‘Onzekerheid rond schijnzelfstandigheid vertraagt groei zzp’ers, opdrachten blijven uit’ Geplaatst 15 januari 2025 door Marion Van Happen Hoewel de Belastingdienst geen vergrijp- of verzuimboetes uitdeelt, kunnen er wel naheffingsslagen en correctieverplichtingen plaatsvinden. De Belastingdienst kan ook waarschuwingen geven, zodat opdrachtgevers hun werkwijze kunnen aanpassen en de tijd krijgen om de arbeidsrelatie aan te passen. Onzekerheid over de toekomst Ook uit een meting van HeadFirst Group onder 1.201 zelfstandig professionals (zp’ers) blijkt dat de onzekerheid op de arbeidsmarkt is gestegen. 38 procent van de zp’ers loopt opdrachten mis door de toegenomen aandacht voor schijnzelfstandigheid en handhaving. Dit is een forse stijging ten opzichte van de 25 procent die dat aangaf in september 2024. Daarnaast overweegt 18 procent van de zp’ers te stoppen met ondernemen: een stevige groei ten opzichte van de vorige meting en een zorgwekkende trend. Wat is ‘Opting-in’? En is het een goed alternatief voor de handhaving op schijnzelfstandigheid? Naast directe gevolgen groeit de bezorgdheid over de toekomst. Waar in september nog 57 procent van de zp’ers dacht dat het moeilijker zou worden om opdrachten te vinden, is dat nu 74 procent. Zowel zelfstandigen als opdrachtgevers ervaren nog steeds onduidelijkheid en complexiteit, wat leidt tot terughoudendheid. Rust bewaren Het is van belang om gezamenlijk de rust te bewaren op deze krappe arbeidsmarkt. Het is essentieel dat organisaties hun processen op orde krijgen, in gesprek gaan met zp’ers en realiseren dat het na 1 januari 2025 gewoon nog mogelijk is om zzp’ers op een effectieve en verantwoorde manier in te huren voor opdrachten. Vraag naar extern personeel daalt. Aandeel detachering stijgt Om de onrust te verlichten is er intensieve samenwerking tussen overheid, marktpartijen, brancheverenigingen en maatschappelijke organisaties nodig. De snelle ontwikkelingen vragen om voortdurende monitoring en goede onderlinge communicatie tussen de betrokken partijen. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags handhavingsmoratorium, HeadFirst, wet dba, Wet VBAR, zzp | 1 Reactie
Wat is ‘Opting-in’? En is het een goed alternatief voor de handhaving op schijnzelfstandigheid? Geplaatst 14 januari 2025 door Joop der Weduwen Onlangs kreeg ik een vraag of ik bekend was met de ‘opting-in’ regeling en of dit een goed alternatief zou zijn om te bepalen of iemand wel of niet in een arbeidsovereenkomst werkt. In dit stuk probeer ik antwoord te geven op deze vragen. Ik geef uitleg over wat opting-in is en hoe dit zich verhoudt tot het arbeidsrecht aan de hand van een rechterlijke uitspraak. Wat is opting-in? De basis voor de opting-in regeling is terug te vinden in de Wet op de loonbelasting 1964 en wel in artikel 4. Daar is vastgelegd dat via een algemene maatregel van bestuur regels kunnen worden gesteld waardoor een arbeidsverhouding ook als dienstbetrekking kan worden gezien. Ter toelichting: een dienstbetrekking is een andere benaming voor een arbeidsovereenkomst. Dit geldt voor diverse soorten werkzaamheden, maar ook voor die situatie waar er niet op basis van andere regels al sprake is van een dienstbetrekking of het verwerven van inkomen op basis van winst uit onderneming. Als iemand uit die werkzaamheden een beloning ontvangt, die niet als loon uit een dienstbetrekking of winst uit onderneming kan worden aangemerkt en diegene vooraf aan de inspecteur (van Belastingen) meldt in een gezamenlijke verklaring van hemzelf en de beoogde inhoudingsplichtige, dat zijn arbeidsverhouding als dienstbetrekking moet worden beschouwd (artikel 4 sub f), is er sprake van een fictieve dienstbetrekking. Deze regeling noemen we in de wandelgangen de opting-in regeling. Ingevolge artikel 4 aanhef en lid f is er in een besluit opgesteld, het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 waar de opting-in