Werken met uurtarief als ondergrens? Dat werkt in de mediawereld niet Geplaatst 23 april 2025 door Wilmar Dik Het kabinet werkt aan de Wet Verduidelijking Beoordeling en Rechtsvermoeden (VBAR). Als deze wet wordt aangenomen, zal deze wet per 1 januari 2026 de Wet DBA vervangen. De VBAR biedt een nieuw toetsingskader dat het verschil tussen werknemers en zelfstandigen moet verduidelijken en heeft als doel schijnzelfstandigheid te verminderen. De nog te maken nieuwe afspraken voor zelfstandigen leiden tot veel discussies. Minister Eddy van Hijum (Sociale Zaken) houdt vast aan zijn eigen wet VBAR en staat open voor nieuwe ideeën. Hierbij dan mijn idee. Tariefgrens Zzp’ers en werknemers doen vaak hetzelfde soort werk en zijn actief op dezelfde arbeidsmarkt. Met het aanpakken van schijnzelfstandigheid wil de overheid oneerlijke arbeidsrelaties voorkomen. Een laag tarief speelt daarbij een belangrijke rol. Als zelfstandigen te weinig krijgen, ondermijnt dat het minimumloon dat voor werknemers verplicht is. Een element in de aanpak van schijnzelfstandigen is een vastgesteld bedrag dat meegroeit met het minimumloon. Verdient een zzp’er minder per uur dan dit bedrag, dan is er het rechtsvermoeden van werknemerschap. Het is dan aan de werkgever om aan te tonen dat de freelancer toch echt een zzp’er is. Het is een manier waarmee een freelancer een positie als werknemer kan claimen. Voor de Belastingdienst is het overigens geen handhavingsinstrument. Wel is het een steuntje in de rug van zzp’ers die werken voor lage tarieven. Hier op ZiPconomy staat uitgelegd hoe dat uurtarief tot stand is gekomen: Het uurtarief voor rechtsvermoeden is gebaseerd op een vaste opslag van 50% op uurtarieven om niet-declarabele uren te compenseren. Dat vaste tarief is prima om te bepalen of een zzp’er niet minder verdient dan een minimumloon. Maar het gaat voorbij aan het verdienvermogen van een freelancers in een bepaalde sector. Met een vast percentage voor elke sector kun je niet bekijken of een freelancer ook daadwerkelijk genoeg kan verdienen om van te kunnen leven. Dat zou een extra doel moeten zijn. Alleen schijnzelfstandigheid aanpakken of ook kijken naar bestaanszekerheid? De overheid is grondwettelijk verplicht om de bestaanszekerheid van burgers te waarborgen. Hoewel deze grondrechten niet direct afdwingbaar zijn via de rechter, vormen ze wel een duidelijke norm en opdracht voor wetgevers en beleidsmakers. Als we dat willen, is het van belang om te kijken naar realistische declarabele uren per sector. Wist je dat bijvoorbeeld de gemiddelde fulltime beroepsfotograaf (zonder studio) ongeveer 15 uur per week kan factureren? Een freelance architect in de IT kan gemiddeld 35 uur per week declareren en een videomaker 24 uur. Een journalist werkt ongeveer 37 uur per week en kan 23 uur per week factureren. Meer realistisch declarabele uren kun je bekijken in bijvoorbeeld het Knab uurtarieven boekje of de NVJ arbeidsmarktmonitor. Vraag en aanbod is niet altijd in balans Er zijn sectoren waar vraag en aanbod naar diensten niet in evenwicht zijn. Dit zorgt nog wel eens voor inkomen onder een bestaansminimum. Een gevolg is dat het in bepaalde sectoren heel moeilijk is om rond te komen. Partijen leggen een take-it or leave-it tarief neer, en daar moet je het als freelancer mee doen. Die te lage tarieven worden de standaard waar veel partijen naar kijken. Wist je dat de Rijksoverheid werkt met tarieven voor fotografen die ongeveer de helft zijn van Fair Pay? Maar daarover meer hier: Waarom de Rijksoverheid fotografen niet Fair Pay betalen. Fair Pay als doel voor freelancers? Een freelancer normaal betalen zou de standaard moeten zijn. Maar wat normaal is verschilt nogal. In veel sectoren is ook helemaal niet duidelijk wat Fair Pay is. Wat