Maandelijkse archieven: december 2024

Hans Vijlbrief (D66) over zzp’ers: “Accepteer dat ze er zijn. Probeer daarvan te genieten”

Na twee keer staatssecretaris te zijn geweest, werd Vijlbrief – op verzoek van partijleider Rob Jetten – Kamerlid. Vanuit de D66-fractie voert hij het woord over onder meer de arbeidsmarkt.

Verdubbel de zelfstandigenaftrek

“Krapte,” noemt Vijlbrief, opgeleid als arbeidseconoom, het belangrijkste thema binnen het dossier arbeidsmarkt. “Overal zijn er tekorten. Dat is onze grootste zorg.” Een onderdeel van de oplossing ziet D66 in een fiscale prikkel om meer uren te werken: “Verdubbel de zelfstandigenaftrek en geef deze ook aan werknemers die meer dan drie dagen per week werken, om grotere banen te stimuleren.”

De krapte op de arbeidsmarkt is geen losstaand thema. Het raakt ook onderwerpen als arbeidsmigratie en de zzp-discussie, een groep die in de krappe arbeidsmarkt juist nodig lijkt. “Als ik naar de arbeidsmarkt kijk met meer dan 1 miljoen zelfstandigen zonder personeel, dan denk ik: ja, wees nou verstandig. Accepteer dat ze er zijn. Probeer daarvan te genieten en probeer er gebruik van te maken. Leg niet de hele tijd de nadruk op het inkaderen van die ontwikkeling.”

Daarbij vindt Vijlbrief het logisch dat het handhavingsmoratorium wordt opgeheven. “De Belastingdienst moet zich wel richten op echte misbruikgevallen, niet op zelfstandigen die keurig hun werk doen.” Daarmee doelt hij niet alleen op misbruik door werkgevers en de kwetsbare positie van zzp’ers: “Als iemand op vrijdag de deur dichttrekt als werknemer en op maandag terugkomt als zelfstandige in dezelfde baan, dan is er natuurlijk sprake van schijnzelfstandigheid. (…) Maar laten we nou voor de rest gewoon proberen die arbeidsmarkt te laten werken. Want we hebben al tekort aan mensen. Dus ik wil nu niet mensen gaan wegjagen.”

Vernieuwing

Het D66-Kamerlid staat achter de plannen van het kabinet voor een wet die verduidelijkt wat nu de regels zijn rond de inhuur van zzp’ers, een wet die een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen regelt, en een toelatingsstelsel voor uitzendbureaus. Wetsvoorstellen die echter stevige kritiek krijgen van de polder en de Raad van State, of vastlopen in uitvoeringsproblemen.

Voor Vijlbrief is dat aanleiding om het debat ook te richten op ‘vernieuwing’. “We proberen nu de arbeidsmarkt te repareren, maar misschien heb je juist vernieuwende perspectieven nodig om door problemen heen te breken.”

In de Tweede Kamer kondigde D66 in oktober aan met voorstellen te komen die niet alleen de Wet VBAR verduidelijken, maar ook vernieuwen. Concreet zijn die voorstellen nog niet, geeft Vijlbrief aan. Wel denkt hij erover na: “Ik denk dat het verstandig is om een aparte rijbaan te creëren tussen werkgever en werknemer voor zelfstandigen, want heel veel mensen willen dit gewoon,” stelt Vijlbrief.

Vijlbrief zoekt daarbij steun in het politieke midden. “Ik denk dat de politieke meningen uiteenlopen over hoe je de problemen rond zelfstandigen benadrukt of juist de kansen ziet die zelfstandigen bieden.” D66 steunde een recente CDA-motie om te onderzoeken in hoeverre de Belgische aanpak – met een aparte wet over de arbeidsrelatie tussen opdrachtgevers en zelfstandigen – als inspiratie kan dienen voor de zoektocht in Nederland.

Luister het hele gesprek met Hans Vijlbrief op Spotify of YouTube.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , , , | 13s Reacties

Actiegroep start petitie tegen opheffing handhavingsmoratorium. Maar is dat wel zo’n goed idee?

