Kabinet: arbeidsongeschiktheidsstelsel voor werknemers verbeteren. Geen stelsel voor alle werkenden Geplaatst 28 januari 2025 door Hugo-Jan Ruts Het kabinet wil het huidige arbeidsongeschiktheidsstelsel ‘verbeteren en vereenvoudigen’. Het kabinet kiest daarbij niet voor de variant ‘Basis voor werkenden’ waarbij er één gelijke regeling voor alle werkenden zou moeten komen, dus inclusief zelfstandigen. Dat schrijft het kabinet in een brief aan de Tweede Kamer. De ‘verbetervariant’ is een van de opties uit een Onafhankelijke Commissie Toekomst Arbeidsongeschiktheidsstelsel (Octas). Op dat spoor gaat het kabinet nu verder. De Commissie Borstlap adviseerde eerder toe te werken naar een contractneutraal stelsel. Zowel zzp-organisaties als belangenbehartigers in de flexbranche pleiten daar voor. WIA onuitvoerbaar Minister Eddy van Hijum: “Ik wil een sociale zekerheid die werkt voor mensen. Dat is nu te vaak niet het geval. Er is de afgelopen jaren een stelsel gebouwd dat alleen voor experts te begrijpen is, maar voor zowel de uitvoerders als de mensen die ervan afhankelijk zijn ondoorgrondelijk is. Dat moet anders en beter. Het stelsel moet een stuk eenvoudiger. Maar vereenvoudigen is niet makkelijk, er zijn geen simpele oplossingen. Maar we moeten hier werk van maken, zodat mensen zich gehoord voelen, uitvoerders hun werk kunnen doen en het stelsel menselijker wordt.” De minister sluit zich aan bij het oordeel van de Algemene Rekenkamer dat de huidige wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA) onuitvoerbaar is geworden. Onlangs bleek er ook sprake te zijn van ernstige fouten bij het toekennen van deze uitkering. BAZ blijft complex Naast dit verbeterplan voor de huidige regelingen voor werknemers werkt het kabinet aan een Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid voor Zelfstandigen (BAZ). De plannen daarvoor liggen al klaar. Echter blijft de uitvoering complex: zowel de Belastingdienst als het UWV, vinden de wet “niet uitvoerbaar”. Het is nog onduidelijk welke oplossing het kabinet ziet voor deze uitvoeringsproblemen. Vooralsnog is het wel duidelijk geworden dat zelfstandigen voor 2030 niets zullen hebben aan de BAZ. Lees meer over de BAZ in dit ZiPconomy dossier Gelijk stelsel? Wellicht in de toekomst Eén gelijk stelsel voor alle werkenden – dus los van de contractvorm – kan volgens Minister Van Hijum “inspiratie (bieden) om op langere termijn nader invulling te geven aan een toekomstbestendig stelsel.” De minister schrijft dat het “interessant (is) verder uit te werken in hoeverre het mogelijk is om arbeidsongeschiktheidsregelingen voor verschillende groepen werkenden in meer of mindere mate te harmoniseren. Dat betekent zowel harmonisatie van regelingen voor werknemers en zelfstandigen, als binnen de groep werknemers (vast en flex) waar ruimte lijkt voor meer gelijke mate van bescherming en begeleiding.” Hij wijst er daarom wel dat er aandacht moet zijn voor een “voldoende dekkende verzekering enerzijds en het voorkomen van toenemende complexiteit anderzijds. Het gelijktrekken van verzekeringen tussen zelfstandigen en werknemers kan in de praktijk bijvoorbeeld leiden tot een lage basisverzekering met (al dan niet verplichte) aanvullende verzekering voor werknemers. Dat kan leiden tot meer complexiteit voor werknemers. Daarom moeten we goed nadenken over de beste vormen van harmonisatie.” Oftewel: een contractneutraal stelsel ziet Van Hijum als iets voor de toekomst. Hij wil eerst het bestaande stelsel voor werknemers verbeteren en komt voor een nieuw stelsel voor zelfstandigen. Op dinsdag 18 februari 2025 zal de Tweede Kamer verder overleggen over het besluit. Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags BAZ, OCTAS | 1 Reactie
