – uitzendbureaus aanjagen. Het is aannemelijk dat de roep naar goedkopere constructies met buitenlandse werknemers zal daardoor verder toenemen. De enige lachende derde? De uitzendkracht zelf, die gegarandeerd het beste uurtarief uit de markt ontvangt, zonder per se voor de beste werkgever te hoeven werken. Echter de groep die zich graag laat uitzenden, zal gaan ervaren dat er steeds minder werk voor hem/haar komt. Een vast contract lonkt en dat is vaak niet de eerste wens van deze doelgroep. Wel flexibiliteit. Mogelijk dat na de eerste maanden, werkgevers op hun schreden terugkomen en dan trekt de vraag weer aan. Maar een uitzendkracht staat niet bekend als iemand die 3 maanden kan wachten om weer te werken… Conclusie: de nieuwe uitzend-CAO is vooralsnog voor niemand een feest We staan aan de vooravond van een nieuwe, interessante – maar voor de uitzendbranche op zijn zachtst gezegd pittige– dynamiek. De sector zal zich de komende jaren noodgedwongen verder diversifiëren van uitzender tot, payroller en werving- en selectiebureau. Ook internationale recruitment zal daarin belangrijker worden. En zoals met zoveel zaken: het zal vast en zeker leiden tot een nieuw marktoptimum waarop we verder kunnen bouwen. Tijdens het webinar ‘Wat doen de inkooptarieven voor flex in 2026?’ op donderdag 13 november van 12:00 tot 13:00 delen experts Rémon van Buuren (PIFA-Monitor), Ton Sluiter (HeadFirst Group) en Geert-Jan Waasdorp (Intelligence Group) de meest recente data en inzichten over de verwachte prijsontwikkelingen binnen de flexmarkt. Daarbij komen zowel de uitzendmarkt als de markt van theoretisch geschoolde inhuur – met hogere tarieven – aan bod. Aanmelden doe je kosteloos via deze link. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags cao, inhuur, Intelligence Group, uitzendbranche | Laat een reactie achter
In 5 stappen naar een eerlijke en duurzame zzp-markt Geplaatst 6 november 2025 door Wilmar Dik De zzp-markt kent twee grote uitdagingen. De eerste draait om schijnzelfstandigheid, de tweede om lage inkomsten voor sommige zelfstandigen. Beide raken niet alleen de zzp’er zelf, maar ook de samenleving als geheel. De Commissie Borstlap kwam in 2020 met een helder advies: zorg voor een minimum-inkomensbescherming, zodat werken altijd loont. Helaas loont werken voor een aantal zelfstandigen nog steeds niet altijd. In bepaalde sectoren zijn tarieven structureel te laag, en dat gaat ten koste van buffers die nodig zijn voor pensioen en verzekeringen. Hoe kunnen we tot een eerlijke en duurzame oplossing komen? In dit opiniestuk neem ik je mee langs de knelpunten en draag ik een oplossing aan waarmee werken loont en niet afhankelijk is van de sector waarin iemand werkt. Schijnzelfstandigheid is een probleem voor de schatkist én de zzp’er Schijnzelfstandigheid is hardnekkig. De betreffende mensen werken in de praktijk als werknemer, maar worden ingehuurd als zelfstandige. Voor de overheid betekent dat iets minder belastinginkomsten, en de zelfstandige die werkt voor lage tarieven is financieel kwetsbaar. Wie als zzp’er werkt voor lage tarieven houdt na belasting, kosten en onbetaalde tijd vaak te weinig over. Ruimte voor pensioen of een arbeidsongeschiktheidsverzekering is er dan onvoldoende. Omdat die zaken (nog) niet verplicht zijn, besparen zzp’ers daar vaak als eerste op. Lees ook: ZiP Factcheck. Zzp’ers spekkopers? Over de fiscale verschillen tussen zelfstandigen en werknemers Te lage tarieven zijn een probleem voor de zzp’er In sommige sectoren worden zelfstandigen nog altijd ingehuurd tegen tarieven die te laag zijn. Kom je uit loondienst en kreeg je toen €22 per uur, en nu als zzp’er €32? Dan lijkt dat winst, maar dat is schijn. Werkgevers besparen op werkgeverslasten, pensioenafdracht en loondoorbetaling