Maandelijkse archieven: november 2025

Brancheorganisaties: overheid niet duidelijk over inzet zzp’ers

De coalitie van brancheorganisaties ABU, NBBU, Bovib, VvDN en RIM roept de Rijksoverheid op om zelf het goede voorbeeld te geven bij de inzet van zzp’ers. Volgens de organisaties zorgt de overheid met verouderde instrumenten voor nóg meer onduidelijkheid rond schijnzelfstandigheid.

Centraal staat de webmodule Beoordeling Arbeidsrelatie, die niet is geactualiseerd en geen rekening houdt met belangrijke rechterlijke uitspraken, waaronder de Deliveroo- en Uber-arresten. Volgens de coalitie belemmert dit onnodig de inhuur van zelfstandigen.

Puntensysteem

Recent kwam naar buiten dat Rijkswaterstaat eind december afscheid neemt van honderden zzp’ers wegens de strengere controle op schijnzelfstandigheid door de Belastingdienst. De organisatie zou daarbij werken met een puntensysteem om te bepalen welke zelfstandigen aan de criteria voldoen en voor de organisatie mogen blijven werken. Volgens de brancheorganisaties betreft dit in feite de achterhaalde webmodule.

De coalitie stelt: “Door Rijkswaterstaat is gebruikgemaakt van de webmodule om vast te stellen of een opdracht door een zzp’er kan worden uitgevoerd. Die is echter niet te gebruiken in situaties van bemiddeling en tussenkomst en ook niet als een overeenkomst wordt gesloten met een bv. De module is bovendien niet geactualiseerd als gevolg van de uitspraken van Deliveroo en Uber. Het ondernemerschap van de zzp’er komt onvoldoende tot zijn recht in deze tool. De webmodule is sowieso niet geschikt om het individuele geval op een goede manier te beoordelen.”

Extern ondernemerschap

De coalitie verwijst naar het Deliveroo-arrest, waarin negen gelijkwaardige criteria worden genoemd voor de beoordeling of iemand werknemer of zelfstandige is. Al deze criteria zijn even belangrijk: er zijn géén knock-out criteria en er is, zoals bepaald in het Uber-arrest, een volwaardige rol voor extern ondernemerschap, wat betekent dat een zelfstandige zich in het economisch verkeer manifesteert als een echte ondernemer.

Volgens de coalitie van branchorganisaties geeft ook de website hetjuistecontract.nl nog altijd onjuiste en verouderde informatie, met name over extern ondernemerschap. En dat is problematisch. “De Rijksoverheid moet het juiste voorbeeld geven en de juiste dingen doen. Door hun gedrag wordt er alleen maar bijgedragen aan onduidelijkheid voor de gehele markt. In situaties van piek en ziek en voldoende ondernemerschap van de zzp’er kan deze meestal heel goed worden ingezet, ook bij ingebed werk.”

 

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | 6s Reacties

KVK ziet aantal zzp’ers nog steeds groeien (en CBS niet)

In de maand oktober is het aantal geregistreerde zzp’ers met 4.320 toegenomen. Dat is de hoogste maandelijkse groei in het kalenderjaar 2025. De groei is wel flink minder dan bijvoorbeeld in 2023, toen er per maand zo’n tienduizend zzp’ers bijkwamen. Dat blijkt uit de meest recente KVK ZZP-monitor.

De Kamer van Koophandel ziet de afgelopen 12 maanden zowel het aantal starters afnemen (2% minder) als het aantal stoppers toenemen (6% meer). Het aantal starters ligt nog steeds boven het aantal stoppers en dus groeit het aantal zzp’ers. Alleen in de sectoren zorg/welzijn en landbouw is het totaal aantal licht gedaald.

De KVK had eind oktober 1.792.959 zzp’ers in het register staan. Dat zijn er 18 duizend meer dan een jaar eerder en 73 duizend meer dan in oktober 2023. Het gaat hierbij zowel om zzp’ers die diensten (eigen uren) verkopen als producten, en om zzp’ers die ondernemen naast een baan, als om zzp’ers voor wie het ondernemerschap het hoofdinkomen is.