5 inzichten uit het Future of Jobs Report 2025 Geplaatst 28 januari 2025 door ZiPredactie 1. AI als belangrijkste aanjager van bedrijfstransformaties De digitale transformatie blijft de komende vijf jaar de grootste impact hebben op bedrijven, zo blijkt uit het rapport. 60 procent van de bevraagde topmanagers verwacht dat digitale technologieën hun organisatie fundamenteel zullen veranderen tegen 2030 Wat is ‘Opting-in’? En is het een goed alternatief voor de handhaving op schijnzelfstandigheid? Kunstmatige intelligentie (AI) speelt daarbij een centrale rol: 86 procent van de leiders noemt AI als belangrijkste trend. Zo zijn AI en big data de snelst groeiende vaardigheden, gevolgd door netwerken, cybersecurity en technologische geletterdheid. Het WEF voorspelt dat de balans tussen werk door mensen, machines en algoritmen drastisch zal verschuiven. Waar momenteel nog 47 procent van de taken door mensen wordt uitgevoerd, zal dit in 2030 gelijk verdeeld zijn tussen mensen, technologie en samenwerking tussen beide. 2. Door AI worden meer banen gecreëerd dan verloren Ondanks zorgen over baanverlies door technologie, voorspelt het WEF een netto groei van banen in de komende vijf jaar: 170 miljoen nieuwe banen versus 92 miljoen verloren banen. Technologie zorgt voor de grootste verschuivingen. Zo zal AI 11 miljoen banen creëren, maar ook 9 miljoen banen vervangen. De snelst groeiende functies zijn technisch georiënteerd, zoals specialisten in big data, AI en softwareontwikkeling. Interessant genoeg zullen banen in landbouw – in absolute aantallen – het meeste groeien, mede dankzij de groene transitie. 3. 40 procent van huidige vaardigheden is in 2030 verouderd Een andere belangrijke bevinding uit het rapport is dat 39 procent van de huidige vaardigheden binnen vijf jaar niet meer relevant is. Dit vormt een groot obstakel voor bedrijfstransformatie, aldus 63 procent van de ondervraagden. Goed talent is goud waard, maar wat kost het nu echt? Hoewel de snelheid van deze verandering afneemt (van 57 procent in 2020 naar 39 procent in 2025), blijft reskilling cruciaal. In 2025 heeft 50 procent van de werknemers training gevolgd, een stijging ten opzichte van 41 procent in 2023. Naast technische vaardigheden blijven menselijke vaardigheden zoals analytisch denken, veerkracht, flexibiliteit en leiderschap belangrijk. Continu investeren in bijscholing en omscholing is dus noodzakelijk. 4. DEI (en B) blijft prioriteit Diversiteit, gelijkheid, inclusie en betrokkenheid (DEIB) blijft een belangrijk thema voor bedrijven. 83 procent van de organisaties heeft DEIB-initiatieven ingevoerd, een stijging ten opzichte van 67 procent in 2023. Bij grote bedrijven (meer dan 50.000 werknemers) loopt dit op tot 95 procent. In 2025 geeft meer dan de helft van de leiders aan te investeren in trainingen rond DEIB en 42 procent zet in op doelen en quota. Dit toont aan dat bedrijven DEIB beschouwen als een oplossing voor het aantrekken van talent in een krappe arbeidsmarkt. 5. Economische en geopolitieke onzekerheid drukt op arbeidsmarkt Economische uitdagingen, zoals de stijgende kosten van levensonderhoud en inflatie, blijven een grote invloed hebben op bedrijven. 50 procent van de bedrijven noemt dit een belangrijke factor voor hun transformatie tot 2030. Het rapport waarschuwt dat een wereldwijde economische vertraging kan leiden tot meer verlies aan banen dan dat er banen bij komen. Geopolitieke spanningen vormen daarbij een extra onzekerheid, wat investeringen en daarmee ook economische groei onder druk zet. Demografische veranderingen, zoals vergrijzing in welvarende landen en groeiende beroepsbevolking in opkomende markten, zorgen voor extra vraag naar vaardigheden in talentmanagement, zorg en onderwijs. Het hele rapport kun je vinden via deze link. Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags Future of jobs, Future of Work, WEC | Laat een reactie achter
