De rol van wet- en regelgeving bij de kwalificatie van arbeidsrelaties in de zorg Geplaatst 15 juli 2025 door Joost van Ladesteijn “Het ziekenhuis is eindverantwoordelijk voor de kwaliteit van de geleverde zorg. Daardoor is per definitie sprake van een bepaalde mate van werkgeversgezag, welke niet is uit te sluiten.” Voor diverse bestuurders en intermediairs in de zorg zal deze uitspraak bekend klinken na overleg met de Belastingdienst. Dit citaat komt tevens als conclusie terug in reacties van de Belastingdienst op casussen die brancheorganisaties hebben ingediend naar aanleiding van de brief van minister Agema van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan de Tweede Kamer van 17 december 2024, over de gevolgen van het opheffen van het handhavingsmoratorium met betrekking tot de kwalificatie van arbeidsrelaties voor de loonheffingen in de zorg. Maar klopt dit standpunt van de Belastingdienst wel? Dat standpunt wordt teruggevoerd op het arrest van de Hoge Raad van 30 maart 2018 (2018/343) over een al dan niet terechte herziening van een VAR-WUO 2013 en 2014 van een zorgverlener in thuiszorg in natura, en dus voorafgaand aan de invoering van de Wkkgz. Eindverantwoordelijkheid = gezag? Gesteld wordt dan dat de Hoge Raad in die zaak heeft overwogen dat op basis van toepasselijke wet- en regelgeving het noodzakelijk is dat zorgaanbieders aanwijzingen kunnen geven aan ingeschakelde zorgverleners in verband met de eindverantwoordelijkheid van de zorgaanbieder. In samenhang met het eerder genoemde citaat zou dan kortweg gelden: eindverantwoordelijkheid = aanwijzingen = instructie = gezag in de zin van artikel 7:610 lid 1 BW (= arbeidsovereenkomst). Lees ook: Wie durft er straks nog inlener zijn? Maar dit overweegt het hof. Juist deze overweging van het hof is in de literatuur ook wel aangemerkt als ‘zwak punt’. De Hoge Raad gaat hier niet specifiek op in op basis van de ingestelde cassatiemiddelen, die veeleer zien op de veranderende maatschappelijke opvattingen over ondernemerschap en de gebrekkige reactie van de wetgever hierop. De Hoge Raad begrijpt de cassatiemiddelen zo dat die de rechtsopvatting inhoudt dat een overeenkomst die gelet op de inhoud daarvan moet worden aangemerkt als een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht dat karakter verliest door het enkele feit dat partijen hun overeenkomst een overeenkomst van opdracht noemen (rechtsoverweging 2.4.2). De Hoge Raad versmalt zo de rechtsvraag tot de gelding van het Groen/Schoevers-arrest en de relevantie van wet- en regelgeving in het kader van de holistische toets. De Hoge Raad kan in die zin ‘voor het recht’ niet anders dan het feitelijke oordeel in stand houden, nu het hof is uitgegaan van een juist toetsingskader. Groen/Schoevers-arrest De Hoge Raad beslist dat bij de beantwoording van de vraag of sprake is van een arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7:610 BW acht moet worden geslagen op alle omstandigheden van het geval, in onderling verband bezien, en dat niet alleen van belang zijn de rechten en verplichtingen die partijen bij het sluiten van een overeenkomst voor ogen stonden, maar ook de wijze waarop partijen aan die overeenkomst uitvoering hebben gegeven en daaraan aldus inhoud hebben gegeven. Groen/Schoevers dus. Tot die omstandigheden behoort ook de door het hof genoemde wet- en regelgeving die van belang is voor de wijze waarop de samenwerking tussen de zorgaanbieder en de zorgverlener wordt vormgegeven. Wet- en regelgeving is dus niet van doorslaggevende betekenis, maar ‘een omstandigheid’ die meespeelt bij het feitelijke oordeel in het kader