Maandelijkse archieven: april 2025

Massale steun onder zzp’ers voor Zelfstandigenwet. Vakbond CNV ziet wet niet zitten.

Een flinke meerderheid van de zzp’ers staat positief tegenover het nieuwe initiatiefwetsvoorstel voor de Zelfstandigenwet van VVD, D66, CDA en SGP.

Dat blijkt uit een enquête van zzp-bank Knab onder ruim 7.500 zelfstandig ondernemers. 71 procent van alle zzp’ers is voor de wet, 17 procent is tegen, 12 procent twijfelt nog.

De grote steun is opvallend aangezien het voorstel voorziet in verplichte voorzieningen voor arbeidsongeschiktheid en pensioen, en extra administratieve stappen vraagt via een zelfstandigenverklaring. Toch blijkt uit het onderzoek van Knab dat de behoefte aan erkenning en duidelijkheid voor veel zzp’ers zwaarder wegen.

Duidelijkheid boven alles

Een overgrote meerderheid (82 procent) vindt het belangrijk om vooraf duidelijkheid te hebben over hun status als zelfstandig ondernemer. 57 procent is bereid om daarvoor extra administratieve stappen te zetten.

De Zelfstandigenwet tracht die duidelijkheid te creëren via een zelfstandigenverklaring, met heldere criteria plus een werkrelatietoets, om te borgen dat iemand ook in zelfstandigheid het werk kan doen. Dat moet de juridische onzekerheid en discussies achteraf voorkomen die veel zzp’ers nu ervaren onder de Wet DBA.

Ruime steun voor verplichte voorzieningen

Ook opvallend: 65 procent van de zzp’ers steunt het voorstel om zakelijke opdrachten alleen toe te staan als er iets is geregeld voor AOV en pensioen. De invulling mogen zelfstandigen zelf kiezen, bijvoorbeeld via een verzekering, broodfonds, beleggingen of vastgoed. Die combinatie van verantwoordelijkheid en keuzevrijheid wordt gewaardeerd.

Het kabinet worstelt momenteel nog met een wetsvoorstel over de Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen (BAZ). Zowel het UWV als de Belastingdienst hebben aangegeven de wet niet of lastig te kunnen uitvoeren, waardoor de BAZ op zijn vroegst pas in 2030 operationeel kan zijn.

Steun verschilt per sector en uurtarief

De steun voor het wetsvoorstel is het grootst onder ondernemers met een hoger uurtarief: 8 op de 10 zzp’ers die meer dan 80 euro per uur vragen zijn voor. Bij zelfstandigen onder dat tarief is dat 6 op de 10. Ook tussen sectoren zijn er grote verschillen. In de overheidssector is de steun met 85 procent het hoogst, gevolgd door de ICT, zorg en zakelijke dienstverlening, waar het draagvlak vaak boven de 75 procent ligt. In sectoren met minder vaste opdrachten of lagere tarieven – zoals detailhandel, persoonlijke dienstverlening en sport – is er meer twijfel.

Onderdeel van de VBAR, de wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelatie en rechtsvermoeden, waar minister Van Hijum aan werkt, voorziet in een rechtsvermoeden van werknemerschap bij een laag tarief. Een deel van de Tweede Kamer pleit om dit ‘rechtsvermoeden’ van de VBAR alvast in te voeren. In aanvulling, bijvoorbeeld, op de Zelfstandigen wet.

Wet DBA uit de gratie

De huidige Wet DBA en de genoemde opvolger VBAR kunnen op veel minder draagvlak rekenen: slechts 27 procent van de zzp’ers zou daar nog voor stemmen. Respondenten noemen het systeem juridisch vaag, onwerkbaar en funest voor het vertrouwen op de markt. “Als deze wet er niet snel komt, stort de markt voor zelfstandigen in elkaar,” aldus een respondent. “Opdrachtgevers zijn nu bang voor naheffingen en dat houdt alles tegen.”

“Behoefte aan duidelijke, eerlijke en uitvoerbare regels”

“De boodschap van zzp’ers is duidelijk: ze willen ondernemen met vrijheid binnen heldere en consistente kaders.” zo reageert Nadine Klokke CEO van Knab. “Wat mij opvalt is dat ze helemaal niet tegen regels zijn, zolang die maar duidelijk, eerlijk en goed uitvoerbaar zijn. Dit wetsvoorstel sluit verrassend goed aan bij wat zij belangrijk vinden. Als bank voor zzp’ers vinden we het onze taak om hun stem te laten doorklinken in het maatschappelijke en politieke debat. Zelfstandigen zijn een onmisbare motor van onze economie, en met dit onderzoek zorgen we dat hún stem ook in Den Haag wordt gehoord.”