CBS: daling zzp-activiteit

Het CBS laat andere cijfers zien. Volgens CBS data is het aantal zzp’ers al een paar kwartalen aan het dalen, al was de daling in het derde kwartaal wel weer fors minder dan in bijvoorbeeld het eerste kwartaal.

Er zijn twee redenen voor deze verschillen. Waar de KVK uitgaat van een registratie van een bedrijf, gaat het CBS uit van wat iemand daadwerkelijk doet, op basis van vragenlijsten. Dus in het geval dat iemand ingeschreven staat als zzp’er bij de KVK maar op dit moment het inkomen verwerft uit een loondienstverband, dan blijft die persoon voor de KVK een zzp’er, maar voor het CBS niet.

Daarbij rapporteert het CBS vooral over zzp’ers voor wie het zzp-schap het hoofdinkomen is. Dat zijn er volgens het CBS nu 1.190.000. Er zijn dus nog 603 duizend zzp’ers die wel bij de KVK ingeschreven staan maar die momenteel geen zzp-activiteiten uitvoeren of voor wie het zzp-inkomen een bijverdienste is.

Handhaving en economie

Zowel de CBS-daling als de afnemende groei bij de KVK wordt toegeschreven aan de handhaving op schijnzelfstandigheid. Echter, gezien de afnemende daling in de CBS-cijfers en de tegelijkertijd toenemende groei in de KVK-cijfers lijkt het effect daarvan wel wat af te nemen. Daarnaast spelen ook de afremmende economie en de daling van de krapte op de arbeidsmarkt een rol.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , | 2s Reacties

Van wirwar naar één Workforce: de opkomst van TTM-systeem OLLI

“Bij klanten zag ik een wirwar aan applicaties,” vertelt Helga van der Steen, medeoprichter van YOUSEEQ. “Tools voor vaste mensen, tools voor flex, weer andere voor beheer. Alles los van elkaar. Steeds dacht ik: zó moet het dus niet.”

Maar hoe dan wél? “Samen met een developer met wie ik eerder een tool voor de financiële sector had gebouwd, begon ik opnieuw,” zegt Helga.
“De tool moest bovenal flexibel zijn. Het systeem moet zich aanpassen aan jouw manier van werken, niet andersom. Want zodra een tool je in een mal dwingt, verlies je je kracht als dienstverlener.”

Jullie hebben gewoon een Total Talent Management-systeem gebouwd.

OLLI was in eerste instantie alleen voor YOUSEEQ bedoeld. Ze begonnen met het bouwen van een VMS-deel. “Er bestond simpelweg nog geen systeem dat het hele proces afdekte: van opdracht tot screening, dossiervorming en compliance.”
Gaandeweg groeide OLLI. Er kwamen modules bij: een ATS, rapportagetools, inzichtomgevingen. Steeds weer een stap verder.

“We hebben OLLI steeds verder geoptimaliseerd,” zegt Helga. “Tot iemand opmerkte: ‘Jullie hebben gewoon een Total Talent Management-systeem gebouwd.’”


OLLI?

De naam komt niet uit de lucht vallen.
Olifanten hebben een sterk systeem, een ijzersterk geheugen – alle data in één talentpool – en ze zijn echte familiedieren: iedereen telt mee, vast én flex. En precies dat is wat OLLI belichaamt: één sterk systeem, waarin alle talenten samenkomen.


Een TTM-systeem is allang geen ‘nice-to-have meer.

Total talent Aanpak

Volgens Helga is een TTM-systeem allang geen ‘nice-to-have’ meer. “Het is onmisbaar voor iedere organisatie die toekomstbestendig wil zijn,” zegt ze.

