Belangrijk voor opdrachtgevers: waarom soft skills het verschil maken in het selectieproces Geplaatst 23 januari 2025 door HeadFirst Group Bij het zoeken naar de ideale professional ligt de nadruk vaak op harde vaardigheden zoals diploma’s, technische kennis en ervaring. Toch blijkt uit een recente analyse van HeadFirst Group dat het vaak de soft skills – persoonlijke eigenschappen en sociale vaardigheden – zijn die de doorslag geven bij de uiteindelijke keuze. Opvallend is dat deze vaardigheden zelden expliciet worden benoemd in de selectiecriteria van opdrachtgevers. De verborgen waarde van soft skills Hoewel harde vaardigheden, zoals vakkennis en ervaring, essentieel lijken, blijkt uit de ervaring van Ton Sluiter, Manager Data bij HeadFirst Group, dat juist de soft skills een cruciale rol spelen in de laatste selectie. Vragen als: Hoe communiceer je? Hoe ga je om met stress? En hoe functioneer je in teamverband? zijn vaak net zo belangrijk, zo niet belangrijker, dan de technische kennis waarmee professionals zichzelf presenteren. Headfirst Group maakte een analyse van de profielen van professionals die wel op de shortlist kwamen, maar uiteindelijk niet werden aangenomen, en van degenen die wel geselecteerd werden. Hieruit bleek dat soft skills vaak doorslaggevend zijn. Opvallend is dat de benodigde soft skills sterk variëren, afhankelijk van de sector en de specifieke wensen van de opdrachtgever. Soft skills per sector De analyse bracht verschillende trends aan het licht, die per sector kunnen variëren. Enkele opvallende bevindingen: Technologiebedrijven: Procesgericht werken, kennis van scrum-methodologieën en een vriendelijke houding zijn cruciaal voor succes in grote technologiebedrijven. Professionals met deze eigenschappen maken aanzienlijk meer kans om aangenomen te worden. Overheidsinstellingen: In overheidsorganisaties waar complexe structuren en politieke gevoeligheden spelen, zijn Agile leiderschap en stressmanagement van groot belang om effectief te functioneren in een onvoorspelbare en veeleisende werkomgeving. Financiële instellingen: Kritisch denken en servicegerichtheid zijn essentieel voor banken en andere financiële instellingen, waar klantcontact en weloverwogen beslissingen centraal staan. Deze bevindingen benadrukken niet alleen het belang van soft skills in het selectieproces, maar ook de rol die ze spelen in de prestaties van professionals op de werkvloer. Professionals die goed aansluiten bij de gewenste soft skills presteren doorgaans beter en blijven langer in hun rol. Voorbeeld belangrijke klant specifieke softskills Integratie in de praktijk Op basis van de onderzoeksresultaten onderzoekt Sluiter hoe deze inzichten beter benut kunnen worden in de praktijk. Door soft skills een prominentere rol te geven in de matchingalgoritmes, kan niet alleen de technische match worden verbeterd, maar ook een persoonlijkheids- en werkstijlmatch worden gegarandeerd. Dit helpt organisaties om professionals te selecteren die niet alleen geschikt zijn voor de opdracht, maar ook passen binnen de cultuur en dynamiek van het team. Soft skills voor de toekomst In een steeds dynamischer wordende werkomgeving zijn technische vaardigheden vaak niet genoeg om succesvol te zijn. Soft skills bepalen hoe je functioneert in een team, hoe je omgaat met veranderingen en hoe je communiceert in diverse situaties. Deze vaardigheden zijn onmisbaar, vooral in sectoren die afhankelijk zijn van samenwerking en klantinteractie. Voor professionals betekent dit dat het niet langer voldoende is om alleen je vak-expertise te tonen. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags opdrachtgevers, selectieproces | Laat een reactie achter