Uit onvrede met de opheffing van het handhavingsmoratorium, richtte Peer Goudsmit met enkele collega zzp’ers de actiegroep Comité ZZP op. Ze hopen dat het kabinet zich bezint en de voorgenomen handhaving van de Wet DBA stopt. Ze hopen in totaal 40 duizend ondertekenaars te vinden, zodat zij na het overdragen van de petitie ook een mogelijke burgerinitiatief aan de Tweede Kamer kunnen voorleggen.

Het kind met het badwater weggooien

Peer Goudsmit: “We hebben het gevoel dat het kind met het badwater wordt weggegooid. Het doel van de wet DBA is om schijnzelfstandigheid aan te pakken, maar de maatregel raakt meer dan wat het moet oplossen. Opdrachtgevers haken door de handhaving af uit angst voor sancties, terwijl zelfstandige professionals hun opdrachten verliezen. Op deze manier wordt een hele sector om zeep geholpen.”

“Daarom willen we dat de handhaving van de wet DBA wordt geparkeerd totdat de VBAR (de aangekondigde opvolger van de wet DBA, red.) beter is.”

“Deze handhaving levert ontzettend veel nevenschade op,” verwacht Goudsmit. “Zzp’ers zijn de smeerolie van de economie. Als bedrijven hierdoor bijvoorbeeld denken: ‘we moeten geen zzp’ers meer inhuren’, dan kan het gevolg zijn dat zzp’ers die zich laten inhuren vanwege hun specifieke expertise ook geen opdrachten meer krijgen. Zoiets kan grote gevolgen hebben voor onze innovatiekracht en Nederland op lange termijn schaden.”

“Daarnaast lopen bedrijven het risico dat aanwezige werknemers uitvallen. Door de schaarste op de arbeidsmarkt en het mogelijk wegvallen van de zzp’ers, komt er meer druk op de eigen medewerkers te liggen. Zo zijn er sectoren die zich nu al zorgen maken, zoals de zorg en de kinderopvang.”

“Het verbaasde me hoe stil het was over dit onderwerp”, vertelt Goudsmit. “Werkgevers en belangenverenigingen lieten niets van zich horen. We begrijpen dat het rijkelijk laat is om zoiets op te starten, maar als ondernemers kun je niet op je handen gaan zitten.”

‘Orkaan in een eierdop’

“Zo’n petitie legt de nadruk op de boodschap: ‘Er is een probleem’. Dit is het signaal dat opdrachtgevers horen en daardoor gaan er nog meer alarmbellen af,” stelt Martijn Pennekamp, oprichter van platform ikwordzzper.nl. Hij denkt dat een petitie als die van Comité ZZP juist onrust veroorzaakt. Hij stak van wal in een LinkedIn-bericht.

“Maar de wet DBA bestaat al sinds 2016 en is in de basis een prima wet. Het heeft als doel om mensen aan de onderkant te beschermen tegen uitbuiting en slaagt daar in zekere zin goed in.” De commotie rondom het opheffen van het handhavingsmoratorium noemt Pennekamp een ‘orkaan in een eierdop’: “Er zal in feite niet zoveel veranderen voor de meeste mensen.”

Geen handhavingsmarathon

Pennekamp verwacht dat het aantal zzp’ers dat geraakt wordt mee zal vallen: “Ik denk dat het om het topje van de ijsberg gaat. Het gaat niet om 1,2 miljoen zzp’ers, maar maximaal 5 à 10 procent die hierdoor mogelijk geraakt wordt. De Belastingdienst is er heus niet op uit om een hele sector op te doeken.”

Pennekamp verwijst naar de rondetafelgesprekken in politiek Den Haag, waar de directeur van de Belastingdienst Berry Roks stelt dat er niet meer of minder gehandhaafd zal worden na 1 januari. Roks verzekerde: “Het zal geen handhavingsmarathon worden.”