Ze ziet het dagelijks in haar vak: recruitment. “Ons vak zit vol jonge mensen. Maar bij veel organisaties vertrekken ze snel weer, simpelweg omdat ze niet de juiste kansen of uitdagingen krijgen.

Deze tijd vraagt daarom om een strategie die verder kijkt. Een aanpak waarin je als organisatie integraal kijkt naar hoe je mensen vindt, bindt én boeit. Een Total Talent-aanpak.”

Voor vrijwel elke organisatie die met talentstromen werkt. 

Compliance proof opdrachtformulering

Tien jaar geleden begon YOUSEEQ met het bouwen van OLLI. Wat startte als een handige tool, groeide uit tot een volwassen platform – geschikt voor vrijwel elke organisatie die met talentstromen werkt. Dus zeker niet meer alleen voor intermediairs.

AI heeft OLLI nog sneller én slimmer gemaakt. Zo vertaalt het systeem cv’s naar concrete vaardigheden en matcht het opdrachten met kandidaten op basis van ‘skillsprofielen’. Die profielen laten zien waar iemands kracht ligt en hoe die aansluit bij wat de organisatie nodig heeft.

Ook compliant werken is een stuk eenvoudiger geworden. AI controleert automatisch contracten, inzetvormen en rollen. Zo weet een hiring manager zeker dat alles klopt – volgens de laatste wetgeving én de interne richtlijnen.

Daarnaast helpt de AI-assistent bij het schrijven van een compliant opdrachtomschrijving. Hij doet suggesties voor relevante vaardigheden en verantwoordelijkheden. Met één klik pas je de tekst aan, helemaal Wet DBA-proof.

“Het systeem is vooral heel gebruiksvriendelijk,” zegt Helga. “In een tijd van onduidelijkheid over de zzp-wetgeving is het fijn dat hiring managers stap voor stap worden meegenomen. Ze weten precies wat er gebeurt en waar ze staan in het proces.”

Toch, benadrukt ze, blijft de mens onmisbaar. “AI zet je in voor taken met weinig lerend vermogen. Dingen die veel tijd kosten, maar weinig opleveren aan kennis of kunde.”

Eén keer inloggen

Eén workforce creëren, vast én flex echt samenbrengen? Wie nog met losse systemen werkt, belandt al snel in losse werelden.

OLLI doorbreekt dat. ATS en VMS delen één datapool, waardoor je in één oogopslag ziet wie je in huis hebt. De systemen leren van elkaar, dus geen dubbel werk meer met spreadsheets of losse analyses.

En het mooiste: OLLI koppelt rechtstreeks aan je core HR-systemen. Dat betekent: één keer inloggen. Eén dashboard. Eén talentpool.

“Wie met de arbeidsmarkt wil meebewegen, investeert in zijn mensen zodat talent en behoefte naadloos op elkaar aansluiten. Daarom is een Total Talent-aanpak niet zomaar handig, maar onmisbaar.”


Helga in het kort

Waar veel mensen in dit vak begonnen in de uitzendbranche, komt Helga juist uit de techniek. Ze startte bij ASML, vooral aan de mechanische kant, en groeide door naar Research & Development.
“Het écht kijken naar de klant leerde ik bij ASML,” zegt ze. “Daar zijn ze ongelooflijk sterk in.”

Later stapte ze over naar Brighthouse, een organisatie die sterk is in contractmanagement. Na een aantal grote stappen – onder andere bij Politie Amsterdam-Amstelland – en veel internationale opdrachten, keerde ze uiteindelijk terug naar Nederland. Daar richtte ze samen met haar huidige partner YOUSEEQ op.


Kijk hier het webinar terug:

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | Laat een reactie achter

Regeldruk loopt op: ondernemers zien weinig verbetering

Een derde van alle ondernemers ervaart veel regeldruk. Naarmate een onderneming meer medewerkers heeft, stijgt dat aandeel: ongeveer de helft van de mkb’ers (52%) ervaart hoge regeldruk, tegenover 28% van de zzp’ers. Bij ondernemers met ten minste 10 werknemers loopt dit op tot driekwart. De ervaren regeldruk is daarmee licht toegenomen ten opzichte van het vierde kwartaal van 2024. Dit blijkt uit onderzoek van KVK onder 650 ondernemers. 