regeling nader in is uitgewerkt. Wat zijn de voorwaarden voor opting-in? Ingevolge artikel 4 aanhef en lid f van de Wet op de Loonbelasting is er een besluit opgesteld, het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 waar de opting-in regeling nader in is uitgewerkt. Met name In artikel 2g van dat besluit zijn de voorwaarden opgenoemd: De voorwaarden zijn: dat er geen sprake is van dat de werkzaamheden waar we het over hebben, op basis van de toepasselijke wettelijke bepalingen een arbeidsovereenkomst opleveren; noch dat er sprake is van belastbare winst; dat voorafgaand aan het verdienen er zo’n gezamenlijke verklaring (zie hiervoor) wordt ingediend bij de inspecteur. Zodra er wél sprake is van winst uit onderneming, meldt degene die de arbeid verricht, dit aan de inspecteur (en eindigt de opting-in). Degene die gebruikmaakt of kan maken van de opting-in regeling wordt aangeduid als een ‘pseudo-werknemer’. Daarvoor is het uitgangspunt dat de arbeidsverhouding van hen geen echte of fictieve dienstbetrekking is. Een pseudo-werknemer kan samen met zijn opdrachtgever/beoogde inhoudingsplichtige (hierna: werkgever) ervoor kiezen om de tussen hen bestaande arbeidsverhouding voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen aan te merken als een dienstbetrekking. Deze regeling geldt dus niet voor de premieheffing werknemersverzekeringen! De inkomsten van de pseudo-werknemer worden belast als resultaat uit overige werkzaamheden. (Een toelichting over deze regeling is te vinden in het Handboek Loonheffingen (hoofdstuk 18.14) en/of het Handboek Ondernemen (hoofdstuk 10.10) van de Belastingdienst.) In het verleden gold een besluit van het Ministerie van Financiën, waarin een vraag en antwoord gedeelte is opgenomen, ten behoeve van de toepassing van de opting-in regeling. Dit besluit van 23 augustus 2002 (nr. CPP2002/1834M) welke ondertussen weer is ingetrokken, bevatte een uitvoerige toelichting over de toepassing van de opting-in regeling. Voor een goed begrip van de opting-in is het aan te raden om deze te raadplegen, ondanks dat deze toelichting is ingetrokken. Opting-in in de praktijk Opting-in is dus in feite een regeling die geldt voor iemand die niet in een arbeidsovereenkomst werkzaam is, maar ook geen winst uit onderneming geniet (in de wandelgang een ondernemer is). Hoe zit dat dan als er sprake is van een opting-in en de beoordeling of er sprake is van een arbeidsovereenkomst? Een uitspraak van Hof Den Haag van 24 september 2024 (met name punt 6.10) is in dit verband interessant en illustratief. Hierin verduidelijkt het hof de waarde van opting-in bij de beoordeling of er sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen een opdrachtgever en opdrachtnemer die voor opting-in hebben gekozen. In deze zaak werd het nettoloon betaald via een verloningsbedrijf, waarbij de opdrachtnemer en het verloningsbedrijf fiscaal hadden geopteerd voor werknemerschap (opting-in). Het hof oordeelde dat de wijze van betaling aan de opdrachtnemer op zichzelf niet leidde tot een (stilzwijgende) overgang van de arbeidsovereenkomst naar het verloningsbedrijf, noch tot het werkgeverschap van het verloningsbedrijf in arbeidsrechtelijke zin. De werkzaamheden en de gezagsverhouding tussen de opdrachtnemer en opdrachtgever bleven namelijk ongewijzigd. Het feit dat de opdrachtnemer heeft ingestemd met werken op basis van een overeenkomst van opdracht (in plaats van de eerdere werkwijze) is niet relevant voor de vraag of de overeenkomst moet worden gekwalificeerd als een arbeidsovereenkomst. De uitspraak maakt duidelijk dat opting-in op zichzelf geen arbeidsrechtelijke relatie kan doorbreken. Met andere woorden: eerst moet worden beoordeeld of de relatie waarbij iemand persoonlijk werk verricht, kan worden aangemerkt als een arbeidsovereenkomst. Is dat zo, dan is de contractuele vormgeving die daaronder wordt overeengekomen, van ondergeschikt belang. Dat geldt ook (misschien wel des te meer) voor de opting-in variant. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags loondienst, schijnzelfstandigheid | 20s Reacties