Pennekamp: “Ik vertrouw er daarom op dat de Belastingdienst vooral zal kijken naar misstanden, naar branches waarvan we weten dat er moedwillig zzp-constructies worden ingezet om mensen uit te buiten. Maar niet de gemiddelde, ondernemende zzp’er.”

‘Help de minister met de nieuwe wet’

Pennekamp: “De eisen van de petitie zijn in mijn ogen te groot en niet haalbaar. In feite vragen ze om alle handhaving van de wet stop te zetten, maar daar schieten we niets mee op. Ik denk dat het veel nuttiger is als deze groep zich inzet om de minister te helpen met het schrijven van een nieuwe wet, des te eerder zijn we klaar.”

Onnodige onrust?

Goudsmit is het niet eens met de kritiek dat hun petitie onrust veroorzaakt: “De chaos is er al en onze petitie is een gevolg van die chaos. Dus wat is het punt als je daar wat van zegt? Als juristen het niet met elkaar eens kunnen worden over deze wet, dan ga ik mij zorgen maken. Dat betekent dat de wet niet goed in elkaar zit. Er is immers mogelijk een reden waarom er destijds niet op deze wet gehandhaafd werd.”

Pennekamp: “Ik begrijp dat mensen het niet leuk vinden dat ik tegen de haren in strijk. Ik wil oók dat de zzp-sector blijft floreren. Maar nog meer petities leveren nog meer onrust op, daar hebben we geen baat bij.”

Geplaatst in ZP en Politiek | 10s Reacties

Terugblikken op het zzp-dossier 2024: Niels van der Neut (UvA) over misinformatie rond schijnzelfstandigheid, de VBAR en het te lang durende handhavingsmoratorium

Het moge duidelijk zijn: veel zelfstandigen vinden de juridische kaders voor de handhaving tegen schijnzelfstandigheid nog te onduidelijk. “Onzin”, zegt Niels van der Neut, universitair docent arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam. “Er is al veel juridische houvast.” In gesprek met Oifik Youssefi van HeadFirst Group deelt Van der Neut zijn gedachtes over de afloop van het handhavingsmoratorium, de misinformatie hierover online en over de rol van sociale partners in het ontsluiten van de krapte op de arbeidsmarkt.

Oifik Youssefi: Niels, als academicus in het arbeidsrecht, hoe heb jij dit jaar ervaren op het gebied van het zzp-dossier?

Niels van der Neut: Chaotisch. Er wordt veel geroepen over zzp’ers en de afloop van het handhavingsmoratorium, vooral op sociale media zoals LinkedIn. Veel mensen geven hun mening, vaak vanuit een onvolledig begrip van de situatie. Het bijzondere aan deze chaos is dat die mening lang niet altijd los kan worden gezien van commerciële belangen. Er wordt veel geld verdiend aan diensten die de compliantie van opdrachtgevers en zzp’ers checken en zo een vorm van schijnzekerheid bieden. Soms zie ik uitnodigingen voor seminars of workshops langskomen over de kwalificatievraag (werknemer of zzp’er?) waarin juridische fouten staan, dat is pijnlijk. Tegelijkertijd zie ik ook dat het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Belastingdienst publiekscampagnes voeren om de regels rondom zzp-inhuur duidelijk te maken. Maar ook dat leidt kennelijk niet tot de gewenste helderheid. Zijn die campagnes dan onduidelijk of vindt de praktijk de antwoorden niet wenselijk? Mijn antwoord op die vraag laat zich waarschijnlijk wel raden.

Oifik: Je bent je steeds meer gaan uitspreken over dit onderwerp. Waarom eigenlijk?

Niels: De hoeveelheid misinformatie frustreert me, en ik voel me verantwoordelijk om die recht te zetten. Als onafhankelijke academicus probeer ik het publieke debat te verrijken met nuance en duiding. Tuurlijk, dit levert ook wel eens minder aardige reacties op, gezien de gevoeligheid van dit dossier. Desondanks vind ik het belangrijk om mijn mening, die onderbouwt is met wetenschappelijk onderzoek, te blijven geven.