De VVD in de zzp-campagnemodus: stevige wensen, politieke haalbaarheid onzeker. Geplaatst 22 januari 2025 door Hugo-Jan Ruts De VVD bijeenkomst gisterenavond over ‘De Toekomst van de zzp’er’ gaf een aardig inzicht de wensen van de partij. Kamerlid Thierry Aartsen had de avond geïnitieerd, hij had partijleider Dilan Yeşilgöz kunnen strikken als gespreksleider. Het is een partij in campagnemodus, met een volle zaal die meer verwacht van de partij (“Waar waren jullie de afgelopen jaren?” en “Waarom heeft de VVD dit laten gebeuren?”). De anoniem in de zaal aanwezige Eric Wiebes, voormalig staatssecretaris en verantwoordelijk voor de Wet DBA, keek wat beteuterd bij. Geluiden in de zaal gingen (voorspelbaar) over ruimte geven voor individuele keuze en (herkenbaar) vooral toch duidelijke regels rond inhuur. Met de brede angst dat ambtenaren en de Belastingdienst door gemis aan politieke sturing nu de ruimte pakken om het aantal zzp’ers flink in te perken (“Dit wordt een toeslagenaffaire 2.0. Als individuele zzp’er kan je nooit tegen die machtige Belastingdienst op.”). Maar (opvallend) opmerkingen als “een automobilist moet zich verplicht verzekeren, niet zo raar als dat ook voor een zzp’er geldt,” en “je kan te makkelijk zzp’er worden en moet weer iets als een middenstandsdiploma komen” kregen flink wat applaus van de gemêleerde zaal met zo’n driehonderd aanwezigen. De op LinkedIn zeer actieve Thierry Aartsen zocht het gesprek met de zzp’er, met Yeşilgöz aan zijn zijde. De VVD fractievoorzitter zette stevig in: “Het is voor mij een principieel punt: als je grip wil hebben op hoe je wilt werken en wilt leven, hoe je kansen pakt en zelf creëert en regels belemmeren dat vervolgens, dan leven we niet in een eerlijk land.” En, in reactie op opmerkingen op het twee jaar moeten door betalen van zieke medewerkers: “Werkgevers wordt gestraft als je personeel aannemen. Eindeloos proberen we dat als VVD te veranderen, tot onze grote frustratie lukt dat maar niet.” De VVD schept zo verwachtingen onder zzp’ers en zet de politieke verhoudingen op scherp. Zeker omdat ook Aartsen stevige standpunten inneemt: “Het feit dat het arbeidsrecht dwingend recht is, is een fundamenteel probleem,” en “Goed dat de Hoge Raad uitspraken doet, maar ten principale moet de politiek de regels bepalen.” Uitspraken die Aartsen doet in aanloop naar een debat over de Wet VBAR, die nu juist niets anders doet dan rechterlijke uitspraken over de inhuurregels van zzp ‘verduidelijkt’. Aartsen maakt zo duidelijk dat hij wat anders wil dan die VBAR. Hij kijkt daarbij nadrukkelijk naar de arbeidsrelatiewet uit België, vraagt aan aanwezige zzp’ers om mee te denken, maar zoekt ook politieke steun. Die is nog namelijk verre van zeker. Het invoeren van de VBAR is afgesproken in het regeerakkoord en verantwoordelijk NSC-minister Van Hijum (SZW) is over dit onderwerp vooralsnog stil. De Tweede Kamer praat in maart verder over het zzp-beleid. De VVD gaat ondertussen het land in met meer van deze bijeenkomsten en voert met die campagne de druk ook verder op. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags Thierry Aartsen, VVD | 6s Reacties
Tien opmerkelijke zaken in het dossier schijnzelfstandigheid Geplaatst 21 januari 2025 door Joost van Ladesteijn Vooral door de opheffing van het handhavingsmoratorium per 1 januari 2025 is het dossier schijnzelfstandigheid aanhoudend dagelijks nieuws. Wat valt op? 1. Het Malieveld is leeg Op het Malieveld staan niet honderdduizenden ZZP’ers te demonstreren. Er zijn geen posters op ruiten geplakt. Enige petitie komt niet verder dan “Stop handhaving Wet DBA”, waarop niet wordt gehandhaafd. Op basis van diverse communicaties kan inmiddels worden vastgesteld dat (ook echte) zzp’ers op grote schaal opdrachten verliezen, zelfs door met elkaar optrekkende werkgevers. Meer fundamenteel dan dit wordt het niet; dit gaat over brood op de plank. Maar hoe belangrijk wordt dit nu echt gevonden? Zelfstandigen hebben drie zetels in de SER. Heeft de SER zich al uitgesproken over het massale verlies aan opdrachten door (ook echte) zzp’ers? 2. Rechtsbescherming Rechtsbescherming is Leitmotiv in het dossier schijnzelfstandigheid, maar de rechtsbescherming van zzp’ers komt mondjesmaat aan bod. Zij zijn geen rechtelozen. Grondrechten als de vrijheid van arbeidskeuze en de vrijheid van ondernemerschap worden minimaal betrokken in het debat over schijnzelfstandigheid (reeds door enkel de term “werknemersbescherming” te laten vallen). Daarbij scoren zzp’ers prima op brede welvaart op basis van onderzoek van RaboResearch. Brede welvaart was voor de verantwoordelijk minister een belangrijke reden voor de arbeidsmarkthervorming (Hoofdlijnenbrief Arbeidsmarkt d.d. 5 juli 2022, p. 5). 