Vraag naar extern personeel daalt. Aandeel detachering stijgt Geplaatst 13 januari 2025 door ZiPredactie Het totaal aantal opdrachten voor externe professionals is aan het dalen. In heel 2024 lag het aantal aanvragen voor extern personeel nog 4,6% hoger dan het aantal aanvragen in 2023. Het vierde kwartaal van 2024 laat duidelijk een ander beeld zien: bijna 20% lager dan in Q4 van 2023. De maand december was in 2024 dan wel weer beter dan in december 2023. Dat meldt de Intelligence Group op basis van hun analyse van marktdata. Bron: vast/flex data van Intelligence Group Het marktdatabureau constateert ook dat er een flinke verschuiving is tussen detachering en zzp. 75,2% van alle aanvragen in december betrof een vraag naar (uitsluitend) detachering, in 24,8% van de gevallen werd er om een zzp’er gevraagd. Dit is het hoogste aandeel detachering in opdrachten sinds 2022, toen dit voor het eerst gemeten werd. Deze verschuiving in het laatste kwartaal van 2024 zal lastig los gezien worden van het vervallen van het handhavingsmoratorium. Bron: vast/flex data van Intelligence Group De cijfers dienen wel met enige nuance bekeken te worden. Intelligence Group baseert deze cijfers uitsluitend op data afkomstig van brokers en data uit inhuurportals. Het zijn met name meer institutionele inleners, zoals overheden en het grootbedrijf, die op deze manier invulling geven aan hun behoefte aan extern personeel. Sectoren die inhuur veel meer zelf regelen of via kleinere bureaus, denk aan bouw, logistiek, MKB maar ook delen van onderwijs en zorg, zitten niet in deze cijfers. Ook de uitzendarbeid is niet in deze cijfers opgenomen. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags detachering, inhuren, Intelligence Group | 4s Reacties
Voor de rechter: zzp-chauffeur rijdt schade en eist vervolgens loondienst op Geplaatst 13 januari 2025 door ZiPredactie De chauffeur verrichtte in februari en maart 2023 gedurende drie weken met zijn eenmanszaak chauffeursdiensten voor een transportonderneming. In die drie weken belandde hij twee keer met z’n vrachtwagen in een greppel. De vrachtwagen moest beide keren uit de greppel worden getakeld. De eerste keer betaalde de opdrachtgever daarvoor (€ 2450), de tweede keer de chauffeur (€ 1500). De transportonderneming verrekende de kosten van het takelen met de factuur van de zzp’er (4.386,25 inclusief btw). De opdrachtgever heeft € 1.412,75 van deze factuur betaald. Het restant is verrekend met de takelkosten en nieuwe buitenspiegels van de vrachtwagen. De chauffeur stelt dat hij werknemer is De chauffeur reageerde daarop door voor de rechter aanspraak te maken op een betaling van € 4.776; bestaande uit het restant factuurbedrag, de kosten betaald aan de takeldienst en incassokosten. Als verklaring gaf de chauffeur op dat hij niet als zzp’er, maar op basis van een arbeidsovereenkomst heeft gewerkt. Als werknemer kon hij niet aansprakelijk worden gehouden voor de schade. Dus mocht de opdrachtgever de schade niet verrekenen. Als argument voor een arbeidsovereenkomst stelde de chauffeur dat de afspraak aanvankelijk was dat hij loon zou ontvangen. Maar dat hij vervolgens verplicht werd om een factuur te sturen. Uiteindelijk heeft hij een factuur gestuurd vanuit zijn eenmanszaak om maar betaald te krijgen. De eenmanszaak is volgens de chauffeur niet actief maar stond nog wel ingeschreven, zodat hij die gegevens heeft gebruikt voor de facturatie. Volgens de opdrachtgever is afgesproken is dat de chauffeur een factuur zou sturen, vermeerderd met btw. Er is volgens hem nooit gesproken over loonbetaling. De opdrachtgever vordert voor de rechter veroordeling van de chauffeur tot betaling van een bedrag van € 10.144. Bovenop de takelkosten