heeft een zzp’er in een bepaalde markt voor uurtarief nodig als die wil uitkomen op een omzet waar je echt van kan leven? Diverse Ketentafels, onderdeel van Platform ACCT, werken aan het bepalen van Fair Pay tarieven. Maar daar kan wel eens iets niet helemaal goed gaan. Zeker als je niet kijkt naar de specifieke declarabele uren binnen een sector. Als je met een tarief op jaarbasis een gewenst inkomen wil verdienen dan moet je wel weten hoeveel uren je gemiddeld in een sector kan factureren. Kijk je daar niet goed naar dan kan een tarief van 27 euro zomaar “Fair Pay” worden genoemd. Dit is aan de Ketentafel AV/Film nu het geval is. Meer daarover in dit artikel: De Ketentafel AV/Film noemt 27 euro Fair Pay. Conclusie: Tijd voor sector-specifiek maatwerk Aantonen dat iemand mogelijk schijnzelfstandig is op basis van een minimaal tarief is een prima plan. Dat zorgt dat freelancers na alle aftrek niet minder dan een minimumloon krijgen. Maar hoe mooi zou het zijn als we ook een minimaal “Fair Pay” tarief kunnen bepalen voor diverse markten? Als de markt zich daaraan gaat houden (of op een of andere manier wordt verplicht) dan krijgt een freelancer ook meer ruimte om te sparen voor een pensioen en een AOV. De realiteit van freelancewerk verschilt veel per sector. Als we écht een gelijk speelveld willen creëren tussen loondienst en freelancers, moeten we sectorale verschillen meenemen in beleid. Dan krijgen we afspraken die niet alleen schijnzelfstandigheid tegengaan, maar ook bijdragen aan duurzame, eerlijke en leefbare freelancepraktijken. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags Fair Pay, rechtsvermoeden, VBAR | 4s Reacties
Hoe blijf je ook na je pensioen fysiek en geestelijk fit? Geplaatst 22 april 2025 door Cees Harmsen In mijn vorige blog heb ik jullie rondgeleid door de drie kasteelkamers waarin de emotionele en relationele aspecten van het pensioen centraal staan. Dat zijn de woonkamer, waarin het thema ‘communicatie’ essentieel is, de slaapkamer, waarin het thema ‘gezonde nachtrust’ centraal staat, en de rouwkamer, waarin het vooral draait om ‘acceptatie van onvermijdelijk verlies’. We vervolgen onze rondgang door Het Pensioenkasteel met een bezoek aan drie kasteelkamers waarin de mentaal/ cognitieve aspecten centraal staan. Dat zijn de studeerkamer, de hobbykamer en fitnesskamer. De studeerkamer Komt de wijsheid met de jaren, zoals het gezegde ons wil doen geloven? Feit is dat we allemaal een piek in onze loopbaan bereiken, deze ligt meestal op twintig jaar na het begin van het werk, waarna het professionele, mentale en fysieke verval langzaam inzet. We denken vaak dat we door onze hersenen te trainen nog jarenlang op hetzelfde niveau actief kunnen blijven, maar dat is helaas een illusie. Waar het namelijk allemaal om draait, is het functioneren van de prefrontale cortex. Dit deel van de hersenen is verantwoordelijk voor het werkgeheugen en wat we met een mooi woord de executieve functies noemen: analyseren, plannen, organiseren, besluiten nemen. Dit deel van de hersenen gaat vanaf de middelbare leeftijd minder goed functioneren, waardoor het lastiger wordt om complexe informatie tot je te nemen en je trager wordt in het nemen van beslissingen. Maar er is ook goed nieuws: we krijgen er wel wat voor terug. We worden, naarmate we ouder worden, vaak beter in het combineren van concepten en ideeën en ook beter in het communiceren en presenteren van deze ideeën. Deze vorm van ‘breed denken’, die je ook wijsheid zou kunnen noemen, helpt je om problemen in perspectief te plaatsen en goed gebruik te maken van bestaande routines. Voorwaarde is wel dat je je brein blijft voeden met nieuwe informatie en inzichten en je veel tijd doorbrengt in een stimulerende leeromgeving. Wanneer je met pensioen