Oifik: Zelfstandigen beklagen zich over het gebrek aan een duidelijk juridisch kader en dat dat de handhaving vanaf 2025 zou kunnen beïnvloeden, in hoeverre klopt dat?

Niels: Het handhavingsmoratorium werd ooit ingesteld met de belofte dat er nieuwe wetgeving zou komen om duidelijker te maken wanneer een werkende een werknemer of een zelfstandige is. Op 1 januari 2025 is er geen nieuwe wet, maar het beeld dat er nu helemaal géén duidelijke wetgeving is, klopt gewoon niet. Tussen de afkondiging van het handhavingsmoratorium en 1 januari 2025 is er veel veranderd. De Hoge Raad heeft in het Deliveroo-arrest negen gezichtspunten gegeven bij het toetsen van schijnzelfstandigheid (werknemerschap). Dat biedt best wat houvast. Het probleem is dat mensen vaak vooraf honderd procent duidelijkheid willen, en dat is gewoon moeilijk in een markt die zo divers is. Daarbij geldt dat er binnen de beoordeling van arbeidsrelaties ruimte moet zijn voor maatwerk; als je uitgaat van honderd procent zekerheid, ontneem je de mogelijkheid tot het toepassen van open normen die recht doen aan de feitelijke situatie van hoe partijen met elkaar werken (‘wezen gaat voor schijn’). En als je toch extra zekerheid wilt, biedt de Belastingdienst ruimte voor een vooroverleg; ik ken een aantal mensen dat binnen enkele weken reactie kreeg op het vooroverlegverzoek. De mogelijkheden zijn er dus wel. Ik vraag mij oprecht af of de vraag: “is er duidelijk regelgeving?” bij velen niet eerder “ben ik wel blij met het antwoord wat hierop gegeven is?” moet zijn.

Oifik: Toch blijven mensen kritisch op de afloop van het handhavingsmoratorium vanwege de onrust in de markt. Het kabinet en de Belastingdienst geven echter aan dat de markt er klaar voor is. Hoe kijk jij hiernaar?

Niels: Als de markt er niet klaar voor is, ligt dat wat mij betreft vooral aan de markt zelf. De markt heeft lang de tijd gehad om zich voor te bereiden sinds de aankondiging in december 2022 dat het moratorium eraf zou gaan vanaf 1 januari 2025. Tuurlijk is het zo dat sectoren als het onderwijs, de zorg en de kinderopvang extra kwetsbaar zijn gezien het personeelsgebrek; deze sectoren kunnen merken dat de afhankelijkheid van zzp’ers gevolgen heeft. Voor sommige kinderopvanglocaties kan dit zelfs betekenen dat ze tijdelijk moeten sluiten. Maar de vlucht naar het zzp-schap is deels veroorzaakt door slecht werkgeverschap. Ik roep werkgevers, en eigenlijk ook sociale partners, op om bepaalde wensen van werkenden mogelijk te maken, zoals een zekere vorm van flexibiliteit. Dat is waar de Commissie Borstlap al voor pleitte: vaste contracten minder star maken en flexibele contracten minder onzeker.

Oifik: Hoe luister jij naar de ambitie van het kabinet om, ondanks de juridische duidelijkheid die er volgens jou weldegelijk is, met een verduidelijkingswet te komen als de Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden (VBAR)?

Niels: De tijd heeft niet stilgestaan: het idee van de VBAR bestond al voordat de Hoge Raad met het Deliveroo-arrest kwam. Met dit arrest heeft de Hoge Raad een heldere lijn uitgezet. Toch kan ik me best goed voorstellen dat mensen behoefte hebben aan zo’n verduidelijkingswet , omdat het een kader biedt en structuur geeft. Of de VBAR die belofte inlost en daadwerkelijk een verduidelijk is ten opzichte van de Deliveroo-gezichtspunten, vraag ik mij af. De Raad van State heeft zelf ook geoordeeld dat de effectiviteit van de VBAR in haar huidige vorm de strijd tegen schijnzelfstandigheid weinig (positief) zal beïnvloeden. Misschien dat de boel wel iets overzichtelijker wordt, maar hele grote stappen mogen we misschien ook niet verwachten. De praktijk wil vooraf zekerheid, maar dat past niet bij hoe wij in Nederland en Europa arbeidsrelaties beoordelen: de feitelijke situatie gaat voor op de papieren werkelijkheid.