CNV: Zelfstandigenwet creëert schijnzekerheid

De vakbond CNV uit ondertussen stevige kritiek op de voorgestelde Zelfstandigenwet. Volgens CNV legaliseert het voorstel schijnzelfstandigheid en vormt het een fundamentele aantasting van het arbeidsrecht en collectieve regelingen zoals cao’s en pensioenen. Door het gezagscriterium te beperken en lichte voorwaarden te stellen aan zelfstandig ondernemerschap, dreigt een derde categorie werkenden te ontstaan: formeel zelfstandig, maar volgens Europese regels eigenlijk werknemer. CNV waarschuwt dat dit leidt tot meer juridische onzekerheid en afbreuk doet aan het sociale stelsel. De bond vindt ook dat het voorstel afwijkt van eerder afspraken in de SER.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , , , , | 24s Reacties

Experts: arbeidsmarkt onder hoogspanning, tijd voor verandering!

In verschillende interviews met experts met het Public Affairs-team van HeadFirst Group kwamen diverse onderwerpen aan bod, zoals het wetsvoorstel Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden (VBAR), de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (WTTA), de vertegenwoordiging van zelfstandigen in de polder en de toekomst van een contractonafhankelijk sociaal stelsel. Hun ideeën, inzichten en ervaringen laten zien dat de huidige wet- en regelgeving juridische onzekerheden met zich meebrengt en dat het tijd wordt voor een fundamenteel debat over de inrichting van de Nederlandse arbeidsmarkt.

Kritiek op de VBAR

De VBAR krijgt forse kritiek van meerdere experts. Zo stelt Cristel van de Ven, voorzitter van Vereniging Zelfstandigen Nederland (VZN), dat het advies van de Raad van State bevestigt wat zelfstandigenorganisaties al langer roepen: de wet biedt onvoldoende duidelijkheid en erkent het zelfstandig ondernemerschap van de werkende onvoldoende. Ook VVD-Kamerlid Thierry Aartsen uit stevige kritiek: “Wij staan als VVD achter de WTTA, dit staat ook in het Hoofdlijnenakkoord. Tegelijkertijd hebben wij als VVD grote bedenkingen bij de VBAR. En niet alleen wij, maar vele brancheverenigingen, zzp-organisaties en wetenschappers met ons. Daarom heb ik al eerder aan het kabinet gevraagd: overweeg het om de wet te splitsen, dan kan je alvast aan de slag met het rechtsvermoeden op basis van een uurtarief voor de basis van de arbeidsmarkt.” 

Niels van der Neut (universitair docent arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam) stelt dat mensen behoefte hebben aan meer duidelijkheid vooraf, maar “dat dit gewoon moeilijk is in een markt die zo divers is.” Het beeld dat er nu helemaal géén duidelijke wetgeving is, klopt volgens Van der Neut niet helemaal. Wel heeft Van der Neut stevige twijfels of “de VBAR de belofte inlost en daadwerkelijk een verduidelijking is ten opzichte van de Deliveroo-gezichtspunten.” Joost van Ladesteijn, partner en advocaat bij Vertex Legal, sluit zich daarbij aan en wijst erop dat de beoogde helderheid van de VBAR nauwelijks effect zal hebben. “Wanneer in 95% van de gevallen het nu duidelijk zou zijn wat de uitkomst is van een beoordeling of een overeenkomst als een arbeidsovereenkomst moet worden aangemerkt, is het best-case-effect van de VBAR non-significant. Beter dan het splitsen van de VBAR is het splitsen van de civiele en fiscale arbeidsovereenkomst.” 

De stem van zelfstandigen in de polder

Hoewel zelfstandigen steeds vaker een plek krijgen in de polder, blijkt uit de interviews dat veel experts kritisch zijn op hun vertegenwoordiging. Bart Smals, directeur van de Bovib, vindt dat de belangen van zzp’ers nog steeds te weinig worden meegenomen. Smals stelt dat “voor een goed functionerende polder, het essentieel is dat álle belangen vertegenwoordigd zijn.” Cristel van de Ven is het hier roerend mee eens: “Als werknemers met al hun diversiteit wel vertegenwoordigd kunnen worden in de politiek en polder, waarom zouden zelfstandigen in al hun diversiteit dat dan niet kunnen?” 