gaat wordt feitelijke studeerkamerkennis minder belangrijk en hoef je geen erkenning meer voor de slimheid en schranderheid uit je jongere jaren. Die tijd ligt achter je. Maar voor je ligt een pad dat uitnodigt om je wijsheid en ervaring te delen met andere mensen en hen te helpen bij hun verdere ontwikkeling. Dat is een groot goed! De hobbykamer De hobbykamer grenst letterlijk aan de studeerkamer en is de plek waar je in je derde levensfase jezelf op velerlei vlakken kunt ontplooien en ontwikkelen. Het voornaamste is echter dat je in deze kamer plezier beleeft aan wat je doet, want het is een hobby en geen verplichting. Hobby’s behoren tot de eerste dingen die mensen noemen wanneer je ze vraagt wat ze na hun pensioen gaan doen. ‘Ik hoef me niet te gaan vervelen, want ik heb zat hobby’s’ hoor je dan. Dat is een goed begin. Het zou nog mooier zijn wanneer hobby’s aansluiten bij de verschillende talenten waarover je beschikt, zodat je eventueel kan compenseren wanneer een bepaalde hobby met het ouder worden wegvalt door fysieke belemmeringen. Ga dus eens bij jezelf na welke sluimerende talenten je zoal tot je beschikking hebt en hoe je deze talenten desgewenst een plek kunt geven in je leven. Je doet dat bijvoorbeeld door de volgende vragen te beantwoorden: Waar ben je, naar je beste weten, eigenlijk best goed in? Wat heb je van kinds af aan altijd met speels gemak gedaan? Wat voor dingen pak je snel op, zonder dat het overdreven veel moeite kost? Wat was je lievelingsvak op school? Wat vind je nu in deze fase van je leven echt leuk om te doen? In mijn boek Het Pensioenkasteel vind je een vragenlijst om je talenten nader in kaart te brengen en voorbeelden hoe je deze kunt toepassen in het dagelijks leven. De fitnesskamer Het wekt misschien enige verbazing dat de fitnesskamer in het mentaal/ cognitieve domein staat. Dit komt door de onmiskenbare correlatie tussen een gezond lichaam en een scherpe geest. Je zou met enige nuance zelfs kunnen zeggen dat we niet oud worden, maar onszelf oud maken door een gebrek aan beweging en lichamelijke inspanning. We hebben al gesproken over de teruggang in de ‘executieve functies’ van onze hersenen. Dit komt onder meer doordat het stofje dat de communicatie tussen de hersencellen verzorgt, kwetsbaar is voor veroudering. Daarom gaan je hersenen langzaam achteruit als je ouder wordt. Door veel te bewegen en te sporten voorzie je het brein van voedingsstoffen die dit proces vertragen en de teruggang verminderen. Daarnaast helpt een goede lichamelijke conditie bij het beheersen van impulsen, het grip krijgen op negatieve gedachten en volgens sommige onderzoeken zelfs tot een verminderd risico op dementie. Wanneer je van nature niet zo sportief bent aangelegd, kan het een geruststelling zijn om te weten dat een relatief bescheiden inspanning al voldoende is. Een half uurtje achter elkaar wandelen of fietsen, stevig in de tuin werken, een flinke wandeling met hond: al dit soort activiteiten zijn hartslagverhogend en daarmee genoeg beweging voor de hersenen. Je hoeft jezelf dus niet elke dag naar de sportschool te sleuren, hoewel het sociale aspect van trainen in groepsverband zeker zo z’n voordelen heeft. Tot zover de drie kamers in de mentaal / cognitieve vleugel van het pensioenkasteel. Ik hoop dat je er een aantal inzichten uithaalt om zowel geestelijk als lichamelijk fit en alert te blijven in je derde levensfase. De volgende keer betreden we het domein van de zingeving, waarin we bespreken hoe we ons pensioen een waardevolle invulling kunnen geven. Lees ook dit eerdere blog: met zzp-pensioen gaan is ingrijpend, wees je bewust van deze valkuilen Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags Het Pensioenkasteel, pensioen, pensioenkasteel | Laat een reactie achter