Oifik: Tot slot, wat was voor jou het hoogtepunt in het zzp-dossier dit jaar?

Niels: De mededeling dat het handhavingsmoratorium echt, maar dan ook echt, eraf gaat vanaf 1 januari 2025. Het is de Belastingdienst en SZW niet makkelijk gemaakt door het moratorium maar te blijven verlengen, maar het lijkt erop dat we een stap in de goede richting zetten. Het moratorium heeft lang genoeg geduurd.

Oifik: En het dieptepunt?

Niels: De desinformatie die verspreid wordt. Dat schaadt het vertrouwen in de regels en in de uitvoerende instanties.

Oifik: Waar kijk jij in het bijzonder naar uit in 2025?

Niels: Ik hoop dat we een fundamentelere discussie gaan voeren over zelfstandig werkenden in bijvoorbeeld partnerstructuren en bij specialisten zoals zelfstandige chirurgen. Die juridische (kwalificatie)vragen zijn veel interessanter en complexer dan die over zzp’ers in de kinderopvang of het onderwijs. Daarnaast zou ik graag het gesprek op gang zien komen in de maatschappij en in de politiek over een herziening van het sociale zekerheidsstelsel en hoe mensen in loondienst en zelfstandigen hieraan bijdragen. En in het verlengde van mijn proefschrift is nog interessant dat de aandacht misschien niet alleen uitgaat naar de verschillen in fiscaliteit en sociale zekerheid, maar ook wordt verlegd naar de civielrechtelijke verschillen tussen werknemers en zelfstandigen. Je kunt je natuurlijk wel afvragen: had het gesprek over die verschillen niet eigenlijk al veel eerder gevoerd moeten worden, bijvoorbeeld bij de eerste aankondiging van de beëindiging van het handhavingsmoratorium?

Dit interview maakt deel uit van een reeks van HeadFirst Group, waarin het Public Affairs-team de afgelopen weken meerdere experts heeft geïnterviewd die nauw betrokken zijn bij onderwerpen rondom zzp’ers en de arbeidsmarkt. De serie bestaat uit zes interviews, die de komende weken gepubliceerd zullen worden. Heb je vragen over de interviewreeks? Neem dan gerust contact op met het team via publicaffairs@headfirst.nl.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , | 19s Reacties

10 manieren om zonder zorgen zelfstandigen in te huren in 2025

“Opdrachtgever: maak je geen zorgen, zzp’ers inhuren na 1 januari 2025 blijft mogelijk”, zegt Koen van Rijn, director Intermediair Servicesbij HeadFirst Group. “Ja, over een maand vervalt het handhavingsmoratorium op schijnzelfstandigheid. Maar de wet- en regelgeving blijft hetzelfde. Afgelopen jaren hebben opdrachtgevers goede stappen gezet om te voldoen aan de regels voor de inhuur van zelfstandigen. Daar kun jij van leren.”

Om werkgevers te helpen, heeft Van Rijn een overzicht gemaakt van 10 beproefde manieren om toekomstbestendig zzp’ers in te huren. “Hiermee voldoe je aan de wet en zorg je dat je talentvolle zelfstandigen behoudt.”

Inhuren volgens wet- en regelgeving

Het handhavingskader van de Belastingdienst is gebaseerd op bestaande regels en uitspraken van rechters, zoals het Deliveroo-arrest. Op basis hiervan moet je als organisatie zorgvuldig beoordelen hoe je een arbeidsrelatie vormgeeft. Zaken zoals inbedding, gezagsverhouding en resultaatverantwoordelijkheid spelen hierbij een belangrijke rol.