Hugo-Jan Ruts, hoofdredacteur bij ZiPconomy, voegt daaraan toe dat de polder wordt gedomineerd door conservatieve krachten. Hij is dan ook kritisch op de invloed van de polder op het arbeidsmarktbeleid. Ruts: “Het is hartstikke goed dat partijen zoals de SER meepraten over het arbeidsmarktbeleid, maar laten we eerlijk zijn; de polder wordt wel gedomineerd door klassieke, voornamelijk conservatieve, krachten. Die zijn heel goed in het creëren van draagvlak en het verbeteren van beleid, maar de échte vernieuwing vindt hier niet plaats. Daarvoor zijn andere spelers nodig.” Dit roept dan ook de vraag op: wie neemt het voortouw in het daadwerkelijk hervormen van het arbeidsmarktbeleid? 

Stelsel van sociale zekerheid moet op de schop

Naast wet- en regelgeving, is er ook discussie over de inrichting en werking van het stelsel van sociale zekerheid. Thierry Aartsen is van mening dat het arbeidsrecht uit 1907 niet meer aansluit bij de hedendaagse realiteit van de arbeidsmarkt in 2025, en dat het tijd wordt om een fundamentele discussie te voeren over het fiscale en socialezekerheidsstelsel. Aartsen: “Als het argument is dat zelfstandigen niet genoeg bijdragen aan de sociale zekerheid, zeg dat dan eerlijk en ga dáár een discussie over voeren, maar ontneem ze niet de individuele vrijheid om te ondernemen.” Danielle van Wieringen, één van de initiatiefnemers van het Comité ZZP, benadrukt in haar interview het belang van keuzevrijheid: “We maken ons hard voor een eerlijke, eenvoudige oplossing die zelfstandigen keuzevrijheid geeft en kwetsbare werkenden beschermt.  Het probleem zit hem niet in de zelfstandigen zelf, maar in het feit dat ons stelsel onnodig complex is. Te veel overheidsbemoeienis kan de flexibele schil van organisaties juist schaden.” 

Cristel van de Ven hoopt op een diepgaand debat over een contractonafhankelijk stelsel: “Hoe zorgen we ervoor dat zelfstandigen een volwaardige rol krijgen op de arbeidsmarkt van de toekomst?” SER-kroonlid Josette Dijkhuizen voegt daar een bredere maatschappelijke oproep aan toe: “We moeten meer begrip hebben voor elkaars situatie en echt luisteren naar waarom mensen kiezen voor het zzp-schap. Hoe gaan we invulling geven aan die behoefte aan autonomie en flexibiliteit? Als we de juiste vragen stellen, dan gaan we elkaar ook beter begrijpen.” 

Reactief beleid en gebrek aan visie

Een veelgehoorde klacht onder de geïnterviewden is dat de politiek vooral bezig is met symptoombestrijding en geen duidelijke visie heeft op de toekomst van de arbeidsmarkt. Hugo-Jan Ruts vraagt zich af: “Welke rol krijgen zelfstandigen op de arbeidsmarkt? Hoe werken we toe naar een contractneutraal stelsel? Hoe gaan we een volgende stap zetten met elkaar? Het pakket aan maatregelen dat op tafel ligt, zijn mijns inziens vooral reparaties.” 

Joost van Ladesteijn is ook kritisch: “Ik durf wel de conclusie te trekken dat wetgeving als arbeidsmarktinstrument de afgelopen dertig jaar weinig succesvol is geweest en in sommige gevallen zelfs averechts heeft gewerkt. Het huidige besturingsmodel lijkt onvoldoende te leren van het verleden en heeft moeite een ingeslagen weg te verlaten. Déjà vu’s zijn onontkoombaar.” 

Conclusie: een cruciaal moment voor arbeidsmarktbeleid

De interessante en waardevolle gesprekken met experts laten zien dat er zorgen bestaan over de positie van de zelfstandige op de Nederlandse arbeidsmarkt. Het wetsvoorstel VBAR kan rekenen op stevige kritiek en de vertegenwoordiging van zelfstandigen in de polder moet beter. Ook is er behoefte aan een grondige herziening van de sociale zekerheid, minder verschillen tussen contractvormen en een visie op het arbeidsmarktbeleid. De politiek staat voor een keuze: blijven we pleisters plakken of zetten we een fundamentele hervorming in gang die past bij de arbeidsmarkt van de toekomst? 

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , , , | Laat een reactie achter

Nieuwe Zelfstandigenwet: Eindelijk duidelijkheid voor ondernemers?