van de holistische toets. In de versmalde rechtsvraag verengt de Hoge Raad dus niet het toetsingskader tot wet- en regelgeving, maar benadrukt hij juist de alomvattendheid van de holistische toets en dat wet- en regelgeving ‘tot die omstandigheden’ behoren. Ook dit arrest is daarmee vooral een open deur en niet verrassend. Lees ook: Tien opmerkelijke zaken in het dossier schijnzelfstandigheid Parlementaire geschiedenis In bredere zin vindt deze uitleg weerklank in parlementaire geschiedenis. Het kabinet wenste juist aanpassingen in wet- en regelgeving ter voorkoming van de aanname van gezag in de rechtspraak op basis van de Kwaliteitswet Zorginstellingen om ruimte te geven aan zzp’ers in de zorg. Juist de Wkkgz moest belemmeringen wegnemen om met zzp’er in de zorg te contracteren. Juist zorgverleners moesten de keuze hebben te werken met zzp’ers en werknemer (zie o.a. Kamerstukken II 2009/10, 30597, 155; Kamerstukken II 2009/10, 32402 , p. 93 en 98, Kamerstukken II 2013/14, 32642, 5, Kamerstukken II 2014/15, 32642, nr 8, p. 19/20). De Belastingdienst is handhaver; geen politiek orgaan. Zij is niet de hoeder van de arbeidsmarkt, zoals het Handhavingsplan uitdrukkelijk stelt. De Belastingdienst dient het geldende toetsingskader toe te passen. Dit dient evenwichtig te gebeuren. Willekeurige inzet Voorkomen dient te worden dat de Deliveroo-toets over de mate waarin een beding daadwerkelijk betekenis heeft voor de partij die de werkzaamheden verricht, willekeurig wordt ingezet met soms wel, soms niet een formele en/of materiële benadering, Deliveroo-gezichtspunten worden geneutraliseerd omdat dit ‘bij een arbeidsovereenkomst ook het geval kan zijn’ (bijvoorbeeld onderhandelen over een tarief of aansprakelijkstelling van een werknemer) of bijvoorbeeld de Belastingdienst uitsluitend of in hoofdzaak indicaties voor een arbeidsovereenkomst optekent en niet gelijkelijk voor een overeenkomst van opdracht. Lees ook: Het belang van context bij schijnzelfstandigheid Voornaamste zorgpunt is het correct doorlopen van de uitlegfase en concrete toepassing van de verzamelde data op basis van het toetsingskader op een casus; niet gestandaardiseerd, maar gecontextualiseerd, met inachtneming van alle rechtspraak na het Deliveroo-arrest. ‘Zeer lastig voorstelbaar’ Bij casussen van één pagina tekst, die zichzelf vaak in eigen voet schieten, begrijp ik dat de Belastingdienst stelt dat het ‘zeer lastig voorstelbaar’ is dat werken op basis van een overeenkomst van opdracht in bijvoorbeeld een ziekenhuis kan. Maar dat betekent niet dat zzp’ers in bijvoorbeeld ziekenhuizen zonder meer niet kunnen bij onder andere een meer weerbarstige werkelijkheid dan in de uiterst summiere casussen geschetst. Waarbij geen doorslaggevende betekenis is van organisatorische inbedding, geen ondergeschikte betekenis van extern ondernemerschap en waarbij het er niet zo zeer om gaat of hetzelfde werk wordt verricht, maar hoe wordt gewerkt. Het is in elk geval zeker voorstelbaar dat in de zorg aan de meerderheid van de Deliveroo-criteria kan worden voldaan. Kortom: wet- en regelgeving in de zorg is niet van doorslaggevende betekenis, al kan het een indicatie voor een arbeidsovereenkomst opleveren. Het Groen/Schoevers-arrest is springlevend. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags externe inhuur, schijnzelfstandigheid, wet dba | Laat een reactie achter