Onderzoek beleid schijnzelfstandigheid: werkgevers en zzp’ers snakken naar meer duidelijkheid en betere communicatie Geplaatst 27 januari 2025 door ZiPredactie Zowel werkgevers als zzp’ers hebben behoefte aan concrete informatie over hoe de regels rond schijnzelfstandigheid uitgelegd moeten worden. Onder hen leeft ook de vrees dat de maatregelen tegen schijnzelfstandigheid “negatieve effecten zullen hebben op bonafide zelfstandigen en flexibiliteit van de arbeidsmarkt. Het aanpakken van uitwassen lijkt de voorkeur te hebben.” Dat concludeert bureau Ipsos I&O in een onderzoek uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken. Weten dat er ‘iets’ gaat veranderen, maar niet precies wat Het ministerie van SZW gaf Ipsos opdracht tot het onderzoek vanwege het opheffen van het het handhavingsmoratorium op schijnzelfstandigheid van 1 januari 2025. In totaal namen 669 zzp’ers en 549 werkgevers deel aan het onderzoek. De belangrijkste bevindingen tonen aan dat zzp’ers en werkgevers wel weten dat er iets gaat veranderen, maar niet altijd precies weten wat. Negen op de tien zzp’ers denken dat zij wel volgens de juiste contractvoorwaarden aan het werk zijn en ze zijn over het algemeen ook bekend met het begrip schijnzelfstandigheid. Tegelijk heeft een veel kleiner deel uitgezocht of zij daadwerkelijk volgens de juiste contractvorm werken en heeft een derde informatie gezocht over de aanstaande wijzigingen. Dit toont aan dat er mogelijk sprake is van een ‘false sense of security’ onder zzp’ers en werkgevers. Kennis over de voorwaarden van de contracten zzp’ers niet bij alle zzp’ers en werkgevers bekend. Schijnveiligheid Als we kijken naar de huidige situatie, dan denkt een ruime meerderheid (90 procent) van de zzp’ers momenteel volgens de juiste contractvorm te werken. Toch kan hier sprake zijn van een overschatting van de eigen kennis. Zes op de tien zzp’ers zochten uit of zij volgens de juiste contractvorm werken. Een derde (33 procent) heeft dit bij de ondertekening van het contract uitgezocht, een kwart (24 procent) heeft dit uitgezocht naar aanleiding van wijzigingen in de regelgeving en 14 procent op een ander moment. Met name zzp’ers die meer dan tien opdrachtgevers hebben en zzp’ers met meerdere jaren ervaring als zzp’er zoeken dit niet uit. Rond contracten van zzp’ers is meer onduidelijk. Iets minder dan de helft van de zzp’ers en een derde van de werkgevers denkt dat zzp’ers en opdrachtgevers zelf kunnen kiezen wat voor soort contract zij aangaan. Dit terwijl het in sommige gevallen niet toegestaan is om te werken als zzp’er, wanneer dit schijnzelfstandigheid betreft. Ruim de helft van de werkgevers en vier op de tien zzp’ers weten dat dit het geval is. Jonge zzp’ers verwachten dat werkgever het juiste contract aanbiedt Jonge zzp’ers (t/m 34 jaar) lijken minder bekend te zijn met de regelgeving omtrent het zzp’erschap. Zij denken vaker niet goed op de hoogte te zijn van de zaken die zij moeten regelen als zzp’er. Ook weten zij minder vaak of zij aanspraak kunnen maken op een uitkering