3. Het waterbed-effect Het devies “vast minder vast” wordt hooguit lippendienst bewezen. Uit diverse analyses – zeg – afgelopen 30 jaar volgt dat het zogenaamde waterbed-effect een belangrijke verklaring vormt voor de opkomst van zzp’ers en schijnzelfstandigheid. Op basis van diverse wetsvoorstellen wordt “flex minder flex”, maar “vast niet minder vast”. Er wordt gekeken naar Europa voor “flex minder flex”, maar afschaffen van de internationaal unieke preventieve ontslagtoets uit 1945 staat überhaupt niet op de agenda. Schijnzelfstandigheid als uitvloeisel van geen goed werkgeverschap komt minimaal aan bod, alsook de deflexibiliserende effecten van alsmaar uitdijende cao’s met verplichtingen op alle denkbare terreinen, waaronder roosters. Sowieso blijft de werking van de polder uit beeld. Zo worden waterbedden onvoldoende geadresseerd. 4. Deliveroo-arrest niet de norm Verschillende partijen lijken meer gewicht aan de adviezen van advocaat-generaal De Bock over schijnzelfstandigheid toe te kennen dan aan wat de Hoge Raad daarover heeft overwogen. Effectief blijven diverse partijen in de praktijk vooral kwalificeren met als vertrekpunt organisatorische inbedding, terwijl de Hoge Raad heeft overwogen in het Deliveroo-arrest dat dit geen doorslaggevend criterium is. Herhaaldelijk heeft de Hoge Raad nu overwogen dat een volgordelijke tweefasenleer geldt (“eerst uitleggen, dan kwalificeren”) en een holistische toets (“alle omstandigheden van het geval in onderling verband bezien”, deze zijn relevant bij het beoordelen of een overeenkomst als een arbeidsovereenkomst moet worden aangemerkt) met referte aan het Haviltex-arrest uit 1981 en het Groen/Schoevers-arrest uit 1997. Ondertussen bevat de Webmodule Beoordeling Arbeidsrelatie bewust niet alle gezichtspunten van het Deliveroo-arrest, bevestigd in een Kamerbrief van de verantwoordelijk bewindspersoon op 12 december 2024. 5. Arbeidsovereenkomst niet sneller aangenomen De diverse uitspraken (van lagere rechters) na het Deliveroo-arrest krijgen beperkt aandacht. Rechters hebben geen moeite met de holistische toets. Er wordt niet sneller een arbeidsovereenkomst aangenomen. Ongeveer 50/50 wordt werknemerschap of opdrachtnemerschap aangenomen, na weging van alle feiten en omstandigheden. Ook valt op dat er weinig onduidelijkheid of discussie bestaat in de commerciële arbeidsrechtpraktijk. Voor hen is dit niet complex of onduidelijk. Het recht bevat honderden holistische toetsen, waarover de Hoge Raad zich frequent uitlaat. 6. Wetsvoorstel intrekken? Waarom is het wetsvoorstel Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden nog niet ingetrokken? Meer kritiek op een wetsvoorstel is eigenlijk niet denkbaar. Via de internetconsultatie zijn meer dan 1100 kritische reacties ingediend. Alle onafhankelijke organen hebben zorgvuldig fundamentele kritieken geuit: het Adviescollege Toetsing Regeldruk, de Raad voor de Rechtspraak en de Afdeling advisering van de Raad van State. Volgens de Belastingdienst is in 95% van de gevallen duidelijk of een overeenkomst als arbeidsovereenkomst moeten worden aangemerkt. Dat maakt het potentiële effect van de Wet VBAR “best case” non-significante procenten (voorzover dat er (in positieve zin) dus überhaupt zal zijn). De WVBAR blijft echter hangen boven de markt, geduwd met “statement wetenschap” als in een reclame dat de was nu nog schoner zal