De VBAR: drie keer is scheepsrecht, maar zitten we wel op de juiste koers? Geplaatst 15 juli 2025 door Niels van der Neut Het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (VBAR) is wederom aangepast. Of de praktijk hier blij van wordt, is nog maar de vraag. Om dat te ontdekken, ga ik terug naar het begin. Drie keer is scheepsrecht De bedoeling van VBAR is duidelijkheid scheppen over de vraag: wanneer is iemand werknemer en wanneer is iemand zzp’er? Op 6 oktober 2023 zag de eerste versie van het wetsvoorstel het licht. Destijds had de wet de bijnaam ABC-wet, maar een abc’tje is dit voorstel niet geworden. Terwijl de VBAR werd ontworpen, kwam de Hoge Raad met het befaamde Deliveroo-arrest. Daarna volgde het Uber-arrest, dat opnieuw flinke impact had. De gewijzigde VBAR van 27 juni 2024 moest opnieuw worden aangepast. Drie keer bleek toch echt scheepsrecht: op vrijdag 4 juli 2025 kwam de derde versie van de VBAR door de ministerraad. Het wetsvoorstel ligt nu in de Tweede Kamer. De VBAR bestaat uit twee instrumenten: (i) een verduidelijking van de open norm ‘in dienst van’ (VBA), en (ii) een rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst op basis van een uurtarief van 36 euro (R). Het rechtsvermoeden (R): bescheiden in ruimste zin des woords Het civielrechtelijke rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst geldt bij een tarief van maximaal 36 euro per uur (peildatum 1 januari 2025). De werkende en zijn vertegenwoordiger kunnen dit weerlegbare rechtsvermoeden inroepen. Dit vermoeden helpt werkenden met lagere tarieven bij het claimen van een arbeidsovereenkomst en de daarbij behorende bescherming. Bovendien zullen werkverschaffers zich vaker afvragen of zij samenwerken op basis van de juiste contractvorm bij opdrachten met een lager tarief. Mogelijk leidt dat tot hogere beloningen voor werkenden. Deze effecten kan ik alleen maar toejuichen. Toch zijn mijn verwachtingen over de effectiviteit van dit rechtsvermoeden bescheiden. Werkenden met tarieven van minder dan 36 euro per uur moeten namelijk nog altijd zelf de (grote) stap naar de rechter zetten. Partijen zoals de Belastingdienst kunnen geen beroep doen op dit rechtsvermoeden. Dat vind ik een gemiste kans, zeker omdat de werkende en zijn vertegenwoordiger zich vaak al kunnen beroepen op een rechtsvermoeden voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst (art. 7:610a BW). Verduidelijken (VBA) blijft maatwerk Het deel VBA heeft als doel de open norm ‘in dienst van’ (art. 7:610 lid 1 BW) wettelijk te verduidelijken met twee gelijkwaardige hoofdelementen: (W) werkinhoudelijke en organisatorische sturing en (Z) werken voor eigen rekening en risico. Het eerste hoofdelement duidt op de aanwezigheid van een arbeidsovereenkomst (W van werknemerschap), de tweede op de afwezigheid daarvan (Z van zelfstandig ondernemerschap). Om te beoordelen of er sprake is van ‘werken in dienst van’ worden W en Z tegenover elkaar gezet. De indicaties voor deze hoofdelementen (W1-W5 en Z1-Z5) worden vastgelegd bij algemene maatregel van bestuur (AMvB). De ‘WZ-formule’ moet de huidige ‘alle omstandigheden van het geval’-toets vervangen. Die gedachte steun ik, omdat in de WZ-formule is vastgelegd naar welke omstandigheden je moet kijken. Ingewikkelde toetsing Een lastiger punt is dat de toetsing nog steeds neerkomt op een holistische variant. Dat komt niet alleen doordat de hoofdelementen W en Z tegen elkaar moeten worden afgewogen op basis van de indicaties uit de AMvB. Het is ook ingewikkeld dat het relatieve gewicht dat een bepaalde indicatie toekomt, per geval moet worden vastgesteld. Een indicatie kan dus in het ene geval zwaarder wegen dan in het andere geval. Bovendien zijn de indicaties zo geformuleerd dat er veel feiten en omstandigheden uit de praktijk aan zijn te relateren. Dat doet mij denken aan de (niet-uitputtende) gezichtspuntencatalogus