bij arbeidsongeschiktheid of werkloosheid en zijn zij nog niet bezig met het regelen van hun pensioenopbouw. Daarnaast denken jonge zzp’ers vaker dat het de verantwoordelijkheid is van de opdrachtgever om het juiste contract voor te leggen aan een zzp’er. Zzp’ers zijn vaker bekend met schijnzelfstandigheid dan werkgevers Een ruime meerderheid van de werkgevers en zzp’ers kent het begrip schijnzelfstandigheid en weet wat dit inhoudt. Zzp’ers geven iets vaker aan te weten wat schijnzelfstandigheid inhoudt (79 procent) dan werkgevers (71 procent). Jonge zzp’ers weten juist relatief minder vaak wat schijnzelfstandigheid is (58 procent). Meerderheid zzp’ers weet dat er wijzigingen aankomen, maar niet precies welke Van de opheffing van het handhavingsmoratorium op schijnzelfstandigheid is een kleiner deel van de zzp’ers en werkgevers precies op de hoogte. Meer dan de helft weet wel dat er iets gaat veranderen in het zzp-landschap, maar niet precies wat. Een kwart van de zzp’ers en een vijfde van de werkgevers weet precies wat er gaat veranderen. Organisaties verwachten minder flexibel te kunnen zijn Als we kijken naar de verwachte effecten van de aankomende wijzigingen, denkt ongeveer een kwart van de zzp’ers en drie op de tien werkgevers dat de handhaving op schijnzelfstandigheid weinig tot geen effect zal hebben. Ook verwacht de helft van de zzp’ers en werkgevers niet dat meer handhaving de positie van zzp’ers op de arbeidsmarkt zal verbeteren. Aan de werkgeverskant verwacht wel de helft dat hun organisatie minder flexibel wordt in het personeelsbeheer door de handhaving. Een op de vijf zzp’ers verwacht meer zekerheid over hun status als zelfstandige te krijgen. Of de handhaving tot meer eerlijkheid op de arbeidsmarkt zal leiden is deze groep verdeeld. Drie op de tien zzp’ers achten de kans hierop (zeer) groot (30 procent), een even groot deel schat de kans (zeer) klein (31 procent). Gemis Samenvattend somt Ipsos op wat respondenten het meeste missen: Duidelijkheid en concreetheid: veel respondenten geven aan dat de informatie te vaag, onduidelijk of niet concreet genoeg is. Specifieke criteria en definities: er is een sterke behoefte aan duidelijke, meetbare criteria voor het bepalen van schijnzelfstandigheid. Praktische toepassing: respondenten missen informatie over hoe de regels in de praktijk toegepast zullen worden, vooral in specifieke situaties of sectoren. Handhaving en controle: er is onduidelijkheid over hoe de nieuwe regels gehandhaafd zullen worden. Juridische zekerheid: meer zekerheid over hun juridische positie. Beide groepen hebben behoefte aan concretere informatie over de invulling van de nieuwe regels in hun specifieke situatie. Geplaatst in ZP en Ondernemen | 10s Reacties
Flexibiliteit in de zorg: regie, technologie en de kracht van platformen Geplaatst 27 januari 2025 door ZiPredactie “Zorgverleners willen een fijne plek om te werken en het gevoel hebben dat ze impact maken. Het gaat minder om de contractvorm en meer om de werkomgeving en waardering.” Huub Landman kan het weten. Hij is directeur van twee bijzondere bedrijven. Wonen bij de Familie is een zorgorganisatie gericht op ouderen met dementie dat zorghuizen en passende zorg faciliteert. Standby Zorg is een online matchingsplatform dat zzp-zorgverleners en zorgorganisaties bij elkaar brengt. Landman is dus zowel werkgever in de zorg als bemiddelaar. In ZiPtalk spraken we hem en met Sepp Haans van platformbouwer Freshheads, over de actualiteit in de zorgsector en over de toekomst. Onrust Veel actuele thema’s over de