bij ziekte. De winst ligt bij het bedrijf, de risico’s bij de zelfstandige. In de praktijk blijft het netto-inkomen in bepaalde sectoren onder het minimumloon. En ja, de freelance ondernemer is zelf verantwoordelijk voor zijn tarieven. Maar als werken niet altijd loont en afhankelijk is van de sector waarin je werkt, lukt sparen niet. Wie weinig overhoudt, bouwt geen buffer op, spaart niet voor pensioen en stelt een arbeidsongeschiktheidsverzekering uit. Veel zelfstandigen zagen hun reserves door corona bovendien al slinken. Waarom de markt dit niet zelf oplost Inmiddels ligt het wetsvoorstel VBAR, waarin schijnzelfstandigheid strenger wordt getoetst, bij de Tweede Kamer. Tegelijk blijft het advies van de Commissie Borstlap liggen. De markt corrigeert zichzelf niet, want opdrachtgevers hebben belang bij lage tarieven. Het vrijwillige pad en de gedachte ‘de sector lost het zelf wel op’, blijken vooral te leiden tot eindeloos overleg en rapporten, maar nog niet tot echte verbetering. Lees ook: VBAR naar de Tweede Kamer: Wat betekent dit voor zelfstandigen? Het doet mij denken aan de opwarming van de aarde: ook daar werd lang gedacht dat de markt het zou oplossen. Dat bedrijven vanzelf zouden verduurzamen als de vraag er maar was. Er wordt vooral nog steeds veel gepraat, terwijl bedrijven megawinsten boeken en de uitstoot te hard blijft stijgen. Partijen die geen belang hebben bij veranderingen zullen altijd alleen blijven praten. De toekomst van werk In 2020 bracht de Commissie Borstlap een duidelijk rapport uit over de toekomst van werk: ‘In wat voor land willen wij werken?’ De boodschap: het Nederlandse arbeidsstelsel is uit balans. Werknemers, flexwerkers en zzp’ers opereren onder totaal verschillende regels. Voor zelfstandigen pleitte de commissie voor vier ingrepen: Een minimuminkomensbescherming, zodat werken altijd loont Een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering Afbouw van fiscale voordelen, zoals de zelfstandigenaftrek Betere handhaving op schijnzelfstandigheid Jammer dat de Rijksoverheid niet is begonnen bij punt 1. Aandacht voor de andere drie punten is er volop, maar juist bij het eerste punt ontbreekt die. Werken loont in een aantal sectoren nog steeds niet. Heeft punt 1 zich vertaald naar een bedrag voor rechtsvermoeden? Declarabele uren Helaas werkt een dergelijk vast bedrag niet als inkomensbescherming richting zzp’ers uit zeer diverse sectoren. Ga maar na: er zijn best veel zzp-beroepen die resulteren bij fulltime werk in 700 tot 1000 declarabele uren per jaar. Ga je die afrekenen op basis van €37, dan kom je na afdrachten uit op een maandbedrag ver onder het minimumloon. Veel partijen zijn blij dat zelfstandigen zo flexibel ingezet kunnen worden, maar dat kan gevolgen hebben voor declarabele uren. Een one-size-fits-allbenadering werkt alleen in sectoren waar de cijfers gelijk zijn aan die in de volgende berekening. De correctie voor niet-declarabele uren is voor een aantal sectoren ondermaats. Ben je zelf zzp’er en wil je een gezond uurtarief berekenen, rekening houdend met vakantiedagen, uitval en flexibiliteit, dan kan dat met de interactieve ZZP-uurtariefcalculator voor elk freelance beroep. Sectorale minimumtarieven bestaan al lang Voor werknemers bestaat het wettelijk minimumloon al sinds 1969, juist om te garanderen dat werken loont. Daarnaast bestaan er in vrijwel elke sector cao’s waarin werkgevers en werknemers afspraken maken over minimumlonen, vergoedingen en werktijden. Die systematiek laat zien dat het goed mogelijk is om op sectorniveau eerlijke ondergrenzen vast te stellen. Alleen zelfstandigen vallen nog buiten die bescherming. Minimumtarieven zijn niet in elke sector nodig. Maar er zijn sectoren waar werken nu niet altijd een inkomen oplevert