Pieter Omtzigt beet zich ook vast in het zzp-dossier (en zal gemist worden) Geplaatst 21 april 2025 door Boris Emmerig Pieter Omtzigt verlaat de landelijke politiek en kiest voort zijn gezin en gezondheid. Respect daarvoor. In het DBA-dossier zal hij voortleven als een grote meneer. Zo heeft hij vaak vragen gesteld in de Tweede Kamer over dat dossier. Een overzicht: Vragen over de onzekerheid over de uitvoering van de Wet DBA (zie hier) Vragen over een VVD-filmpje over de Wet DBA (zie hier, het filmpje zelf is hier te zien.) Vragen over de voortdurende totale onzekerheid over het uitstel van handhaving van de wet DBA (zie hier) Vragen over de bizarre nieuwe wereld van de zzp’er (zie hier) De gegeven antwoorden waren vaak zeer bruikbaar in de praktijk. Daarnaast heeft hij meerdere moties ingediend en heeft de Regering meerdere brieven opgesteld naar aanleiding van door hem gestelde vragen. Op 29 juni 2017 stelde hij de volgende vraag: “Noem mij nu eens één wet die de afgelopen eeuw hier in dit parlement is behandeld en die wel is ingevoerd, maar waarvan de regering bewust heeft besloten om die de eerste tweeënhalf jaar niet te handhaven?” Lees ook: de columns van Omtzigt op ZiPconomy (uit de periode 2016-2017) Vragen blijven Uiteindelijk werden het het acht jaren en acht maanden dat er niet werd gehandhaafd. Hoe zou Pieter Omtzigt er nu tegenaan kijken? Ik denk nog steeds even kritisch. Zo zou hij kunnen vragen waar de beloofde extra voorbeelden van wel of geen schijnzelfstandigheid blijven. Op hetjuistecontract.nl staan er nog steeds maar tien (zie hier), terwijl er vier maanden geleden al nieuwe voorbeelden werden beloofd door staatssecretaris van Financiën Tjebbe van Oostenbruggen ((zie hier). Ook zou hij gevraagd kunnen hebben waar het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid blijft met het beloofde overzicht van relevante jurisprudentie inzake de beoordeling van arbeidsrelaties. Dat zou al vóór 1 april jongstleden gepubliceerd worden. Een andere vraag zou zijn geweest hoe het staat met het overleg tussen brancheverenigingen en de Belastingdienst over knelpunten bij het opstarten van de handhaving. Aan de Tweede Kamer is nog op 27 maaart jongstleden verteld dat SZW en de Belastingdienst gesprekken met brancheorganisaties onverminderd voortzetten om per branche zoveel mogelijk ondersteuning te bieden bij het tegengaan van schijnzelfstandigheid (zie hier). Ik weet van tenminste vier brancheverenigingen dat dit niet waar is. Men geeft gewoon geen antwoord op inhoudelijke vragen. Opvolgers? Pieter Omtzigt zal gemist worden in het DBA-dossier (en elders). Kan Thierry Aartsen (VVD) uitgroeien tot zijn opvolger met André Flach (SGP), Inge van Dijk (CDA) en Hans Vijlbrief (D66)als runner ups? In de huidige extraparlementaire omgeving zijn alle mogelijkheden daartoe aanwezig. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags Holla, NSC, Pieter Omtzigt, wet dba, zelfstandigenwet | 1 Reactie
Hoe gaan zzp’ers in de zorg om met terughoudendheid van opdrachtgevers? Geplaatst 21 april 2025 door Lex Tabak Ons onderzoek Gedurende de laatste week van maart hebben we online onderzoek gedaan onder zzp’ers in de zorg. De centrale vraag: hoe verliep het eerste kwartaal van dit jaar voor jou? We hebben met name vragen gesteld over de gevolgen van de aanpak op schijnzelfstandigheid, maar verdiepten ook op de vraag hoe zzp’ers investeren in hun ondernemerschap. Ruim 1000 zzp’ers hebben het onderzoek ingevuld. Terughoudendheid opdrachtgevers vraagt om ondernemerschap De aanpak op schijnzelfstandigheid heeft helaas ook veel impact op zelfstandig ondernemers in de zorg. Omdat zorgorganisaties niet precies weten wanneer ze op een juiste manier een zzp’er inhuren, zijn zij terughoudender geworden. Voor zzp’ers zelf