Ruim twee op de vijf zzp’ers en drie op de vijf mkb’ers verwachten dat de regeldruk de komende drie jaar verder toeneemt. Zzp’ers wijzen vooral op strengere handhaving op schijnzelfstandigheid en de mogelijke invoering van verplichte AOV, naast sectorspecifieke regelgeving. Mkb’ers noemen onder meer strengere regelgeving, vooral rond milieu en duurzaamheid. Ze maken zich zorgen dat nieuwe regels de concurrentiepositie van mkb-ondernemingen verder onder druk zetten en vinden dat de overheid onrealistische eisen stelt, wat leidt tot onnodige bureaucratie.

Weinig vertrouwen

Veel Mkb’ers hebben weinig vertrouwen in de belofte dat de regeldruk lager wordt, omdat de praktijk vaak het tegenovergestelde laat zien. “Ik heb nog niet meegemaakt dat het minder is geworden”  en “Men bedenkt steeds wat nieuws”, geven mkb’ers in het onderzoek aan. Maar er zijn er ook die het positiever bekijken: “Er wordt altijd gezegd dat de politiek werkt aan de regeldruk. Ik ga er vanuit dat dit een keer merkbaar zal worden.”

Lees ook: HR-professionals bevragen politici over arbeidsmarktplannen: ‘Wie gaat het werk doen?’

Minder hinder

Zzp’ers lijken minder hinder te ervaren: de helft verwacht dat de regeldruk gelijk blijft. Zij geven aan dat er voor hen weinig verandert en dat de huidige regeldruk beperkt is. Een zzp’er in het onderzoek: “Als eenmanszaak ervaar ik weinig regeldruk en ik heb ook niet de verwachting dat dit sterk gaat toenemen.” Een goede accountant blijkt de investering waard voor een andere zzp’er: “Ik ervaar nu geen regeldruk, en ik verwacht niet dat dat zal wijzigen. Grootste reden is dat ik een goede (en dure) accountant heb, die veel voor mij regelt en van de regels af weet.”

Bronnen van regeldruk

De belangrijkste van regeldruk zijn belastingwetgeving en administratie (genoemd door de helft van alle ondernemers); privacywetgeving (AVG) en bescherming van persoonsgegevens (een derde); vergunningen, licenties en certificaten (een kwart van de zzp’ers, twee op de vijf mkb’ers) en milieuvoorschriften, duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen (een op de zes zzp’ers, twee op de vijf mkb’ers). Mkb’ers met 10 medewerkers of meer ervaren de meeste regeldruk op alle vlakken.

Lees ook: Adviescollege: stop met nieuwe arbeidsmarktwetgeving die niets oplost

Bijna driekwart van de ondernemers vindt het van belang dat regels bijdragen aan bescherming van consumenten, transparantie en gelijke concurrentie. Toch vinden drie op de vijf dat de overheid niet genoeg doet om de regeldruk te verlagen, of weten niet waar ze een melding kunnen maken bij onduidelijkheid. Tenslotte, twee op vijf ondernemers zien vaak het nut niet in van nieuwe regels.

Het kabinet wil met het Actieprogramma Minder Druk met Regels vóór de zomer van 2026 vijfhonderd regels vereenvoudigen of schrappen, bestaande regelgeving aanpassen en onnodige nieuwe regels voorkomen.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , | Laat een reactie achter

Detachering wordt duurder in 2026 – dit is waarom

Arbeid wordt sowieso duurder. De gemiddelde stijging van cao-lonen neemt volgens het CBS af na de piek in het 3e kwartaal 2024 (6,8%), maar de loonstijging ligt nog altijd boven de 4%. Werkgeversorganisatie AWVN stelt dat de lonen nog steeds fors stijgen als compensatie voor de inflatie in de afgelopen jaren. Voor 2026 voorziet de AWVN echter dat de groei in cao-lonen wel zal afnemen (naar gemiddeld 4,2%). Dit omdat de reële lonen inmiddels een inhaalslag hebben gemaakt (en de arbeidsmarkt iets minder krap wordt). Maar de krapte op de arbeidsmarkt is en blijft een andere belangrijke oorzaak van het feit dat arbeid duur is.