en het vervangen van de spiegels ligt er nog een offerte voor schadeherstel aan de buitenkant (€ 3.850). Ook is er een bedrag van € 3.300 betaald voor het laten ophalen van de vrachtwagen met een dieplader en het vervolgens vervangen van de koppeling van de vrachtwagen. Tot slot is er nog een verkeersboete binnengekomen, die door niet-betaling is opgelopen tot € 546,17. De rechter: zzp’er of arbeidsovereenkomst? De kantonrechter acht het niet aannemelijk dat de chauffeur om betaling van loon heeft gevraagd. De chauffeur stelt dat dit telefonisch is gebeurd, terwijl er tussen partijen veel app-berichten zijn gewisseld. In deze app-berichten wordt alleen gesproken over een factuur en wordt om gegevens voor de facturatie gevraagd. In geen enkel bericht wordt gevraagd om loon. De rechter bekijkt of de overeenkomst moet worden aangemerkt als arbeidsovereenkomst en weegt daarbij de gezichtspunten van het Deliveroo-arrest in onderling verband af. De chauffeur doet een beroep op het rechtsvermoeden van artikel 7:610a BW. Daarin staat dat iemand die voor een ander tegen beloning drie aangesloten maanden een bepaald aantal uren heeft gewerkt, dat werk op basis van een arbeidsovereenkomst heeft verricht. Dit rechtsvermoeden is in deze zaak niet van toepassing gezien de korte duur (drie weken) van de samenwerking. Het element van de verplichting om arbeid te verrichten ontbreekt volgens de rechter. De chauffeur kon zich laten vervangen door een ander en heeft dat in de praktijk ook gedaan. Via whatsapp liet hij weten niet meer te komen werken, wat wijst op de vrijheid om opdrachten al of niet te accepteren. Het feit dat er vanuit een eenmanszaak een factuur is gestuurd voor werkzaamheden en het overeengekomen bedrag per uur is vermeerderd met btw, past niet binnen het kader van een arbeidsovereenkomst. Daarbij geldt dat er een groot verschil is in beloning tussen de werknemers van de werkgever en de beloning van de zzp’ers: de werknemers ontvangen maar liefst 9 euro per uur minder. Ook een gezagsverhouding ontbreekt naar het oordeel van de kantonrechter. Niet de opdrachtgever, maar iemand anders heeft hem op diens eigen initiatief ingewerkt, wat niet past binnen een gezagsrelatie tussen werknemer en werkgever. Ook een gedane uitspraak dat hij “louter chauffeurswerkzaamheden verricht aan wie hem daarvoor inhuurt”, wijst op zelfstandigheid van de chauffeur. Conclusie De kantonrechter komt tot de conclusie dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst, maar een overeenkomst van opdracht. De zzp’er moet de schade die is ontstaan door de ongevallen vergoeden. Wel heeft de chauffeur recht op betaling van een klein deel van zijn vordering, omdat de opdrachtgever te veel heeft verrekend. De opdrachtgever heeft terecht de kosten van het takelen en het vervangen van de buitenspiegels verrekend, maar heeft geen recht op vergoeding van overige schade. Daarvoor kan het causale verband onvoldoende worden bewezen. Wat de verkeersboete betreft draagt de kantonrechter de opdrachtgever op bewijs te leveren dat de chauffeur die heeft veroorzaakt. Rechtbank Zeeland-West-Brabant, ECLI:NL:RBZWB:2024:8316, 3 januari 2025 Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags aansprakelijkheid, jurisprudentie, schijnzelfstandigheid | 4s Reacties
Welke goede voornemens hebben zzp’ers in 2025? Geplaatst 10 januari 2025 door ZiPredactie De meeste zzp’ers hebben het doel om hun omzet dit jaar te vergroten (39 procent). Des te opmerkelijker is daarom dat het tweede meest gegeven antwoord is om een goede werk-privébalans te creëren (38 procent). Zakelijke en persoonlijke goede voornemens lopen bij ZZP’ers door elkaar. Daarnaast wil meer dan een kwart minder werkstress ervaren in 2025 (29 procent), fysiek fitter worden (28 procent) en hun naamsbekendheid vergroten (26 procent). Financiële voornemens het populairst Dat de meeste zzp’ers hun omzet willen vergroten