zijn. Het zou goed zijn voor de zuiverheid van het debat als partijen bijvoorbeeld in de media lidmaatschappen en commissierollen kenbaar maken. Voorts blijft in de praktijk terugkomen dat de Belastingdienst op basis van de Wet VBAR zou handhaven. De Belasting heeft geen stem over zo vaak heeft zij inmiddels gecommuniceerd dat er niet wordt gehandhaafd op de Wet VBAR (nota bene een wetsvoorstel welke nog niet in behandeling is bij de Tweede Kamer) en de Wet DBA. 7. De risicomijdende herkwalificatie Bij eenzelfde en ongewijzigde toets voor het beoordelen of een overeenkomst als een arbeidsovereenkomst moet worden aangemerkt, bestaat onvoldoende besef dat een risicomijdende herkwalificatie voor de fiscaliteit voor de toekomst, “risico-preferent” kan zijn voor het arbeidsrecht en het pensioenrecht voor het verleden. Prima om te zeggen dat een zzp’er werknemer is, maar consistentie verplicht dan wel dat dit ook doorwerkt naar het verleden. Het is een retorische vraag of zzp’ers bij een voorstel in dienst te treden ook steeds een compensatie krijgen voor opgebouwde, niet genoten vakantiedagen in het verleden. Het vraagstuk over het ontstaan van pensioenaanspraken met terugwerkende kracht door de herkwalificatie van een zzp’er tot werknemer, waaronder de omgang met de implicaties bij verwezenlijking van dit risico, is ernstig onderbelicht, zoals ook de Afdeling advisering van de Raad van State al aantekende in haar advies van 7 november 2024. 8. Onvoldoende kennis Dataverzameling is bij tal van partijen ondermaats en daarmee de kwaliteit van besluitvorming en de besluiten. Bestendig blijkt dat verschillende partijen, die zichzelf geregeld zelfs specialist noemen, niet bekend zijn met de inhoud van enkele pagina’s aan primaire bronnen, zoals de Toelichting Beoordeling Arbeidsrelatie (7 pp. met voor- en achterblad). Er wordt ook beperkt begrepen dat de Belastingdienst “slechts” de handhaver is ten aanzien van de fiscaliteit (met kortweg een arbeidsrechtelijke toets); niet ten aanzien van het arbeidsrecht en het pensioenrecht. De afgelopen – zeg – 30 jaar is er geen track record van wetgeving als succesvol arbeidsmarktinstrument. De recente arbeidsmarktvoorstellen zijn onvoldoende gekwantificeerd. Dit maakt ook zaken niet meetbaar. Zo ontbreekt adequaat zicht, As-Is en To-Be, op het aantal schijnzelfstandigen, het grijze gebied, het aantal zelfstandigen, alsmede de effecten van maatregelen los en in samenhang bezien. Noties als “brede welvaart” en “bestaanszekerheid” zijn nu eenvoudig multi-inzetbaar en relativeren in te vergaande mate bedrijfskundige en economische analyses. In diverse dossiers zou reeds een business case helpen en ook tonen dat mensen serieus worden genomen voor draagvlak. Te simpel: sociale zekerheid levert nu X op. Dat zou Y moeten zijn, want A met ook verwachting B. Met C aantal meer werknemers betekent dat D. Hier staat tegenover E, naar F etc. Let wel: het zou dan ook zo maar kunnen dat mensen bereid zijn verdergaand bij te dragen aan het “Nederlandse verdienvermogen” op basis van een onderbouwde afweging in plaats van dat one-liners weerstand oproepen. Erken daarbij bij keuzes zo nodig ideologie in plaats van zaken dan voor te stellen als wetmatigheden, zoals de Commissie van Werk het eerste deed op bijvoorbeeld p. 14 van haar rapport: “De Commissie is zich er terdege van bewust dat specifieke keuzes omtrent de technische invulling van de maatregelen sterk ideologisch van aard kunnen zijn.” Dat maakt breed debat mogelijk en verbetert het besluitvormingsproces. 