uit het Deliveroo-arrest. Voor deze werkwijze is overigens veel te zeggen, want op die manier kan je rekening houden met de economische realiteit die schuilgaat achter de desbetreffende rechtsverhouding. Toch vraag ik me af of dit voorstel daadwerkelijk tegemoetkomt aan de behoefte van de praktijk voor meer duidelijkheid. Extern ondernemerschap, maar geen extern werknemerschap? Aanvankelijk was het idee dat pas naar extern ondernemerschap zou worden gekeken als de hoofdelementen W en Z in vergelijkbare mate aanwezig zouden zijn. In de derde en laatste versie van de VBAR is dat in overeenstemming met het Uber-arrest aangepast: extern ondernemerschap (Z5) is een volwaardige indicatie. Wat ik daarbij opvallend vind, is dat extern ondernemerschap alleen tot uitdrukking is gebracht in de Z van zelfstandig ondernemerschap. Extern ondernemerschap telt mee, maar de spiegelbeeldige situatie waarin een werkende zich buiten de arbeidsrelatie als werknemer gedraagt, legt kennelijk geen gewicht in de schaal. Het zou in mijn ogen logischer zijn als de afwezigheid van extern ondernemerschap een indicatie zou zijn die de kant op wijst van een arbeidsovereenkomst (W). De verkeerde lijn Het wetsvoorstel VBAR moet worden gezien in de context van een breder arbeidsmarktpakket aan maatregelen om een betere balans te vinden rondom het werken met en als zelfstandige(n). Naast dit voorstel (lijn 2) zet het kabinet in op een gelijker speelveld tussen de werknemer en de zelfstandige ten aanzien van de sociale zekerheid en de fiscaliteit (lijn 1) en een verbetering van de handhaving op schijnzelfstandigheid (lijn 3). Verklein institutionele verschillen In mijn ogen concentreren we ons op de verkeerde lijn. De focus ligt nu op verduidelijking van de arbeidsrechtelijke kwalificatietoets (lijn 2), maar ik zie een andere lijn als het daadwerkelijke probleem: de institutionele verschillen tussen het zijn van werknemer en het zijn van zelfstandige (lijn 1). Aan de ene kant moeten de politiek, de werkgevers en de sociale partners de arbeidsovereenkomst weer aantrekkelijk maken voor zowel werkgevers als werknemers. Aan de andere kant moet de politiek de verschillen verkleinen en zorgen voor onder andere sociale zekerheid voor alle werkenden. Het verwijt dat zzp’ers niet solidair zijn, is dan ook meteen van tafel. Verklein gevolgen Erken dat er zzp’ers zijn, en erken als zzp’er dat daar verantwoordelijkheden bij horen. Als er een collectief systeem komt voor bijvoorbeeld sociale zekerheid voor alle werkenden, en iemand wil vervolgens autonomie en geen ontslagbescherming: be my guest. Ik vraag mij af of de wens vanuit de praktijk om de kwalificatievraag te verduidelijken, nog wel zo groot is als de gevolgen van de kwalificatie minder ver uiteen zouden lopen. Oftewel: minder focus op lijn 2, meer aandacht naar lijn 1. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags VBAR, wet dba, zzp-debat | 11s Reacties
The next step: van zzp’er naar ondernemer Geplaatst 15 juli 2025 door Compagnon Uit het rapport Arbeidsmarkt HR van Compagnon blijkt dat er ruim 10.000 zelfstandige professionals actief zijn in het HR-vak. Daarmee vormen ze maar liefst 11% van het aantal HR-professionals in Nederland. En die markt, die staat flink op z’n kop. Nieuwe wet- en regelgeving dwingt interimmers om in actie te komen. Sinds begin dit jaar is de Belastingdienst weer volop aan het handhaven op schijnzelfstandigheid en dat maakt opdrachtgevers zenuwachtig. Zij zijn een stuk voorzichtiger om zelfstandigen in te huren. Van uurtje-factuurtje naar projecten Als interim-professional moet je dus aan de