Op 3 april stond het grote zzp-debat in de Tweede Kamer vooral in het teken van de aangepaste VBAR-wet van minister Van Hijum. Deze wet zou de huidige wet DBA, die schijnzelfstandigheid moet tegengaan, zo snel mogelijk moeten vervangen. De minister wilde dit nog voor de zomer door de Kamer loodsen, maar dat lijkt steeds onwaarschijnlijker. Het verzet groeit en inmiddels hebben VVD, D66, CDA en SGP een eigen alternatief gepresenteerd: de Zelfstandigenwet.

Dit initiatiefwetsvoorstel heeft het potentieel om een einde te maken aan de onzekerheid die zzp’ers en werkgevers al jaren parten speelt en de afgelopen maanden voor enorme problemen zorgt: Sinds 1 januari huurt de helft van de werkgevers minder of zelfs helemaal geen zzp’ers meer in. Dit is het directe gevolg van de onduidelijke spelregels rondom de handhaving van de wet DBA en de grote financiële consequenties. Maar het voorstel kwam zo laat dat andere partijen en de minister nauwelijks de kans hadden kregen om de 41 pagina’s goed door te nemen. Een gemiste kans, want werkend Nederland heeft dringend behoefte aan een uitweg uit de huidige impasse.

De Zelfstandigentoets: ondernemerschap centraal

De kern van deze nieuwe wet is de zogenaamde zelfstandigentoets. Waar de wet DBA en de VBAR zich richten op de arbeidsrelatie achteraf, biedt deze toets vooraf al veel meer duidelijkheid. Dit voorkomt dat echte ondernemers gedwongen worden in loondienst te gaan of dat opdrachtgevers risico’s lopen die hen afschrikken om nog zzp’ers in te huren. De toets kijkt onder andere naar:

  • Heeft iemand meerdere opdrachtgevers?
  • Investeert iemand in eigen bedrijfsmiddelen?
  • Is er een voorziening voor arbeidsongeschiktheid en pensioen?

Kortom: is iemand daadwerkelijk ondernemer? Als dat het geval is, kan hij of zij als zzp’er an de slag. De verantwoordelijkheid om te ondernemen ligt bij de zelfstandige zelf, precies zoals het hoort in een vrije economie.

Een werkrelatietoets moet vervolgens toezien dat iemand een opdracht – zoals het hoort – ook grote mate van vrijheid kan uitvoeren.

Eigen verantwoordelijkheid in plaats van werkgeversrisico’s

Een ander cruciaal verschil met de wet DBA en de VBAR is dat de Zelfstandigenwet de verantwoordelijkheid verlegt van de opdrachtgever naar de zzp’er zelf. Onder de huidige wetgeving loopt de opdrachtgever een groot financieel risico als achteraf blijkt dat een zzp’er eigenlijk in loondienst had moeten zijn. Dit leidt ertoe dat bedrijven huiverig zijn om nog zelfstandigen in te huren.

Met de nieuwe wet wordt dit probleem opgelost: een zelfstandige regelt zelf zijn of haar sociale zekerheid en loopt de risico’s die bij het ondernemerschap horen. Organisaties zoals VZN pleiten al langer voor een bufferrekening waarmee zzp’ers zich kunnen beschermen tegen financiële tegenslagen. Hun manifest kan naadloos opgaan in de nieuwe wetgeving.

En ook de BAZ (Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen) staat deze Zelfstandigenwet niet in de weg. Sterker nog: als deze BAZ -zoals de minister liet doorschemeren- pas vanaf 2030 kan laten ingaan, hebben de meeste zzp’ers hun arbeidsongeschiktheid al lang geregeld. Bijvoorbeeld met een Broodfonds, een AOV of door zich aan te sluiten bij de SharePeople Coöperatie. Want dat wordt een voorwaarde om te kunnen gaan ondernemen.

Politieke realiteit: kopjes koffie en worstenbroodjes

Toch is de weg naar invoering van deze zelfstandigenwet nog lang. Het ministerie van Sociale Zaken heeft jaren gewerkt aan de VBAR met inzet van talloze ambtenaren. Het is ondenkbaar dat de minister zijn wet zomaar laat vallen. De grote vraag is daarom: hoe kan dit initiatiefvoorstel zo worden aangepast dat het kabinet het alsnog omarmt?