Alle werkgevers kampen dus met hogere loonkosten, alleen al door de cao-loonindexatie. En ook voor het inhuren van gedetacheerden krijgen zij te maken met hogere tarieven. Dat heeft alles te maken met een verdubbeling van de pensioenpremie voor gedetacheerden en de nieuwe detacherings-cao die per 1 januari 2026 ingaat.

Pensioenpremie verdubbelt

De pensioenpremie is een belangrijk deel van de werkgeverslasten dat deels de ‘kostprijs’ van een gedetacheerde medewerker bepaalt. En die pensioenpremie verdubbelt vanaf 1 januari 2026 naar 23,4%, waarbij het werkgeversdeel van de pensioenpremie stijgt naar 15,9% (was 8%).
De hogere pensioenpremie is een gevolg van de nieuwe pensioenwet waarmee het concept ‘adequaat pensioen’ is geïntroduceerd. Dit komt erop neer dat de pensioenregeling van de gedetacheerde vergelijkbaar moet zijn aan die werknemers van de inlener. StiPP, beheerder van pensioenregelingen voor werknemers in de flexbranche (uitzendkrachten, gedetacheerden) krijgt hierdoor een heel nieuwe, duurdere pensioenregeling.
In het kader van de gelijkwaardige beloning moeten detacheerders compensatie gaan betalen als de werkgeverspremie voor de pensioenregeling van de inlener hoger is dan die van StiPP. In dat geval moet de detacheerder het verschil compenseren. En dat oplopen, weet Kist. “Het ABP bijvoorbeeld kent een werkgeversbijdrage van 19%.”

Cao detachering: gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden

In de nieuwe cao detachering maakt de inlenersbeloning plaats voor het veel uitgebreidere principe van de gelijkwaardige beloning. Dat zit zo. Door het Dosign-arrest is de definitie van loon in de WAADI opgerekt van ‘loon en overige vergoedingen’ tot ‘alle arbeidsvoorwaarden’. Dat komt feitelijk neer op ‘gelijke arbeidsvoorwaarden’. Je mag met een cao afwijken van de WAADI (art 8 lid 4). In de nieuwe cao’s (uitzend-cao en detacherings-cao) wordt daarom vanaf 1 januari uitgegaan van het principe ‘gelijkwaardige beloning’; de totale (monetaire) waarde van de arbeidsvoorwaarden moet gelijk of hoger zijn dan wat de medewerker zou krijgen als die direct bij de opdrachtgever in dienst zou zijn.

Er mogen dus wel verschillen zijn in arbeidsvoorwaarden, maar de totale – in geld uit te drukken – waarde moet gelijkwaardig zijn. Het gaat dus niet alleen meer om het loon, maar alle onderdelen in het arbeidsvoorwaardenpakket – van vakantiegeld, ADV tot abonnement bij de sportschool, et cetera – moeten vanaf komend jaar ook worden verrekend en betaald aan gedetacheerden. Met de komst van de nieuwe cao moet de detacheerder dus kijken naar de zogenoemde Total Value of Package (TVP) van de inlener. Kist legt dit uit: Je hebt twee emmertjes. In het ene emmertje zit wat de gedetacheerde daadwerkelijk krijgt, in het andere emmertje zit wat hij (virtueel) zou hebben gekregen als hij in dienst zou zijn geweest bij de inlener. Het ene emmertje met wat hij daadwerkelijk krijgt moet minimaal evenveel bevatten als het andere emmertje, liefst een beetje meer. Ook daardoor stijgt de kostprijs van een gedetacheerde medewerker.