slag. Je moet potentiële klanten niet alleen overtuigen van jouw vaardigheden als professional, maar ook van jouw zelfstandigheid en ondernemerschap. Hoe blijf je relevant in een markt die steeds meer vraagt? Hoe zorg je voor een constante stroom aan opdrachten? Hoe positioneer je jezelf als de HR-partner die opdrachtgevers nodig hebben? Dat betekent onder andere minder uurtje-factuurtje, meer projectgericht werken. Zelf heb ik ook ervaring als zzp’er. Vier jaar lang werkte ik op interim-basis als marketingexpert, vaak via bureaus. Dat heeft me veel gebracht. Zo kwam ik op plekken waar ik anders nooit terecht was gekomen en leerde ik ontzettend veel. Zowel vakinhoudelijk, als over ondernemerschap. Een belangrijke stap is het stellen van langetermijndoelen voor jezelf als ondernemer. Waar wil je over drie of vijf jaar staan? In welke sectoren wil je werken? Door strategisch te kiezen voor opdrachten die passen bij jouw richting, bouw je aan een sterk interim-cv en een duurzame positie in het werkveld. Het gaat niet meer alleen om overleven op de korte termijn, maar om doelgericht bouwen aan de toekomst. Ambitieus, scherp en geïnformeerd Ieder interimmer heeft eigen ambities. Ik merkte zelf uiteindelijk dat ik behoefte had aan meer continuïteit, collega’s en een gezamenlijk bedrijfsdoel om jarenlang aan te bouwen. Zo ontstond het idee voor Compagnon. Bij Compagnon werken we samen met zowel interne HR-professionals als zelfstandige experts. Die mix is voor ons goud waard: interimmers bieden onze klanten flexibiliteit, maatwerk en frisse perspectieven. Daarom willen we je ondersteunen in jouw rol als ondernemer binnen HR. Want jouw ondernemerssucces is ook dat van ons. Om interimmers in HR op weg te helpen, delen we graag kennis. In een gloednieuwe driemaandelijkse nieuwsbrief delen we actuele cijfers, onderzoeken en inzichten over de interim-markt. Zo blijf jij als HR-ondernemer scherp en geïnformeerd. Schrijf je nu al in! Frank Roders, Oprichter en ceo Compagnon Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags Compagnon, HR, inter, interim, recruitment | Laat een reactie achter
Martin Westerhof (Circle8): “Alleen een onafhankelijke MSP dient echt het belang van de klant.” Geplaatst 14 juli 2025 door Arthur Lubbers Of een MSP echt onafhankelijk is, kun je vaststellen aan de hand van drie criteria: de MSP heeft geen eigen medewerkers in dienst die kunnen worden gedetacheerd bij opdrachtgevers de MSP maakt geen prijsafspraken met leveranciers en zzp’ers De MSP werkt systeemonafhankelijk Westerhof stelt dat inhurende organisaties zich het belang van die onafhankelijkheid lang niet altijd realiseren. “De klant is zich dat vaak niet bewust. Dat is heel begrijpelijk, die klant heeft primair mensen nodig. Zeker in een tijd van extreme schaarste geldt het kostenargument minder sterk en is de klant bereid meer te betalen om maar de juiste mensen binnen te krijgen. Nu de schaarste enigszins afneemt, wordt de onafhankelijkheid van de MSP weer relevanter.” Geen eigen kandidaten leveren Waarom is het bezwaarlijk als een MSP tevens zelf detacheerders is? Westerhof: “Als je mensen in dienst hebt en jouw primaire dienstverlening is die mensen te detacheren én je bent de MSP, dan heb je een conflicterend belang.” Zijn redenering; de MSP zal de ‘bankzitters’ van het eigen detacheringslabel willen aanbieden bij de klant. En dat tegen een goed tarief. Terwijl diezelfde MSP moet streven naar kostenbesparing voor de klant. Ook werken leveranciers van flexkrachten liever met een onafhankelijke MSP, stelt Westerhof. “Ik hoor regelmatig van leveranciers dat ze graag met ons