VVD’er Thierry Aartsen hoopt dat een paar koppen koffie en een flinke voorraad worstenbroodjes het verschil zullen maken. De tijd zal leren of dat genoeg is, maar één ding is duidelijk: alle echte ondernemers verdienen eindelijk een wet die hen laat ondernemen, zonder angst en onzekerheid.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , | 8s Reacties

VZN na top arbeidsmarktkrapte: ‘Waarom worden zzp’ers op de arbeidsmarkt niet aangesproken?’

Het kabinet organiseerde op 21 maart een top over arbeidsmarktkrapte, waarbij veel prominenten uit belangenorganisaties, onderzoek en wetenschap uit de wereld van werk bij aanwezig waren. Centraal stond de vraag: ‘Hoe kunnen we meer doen met minder mensen?’

Ook Cristel van de Ven, voorzitter VZN, was erbij. “Ik vond deze top een belangrijk initiatief,” zegt ze, “maar de gekozen vorm had veel beter gekund. En het stoorde me enorm dat tijdens de plenaire bijeenkomst niet eenmaal de positie en de kracht van zelfstandigen werd besproken. Zo’n blinde vlek kan dit kabinet zich niet veroorloven.”

Arbeidskrapte, een structureel probleem
Het initiatief voor de top ging uit van minister Eddy van Hijum (SZW), die de bijeenkomst opende. Personeelsschaarste is een structureel probleem geworden; voor elke 100 werkenden zijn in ons land 108 vacatures, en dat wordt niet beter volgens het rapport van de Staatscommissie Demografische Ontwikkeling 2050.

Bewustzijn, perspectief en keuzes nodig

De vergrijzing komt nu echt op stoom, babyboomers verlaten de arbeidsmarkt en dat zal ervoor zorgen dat de krapte niet verdwijnt. Om het nog erger te maken: we hebben de komende jaren nog extra mensen nodig voor de zorg, voor woningbouw, voor de energietransitie, voor defensie, om de uitstroom van ouderen uit het onderwijs op te vangen, et cetera. Personeelstekort is dus een hardnekkig probleem dat zand strooit in de raderen van onze economie en samenleving. Er zijn keuzes en innovatie nodig – wat doen we wel en wat niet? – op allerlei  terreinen. Er zijn voldoende rapporten en suggesties. Is het een kwestie van perspectief? Hoe kijken we naar de situatie; vanuit schaarste of vanuit kansen en mogelijkheden?

Aan deze top ging geen sturend overleg met de polder vooraf.

Met minder mensen meer presteren

Minister Eddy van Hijum vatte het als volgt samen: “Het tekort aan personeel ondergraaft de kwaliteit van de publieke dienstverlening en het verdienvermogen van Nederland. We moeten onder ogen zien dat er geen eenvoudige oplossingen zijn. Om onze welvaart op peil te houden moeten werkgevers in vrijwel alle sectoren met minder mensen méér presteren. Onze arbeidsproductiviteit moet omhoog en meer uren werken moet aantrekkelijker worden. En we moeten alles op alles zetten om mensen die nu nog werkloos langs de kant staan kansen te bieden om mee te doen. Over de aanpassingen die dit vraagt, ga ik op deze top met alle aanwezigen in gesprek.”

De bijeenkomst bracht geen breaking news, maar de sfeer was wel aandachtig en geanimeerd.

Marieke Blom, hoofdeconoom van ING, duidde in haar keynote speech de krapte op de  arbeidsmarkt en legde de verbinding naar gesprekken over productiviteit en over keuzes om te maken in onze economie en publieke sector. Een samenvatting van haar betoog:

“De krapte op de arbeidsmarkt is ons grootste probleem. Het speelt overal, ook internationaal. Er ligt al veel kennis op tafel, de analyse is er al. En toch begrijpen we het niet helemaal. We willen verduurzamen, de arbeidsparticipatie verhogen (al werken we per inwoner al veel uren per week en per gezin ligt het aantal uren werk nog hoger). Als je mensen productiever maakt, gaan ze meer verdienen, kunnen ze meer besteden, wat de vraag naar personeel verhoogt. De onderliggende beweging is, dat er langzaam mensen uitstromen en de vraag naar werkenden groeit.”