betekent dit dat zij meer ondernemerschap moeten laten zien om aan voldoende opdrachten te komen. Hoe geven zij dit vorm? We vroegen dit aan de 1000+ respondenten van ons recente onderzoek. Ruim de helft van alle respondenten is de afgelopen maanden van koers gewijzigd om alsnog aan voldoende opdrachten te komen. Vooral via netwerken en reiskilometers wordt de kan op een opdracht vergroot. Uit de antwoorden zijn ook een aantal waardevolle tips te halen waar jij als zzp’er in de zorg mogelijk wat aan hebt. Verruim het werkgebied Eén van de meest praktische oplossingen om de pakkans op een opdracht te vergroten, is het verruimen van het werkgebied. De afgelopen jaren zijn veel zzp’ers in de zorg gewend geraakt aan voldoende opdrachten binnen een relatief korte reisafstand. Nu de kans op een opdracht kleiner is geworden, is het verbreden van het werkgebied een logische optie. “Ik werk nu ook in andere regio’s. Eerst vond ik dat lastig, maar het brengt juist nieuwe kansen en waardering.”, aldus een respondent. Het verruimen van het werkgebied vraagt flexibiliteit, maar levert vaak ook frisse energie, nieuwe contacten én een stabielere stroom aan opdrachten op, zo blijkt. Verbreed je inzetbaarheid “Door mijn werkgebied te verruimen heb ik opdrachten gevonden in sectoren waar ik eerst nooit aan dacht, zoals revalidatiezorg en palliatieve begeleiding.” Verder reizen, leidt vervolgens tot nieuwe type opdrachten zo lezen we terug. Denk aan een overstap van thuiszorg naar revalidatiezorg, van langdurige zorg naar crisisopvang, of het werken met cliënten met een specifieke aandoening zoals Parkinson of NAH. Respondenten geven aan dat zij door de inhoudelijke verbreding zelf blijven leren en groeien, maar ook aantrekkelijker worden voor opdrachtgevers. “Door me te ontwikkelen in nieuwe vormen van zorg trek ik nu juist opdrachtgevers aan die beter bij me passen.” Zet actief in op een eigen netwerk Het vergroten van het netwerk is één van de meest gebruikte strategieën onder zzp’ers om aan opdrachten te komen. Dat gaat verder dan alleen een profiel op LinkedIn of ingeschreven staan bij een bemiddelingsbureau. Ruim een derde van de respondenten geeft aan bewust te hebben geïnvesteerd in het vergroten van hun netwerk. “Ik bel nu actief collega’s en oud-opdrachtgevers op, gewoon om weer eens te horen hoe het gaat. Dat levert verrassend vaak werk op.” Het gaat volgens de respondenten om het investeren in relaties, vertrouwen en zichtbaarheid. “Ik heb een groepje zzp’ers waar ik regelmatig mee afstem. We delen niet alleen tips, maar schuiven ook opdrachten naar elkaar door.” De resultaten van het onderzoek laten zien dat veel zzp’ers niet stil blijven zitten. Ze verbreden hun inzetbaarheid, zoeken actief contact met collega’s en durven hun grenzen – letterlijk en figuurlijk – te verleggen. Ja, er ligt veel speelruimte is, zolang je bereid bent om te bewegen. Bonus: ondernemersrisico? Levert alle onrust over de aanpak schijnzelfstandigheid nou ook nog goed nieuws op? Jazeker. De terugval van opdrachten en het omgaan met die onzekerheid is exact waar ondernemerschap over gaat. Een onzeker inkomen en een onzekere hoeveelheid werk zijn dé ingrediënten die bij zelfstandig ondernemerschap horen. Het verwijt aan zzp’ers in de zorg wás dat ze altijd van werk uit konden gaan en dat er toch wel betaald zou worden. Beperkt ondernemersrisico dus, zo klonk het. Dat is verleden tijd. Als de aanpak schijnzelfstandigheid één ding heeft gebracht dan is het wel onzekerheid. En daarmee is het ondernemersrisico wel bewezen. Lees meer: Van ongewenst naar onmisbaar: de blijvende rol van zzp’ers in de zorg Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags ondernemerschap, schijnzelfstandigheid, zzp, ZZP-er in de zorg, zzperindezorg | 1 Reactie