willen werken omdat wij geen concurrent van hen zijn.” Betere ontsluiting markt? “Een onafhankelijke MSP creëert meer marktwerking en geeft meer toegang tot het beste talent”, stelt Westerhof. MSP’s die ook via eigen detacheringslabel kandidaten leveren gebruiken vaak als argument dat zij commitment bieden dat zij kandidaten kunnen leveren en daarnaast de hele markt ontsluiten door hun processen zo onafhankelijk inrichten dat iedere leverancier gelijke kansen heeft. Dat eerste argument gaat volgens Westerhof echter niet op. “Als wij de MSP zijn sluiten we niemand uit, ook niet de kandidaten van niet-onafhankelijke MSP’s. Die zijn van harte welkom als leverancier.” Ook het argument dat niet-onafhankelijke MSP het inhuurproces eerlijk inrichten gaat in de praktijk lang niet altijd op, stelt Westerhof. “Iemand uit het MSP-team zal toch het eigen detacheringslabel bellen om te zorgen dat eigen kandidaten worden geleverd. Dat is niet te voorkomen via processen.” Met een dubbel verdienmodel maak je de markt kapot. Verplichte prijsafspraken ‘kwalijk’ Ook afspraken met leveranciers en zzp’ers kunnen de onafhankelijkheid van de MSP aantasten. Bekend voorbeeld is het maken van volumekortingen met leveranciers – tegenover X aantal kandidaten staat margekorting of bedrag Y. Daarnaast is het voor brokers gebruikelijk extra dienstverlening aan zzp’ers te bieden, bijvoorbeeld in de vorm van snelle betaling of verzekeringen. “Vanuit het perspectief van ontzorgen is dat prima”, stelt Westerhof. “Maar op het moment dat je afspraken met leveranciers en/of zzp’ers verplicht stelt, heb je een voorkeur voor een partij omdat je daar als MSP/broker meer aan verdient. Dan heb je een dubbel verdienmodel; de marge bij de klant is minder belangrijk, want je verdient het aan de achterkant wel. Dat heeft impact op de marktwerking, het maakt de markt kapot. En de kwaliteit van de kandidaat staat niet meer centraal. En dat is kwalijk.” Systeemonafhankelijkheid voorkomt lock-in Om een inhuurprogramma te runnen gebruikt een MSP een Vendor Management Systeem (VMS). Sommige MSP’s werken met een eigen VMS. Dat heeft als voordeel dat zij het systeem goed kennen en goed kunnen configureren met de systemen van de klant. Maar hier kleeft wel een nadeel aan. Een MSP met een eigen VMS heeft veel meer vendor lock-in bij de opdrachtgever. De klant is veel afhankelijker van die MSP. Want overstappen naar een andere MSP is dan niet zo gemakkelijk. Dat betekent namelijk dat je ook moet overstappen op een ander VMS. En dat is complex en ingrijpend voor je organisatie omdat dit VMS vaak is ingericht en geïntegreerd met jouw interne (klant)systemen. Lees ook: Inhuur op orde: VMS, MSP, combineren of zelf doen? HR, let hierop! De boodschap van Westerhof aan organisaties die overwegen een MSP in te schakelen is duidelijk: ga voor een onafhankelijke MSP. “De doelstellingen – kostenbesparing, grip op inhuur, optimaal ontsluiten markt – realiseer je eerder met een neutrale MSP. Een onafhankelijke MSP heeft geen dubbele belangen en zit dus veel meer aan klantzijde dan aan de leverancierskant. En de MSP moet een verlengstuk van de klant(organisatie) zijn.” Veel organisaties die op zoek naar een MSP of broker kijken echter niet of nauwelijks naar die onafhankelijkheid van de MSP, weet Westerhof. Toch ziet hij wel voorbeelden in de praktijk waarbij dit wel gebeurt. “Bij recente aanbestedingen van Rijkswaterstaat en de Politie is expliciet gesteld dat de broker onafhankelijk moet zijn. Ik juich dat natuurlijk toe. En dat de niet-neutrale partijen zich niet inschrijven bij deze aanbestedingen maar zich wel als leverancier