“Het is een gemiste kans als je geen keuzes maakt,” vervolgt Blom, “Meer onderwijs, meer zorg, meer defensie, meer vergroening vraagt immers steeds hogere bedragen. De realiteit is dat de overheid niet alles voor iedereen kan doen. Het aantal doelen en beloftes zal moeten worden bijgesteld. Personeelsbeleid is meer dan ooit onderdeel van een lange termijn strategie. AI kan helpen als ‘leraar’. R&D wordt met de inzet van AI ook makkelijker. Groepen bedrijven kunnen samenwerken, nog meer dan ze nu al doen. Leven lang leren is nodig evenals de begeleiding van werkenden naar de plekken waar ze nodig zijn, waar ze floreren en voldoende inkomen genereren. Houd vooral vast aan het gevoel van kracht. We zijn – actueel nieuws – wel het vier na gelukkigste land ter wereld.”

Stevige kabinetsdelegatie

Het kabinet was met vijf bewindslieden aanwezig. In een paneldiscussie, onder leiding van moderator Anouschka Lahij, vertelden minister Eddy van Hijum (SZW), minister Dirk Beljaarts (EZ), minister Fleur Agema (VWS), minister Eppo Bruins (OCW) en staatssecretaris Mariëlle Paul van Funderend Onderwijs en Emancipatie welke problemen de personeelsschaarste veroorzaakt in hun domein en welke initiatieven en oplossingen zij zien.

Na een korte pauze werd het gesprek verbreed; alle aanwezigen gingen met elkaar in gesprek in vier interactieve deelsessies rondom de volgende thema’s:

Productiviteit, geleid door Dirk Beljaarts (EZ)
Aansluiting onderwijs – arbeidsmarkt, geleid door Eppo Bruins (OCW)
Slimmer werken in de (semi) publieke sector, geleid door Fleur Agema (VWS) en Mariëlle Paul (OE)
Duurzame Arbeidsparticipatie, geleid door Eddy van Hijum (SZW)

Een aantal van de reacties lichten we uit op ZiPconomy:

Reactie Cristel van de Ven, voorzitter Vereniging Zelfstandigen Nederland (VZN)

“Goed dat de minister deze top heeft georganiseerd en vooral ook met zoveel bewindslieden,” zegt Van de Ven. “Ik vond dat de minister op heel korte termijn heel veel mensen met verstand van zaken bij elkaar had weten te brengen. Ik keek die zaal rond en zag: dit zijn mensen uit de wetenschap, vanuit het onderwijs, bedrijfsleven, vakbonden, brancheorganisaties. Een groep mensen die met elkaar – de kennis hebben om oplossingsrichtingen vorm te kunnen geven.”

“In de uitvoering leek de top op een congres, waarbij wij als deelnemers vooral luisterden. De deelnemers konden niet zelf kiezen aan welke deelsessie zij deelnamen. Hierdoor werden mensen, waaronder ikzelf, niet ingedeeld bij de deelsessie waar zij vanuit hun expertise de meeste toegevoegde waarde konden leveren.”

“Marieke Blom, hoofdeconoom van ING, gaf in haar keynote speech een messcherpe analyse  waarin ze aangaf dat er keuzes nodig zijn. Over de oplossingsrichtingen die zij schetste hadden we – in mijn ogen – heel gericht door kunnen praten. Maar na haar keynote kwam er een panelgesprek met de vijf bewindslieden. Een soort groepsinterview zonder interactie met de zaal. In de breakout sessies was er weinig mogelijkheid voor verdieping in de uitwisseling. De breakout sessies hadden wat mij betreft beter gebruikt kunnen worden voor het doorspreken van de oplossingsrichtingen die Marieke Blom schetste. Met een goede moderator hadden de experts daar gerichte input op kunnen leveren en hadden we met elkaar wellicht nieuwe werkende wegen kunnen bedenken, wat een grote verrijking zou geven voor de bewindslieden. Misschien moet het nog een keer worden georganiseerd in een betere vorm.”

“Tijdens de bijeenkomst werd bovendien, terecht, het belang van het MKB genoemd, maar werd niet eenmaal de positie en de kracht van zelfstandigen besproken. Ook in het woordgebruik werden ze niet geadresseerd, noch door de minister, noch door de dagvoorzitter. Er werd vooral gesproken in termen van werkgevers en werknemers. Waarom wordt een substantiële groep werkenden op de arbeidsmarkt niet genoemd? Als je het totaal beschikbare arbeidspotentieel goed en gericht wilt inzetten, ervaar ik dit als een grote misser.  Zo’n blinde vlek kan dit kabinet zich toch niet veroorloven?!”