dit jaar is niet heel opmerkelijk. Des te interessanter zijn de redenen waarom anderen deze doelstelling niet hebben. De meesten geven aan dat zij deze niet hebben omdat zij hun financiële zaken al goed op orde hebben (64 procent). Anderen zeggen dat zij liever andere voornemens dan financiële maken (14 procent) of dat nadenken over financiële doelen hen stress geeft (12 procent). Mentale gezondheid Van de onderzochte zzp’ers geeft 49 procent aan dat hun mentale vitaliteit belangrijk voor hen is, en 39 procent geeft zelfs aan dat het heel erg belangrijk is.. Met name het krijgen van voldoende slaap (60 procent) en hobby’s en andere ontspanning (56 procent) scoren hoog. Bij de jongste generatie (Gen Z) is er veel aandacht voor een digital detox en is er het verlangen om hun schermtijd te verminderen (18 procent). Zzp’ers die hun gezondheid op peil willen houden, willen dat, naast voldoende slaap, doen door voldoende water te drinken op een dag (57 procent) en door te wandelen of fietsen in plaats van autorijden voor korte afstanden (49 procent). Een ergonomische werkplek inrichten en mindfulness technieken (zoals yoga, of meditatie) scoren laag (beide 12 procent). Pensioen Uit het onderzoek van Nationale Nederlanden blijkt dat bijna de helft van de zzp’ers geen pensioen opbouwt (42 procent). De meeste zzp’ers die wel pensioen opbouwen doen dat door zelf te sparen en te beleggen (44 procent). Het merendeel van deze groep doet dit door zelf te sparen (66 procent). Een andere groep doet dit door zelf te beleggen (26 procent) of door beheerd te beleggen (17 procent). De meest genoemde redenen om geen pensioen op te bouwen is vanwege de onregelmatige of ontoereikende inkomsten (37 procent). Andere redenen zijn de te hoge kosten van pensioenproducten (30 procent), de verwachting door te werken na pensioen leeftijd (22 procent) en de verwachting te kunnen leven van erfenissen en/of spaargelden (21 procent). Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags goede voornemens, onderzoek, zzp | Laat een reactie achter
Handhaving en 2025: stilte na de storm? Geplaatst 9 januari 2025 door ZiPredactie De laatste weken van 2024 werd Zzp- en Inhurend Nederland overladen met nieuws over het handhavingsmoratorium dat per 1 januari is komen te vervallen. Kamervragen en moties met de roep om een ‘zachte landing, onvrede onder zzp-organisaties,’ het ministerie van Financiën die voor de afhandeling van de toeslagenaffaire gewoon doorgaat met het inhuren van schijnzelfstandigen, de publicatie van het handhavingsplan van de Belastingdienst (met een toelichting van staatssecretaris Van Oostenbruggen) en – tot slot – een flink interview met diezelfde staatssecretaris. En dan zitten we ineens in 2025. Ongetwijfeld wacht een deel van de zzp’ers nog op een nieuwe opdracht (goede cijfers ontbreken nog). Ondertussen draait de wereld ook gewoon door. Betekende die hectische maand december de rust van januari? Of is de rust van januari juist de aanloop naar heel veel onrust in de komende maanden? Die vraag stond centraal in de eerste ZiPtalk podcast van 2025. Daarin probeerden Hugo-Jan Ruts en Narada Bouwland een antwoord te vinden op die vraag, samen met Margreet Drijvers (de programmamanager ZZP-dienstverlening bij de ABU) en Boris Emmerig (partner bij Holla Legal & Tax). De intermediairs liggen boven op de stap bij de Belastingdienst Wat duidelijk is, is dat de intermediaire sector mag rekenen op bovengemiddelde belangstelling van de Belastingdienst. De nodige bureaus hebben al een uitnodiging ontvangen voor een eerste oriënterend gesprek in januari. Dat de flexbranche extra aandacht krijgt, stond ook aangekondigd in het Handhavingsplan. In zijn interview met ZiPconomy legde staatssecretaris Van Oostenbruggen ook uit dat – omdat de intermediairs sector zich voorstaat op het hebben van kennis van de materie – extra aandacht ook logisch is. Staatssecretaris