In 2024 gestart met ondernemen? Deze 5 dingen wil je weten voor je aangifte inkomstenbelasting Geplaatst 20 april 2025 door ZiPredactie 1. Wat is het verschil tussen inkomstenbelasting en omzetbelasting? Als startende ondernemer (eenmanszaak) krijg je in ieder geval te maken met twee soorten belasting: Inkomstenbelasting: je betaalt belasting over de winst die je met je onderneming maakt. De winst moet je vermelden in je aangifte inkomstenbelasting. Tussen 1 maart en 1 mei doe je belastingaangifte over 2024. Omzetbelasting (btw): je berekent btw over je producten of diensten en draagt dit af aan de Belastingdienst. Dit doe je ieder kwartaal via de btw-aangifte. Meer informatie over deze belastingen vind je hier. 2. Wanneer ben ik ondernemer voor de inkomstenbelasting? Heb je een bedrijf? En sta je ingeschreven bij de KVK? Dat betekent niet automatisch dat de Belastingdienst je óók als ondernemer voor de inkomstenbelasting ziet. Hiervoor gelden bepaalde voorwaarden. Vul de OndernemersCheck in om snel te controleren of je je inkomsten als ‘Winst uit onderneming’ moet invullen of als ‘Inkomsten uit overig werk’. 3. Is de kleineondernemersregeling (KOR) van invloed op mijn belastingaangifte? De KOR is een vrijstelling voor de btw en geen vrijstelling voor de inkomstenbelasting. Je moet dan ook als ondernemer altijd aangifte inkomstenbelasting doen over de winst die met je activiteiten hebt behaald. Zit je in de KOR, dan ben je vrijgesteld voor het doen van btw-aangifte. Je brengt over je omzet geen btw in rekening en je kunt geen btw over je kosten en uitgaven terugvragen. Voor het bepalen van de opbrengsten voor de aangifte inkomstenbelasting ga je uit van de bedragen die je bij je klanten in rekening hebt gebracht. Voor het bepalen van de kosten die je mag aftrekken, ga je als je vrijgesteld bent van btw-aangifte, uit van de kosten inclusief de door jou betaalde btw. 4. Welke zakelijke kosten kan ik aftrekken in mijn aangifte inkomstenbelasting? Met een eigen bedrijf maak je kosten. Kosten die je voor de bedrijfsvoering maakt en die direct betrekking hebben op je onderneming, noemen we zakelijke kosten. Dit soort kosten zijn mogelijk aftrekbaar van je opbrengsten. Daardoor betaal je minder belasting. Maak je kosten voor zakelijke én privédoeleinden? Dan mag je alleen het zakelijke deel van de kosten aftrekken. Privé-uitgaven zijn niet aftrekbaar. Zakelijke kosten die je bijvoorbeeld kunt aftrekken als ondernemer zijn kantoorbenodigdheden, software en reis- en vervoerskosten (zoals een zakelijke auto of OV). Op de website van de Belastingdienst vind je een overzicht met alle mogelijke aftrekbare zakelijke kosten. 5. Waar moet ik op letten als ik naast mijn baan in loondienst ook een onderneming heb? Werk je naast je onderneming ook in loondienst? Houd hier dan rekening mee: Je doet maar één keer aangifte inkomstenbelasting over al je inkomsten. Daarin beantwoord je alle vragen die voor jou relevant zijn. Het salaris dat je ontvangt van je werkgever en de winst die je met ondernemersactiviteiten hebt behaald, tellen mee. De gegevens over je salaris, en de hierop al ingehouden belasting, staan vaak al vooraf ingevuld op je aangifte. Deze hoef je alleen te checken en aan te vullen indien nodig. De gegevens over je onderneming vul je zelf in. Heb je recht op aftrekposten ‘speciaal voor ondernemers’? Dan komt dit vanzelf in de aangifte naar voren. Meer weten? Ga naar belastingdienst.nl/starters voor alle informatie over jouw aangifte als startende ondernemer. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags Belastingaangifte, belastingdienst, starters | Laat een reactie achter