Vervelend, maar wel zo rechtvaardig, stelt Kist. “Deze cao zorgt ervoor dat de excessen eruit gaan. In het verleden was het mogelijk dat een gedetacheerde een ander – in geld uitgedrukt: minder – arbeidsvoorwaardenpakket had dan een werknemer in dienst bij de inlener. Dat is straks niet meer zo. Voor zover het al gebeurde, kun je straks niet meer gedetacheerden inzetten vanwege het argument dat die ‘goedkoper’ zijn. Er komt echt een level playing field.”

Kostenverhogend effect

Mooi dat er straks geen concurrentie op arbeidsvoorwaarden meer is tussen een gedetacheerde en een werknemer in loondienst bij de inlener, maar er is ook een keerzijde. “De ongelijkheid wordt nog steeds niet opgelost, maar verplaatst naar het detacheringsbureau”, stelt Kist. En dat heeft volgens hem nog een extra kostenverhogend effect. Een rekenvoorbeeld om dit duidelijk te maken. Een detacheringsbureau detacheert netwerkbeheerders. De arbeidsvoorwaarden verschillen sterk per sector; de financiële sector betaalt voor precies dezelfde rol/werkzaamheden bijvoorbeeld een loon van € 6.000 in de maand, de overheid € 5.000 en het bedrijfsleven € 4.000. Dan kan het dus goed zijn dat een gedetacheerde in de financiële sector bijvoorbeeld recht heeft op € 1.000 toeslag om te komen tot gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden als bij de inlener, maar zijn collega die hetzelfde werk doet bij een chemieconcern niet. Kist: “Dat is niet uit te leggen aan die collega dus zal de detacheerder gedwongen zijn om diens salaris tot hetzelfde niveau te verhogen.” Een kostenverhogend effect dus.

Excessen eruit

Overigens ziet Kist aan de andere kant ook een positief effect: “Je haalt alle excessen eruit.” In het Dosign-arrest heeft de Hoge Raad vorig jaar bepaald dat het loonbegrip ruimer moet worden opgevat. En werd er voorheen onderscheid gemaakt tussen essentiële en niet-essentiële arbeidsvoorwaarden, dat onderscheid is zo goed als komen te vervallen. “Alle arbeidsvoorwaarden, behalve pensioen, zijn essentieel”, stelt Kist. En dat is wel zo eerlijk, aangezien veel gedetacheerden bovenop hun salaris vaak dure opleidingen en bijvoorbeeld een lease-auto hebben. Werden tot nu toe bij het principe van gelijke beloning opleidingen en lease-auto niet meegeteld, dat gebeurt straks in het kader van TVP wel. Vertegenwoordigen opleiding en lease-auto bijvoorbeeld een waarde van € 2.000 per maand, dan moest tot nu toe de detacheerder naast gelijk loon ook die € 2.000 betalen voor de gedetacheerde medewerker. En dat natuurlijk doorberekenen in zijn tarieven. Dat hoeft straks dus niet meer. Het wordt echt gelijkwaardig.