In het whitepaper leer je onder andere wanneer overstappen naar vast personeel slim is, of ‘dual-sourcing’ of ‘kortcyclische doorstroom’ iets voor jouw organisatie is en hoe je een statement-of-work gebruikt. Van Rijn: “Vooral statements-of-work worden vaker gebruikt. Dat wil zeggen dat je geen uurtarief afspreekt met de zelfstandige, maar een vast bedrag voor een project met een kop en een staart. Je verwacht een duidelijk resultaat. Dit benadrukt de zelfstandigheid van de zzp’er.”

‘Meeste opdrachtgevers hebben inhuur al op orde’

“De meerderheid van onze klanten voldoet nu al aan de wetgeving”, vertelt Van Rijn. “We werken samen met opdrachtgevers om beter te voldoen aan de regels. Sinds 2016 hebben zelfstandigen vaker met een duidelijke projectomschrijving, zonder gezagsverhouding, met autonomie. Wie het zo inricht, hoeft zich geen zorgen te maken over schijnzelfstandigheid.”

Hoewel de meesten hun inhuur op orde hebben, zijn er ook opdrachtgevers met een achterstand. “Die zijn wat onrustig over de aanstaande handhaving”, vertelt Van Rijn. “Daarom komen we nu met dit whitepaper. Deze best practices helpen om de rust te bewaren en je beleid op orde te krijgen.”

Download hier het whitepaper ‘Zorgenvrij zelfstandigen blijven inhuren na 1 januari 2025’.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , , , | 8s Reacties

Fors minder startende zzp’ers, vooral in zorg en bouw

Vooral in de gezondheidszorg valt de afname op: in de eerste drie kwartalen van 2024 waren er ruim drieduizend minder starters dan in dezelfde periode in 2023, een daling van circa 15 procent. Daarnaast neemt het aantal starters in de bouw af met 16,6 procent en in de zakelijke dienstverlening met 7 procent. Ook in de cultuur, sport en recreatie daalt het aantal starters, met 13,5 procent. Enkel in de logistiek en bij financiële instellingen stijgt het aantal zeer beperkt.

Kwart meer stoppers in de bouw

Vergeleken met de eerste helft van het jaar, valt het aantal stoppers breed gezien mee. Zo stoppen er ten opzichte van 2023 4,4 procent meer zzp’ers in de gezondheidszorg. Opvallend is dat de bouwsector er bovenuit steekt, waar maar liefst 23,3 procent meer zzp’ers stoppen dan in 2023. Ook in de logistiek stoppen zo’n 12,5 procent meer zelfstandigen. Binnen de zakelijke diensten zijn er juist 15,6 procent minder stoppers.

De cijfers komen overeen met wat VZN ziet, stelt voorzitter Cristel van de Ven: “We zien dit al een langere tijd. Wat wij ons vooral afvragen, is in welke mate dit vrijwillig of noodgedwongen gebeurt. We krijgen veel signalen die erop wijzen dat werkgevers, bijvoorbeeld in de zorg of bouw, helemaal niet meer met zzp’ers willen werken om het zekere voor het onzekere te nemen. Terwijl je nog steeds goede afspraken met elkaar kunt maken om schijnzelfstandigheid te voorkomen.”

Hetzelfde werk vaak duurder via detacheringsbureau

Hoewel sommige stoppers in dienst treden bij een voormalig opdrachtgever, komt een gedeelte terecht bij detacheringsbureaus, stelt Van de Ven: “Er is een groep die, soms noodgedwongen, bij een detacheringsbureau belandt. In veel gevallen kun je je afvragen of zij daar beter van worden. Zo horen wij verhalen dat sommige bureaus een flink percentage aan zogenoemde bemiddelingskosten van het uurloon aftrekken

“Ook bouwen sommigen van hen bij een werkgever ineens geen pensioen meer op, terwijl zij dat als zelfstandige wel deden. Bovendien blijkt uit een onderzoek van de Algemene Rekenkamer naar zzp’ers in het onderwijs dat een dienstverband via detachering vaak duurder is dan het rechtstreeks inhuren van een zzp’er. Het is aannemelijk dat we als samenleving dat verschil – bijvoorbeeld in de vorm van hogere zorgkosten – terug gaan betalen.”