waarvan je kunt leven. De meest duurzame manier om werk altijd te laten lonen, is het invoeren van sectorale minimumtarieven. Vooral in specifieke sectoren waar bedrijfskosten en declarabele uren behoorlijk afwijken van de VBAR-uurtariefberekening. Rechtsvermoeden In de VBAR wordt gesproken over een zogenoemd rechtsvermoeden: wie als zelfstandige minder verdient dan een bepaald bedrag, wordt vermoed in loondienst te zijn. Het rechtsvermoeden is een civielrechtelijk vangnet. De werkende zelf kan zich er bij de rechter op beroepen, waarna de bewijslast verschuift naar de opdrachtgever. Een prima signaal, maar het zorgt er niet voor dat werken altijd loont. Daarvoor is méér nodig. Een minimumbedrag heeft pas betekenis als het daadwerkelijk leidt tot een minimaal leefbaar inkomen. Of dat lukt, hangt nu te sterk af van de sector waarin je werkt. De oplossing is om per sector te bepalen wat een realistisch tarief is, op basis van het gemiddelde aantal declarabele uren per jaar binnen een sector en de gemiddelde bedrijfskosten in die sector. Minimumtarieven Door ook voor zelfstandigen sectorale minimumtarieven te introduceren, sluit het stelsel beter aan op de bestaande praktijk: één arbeidsmarkt met basisvoorwaarden voor iedereen die eraan deelneemt. Om zelfstandigen bescherming te bieden, moet je kijken naar de markt waarin zij opereren. Je ziet tegenwoordig dat er veel vergelijkingen worden gemaakt tussen cao-lonen en freelance-tarieven. Vanuit een cao-loon berekent men dan hoe hoog een freelance-tarief zou moeten zijn. Maar als je niet goed kijkt naar de specifieke markt waarin een freelancer zich bevindt, kunnen de uitkomsten krom zijn. Cijfers over declarabele uren en tarieven zijn vast nog niet volledig, maar als een commerciële partij als Knab via haar Tarievenboekje al een goed beeld weet te schetsen, zou het voor de overheid geen groot probleem moeten zijn om hier structureel naar te kijken. Minimuminkomensbescherming voor een eerlijk zzp-schap Als we willen dat alle zelfstandigen verantwoordelijkheid kunnen nemen voor hun eigen vangnet, moeten de randvoorwaarden daarvoor ook kloppen. Dat begint bij toereikende tarieven: pas als je voldoende verdient, kun je sparen, investeren en je verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid. Ik denk niet dat minimumtarieven ervoor zorgen dat die tarieven de standaard worden. Dat doet het ook niet bij beroepen in loondienst. Minimumtarieven kunnen een bodem leggen waarboven echte zelfstandigheid kan bestaan. Het is geen bedreiging voor ondernemerschap. Want tarieven bereken je als zzp’er echt zelf. Maar in bepaalde sectoren zijn nu tarieven die niet resulteren in een omzet waarvan je kunt leven. Dan is een minimumtarief een duidelijke ondergrens, net zoals er voor mensen in loondienst een ondergrens is. Op die manier kunnen alle zzp’ers in alle sectoren bijdragen aan sociale zekerheid en de continuïteit van hun onderneming waarborgen. Oproep Een verpleger, arts, filmmaker, timmerman, marketeer, fotograaf, docent of hovenier dragen allemaal bij aan onze economie. Ik vind dat goede zelfstandigen die hun vak verstaan, ongeacht de sector, ook echt moeten kunnen rondkomen. Wie goed werk levert, hoort niet structureel onder het bestaansminimum te leven. Mijn tip: Rijksoverheid, ga aan de slag en kijk naar sectoren waar zzp’ers voor te lage tarieven werken. Neem de gemiddelde declarabele uren en bedrijfskosten mee en bepaal dan een minimumtarief voor die sectoren. Laat zzp’ers niet werken voor bedragen die lager liggen. Overweeg bovendien zzp’ers als beloning toegang te geven tot sociale voorzieningen. Dan heb je meteen een goede stok achter de deur. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags minimumtarief, wet minimumbeloning zzp | 22s Reacties