Helpling ging van platform naar failliet uitzendbureau, schieten de schoonmakers daar iets mee op? Geplaatst 18 april 2025 door Annet Maseland Schoonmakers die via het online platform Helpling werkten, deden dat als uitzendkracht. Dat was het arrest van het hof, dat de Hoge Raad met haar uitspraak van 11 april heeft bekrachtigd. De rechtszaak van het inmiddels failliete platform voor thuisschoonmaak voert terug tot 2018, toen vakbond FNV een rechtszaak aanspande namens een van de schoonmakers. Deze werd ziek en verlangde loondoorbetaling. Maar het platform maakte gebruik van de regeling Dienstverlening aan huis, waarbij de platformwerkers geen ontslagbescherming hebben, geen recht hebben op een ww- of arbeidsongeschiktheidsuitkering en slechts recht op 6 weken loondoorbetaling bij ziekte. De vraag die sindsdien aan diverse rechters is voorgelegd, is hoe je deze arbeidsrelatie moet zien: Als een arbeidsovereenkomst tussen schoonmaker en het huishouden, gebruikmakend van de regeling Dienstverlening aan huis, met Helpling in een puur bemiddelende rol – dit is hoe Helpling het zelf zag. Als een gewone arbeidsovereenkomst tussen Helpling en de schoonmakers – zo zag FNV het. Als een uitzendovereenkomst tussen Helpling en de schoonmakers – dit zou het volgens FNV zijn als het geen gewone arbeidsovereenkomst was. De kantonrechter oordeelde dat sprake was van arbeidsovereenkomst tussen de schoonmaker en het huishouden. Helpling had daarin puur de rol van bemiddelaar. Twee jaar later zag Gerechtshof Amsterdam het anders: Helpling heeft met de schoonmakers een uitzendovereenkomst, met het huishouden in de rol van inlener. Daarbij speelde een belangrijke rol dat het werk altijd plaatsvindt onder leiding en toezicht van de inlener, in dit geval het huishouden. Tegen de uitspraak gingen zowel Helpling als FNV in cassatie bij de Hoge Raad. Advocaat-generaal De Bock gaf vorig jaar haar advies. Zij betoogde dat een particulier geen inlener kan zijn, dus hield zij het op een gewone arbeidsovereenkomst tussen de schoonmakers en Helpling. Arbeidsrechtadvocaat Maarten Tanja had begrip voor het advies van de AG, maar voorspelde dat deze stelling niet stand zou houden bij de Hoge Raad. “In de Nederlandse wetgeving staat nergens dat een particulier geen inlener kan zijn. En de AG mag niet op de stoel van de wetgever gaan zitten door de reikwijdte in te perken tot zakelijke inleners.” Consequenties De Hoge Raad ging inderdaad niet mee met de AG en laat de uitspraak van het Gerechtshof intact. Het is niet voor het eerst dat de Hoge Raad het advies van de AG naast zich neerlegt. In de rechtszaken van Uber en Deliveroo gebeurde hetzelfde. “De AG redeneert vanuit een bepaalde wenselijke uitleg”, zegt Tanja daarover. “De Hoge Raad kijkt er systematischer naar.” De uitspraak zegt volgens Tanja iets over de positie van het platform. Bij platform Temper ging de slinger eerder de andere kant op. De rechter vond Temper geen uitzendbureau, omdat het weinig bemoeienis heeft met het platform. Helpling had dat wel. Het platform ontzorgde de werkers in alles, van contractvorming tot betaling. Nu vast is komen te staan dat de relatie tussen Helpling en de schoonmakers als ‘uitzendovereenkomst’ kwalificeert, heeft dit bepaalde consequenties. Ondanks dat Helpling failliet is verklaard en de schoonmakers dus niet in dienst zijn bij Helpling, hebben zij belang bij een beslissing over de juridische status van hun voormalige arbeidsverhoudingen, bijvoorbeeld voor het vaststellen van het recht op een ww-uitkering. Volgens FNV hebben de schoonmakers die via Helpling of via een ander platform werk(t)en, met terugwerkende kracht recht op pensioen, vakantiegeld, doorbetaling bij ziekte en andere werknemersrechten. Zij kunnen claims neerleggen bij de curator van Helpling en pensioenfonds Stipp. Arbeidsrechtelijke bescherming Meer in het algemeen is de positie van platformwerkers gebaat