9. Negatief effect op ons vestigingsklimaat Onvoldoende lijkt te worden beseft dat er een omgekeerde Brexitfase zich voordoet ten koste van het Nederlandse vestigingsklimaat voor bijvoorbeeld sectoren waar remote werken mogelijk is (ook bij AI-transities). Dan kunnen partijen overwegen niet langer via Nederland te plannen, mede door alle onrust en onvoorspelbaarheid, alsmede andere indicatoren die steevast terugkomen in verschillende indexen. Wanneer Nederland inzet op meer locatie-agnostisch werk, dient vooral Economische Zaken hierop scherp te zijn. Bijvoorbeeld: in hoeverre vindt de beoogde Nederlandse productiviteitsvergroting vanuit Nederland straks plaats in het kader van de (landen)concurrentiepositie van Nederland? Ook hier helpt het concretiseren van zaken via een business case. 10. De menselijke maat ontbreekt De maatschappelijke realiteit is er één van pluriformiteit en een heterogene arbeidsmarkt. Indien de Belastingdienst geen stem meer heeft van alle communicaties dat zij niet handhaaft op basis van de Wet DBA en de Wet VBAR, dan is het Sociaal Cultureel Planbureau schor van het benadrukken van de importantie van pluriformiteit in onder andere beleidsvorming. Partijen als het SCP kunnen nog meer onderzoeken verrichten, maar genoegzaam mag duidelijk zijn inmiddels dat dé uitzendkracht, dé thuiswerker, dé zzp’er en dé werknemer niet bestaan. Voor de “menselijke maat” is het rekening met de concrete feiten en omstandigheden houden cruciaal. Dit verklaart mede de opleving van het evenredigheidsbeginsel in het publiekrecht in het verlengde van de toeslagenaffaire. De arbeidsmarktvoorstellen bewegen echter een andere kant op met onder andere one-size-fits-all-oplossingen. Daarmee kunnen zaken van vast zelfs muurvast worden met alle gevolgen van dien met uiteindelijk mogelijkerwijs twee vergelijkbaar onaantrekkelijke contractsvormen. Conclusie Een vergelijking dringt zich op met het beoordelen of een overeenkomst moet worden aangemerkt als arbeidsovereenkomst. Wat je herhaaldelijk in besluitvormingsprocessen ziet gebeuren, is dat uit een groter verhaal willekeurig enkele omstandigheden worden gehaald en leidend gemaakt om vervolgens daaromheen een verhaal te maken, zoals met organisatorische inbedding bij het beoordelen of een overeenkomst moet worden aangemerkt als arbeidsovereenkomst. Er wordt niet stap voor stap van links naar rechts gewerkt met eerst het verzamelen van alle feiten en omstandigheden. De uitlegfase wordt zogezegd niet eerst correct en volledig doorlopen en afgesloten. Vooruitlopen op de kwalificatiefase, waaronder door het centraal stellen van de wenselijkheid van uitkomsten, beïnvloedt negatief de kwaliteit van de uitlegfase als fase van dataverzameling en vaststellingsronde. Het gebrek aan kwaliteit in besluitvormingsprocessen vertaalt zich in de kwaliteit van de uitkomsten. Dan maar een Wet VBAR: It’s Alive! Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags schijnzelfstandigheid, Wet VBAR | 10s Reacties
Webmodule arbeidsrelaties ligt onder vuur Geplaatst 20 januari 2025 door Boris Emmerig Met de uitdrukking “Computer says no” wordt gedoeld op gedrag van (publieke) organisaties die puur op basis van wat een computer zegt, beslissingen nemen die vaak indruisen tegen het gezonde verstand. De uitdrukking komt uit de Britse komedieserie “Little Britain”. Op 12 december 2024 heeft Minister van Sociale Zaken Eddy van Hijum antwoord gegeven op vragen van VVD-Tweede Kamerlid Thierry Aartsen over de Webmodule beoordeling arbeidsrelaties. Bij het lezen van de antwoorden schoten de woorden “Computer says no” door mijn hoofd. De antwoorden zijn belangrijk omdat het mijn waarneming is dat de Belastingdienst vaak de webmodule gebruikt. De volgende punten springen eruit: Aan de webmodule kan geen zekerheid worden ontleend. De uitkomst van de webmodule is juridisch niet houdbaar in een geschil met de Belastingdienst. Omgekeerd geldt dat dus ook. Volgens Van Hijum heeft de Raad van State geen kritiek op de webmodule. Het klopt dat de Raad van State geen kritiek heeft op deze specifieke webmodule, maar wel op de systematiek en opzet van een vergelijkbare webmodule omdat niet duidelijk is of er wel invulling kan worden gegeven “aan de casuïstiek van het individuele geval“. Van Hijum erkent dit ook. Ergo, er is wel kritiek van de Raad van