Van Oostenbruggen over handhaving en zzp: “We moeten nu echt een bocht door.” Emmerig kan zich daar wel iets bij voorstellen. “Intermediairs kun je met een mooi Duits woord de ‘Dreh- und Angelpunkt’ van de arbeidsmarkt noemen. Zij nemen daar een belangrijke positie in.” Hij ziet ook wel een voordeel als je als bureau snel aan de beurt bent. “Als ik intermediair was, zou ik zo’n brief van de Belastingdienst eerder als een kans dan als een bedreiging zien. Het biedt de mogelijkheid om buiten de geharnaste kaders van een belastingcontrole in gesprek te gaan over wat wel en niet kan.” Onmogelijke positie Margreet Drijvers constateert wel dat bureaus momenteel wel in een spagaat zitten, onder druk van opdrachtgevers die toch door willen met zzp’ers ondanks dat die als schijnzelfstandigen gezien zouden moeten worden. “De leden van de ABU willen het graag goed doen, maar die worden wel in een onmogelijke positie geplaatst. Ze lopen tegen de verzoeken van de opdrachtgevers aan, de arbeidsmarktkrapte, maar ook de zzp’ers die zeggen: ja, ik ga het gewoon niet doen op detacheringsbasis of uitzendbasis.” Dat het Ministerie van Financiën zelf door wil met schijnzelfstandigen bij de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen en daarmee bureaus feitelijk vraagt de wet te overtreden, is ook wat dat betreft geen prettig voorbeeld. Het zzp-dossier en wetgeving in 2025: harde of zachte landing? Vier voorspellingen van vier experts. Er ligt hier namelijk ook nog een extra risico voor deze intermediairs, legt Emmerig uit. “Als het fiscale nadeel voor de Staat meer dan 100.000 euro is, dan zijn er richtlijnen binnen de Belastingdienst die zeggen dat een inspecteur dit moet bespreken met een speciale boete-inspecteur en het Openbaar Ministerie. Dan kan strafrechtelijke vervolging aan de orde zijn.” Een intermediair die flink wat zzp’ers aan het werk heeft en ten onrechte geen loonheffing heeft afgedragen, zit al snel boven die 100.000 euro. Dat geldt ook voor een aantal intermediairs betrokken bij het UHT. “Een klant van een intermediair mag niet verwachten dat een intermediair ook strafrechtelijke risico’s gaat lopen. Dat raakt echt aan de reputatie van de intermediair.” Aan de slag Verhalen over een zachte landing betekent in ieder geval niet dat intermediairs en opdrachtgevers rustig kunnen afwachten. Daarover zijn Emmerig en Drijvers het eens. Maar ze zijn het niet eens over het feit of de regels nu duidelijk zijn. “Er is best wel veel duidelijkheid in de jurisprudentie. Je moet het gewoon stap voor stap doen en niet in paniek raken”, aldus Emmerig. Drijvers blijft het merkwaardig vinden er handhaving plaatsvindt zonder een nieuwe wet die de criteria verduidelijkt. “Je kan de afweging nu eigenlijk niet maken zonder een externe adviseur, dat zou je niet moeten willen.” Dat de verschillende informatie websites van de overheid maar matig op elkaar zijn afgestemd, helpt daar niet bij. Emmerig ziet nog wel een voordeel. “Het kwalificeren van arbeidsrelaties blijft een weging van alle omstandigheden, wat vaak niet zwart-wit is maar grijs. Maak die afweging en leg het vooral vast. Dan heb je een pleitbaar standpunt. In een mogelijk discussie met de Belastingdienst krijg je wellicht geen gelijk, maar met zo’n pleitbaar standpunt krijg je in ieder geval geen boete en kan er ook geen sprake zijn van een een strafrechtelijke vervolging waar ik het eerder over had”, legt Emmerig uit. Luister de hele podcast hier terug en hoor daar ook wat Emmerig en Drijvers verwachten van de Hoge Raad, die binnenkort een uitspraak doet het gewicht die het criterium ‘extern ondernemerschap’ behoort te hebben (zie daarover ook onderstaand artikel) Lees ook: “Het extern ondernemerschap-criterium is ‘ook van belang’ en niet van ‘onderschikt belang’ ’’ Geplaatst in ZP en Politiek | Tags handhavingsplan, schijnzelfstandigheid, wet dba, ZiPTalk | Laat een reactie achter