arbeidsmarkt spelen in de zorg. Personeelskrapte die alleen maar groter wordt, behoefte aan flexibiliteit vanuit werkgevers, behoefte aan regie over hoe en wanneer te werken vanuit professionals. En een overheid die het aantal zzp’ers probeert terug te dringen. De handhaving op schijnzelfstandigheid zorgt voor veel onzekerheid onder zzp’ers in de zorg, constateert Landman. “Je merkt een hoop onrust onder zorgverleners, omdat ze niet precies weten wat de toekomst brengt. Sommigen overwegen loondienst, maar anderen willen zzp’er blijven omdat ze die vrijheid waarderen.” Landman ziet op zijn platform het aantal zelfstandigen dat op een opdracht reageert wel toenemen, een mogelijk teken dat het aanbod de vraag overstijgt. Maar opdrachten voor zzp’ers zijn er dus nog steeds. Immers hebben zorgorganisaties een blijvende behoefte aan wendbaarheid. Het vermogen om snel in te spelen op wisselende capaciteitsvragen is cruciaal, legt Landman uit. De rol van platformen in een gefragmenteerde arbeidsmarkt Zowel Haans als Landman zien een blijvende rol voor zzp in de arbeidsmarkt, ook in de zorg. “Een van de grootste misvattingen is dat zzp’ers als een noodzakelijk kwaad worden gezien. Mensen kiezen hier bewust voor, vaak vanwege de vrijheid en het ondernemerschap”, stelt Haans. Daarom is volgens Landman het beperken van het aantal mensen dat in de zorg wil werken ook een verkeerde koers. “We moeten effectiever gebruikmaken van de bestaande zorgcapaciteit en de uitstroom verminderen, zonder te dwingen in een bepaalde contractvorm.” Deze flexibiliteit kan alleen worden bereikt door slim gebruik te maken van technologie en data. Hier komt de kracht van platformen zoals die van Freshheads naar voren. Haans legt uit: “Wat wij met Freshheads doen, is platformen bouwen die peer-to-peer bemiddeling mogelijk maken. Dit betekent directe interactie tussen kandidaten en opdrachtgevers, zonder te veel tussenkomst van bemiddelaars.” Het idee is om vraag en aanbod niet alleen bij elkaar te brengen, maar ook een community te creëren waarin co-creatie en transparantie centraal staan. “De arbeidsmarkt wordt steeds gefragmenteerder met een groeiende vraag naar flexibiliteit. Platformen kunnen dit faciliteren door digitalisatie en data-inzichten,” zegt Haans. Sectorexpertise als meerwaarde Wat Standby Zorg toevoegt aan het platform, is waardevolle sectorexpertise. Het platform zelf moet het zo makkelijk mogelijk maken dat opdrachtgevers en opdrachtnemers elkaar kunnen vinden en daar omheen faciliteren. Standby Zorg gebruikt vervolgens haar kennis van de sector om er een community van kandidaten op te bouwen. Haans benadrukt: “Techniek is een commodity; de echte waarde komt van klanten zoals Standby Zorg, die durven te experimenteren, innovatief zijn en zich richten op de behoeften van ZZP’ers en opdrachtgevers.” Toekomst: regionale samenwerking en hybride modellen De toekomst van de zorg vraagt om een hybride personeelsmodel waarin vaste, flexwerkers en zelfstandigen elkaar versterken. Platformen kunnen daar een rol spelen in regionale samenwerking en uitwisseling van medewerkers. “We zien al initiatieven waarbij zorginstellingen binnen een regio samenwerken om zorgcapaciteit uit te wisselen. Platformen kunnen dit schaalbaar maken,” zegt Haans. En dat hoeft dan ook zeker niet beperkt te blijven tot de zorgsector. Haans: “Zorg ervoor dat je een aantrekkelijk merk bent en een plek waar mensen graag naartoe komen. Bouw een community die data verzamelt en benut voor betere dienstverlening.” Bekijk en beluister de podcast op YouTube: Of beluister hier de podcast op Spotify Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags freshheads, zorgsector | Laat een reactie achter