Uitzondering voor het Ministerie van Financiën

Waar veel werkgevers zich druk maken om het voorkomen van schijnzelfstandigheid, heeft het Ministerie van Financiën aangegeven door te gaan met de inzet van zzp’ers, zelfs wanneer zij door de fiscus zelf als schijnzelfstandigen worden aangemerkt. Deze uitzondering is volgens het ministerie nodig om de herstelwerkzaamheden rondom de getroffen toeslagenouders uit te voeren.

Dat de fiscus voor zichzelf wél een uitzondering maakt, vindt de voorzitter van VZN te zot voor woorden: “Ik heb het eerder al een schertsvertoning genoemd; dit gaat zo niet werken. Voor ziekenhuizen geldt toch ook hetzelfde? Zij hebben de plicht om zorg te bieden. Ook voor de bouw geldt dat het kabinet een doelstelling heeft om 100.000 woningen per jaar bij te bouwen. Gaan zij hen dan ook ontzien?”

“Sommige stoppers komen niet meer terug”

Er is ook een doelgroep waarbij de onduidelijkheid een dooddoener blijkt. Zo weet VZN van vooral veel oudere zzp’ers, bijvoorbeeld in de zorg, die definitief dreigen af te haken. “Sommigen van hen waren van plan om nog een aantal jaren door te gaan, maar haken nu definitief af. Dat zijn handen aan het ziekenhuisbed die we niet meer terugzien, terwijl er wel sprake is van grote tekorten en een toenemende vergrijzing. Het rare is dat veel van deze ‘schade’ nu wordt veroorzaakt door de grote onduidelijkheid rondom de handhaving van zzp’ers, want in de meeste gevallen zijn er gewoon oplossingen mogelijk.”

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , | 1 Reactie

ABN AMRO: 250.000 zzp’ers mogelijk schijnzelfstandige

Circa 250.000 zzp’ers zijn mogelijk schijnzelfstandige, zo stelt ABN AMRO in haar Sectorprognoses 2025-2026 die vandaag wordt gepubliceerd.

Onderscheid werknemer – zzp’er

Probleem voor werkgevers is dat de grenzen van zelfstandig ondernemerschap niet vastomlijnd zijn volgens Mario Bersem, sectoreconoom van ABN AMRO. “Zo dragen opdrachten aan zzp’ers vaak de kenmerken van zowel een vast arbeidscontract als een opdrachtovereenkomst. Hoewel de Belastingdienst heeft aangekondigd terughoudend te zijn met boetes, moeten werkgevers wel serieuze stappen zetten om schijnzelfstandigheid te vermijden.” Bersem vindt dat de overheid meer duidelijkheid moet bieden om te zorgen dat de rust in de arbeidsmarkt terugkeert. “Zo is het belangrijk dat de nieuwe wet die strikter onderscheid maakt tussen werknemers en zzp’ers (VBAR, red.) er snel komt. Op termijn zal het aantal zzp’ers door de vergrijzing en de verwachte economische groei immers verder toenemen.”

Alternatief: stoppen, uitzenden of detacheren

Werkgevers lopen risico op naheffingen en boetes als er sprake is van schijnzelfstandigheid. Zij hebben een aantal opties om het risico op een verkapt dienstverband te beperken, bijvoorbeeld door zzp’ers een vast dienstverband aan te bieden. Bedrijven kunnen er ook voor kiezen om zzp’ers via een uitzend- of detacheringsbureau in te huren of de samenwerking zelfs helemaal te staken. Er zijn inmiddels meerdere (semi-overheids)organisaties die een stop op de inhuur van zzp’ers hebben ingesteld.

Verschillen zorg, bouw, industrie en transport

Werkgevers in alle sectoren doen er volgens ABN AMRO goed aan het aantal werkzame zzp’ers en de voorwaarden waaronder zij werken kritisch te bekijken. Er zijn grote verschillen in risico op schijnzelfstandigheid tussen sectoren.