Reactie Anne Megens, directeur beleid en advies AWVN

“Mooi dat het kabinet met de arbeidsmarkttop erkent dat krapte één van de grootste uitdagingen van dit moment is en dat oplossingen – ook vanuit de politiek – zich niet vanzelf aandienen,” vindt Anne Megens. “We zullen daarin als arbeidsmarktpartijen en kabinet keuzes moeten maken en dat zal niet altijd even makkelijk zijn. Eén van de no-brainers is het investeren in onderzoek, onderwijs en innovatie zodat we én hoogwaardige arbeid hebben in de toekomst én het werk met minder mensen kunnen doen. Ook is het nodig om meer uren werken aantrekkelijker te maken en zoveel mogelijk mensen naar werk te begeleiden die niet zelfstandig de arbeidsmarkt op komen. Verder moeten we ook de vraag omlaag brengen, door als bedrijven slimmer te gaan wérken in plaats van slimmer te wérven. Maar het vraagt ook discipline van de overheid, door een rem te zetten op de groei van de publieke sector en van nieuwe regelgeving.”

“Wat wel een gemis was, is dat het niet is gegaan over de rol van buitenlandse werknemers in Nederland. Een gevoelig punt in deze coalitie, dat besef ik, maar het is voor het functioneren van de arbeidsmarkt van groot belang dat gerichte kennis-, studie- en arbeidsmigratie mogelijk blijft.”

“Al met al een prima initiatief, deze top, en nu is vooral de hamvraag of het ons ook lukt om de juiste keuzes te maken.”

Reactie Ton Wilthagen, professor Arbeidsmarkt Tilburg University

“Het kabinet besteedde met de arbeidsmarkttop eindelijk breed aandacht aan de structurele en niet oplosbare arbeidsmarktkrapte,” aldus Ton Wilthagen. “Duidelijk werd dat we van diverse mogelijke recepten voor de krapte geen hoge verwachtingen kunnen koesteren, zoals meer uren werken, productiviteitsverbetering, de toekomstige instroom van jongeren enzovoort. En arbeidsmigratie is geen politiek wenselijke optie. Er moet dus worden gekozen aan de vraagzijde: waar willen we ons in Nederland economisch en maatschappelijk op toeleggen? De aanwezigen verwachtten hier regie en visie van het kabinet, maar dat weet nog niet goed wat en hoe te kiezen en ziet hier voor zichzelf een bescheiden rol.”

Kortom

Het is een collectieve uitdaging. Ieders inzet en inventiviteit doet er toe om productie- en uitvoeringsproblemen nu en structureel op te lossen.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , , , , | Laat een reactie achter

Sterke toename in behoefte aan broker- en MSP-diensten

Piek aantal aanbestedingen

In kwartaal 1 van dit jaar zijn 19 aanbestedingen gepubliceerd voor inhuur via het marktmodel. Dat staat gelijk aan 48% van het totaal aantal aanbestedingen uit 2024 (totaal 40). Dit aantal aanbestedingen is het grootste aantal van de afgelopen vijf kwartalen. Het afgelopen kwartaal werden de meeste van deze aanbestedingen gepubliceerd door zelfstandig bestuursorganen (ZBO’s), gemeenten en drinkwaterbedrijven.

Contractvolumes worden groter

Deze 19 aanbestedingen vertegenwoordigen een totale contractwaarde van € 3,82 miljard. Dat is vergelijkbaar met de contractwaarde die in heel 2024 is aanbesteed (€ 3,95 miljard). Zeven aanbestedingen vertegenwoordigen een totale contractwaarde van meer dan € 200 miljoen. Bij alle aanbestedingen gepubliceerd in 2025 is gekozen voor één leverancier voor het ontsluiten van de inhuurmarkt. Enkel de Politie selecteert twee brokers die om en om inhuuraanvragen ontvangen.

De grootste trajecten zijn gepubliceerd door de Politie, Vitens, het UWV en ProRail met elk een totale contractwaarde van meer € 400 miljoen. Deze enorme bedragen ontstaan doordat aanbestedende diensten vaker kiezen voor het oprekken van de maximale contracttermijn tot wel acht jaar.

Dynamisch aankoopsysteem steeds minder populair

Steeds meer publieke opdrachtgevers stappen af van het dynamisch aankoopsysteem (DAS) voor inhuur. Een opvallend voorbeeld is de recente marktconsultatie van de gemeente Utrecht. Als eerste G4-gemeente overweegt zij de inhuur van professionals via één intermediair te regelen en het DAS af te schaffen.