Ministerie SZW gaan zelf eenheid opzetten voor toelatingsstelsel uitzendbureaus Geplaatst 23 januari 2025 door ZiPredactie Binnen het ministerie van SZW komt een nieuwe eenheid die gaat bepalen of uitzendbureaus worden toegelaten tot de markt voordat ze personeel uitlenen. Dat schrijft minister Van Hijum in een brief aan de Tweede Kamer. De minister heeft daarmee een oplossing gevonden voor het feit dat Justis eerder aankondigde het register, gekoppeld aan de Wet TTA, niet te kunnen uitvoeren. Daardoor is de invoering van de wet vertraagd, maar de wet wordt binnenkort wel behandeld in de Tweede Kamer. Als de Wet TTA wordt aangenomen, mogen alleen toegelaten bureaus personeel uitlenen. Doel is het voorkomen van misstanden in de uitleensector en met name uitbuiting van arbeidsmigranten. De nieuwe Toelatende Instantie (TI) zal namens de minister besluiten nemen over of een uitzendbureau wordt toegelaten op de markt. Ook kan deze instantie uitzenders schorsen en een toelating intrekken bij ernstige misstanden. Van Hijum van Sociale Zaken en Werkgelegenheid: “Ik ben blij dat we deze stap vooruit nu kunnen zetten. Dit is noodzakelijk om misstanden in de uitzendsector effectiever aan te pakken. Veel misstanden komen door malafide uitzendbureaus en hun inleners die een verdienmodel hebben gemaakt van onderbetaling van arbeidskrachten en het aanbieden van ondermaatse huisvesting. Het is een ‘race naar de bodem’ die ervoor zorgt dat bedrijven die zich netjes aan de wet houden, weggeconcurreerd worden door degenen die dat niet doen. Met deze wet kunnen we eindelijk de rotte appels er beter tussenuit halen.” Het ministerie schat in dat er 15.000 aanvragen tot toelating zullen worden gedaan en 3.200 aanvragen tot ontheffing. De brief van de minister komt een dag nadat het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) met stevige kritiek op het ministerie van SZW kwam, dat in haar ogen te veel en matige wetten uitvaardigt. Daarin wordt met name ook naar de Wet TTA verwezen. Zorgen over kosten In de Tweede Kamer zijn er zorgen over de kosten waar uitleners mee geconfronteerd worden. Van Hijum probeert die zorgen in zijn brief weg te nemen door wijzen op het feit dat in de wet staat bepaald dat bij de uitlener niet meer kosten in rekening mogen worden gebracht, dan die worden gemaakt voor de uitvoering van het stelsel. “Als in de praktijk blijkt dat inspectie-instellingen ongerechtvaardigd hoge tarieven hanteren voor hun diensten, biedt het wetsvoorstel een grondslag om deze tarieven bij ministeriële regeling te maximeren,” aldus Van Hijum. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags Toelatende Instantie, Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten, wet tta | Laat een reactie achter
Adviescollege: stop met nieuwe arbeidsmarktwetgeving die niets oplost Geplaatst 23 januari 2025 door ZiPredactie Het gebeurt te vaak dat wetten uit de koker van het ministerie van SZW een negatief advies krijgen, schrijft het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) in een rapportage, die op 22 januari is besproken in de Tweede Kamer. Dit komt doordat nut en noodzaak van voorgestelde wetgeving niet duidelijk zijn, schrijft het college. In de voorstellen ontbreekt vaak een probleemanalyse, zodat het voorstel de problemen niet oplost. En soms zelfs nog erger maakt: de gevolgen voor ondernemers én burgers zijn bij nieuwe regelgeving doorgaans namelijk