melden, bevestigt dat zij primair geïnteresseerd zijn om kandidaten te leveren.” Lees ook: De MSP voor inhuur, hoe kan je die aanbesteden? Westerhof begrijpt dat de specialistische dienstverlening van een MSP en de discussie over wel of niet onafhankelijk zijn voor inhurende organisatie niet top of mind is. “Dat is logisch, het ligt bij HR. En die heeft zoveel taken, recruitment, pensioen, et cetera. Een MSP is maar een van hun onderwerpen.” Toch is het volgens hem belangrijk hierop te letten als een organisatie ervoor kiest de inhuur te centraliseren via een MSP. Westerhof’s advies: ‘ga met de markt in gesprek, laat je adviseren door marktpartijen, houdt marktconsultaties of huur een adviesbureau in.” In juni van dit jaar hebben ZiPconomy en Nextconomy het nieuwe – gratis te downloaden – rapport MSP-aanbieders in België en Nederland 2025/2026 gepubliceerd. Circle8 is een van de partners die deze publicatie mogelijk hebben gemaakt. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags Circle8, MSP | Laat een reactie achter
Wet VBAR kan de ijskast in Geplaatst 13 juli 2025 door Boris Emmerig Op 7 juli 2025 heeft het kabinet bij de Tweede Kamer een voorstel voor de Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden (VBAR) ingediend. Op 6 oktober 2023 was al een concept van dit wetsvoorstel in een internetconsultatie gepubliceerd. Twijfels over werkbaarheid Wanneer de toelichtingen bij het concept-wetsvoorstel en het definitieve wetsvoorstel met elkaar worden vergeleken, dan blijkt dat er veel aanpassingen zijn aangebracht. De Raad van State was destijds niet enorm enthousiast over het concept-wetsvoorstel. Zo werd opgemerkt dat “het voorgestelde toetsingskader een mate van exactheid [suggereert] die, gelet op het casuïstische karakter van de beoordeling van een arbeidsrelatie, moeilijk waargemaakt kan worden”. Het kabinet laat deze kritiek onbeantwoord. In de reactie op het advies van de Raad van State wordt opgemerkt dat partijen “meer concrete handvatten” wordt geboden, waarbij is gekozen voor het “comprimeren van jurisprudentie” en daardoor wordt de “werkbaarheid met de regels” verbeterd. Hoe deze jurisprudentie is gecomprimeerd en welke jurisprudentie het betreft, wordt niet duidelijk. Wat daarvan verder ook zij, de werkbaarheid wordt naar mijn idee voor de praktijk niet verbeterd. De Belastingdienst merkt in dat kader op dat “de weging tussen de hoofdelementen echter niet [is] ingevuld [en er sprake] blijft van open normen”. Het Adviescollege toetsing regeldruk merkt op dat “de bewering dat “sturing en houvast” wordt geboden, empirische ondersteuning [mist]”. AMvB niet gepubliceerd Mijn tweede opmerking is dat het voorstel voorziet in een Algemene maatregel van bestuur waarin nadere regels zijn gesteld over wanneer sprake is van sturing door de werkgever, dan wel het voor eigen rekening en risico verrichten van de arbeid. Deze AMvB is echter nog niet gepubliceerd. Dat is een gemis, omdat hierdoor het volledige zicht op het toetsingskader wordt ontnomen. Het UWV maakt hierdoor bij zijn beoordeling van het voorstel een “voorbehoud […] omdat de lagere regelgeving die bij dit wetsvoorstel hoort, nog steeds ontbreekt”. Het valt overigens op dat de Belastingdienst, het ATR en het UWV wel om een nadere beoordeling van het wetsvoorstel is gevraagd, maar de Raad van State niet. Aanpassen aan Wet VBAR Veel bedrijven en organisaties zijn na de afschaffing van het handhavingsmoratorium aan de slag gegaan met beheersmaatregelen om de aard van hun arbeidsrelaties te kunnen beoordelen. Zij zijn daarbij uitgegaan van de Deliveroo-criteria. Een groot deel van het werk dat tot nu toe is verricht, zal aangepast moeten moeten aan het toetsingskader van de Wet VBAR. Ik ben niet overtuigd van de noodzaak daarvan. Of dit voorstel het haalt, is onzeker. Er zijn serieus te nemen kritische opmerkingen gemaakt en er komen verkiezingen aan. De ijskast is voor nu de beste plek. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags Holla, Wet VBAR | Laat een reactie achter