Eerlijke marge

Het is niet per se zo dat detacheerders de kostenverhoging als gevolg van de nieuwe cao en pensioen één-op-één zullen doorberekenen aan de klant. “Er is een dempend effect”, legt Kist uit. De hogere kostprijs heeft gevolgen voor de directe kosten, misschien 70% van de totale kosten. De indirecte kosten (overige 30%) nemen hierdoor niet toe. Stel, de directe kosten stijgen met factor X, dan zouden de tarieven dus in principe met 70% maal factor X moeten stijgen.
Dat in het algemeen de kosten voor detachering zullen stijgen door de veranderingen in pensioen en de nieuwe cao lijdt geen twijfel. “Detacheerders kunnen niet anders dan die kostenstijging doorberekenen in hun tarieven. Want zij zullen, net als elk bedrijf, winst moeten blijven maken en dus een eerlijke marge moeten hanteren.” Kist maakt een vergelijking het inhuren van een gedetacheerde en het huren van huis; uiteindelijk is een huurwoning altijd duurder dan een koopwoning (in deze analogie: iemand vast in dienst bij inlener). De huisbaas moet er namelijk ook iets aan verdienen. Nog afgezien van het feit dat winst nodig is om te investeren. Zo betaalt de huisbaas het onderhoud van het huis, detacheerders geven meer dan de gemiddelde werkgever geld uit aan de ontwikkeling en opleiding van hun mensen, zodat hun expertise actueel en op peil blijft. Daar profiteren ook opdrachtgevers van. Die specialistische kennis is ten slotte de reden dat zij gedetacheerden inhuren.
“Het beeld dat detacheerders heel hoge winsten maken klopt niet. Zij moeten gewoon een goede boterham kunnen verdienen.” Volgens Kist is het juist de Vereniging van Detacheerders Nederland (VvDN) die ervoor pleit eerlijke marges te hanteren. “Dat is in het belang van de gedetacheerde, de opdrachtgever – en dus ook van de detacheringsbranche zelf.”

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | 1 Reactie

Sector bundelt krachten: vernieuwd landelijk SNA-keurmerk moet vertrouwen terugbrengen in de zzp-markt

“We zien dat opdrachtgevers bang zijn geworden om zzp’ers in te huren door de strengere handhaving op schijnzelfstandigheid”, vertelt Richard Jansen, voorzitter Keurmerk, Juridische Zaken en Kwaliteit bij intermediair branchevereniging Bovib en lid van het Centraal College van Deskundigen van de SNA. “De uitbreiding van het landelijke SNA-keurmerk is de oplossing: het is herkenbaar en garandeert dat gecertificeerde intermediairs controleren op de juiste inzet van zzp’ers.”

Per 1 januari 2026 breidt de Stichting Normering Arbeid (SNA) het bekende SNA-keurmerk uit met twee modules voor zzp-dienstverlening: ‘bemiddeling’ en ‘tussenkomst’. Deze uitbreiding moet de professionaliteit in de sector verhogen, schijnzelfstandigheid helpen voorkomen en het vertrouwen in de zzp-markt versterken.

Hoge urgentie, snelle actie

De nieuwe normering is het resultaat van een intensieve samenwerking tussen drie brancheorganisaties: Bovib, Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU) en Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen (NBBU). Samen met SNA en diverse inspectie-instellingen ontwikkelden ze de modules binnen een jaar.

“De urgentie was hoog, want op 1 januari 2026 gaat de Belastingdienst boetes opleggen bij schijnzelfstandigheid,” vertelt Jansen. “Om nog meer onrust in de markt te voorkomen, wilden we het keurmerk dus echt voor die tijd klaar hebben. Dat is gelukt.”

Meer draagvlak door samenwerking

De noodzaak om de krachten te bundelen was voor alle partijen duidelijk, vertelt Fariël Dilrosun, hoofd Juridische Zaken bij NBBU en lid van het Centraal College van Deskundigen van SNA. “ABU, Bovib en NBBU waren ieder al bezig met het opzetten van een keurmerk voor zzp-dienstverlening. Wij beseften dat we veel meer draagvlak konden creëren met één landelijk keurmerk waar de hele branche achter staat.”

“Het voornaamste voordeel is dat er één sectorbreed, onafhankelijk getoetst keurmerk is dat zekerheid biedt dat een intermediair de processen rondom de inhuur van zzp’ers op orde heeft”, vertelt Margreet Drijvers, programmamanager zzp-dienstverlening bij de ABU. “Zo weet een klant zeker: de intermediair neemt alle mogelijke maatregelen om schijnzelfstandigheid te voorkomen.”