State. Volgens Van Hijum vraagt de webmodule alle Deliveroo-criteria uit. Wat mij betreft is dat meer geluk dan wijsheid omdat de webmodule dateert uit 2021 en het Deliveroo-arrest uit 2023. Bovendien klopt de stelling niet. Van Hijum erkent dit ook voor het criterium “extern ondernemerschap” van de zzp’er. Andere elementen komen in zeer wisselende omvang aan bod. Ook dat onderkent van Hijum met de opmerking “dat de praktijk dusdanig complex en divers is dat een standaard instrument zoals de webmodule nooit met alle feiten en omstandigheden van het individuele geval rekening kan houden.” Van Hijum bevestigt dat er verwarrende informatie is opgenomen op de website hetjuistecontract.nl inzake bemiddelingsbureaus. Eerder constateerde hoofdredacteur van ZiPconomy Hugo-Jan Ruts dit al. Van Hijum belooft de website aan te passen, maar op de site is geen erratum opgenomen. Heeft deze aanpassing dan wel plaats gevonden? Van Hijum stelt dat uit de feedback van gebruikers van de webmodule blijkt dat een groot deel tevreden is over de webmodule. De helft zou de webmodule een 8 of hoger geven. Really? Van Hijum belooft dat het aantal voorbeelden op hetjuistecontract.nl “de komende tijd” zal worden aangevuld. Dat is nog steeds niet gebeurd. Waarom niet? Gelet op alle tekortkomingen van de webmodule, komt de vraag aan de orde of het niet beter zou zijn om de Belastingdienst te verbieden deze nog langer te gebruiken bij de handhaving. Het gaat sowieso te ver om te stellen dat de webmodule “een concrete indicatie” geeft (zoals het juistecontract.nl doet). Geplaatst in ZP en Politiek | Tags belastingdienst, handhaving wet DBA, Holla, Webmodule, Webmodule beoordeling arbeidsrelatie | 4s Reacties
Trump wil pro-platform advocaat als tweede man op Ministerie van Arbeid Geplaatst 20 januari 2025 door ZiPredactie Donald Trump heeft Keith Sonderling genomineerd als vice-minister voor het Ministerie van Arbeid (DOL). Zowel in zijn rol van advocaat als in die van lid van overheidscommissies, liet Sonderling zien een pleitbezorger te zijn van platformwerk en deregulering. Volgens het advocatenkantoor Littler zal Sonderling – met zijn nauwe banden met het bedrijfsleven en voorkeur voor een deregulatoir beleid – een belangrijke aanvulling zijn op de beoogde minister, Chavez-DeRemer, met zijn arbeidersvriendelijke aanpak. Pragmaticus Sonderling was eerder commissaris bij de Equal Employment Opportunity Commission (EEOC) onder de Biden-administratie en diende als plaatsvervangend beheerder van de Wage and Hour Division (WHD) tijdens Trumps eerste termijn. Hij wordt omschreven als een pragmaticus en voorstander van duidelijke richtlijnen voor bedrijven. Hij speelde in de eerste termijn van Trump een sleutelrol in het uitbrengen van 80 opiniebrieven — officiële instructies over hoe wetten moeten worden nageleefd in specifieke situaties. Het moet bedrijven in staat stellen juridische risico’s te vermijden. Ter vergelijking: tijdens de Biden-administratie werden slechts zes van dergelijke brieven uitgegeven, wat volgens critici leidde tot meer onzekerheid voor werkgevers en opdrachtgevers. Voorstander van de gig-economie In 2019 was Sonderling medeauteur van een richtlijn waarin duidelijk werd dat werkenden die hun diensten aanbieden via een ‘virtueel marktplaatsplatform’, zoals apps, als zelfstandigen beschouwd dienen te worden en niet als traditionele werknemers. Deze interpretatie bood bedrijven in de platformeconomie, zoals Uber en DoorDash, de mogelijkheid hun bedrijfsmodel — gebaseerd op flexibele, freelance arbeidskrachten — voort te zetten. Dit was destijds een controversieel besluit. Vakbonden drongen erop aan dat gig-werkers juist als werknemers moesten worden geclassificeerd, om zo bijvoorbeeld recht op een minimumloon te hebben. Toen de Biden-administratie in 2021 aantrad, werd deze richtlijn ingetrokken, wat een rem zette op de groei van de gig-economie. Als minister van het ministerie