bij de uitspraak, vindt Tanja. “Het geeft ze arbeidsrechtelijke bescherming. Zeker gelet op de nieuwe regels rond het uitzenden, die minder flexibiliteit toestaan en gelijke beloning vereisen. Terbeschikkingstelling van arbeid maakt het gelijk belonen in deze situatie wel weer ingewikkelder. Want er bestaan geen vergelijkbare werknemers om het loon mee te vergelijken. De schoonmakers zouden wat dat betreft meer geholpen zijn met een reguliere arbeidsovereenkomst.” Tanja schreef het al eerder: onzelfstandige arbeid hoort linksom of rechtsom thuis in een arbeidsovereenkomst. “In dit geval is dat een uitzendovereenkomst geworden, waarbij de meest professionele club als werkgever is aangemerkt. Daarmee blijft het bemiddelen van mensen die onzelfstandige arbeid verrichten én het inlenen daarvan risicovol, als dit niet wordt gedaan binnen het uitzendregime.” Informele markt Platformexpert Martijn Arets verbaast zich al jaren over de queeste die vakbond FNV voert tegen Helpling. Uit angst voor een soort ongebreideld platformkapitalisme scheren ze alle platforms over één kam. Bij Uber en Deliveroo schudden de platforms de arbeidsmarkt op. Een rechtszaak om maaltijdbezorgers in loondienst te laten werken vindt Arets goed te verdedigen. “Maar wat Helpling deed, was niet zo spannend. Het is een prikbord, zoals er wel meer waren en nog steeds zijn. De particuliere schoonmaakmarkt veranderde er niet wezenlijk door.” De strategie van FNV – er met gestrekt been ingaan – werkte in het geval van Helpling averechts. Eisen dat de schoonmakers in loondienst komen bij het huishouden, staat volgens Arets buiten elke realiteit. “Wat is de uitkomst? Platform Helpling ging failliet. Maar daarmee is het probleem niet opgelost. De schoonmaak wordt nog steeds gedaan. Maar nu via de zwarte markt.” De zwakke schakel blijft de regeling Dienstverlening Aan Huis. Deze ontslaat een particuliere opdrachtgever van bepaalde werkgeversverplichtingen, maar laat een aantal plichten overeind, zoals zes weken loondoorbetaling bij ziekte en betaling van minimumloon. “Het probleem is nog niet eens zozeer de regeling zelf, maar dat hij niet gehandhaafd wordt.” “Verschillende rapporten over deze regeling concluderen dat deze niet werkt. Door deze adviezen niet mee te nemen, legitimeren beleidsmakers en vakbonden een niet functionerende regeling en verzaken zij verantwoordelijkheid te nemen voor het probleem.” “Wil je echt iets verbeteren voor de werkers?”, concludeert hij. “Dan zul je een regeling moeten optuigen die werkt. In omringende landen zijn er goede alternatieven. In België bijvoorbeeld werken ze met gesubsidieerde dienstencheques.” Strategie “Als ik bij FNV had gewerkt,” vervolgt hij, “zou mijn strategie heel anders zijn, namelijk hoe kun je het platform zo inrichten dat je samen die markt beter maakt voor de werkenden.” Hij geeft het voorbeeld van Colombia, waar de overheid het verbod op informeel schoonmaakwerk daadwerkelijk handhaaft. Het trekt met een schoonmaakplatform samen op om de rechten voor de platformwerkers te verbeteren. “De informele markt is daar behoorlijk gekrompen.” De nieuwe EU-richtlijn DAC7 verplicht platformen hun inkomstendata te delen met de Belastingdienst. Ook daarin schuilen kansen om de schoonmarkt te formaliseren. “Via een platform krijg je toegang tot een doelgroep die anders onder de radar blijft. Je kunt met ze communiceren, hun rechten en plichten inzichtelijk maken. Daar kun je een platform óók voor gebruiken.” Meer lezen: Temper- en Helpling-zaak tonen aan: onzelfstandige arbeid hoort thuis in een arbeidsovereenkomst Rechtbank: Temper is geen uitzendbureau Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags FNV, Helpling, platform, regeling Dienstverlening aan huis, Temper | Laat een reactie achter