Onderzoek (Significant Synergy, 2023) toont aan dat een DAS vooral wordt gebruikt om inhuur rechtmatig te maken en te voldoen aan aanbestedingsregels. Hoewel er voorbeelden zijn waarin een DAS effectief is als wervingsinstrument, wordt dit vooral toegepast als administratief portaal met relatief lange doorlooptijden. Bovendien bepaalt het systeem wie de inhurende manager mag spreken of selecteren wat niet altijd het gewenste resultaat oplevert. Steeds meer organisaties kiezen daarom voor brokers en MSP’s als alternatief.

Waar moet je op letten als inkopende partij?

Marktpartijen hebben duidelijk wat te kiezen met alle nieuwe aanbestedingen. De vraag naar brokers en MSP’s neemt toe, maar aanbieders worden steeds kritischer over waar ze wel of niet op inschrijven. Onderwerpen die voorheen nauwelijks meespeelden, kunnen nu reden zijn om af te zien van een aanbieding. Dit heeft mogelijk gevolgen voor het aantal inschrijvers op aanbestedingen. Tegelijkertijd ontstaan er kansen voor nieuwe toetreders, vooral bij aanbestedingen met een kleiner inhuurvolume per jaar. Deze opdrachten worden steeds minder interessant voor gevestigde partijen, die hun focus leggen op de grote contracten die wekelijks op de markt komen.

Het verdient aanbeveling om zorgvuldig te werk te gaan bij het opstellen van inkoopdocumenten. Organiseer een marktconsultatie en ga in gesprek met potentiële leveranciers om beter inzicht te krijgen in dit specifieke segment van de inhuurmarkt en de spelers daarin. Zo zorg je ervoor dat de uitvraag goed aansluit op het marktaanbod, wat tegelijkertijd de kans op meer inschrijvers vergroot.

Alle gegevens in dit artikel zijn afkomstig van openbare aanbestedingsdata van TenderNed, verwerkt door de PIFA-monitor. Voor meer detailinzichten in de achtergrond of een toelichting op deze analyse is Rémon van Buuren bereikbaar.


Hoe zou het met de MSP-spelers in België en Nederland gaan in deze tijd van transitie, technologische versnelling, en grote onzekerheid? Hoe ervaren zij de vele turbulenties in de arbeidsmarkt en de onvoorspelbare economie? Wat zijn de uitdagingen waarvoor zij staan en hoe spelen ze daarop in? Je leest het in dit zesde onderzoekrapport naar MSP-aanbieders in Nederland en België.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , | Laat een reactie achter

Aantal zzp’ers in maart opnieuw stabiel, lichte afname in de gezondheidszorg en bouw

Het totaal zzp’ers dat ermee stopt steeg met 3.250 ten opzichte van maart 2024, een stijging van 32%. Het aantal starters daalde ten opzichte van een jaar geleden met 4.300 (22%). Deze trends zagen we ook in de voorgaande maanden en resulteren in een stabilisatie waar eerder een continue stijging de norm was.

Wisselend beeld

De ontwikkeling in het aantal zzp’ers verschilt per sector. De grootste stijger is de sector ICT en Media met bijna 500. De sector Persoonlijke Dienstverlening ziet het aantal zzp’ers toenemen met ruim 300.

De afname is het grootst in de gezondheidszorg (750 zzp’ers) en de bouw (325 zzp’ers). De licht neergaande lijn in deze sectoren zet daarmee door.

Gewenste daling

Joris Knoben, hoogleraar Strategie en Ondernemerschap aan de Tilburg School of Economics and Management, zegt: “Dat het aantal zzp’ers stabiliseert is een trendbreuk ten opzichte van de afgelopen jaren waarin het aantal zzp’ers sterk toenam. De verschillen tussen sectoren zijn echter aanzienlijk. Het aantal zzp’ers daalt in de sectoren waar de zorgen over schijnzelfstandigheid het grootst zijn (zorg en bouw).”

Een deel van die daling is door de overheid gewenst, stelt Knoben. Maar, hij vervolgt: “Er zijn signalen dat de onduidelijkheid over wanneer een zzp’er een schijnzelfstandige is ertoe leidt dat opdrachtgevers zo voorzichtig worden met het inhuren van zzp’ers dat ook echte zelfstandigen geen, of minder, opdrachten krijgen. Er worden nu diverse pogingen gedaan om voor opdrachtgever en zzp’er meer duidelijkheid te creëren.”

Knoben verwacht dat de huidige trend – een daling in de zorg en de bouw en een stabiel aantal zzp’ers als geheel – de rest van 2025 aanhoudt.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , | Laat een reactie achter