niet goed in beeld gebracht. Verder wordt niet altijd gekozen voor een alternatief dat met minder regeldruk gepaard gaat. Sinds 2021 heeft het ATR de helft van alle adviesaanvragen van het ministerie afgewezen. “Er is sprake van een stapeling van wetgeving. Er komt steeds meer bij, de samenleving snapt het nauwelijks meer,” aldus Marijke van Hees, voorzitter van het ATR, in haar toelichting in de Kamer. De ATR vindt dat wetgeving van het Ministerie van SZW vaak gebaseerd is op een gebrekkige probleemanalyse waardoor maatregelen onvoldoende specifiek zijn en het onduidelijk is hoe ze in de praktijk uitpakken. Wtta en VBAR Zo maakte het college gehakt van de nieuwe uitzendwet, de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta). “Liever niet nog meer, complexe regelgeving. Zeker niet omdat die niet effectief is. Die nemen de misstanden bij het ter beschikking stellen van arbeidskrachten niet weg, simpelweg omdat deze zich voordoen bij ondernemers die zich weinig of niets aan (administratieve) procedures en eisen gelegen laten liggen. Dan helpen nieuwe procedures en eisen niet.” Ook de Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (VBAR) kon de toets der kritiek niet doorstaan. Bedoeling van de wet was meer duidelijkheid scheppen rond schijnzelfstandigheid. Maar volgens het ATR zorgt het voorstel juist voor meer regeldruk, zonder dat het er allemaal duidelijker op wordt. Het ATR adviseerde om van de wetswijziging af te zien. De Raad van State was overigens dezelfde mening toegedaan over het voorstel, dat vooral “het geldende recht codificeert.” Het Wetsvoorstel Toezicht gelijke kansen bij werving en selectie kreeg eveneens het dictum “niet indienen”. Het wetsvoorstel bevatte de verplichting voor werkgevers en intermediairs om een werkwijze tegen discriminatie bij werving en selectie te hebben en deze schriftelijk vast te leggen. Het ATR miste in het voorstel nut, noodzaak, proportionaliteit en werkbaarheid van deze administratieve verplichtingen. Deze drie wetsvoorstellen werden ondanks de kritiek toch in gang gezet, al werd de Wtta uitgesteld en sneuvelde de anti-discriminatiewet in de Eerste Kamer. Aanbevelingen In de rapportage doet het ATR een aantal aanbevelingen aan de Tweede Kamer. Zo roept het college de kamerleden op bij incidenten niet automatisch om nieuwe wet- en regelgeving te vragen of om een uitbreiding van het toezicht, maar om eerst goed te analyseren welk probleem er opgelost moet worden en wat daar mogelijk voor nodig is. En om ook te kijken of een striktere en meer consequente handhaving van de bestaande normen de problemen kan wegnemen, zo schrijft het college in haar aanbevelingen. Permanent adviescollege Het adviescollege opereert op basis van een tijdelijk mandaat. In 2020 gaf Berenschot het college een positieve evaluatie. Begin februari debatteert de Tweede Kamer over een wetsvoorstel om van ATR een permanent adviescollege te maken. Daarbij krijgt het ook nieuwe taken en bevoegdheden, zoals de verplichting om al in een vroege fase van het wetgevingsproces ATR-advies in te winnen. Meer lezen: Adviescollege: toelatingsstelsel een ‘papieren tijger’ Misstanden met arbeidsmigranten aanpakken lukt niet met de WTTA Raad van State geeft negatief advies over wet VBAR en wet Meer zekerheid flexwerkers. ‘Geen oplossing’ Hoe nu verder met VBAR? RIM, Bovib, NBBU, ABU en VvDN komen met oplossingen Weer een nieuwe wet: de Wet toezicht discriminatievrije werving en selectie Geplaatst in ZP en Politiek | Tags Adviescollege Toetsing Regeldruk, VBAR, wtta | Laat een reactie achter