VBAR naar de Tweede Kamer: Wat betekent dit voor zelfstandigen? Geplaatst 11 juli 2025 door Cosmas Blaauw Eindelijk beweging na jaren van onzekerheid rondom de Wet DBA. Maar wie denkt dat hiermee alle mist is opgetrokken, vergist zich, stelt Cosmas Blaauw (oprichter van SharePeople). “Voor ondernemers blijft het voorlopig nog laveren tussen regels, voorwaarden en politieke spelletjes.” Twee benaderingen, twee visies VBAR borduurt voort op bestaande jurisprudentie. Hierbij wordt er vooral gekeken naar de werkverhouding en is er een rechtsvermoeden voor uurtarieven onder de €36. Zo krijgen laagbetaalde zzp’ers meer bescherming. De Zelfstandigenwet, zoals voorgesteld door VVD, CDA, D66 en SGP, pakt het fundamenteel anders aan. Daar draait alles om vooraf duidelijkheid: ben je ondernemer of niet? Hierbij wordt onder andere gekeken naar of je meerdere opdrachtgevers hebt, zelf kunt bepalen hoe en wanneer je werkt en bepaalde zaken (zoals adequate AOV en pensioenopbouw) voor jezelf geregeld hebt. “Dit is een eerste stap om ondernemerschap ook echt als zodanig in de wet te verankeren,” zegt Cosmas. “Het uitgangspunt verandert van ‘werknemer, tenzij…’ naar ‘zzp’er, tenzij…’. En dat is goed nieuws voor alle zelfstandigen die er klaar mee zijn om zichzelf telkens weer te verantwoorden.” Waarom duidelijkheid vóór handhaving cruciaal is Daarnaast is er ook een praktisch argument voor de Zelfstandigenwet. Bij de VBAR blijft de onzekerheid bestaan tot na de klus. Opdrachtgevers weten pas achteraf of ze juridisch goed zitten, en dat risico willen veel bedrijven simpelweg niet nemen. Gevolg: minder opdrachten en uitval in sectoren die juist afhankelijk zijn van zelfstandige professionals. De Zelfstandigenwet biedt duidelijkheid vooraf. Je toont aan dat je zelfstandig werkt en je zaken goed op orde hebt. Daarmee bewijs je dat je een echte ondernemer bent. Opdrachtgevers hoeven zich dus geen zorgen te maken over boetes en naheffingen. Politieke strijd – maar ondernemers wachten niet De politiek staat in tweestrijd: NSC wil door met VBAR, VVD en BBB kiezen voor de Zelfstandigenwet. De Kamer behandelt VBAR waarschijnlijk na de verkiezingen van 29 oktober. Welke kant het opgaat, is nog onduidelijk. Maar jij, als ondernemer, kunt nu al stappen zetten. Zo blijf je zelf in controle en wordt je geen slachtoffer van het politieke gedraai. Wat jij nu kunt doen Zorg voor een uurtarief van meer dan €36. (VBAR-eis) Bewijs dat je echt ondernemer bent met de Zelfstandigentoets. (Zelfstandigenwet-eis) Documenteer je autonomie en ondernemingsrisico. (Beide wetten) Zo ben je voorbereid, ongeacht of straks VBAR, Zelfstandigenwet of een mix wordt doorgevoerd. Ruimte voor ondernemen Zoals ik eerder zei: échte ondernemers verdienen een wet die hen laat ondernemen. Niet een die hen dwingt om weer in loondienst te gaan. De politiek mag dan worstelen met definities, maar jij kunt nu al kiezen voor duidelijkheid, zekerheid en vrijheid. Gebruik de tijd tot juli 2026 om je ondernemerschap stevig neer te zetten. Zo ben je voorbereid op elk scenario en sta je sterk, wat er ook uit de Haagse wetgevingsmachine rolt. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags sharepeople, VBAR | 3s Reacties