heeft Trump Lori Chavez-DeRemer op het oog. Een kandidaat met een heel ander profiel. Ze is vrij onervaren en staat bekend om haar pro-vakbond houding. Een zeldzaamheid binnen de Republikeinse partij. Chavez lijkt meer te passen bij Trumps lijn om banen van Amerikanen te beschermen tegen arbeidsmigratie en het verplaatsen van arbeid naar lagelonenlanden. Meer weten over hoe in de VS aangekeken wordt tegen wet- en regelgeving rond freelancers? Zie daarvoor de ZiPconomy-paper “Internationaal perspectief op zzp-wetgeving: Wat Nederland kan leren van andere landen” met meer achtergrond over deze discussie in de VS, maar ook België, Frankrijk, Duitsland, Spanje, Canada en het Verenigd Koninkrijk. De paper is hier te vinden. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags platformeconomie, Trump, Verenigde Staten, zzp-wetgeving | Laat een reactie achter
De echte zzp’er wil echt niet in dienst Geplaatst 16 januari 2025 door Mariët van Deventer ‘Mariët, wat moet ik doen? Ze willen me alleen nog maar laten werken in dienstverband of via detachering, maar ik wil mijn zelfstandigheid niet opgeven.’ Ik krijg de laatste maanden regelmatig dit soort telefoontjes van zzp’ers. Overheden hebben namelijk een opdracht: inhuur verminderen. Ze voelen bovendien meer urgentie, omdat de Belastingdienst per 1 januari 2025 strenger gaat handhaven op schijnzelfstandigheid. Daarom vragen de opdrachtgevers hun zelfstandig professionals in vaste dienst te treden of te werken via detachering. Doel voorbij Het is een paniekreactie waarmee organisaties hun doel voorbij schieten. De meeste van de huidige zzp-opdrachten voldoen momenteel namelijk gewoon aan wet- en regelgeving. Bij Compagnon zijn we kritisch en nemen we ieder contract onder de loep. Als blijkt dat een opdracht niet geschikt is voor een zzp’er, dan doen we daar iets aan. Maar in de praktijk zijn de meeste lopende projecten weldegelijk geschikt voor zelfstandigen. Wie deze opdrachten exclusief uitzet voor gedetacheerden, loopt al gauw tegen problemen aan op deze krappe arbeidsmarkt. De meeste echte zelfstandigen willen namelijk helemaal niet in loondienst. Terwijl de opdrachtgever vaak hun expertise hard nodig heeft. Zorgen en problemen Zzp’ers gaan vervolgens op zoek naar andere opdrachten en vinden die vaak snel, want de arbeidsmarkt is krap. Toch maken ze zich ook zorgen. Zelfstandigen werken graag voor overheden en doen daar vaak nuttig werk. Bovendien is het waardevol dat zij hun lopende projecten afmaken. Ondertussen weten opdrachtgevers maar al te goed dat ze niet met alle inhuur kunnen stoppen. Dan hebben ze een groot probleem. Dat bleek onlangs bijvoorbeeld ook bij de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT), onderdeel van de Dienst Toeslagen. De UHT moest zzp’ers vervangen door vast personeel of gedetacheerden, maar dat lukt niet. Dan loopt de afhandeling van de dossiers namelijk forse vertraging op, dat wil niemand. Daarom blijft het ministerie de komende jaren schijnzelfstandigen inhuren voor de hersteloperatie. Het ministerie belooft eventuele boetes en naheffingen voor bemiddelingsbureaus te vergoeden. Blijf rustig Kortom, zzp’ers vervangen door vaste contracten gaat niet zomaar. Bovendien is het lang niet altijd nodig. De overhaaste reacties van opdrachtgevers komen vooral door gebrek aan kennis. Wanneer mag je een zzp’er inhuren? Als dat duidelijk is, zal de paniek afnemen. Ik adviseer zowel opdrachtgevers als zelfstandigen om rustig te blijven en even af te wachten. Wil je meer informatie, vraag dan hulp. Wij organiseren bijvoorbeeld informatiebijeenkomsten en individuele adviesgesprekken. Daarin leggen we uit hoe je op de juiste manier omgaat met zzp-projecten. Want zolang je aan de wet voldoet, moet je kunnen werken zoals je kiest. Voor echte ondernemers, zijn dat mooie zzp-opdrachten. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags schijnzelfstandigheid, wet dba, zzp | 14s Reacties