Controle van begin tot eind

De nieuwe modules gaan over de werkwijzen om risico’s op schijnzelfstandigheid te verkleinen. Jansen legt uit dat het een controle is op het hele proces: “Je moet vooraf checken: is dit een zelfstandige opdracht, geschikt voor een zzp’er? Daarvoor gebruiken we de meest recente juridische informatie, namelijk de criteria uit het Deliveroo- en Uber-arrest.”

De controle gaat verder dan werving en contractering, benadrukt hij. “De intermediair moet ook in de praktijk controleren of de opdracht wordt uitgevoerd zoals afgesproken. Het verschilt per type opdracht hoe vaak, maar minstens eens per half jaar.”

Beheersbaar dankzij werkwijzen en protocollen

Dilrosun: “Zo worden de risico’s op schijnzelfstandigheid beheersbaar. Je kunt de kwalificatie van het dienstverband vooraf nooit 100% uitsluiten, maar je kunt wel alle boxen afvinken die met beheersmaatregelen te maken hebben.”

Door de procedures en het afwegingskader te volgen, beperken intermediairs het risico op schijnzelfstandigheid. De inspectie-instellingen controleren of het bedrijf alle procedures en checklists goed volgt. Drijvers: “De intermediair moet aantonen dat hij werkwijzen en protocollen heeft om de opdracht zo in te richten dat een zzp’er alleen voor een echte zzp-opdracht wordt ingezet.”

Twee nieuwe modules

De module bemiddeling geldt straks specifiek voor situaties waarin de intermediair opdrachtgever en zzp’er bij elkaar brengt en geen rol heeft in de uitvoering van de opdracht. De module tussenkomst geldt wanneer de intermediair zelf contractspartij is van zowel opdrachtgever als zzp’er. De nieuwe modules worden onderdeel van de reguliere SNA-inspectie.

Verder gelden er binnen de module ‘bemiddeling’ aanvullende eisen voor de zorgsector. “In de zorg heb je veel wettelijke eisen rondom de kwalificatie van zzp’ers, zoals bijvoorbeeld de BIG-registratie” vertelt Dilrosun. “De zorg staat onder druk, ook door media-aandacht over bijvoorbeeld valse diploma’s. Zzp-dienstverleners in de zorg willen dus graag extra laten zien dat de zzp’ers die zij inzetten, voldoen aan die specifieke eisen.”

Overgangsperiode van 6 maanden

Het vernieuwde keurmerk gaat in op 1 januari 2026. Dan kunnen intermediairs een inspectie inplannen. Er geldt een overgangsperiode: ze hebben tot 1 juli 2026 de tijd om hun processen op orde te brengen. Drijvers: “Eventuele non-conformiteiten op de nieuwe zzp-modules hebben tot 1 juli 2026 nog geen gevolgen voor de SNA-registratie. Zzp-dienstverleners hebben dus een half jaar de tijd om hun zaken op orde te krijgen.”

Volgens Jansen zijn veel partijen al vergevorderd. “Veel leden van de Bovib hebben het proces al geïmplementeerd en de meesten zullen er goed doorheen komen. Ook andere marktpartijen zijn druk bezig.”

Houvast voor opdrachtgevers

De drie betrokkenen zijn het erover eens dat dit keurmerk de kwaliteit van de sector naar een hoger niveau brengt. “We zien dat de markt steeds meer op slot gaat voor zzp’ers,” stelt Jansen. “De kans op naheffingen is voor opdrachtgevers lastig in te schatten. Zij zijn risicomijdend geworden door angst. Met dit keurmerk bieden wij houvast en rust. Hopelijk leidt dat weer tot meer vraag naar zzp-dienstverlening.”

Zij verwachten een groot effect op de markt. “SNA is nu al een enorm sterk keurmerk voor het ter beschikking stellen van arbeidskrachten”, legt Dilrosun uit. “Het heeft grote bekendheid, ook bij de ministeries en de Belastingdienst. Het is heel positief dat hier nu ook de zzp-modules aan gekoppeld worden.”

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , , , , , , , | 4s Reacties