Organisaties moeten vooral letten op het wel of niet onder gezag van de opdrachtgever staan en of de zzp’ers een vast aantal uren werken. Met name in de zorg, waar het aantal zzp’ers in de afgelopen vijf jaar met 60% is gestegen, komt schijnzelfstandigheid vermoedelijk veel voor. Zo is vaak sprake van een gezagsverhouding; werkzaamheden zijn doorgaans onderdeel van vaste roosters en hebben een structureel karakter. Hoewel het aandeel zzp’ers in de zorg relatief laag is (10%), is hun absolute aantal hoog, namelijk 170.000. Een aantal zorgaanbieders heeft inmiddels aangekondigd de inzet van zelfstandigen af te willen bouwen.

Voor zzp’ers die in de bouw werken, geldt daarentegen dat zij vooral worden ingezet voor specialistische werkzaamheden en tijdelijke klussen. Het risico op schijnzelfstandigheid lijkt daarmee kleiner. Toch komt ook in de bouw schijnzelfstandigheid voor. Het is aan opdrachtgevers om na te gaan of zzp’ers bijvoorbeeld hun eigen materialen gebruiken en niet langere tijd meedraaien in een vast team.

De industrie kent weliswaar al twee jaar een lagere vraag, maar kampt nog altijd met een tekort aan technisch geschoold personeel. De industrie maakt beduidend minder gebruik van uitzendkrachten en oproepkrachten. Het aantal tijdelijke arbeidscontracten is ook afgenomen, maar daar staat een stijging van het aantal vaste contracten tegenover. Ook zzp’ers komen in de industrie relatief weinig voor. Met 47.000 personen vormen zzp’ers circa 5% van het totale aantal werkzame personen in de sector.

In de transportsector maken zzp’ers ongeveer 10% uit van het totale aantal werkzame personen. De transportsector maakt meer gebruik van uitzendkrachten. Chauffeurs zijn relatief vaak als zzp’er actief, bijvoorbeeld op de vrachtwagen of in de bestelbus, of als pakketbezorger. Voor vrachtwagenchauffeurs heeft brancheorganisatie Transport en Logistiek Nederland (TLN) overigens in overleg met de Belastingdienst een modelovereenkomst opgesteld, die tot 15 oktober 2025 geldig is. Opdrachtgevers kunnen zo tot die tijd aantonen dat er geen sprake is van een dienstverband.

Groei aantal zzp’ers zet door

Terwijl de arbeidsmarkt vanwege juridische onzekerheid in onrustig vaarwater verkeert, groeit het aantal zzp’ers gewoon door. De stijging van het aantal zzp’ers is opmerkelijk, omdat het aantal flexwerkers in het afgelopen jaar juist wat afnam.

In het derde kwartaal waren er volgens het CBS 1,25 miljoen zzp’ers, een recordaantal, bijna 3% meer dan een jaar eerder (en 25% meer dan vijf jaar geleden). Zzp’ers maken inmiddels 12,9% uit van alle personen in de werkzame beroepsbevolking; ongeveer één op de acht werkzame personen is zzp’er. Het kabinet wil het aantal zelfstandigen terugdringen. ABN AMRO citeert minister van Sociale Zaken, Eddy van Hijum, die spreekt van ‘code oranje’ omdat Nederland zoveel meer zzp’ers telt dan de ons omringende landen.

Groei in 2025

De invoering van de verscherpte controle op schijnzelfstandigheid vindt plaats tegen de achtergrond van een economie die naar verwachting in 2025 sterker gaat groeien. Dit jaar is nog sprake van gematigde economische groei, maar de vooruitzichten voor 2025 zijn iets gunstiger. Op de agrarische sector na (-2,5%), verwacht ABN AMRO dat alle sectoren volgend jaar groeien. Met name de Technologie, Media en Telecomsector (+5%), Industrie (+4%) en de Zorg (+4%) zullen groeien in 2025.

Lees ook: Van Hijum ziet geen aanleiding voor versoepeling handhaving. ‘Ruimte voor zzp’ers blijft’

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , | 7s Reacties